uitblinken

De grote veranderingen die staan te gebeuren op het gebied waarin ik werkzaam ben en het waarschijnlijk daarom moeten loslaten van de vorm waarmee ik nu mijn werk aanbied, bracht me deze week bij mijn verlangen om uit te blinken. Om te schitteren, om in mijn licht te gaan staan. Zonder dat ik weet in welke vorm dat dan is. Het is nieuw voor mij om dit verlangen te voelen en het zo te noemen, omdat ik daarmee mijn aangepastheid doorbreek. Daar waar ik me in mijn werk, vaak onbewust, aanpas.

Daarom bracht het me ook bij mijn pijn van de manier waarop tegen mijn werk wordt aangekeken en waarop ik word beoordeeld. Een beoordeling waaraan ik me aanpas. Dat kwam omdat een opdrachtgever deze week vroeg naar de uitstroommogelijkheden van een klant die ik begeleid naar passend en het liefst betaald werk. Ik voelde de pijn alsof dat de kern is van wat ik te bieden heb. Alsof dat alles is wat ik doe, ik doe veel meer! Uitstroom is voor mij een gevolg van een manier van kijken en benaderen van klanten. Mijn uitblinken heeft te maken met het zien van wie iemand is als mens, iemands talent en het verbinden van mensen hierin. Juist door het loslaten van een rationeel kader, waarin uitstroom (lees; prestatie) centraal staat. Dit kader maakt iedereen gemiddeld, een eenheidsworst. Terwijl mijn verlangen om uit te blinken voortkomt uit een gevoel van vrijheid, van spelen, vanuit het natuurlijke punt in mij waar ik uitblink.

Ik kon dat punt even helemaal voelen en tegelijkertijd het keurslijf waarin ik gevangen zit. Door dat kader waarmee ik mijn geld verdien en verantwoordelijk ben voor de inkomsten van mijn gezin met vrouw en twee kinderen. Zou ik dat kader waarin ik me regelmatig gevangen voel zitten inderdaad kunnen loslaten en mijn verlangen om uit te blinken volgen? Ieder mens heeft dat punt waarin hij of zij uitblinkt en dat kan alleen werken als ik me vrij voel in mezelf om ermee te spelen. Kan ik dan vertrouwen dat ik daarmee ook mijn geld verdien, met een vorm die ik nu nog helemaal niet ken?

Dit thema doet me denken aan een tekst die ik graag gebruik in het begeleiden van mensen, een tekst die veel mensen kennen, maar ik schrijf hem hier toch nog even op.

Onze grootste angst is niet dat we ontoereikend zijn, onze grootste angst is dat we onmeetbaar krachtig zijn. Het is ons licht, niet onze duisternis waar we het meeste bang voor zijn. We vragen ons af: wie ben ik dat ik briljant, prachtig, talentvol, fantastisch zou zijn. Wie ben je eigenlijk om dat niet te zijn. Je bent een kind van God. Jezelf klein voordoen dient de wereld niet. Er is niets verlichts aan om te krimpen Opdat andere mensen zich niet onzeker zullen voelen in je buurt. We zijn bedoelt om te stralen zoals kinderen doen. We zijn geboren om de glans van God te manifesteren die in ons is. Het zit niet in sommige van ons; het zit in iedereen. En als we ons eigen licht laten schijnen, geven wij onbewust andere toestemming om hetzelfde te doen. Wanneer wij bevrijd zijn van onze angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch anderen.
Marianne Williamson

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 749
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com