zaadje

de parel in de modder


Ieder kent het beeld van de lotusbloem, die boven het water uitkomt, maar wortelt in de modder in het donker onder het wateroppervlakte. In het Boeddhabeeldje dat ik heb, wordt deze symboliek uitgebeeld rondom de zittende Boeddha. Het is een mooi beeld, maar pas drong dit beeld dieper tot me door, toen ik het kon betrekken op mijn eigen parel, die groeit vanuit mijn eigen modder. Dit jaar heb ik als jaarthema ‘zuiverheid’ en mijn logische neiging is om me dan louter te richten op die delen in mij die zuiver zijn. Paradoxaal genoeg kom ik dan natuurlijk juist mijn onzuivere kant tegen. En dat wil ik niet! Mijn systeem is in eerste instantie gericht op het ontwijken van mijn onzuiverheid, van mijn modder zou je kunnen zeggen. Vanuit mijn egosysteem keur ik dat deel van mezelf af, veroordeel ik dat. Ik scheid in mezelf, maar daardoor ook buiten mezelf, goed en kwaad. Licht is goed, donker is kwaad. Het is de basisstructuur van bijna ieder van ons, waardoor er ongelijkheidwaardigheid ontstaat, scheiding, oorlog zelfs. Ons mensen is goed, de vluchteling is slecht, een gelukszoeker. Wij mensen met een baan zijn goed, die mensen daar zonder baan, met een uitkering, die profiteurs, die lamballen, die zijn slecht. Zo kijken we vanuit afgescheidenheid naar de wereld en bestrijden met vuur en zwaard dat wat we als slecht bestempelen, vanuit de innerlijke projectie van ons eigen kwaad, dat we niet onder ogen durven zien.

Zo binnen, zo buiten. Populisme met hun hedendaagse leiders, zoals Trump, Erdogan, Poetin, om er maar een paar te noemen, is een collectieve verzameling van mensen met deze basisstructuur. Waarvoor het dus kenmerkend is dat de schuld van wat er fout gaat, buiten zichzelf wordt gezocht. De werkelijkheid wordt als louter ellende voorgeschoteld en de schuld hiervan ligt altijd bij de ander, er wordt niet naar het eigen aandeel gekeken. Een paar weken terug had ik plots door dat het basisgevoel van Trump ‘vernedering’ is. Hij voelt zich, zonder dat hij zich daar bewust van is, voortdurend vernederd. Hij stapt uit het klimaatakkoord en zegt dat de VS niet langer meedoet, dat ze zich niet langer laten vernederen door de rest van de wereld. De rest van de wereld lacht ons uit, daar wil hij niet meer aan meedoen. Trump wil wel een nieuw akkoord, maar dan vanuit het uitgangspunt ‘America first’. In plaats van deze vernedering te voelen, blaast hij zichzelf narcistisch op en voelt zich ‘de beste’, ‘de grootste’, de ‘eerste’. Dit is de compensatie voor het niet kunnen voelen van de vernedering, die hem waarschijnlijk als kind is aangedaan.

Zo is het bij iedereen, inclusief ikzelf. We hebben een basisgevoel van verlies aan liefde dat we hebben gemist. Bijna ieder van ons heeft in dat opzicht een trauma. Bij mij is dat gevoel dat ik niet ben om van te houden, bij een ander is dat het gevoel dat er iets niet aan zichzelf klopt, bij weer een ander is het gevoel dat hij of zij slecht is. Dat een slecht mens voelen wordt dan de basis van wat je zou kunnen noemen de valse persoonlijkheid, ons ego. Rond die valse overtuiging van een slecht mens zijn, bouwen zich patronen op als een harnas, die de overtuiging van dat slecht zijn inkapselen, beschermen, omdat dit afschuwelijke gevoel niet gevoeld wil worden. Anders gezegd; er is niet genoeg bewustzijn aanwezig, zeker niet als kind, om dat gevoel toe te kunnen laten. Je kunt in deze wereld de grootste daden verrichten, maar daaronder het gevoel hebben dat er niet van je wordt gehouden, dat je voortdurend vernederd wordt, dat je een slecht mens bent, dat er iets niet aan jou klopt. Je kunt het beeld naar buiten ophouden dat je volmaakt gelukkig bent. Maar daaronder zit een rotte plek, een gat en je doet er alles aan om daar maar niet bij in de buurt te komen. Heel onze structuur is op dit uitgangspunt gebouwd, een structuur die je een valse persoonlijkheid zou kunnen noemen, omdat deze gebouwd is op een leugen. Namelijk de leugen dat je een slecht mens bent, dat je niet bent om van te houden, dat er iets niet aan jou klopt, dat het geluk niet voor jou is weggelegd. Het is dan ook logisch dat we vanuit deze basisstructuur voortdurend zijn gericht om van buitenaf dit vreselijke gat te vullen. Daar is onze economie ook op gebaseerd. We verdienen met z’n allen heel veel geld doordat we onze valse persoonlijkheid in stand houden. Wat wij over het algemeen geluk noemen is het feit dat we ongeveer plus minus een manier hebben gevonden om van buitenaf ons innerlijk gat te vullen. Tijdelijk, nooit volledig, gebrekkig, maar we denken dat het functioneert. En zeggen dat we gelukkig zijn, met ons is niets mis. Dit is mijn leven, dit is de manier waarop ik functioneer. Laat me met rust, kom niet te dichtbij! Anders gaat mijn harnas wankelen, komen er scheurtjes in mijn zorgvuldig opgebouwde structuur. Als we echter kunnen kijken vanuit het nieuwe bewustzijn, dat in ons geboren wordt, dan is juist dat wat we het meeste vermijden en bestrijden, onze redding, de ingang naar werkelijk innerlijk, standvastig geluk. In alles zit een barst, dat is waar het licht naar binnen komt, zei Leonard Cohen.

Het is voor mij echt een groot inzicht om te beseffen dat met de parel ook de modder is gegeven in mijn leven. Dat ik niet het slachtoffer van deze modder ben, niet hoef aan te klagen wie hier allemaal de oorzaak van zijn en ook de ander niet hoef te redden van zijn modder. Zonder modder namelijk geen parel. De parel zit verpakt in de modder. Het enige dat ik hoef te doen is de modder in mijn leven onder ogen zien, beetje bij beetje het gevoel toelaten dat bij deze modder hoort. En als ik dat doe, me open stel en tegelijkertijd vraag naar een innerlijk antwoord, word ik eigenlijk altijd geraakt. Kom ik in contact met wat je mijn parel zou kunnen noemen, mijn essentie. De werkelijkheid die zegt dat ik wel ben om van te houden, dat ik, zoals ieder van ons, het meest geliefde kind ben. Dat ik een goed mens ben. Dat ik in mijn onvolmaaktheid, volmaakt ben, dat alles aan mij klopt. Dit is de plek waar ik van binnenuit kan groeien en de mens kan worden die ik oorspronkelijk ben. Niet in afgescheidenheid, maar in verbinding. Zoals een lotus groeit vanuit de modder en iedere plant begint te groeien vanuit het zaadje in de donkere schoot van de aarde.

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com