onvoorwaardelijke liefde

de weg van het individu


In de zomervakantie gingen wij met ons gezin naar Berlijn, dat een indrukwekkende geschiedenis kent. Deze geschiedenis loopt als de jaarringen van een boom duidelijk zichtbaar door heel de stad. Na ruim een decennium onder het regime van het Nationaal Socialisme van Adolf Hitler geleefd te hebben, kwam de bevolking van Oost-Duitsland onder het juk van het communisme van de toenmalige Sovjet Unie (USSR) terecht. Je zou wellicht kunnen denken dat zo’n 2e dictatoriaal regime niet zou worden geaccepteerd na al het leed dat is geleden. Opvallender nog is dat uit een onderzoek is gebleken dat na de val van de muur en de eenwording van Duitsland, 20% van de voormalige Ossies terugverlangen naar de tijd voor 9 november 1989, het moment van de val van de muur.

Het bezoek aan Berlijn bracht me bij de vraag hoe het toch komt dat mensen binnen een systeem zo makkelijk te beïnvloeden, ja, zelfs te onderwerpen zijn. En wat voor de voormalige DDR geldt, geldt dit ook voor ons, mensen in het zogenaamde Vrije Westen? Zijn wij als collectief vrijer of verder ontwikkeld als individu? Vrijer of verder dan mensen nu in Noord-Korea bijvoorbeeld of in China, waar iedere beweging die je maakt door camera’s wordt bekeken en het menselijk gedrag met een uitgekiend beloningsysteem wordt gestuurd. En welke plek heeft het individu in een collectief systeem?

Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk stil te staan bij de vraag hoe we ons de ontwikkeling, de groei als mens voorstellen. Als ik zelf stil sta bij deze vraag en terugkijk naar mijn eigen ontwikkeling als mens en mijn reflecties daarop, komt het volgende beeld in me op. De mens ontwikkelt zich eigenlijk als een soort twee-traps raket. In eerste instantie ontwikkelt de mens zich na zijn fysieke geboorte binnen de omstandigheden, de omgeving waarin hij opgroeit, dus binnen de wetmatigheden van het collectief. Dat kan dus in een Westers land zijn, zoals Nederland, maar dat kan ook binnen een ander politiek collectief zijn, zoals Rusland of China. Het principe is hetzelfde. Het eigen gezin waarin men opgroeit is hier natuurlijk ook van essentieel belang. Het is allemaal compost voor de individuele groei van deze specifieke, unieke mens. Deze groei, deze ontwikkeling heeft echter een bepaalde grens. De grens namelijk van het collectief, de gezamenlijke afspraken en regels die door de betreffende gemeenschap of binnen het gezin zijn gemaakt.

Een volgende belangrijke vraag is dan wat wij eigenlijk onder het woord individu verstaan. Wij in de Westerse, vrije wereld gebruiken dat woord heel makkelijk. We vinden dat wij vrij zijn vanuit het idee dat het individu de ruimte heeft zich te ontwikkelen naar zijn of haar eigen wensen. Wij zetten ons daarmee af tegenover andere systemen, zoals de communistisch samenlevingsvormen van Rusland en China, maar ook de Islam. Wij vinden ons vrijer, beter, verder ontwikkeld dan anderen, die onder ontwikkeld zijn, achterlijk zelfs. Toch is dit naar mijn mening een misleidend beeld. Waarom? Omdat wij op deze manier van naar het individu kijken, ons nog steeds bewegen binnen de grenzen van het collectief. Wij vinden onze individualiteit een grote verworvenheid en propaganderen dit, zolang wij maar binnen de lijntjes kleuren! Deze individualiteit waar wij zo trots op zijn, is eigenlijk een product van ons kapitalistisch systeem, waarbij de individualiteit in hoge mate wordt bepaald door wat wij kopen. De kapitalistische economie is ons kader. In ons collectief zijn we eigenlijk allemaal hetzelfde, maar van buiten zit er een mooi individualistisch jasje omheen. Inclusief onze democratische verworvenheid dat je eens in de 4 jaar op verschillende politieke partijen kunt stemmen, die binnen het kader van de kapitalistische economie blijft. Zich daar zelfs vaak door laat bepalen. Dit is een schijn-individualiteit, die uiteindelijk het kapitalistische collectief en zijn god het geld dient. Eigenlijk net als in Rusland, net als in de Islam, alleen is de grens van het individu daar meer zichtbaar, minder verborgen en verhuld. Het is voor ons moeilijk te verdragen om in te zien dat onze vrijheid relatief is en dezelfde betekenis heeft dan de vrijheid in een land als Rusland of China. Wij zijn daarin niet verder, vrijer of beter. Het heeft alleen een andere vorm, een ander gezicht.

Om daar nog even op door te gaan. In mijn visie is dat bijna alles wat wij lezen in kranten, in tijdschriften, maar ook alles wat zich ontwikkelt binnen onze wetenschap, zich binnen het kader bevindt van ons collectief systeem. Of anders gezegd binnen het bewustzijnskader van onze collectieve werkelijkheid. Binnen dit bewustzijnskader is het bijvoorbeeld heel logisch dat wij het van het allergrootste belang vinden dat we een oplossing moeten gaan zoeken voor het geval als we als mensheid niet kunnen overleven op onze Aarde. Daarom zijn we op dit moment grote inspanningen aan het leveren om ons voor te bereiden op een reis naar Mars en de mogelijkheid te onderzoeken of we ons daar als mens kunnen gaan vestigen. Wij zien dat als een enorme stap, een ontwikkelingsstap van onze mensheid, maar in mijn visie is het een stap binnen hetzelfde materiële bewustzijnskader, een mechanische stap. Het lijkt out of the box, maar is het niet.

Onze grootste, ware ontwikkelingsstap als mens zit hem niet in het ontwikkelen van een reis naar Mars, maar in de stap die het individu kan zetten op het moment dat hij de grens van het collectief heeft bereikt. Daar zit ons allergrootste potentieel. Ik had het over de twee-traps raket, waarbij de eerste trap de groei is tot de grens van het collectief. Hierbij zou je kunnen zeggen dat dit de vorming is van de persoonlijkheid van de mens, die als een schil, als een harnas aanwezig is om de kern, om de essentie die van binnen als een parel verborgen zit in ieder mens. Als dus de menselijke groei de grens van het collectief heeft bereikt, is de belangrijke vraag of er nog iets merkbaar of voelbaar is van deze essentie binnen de persoonlijkheid. Of is deze mens in zijn groei binnen het collectief zo geïdentificeerd geraakt met zijn persoonlijkheid dat hij zijn essentie helemaal is vergeten? Deze afgescheidenheid van onze essentie is precies het gevoel van verlorenheid en leegte dat iemand kan ervaren. Hier ligt voor ieder mens de keuze; of je verdooft dit gevoel van verlorenheid en leegte met van alles en nog wat of je staat jezelf toe dit te voelen, ook al is dit in eerste instantie niet fijn. Komen we onze pijn en gemis tegen. Bijna altijd is een crisismoment nodig om de schil of harnas van onze persoonlijkheid te doorbreken en weer contact te krijgen met onze kern, onze essentie. Dat kan het verlies zijn van een dierbare medemens, maar ook een burn-out, een ernstige ziekte. Dit alles vraagt om met onze aandacht naar binnen te gaan, om weer contact te maken met onze essentie. Daar vinden we een antwoord, richting, hulp. Dit is de tweede trap van de tweetraps raket van onze menselijke groei. Hier groeit het individu verder voorbij de grenzen van het collectief. Dat is kwetsbaar en krachtig tegelijk. Precies zoals het plantje in de lente boven de grond komt. Het kuikentje dat uit het ei wordt geboren.

Het bijzondere is dat er in onze tijd vele films zijn gemaakt om de kracht van het individu ten opzichte van het collectief zichtbaar te maken, wat duidt op een bewust, onbewust weten aanwezig van de potentiële stap die het individu kan maken. Twee van de bekendste films gaan hierover; Star Wars (Luc Skywalker) en Lord of the rings (Bilbo). Maar ook films zoals over het leven van Sophie Scholl, maar ook Billy Elliot, die zijn individuele verlangen volgt, dat haaks staat op wat zijn omgeving van hem verwacht.  Het mooie is dat je in de individuele hoofdrolspelers van deze films de kwaliteit zien die vanuit de essentie van dit individu wordt vertegenwoordigd. Bij Bilbo Ballings is het de zuiverheid van het hart, dat tegen de duistere verleiding van de ring bestand is. Bij Billy Elliot is het de kracht van het verlangen, de kracht van de eigen passie, die anders is dan wat in zijn omgeving van een jongen wordt verwacht. Bij Sophie Scholl is het luisteren naar de waarheid, het gaan staan voor die waarheid tegenover de leugen van het regime van Hilter. En trouw, trouw zijn aan die waarheid. Zuiverheid, verlangen, staan voor de waarheid, trouw. Dit zijn allemaal kwaliteiten van de essentie die in ieder mens aanwezig zijn en zich kunnen manifesteren.

Films of hedendaagse helden (Nelson Mandela) kunnen hierin voorbeelden zijn, maar voor ieder mens in zijn eigen situatie dient zich het moment aan dat hij of zij zich als individu dient te verhouden tot het collectief. En hierin het verschil kan maken. Bij mij was dat toen ik jaren geleden een uitkering had en het mij niet lukte om binnen het reguliere, collectieve kader te werken. Dat voelde voor mij als maatschappelijk werker te benauwend. Ik had wel een droom om mijn eigen werk vorm te geven door een eigen stichting op te zetten en activiteiten mogelijk te maken voor uitkeringsgerechtigden, die pasten bij hun talent of passie. Met hart en ziel, zo heette ook de stichting, die ik in 1997 oprichtte. Maar ik moest daarvoor wel naar mijn consulent van Sociale Zaken en me kwetsbaar maken door mijn droom te vertellen. Ik trof de goede persoon in deze man, die me een jaar de tijd gaf om met mijn initiatief mijn eigen baan te scheppen, hetgeen uiteindelijk lukte. Zo heeft ieder hierin zijn eigen voorbeeld om zich als individu te verhouden tot het collectief, tot zijn gezin, tot welke situatie ook waarin hij of zij zich gevangen voelt zitten.

De groei van het individu buiten de kaders van het collectief is een ware aardverschuiving ten opzichte van de eerdere groei binnen het collectief. In de ontwikkeling binnen het collectief staat, ook al is er sprake van een individuele groei, het collectief en de regels van het collectief centraal. Dat betekent ook dat de liefde binnen deze ontwikkeling voorwaardelijk is. Het gaat niet om jou, het gaat om jou binnen een bepaald kader, altijd binnen een bepaald kader. Wij zijn dan ook gewend geraakt om de liefde buiten onszelf te zoeken en ons te richten op wat anderen van ons verwachten. Voor wat, hoort wat. Als wij de grens van onze groei binnen het collectief hebben bereikt en wij door een crisismoment ons genoodzaakt voelen om ons naar binnen te keren, ontdekken we dat er een liefde mogelijk is, die onvoorwaardelijk is. Hier komen we thuis, voelen we ons volledig gezien, staat niemand of niets anders dan wijzelf, dan ikzelf centraal! Is dit dan niet egoïstisch, vraagt ons denken vanuit dat oude bewustzijnskader zich af? Nee, juist niet, want zoals ik van binnenuit wordt liefgehad, zo wordt ieder mens liefgehad. En vanuit die onvoorwaardelijke liefde voel ik me juist op een nieuwe manier verbonden met het geheel.

Deze onvoorwaardelijke liefde wordt de nieuwe basis van onze verdere groei als individu. Hiermee verandert ons bewustzijn. In feite zou je kunnen zeggen dat hier een nieuw bewustzijn wordt geboren. Een meer geestelijk bewustzijn. En dit is gaande. Dit is gaande in talloze individuen hier op Aarde, op dit moment. En deze individuen vormen weer cellen met gelijkgestemden, die elkaar in hun groei ondersteunen. Deze individuen voeren geen oorlog, voeren geen oorlog met een ander collectief, een ander mens, de natuur. Veroveren niets dat ten koste gaat van iets anders. Zij zijn zich bewust dat er onder de oppervlakte van de collectieve wetmatigheden, het collectieve krachtenveld, een nieuw bewustzijn wordt geboren. Een bewustzijn dat vriendelijk is voor alles dat leeft, dat een is met alles dat leeft. Dat leeft, zich ontvouwt, zich in talloze vormen manifesteert, eindeloos. Dat is mijn innerlijk werk. Dat ik zwanger ben van dat nieuwe bewustzijn en dat in mij wordt geboren. Dat ervaar ik als mijn belangrijkste taak als mens. Dat mijn oude bewustzijn sterft en ik van binnenuit wordt hervormd, omgevormd tot een nieuwe mens. De mens zoals ik bedoeld ben. Die leeft naar zijn essentie.

De volgende stap in de evolutie

Het nieuwe boek van Dan Brown, Oorsprong, inspireert me om bij mezelf weer eens na te denken over wat voor mij nu de kern is van wie we eigenlijk als mens zijn. Wie ben ik? Een vraag die ik me al stelde toen ik op de middelbare school zat en tijdens de lessen boeken las van onder andere Oespensky en Herman Hesse.

Een van de hoofdrolspelers in het boek van Dan Brown, Edmond Kirsch ontwikkelt een vorm van kunstmatige intelligentie, die gebaseerd is op onze hedendaagse ontwikkeling, maar gaat daarin een aantal stappen verder. Zo ver dat hij aan de hand van een computerprogramma in staat is om de vragen te beantwoorden; waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Vragen die de mensheid al eeuwenlang bezig houdt. Eigenlijk komt zijn antwoord er op neer dat we als mens niet zonder deze door de mens ontwikkelde kunstmatige intelligentie kunnen, sterker nog, dat we zonder deze ontwikkeling zouden uitsterven. De nieuwe mens is in de ogen van Kirsch een onvermijdelijke, door de evolutie bepaalde symbiose tussen de mens en deze kunstmatige intelligentie.

Het is een populair, hedendaags idee dat we machines aan het ontwikkelen zijn die beter en zuiverder kunnen denken dan wij zelf. En dat dit een onvermijdelijke, volgende stap is in de evolutie. Dat wij als mens de evolutie daarmee zelfs kunnen versnellen. We zullen in dat idee kunstmatige instrumenten ontwikkelen die ons als mens volmaakt maken, zodat we onze onvolmaaktheid, zowel fysiek als psychisch kunnen oplossen. Want daar komt het eigenlijk op neer. Onze onvolmaaktheid zorgt ervoor dat er ziektes zijn, dat er armoede is, honger, maar ook oorlog. In de toekomstvisie van deze figuur Edmond Kirsch in het boek van Dan Brown zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat deze problemen allemaal worden opgelost.

Ik stel me nu de vraag, wat is dan eigenlijk de oorzaak van deze onvolmaaktheid? In mijn visie, sterk beïnvloed door denkers als Oespensky, Gurdjieff, maar ook A.H. Almaas, wordt ieder mens in een onvolmaakt nest geboren. Met andere woorden; ieder mens loopt een trauma op van de liefde die hij tekort is gekomen, gemist heeft. In welke vorm dan ook. Je zou ook heel simpel kunnen zeggen, in deze materiële aandachtslaag is de liefde niet volmaakt. Dat veroorzaakt in ieder van ons een gat, een crack, een pijnlijke plek. Als kind hebben we niet het bewustzijn om deze pijn te voelen. In plaats daarvan ontwikkelen we vanuit ons systeem, onze persoonlijkheid manieren om dit gat niet te voelen. Je zou kunnen zeggen dat onze persoonlijkheid uit verschillende centra bestaat, zoals Gurdjieff dit noemt; lichaam, emotie, denken en zelfs een seksueel centrum. Deze centra gaan nu dit gat vullen als het ware en het gevolg is dat we door deze compensatie niet volmaakt functioneren. Je zou deze combinatie van verkeerd gebruik van centra ook ons ego kunnen noemen. Dat ego wordt een kunstmatige centrum, de kunstmatige instelling die ons gat, de pijn van ons gat compenseert. Gurdjieff noemt dit ook wel onze valse persoonlijkheid. Je kunt je dus voorstellen dat we met deze compensatie niet zuiver of helder kunnen denken, niet helder of zuiver kunnen voelen, omdat al deze centra beïnvloed zijn door het gat, de pijn van het gat, dat het moet vullen. Dit is over het algemeen, uitzonderingen daar gelaten, de situatie van iedere mens die in onze samenleving functioneert, wetenschap bedrijft, in de politiek bezig is, onze doktoren etc. etc. Bij de een lukt die compensatie wat beter dan bij de ander, heeft daar meer last van dan de ander. Zo binnen, zo buiten. In die zin is het dus niet zo gek dat we door de onvolmaaktheid in onszelf, buiten onszelf een onvolmaakte wereld creëren.

Laten we ons nog eens concentreren op dat gat dat in ons ouderlijk nest ontstaat. Want als we ons daarop concentreren, ligt daar wat mij betreft ook de oplossing. Het is trouwens al heel wat dat we in plaats van hard weglopen van dat gat, ons voorzichtig gaan richten op dat gat, met onze aandacht, ja, met ons bewustzijn naar dit gat toegaan. Naar dit gat, waarin we de liefde hebben gemist die we als mens zo nodig hebben. Of waarin we later in ons leven steeds weer worden gekwetst en pijn worden gedaan. Net als de persoon Edmond Kirsch, trouwens, die in zijn daden en denken wordt gedreven door de pijn die hem in zijn jeugd en latere leven wordt aangedaan.

Als we dus met onze aandacht naar dit gat durven toegaan, dan komen we hier al die emoties tegen van het gebrek aan liefde, die voor ieder mens zeer persoonlijk is. Hier komen we ook de overtuigingen tegen, die ons denken beïnvloed, zoals ik moet alles alleen doen, ik ben niet om van te houden, er is iets wat niet klopt aan mij, ik moet sterk zijn, ik ben een slecht mens. Het wonder is nu dat als we onze aandacht, ons bewustzijn op deze plek in onszelf richten, dat er, als we hier om vragen, van binnenuit een antwoord komt. Als we de moed hebben om onszelf te openen, te laten zien in wie we werkelijk zijn. Zonder ons mooier te maken dan we zijn. Als ons ego bereid is te buigen, een stap terug te doen. Dan komt er een antwoord dat ons systeem, ons opgebouwde ego systeem van disfunctionerende centra, eigenlijk niet kan geloven. Namelijk een antwoord van liefde, een antwoord vanuit een onvermoed, maar toch altijd aanwezig centrum in onszelf, essentie, zoals Almaas dit noemt. Er is een plek in onszelf waar we onvoorwaardelijk worden liefgehad. Waar we welkom zijn, waar ieder van ons welkom is. Je bent welkom, het is goed dat je er bent. Dat we worden gekend, ieder van ons, tot in onze diepste vezels, tot in de diepste details van iedere gebeurtenis die we hebben meegemaakt en zullen meemaken en liefgehad.

Het vervelende is natuurlijk dat deze plek niet is te ontdekken zonder dat je ook de enorme pijn van het gat in je toelaat. Beetje bij beetje, dat gaat natuurlijk nooit in een keer. Er zijn misschien mensen die ervaringen hebben vanuit hun essentie, hun geestelijk deel, hun hoger bewustzijn, God, hoe je het ook noemt. Maar dat wil nog niet zeggen dat deze ervaringen van hun essentie zijn geïntegreerd in hun systeem, daarvoor moet je toch echt de pijn van je gat toelaten. Want op die plek vindt de versmelting plaats tussen essentie en persoonlijkheid. Wordt een verbinding gelegd tussen ons hoogste en laagste punt. Op die plek wordt een nieuwe mens geboren. Die niet meer afgescheiden is van zijn essentie, maar daarmee verbonden is en dus een is met de wereld om zich heen.

Deze liefde van binnenuit, is wat mij betreft het enige juiste antwoord dat te geven is op dat psychische gat, dat in onze vroegste jeugd is geslagen. Daar kan geen robot, machine of computer tegen op. Deze niet abstracte, maar persoonlijke en onvoorwaardelijke liefde is het antwoord dat klopt en het is het antwoord dat ontspant. Want op dat moment wordt ons ego ontslagen van de onmogelijke taak die het op zich heeft genomen, namelijk de pijn van dat gat te compenseren. Dat is een langzaam proces (het ego geeft zich namelijk niet zo makkelijk gewonnen) en is voor mij de zin en betekenis van innerlijk werk. In dit proces kan het niet anders dan dat we als mens ook beter gaan functioneren, zowel in ons lijf, als in onze emotie als in ons denken. We gaan anders eten, we gaan anders, zuiverder voelen, gevoelens van vrede, van schoonheid, van vreugde. En gaan anders denken. We zijn instaat verbanden te leggen, die eerder niet voor mogelijk werden gehouden. We gaan anders handelen. We vinden in onze essentie ons talent en de passende vorm waarmee we werkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de wereld om ons heen. In plaats van een valse persoonlijkheid ontwikkelen we een gezonde persoonlijkheid die in evenwicht is, in verbinding is met onze essentie.

Dus als antwoord op het boek van Dan Brown, is mijn idee van de nieuwe mens in de toekomst niet dat we een symbiose moeten aangaan met de door onszelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie en daarvan in hoge mate afhankelijk worden, maar dat we een verbinding moeten aangaan met onze essentie die in ieder van ons aanwezig is. Dan ontwikkelen we in onze evolutie een nieuwe, vrije en onafhankelijke mens als een vlinder uit een rups, die niet langer gevangen zit in zijn ego. Een nieuwe mens die kan reizen tussen tijd en ruimte, die kan scheppen, de natuurwetten kent en daarmee als een goddelijk kind kan spelen, die in verbinding is in plaats van in afgescheidenheid. Die mens is in ieder van ons aanwezig.

 

 

het leven is als surfen op zee


Pas kreeg ik het beeld van dat het leven als mens hier op aarde te vergelijken is met het surfen op zee. Soms is het water stil en vlak, soms wild en vol golven. En als mens surf je over de zee, over de golven in een kwetsbare, maar tegelijk krachtige balans. Op het scherpst van de snede. Het is onvermijdelijk dat je soms valt. Je komt in het water terecht en probeert met al je kracht niet te verdrinken. Je klautert op je surfplank om daarna weer door te surfen op de golven van de zee.

Het is een voor mij passend beeld van hoe ik mijn eigen leven ervaar. Die dynamiek tussen de soms snel wisselende periodes van balans en disbalans is voor mij de enige manier om als mens te groeien. Toch heb ik er telkens weer moeite mee dat het zo gaat, dat ik telkens weer val en kopje onder ga in de zee van het leven. Beter gezegd; mijn ego heeft hier moeite mee. Mijn ego wil controle, wil een vast, statisch beeld van hoe het leven gaat. Vanuit wat ik ken, vanuit wat voor mij bekend is. Zo werkt het echter niet als je groeit vanuit je ervaring. Ik moet iedere keer weer al mijn zekerheden, mijn zogenaamde zekerheden loslaten, daaraan sterven als het ware. Sterven aan de soms stiekeme pogingen van mijn ego om dit statische beeld steeds weer op te bouwen met als belangrijkste doel mijn emotionele pijn te vermijden. Er is geen routine in dit vanuit ervaring groeien, hoe graag ik dat ook zou willen. Een ervaring is namelijk telkens weer nieuw. Zo gaat het bij mij al heel mijn volwassen leven lang. Maar wat er in mij wel langzaam groeit, is het vertrouwen, de herinnering eigenlijk, dat ik niet verdrink, dat ik uit de zee van het leven naar boven kom, weer op de surfplank stap en doorga. Zo groeit mijn ik, mijn zelfbewustzijn en de liefde voor mezelf.

Het lastigste punt in mezelf is daarbij wat ik noem mijn bottleneck. De smalle doorgang van het klem zitten in mijn oude patronen, die ik heb opgebouwd vanuit mijn verleden in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn onvolmaakte achtergrond, zoals ik in mijn vorige tekst schreef. Zoals ieder mens geboren is in een onvolmaakt nest. Omdat geen enkele ouder volmaakt, maar menselijk is. En je als kind dus onvermijdelijk tekort komt. De een wellicht wat schrijnender dan de ander. We bouwen een hele constructie, een heel leven om deze plek van tekort heen om dit maar niet te hoeven voelen. Dat gat van dit tekort verdwijnt in ons onderbewuste, maar stuurt ons wel aan. Willen we onszelf en met onszelf daarmee ook de wereld om ons heen werkelijk helen, dan moeten we iets gaan toelaten van deze pijn. Dat brengt ons met onze aandacht naar binnen in plaats van de chronische gerichtheid naar buiten, waar we denken dat de onvoorwaardelijke liefde en het geluk te vinden is. Ik merk dat die gerichtheid naar buiten zo in mijn systeem gebakken zit. De pijn, het onbehagen, de disbalans die ik stukje bij beetje toelaat en kan voelen, dwingt me om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Alleen daar is de verlossing, steeds weer op een andere, nieuwe manier. Maar telkens vanuit de onvoorwaardelijke liefde die er van binnenuit voor mij is.

De mooiste ervaring die ik de afgelopen tijd heb gehad, was die bij mijn mannengroep, die ik nu al tien jaar iedere paar maanden ontmoet. Een paar weken terug deelde ik daar mijn gevoel van onveiligheid dat ik had in de zomervakantie en ons verblijf in Denemarken. De mannen voelde veilig genoeg om mijn kwetsbaarheid hierin te delen en voor de eerste keer in mijn leven kwam ik bij een objectieve waarneming en het gevoel dat ik ‘fucking’ last had van mijn verleden. Zo kwam het er ook uit, met een boosheid die precies bij dat gevoel paste. Hiermee maakte ik me in dat moment emotioneel volledig los van mijn oude, diepe patroon van verantwoordelijk voelen, van het als kind onbewust gaan zorgen voor het emotionele gat van mijn ouders. Ik ging in mijn ik staan, los van hun, maar ik zag hun ook weer in wie ze als mens waren. Maakte ze niet mooier, maar ook niet slechter dan ze waren. Het was bijzonder dat deze mannen hier getuige van waren. Omdat ik bij deze mannen een veilige hechting voelde, in tegenstelling tot de onveilige hechting die ik bij mijn ouders heb opgebouwd. De weken daarna was ik behoorlijk van slag door deze intense ervaring. Mijn systeem reageerde heftig door mezelf nog meer in mijn oude patroon van moeten en me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen, te duwen. Het is blijkbaar een zoeken naar een nieuwe balans. Het brengt me meer in het moment, meer bij mezelf en is het schokkend om te zien hoe snel ik me vaak in de buitenwereld verlies. Maar mezelf daarna ook weer vind, zoals de surfer op zee, die valt en weer opstaat.

mijn innerlijk werk had geen vakantie


Mijn vakantie nadert zijn einde, volgende week begint mijn werkzame leven weer. Althans, mijn uiterlijke werk, want mijn innerlijk werk is de afgelopen zomerweken gewoon doorgegaan. Sterker nog, ik moest hard werken om mijn balans te vinden, wat voor mij begint bij het aanvaarden dat ik uit balans ging, behoorlijk uit balans ging, toen ik mijn weekstructuur en woonplek los moest laten om naar Denemarken te gaan. Wat de aanvaarding van mijn disbalans behoorlijk in de weg zat, was het beeld dat ik onbewust maakte van vakantie als periode van louter ontspanning en geluk, zoals dit ieder jaar weer wordt gedeeld door veel mensen op Facebook. Ik voelde me helemaal niet altijd ontspannen en gelukkig, maar meestal onveilig en kwam erachter dat ik me eigenlijk als kind ook al zo voelde. Mijn vader moest en zou 4 weken op vakantie en of wij nu wilden of niet, we moesten mee om te leven als een god in Frankrijk met iedere dag strand, overvloedig eten en drinken. Pas nu kan ik voelen dat ik het toen al moeilijk vond om mijn dagelijkse structuur los te laten en zo lang van huis te zijn, zoals ik dat nu dus ook heb.

Onveiligheid was in deze vakantieperiode dus mijn thema. Het mooie was dat ik ervaarde dat er een paar boeken en films meegingen op mijn innerlijke reis. Ze spiegelden mijn innerlijke reis als een soort reisgenoten. Zo binnen, zo buiten. Het gevoel van onveiligheid vanwege de vakantie bracht me in het gevoel zoals ik me als kind voelde, maakte me weer dieper bewust van het gezin waarin ik geboren ben, de onvolkomenheid ervan. En de pijn, de onveiligheid die ik voelde, maar niet kon voelen, omdat ik nog maar een kind was en de patronen die ik daarom heb ontwikkeld om maar niet te hoeven voelen. Me sterk maken, ik kan het wel alleen, me verantwoordelijk voelen voor mijn omgeving. Iets gaan dragen wat ik niet kon dragen. Precies hierover gaat het mooie boek van Griet op de Beeck, Kom hier, dat ik u kus. De onvolmaaktheid waarin de hoofdpersoon Mona geboren wordt, het patroon dat zij opbouwt om hiermee om te gaan, als de ander maar gelukkig is, en de manier waarop de mensen in haar omgeving omgaan met de grote onmacht in het leven. We worden niet geboren in een volmaakte omgeving.

Net als bomen, waar Peter Wholleben zo prachtig over schrijft in zijn boek Het verborgen leven van bomen. Bomen kunnen op veel extreme plekken groeien. Op het moment dat het zaadje van de boom ontkiemt, is het namelijk zijn hele leven aan deze plek gebonden en moet het het leven daar nemen zoals het komt. De plek waar ze neerkomen, blijkt vaak een flop. Of te donker, of te licht, te nat, te droog. Op een paar plekjes op aarde na, vind je de ideale randvoorwaarden bijna nergens. En zoals het voor bomen is, is het ook voor mensen! En tegelijkertijd is er een soort van ongeschreven handleiding hoe een boom idealiter zou moeten groeien, er uit zou moeten zien. Als een blauwdruk. Deze ideale boom beschrijft Peter Wholleben als volgt; hij heeft een kaarsrechte stam met gelijkmatige houtvezels. Zijn wortels spreiden zich mooi symmetrisch uit naar alle kanten uit en gaan onder de boom de diepte in. De zijtakken aan de stam die in zijn jeugd heel dun waren, zijn nu allang afgestorven en met verse bast en nieuw hout gesloten zodat er een lange, gladde zuil staat. Pas bovenaan vormt zich een gelijkmatige kroon uit sterke, naar boven wijzende takken, die eruit zien als armen die zich uitstrekken naar de hemel. Er kan van alles gebeuren in het leven van een boom, qua omstandigheden, maar steeds groeit de boom verder vanuit die innerlijke blauwdruk van het ideale beeld van zijn boom. En zo is het dus ook met ons mensen, we worden niet geboren in ideale omstandigheden, soms verre van dat, maar als we ergens al is het maar een millimeter, contact houden met ons ideale, innerlijke beeld, dan groeien we vanuit deze onvolmaakte grond toch verder naar dat ideale beeld. Het is er beiden, de onvolmaakte grond waarin we worden geboren en het ideale beeld van onszelf als mens. Zo maakt ook Mona in de roman van Griet op de Beeck aan het einde keuzes die recht doen aan wie zij als mens is en niet vanuit de aangeleerde patronen zoals ze als kind met de voor haar onvolmaakte gezinssituatie moest omgaan.

De film Lion, die ik voor de tweede keer zag afgelopen weekend, vertelt de indrukwekkende reis van het jongetje Saroo, dat in India verdwaalt en wordt geadopteerd door een Australisch echtpaar. Op het moment als hij midden 20 is en gaat studeren, wordt hij geraakt in zijn verlangen om op zoek te gaan naar zijn echte moeder en broer. Het moment dat hij zijn moeder daadwerkelijk vindt, het verhaal is echt gebeurd, is prachtig en raakte me in mijn eigen verdwaald zijn van de liefde, de onvoorwaardelijke liefde die uiteindelijk de bron is van mijn leven en het terugvinden daarvan. Telkens weer, want vlak voor mijn vakantie dacht ik toch echt dat ik het nu gevonden had en niet meer zou verliezen. Door het te verliezen namelijk, kan ik weer intens ervaren dat ik gevonden word. Ik kon door deze film ervaren dat deze liefde de bron, de basis is ook van de liefde tussen mijn ouders en van het geboren worden van mij bij deze ouders, ook al konden mijn ouders door wat zij zelf hebben meegemaakt in hun leven, die liefde niet altijd ervaren en vorm geven. Het is die liefde die mijn ouders vergeeft, die mijn onvolmaakte omstandigheden vergeeft, heelt, zuivert, schoonmaakt. Stukje bij beetje. En dat is de werkelijkheid waarin ik terecht kom aan het einde van deze innerlijke reis van mijn vakantie. Dat er tegelijkertijd die liefde is, die onvoorwaardelijke liefde als bron, maar ook de onvolmaakte omstandigheden, de onvolmaakte grond waarin ik geboren ben. De liefde doet licht schijnen op die onvolmaaktheid. Het is er allebei. Het een maakt het ander helder. Licht en donker. Hemel en aarde. Deze vraag neem ik dan mee na mijn vakantie in mijn werkzame leven met werk en gezin; hoe verhouden deze twee lagen zich tot elkaar. Die geestelijke, onvoorwaardelijke laag van liefde, die de oorsprong is van al dat leeft en de aardse, onvolkomen laag, die soms zo’n pijn doet en me onveilig doet voelen?

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com