vlinder

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

vijf levenslessen mij aangereikt vanuit het dagelijks leven

Bijzonder en ontroerend wat mijn innerlijk werk me de afgelopen maanden heeft gebracht. Soms denk ik wel eens wat gebeurt er nu eigenlijk, het lijkt wel of mijn groei stil staat. Maar dan plotseling wordt duidelijk dat er van binnen heel hard wordt gewerkt om mij te verbouwen tot een nieuwe mens eigenlijk. Het ontroerende en wonderbaarlijke is dat ik niet mezelf bouw, maar dat ik wordt gebouwd, wordt geschapen van binnenuit. En het lijkt alsof dagelijkse gebeurtenissen worden gebruikt als middel en spiegel voor deze groei van mij als mens.

Ik hoef niet mijn best te doen om aantrekkelijk te zijn. Eerst was er begin mei Pinksteren. Op die zondag waren we met een aantal mensen bij elkaar om aan de hand van een thema ons zelf en elkaar te inspireren. Het thema was de vraag welk beeld je van de toekomst hebt, als je helemaal mag zijn wie jij bent, als binnen en buiten in elkaar over lopen, waar je naar toe groeit vanuit wie je nu bent en waar je nu al naartoe bent gegroeid. Het mooie is namelijk dat dit beeld, deze blauwdruk waar je naartoe groeit, iets is wat heel dichtbij ligt en niet iets wat ver af staat, een afgescheiden beeld dat je bv. heel rijk bent, op een zonovergoten eiland woont, alles kunt kopen wat je zou willen. Nee, het is veel eenvoudiger. Ik zelf kwam op het beeld van een tuin zoals Pluk&Plenty waar ik dan ben, met nadruk op BEN en dat er van daaruit mensen op me af komen, dat ik die aantrek. Die mensen lopen dan een tijdje mee in een weekprogramma dat ik aanbied met meditatie, gesprekken, werken in de tuin. Een beetje als een pop-up klooster, waar je niet hoeft in te treden, maar waar je gewoon je eigen leven hebt en meeloopt met een programma. Ik deelde dit beeld met de groep en de vraag die werd gesteld was welke stap ik nog zou moeten zetten om dit beeld te realiseren. Wat in me opkwam, raakte me, namelijk dat ik niet zo mijn best hoefde te doen om mensen aan te trekken, maar dat ik gewoon mensen aantrek vanuit wie ik ben. En daarna kwam ook nog in me op dat dit beeld, dit toekomst beeld zich als vanzelf gaat realiseren. Ook daar hoefde ik niet mijn best voor te doen!! Als een plant die uitgroeit vanuit zijn blauwdruk. Het woord dat nu in me opkomt is vertrouwen. Vertrouwen dat ik goed ben zoals ik ben en dat ik vanzelf mensen aantrek die bij mij passen.

Onze hond Heppie als spiegel voor mijn eigen basis. Een aantal weken later hadden Gebi en ik een afspraak met onze hond Heppie bij onze hondentrainer in de Ardenne. Het was een soort check-up, omdat Heppie wat oude klachten had. De hondentrainer heeft een methode om te kijken hoe het zit met Heppie’s basis. Daar kwam een hele rake waarneming uit, die me raakte. Heppie heeft een onveilige basis en heeft de neiging om die zelf op te lossen. Hij heeft een groot zelfoplossend vermogen, maar verliest daardoor wel het contact met ons, gaat uit relatie, raakt geïsoleerd en krijgt dan zijn oude klachten. Conclusie was dat Heppie het eigenlijk altijd nodig heeft om te ervaren dat wij er voor hem zijn, door hem te knuffelen, bepaalde oefeningen te doen. Maar bv. ook door hem niet onbegrensd los te laten lopen, maar met een riem van 5 meter. Zo houdt hij altijd het gevoel dat hij verbonden is met ons. We gingen dit oefenen in een prachtig bos in de Ardenne en het was heel zichtbaar dat Heppie hier erg van genoot. En wij met hem. Het mooie was eigenlijk dat ik mezelf in dat beeld dat de hondentrainer gaf over Heppie gaf, herkende. Ook ik heb een onveilige basis en zal altijd aan mezelf moeten werken, aandacht aan mezelf moeten besteden om voor mezelf een veilige basis te scheppen. Door te mediteren, door met mijn aandacht naar binnen te gaan en daar te vragen om antwoorden op vragen of gevoelens die ik heb. Zo spiegelt Heppie mij en mijn eigen basis van waaruit ik als mens groei.

Hoe mijn dochter Moon mij hielp om mijn eigen schooltijd anders te bekijken. Daarna kwam er een periode dat onze dochter Moon vastliep op school. Dat speelt al een paar jaar, waarbij we haar steeds stiller, meer teruggetrokken, ja, depressiever zagen worden. Er was steeds minder ruimte voor haar creativiteit, heel pijnlijk eigenlijk. Op een avond had ze een soort van comming-out, waarbij ze in tranen vertelde dat ze anders was, anders wilde leren dan op school, dat haar hersenen stil stonden etc. Ze had geen burn-out, maar een bore-out. Vanaf dat moment zijn wij als ouders met haar op zoek gegaan naar de meest passende leeromgeving, bezochten enkele scholen, Roermond, Turnhout, Goirle, Veldhoven. Wat mij het meeste raakte, was dat Moon voor mij een spiegel vormde van mijn eigen jeugd en het vastlopen op school. Ik begon op gymnasium, atheneum, havo, ging ongemotiveerd niet meer naar de lessen en moest na 4x te zijn blijven zitten van school af. Onbewust heb ik altijd gedacht dat ik had gefaald, mislukt was. Maar door de situatie met Moon kon ik nu zien dat het niet kwam omdat ik faalde, maar dat ik net als zij anders was. Dat ik niet paste in het schoolsysteem en een andere leeromgeving, een andere leerweg nodig had dan die deze school in Terneuzen mij niet kon bieden. Ik kon door Moon met breder en liefdevoller zicht naar mezelf kijken, vanuit eigenwaarde i.p.v. minderwaarde. Bovendien is het heel mooi om mijn dochter op haar weg te kunnen ondersteunen, haar te kunnen geven wat mijn ouders niet mij niet konden geven. Ik weet nog goed dat mijn vader aan de achtertafel zat met twee laarzen in zijn handen en na mij 6 jaar te hebben laten ploeteren, boos zei dat ik nu dan maar moest gaan werken.

Het is aspect van het groeien als mens dat ik nu van binnenuit met andere ogen naar mezelf en mijn verleden kan kijken, vanuit liefde voor mezelf eigenlijk, dat langzaam in mezelf wordt opgebouwd. Een nieuwe ik, een nieuwe mens, die in ieder van ons in potentie aanwezig is. Zoals de vlinder in een rups verborgen zit.

Hold your horses! Met het warmer worden van het weer werden mijn hormonen geactiveerd, mijn libido. Wat er gebeurde is dat ik in een oude groef, een oud patroon terecht kwam zoals ik vroeger met mijn seksueel verlangen omging, namelijk op een afgescheiden, geïsoleerde manier. In mijn hoofd, in mijn fantasie. En dan vanuit dat onbegrensde beeld kijk ik naar de werkelijkheid en wil dat een vrouw aan dat specifieke beeld voldoet. Ik maak dan een plaatje van hoe het seksueel contact met de ander moet gaan en benader op die manier ook mijn partner. Haar reactie is dan altijd dat ze dicht gaat, zich juist terug trekt. Logisch natuurlijk want ik maak geen contact met haar, maar alleen met het beeld in mijn hoofd. Wat nu nieuw was dat ik hier met nieuwe ogen naar kon kijken. Het was net of ik in deze oude groef werd gebracht om er met breder, liefdevoller zicht naar te kunnen kijken. Ik kon nu zien waar deze groef was ontstaan, nl. in mijn jeugd, waar ik me onbewust heel eenzaam en afgescheiden voelde en vluchtte in mijn fantasie om dat gevoel maar niet te hoeven voelen. Een logische, maar beperkte oplossing van mijn oude systeem.

Nu, meer dan 30 jaar later, kon ik die eenzaamheid wel voelen! En ik kon nu ook de waarde zien van de lange liefdesrelatie van bijna 20 jaar met Gebi waarbij de liefde er voor gezorgd heeft dat dat onbegrensde libido een vorm gevonden heeft in de specifieke vorm die Gebi en ik opgebouwd hebben. Die altijd zijn grens heeft, omdat wij beiden mensen zijn met onze eigen geschiedenis, ook op dit vlak. En die vorm van Gebi en mij is aantrekkelijk, die werkt, omdat die van ons is! Ik had nu een alternatief voor die oude groef en voelde heel duidelijk dat dat oude spoor doodliep. Ik kon dit vanuit mijn nieuwe ik voelen en beslissen. Mijn nieuwe ik vanuit eigenwaarde en liefde voor mezelf. Ik kon de oude groef loslaten en kiezen voor de vorm die ik in mijn relatie met Gebi heb opgebouwd. Ik kon dit ook allemaal met haar bespreken in alle openheid en zo was het voor beiden ook weer een nieuwe keuze.

Ik vind het zo mooi en ontroerend hoe dit alles van binnenuit wordt geregisseerd. Ik word van binnenuit met een hele liefdevolle hand gevormd tot de mens die in mij zit. Die ik al ben, maar zich steeds meer manifesteert. Vanuit overgave en niet vanuit controle!

Het herkennen van wat wij als slecht bestempelen is voldoende. Wat me ook ontroerde was een prachtige droom die ik had deze week als een boodschap van ondersteuning in mijn groeiproces van binnenuit.

Er is een soort parfum, dat als je dat inademt, je slechte kant versterkt wordt en je de neiging hebt een misdaad te plegen. We zitten op een grote boot met 2 slechteriken. Een van hen ademt het parfum in. Ik waarschuw de rest van de passagiers om de twee te gaan zoeken. Ik ontdek ze, ze komen langs, vermomd, maar ik herken ze. Er zijn een aantal mensen die al door hun zijn beïnvloed, maar de meeste mensen geloven me; dit zijn slechteriken. Alleen ze worden gewoon weer losgelaten op de boot waar niemand af kan. Ik protesteer en probeer duidelijk te maken dat ze van de boot af moeten of moeten worden opgesloten. Alleen herkenning is niet genoeg…

Ik vertelde deze week de droom aan mijn begeleidster en kreeg tijdens het vertellen plots door de prachtige betekenis die hierin zit. We kregen het namelijk over de bus van Gurdjeff die dit als beeld gebruikte voor onze situatie als mens die in slaap is, in slaap van de nieuwe mens die als een vlinder in ons verborgen zit.
In de bus zitten allerlei passagiers als delen van onze persoonlijkheid die de plaats van de chauffeur willen overnemen, je zou dat ons ego kunnen noemen. Steeds zit er weer een andere passagier op de plek van de chauffeur, zoals mijn libido dus die de sterke neiging heeft om het van me over te nemen. Seksualiteit is een zeer krachtige energie! Gelukkig werd mijn chauffeur wakker en had door dat dit een doodlopende weg is.

De droom over de boot was hetzelfde beeld van mij als mens met verschillende delen. Het parfum, zei mijn begeleidster,  is vluchtig en staat voor de valse overtuigingen die ik over mezelf heb en door mijn beperkte bewustzijn ben gaan geloven. Zo dacht ik onbewust dat mijn seksualiteit slecht was. Minderwaardig. In het gesprek over deze droom met mijn begeleidster werd me plots duidelijk dat herkenning, ontmaskering voldoende is. Als ik mijn verdwaalde ik herken, ik dus weer de plek aan het stuur oppak, gaat de passagier vanzelf op zijn plaats terug zitten. Hij hoeft niet de bus of boot af. Dat laatste is mijn reactie vanuit angst en houdt daarmee de dualiteit van goed en slecht in stand. Maar het slechte is herkend en ontmaskerd. Ik hoef niet bang te zijn. Dat vond ik zo liefdevol! Vooral omdat dit een boodschap was van binnenuit op mijn persoonlijke weg van menselijke groei.

pasen verandert ons van een rups in een vlinder

Veel mensen zullen het huidige ontwikkelingsstadium van de mens anno 2018 beschouwen als een eindstadium. Voor de seculiere, wereldlijke, moderne mens, die zich heeft verlost van het oude, in zijn ogen achterlijke geloof, ligt de toekomst in het verder ontwikkelen van computers en robots, die de eigen gebreken en onvolmaaktheid en daardoor zijn lijden kan oplossen. Hierbij ziet deze mens niet de eigen blinde vlek, namelijk dat hij in de wetenschap en technologie in feite een nieuw geloof heeft ontwikkeld, waarbij de redding buiten zichzelf wordt gezocht. Net als het oude geloof, waar ze zo’n afkeer van heeft. De Verlichting van de 18e eeuw ziet deze mens als het ontwaken van het denken, wat voor zijn geloof dezelfde betekenis heeft als de geboorte van Jezus voor de gelovige. De Oerknal is voor de seculiere mens het nieuwe scheppingsverhaal. En Darwin, dat is de opperpriester van de wetenschap, die met zijn evolutietheorie nieuwe zin en betekenis geeft aan ons leven op aarde. In die zin is er eigenlijk niet zoveel veranderd. De moderne mens die zijn verlossing zoekt in de wetenschap, met de wetenschappers als priesters waar zij heilig in geloven tegenover de oude gelovige, die zijn verlossing zoekt in het geloof buiten zichzelf.

Misschien ligt wat waar is wel in het midden van wat de seculiere mens en de oude gelovige mens gelooft, namelijk dat de verlossing buiten zichzelf te vinden is. En misschien is wat waar is wel een schat die verborgen is in het Pasen dat we dit lange weekend vieren. Ieder tegenwoordig op zijn of haar eigen manier. Paaseieren zoeken, het bezoeken van familie, van tuincentra, naar de kerk gaan en het kijken naar het Passieverhaal op televisie, waar maar liefst 3 miljoen mensen op afstemden. Gisteren kon ik in mezelf ervaren dat Pasen niet iets is buiten mezelf, maar dat dit een gebeurtenis is die zich in mij afspeelt. Als onderdeel van mijn mens zijn. Als onderdeel van mijn evolutie als mens zelfs. Het is geen uiterlijke waarheid die je met harde feiten kunt bewijzen, maar een innerlijke waarheid, die je kunt ervaren.

Pasen is voor mij de mogelijkheid die in ieder mens aanwezig is om van een rups een vlinder te worden. Als een zaadje dat deze lente ontkiemt en boven de grond komt. Het punt is echter wel dat deze rups daarvoor moet sterven, anders kan het geen vlinder worden. Precies zoals Jezus sterft en weer opstaat uit de dood. De rupsmens en de vlindermens zitten beiden in mij, in ieder van ons. De rupsmens is de onbewuste, eendimensionale mens, die gelooft in het heil buiten zichzelf. Of deze nu van de wetenschap komt of van het oude geloof. Het is de materiële mens, die leeft aan de buitenkant. De mens die zich aanpast aan wat anderen van hem verwachten, ouders, leraren op school, de baas op het werk. Maar die ook boos is en de schuld van zijn lijden buiten zichzelf legt. Hij is slachtoffer en aanklager tegelijkertijd. Hij houdt een beeld op, een image dat boven alles overeind moet blijven. Hij leeft het leven van anderen, niet van zichzelf. Zijn liefde is voorwaardelijk, een berekening, een lijstje. Oog om oog, tand om tand. Hij is gericht op de groep, op het collectief, maar is vanbinnen eenzaam. Maar kan dat niet voelen. Hij doet er alles aan om niet te voelen. Zijn minderwaardigheid blijft verborgen achter zijn masker, zijn harnas.

Toch ligt in deze rupsmens de vlinder verborgen en kan het zo maar zijn dat hij hierin ergens in zijn leven wordt geraakt en daardoor herinnert wie hij werkelijk is. Als de rupsmens 10 procent is van ons mens-zijn, is de vlinder de volle 100 procent. De vlindermens heeft op een kwetsbaar moment contact ervaren met wie hij in wezen is en kan worden. Hij volgt de potentie, de droom die hij nu al is. Deze droom ligt dichtbij en niet ver weg, zoals bij de rupsmens, die droomt van verre landen, mooi weer, een lui leventje, veel geld, alles kunnen kopen. Een droom buiten hem zelf. Een illusionair beeld van geluk, dat niets te maken heeft met waar ieder mens op zijn eigen manier gelukkig van wordt. Voor de vlinder mens ligt dit geluk, deze droom heel dichtbij, is eenvoudig, vervullend. Hij leeft vanuit zijn of haar verlangen, waar hij blij van wordt, stap voor stap. Zoals de vlinder zich langzaam uit de rups ontvouwt. Hij is individu, maar niet als de rupsmens afgescheiden, maar van binnenuit gevuld en verbonden met andere individuen en ervaart de werkelijkheid om hem heen als een eenheid. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn leven en legt niet de schuld buiten zichzelf of neemt geen schuld meer op zich die van anderen is. Hij of zij is vrij, verlost. Van binnenuit, door de onvoorwaardelijke liefde van binnenuit.

Het is voor ons hoofd niet te begrijpen dat er in de werkelijkheid zoals we die met onze zintuigen waarnemen een andere werkelijkheid verborgen zit. Precies zoals Maria Magdalena en zijn leerlingen in eerste instantie niet konden geloven dat het graf van Jezus leeg was en hij aan hen verscheen. Het is voor mij wezenlijk om te zien dat Pasen niet over iets gaat los van mij, een oud verhaal dat is geweest of misschien wel helemaal niet. Pasen gaat juist over mij en de potentie en mogelijkheid die in mij als mens verborgen zit.

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

de rups die wil vliegen

IMG_2982
Het is een steeds terugkerend verschijnsel, dat ik na bijna iedere vakantie, bij het oppakken van mijn verantwoordelijkheden, struikel over wat ik noem mijn bottleneck. De nauwe poort van valse overtuigingen, negatieve overtuigingen, zoals dat ik niet ben om van te houden of er is geen hulp voor mij, dus moet ik sterk zijn en mijn leven alleen dragen. Alles wat ik doe, voelt dan als moeten. Een moeten dat me benauwd, klem zet. En onder de benauwdheid van deze valse overtuigingen (vals omdat ze niet waar zijn), zit een klein, eenzaam jongetje dat liefde heeft gemist. Een jongetje dat bang is, in paniek, hulp en ondersteuning nodig heeft. Liefde, warmte, aandacht. En als ik in mijn functionele moeten zit, laat ik deze liefde voor dat jongetje, voor mezelf los. Dan ben ik alleen nog bezig met de vragen die anderen aan me stellen en waar ik me verantwoordelijk voor voel, wat weer een valse overtuiging is.

Zo ziet mijn persoonlijkheidsstructuur eruit en ik denk dat dit zo is bij de meeste mensen, bij ieder weer in een eigen, persoonlijke variatie. In ons allen is een gat aanwezig, veroorzaakt door een gebrek aan liefde in onze kindertijd, in welke vorm dan ook. Het gat probeert ieder mens in eerste instantie te vullen met iets van buitenaf, door gericht te zijn naar buiten. Deze invulling van buitenaf is niet efficiënt en tijdelijk, niet duurzaam, als een puzzelstukje dat niet past, ook al leven we misschien heel lang in de illusie dat het wel werkt. Totdat we vaak uit wanhoop onze aandacht naar binnen richten en antwoord krijgen vanuit onze essentie. Vanuit een (geestelijke) werkelijkheid waarin geen verdeeldheid of afgescheidenheid heerst, maar eenheid. Dan wordt het gat gevuld met precies datgene wat past. Dan begrijpen we door deze ervaring van essentie dat we zonder dit gat nooit zouden gaan zoeken naar deze werkelijkheid als bodem voor onze diepere en werkelijke identiteit. Dan wordt dat wat we zo vaak proberen te ontwijken, omdat het verdomde pijn doet, een geschenk.

Zolang we vast blijven zitten in de identificatie met ons ego, die de oplossing voor ons gat, ons tekort buiten onszelf zoekt, zijn we als een rups die probeert te vliegen. Misschien hebben we als rups wel gedroomd dat we konden vliegen en proberen we vanuit een oprecht verlangen telkens weer van de aarde los te komen. Hoe groot ons verlangen en doorzettingsvermogen ook is, we zullen er achter moeten komen dat een rups met de instrumenten die het heeft, nooit kan vliegen. We zullen steeds weer te pletter slaan, struikelen over de bottleneck van ons ego. Net zolang totdat we snappen dat de pijn van ons ego de bodem vormt voor het geboren worden van de potentie die in de rups verborgen zit. Niet door de pijn te ontwijken, maar juist door hem toe te laten. De pijn van het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde heeft gemist. Door die pijn innerlijk toe te laten, wordt de weg vrijgemaakt voor een antwoord van binnenuit. En als we dan langzaam dat liefdevolle antwoord leren kennen, leren vertrouwen, kunnen we ons hieraan leren overgeven. Kunnen we onze oude identiteit met valse en negatieve overtuigingen loslaten en gaan inzien wat een prachtig mens we zijn. Dat als we ons meer gaan identificeren met ons geestelijk deel, onze goddelijke oorsprong, dat we tot prachtige dingen in staat zijn. Dan wordt de rups een vlinder, die werkelijk kan vliegen!

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com