Pasen

pasen verandert ons van een rups in een vlinder

Veel mensen zullen het huidige ontwikkelingsstadium van de mens anno 2018 beschouwen als een eindstadium. Voor de seculiere, wereldlijke, moderne mens, die zich heeft verlost van het oude, in zijn ogen achterlijke geloof, ligt de toekomst in het verder ontwikkelen van computers en robots, die de eigen gebreken en onvolmaaktheid en daardoor zijn lijden kan oplossen. Hierbij ziet deze mens niet de eigen blinde vlek, namelijk dat hij in de wetenschap en technologie in feite een nieuw geloof heeft ontwikkeld, waarbij de redding buiten zichzelf wordt gezocht. Net als het oude geloof, waar ze zo’n afkeer van heeft. De Verlichting van de 18e eeuw ziet deze mens als het ontwaken van het denken, wat voor zijn geloof dezelfde betekenis heeft als de geboorte van Jezus voor de gelovige. De Oerknal is voor de seculiere mens het nieuwe scheppingsverhaal. En Darwin, dat is de opperpriester van de wetenschap, die met zijn evolutietheorie nieuwe zin en betekenis geeft aan ons leven op aarde. In die zin is er eigenlijk niet zoveel veranderd. De moderne mens die zijn verlossing zoekt in de wetenschap, met de wetenschappers als priesters waar zij heilig in geloven tegenover de oude gelovige, die zijn verlossing zoekt in het geloof buiten zichzelf.

Misschien ligt wat waar is wel in het midden van wat de seculiere mens en de oude gelovige mens gelooft, namelijk dat de verlossing buiten zichzelf te vinden is. En misschien is wat waar is wel een schat die verborgen is in het Pasen dat we dit lange weekend vieren. Ieder tegenwoordig op zijn of haar eigen manier. Paaseieren zoeken, het bezoeken van familie, van tuincentra, naar de kerk gaan en het kijken naar het Passieverhaal op televisie, waar maar liefst 3 miljoen mensen op afstemden. Gisteren kon ik in mezelf ervaren dat Pasen niet iets is buiten mezelf, maar dat dit een gebeurtenis is die zich in mij afspeelt. Als onderdeel van mijn mens zijn. Als onderdeel van mijn evolutie als mens zelfs. Het is geen uiterlijke waarheid die je met harde feiten kunt bewijzen, maar een innerlijke waarheid, die je kunt ervaren.

Pasen is voor mij de mogelijkheid die in ieder mens aanwezig is om van een rups een vlinder te worden. Als een zaadje dat deze lente ontkiemt en boven de grond komt. Het punt is echter wel dat deze rups daarvoor moet sterven, anders kan het geen vlinder worden. Precies zoals Jezus sterft en weer opstaat uit de dood. De rupsmens en de vlindermens zitten beiden in mij, in ieder van ons. De rupsmens is de onbewuste, eendimensionale mens, die gelooft in het heil buiten zichzelf. Of deze nu van de wetenschap komt of van het oude geloof. Het is de materiële mens, die leeft aan de buitenkant. De mens die zich aanpast aan wat anderen van hem verwachten, ouders, leraren op school, de baas op het werk. Maar die ook boos is en de schuld van zijn lijden buiten zichzelf legt. Hij is slachtoffer en aanklager tegelijkertijd. Hij houdt een beeld op, een image dat boven alles overeind moet blijven. Hij leeft het leven van anderen, niet van zichzelf. Zijn liefde is voorwaardelijk, een berekening, een lijstje. Oog om oog, tand om tand. Hij is gericht op de groep, op het collectief, maar is vanbinnen eenzaam. Maar kan dat niet voelen. Hij doet er alles aan om niet te voelen. Zijn minderwaardigheid blijft verborgen achter zijn masker, zijn harnas.

Toch ligt in deze rupsmens de vlinder verborgen en kan het zo maar zijn dat hij hierin ergens in zijn leven wordt geraakt en daardoor herinnert wie hij werkelijk is. Als de rupsmens 10 procent is van ons mens-zijn, is de vlinder de volle 100 procent. De vlindermens heeft op een kwetsbaar moment contact ervaren met wie hij in wezen is en kan worden. Hij volgt de potentie, de droom die hij nu al is. Deze droom ligt dichtbij en niet ver weg, zoals bij de rupsmens, die droomt van verre landen, mooi weer, een lui leventje, veel geld, alles kunnen kopen. Een droom buiten hem zelf. Een illusionair beeld van geluk, dat niets te maken heeft met waar ieder mens op zijn eigen manier gelukkig van wordt. Voor de vlinder mens ligt dit geluk, deze droom heel dichtbij, is eenvoudig, vervullend. Hij leeft vanuit zijn of haar verlangen, waar hij blij van wordt, stap voor stap. Zoals de vlinder zich langzaam uit de rups ontvouwt. Hij is individu, maar niet als de rupsmens afgescheiden, maar van binnenuit gevuld en verbonden met andere individuen en ervaart de werkelijkheid om hem heen als een eenheid. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn leven en legt niet de schuld buiten zichzelf of neemt geen schuld meer op zich die van anderen is. Hij of zij is vrij, verlost. Van binnenuit, door de onvoorwaardelijke liefde van binnenuit.

Het is voor ons hoofd niet te begrijpen dat er in de werkelijkheid zoals we die met onze zintuigen waarnemen een andere werkelijkheid verborgen zit. Precies zoals Maria Magdalena en zijn leerlingen in eerste instantie niet konden geloven dat het graf van Jezus leeg was en hij aan hen verscheen. Het is voor mij wezenlijk om te zien dat Pasen niet over iets gaat los van mij, een oud verhaal dat is geweest of misschien wel helemaal niet. Pasen gaat juist over mij en de potentie en mogelijkheid die in mij als mens verborgen zit.

Pasen en de zin van lijden

Het is misschien wel het grootste taboe in deze tijd; lijden. Als we kijken naar de beelden die we van onszelf maken op de sociale media, dan is ieders leven volmaakt, is de een nog gelukkiger dan de ander en niemand heeft last van wat toch echt bij ons menselijk leven hoort; namelijk lijden aan de onvolmaaktheid van het leven. We hebben daar de grootste moeite mee, wij als moderne, westerse mens met name. Wij met onze beelden van volmaaktheid, van geluk zonder smetje, waar we elkaar de ogen mee uitsteken. Elkaar gek maken, elkaar opjagen. En als we dan inderdaad door de hoge eisen van een volmaakt leven, opgebrand raken, dan heeft de reguliere psychologie of psychiatrie eigenlijk maar een antwoord; de pil. De pil die ons gevoel van onbehagen, ons lijden onderdrukt. We mogen niet lijden, we mogen niet voelen. Of is het zo dat we de kunst van het lijden hebben afgeleerd? Tijd is geld, we moeten snel door, door met geld verdienen, door met het voldoen aan de steeds hogere eisen van de economie. En als we in die zin niet meer functioneel zijn, geen geld meer opbrengen, dan is ons leven misschien wel voltooid en mogen we daar met behulp van deskundigen een einde aan maken. Of kunnen we die dood overwinnen door wat wij wetenschappelijke vooruitgang noemen, waardoor we instaat zijn om een letterlijk bionische mens te scheppen, half mens, half robot. Een onoverwinnelijk wezen waar het lijden geen vat meer op heeft.

Heel herkenbaar dat heel ons systeem, zowel ons persoonlijke als ons collectieve systeem gericht is op het ontwijken van het gevoel van onbehagen, gevoel van leegte, van lijden. Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan. In ieders leven komen momenten voor die ons brengt aan de rand van onze persoonlijkheid. Daar ligt onze kans, daar ligt onze groeimogelijkheid. En wat is er dan dat eigenlijk groeit? Bewustzijn. Bewustzijn is wat groeit op het moment dat we de moed hebben om iets van ons menselijk lijden toe te laten. Te voelen dus. We zijn zo bang om te voelen. En dat is logisch. Omdat ons systeem, onze persoonlijkheid niet in staat is om ons lijden te dragen. Onze persoonlijkheid alleen, ons ego, gaat gebukt onder de last van ons lijden. Eigenlijk is het een stukje sterven. En wie zoekt dat nu vrijwillig op? Het bijzondere, het wonder misschien, is dat in dit stukje sterven, een geboorte verborgen ligt. De geboorte van ons bewustzijn. Dat bewustzijn is geen onderdeel van ons ego, dat is onderdeel van wat je onze essentie zou kunnen noemen. Dus als we in staat zijn om in onszelf een stukje van ons menselijk lijden toe te laten, sterven we een stukje, sterft ons ego een stukje, maar tegelijkertijd wordt ons bewustzijn geboren. En dat bewustzijn is wonderwel in staat om ons lijden te dragen. Op die manier kan er een nieuw mechanisme ontstaan, dat niet langer gericht is op het ontwijken van ons lijden, maar dat gericht is op het stukje bij beetje toelaten van ons lijden om van daaruit ons bewustzijn geboren te laten worden. Lijden wordt dan vreugde, wordt dan geluk, wordt dan liefde.

Dat klinkt misschien allemaal heel mooi en je zou je kunnen afvragen, doe ik dat dan helemaal voor mezelf alleen? Nee, want dat proces van het sterven van ons ego en het geboren worden van ons bewustzijn is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld. Je zou het zelfs een stap in onze menselijke evolutie kunnen noemen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een van de belangrijkste menselijke patronen om ons menselijk lijden buiten de deur te houden, is het projecteren van wat ons wordt aangedaan, buiten onszelf. De ander is de oorzaak van onze pijn (die we in dit patroon dus niet toelaten). Alles dat een bedreiging vormt voor het systeem dat ons ego heeft opgebouwd, dient bestreden te worden. Te vuur en te zwaard. Zo ontstaan oorlogen, in het groot, in het klein, we zijn elkaars vijanden in de oneindige poging om het innerlijk lijden buiten de deur te houden. Het mag duidelijk zijn dat op het moment dat we in staat zijn, dat we de moed hebben om in onszelf iets van ons lijden toe te laten, dat we dan dit patroon van projectie van de vijand buiten onszelf, doorbreken. Het is een gekke omkering, want ons doel veranderd radicaal van het bestrijden van de vijand buiten ons, naar het bijna dankbaar zijn voor de pijn die de ander ons aandoet. Want dit biedt de kans om iets van ons lijden in onszelf toe te laten en te transformeren naar bewustzijn. Naar vreugde, naar innerlijk geluk, naar liefde. Dat wordt natuurlijk bedoeld met heb je vijanden lief. Maar het is tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal, omdat het bewustzijn vraagt, een groot bewustzijn, dat maar langzaam van binnenuit geboren wordt.

Hoe waardevol voor onszelf en voor de wereld dit proces van transformatie ook is, dit is niet bepaald populair in een wereld, waarin werelds succes en geluk de boventoon voert. Het is een stil proces, dat weinig applaus van buitenaf krijgt. Toch is dit de kern van Pasen, dat uit de compost, de afval van vorig jaar, een nieuw plantje groeit. Dat uit het sterven van ons ego, ons bewustzijn, onze essentie wordt geboren. Dat uit de resten van de oude mens, een nieuw mens opstaat. Opstaat uit de dood.

Het verhaal van pasen als spiegel voor de mens die we in wezen zijn

IMG_8274_2
Zondag is het palmzondag. Jezus wordt als een koning in Jeruzalem onthaald. Als een redder, als een verlosser. Werelds succes. Door de wereld gezien worden, toegejuicht worden. Dezelfde mensen die je de ene keer bejubelen, laten je de volgende keer vallen als een baksteen. Voorwaardelijke liefde. De ene keer een held, de volgende keer een loser. Het kan iedereen overkomen. Je maakt een foutje, je voldoet niet meer aan het beeld dat anderen van je hebben en je wordt afgeserveerd.

Toch is het verleidelijk om te gaan voor werelds succes. Dat zit in mij, dat zit in ieder van ons. Te willen voldoen aan het ideale, perfecte beeld dat anderen van je hebben, zonder smetje, zonder foutje. In de hoop dat je dan wordt liefgehad. Krijgt waar je zo naar verlangt. Het is het beeld van de kunstmatig gevormde en gekleurde tomaten die in de supermarkt liggen. Maar smakeloos zijn. Het is het perfecte, onkwetsbare beeld dat geen rimpeltje, geen ouderdom verdraagt. Geen dood, geen eindigheid. Het is de volmaaktheid van de jeugdigheid die ik probeer te grijpen. De schoonheid, de vitaliteit, altijd blij, altijd vreugde, hagelwitte tanden, volle lippen.

We proberen aan de buitenkant te grijpen wat van binnen aanwezig is, maar wat we vergeten zijn, waar we het contact mee kwijt zijn. Als we het ons herinneren, hoeven we niet meer te grijpen. Want met het zoeken naar de volmaaktheid buiten ons, draaien we ons hoofd weg voor de onvolmaaktheid. Wat ziek is, lelijk, oud. We stoppen het weg, buiten ons zicht. In tehuizen of inrichtingen. We hebben er ook steeds minder belastinggeld voor over. Ziekte en ouderdom is een kostenpost geworden, waarop we moeten bezuinigen. Je zou ook kunnen zeggen dat het beeld van volmaaktheid ophouden steeds meer geld kost, zodat er voor de onvolmaaktheid steeds minder geld over is.

Zo binnen zo buiten. Zoals we met anderen omgaan, zo doen we dat ook met onszelf, met de onvolmaaktheid in ons zelf. Dat wat in ons zelf verwaarloosd is, niet gezien, gekwetst, onderdrukt. Dat deel in ons dat soms om hulp roept, aandacht vraagt, gehoord wil worden. Maar willen we er naar kijken, durven we ernaar te kijken? Hoe zorg ik voor een deel in mij, waar nooit voor gezorgd is? Hoe houd ik van een deel van mij, waar nooit van is gehouden? Het maakt me machteloos, onhandig, onwetend, kwetsbaar. En dat is precies wat ik probeer te vermijden, niet past in het volmaakte plaatje dat ik naar buiten toe wil ophouden. Gisteren was ik in de Pont, museum voor moderne kunst in Tilburg. Er hing een serie indrukwekkende schilderijen van Marlene Dumas. Palestijnse mensen die geblinddoekt zijn. Ik probeerde te voelen wat je voelt als je geblinddoekt bent. Machteloos, overgeleverd, in paniek. Zoals dat verwaarloosde deel zich in mij voelt, als er niet naar wordt geluisterd.

Dezelfde mensen die Jezus als een held binnen halen, laten hem een week later als een baksteen vallen. Als het verwaarloosde en in de steek gelaten kind in onszelf, wordt Jezus aan het kruis genageld. Klem gezet, tegen de muur gedrukt, door het oog van de naald. Het is precies hetzelfde als wat ik voel, als ik in disbalans ben. Als ik me door mijn oude patronen tegen de muur voel gedrukt. De grens voel van mijn persoonlijkheid, die zijn wortels heeft in de liefde die ik vroeger heb gemist, de onvermijdelijke onvolmaakte liefde van mijn ouders. Ik heb nu vaak niet meer de energie om dit gapende gat, dit tekort te compenseren. Ik kan niet anders dan dit tekort te voelen, de onmacht, de verwaarlozing. Dit vraagt soms al mijn onverdeelde aandacht, die eenzaamheid vraagt, geen enkele impuls of prikkel van buitenaf verdraagt. Precies zoals Jezus in de tuin van Getsemane of in de laatste momenten voor zijn dood. En daar zit nu precies de ingang.

Het wonder van het hart namelijk is, dat het niet gaat stromen bij het zien van volmaaktheid, maar juist van onvolmaaktheid. There’s a crack in everything, that’s how the ligth gets in, zingt Leonard Cohen. Het hart zoekt het gat, de leegte waar het naartoe kan stromen. Het hart maakt het onvolmaakte volmaakt, heel. Het lijkt alsof Jezus met zijn leven en sterven dit principe, deze wetmatigheid van liefde hier op aarde heeft ingevoerd. Voor ons bereikbaar heeft gemaakt, in ons bewustzijn heeft gebracht. Het is als een handreiking van de andere kant, als een metgezel op de reis van het leven hier op aarde. Ik hoef niet te streven naar volmaaktheid in de overtuiging dat ik dan word liefgehad. Ik hoef alleen maar mijn hoofd te keren naar het verwaarloosde kind in mij, dat om hulp roept. En de liefde toelaten die er op die plek voor me is, altijd is geweest in feite, maar ik als kind niet het bewustzijn had om dit te zien. En om die reden een harnas om me heen heb gebouwd om mezelf te beschermen. Nu dit bewustzijn in mij langzaam begint te groeien, hoef ik me niet langer te beschermen met mijn patronen, mijn valse overtuigingen. Ik kan meer mezelf zijn, ontspannen, de kramp en spanning loslaten, mezelf aanvaarden zoals ik ben. Op dit punt word ik door het wonder van de liefde geheeld. Het wonder wat dus eigenlijk een wetmatigheid is.

Jezus laat ons zien wie we als mens in wezen zijn. De potentie die we als mens hebben. Daarbij is de kruisiging in feite de ingang en het moment dat Jezus opstaat uit zijn graf de uitgang. Met ingang bedoel ik dat we bij het stuk in ons moeten zijn dat verwaarloosd, niet gezien, misbruikt, onderdrukt is om precies daar de liefde te kunnen toelaten die er voor ons is. En met uitgang bedoel ik dat het resultaat hiervan is dat we geheeld worden, getransformeerd worden. Als een licht dat wordt ontstoken, als een vlammetje dat oplaait, als een vuur dat in ons brand. Als een rups die een vlinder wordt. Als een mens die meer is dan alleen een schakeltje in het systeem, dat op dit moment zo aan het verharden is en alleen nog maar om geld lijkt te draaien.

Grote woorden voor de kleine en tegelijk grote mens die ik ben, die ieder van ons is. Ik ben langzaam aan het leren om niet meer weg te lopen voor mijn disbalans, me te beschermen tegen dat deel in mij dat zeer doet, dat verwaarloosd is. Ik durf er meer naar toe te gaan, er niet meer bang voor te zijn. Er naar te verlangen zelfs. Daar wil ik zijn, daar waar het zeer doet, maar waarvan ik weet dat er opvang is, antwoord is van de liefde van binnenuit. Ik word geheeld, ik word genezen in het tempo dat ik aankan. Eigenijk hoef ik niet zoveel te doen, ik mag mijn controle loslaten en me overgeven aan de hulp, de begeleiding die er van binnenuit is. Ik mag daar op vertrouwen, op leren vertrouwen. En dat is heel wat voor iemand die het altijd alleen moest doen, dacht dat hij het altijd alleen moest doen en sterk moest zijn. Dat deel in mij dat de bouwlieden hebben afgekeurd, is langzaam de hoeksteen aan het worden. Dat verdient een anthem!

compassie

IMG_5761
Het begon met een Boeddhistische tekst, die iemand een paar weken geleden op facebook zette over compassie. Een mooie tekst, die een mooi en volmaakt beeld schetste over een mens die compassie uitoefent. Een mooi beeld om naar te streven. Maar ik voelde er niets bij. Die zelfde week ving ik echter een glimp op van wat compassie voor mij betekent. Al maanden worstel ik met mijn moeder, de keuzes die ze in haar leven maakt, waardoor ze steeds verder zich terug trekt in haar huis. Haar wereldje wordt kleiner, ze neemt steeds minder initiatief om contact te maken. Voor haar 70e verjaardag namen mijn broer en ik haar mee naar de musical van Soldaat van Oranje, wat zichtbaar een grote indruk op haar maakte. Maar zelfs daarna bleef het stil. Haar gedrag raakte me in de diepe pijn van niet gezien worden in wie ik ben, een pijn die zijn wortels heeft in het gezin waar ik ben opgegroeid met een vader en een moeder met hun specifieke persoonlijkheden. Uiteindelijk besloot ik toch haar te bellen en haar te vragen of er een reden was dat ze niets van zich had laten horen. Of er iets was. Ze vertelde dat de musical inderdaad een grote indruk op haar had gemaakt en haar had teruggebracht naar haar eigen verleden. Ze was geboren in het stadje Steenbergen midden in de oorlog. Twee weken lang was ze helemaal vol van de musical geweest, maar haar manier was om dit in haar eentje te verwerken. Zo is ze dat al heel haar leven gewend. En daarin wordt ze voor mij steeds zichtbaarder, ook na het overlijden van mijn vader, die zo dominant aanwezig was, dat ze zich achter hem kon verbergen, onzichtbaar kon zijn. Dat is niet goed, zei ze nog, ik had je moeten bellen. Het raakte me om haar onmacht te zien in het omgaan met deze emoties, hoe van kinds af aan, ze op deze geïsoleerde manier met emoties is omgegaan, er dus voor haar niemand was. Haar afgescheidenheid en eenzaamheid raakte me, haar te zien zoals ze is en ik voelde compassie. Niet als een afhankelijk kind van zijn moeder, maar als een gelijkwaardig mens.

Toen was het palmzondag, een week geleden. Dit schreef ik in mijn dagboek; in plaats van iemand – Jezus – echt te zien, wat hij is komen brengen, de volle betekenis die hij heeft, maken we een beeld van hem. Jezus heeft voor mij te maken met mogelijkheid tot compassie, tot belangeloze liefde, onvoorwaardelijke liefde, dat hele diepe punt dat in ieder mens aanwezig is. Dat punt heeft Jezus geraakt, dat punt dat menselijke gezien bijna niet mogelijk is, omdat ik zo diep moet gaan. Moet sterven aan al mijn belangen, vooroordelen, verwachtingen, mijn beelden waar ik alles en iedereen in vang, in gevangen zet. Daar gaat palmzondag voor mij over. Jezus wordt voor het karretje gespannen van iedereen die wilde dat hij de Joodse mensen zou bevrijden van de Romeinen. Hoe dualistisch. Ook bij de Romeinen waren er mensen die een glimp opvingen van wie Jezus was, wat hij kwam brengen, door hem werden geraakt. Daar maakte Jezus geen onderscheid in, zoals er tijdens WOII ook goede Duitsers waren, Duitsers met een hart, die integer handelden.

Op een ochtend later deze paasweek werd ik boos op Gebi, omdat ik vond dat ze dicht zat, afstandelijk deed, bezet was door van alles en nog wat, geblokkeerd was in haar liefde, wat me pijn deed. Deze boze reactie gaf een confrontatie, waarna ik de mogelijkheid had om naar mezelf te kijken en te zien wat voor mij nu de reden was van deze boosheid. Deze reden ligt altijd in mezelf. Ik maakte weer een beeld van Gebi, een beeld van hoe ik vind dat een vrouw moet zijn. Namelijk altijd stromend en altijd in liefde. Alsof een vrouw dit stromende element vertegenwoordigt. En misschien is dit wel zo, maar dan gaat het wel over het vrouwelijke, het stromende in mezelf. Ik verlang ernaar dat mijn liefde stroomt, maar projecteerde dit op Gebi, de uiterlijke vrouw naast me. Door de confrontatie die ochtend kon ik even zien wie Gebi was, haar onmacht, de onmacht van haar eigen dicht zitten. Ik voelde de pijn die me dat deed, maar ook de compassie voor haar die daar onder zat. Omdat ik het zwaartepunt niet meer buiten mezelf plaatste, maar in mezelf.

Compassie is voor mij geen mooi, volmaakt beeld waarnaar ik moet streven, maar het is een toelaten van de werkelijkheid zoals deze is; onvolmaakt, afgescheiden. Zoals het ook mijn hart raakt als een medemens de moed heeft om zich te openen in zijn of haar onvolmaaktheid in plaats van alleen zijn volmaaktheid en perfectie toont. Als ik dan de pijn hiervan kan toelaten, kom ik daaronder de liefde tegen die er is. Een liefde die me vrij en onafhankelijk maakt van de wereld om me heen, maar wel verbonden. Voor mij betekent Pasen dat Jezus met zijn leven en zijn sterven deze diepe liefde is komen brengen, deze liefde voor ieder mens heeft mogelijk gemaakt. Als een zaadje dat in ieder mens is geplant en de mogelijkheid heeft om tot ontwikkeling te komen. Hiervoor dient men zich wel te verbinden met de geestelijke werkelijkheid. Deze gaat verder dan de materiële werkelijkheid, waaraan we zoveel waarde hechten in onze op materie gerichte maatschappij. Dat is een grote uitdaging, waarbij het mij altijd helpt om in de natuur te zijn, om de groeikracht te zien en te ervaren in de natuur, waar ik deel van ben. Ook dat is voor mij Pasen, het ervaren van de enorme groeikracht van de natuur, die in al zijn ontelbare vormen op dit moment uit zijn voegen barst en de enorme overvloed laat zien waarin we leven.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com