Rumi

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

het zaadje heeft het donker nodig om te groeien

IMG_5485
Vorige week plantte ik peulen en kapucijners in de moestuin van Pluk&Plenty. Toen ik de kleine zaadjes in de grond stopte, besefte ik, zoals ieder voorjaar, dat groei altijd begint in het donker. Dat geldt voor planten, die eetbare vruchten voortbrengen, maar ook voor mensen. Dit is een wetmatigheid in de natuur, waar wij als mens onderdeel van uitmaken. Toch vermijden of onderdrukken we vaak met alle macht het donker, dat deel in onszelf dat we liever niet willen zien. Terwijl het zo is dat net als bij planten, daar in het donker ons eigen groeizaadje zit. De kunst is nu om met onze aandacht, het licht van onze aandacht naar binnen te gaan om dat zaadje te vinden, aan te raken, waardoor op dat punt onze innerlijke groei begint. Pas daar, op dat essentiële punt, vinden we het geluk en de liefde die we nodig hebben. Deze liefde is onvoorwaardelijk, want we worden lief gehad op het punt waar we zelf het grootste oordeel over hebben. Daar waar ik me schuldig, slecht, minderwaardig, lelijk of noem maar op, voel. Die overtuiging, die vaak diep in ons onderbewustzijn zit verborgen, kan massief zijn. Het kost veel moeite, veel innerlijk werk om deze massieve blokkade te verzachten, zodat de rivier die hier in zijn stroom is geblokkeerd, verder te laten stromen. Het kost veel moeite, omdat donker pijn doet en vaak zo lastig is om te voelen.

Deze innerlijke weg, dit proces van verzachting en overgave van binnen is een heilige weg. Heilig, omdat het een intiem samenspel is tussen ieder van ons en de liefde om ons heen. Mystici zoals Rumi, Hadewijch, Etty Hillesum, maar ook de schrijver van de psalmen in de bijbel spreken over dit samenspel, deze overgave aan de liefde, de relatie met de liefde. Veel hedendaagse liefdesliedjes kun je ook projecteren op deze innerlijke relatie. Afgelopen donderdag was ik met mijn broer en moeder (tgv. haar 70e verjaardag) bij Soldaat van Oranje, de musical. Er kwam een liefdesliedje in voor; Mijn weg naar jou.

‘k Heb nooit op ‘n liefde met jou durven hopen
Maar het toeval heeft anders beslist
Ik heb jou een heel leven gemist
Want ik was al op weg naar jou
Ik ben altijd op weg naar jou
Zolang ik adem en leef
Vouw ik mijn zwervende hart om je heen.

Het is het punt in onszelf waar licht en donker samenkomt, waar licht geen oordeel heeft over het donker, waar licht het donker doet smelten. Dit liefdespunt in onszelf is niet alleen voorbehouden aan mensen die wij mystici noemen. Ieder van ons kan op zoek naar dit punt en een relatie opbouwen met zijn of haar geestelijk deel. Dit punt wordt in mij langzaam ontdekt, beetje bij beetje wordt iedere donkere plek in mij aangeraakt. Tot al het donker in mij is opgelost? Of is dit weggelegd voor de laatste overgave tijdens mijn sterven?

We geloven vaak dat jij, en dan bedoel ik die andere, sterfelijke mens, mij de liefde geeft die ik nodig heb. Zonder jou kan ik niet leven. Het is de kern van onze verslaving aan van alles en nog wat buiten ons. Een partner, een guru, auto, werk, televisie, spullen etc. Mijn leegte wordt opgevuld, tijdelijk, want al snel heb ik het volgende nodig. Deze leegte kan alleen werkelijk worden opgevuld door de intieme, geestelijke liefde, waarvan alle materie is doordrenkt, inclusief ikzelf.

Maria Hillen schrijft in haar boekje over Jezus, Een daad van liefde; Altijd staat voorop dat de mens de heelheid (liefde, geluk TR) zoekt. En de heelheid in zichzelf moet leren vinden. Te veel is de mens afhankelijk en legt hij zijn heelwording bij de ander neer. Ik zeg jullie: Nooit, nooit mag je jouw heel-zijn koppelen aan de ander. Nooit mag je verwachten dat jouw heel-zijn jou door de ander gegeven kan worden. Wel is het zo dat als mensen in gelijkwaardigheid naar elkaar toe gaan en er in gelijkwaardigheid een uitwisseling plaatsvindt, de mens tot heelheid komt.

Alleen; durf ik deze liefde toe te laten, in mezelf op te nemen, in en uit te ademen? Ja, beetje bij beetje, niet helemaal, te verkrampt dat ik ben. Maar mijn verlangen is groot en ligt als een zaadje in mij verborgen en groeit met de juiste omstandigheden, de juiste voeding, naar het licht toe.

Jezus zegt dat het zaadje eerst moet sterven om vrucht te dragen. Ik denk dat dit betekent dat het geen zin heeft om in de illusie van geluk, schoonheid (plastisch chirurgie), vrijheid, onafhankelijkheid te blijven geloven als je dit ook niet met huid en haar leeft. Anders blijft het een beeld vol potentie, maar het blijft een beeld, buitenkant, heel mooi wellicht, maar niet levensvatbaar. Alsof het zaadje blijft dromen van de prachtige plant die hij in zich heeft. Maar het zaadje zal toch echt eerst in het donker gepland moeten worden, om vanuit die donkere plek de kracht te ontwikkelen om naar boven, naar het licht te groeien. Met de zwaartekracht als tegenkracht, die ook altijd nodig is om te groeien. De noodzakelijke tegenkracht die zich uitdrukt in alles dat zich verzet tegen onze individuele groei of dit nu mensen zijn of instanties. Houd moed, durf deze weg te gaan, zou ik zeggen. Zoek medereizigers op deze ontdekkingstocht naar binnen!

Het lijkt namelijk een tijd te zijn dat het ook collectief nodig is dat individuen de weg naar binnen durven gaan. Om onze gehechtheid met het materiële los te laten en ons meer te identificeren met ons geestelijk deel. Om het punt in onszelf te vinden waar licht en donker bij elkaar komen, waar de persoonlijkheid en essentie elkaar ontmoeten. Het is het punt waar onze autonomie, onze zelfbeschikking, onafhankelijkheid en keuzevrijheid begint. Deze begint van binnen, in ieder van ons als individu. Van daaruit wordt een nieuwe mens geboren en vanuit die mens een nieuwe samenleving. Een samenleving die een vruchtbare bodem vormt voor mensen om te groeien vanuit de enorme, geestelijke potentie die ieder in zich heeft. Als verlangen en liefde samenwerken is er heel veel mogelijk, zoveel als een enorme plant of boom die ontstaat uit een piep klein zaadje zoals een tomatenzaadje, waarvan er tientallen in een tomaat zitten.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com