vakantie

draaikolk

God is en blijft een beladen woord. Veel mensen hebben God voor hun karretje gespannen en dat geloof genoemd. Het woord God is misbruikt. God is door mensen als reden gebruikt om het meest gruwelijke geweld te plegen. Voor veel mensen, met name in onze samenleving, is het woord God daarom juist een gruwel. Achterhaald, achterlijk zelfs. Bijgeloof. Een vals houvast. Zij hebben God of het woord God niet nodig in hun leven. Zij zijn zichzelf genoeg.

Dat maakt het lastig om dit woord, dit beladen woord te gebruiken. Toch wil ik dat af en toe doen. Ik wil me dat woord niet laten ontnemen. Omdat dat woord voor mij precies uitdrukt wat soms ik wil zeggen. Omdat het precies uitdrukt wat ik soms ervaar. Het woord God heeft voor mij nog een zuivere lading, een zuivere klank. Zoals Etty Hillesum het schrijft; ik kom telkens weer uit bij een het hetzelfde woord God en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Ik had het idee opgevat om in mijn vakantie als inspiratie iedere dag tijdens mijn ochtendmeditatie een psalmenboekje open te slaan en de psalm te lezen die op die betreffende pagina open lag en de zin op te schrijven die me op dat moment het meeste raakte. Het boekje was De Psalmen, vertaald door Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

Dit waren de zinnen die me raakte.

– U bent mijn bescherming.
– Het is uw hand die het voltrekt.
– Dorstend leven heeft hij gelaafd.
– Hij heeft hongerend leven verzadigd.
– Onaangerand bleef ik – gij schraagt mij.
– Uw waarheid zend, uw licht en zij gaan voor mij uit.

Kolking roept kolking op
waar daverend water stort
wieling en waterval
op mij loopt alles storm.

– Niet zal voor immer hij twisten, niet voor eeuwig hij toornen.
– Gij vervulde de wens van zijn hart, wees niet terug de vraag zijner lippen.
– Stond hij mensen niet toe hen te knechten, om hen wees hij koningen terecht.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.
– Gij hebt ons in de engte gedreven, ons met de knelling de lendenen omsnoerd.
– Maar gij leidde ons uit, tot uw volheid.

Tot de aarde komt gij, geeft haar groeikracht, rijkdom geeft gij die zich vermeerdert: want de beek van Gods regen vloeit over. Zó geeft gij het graan zijn begin, schept gij het begin op de akker, drenkt de voren, effent het ploegland, maakt met zware regens het gewillig. En gij zegent wat gaat ontkiemen. En dàn kroont gij het jaar met uw gaven; welig groeit waar gij trad het gewas., heerlijk groent het gras van de steppe en der heuvelen dracht is een feest. Overdekt zijn de velden met schapen, en de dalen dragen het graan.

– Ik verkeer in oprechtheid des harten in het binnenvertrek van mijn huis.
– Om naar zijn verbondseisen te leven, om te onderhouden zijn wetten.

Toen koorden des doods mij omsnoerden, naar mij grepen angsten voor de afgrond, beklemming mij aangreep en pijn, toen riep ik de naam van de Heer aan: “laat mij, Heer, toch het leven behouden!”

– Doch wie zijn rust weet in de Heer, hem zal Gods genade omgeven.
– De Heer ziet uit de hemelen neder, heeft elk mensenkind in het oog.
– Voor u uit gaan genade en waarheid.
– De aarde leeft van de gave uwer schepping en zij allen wachten op u, dat gij voedsel hun geeft telken male.

Bij God is veiligheid. Mijn vrijheid rust in God, mijn eer, mijn onbezweken rots is hij. Bij God alleen verstilt mijn ziel.
Gij hebt uw hand op mij gelegd. Mijn oorsprong was u niet verholen toen ik in het verborgene gevormd werd, als in diepten der aarde ontworpen.

– Gij zalft mij met vernieuwde olie.
– Gij die de Heer zoekt, verblijdt u van harte.
– Die God zoekt, uw hart mag herleven.
– Niet naar onze schulden behandelt hij ons.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.

De laatste psalm die ik in het boekje opensloeg, bevatte de volgende zinnen; alles love de naam van de Heer, hij gebood en het was al geschapen. Dat hij grondde voor altijd en eeuwig, met een maatgang, niet te verbreken.

Wat ik daarna in een moment achter in onze tuin in het bos ervoer, was dat God in alles dat leeft aanwezig is.
In alles dat leeft, is God aanwezig.
In de wind die waait,
in het gras dat groeit,
in die vogel die vliegt,
in de zon die nu
door de wolken schijnt.
In de stem van mijn vrouw Gebi die me roept,
in de muziek die mijn zoon Bo maakt op zijn piano,
in onze hond Heppie die me vraagt om uitgelaten te worden.

Mijn hele vakantie was een grote worsteling met mijn neiging om mezelf te verliezen in van alles en nog wat. Het voor mij bekende rijtje; het laatste nieuws op mijn mobiel, de voetbaluitslagen, muziek, lekker eten, vrouwelijk schoon tijdens deze warme zomer. Ik word hierdoor als in een draaikolk met mijn aandacht naar buiten gezogen. Dan ben ik niet met God gevuld. Dan ben ik niet gevuld met het bewustzijn dat in alles dat leeft God aanwezig is. Daar zit dan een gat. Als een draaikolk die mijn aandacht naar buiten trekt.

Maar datzelfde gat, ontdekte ik nu, is ook het punt van onverdeelde aandacht! Het is een kwestie van met mijn aandacht naar buiten getrokken worden of met mijn aandacht naar binnen gaan. Daarin heb ik een keuze, ook al kost dit soms veel kracht. Hier wordt mijn ik-kracht opgebouwd. Als ik met mijn aandacht naar binnen ga, mijn innerlijke draaikolk onder ogen durf te zien, dan wordt dit gat een nieuwe bodem. Een tempel. De zetel van God. In God is alles één, onverdeeld. In God ben ik aanwezig. Als je God hebt, heb je alles. Is er niets meer nodig. Het feit dat ik dit in mijn onwetendheid, onbewustheid, als afgescheiden mens, niet zie, betekent niet dat dit niet waar is.

PS. Ook al drukt het woord God voor mij alles uit wat ik wil zeggen, dat hoeft voor een ander dus niet zo te zijn. Misschien roept het woord God bij iemand anders juist een negatief gevoel of beeld op. God is geen dogma. Dan zou het woord God wellicht vervangen kunnen worden door bv. Essentie of Hoger Bewustzijn of de Geliefde. In alles dat leeft, is Essentie aanwezig. In Essentie is alles één, onverdeeld. In Essentie ben ik aanwezig. Als je Essentie hebt, heb je alles.
Ook al is dat misschien waar, voor mij raken deze woorden dan niet de kern, die het woord God wel raakt. Maar dat is voor mij.

mijn innerlijk werk had geen vakantie


Mijn vakantie nadert zijn einde, volgende week begint mijn werkzame leven weer. Althans, mijn uiterlijke werk, want mijn innerlijk werk is de afgelopen zomerweken gewoon doorgegaan. Sterker nog, ik moest hard werken om mijn balans te vinden, wat voor mij begint bij het aanvaarden dat ik uit balans ging, behoorlijk uit balans ging, toen ik mijn weekstructuur en woonplek los moest laten om naar Denemarken te gaan. Wat de aanvaarding van mijn disbalans behoorlijk in de weg zat, was het beeld dat ik onbewust maakte van vakantie als periode van louter ontspanning en geluk, zoals dit ieder jaar weer wordt gedeeld door veel mensen op Facebook. Ik voelde me helemaal niet altijd ontspannen en gelukkig, maar meestal onveilig en kwam erachter dat ik me eigenlijk als kind ook al zo voelde. Mijn vader moest en zou 4 weken op vakantie en of wij nu wilden of niet, we moesten mee om te leven als een god in Frankrijk met iedere dag strand, overvloedig eten en drinken. Pas nu kan ik voelen dat ik het toen al moeilijk vond om mijn dagelijkse structuur los te laten en zo lang van huis te zijn, zoals ik dat nu dus ook heb.

Onveiligheid was in deze vakantieperiode dus mijn thema. Het mooie was dat ik ervaarde dat er een paar boeken en films meegingen op mijn innerlijke reis. Ze spiegelden mijn innerlijke reis als een soort reisgenoten. Zo binnen, zo buiten. Het gevoel van onveiligheid vanwege de vakantie bracht me in het gevoel zoals ik me als kind voelde, maakte me weer dieper bewust van het gezin waarin ik geboren ben, de onvolkomenheid ervan. En de pijn, de onveiligheid die ik voelde, maar niet kon voelen, omdat ik nog maar een kind was en de patronen die ik daarom heb ontwikkeld om maar niet te hoeven voelen. Me sterk maken, ik kan het wel alleen, me verantwoordelijk voelen voor mijn omgeving. Iets gaan dragen wat ik niet kon dragen. Precies hierover gaat het mooie boek van Griet op de Beeck, Kom hier, dat ik u kus. De onvolmaaktheid waarin de hoofdpersoon Mona geboren wordt, het patroon dat zij opbouwt om hiermee om te gaan, als de ander maar gelukkig is, en de manier waarop de mensen in haar omgeving omgaan met de grote onmacht in het leven. We worden niet geboren in een volmaakte omgeving.

Net als bomen, waar Peter Wholleben zo prachtig over schrijft in zijn boek Het verborgen leven van bomen. Bomen kunnen op veel extreme plekken groeien. Op het moment dat het zaadje van de boom ontkiemt, is het namelijk zijn hele leven aan deze plek gebonden en moet het het leven daar nemen zoals het komt. De plek waar ze neerkomen, blijkt vaak een flop. Of te donker, of te licht, te nat, te droog. Op een paar plekjes op aarde na, vind je de ideale randvoorwaarden bijna nergens. En zoals het voor bomen is, is het ook voor mensen! En tegelijkertijd is er een soort van ongeschreven handleiding hoe een boom idealiter zou moeten groeien, er uit zou moeten zien. Als een blauwdruk. Deze ideale boom beschrijft Peter Wholleben als volgt; hij heeft een kaarsrechte stam met gelijkmatige houtvezels. Zijn wortels spreiden zich mooi symmetrisch uit naar alle kanten uit en gaan onder de boom de diepte in. De zijtakken aan de stam die in zijn jeugd heel dun waren, zijn nu allang afgestorven en met verse bast en nieuw hout gesloten zodat er een lange, gladde zuil staat. Pas bovenaan vormt zich een gelijkmatige kroon uit sterke, naar boven wijzende takken, die eruit zien als armen die zich uitstrekken naar de hemel. Er kan van alles gebeuren in het leven van een boom, qua omstandigheden, maar steeds groeit de boom verder vanuit die innerlijke blauwdruk van het ideale beeld van zijn boom. En zo is het dus ook met ons mensen, we worden niet geboren in ideale omstandigheden, soms verre van dat, maar als we ergens al is het maar een millimeter, contact houden met ons ideale, innerlijke beeld, dan groeien we vanuit deze onvolmaakte grond toch verder naar dat ideale beeld. Het is er beiden, de onvolmaakte grond waarin we worden geboren en het ideale beeld van onszelf als mens. Zo maakt ook Mona in de roman van Griet op de Beeck aan het einde keuzes die recht doen aan wie zij als mens is en niet vanuit de aangeleerde patronen zoals ze als kind met de voor haar onvolmaakte gezinssituatie moest omgaan.

De film Lion, die ik voor de tweede keer zag afgelopen weekend, vertelt de indrukwekkende reis van het jongetje Saroo, dat in India verdwaalt en wordt geadopteerd door een Australisch echtpaar. Op het moment als hij midden 20 is en gaat studeren, wordt hij geraakt in zijn verlangen om op zoek te gaan naar zijn echte moeder en broer. Het moment dat hij zijn moeder daadwerkelijk vindt, het verhaal is echt gebeurd, is prachtig en raakte me in mijn eigen verdwaald zijn van de liefde, de onvoorwaardelijke liefde die uiteindelijk de bron is van mijn leven en het terugvinden daarvan. Telkens weer, want vlak voor mijn vakantie dacht ik toch echt dat ik het nu gevonden had en niet meer zou verliezen. Door het te verliezen namelijk, kan ik weer intens ervaren dat ik gevonden word. Ik kon door deze film ervaren dat deze liefde de bron, de basis is ook van de liefde tussen mijn ouders en van het geboren worden van mij bij deze ouders, ook al konden mijn ouders door wat zij zelf hebben meegemaakt in hun leven, die liefde niet altijd ervaren en vorm geven. Het is die liefde die mijn ouders vergeeft, die mijn onvolmaakte omstandigheden vergeeft, heelt, zuivert, schoonmaakt. Stukje bij beetje. En dat is de werkelijkheid waarin ik terecht kom aan het einde van deze innerlijke reis van mijn vakantie. Dat er tegelijkertijd die liefde is, die onvoorwaardelijke liefde als bron, maar ook de onvolmaakte omstandigheden, de onvolmaakte grond waarin ik geboren ben. De liefde doet licht schijnen op die onvolmaaktheid. Het is er allebei. Het een maakt het ander helder. Licht en donker. Hemel en aarde. Deze vraag neem ik dan mee na mijn vakantie in mijn werkzame leven met werk en gezin; hoe verhouden deze twee lagen zich tot elkaar. Die geestelijke, onvoorwaardelijke laag van liefde, die de oorsprong is van al dat leeft en de aardse, onvolkomen laag, die soms zo’n pijn doet en me onveilig doet voelen?

welkom in de cirkel van liefde

IMG_64221 juli 2015

Het is een perfecte zomerse dag als we naar Terneuzen rijden door het Zeeuwse landschap. De zwoele wind waait langs mijn huid door het autoraam dat half open staat. Het vlakke land is wijd en de hemel schildert diverse wolkenpartijen die spelen met het zonlicht. Een groepje fietsers rijdt over de dijk. Er is geen enkele reden om niet gelukkig te zijn en toch zit ik gevangen in de klem van mijn ego. Het lijkt of de vakantie en het gebrek aan werkritme juist ruimte geeft aan dit gevoel van benauwdheid, dit lijden aan mijn conditionering dat ik zo goed ken. Het is mijn lot dat ik mijn ego niet als vervullend ervaar, de grens hiervan voel, de afgescheidenheid, maar nog niet de volledige verlossing van mijn essentie kan toelaten. Ik zit op de grens tussen ego en essentie, daar waar mijn ziel geboren wordt.

Door dit lijden, dit niet van de wereld zijn, kan ik niet anders dan mijn aandacht naar binnen richten, de cirkel van liefde binnen gaan. Daar waar ik de wortels van mijn ego mag leren kennen. Het is namelijk steeds dezelfde beklemming, steeds dezelfde bottleneck, die wordt aangereikt om mezelf steeds beter te leren kennen. Te aanvaarden wie ik ben. Ja, zelfs te leren houden van wie ik ben. Ook van mijn minder mooie kanten, mijn onzuivere, mijn lelijke kanten.

Ik moet denken aan een tekenoefening die ik pas deed met de groep van dagbestedingsproject Natuurlijk Werken. De opdracht luidde als volgt. Pak een vel papier en een doos potloden. Zoek iets in de natuur dat je wilt natekenen. Zet je er tegenover en kijk goed naar wat je wilt tekenen. Met andere woorden ga er een relatie mee aan. Vaak kijken we naar iets vanuit het beeld dat we hebben vanuit het verleden, dan kijken we niet echt en we gaan geen relatie aan met dat andere. Ik tekende een mooie, wilde plant na en werd me tijdens het tekenen bewust dat het niet gaat over het natekenen van iets moois, zoals dat plant die ik nu teken. Maar dat dit relatie aangaan ook kan met iets wat lelijk is. Het gaat om het objectief aangaan van de relatie, niet om het subjectieve oordeel of iets mooi is of niet. God gaat een relatie aan met alles dat er is, of het in onze ogen nu mooi is of lelijk. Want dat is mijn moeite, het houden van mijn ego en de kenmerken daarvan die niet zo mooi of zuiver of goedaardig zijn.

27 juli 2015

Het is een mooie plek hier in Maurenne, een gehucht met een klein kerkje, maar zonder winkels. Boodschappen doen we in Hastière aan de rivier de Maas. We lopen dagelijks met de hond door het bos en weiland met paadjes die begroeid zijn met distels (zoals de prachtige kaardebol, die ik ook nog toevallig slik voor de lyme-bacterie die ik aan het bestrijden ben) en wilde kruiden zoals st. Janskruid, oregano en kamille, die we plukken voor in de thee. Ook al is het niet echt stralend zomerweer, toch kan ik elke dag zwemmen in het zwembad in de tuin van het huisje, waar ik erg van geniet. Vanmiddag rijden we langs de Maas naar Dinant.

Ik voel me ver van huis niet helemaal veilig, unheimlich. De kunst is dan om aanwezig te blijven in mijn disbalans. Compensatie van mijn ego helpt niet en de bevrijding is er ook nog niet. Ik mag vertrouwen dat er van binnenuit een antwoord komt, in het nu. In de volledige, onverdeelde aandacht in het nu dient zich de oplossing aan. Op de bodem van de beklemming, van de vernauwing. En ook al heb ik dit al zo vaak meegemaakt, toch is die overgave aan het moment telkens weer nieuw. Zoals nu in de Belgische Ardenne. Ik word met mijn innerlijke aandacht teruggebracht naar het begin van mijn leven, naar de niet stabiele situatie van mijn jonge ouders. Mijn vader moest werk zoeken aan land, na 10 jaar op zee gevaren te hebben, dus verhuisden we van Bergen op Zoom naar Zeeuws Vlaanderen en ik als baby werd meegenomen. Toen werd mijn zusje Marion geboren. Ze was gehandicapt en leefde maar 2 jaar. Dit drama konden mijn ouders maar moeilijk verwerken. Het was alsof we alle drie op een eilandje terecht kwamen. Ik bijvoorbeeld met mijn ego-overtuigingen dat ik sterk moet zijn en geen behoefte mag hebben. Nu voelde ik op de bodem van mijn bottleneck dat vanuit het Hoger Bewustzijn de onvoorwaardelijke liefde aanwezig was. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn ouders. En het woord dat hierbij past als een soort sleutelbegrip is troost als kwaliteit van deze onvoorwaardelijke liefde. Er was troost, maar we, mijn ouders,  konden het op dat moment niet toelaten. Troost is een hele mooie kwaliteit, want het maakt de feiten niet mooier dan ze zijn en het neemt geen verantwoordelijkheid over. Het is aanwezig als kwetsbaarheid kan worden toegelaten. Iets wat voor het ego niet makkelijk is, want dan moet het buigen.

Na dit antwoord op mijn lijden hier in de Ardenne, dat me van binnenuit wordt aangereikt, kan ik voelen dat alles een geschenk is (en geen eigen verdienste). Mijn conditionering is een geschenk, hoeveel last ik daar ook soms van heb. Mijn lijden aan deze conditionering is een geschenk, hoeveel last ik ook hier soms van heb. De genade en het antwoord van binnen uit op dit lijden is een geschenk. En het op mijn manier en in mijn mate ervaren van het Hoger Bewustzijn is een geschenk, met de zuivere kwaliteiten zoals geluk, vreugde, dankbaarheid, liefde. Dat alles is het gevolg van mijn groei als mens, zoals het voor een plant geen prestatie is of verdienste is om te groeien, maar het gevolg van de vruchtbare voorwaarden van de plek waar hij op dat moment staat. Ik moet hierbij denken aan het verhaal van Jezus over de zaaier en het zaad.

Telkens opnieuw ervaar ik dat mijn menselijk lijden de ingang is naar mijn geestelijk deel, het Hoger Bewustzijn, de onvoorwaardelijke liefde, mijn essentie, God of hoe je dat zelf ook wilt noemen. En toch worstel ik vaak met mijn lijden. Zeker als het vakantie is en het collectieve beeld is dat je toch gelukkig moet zijn op vakantie, zoals de vele foto’s op Facebook laten zien. In dat beeld en in het ego-beeld dat ik van mezelf heb van dat ik sterk moet zijn, vindt mijn lijden maar moeilijk een plaats, mag het er eigenlijk niet zijn. Zoals het lijden er in ons collectief vaak ook niet mag zijn, lastig is. We plakken er een etiketje op, een diagnose en noemen het een stoornis die behandeld dient te worden of onderdrukt moet worden met een pilletje. We mogen ons lijden niet voelen.

Victor Frankl schrijft in zijn boek De zin van het bestaan daar het volgende over: De opvatting dat het streven van de mens naar de zin van het leven, of zelfs zijn twijfel aan die zin, steeds voortkomt uit, of het gevolg is van een geestelijke stoornis, moet ik met grote stelligheid van de hand wijzen. Existentiële frustratie is op zichzelf pathologisch noch pathogenisch van aard. De bezorgdheid van een mens, zijn wanhoop zelfs, over de zinloosheid van zijn leven is een spirituele nood, maar beslist geen geestesziekte. Wanneer een medicus deze eerste gesteldheid van de patiënt interpreteert in termen van de tweede, kan het gebeuren dat hij de existentiële wanhoop van zijn patiënt begraaft onder een berg verdovende middelen. Zijn taak is echter, de patiënt te helpen deze existentiële groei- en ontwikkelingscrisis boven te komen.

14 augustus 2015

Het is half 10 op deze mooie vrijdagavond half augustus als ik nog de hond uitlaat en door de natuur van Landgoed Nieuwkerk van ons huis naar de moestuin van Pluk&Plenty loop. Ik vind dit een van de mooiste momenten van de dag. De zon is al een tijdje onder, zodat de natuur niet langer verlicht wordt door deze lichtbron. Toch is het alsof de bomen, de planten, het riviertje dat hier stroomt licht geeft. Van binnenuit. Alsof de natuur op dit moment het licht teruggeeft, dat het de hele dag heeft ontvangen. Misschien is het aan het einde van mijn leven net zoals aan het einde van de dag. Dat ik van binnenuit het licht van de liefde teruggeef dat ik mijn leven heb ontvangen. Het is mijn grootste wens om de liefde die er voor me is, te kunnen ontvangen, om me niet door de valse overtuigingen van mijn ego uit de cirkel van liefde te laten brengen. Maar te weten dat er onvoorwaardelijk van me wordt gehouden en ik ten alle tijden welkom ben in die cirkel van liefde, die er voor ieder van ons is.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com