liefde

sex en de reis van het liefdeselement

Ooit heeft het beeld zich in mijn hoofd vastgezet dat sex los van de liefde verkrijgbaar is. Ik zie een mooie vrouw en ik wil daar dan sex mee. In mijn hoofd, in mijn verbeelding. Ik heb haar niet of nauwelijks gesproken, nooit echt ontmoet. Laat staan dat er sprake is van liefde. Maar toch, ergens in mijn hoofd, is er een overtuiging dat mijn sexueel verlangen een ingang is naar het contact met deze vrouw.

In mijn relatie met Gebi, vorige week waren we 18 jaar getrouwd, merk ik in toenemende mate dat mijn sexualiteit gedragen wordt door de liefdesband met haar. Het voelt alsof mijn sexualiteit gedragen wordt door de liefde, die gedurende onze relatie is opgebouwd. Dat betekent niet dat de neiging om mijn sexualiteit los van de liefde te beleven weg is. Die neiging is nog steeds aanwezig in mijn systeem. Maar ik merk ook steeds weer dat als ik daaraan toegeef, dat die weg een doodlopend pad is. Me niets oplevert. Sex zonder liefde is een oplaaiend vuur, dat makkelijk de regie kan overnemen, dat me graag doet denken dat het mij iets brengt. Voor mij is het dus heel belangrijk dat mijn sexualiteit een plek krijgt binnen de liefdesrelatie met iemand anders, in dit geval met Gebi. Het is bijzonder te ervaren dat dit de afgelopen jaren zo is gegroeid.

Ik weet nog goed dat ik verliefd was op D. Zij was mijn grote liefde van de middelbare school. Zelfs had ik een paar dagen verkering met haar, dat had namelijk een vriend van mij aan haar gevraagd. Omdat hij wist dat ik verliefd op haar was. Ze had ja gezegd, maar voordat ik haar eigenlijk zelf had kunnen spreken of ontmoeten, had ze al weer verkering met een andere jongen. Ik werd wel bevriend met haar, heel goed bevriend, maar nooit als haar vriend. Mijn verliefdheid bleef, wat ik toen zelfs liefde noemde. Ik.wilde.haar.hebben. Nu kan ik zeggen dat zij het gat in mij vulde, dat ik toen niet kon voelen, me niet bewust was. Het gat van mijn bottleneck uit het gezin waar ik toen nog deel van uitmaakte. Als een vis in het water, die niet weet wat water is. Het grappige is dat ik nu weer contact met D. heb op Facebook, wat heel leuk is en me verbindt met de Tom die ik toen was. Alsof hij er nu nog steeds is.

Onbewust heb ik het beeld in mij dat een vrouw mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Dat een vrouw mijn gat moet vullen, het gat van mijn leegte, mijn bottleneck. En wederzijds, ik vul met mijn liefde het gat van die ander. Heel symbiotisch en ongezond afhankelijk.

Ruim 10 jaar later kwam M. in mijn leven en voor het eerst in mijn leven voelde ik alsof de liefde van mijn hart ontwaakte. Een lange tijd had ik met haar een relatie, maar het was geen gezonde relatie. Te zeer bepaald door wederzijdse patronen, die ons allebei zwak maakten in plaats van sterk. Het kon niet anders dan dat deze relatie spaak liep. Het was verschrikkelijk toen het klaar was, ik voelde de pijn van het gat in mij dat bloot kwam te liggen. Zij was voor mij de ware, maar dit zinnetje kwam direct in mij op toen de relatie uit was; ik ben zelf de ware. Voor de (onvoorwaardelijke) liefde in mezelf, ben ik de ware. Dat was een nieuwe, waardevolle basis, die ik meenam naar mijn relatie met Gebi, die ik niet veel later leerde kennen.

Door het proces dat Gebi en ik beiden gaan, onafhankelijk van elkaar, dat we vanuit een eigen basis groeien, dat verdiept de liefde naar elkaar. En wat de laatste tijd nieuw is in mijn ervaring van liefde is dat mijn liefde juist wordt geraakt door de crack, de breuk, de bottleneck van die ander. De scheefgroei, de onvolmaaktheid. In plaats van dat ik me tekort voel gedaan, roept het, tot mijn eigen verbazing soms, mijn liefde op. En zo is dat eigenlijk ook naar mezelf. Misschien dat wel eerst. De crack in mezelf roept van binnen ook die liefde op. Compassie, mededogen. En ik merk dat deze ervaring me gelukkig maakt. De ervaring dat ik in staat ben om lief te hebben op een zuivere manier. Dat ik in staat ben tot compassie. Als een neutrale wetmatigheid.

Zoals wel vaker, kreeg ik vorige week in de auto van Eindhoven naar Tilburg een inzicht, een beeld. Ik kreeg het beeld dat zich in mijn leven, in het leven van ieder mens, een element van liefde heeft geplaatst. Misschien is dat wel wat mensen de ziel noemen. Door zich in een mensenleven te plaatsen is dit element van liefde, dat uit een andere wereld, uit een andere aandachtslaag komt, onderhevig aan de wetmatigheid, de werkelijkheid op deze aarde, de dualiteit. Het is een soort van avontuur, een zoektocht, een reis, waarbij dit element van liefde na vele omzwervingen, zichzelf weer vindt. Ik heb het gevoel dat ik dit nu kan ervaren. Dat dit element van liefde zichzelf weer vindt, zichzelf weer herinnert. Dus door in mezelf mijn crack, mijn breuk, mijn bottleneck toe te laten, te durven voelen, roept dit deze liefde op en herinnert zichzelf weer. Juist door de shit hier op aarde, die we vanuit onze onwetendheid veroordelen, aanklagen, vindt dit liefdeselement zich weer terug. Wat daar trouwens ook bij hoort is het loslaten van de illusie. De illusie, de leugen vanuit mijn oude overlevingssysteem waardoor ik mijn breuk, mijn bottleneck niet toelaat, omdat ik niet om kan gaan met die pijn. En niet anders kan dan dit te compenseren door een illusie te scheppen van hoe bv. mijn ouders zijn, hoe de werkelijkheid is, het mooier maakt dan hoe het is. Maar het toelaten van de rauwe werkelijkheid en de pijn die daarbij hoort, dat roept die liefde op, van binnenuit. Mededogen. En daar vindt dat liefdeselement zich weer terug. Dat zou je dus thuiskomen kunnen noemen. Het liefdeselement in mij komt weer thuis bij zichzelf. O, daar is het hier om te doen. Dat is de reden van mijn leven, dat is de reden van mijn leven hier op aarde.

Het doet me denken aan de boeken van Neale Donald Walsch over de kleine ziel (en de zon, en de aarde). De kleine ziel heeft in de hemel een gesprekje met God. Het zieltje wil weten en ervaren wie hij is. Specifiek, het zieltje wil ervaren om vergevingsgezind te zijn. Dat kan niet in de hemel, omdat daar alles perfect is. God heeft een oplossing door het zieltje naar de aarde te zenden en daar op zijn pad te komen als ‘slechterik’. Waarom zou je dat voor mij doen, vraagt het zieltje. Het antwoord van God is; omdat ik van je houd. Er is wel een voorwaarde die God stelt voor het laten ervaren van het zieltje zijn vergevingsgezindheid. Hij moet herinneren dat die ‘slechterik’ God is, die op zijn pad komt om dit te ervaren. Goed, zei God, want zie je, ik zal zo erg moeten doen alsof, dat ik mezelf zal vergeten. En als jij je dan niet meer herinnert hoe ik werkelijk ben, dan kom ik daar een hele tijd lang niet meer achter. Als ik vergeet wie ik werkelijk ben, vergeet jij misschien zelfs wie jij bent. Dan zijn we allebei verloren. En dan hebben we weer een andere ziel nodig om te laten ontdekken wie we zijn.

Zo zou je misschien kunnen zeggen dat ieder menselijk leven een inwijdingsproces is van het liefdeselement op aarde. En zichzelf uiteindelijk herinnert. Het liefdeselement dat zich herinnert is mijn licht, het licht dat in mij oplicht, mij vervult. Zou dat een nieuwe basis kunnen zijn, die mij gaat leiden?

 

transformatiehuisje

Stel je toch eens voor dat de aarde een transformatiehuisje is. De vraag is dan natuurlijk wat er dan precies wordt getransformeerd. Dat gaat over lijden. Over de onvolmaaktheid. Dat je als mens lijdt aan de onvolmaaktheid. Die je overal om je heen ziet. Ervaart.

Belangrijk is dus dat we leren lijden. Dat wat wij lijden noemen, is het begin van de transformatie. Want als je leert lijden, aanvaardt dat de wereld om ons heen onvolmaakt is, toelaat wat je daarbij voelt (pijn, onmacht, verdriet, boosheid), dan ontstaat er een opening, waar de liefde in kan komen. Er ontstaat een opening naar binnen en van binnenuit, vanuit de essentie of hoe je dat ook wilt noemen, komt er een antwoord van de liefde die er voor jou is, onvoorwaardelijk, precies op maat. Wonderlijk, maar het is zo. Als een plus die een min pool zoekt. Een wetmatigheid. En dan wordt er iets getransformeerd. En in plaats van dat je dan iets nodig hebt van buitenaf om dat gat van die onvolmaaktheid te vullen, kun je iets geven. Word je een instrument, is er overvloed. In plaats van een tekort. En zo binnen zo buiten. Want zoals dat voor het individu geldt, is dat ook voor heel de aarde, onze wereld, onze maatschappij, het collectief.

Misschien is de aarde wel een transformatiehuisje. En zijn wij als mensen in staat om energie op te wekken, te produceren. Liefde is in die zin energie, dus liefde te produceren, licht te produceren. Stel je eens voor! In plaats van dat wij nu en dat is een actueel onderwerp in onze wereld, een tekort hebben. En daardoor een tekort scheppen, de aarde, maar ook onszelf, uitputten. Fossiele brandstof, voedsel, oorlog, geweld. Individuele burnout, andere ziektes als gevolg van stress en een verlaagd imuunsysteem. Het gaat allemaal over het tekort dat we ervaren. Terwijl in potentie wij als mens iets te bieden hebben, te geven, vanuit overvloed. Wij dus energie kunnen produceren, in plaats van dat wij steeds iets nodig hebben vanuit tekort of een muur bouwen om ons bezit uit angst voor dit tekort.

Waarom wij steeds iets nodig hebben, komt omdat wij de materie als uitgangspunt nemen, wij vastzitten in een op de materie gericht bewustzijn. Maar stel dat de aarde een transformatiehuisje is, dan wordt juist die materie een middel en niet langer een doel zoals dat nu het geval is. Geld of bezit is dan geen doel meer, maar een middel. Want alles staat dan in dienst van ons eigenlijke doel als mens en dat is die transformatie. Het produceren van energie, van bewustzijn, van liefde. Hierin vinden we ons geluk. Dan is materie en geld geen doel meer, omdat dit doel op een ander vlak ligt. Het doel ligt dan meer in het geestelijke, dan in de materie. Ik weet het, wij zijn daar allergisch voor, voor alles dat geestelijk is, voor wat we niet kunnen zien. Waarschijnlijk omdat wij daarin zijn gemanipuleerd, getraumatiseerd zelfs door oude religies. Die meer gericht waren op macht, op macht in materiële en wereldse zin, dan op de eigenlijke boodschap die in iedere religie verborgen zit.

Hoe gaan wij dan om met het lijden? Als wij daar zelf geen verantwoordelijkheid voor nemen en toelaten wat dit met ons doet, dan schiet je in wat je zou kunnen noemen de reddersdriehoek. Ga maar bij jezelf na. Dus dan ben je slachtoffer van het lijden, je klaagt het lijden aan of degene die jou pijn doet of je probeert iemand te redden van het lijden. En dit allemaal om je eigen lijden niet te hoeven voelen! Om het lijden op te lossen, het lijden weg te krijgen. Dat zit allemaal in die redderdriehoek. Een onbewuste manier om met het lijden dat er is om te gaan. Hier kunnen we enorm in vastzitten. De stap ligt hier in het individu, die in staat is om het lijden te transformeren en energie op te wekken in plaats van dit gat te vullen met van alles en nog wat – dat ik maar al te goed ken- om ons heen, buiten onszelf. Dus eigenlijk is er heel veel van onze problemen die wij zelf hebben als individu, maar ook collectief, terug te voeren tot deze kern. Dat wij als mens in staat zijn om ons tekort om te zetten naar overvloed. Ons tekort dus niet langer bedekken met allerlei lapmiddelen buiten onszelf en daarmee energie onttrekken van anderen, van de aarde. We ons materiële bewustzijn transformeren naar een meer geestelijk bewustzijn en daarmee geld en bezit relativeren en dit daarmee niet langer een doel is, maar een middel.

 

vijf levenslessen mij aangereikt vanuit het dagelijks leven

Bijzonder en ontroerend wat mijn innerlijk werk me de afgelopen maanden heeft gebracht. Soms denk ik wel eens wat gebeurt er nu eigenlijk, het lijkt wel of mijn groei stil staat. Maar dan plotseling wordt duidelijk dat er van binnen heel hard wordt gewerkt om mij te verbouwen tot een nieuwe mens eigenlijk. Het ontroerende en wonderbaarlijke is dat ik niet mezelf bouw, maar dat ik wordt gebouwd, wordt geschapen van binnenuit. En het lijkt alsof dagelijkse gebeurtenissen worden gebruikt als middel en spiegel voor deze groei van mij als mens.

Ik hoef niet mijn best te doen om aantrekkelijk te zijn. Eerst was er begin mei Pinksteren. Op die zondag waren we met een aantal mensen bij elkaar om aan de hand van een thema ons zelf en elkaar te inspireren. Het thema was de vraag welk beeld je van de toekomst hebt, als je helemaal mag zijn wie jij bent, als binnen en buiten in elkaar over lopen, waar je naar toe groeit vanuit wie je nu bent en waar je nu al naartoe bent gegroeid. Het mooie is namelijk dat dit beeld, deze blauwdruk waar je naartoe groeit, iets is wat heel dichtbij ligt en niet iets wat ver af staat, een afgescheiden beeld dat je bv. heel rijk bent, op een zonovergoten eiland woont, alles kunt kopen wat je zou willen. Nee, het is veel eenvoudiger. Ik zelf kwam op het beeld van een tuin zoals Pluk&Plenty waar ik dan ben, met nadruk op BEN en dat er van daaruit mensen op me af komen, dat ik die aantrek. Die mensen lopen dan een tijdje mee in een weekprogramma dat ik aanbied met meditatie, gesprekken, werken in de tuin. Een beetje als een pop-up klooster, waar je niet hoeft in te treden, maar waar je gewoon je eigen leven hebt en meeloopt met een programma. Ik deelde dit beeld met de groep en de vraag die werd gesteld was welke stap ik nog zou moeten zetten om dit beeld te realiseren. Wat in me opkwam, raakte me, namelijk dat ik niet zo mijn best hoefde te doen om mensen aan te trekken, maar dat ik gewoon mensen aantrek vanuit wie ik ben. En daarna kwam ook nog in me op dat dit beeld, dit toekomst beeld zich als vanzelf gaat realiseren. Ook daar hoefde ik niet mijn best voor te doen!! Als een plant die uitgroeit vanuit zijn blauwdruk. Het woord dat nu in me opkomt is vertrouwen. Vertrouwen dat ik goed ben zoals ik ben en dat ik vanzelf mensen aantrek die bij mij passen.

Onze hond Heppie als spiegel voor mijn eigen basis. Een aantal weken later hadden Gebi en ik een afspraak met onze hond Heppie bij onze hondentrainer in de Ardenne. Het was een soort check-up, omdat Heppie wat oude klachten had. De hondentrainer heeft een methode om te kijken hoe het zit met Heppie’s basis. Daar kwam een hele rake waarneming uit, die me raakte. Heppie heeft een onveilige basis en heeft de neiging om die zelf op te lossen. Hij heeft een groot zelfoplossend vermogen, maar verliest daardoor wel het contact met ons, gaat uit relatie, raakt geïsoleerd en krijgt dan zijn oude klachten. Conclusie was dat Heppie het eigenlijk altijd nodig heeft om te ervaren dat wij er voor hem zijn, door hem te knuffelen, bepaalde oefeningen te doen. Maar bv. ook door hem niet onbegrensd los te laten lopen, maar met een riem van 5 meter. Zo houdt hij altijd het gevoel dat hij verbonden is met ons. We gingen dit oefenen in een prachtig bos in de Ardenne en het was heel zichtbaar dat Heppie hier erg van genoot. En wij met hem. Het mooie was eigenlijk dat ik mezelf in dat beeld dat de hondentrainer gaf over Heppie gaf, herkende. Ook ik heb een onveilige basis en zal altijd aan mezelf moeten werken, aandacht aan mezelf moeten besteden om voor mezelf een veilige basis te scheppen. Door te mediteren, door met mijn aandacht naar binnen te gaan en daar te vragen om antwoorden op vragen of gevoelens die ik heb. Zo spiegelt Heppie mij en mijn eigen basis van waaruit ik als mens groei.

Hoe mijn dochter Moon mij hielp om mijn eigen schooltijd anders te bekijken. Daarna kwam er een periode dat onze dochter Moon vastliep op school. Dat speelt al een paar jaar, waarbij we haar steeds stiller, meer teruggetrokken, ja, depressiever zagen worden. Er was steeds minder ruimte voor haar creativiteit, heel pijnlijk eigenlijk. Op een avond had ze een soort van comming-out, waarbij ze in tranen vertelde dat ze anders was, anders wilde leren dan op school, dat haar hersenen stil stonden etc. Ze had geen burn-out, maar een bore-out. Vanaf dat moment zijn wij als ouders met haar op zoek gegaan naar de meest passende leeromgeving, bezochten enkele scholen, Roermond, Turnhout, Goirle, Veldhoven. Wat mij het meeste raakte, was dat Moon voor mij een spiegel vormde van mijn eigen jeugd en het vastlopen op school. Ik begon op gymnasium, atheneum, havo, ging ongemotiveerd niet meer naar de lessen en moest na 4x te zijn blijven zitten van school af. Onbewust heb ik altijd gedacht dat ik had gefaald, mislukt was. Maar door de situatie met Moon kon ik nu zien dat het niet kwam omdat ik faalde, maar dat ik net als zij anders was. Dat ik niet paste in het schoolsysteem en een andere leeromgeving, een andere leerweg nodig had dan die deze school in Terneuzen mij niet kon bieden. Ik kon door Moon met breder en liefdevoller zicht naar mezelf kijken, vanuit eigenwaarde i.p.v. minderwaarde. Bovendien is het heel mooi om mijn dochter op haar weg te kunnen ondersteunen, haar te kunnen geven wat mijn ouders niet mij niet konden geven. Ik weet nog goed dat mijn vader aan de achtertafel zat met twee laarzen in zijn handen en na mij 6 jaar te hebben laten ploeteren, boos zei dat ik nu dan maar moest gaan werken.

Het is aspect van het groeien als mens dat ik nu van binnenuit met andere ogen naar mezelf en mijn verleden kan kijken, vanuit liefde voor mezelf eigenlijk, dat langzaam in mezelf wordt opgebouwd. Een nieuwe ik, een nieuwe mens, die in ieder van ons in potentie aanwezig is. Zoals de vlinder in een rups verborgen zit.

Hold your horses! Met het warmer worden van het weer werden mijn hormonen geactiveerd, mijn libido. Wat er gebeurde is dat ik in een oude groef, een oud patroon terecht kwam zoals ik vroeger met mijn seksueel verlangen omging, namelijk op een afgescheiden, geïsoleerde manier. In mijn hoofd, in mijn fantasie. En dan vanuit dat onbegrensde beeld kijk ik naar de werkelijkheid en wil dat een vrouw aan dat specifieke beeld voldoet. Ik maak dan een plaatje van hoe het seksueel contact met de ander moet gaan en benader op die manier ook mijn partner. Haar reactie is dan altijd dat ze dicht gaat, zich juist terug trekt. Logisch natuurlijk want ik maak geen contact met haar, maar alleen met het beeld in mijn hoofd. Wat nu nieuw was dat ik hier met nieuwe ogen naar kon kijken. Het was net of ik in deze oude groef werd gebracht om er met breder, liefdevoller zicht naar te kunnen kijken. Ik kon nu zien waar deze groef was ontstaan, nl. in mijn jeugd, waar ik me onbewust heel eenzaam en afgescheiden voelde en vluchtte in mijn fantasie om dat gevoel maar niet te hoeven voelen. Een logische, maar beperkte oplossing van mijn oude systeem.

Nu, meer dan 30 jaar later, kon ik die eenzaamheid wel voelen! En ik kon nu ook de waarde zien van de lange liefdesrelatie van bijna 20 jaar met Gebi waarbij de liefde er voor gezorgd heeft dat dat onbegrensde libido een vorm gevonden heeft in de specifieke vorm die Gebi en ik opgebouwd hebben. Die altijd zijn grens heeft, omdat wij beiden mensen zijn met onze eigen geschiedenis, ook op dit vlak. En die vorm van Gebi en mij is aantrekkelijk, die werkt, omdat die van ons is! Ik had nu een alternatief voor die oude groef en voelde heel duidelijk dat dat oude spoor doodliep. Ik kon dit vanuit mijn nieuwe ik voelen en beslissen. Mijn nieuwe ik vanuit eigenwaarde en liefde voor mezelf. Ik kon de oude groef loslaten en kiezen voor de vorm die ik in mijn relatie met Gebi heb opgebouwd. Ik kon dit ook allemaal met haar bespreken in alle openheid en zo was het voor beiden ook weer een nieuwe keuze.

Ik vind het zo mooi en ontroerend hoe dit alles van binnenuit wordt geregisseerd. Ik word van binnenuit met een hele liefdevolle hand gevormd tot de mens die in mij zit. Die ik al ben, maar zich steeds meer manifesteert. Vanuit overgave en niet vanuit controle!

Het herkennen van wat wij als slecht bestempelen is voldoende. Wat me ook ontroerde was een prachtige droom die ik had deze week als een boodschap van ondersteuning in mijn groeiproces van binnenuit.

Er is een soort parfum, dat als je dat inademt, je slechte kant versterkt wordt en je de neiging hebt een misdaad te plegen. We zitten op een grote boot met 2 slechteriken. Een van hen ademt het parfum in. Ik waarschuw de rest van de passagiers om de twee te gaan zoeken. Ik ontdek ze, ze komen langs, vermomd, maar ik herken ze. Er zijn een aantal mensen die al door hun zijn beïnvloed, maar de meeste mensen geloven me; dit zijn slechteriken. Alleen ze worden gewoon weer losgelaten op de boot waar niemand af kan. Ik protesteer en probeer duidelijk te maken dat ze van de boot af moeten of moeten worden opgesloten. Alleen herkenning is niet genoeg…

Ik vertelde deze week de droom aan mijn begeleidster en kreeg tijdens het vertellen plots door de prachtige betekenis die hierin zit. We kregen het namelijk over de bus van Gurdjeff die dit als beeld gebruikte voor onze situatie als mens die in slaap is, in slaap van de nieuwe mens die als een vlinder in ons verborgen zit.
In de bus zitten allerlei passagiers als delen van onze persoonlijkheid die de plaats van de chauffeur willen overnemen, je zou dat ons ego kunnen noemen. Steeds zit er weer een andere passagier op de plek van de chauffeur, zoals mijn libido dus die de sterke neiging heeft om het van me over te nemen. Seksualiteit is een zeer krachtige energie! Gelukkig werd mijn chauffeur wakker en had door dat dit een doodlopende weg is.

De droom over de boot was hetzelfde beeld van mij als mens met verschillende delen. Het parfum, zei mijn begeleidster,  is vluchtig en staat voor de valse overtuigingen die ik over mezelf heb en door mijn beperkte bewustzijn ben gaan geloven. Zo dacht ik onbewust dat mijn seksualiteit slecht was. Minderwaardig. In het gesprek over deze droom met mijn begeleidster werd me plots duidelijk dat herkenning, ontmaskering voldoende is. Als ik mijn verdwaalde ik herken, ik dus weer de plek aan het stuur oppak, gaat de passagier vanzelf op zijn plaats terug zitten. Hij hoeft niet de bus of boot af. Dat laatste is mijn reactie vanuit angst en houdt daarmee de dualiteit van goed en slecht in stand. Maar het slechte is herkend en ontmaskerd. Ik hoef niet bang te zijn. Dat vond ik zo liefdevol! Vooral omdat dit een boodschap was van binnenuit op mijn persoonlijke weg van menselijke groei.

hoe de liefde werkt

Gisteren leerde ik hoe liefde eigenlijk werkzaam is, de werkzaamheid van liefde.

We kwamen bij elkaar met mijn mannengroep, die al meer dan 10 jaar bestaat, af en toe van samenstelling wisselt, maar gisteren waren we met 5 mannen. Ieder ervaart op zijn manier zijn proces van menswording en we komen ongeveer ieder kwartaal bij elkaar om dit bijzondere proces te delen.

Kenmerkend is dat we met liefde naar elkaar luisteren. We luisteren naar elkaars verhaal en geven terug welk deel van het verhaal, welk woord, welke zin ons opvalt. Zo ontstaat er een soort van cirkelgesprek, waarbij ieder zijn verhaal vertelt, vragen stelt, de ander aanvult, zelf weer iets vertelt. Gisteren bleven we steken bij de pijn van een van de mannen, die zijn zoon al 21 jaar niet had gezien. Dit verhaal was het ankerpunt voor ons cirkelgesprek. We luisterden, stelden vragen, vertelden een eigen verhaal.

Zo vertelde een van de mannen dat zijn vrouw, zelf dochter van een Nazi officier, reizen verzorgt naar een van de meest verschrikkelijke plekken op aarde; de concentratiekampen van Auswitz en Buchenwald. Mannen en vrouwen ontmoeten elkaar daar, oud Nazi’s, kinderen van Nazi’s, joden, NSBers, daders en slachtoffers van de afschuwelijke Tweede Wereldoorlog. De man vertelde dat er in eerste instantie grote onhandigheid is om met elkaar in contact te komen, maar dat er langzaam naar elkaar wordt geluisterd, er langzaam een sfeer ontstaat van heling. Van heling en transformatie. Deze plekken, deze afschuwelijke plekken, waar de meest afschuwelijke dingen zijn gebeurd, zijn transformatieplekken geworden. Hoe bijzonder is dat!!

Precies de sfeer die ik herken in onze mannengroep en we blijven hangen bij degene die vertelt over zijn pijn, zich kwetsbaar maakt, zijn vertwijfeling in het leven deelt, durft te delen. Zo werkt de liefde dus, dacht ik. De liefde die niet het punt zoekt waar we sterk zijn, waar we succes hebben, maar juist het punt waar we gewond zijn, kwetsbaar zijn. Zoals dat ook in mezelf is, de liefde in mij zelf is ook te vinden waar ik het meest gewond ben, mijn bottleneck, mijn meest kwetsbare, gekwetste plek. Daar is de liefde aanwezig. De liefde wil van zijn overvloed naar de plek waar een tekort is. Dus in plaats van dat ik bang ben voor mijn pijn, mijn meest pijnlijke plek, leer ik om daar naar toe te gaan, er bij te zijn, omdat ik weet dat daar de liefde is. De liefde die mij wil helen.

Dus als ik de liefde zoek, als ik de liefde wil vinden, moet ik niet zijn op de plekken waar successen gevierd worden, waar rijkdom is, waar liefde voorwaardelijk is, maar juist waar een tekort aan liefde is, waar pijn is gedaan. Zo stroomt de liefde, als deze vrij is, de liefde wil helen, de liefde wil transformeren. De plus zoekt de min, als een wetmatigheid. Dat is eigen aan de werking van liefde.

Later lag ik te kijken naar de ondergaande zon in het bos, hoe de zon de wolken kleurde in tinten geel, oranje, rood. Ik dacht: alles is eigenlijk liefde, alle inhoud van alle vormen, of het nu die boom is daar, of de zon, of die wolken. De binnenkant is liefde, de essentie en de vorm is de specifieke uitdrukking van deze liefde, van deze liefdesenergie. Onzichtbaar. Hoe zit dat dan bij de mens, vroeg ik me af.

De mens sluit deze liefde, deze liefdesenergie op. Houdt deze gevangen. Dat is wat ons ego doet, sluit deze liefde op, zodat deze niet meer kan stromen. We bouwen een muur om deze liefde. In onwetendheid, in onbewustheid. Omdat we zijn gekwetst, pijn zijn gedaan. Transformatie is dat we ons laten raken, op de een of andere manier, door de liefde, die bij ons van binnen zit. Iets raakt, iets herkent. En dan van binnenuit wordt ons ego, onze persoonlijkheid omgevormd. Van een gevangenisbewaarder tot een verlosser. De persoonlijkheid geeft zich over en laat de liefde vrij. Vrij om te stromen. En de persoonlijkheid buigt en wordt een instrument van deze liefde. Dat kan heel lang, dat kan jaren duren, de muur laat zich niet zomaar afbreken, vertrouwen is niet zomaar gewonnen. Bovendien zijn heel veel mensen met al hun energie juist gericht op het in stand houden van deze muur.

Overal waar de liefde door ons mensen heelt en transformeert, daar wordt de aarde een stukje geheeld en getransformeerd. Dat kan in elke ontmoeting, waar met liefde en respect geluisterd wordt. Zo vormt een ontmoeting een cirkel, een cel. Nu moet ik denken aan wat Jezus zei; waar er 2 of meer in mijn naam aanwezig zijn, daar ben ik. Daar is de liefde. Misschien, dacht ik vanmorgen, is Jezus wel de mens waar de liefde zich volledig in heeft gemanifesteerd. In die zin zou je hem kunnen beschouwen als een voorbeeld voor wie we als mens kunnen zijn, waar we naar toe kunnen groeien. Daarbij denk ik dan weer niet dat iedereen een Jezus zou moeten worden, maar veel meer dat ieder van ons zichzelf zou moeten worden, een Tom, een Kees, een Henk, een Inge, een Suzanne etc.

Vanmorgen deed ik in een zonovergoten apriltuin mijn ochtendmeditatie en ik dacht; ik zit hier in het midden van de liefde. Alles om mij heen is liefde. Voor mij is dat het grote manco van de evolutietheorie van Darwin, die door de moderne mens wordt aangehangen als antwoord op de oorsprong en toekomst van het leven. Het is slechts de buitenkant, de vorm die wordt bestudeerd, niet de binnenkant. Als alle vormen een manifestatie zijn van de liefde, van liefdesenergie, als de aarde in feite een liefdesplaneet is, dan zal toch in ieder geval de verscheidenheid aan vormen in samenhang met deze liefde moeten worden bestudeerd.

Dat is mijn allergrootste wens om instrument van deze liefde te zijn. Dan word ik het meest gelukkig.

 

 

de liefde die mij kent en liefheeft

Kerstmis herinnert me ieder jaar weer aan de tijd dat ik begin 20 jaar oud was en ik nog in Terneuzen woonde. Ik was behoorlijk de weg kwijt, liep helemaal vast in mijn oude patronen. Werd van school gestuurd, omdat ik te vaak was blijven zitten. Ging in een café werken, waar ik door een oude hippie een pilletje in mijn drank kreeg en een bad trip had. Het zette mijn opgebouwde systeem op zijn kop, kreeg hyperventilatie, was bang en wanhopig. Ik verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een eigen flat. Daar las ik het prachtige Johannes-Evangelie en werd diep geraakt door de liefde die daar uit sprak. Het was een liefde die ik niet kende, een liefde die onvoorwaardelijk was. Ik had een glimp opgevangen van wat je zou kunnen noemen het Hoger Bewustzijn, al vind ik dat een veel te onpersoonlijk en abstract woord voor een liefde, die zo persoonlijk is als de Deense journaliste Charlotte Rorth beschrijft in haar boek De dag dat ik Jezus ontmoette.

Welkom, goed je te zien. Hij zegt het zonder dat ik het begrijp, maar mijn bewustzijn bevat het meteen. Hij kent mij. Hij kent iedere gram, iedere seconde, kan door alles heen zien, houdt toch van me, ondanks alle leugens, grote en kleine, mijn boosheid en mijn kleinzieligheid. Hij heeft me mijn zoons horen uitschelden, heeft me dingen horen zeggen die ik zelf vergeten ben; een gewemel van kleine scènes treedt tussen ons op, het gaat zo snel als een film die afgedraaid wordt en het blijft zitten als herkenning, zodat ik niets hoef uit te leggen: hij heeft alles gezien. Er is geen greintje twijfel in me. Die is uitgevaagd, verdwenen in gevoel. Alle mentale verdediging is geërodeerd. Ik registreer dat mijn op intellect gebaseerd verstand verdwenen is ten behoeve van een weten dat gewichtiger is.

En verderop: zijn blik vloeit mijn lichaam in. Van mijn hals over mijn schouders, buik, schoot, benen, voeten. Hij is zozeer man, zo mannelijk, zo verleidelijk en onweerstaanbaar, zijn uitstraling is sterker dan erotiek, hij raakt me dieper vanbinnen dan enig andere man ooit. Zijn glimlach is niet zoals die van een man voor een vrouw in een echt liefhebbende verhandeling over het bereiken van orgasmes of over kinderen. Het is een glimlach die mij me bemind doet voelen met een ander soort liefde dan ik ken. Het is vriendelijkheid. Een rechtstreekse, eenvoudige acceptatie dat het goed is dat ik er ben.

Wow! Ik had dit boekje van Charlotte Rorth voor sinterklaas gekregen en had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn en zo zou aansluiten op de woorden die ik geef aan mijn eigen ervaren van de onvoorwaardelijke liefde. Al moet ik hier direct aan toevoegen dat mijn kleine ervaring ongeveer 30 jaar geleden, slechts een glimp is van de bliksem die is ingeslagen bij Rorth, die totaal niet bezig was met iets wat je religieus of spiritueel zou kunnen noemen. Zij was en is gewoon een vrouw, een mens zoals jij en ik, opgevoed in de Deense cultuur, waarbij de protestante kerk wel een belangrijke rol speelt, maar toch vooral onze rationeel, wetenschappelijke manier van naar de werkelijkheid kijken. In deze rationeel, zogenaamd wetenschappelijk manier van waarnemen, staat het zichtbare, het materiële centraal. Alles dat maar enigszins ruikt naar geloof, spiritualiteit of geestelijke werkelijkheid wordt afgedaan als kwakzalverij, bijgeloof, niet meer van deze tijd. Zo’n ervaring als die van Charlotte Rorth wordt simpelweg niet serieus genomen, omdat het niet past, niet verklaard kan worden binnen het rationele kader waarmee wordt gekeken en zogenaamd wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. En is het daarom niet waar?

Ook al was mijn ervaring van onvoorwaardelijke liefde maar klein, deze ervaring heeft mij wel aan de hand genomen en mij als lichtpuntjes op weg geholpen naar wie ik nu ben. Ik ben niet in een keer totaal veranderd, nee, mijn verandering, transformatie als je wilt, gaat maar heel langzaam. Mijn harnas, mijn oude persoonlijkheid, waarmee ik me van oudsher bescherm tegen alles dat me pijn wil doen, wordt langzaam gesmolten en omgevormd tot een nieuwe jas, die mijn nieuwe ik het beste past. Een proces dat nu al 30 jaar duurt en waarin ik steeds opnieuw dingen leer, over mezelf, over het leven. Want met deze liefde komt ook het bewustzijn, het nieuwe bewustzijn, dat zo nieuw is als de ontdekking dat de aarde niet plat is, maar rond.

Vandaag, op weg naar mijn moeder, die nog steeds in Terneuzen woont en ik met de auto ophaalde om bij ons Kerstmis te vieren, dacht ik; dat is eigenlijk het enige; dat de liefde een relatie met mij aangaat. Mij waardig acht om een relatie met mij aan te gaan. Mij hervormt en dat doet op een manier die uniek is en precies bij mij past, omdat ik uniek ben. Zoals iedereen uniek is. Het principe is hetzelfde, het liefdesprincipe, maar de uitvoering is steeds weer anders, omdat jij anders bent dan ik. Ik word liefgehad. En die liefde hervormt mij, schept mij, tot ik helemaal mezelf ben.

Het punt is wel dat ik beschikbaar moet zijn. Soms ben ik namelijk zo bezet! Terwijl ik er zo naar verlang om bemind te worden. Ik word bemind door de liefde in mij. Dat toelaten en me aan overgeven. Telkens weer. Dat is alles dat telt.

Er is niets mis met het kerstmis vieren als een collectief feest, waarbij we eten en cadeaus kopen alsof morgen de wereld vergaat. Er is ook niets mis mee met kerstmis als gelegenheid aangrijpen om goed te doen voor mensen die het minder goed hebben als wijzelf of mensen die ziek zijn. Het belangrijkste voor mij van kerstmis is echter wel de herinnering dat ieder van ons wordt gekend tot in al zijn vezels en wordt liefgehad. Werkelijk ieder van ons, zonder uitzondering.

Misschien is dat wel het aller moeilijkste om te geloven. Omdat we stiekem of minder stiekem vinden dat we deze liefde niet waard zijn of niet nodig hebben. Het is een vorm van trots en hooghartigheid die we zelf als muur opwerpen tussen de liefde en onszelf, die zo snakken naar juist deze onvoorwaardelijke liefde. Dus dat is steeds de keuze die we hebben, te kiezen voor deze trots als onze identiteit of de overgave aan deze liefde. Een liefde, die van een andere werkelijkheid komt dan die van ons dagelijks, mechanische functioneren. Het is niet makkelijk deze werelden met elkaar te verbinden, dat vraagt een ander bewustzijn, een andere taal. Een taal die soms niet zo logisch is als ons denken, als onze rationele logica. Een taal die meer poëtisch is, zoals onderstaand lied van Huub Oosterhuis en dat zo prachtig vertolkt wordt door zijn dochter Trijntje.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

de bloem en de goede koning

img_0259

Vorige week deed ik op maandagochtend met een groepje mensen de latifa-meditatie en bij de plek van het hart, van de kwaliteit liefde,  visualiseerde ik een plant, die zover is uitgegroeid dat er de eerste bloemen in verschijnen. Ik stond in mezelf stil bij die bloem en plots voelde ik dat ik die bloem was. Ik voelde dat wat ik in mijn leven doe en vorm geef met de individuele begeleidingen die ik doe, de dagbesteding, Pluk&Plenty, dat dat mijn bloem is. Dat was bijzonder, want meestal heb ik het idee, de overtuiging dat dit niet genoeg is. Dat ik meer in de wereld moet zetten om iets te kunnen betekenen. Dan vergelijk ik me met anderen, die in mijn ogen meer presteren dan ik. Ik voel me minderwaardig. Nu was het anders. Ik voelde me deze plant met takken en bladeren en bloemen die verschijnen, gewoon vanuit de dingen die ik doe. Het kwam misschien ook door de open dag bij Pluk&Plenty, eind september, waar ik zelf erg van heb genoten. Het was gezellig druk met veel ruimte voor ontmoeting. En ik dacht: dit is echt een plek voor ontmoeting. Wat ik hier doe is voorwaarde scheppen voor ontmoeting en ik zag de waarde hiervan. Dat was dus die bloem. Mijn bloem. Een paar jaar geleden deed ik een consult bij iemand, die mijn hand kon lezen. Deze vrouw kreeg het beeld van mij als een grote boom, waar mensen in de schaduw zitten en elkaar ontmoeten. En nu kon ik dat tijdens deze latifa-meditatie ervaren.

Dat geeft een boel ontspanning, moet ik zeggen. Dat ik met wat ik doe genoeg ben, een bloem ben. Niet nog meer hoef te presteren, neer zetten, omdat de buitenwereld me dan pas ziet, van me houdt. Nee, dit gevoel staat los van de buitenwereld. Onafhankelijk. Het was een gevoel van binnenuit, van waarde, van een bloem die in mij groeit. Dan wordt het weer duidelijk dat pas als ik mezelf die waarde geef, het dan ook van de buitenwereld komt. En niet andersom. De liefde van buiten begint bij de liefde voor mezelf.

Een week later was ik bij de musical van Lion King waar mijn dochter aan mee deed. Er zit veel inhoud in het welbekende verhaal. Tijdens het kijken werd ik geraakt door de situatie waarin Scar de koning is, maar vanuit oneigenlijke macht en er een puinhoop van maakt. Een koning die op oneigenlijke gronden, met leugens en valsspelen op zijn positie zit. Het is wachten op de ware koning, Simba, die recht heeft op deze plek, maar nog moet gaan staan voor zijn waarde, voor zijn positie, zijn ware identiteit. Heel het verhaal werd plots voor mij een metafoor van enerzijds mijn innerlijke situatie, waarin het ego op de verkeerde plek zit, zich de plek van de koning heeft toegeëigend. Maar tegelijkertijd was het ook het beeld van de wereld waarin we leven, die uit balans is en waar we wachten op een leider die ons vanuit het hart, vanuit menselijkheid dient. Het is nu zaak dat de goede koning zijn plek, zijn erfgerechtigde plek gaat innemen. Een koning die niet alleen maar bezig is met zichzelf, zijn macht, maar verbinding heeft met de essentie als bron van liefde en wijsheid. Die zijn macht niet misbruikt, maar slechts inzet als dit nodig is om zijn volk te beschermen.

Zo binnen, zo buiten. De wereld in Nederland houdt zich bezig met twee belangrijke verkiezingen, die in de Verenigde Staten volgende maand en die in Nederland in maart van volgend jaar. We zoeken een goede leider. Is dat Trump? Hillary Clinton? Rutte, Samson, Pechtold, Buma? De goede koning begint voor mij niet bij een leider buiten ons, de goede koning begint in onszelf. We hebben het beeld van onszelf dat we vrij zijn. We leven in een vrije democratie, zeggen we dan, die vrij is om een leider te kiezen die het volk wil, die wij willen. Maar wat is onze uiterlijke vrijheid waard als we van binnen niet vrij zijn?

Als ik naar mezelf kijk, weet ik hoe moeilijk het is om die plek in mezelf, die toekomt aan de rechtmatige eigenaar, de goede koning, vrij te houden. Zo snel laat ik me bezetten door aspecten van de wereld buiten mezelf. Betrap ik mezelf dat ik tijdens een autorit weer luister naar het nieuws van Radio 1 en mijn geest er door laat bezetten. Dat ik weer achter een warme chocolademelk met slagroom zit. Dat ik me weer teveel laat afleiden door een mooie vrouw die daar over straat loopt. Dat ik me weer teveel identificeer met mijn rol om een ander te helpen. Met alles wat moet. Dan ben ik niet aanwezig. Ik ben verdoofd. Bezet. Gehypnotiseerd. Ik moet denken aan het verhaal van Jezus, die zegt tegen Petrus dat hij hem drie keer achter elkaar zou verraden. Petrus geloofde hem niet, maar het gebeurde zoals Jezus had voorspeld. Petrus zei drie keer achter elkaar ‘nee’ op de vraag of hij deze Jezus kende. Dat verhaal gaat natuurlijk over de Jezus, de goede koning, in Petrus zelf, waar hij op dat moment geen contact mee had, die hij als het ware verloochende.

Ik neem het waar, maar voel hoe moeilijk het is om me te verzetten tegen deze oneigenlijke bezetting van de plek die eigenlijk de goede koning toekomt. Mijn essentie, mijn geestelijk deel, God als je wilt. Ja zeggen tegen deze goede koning begint dus eigenlijk met heel vaak ‘nee’ zeggen tegen de verleidingen van buiten. Dat is de kern van innerlijk werk wat mij betreft, het leren ‘nee’ te zeggen tegen de zuigkracht van de buitenwereld en al zijn verleidingen om op een oneigenlijke manier die plek in te nemen van de essentie. Door steeds weer ‘nee’ te zeggen, bouw je een basis, een ik op in jezelf. Deze ik, dat nieuwe centrum, is dan weer een basis voor het toelaten van de goede koning, om het zo maar even te noemen.

Het helpt me dan wel om me een paar keer per dag af te sluiten voor de wereld om me heen en te mediteren. Met mijn aandacht naar binnen te gaan en contact te zoeken met mijn essentie. Soms voel ik me dan vervuld worden van binnenuit. Even neemt de goede koning zijn gerechtigde plek in, de plek die hem toekomt. De aantrekkingskracht van de wereld is dan gelijk een stuk minder. Ik voel vrede in mezelf, vrede met wie ik ben, vrede met mijn omstandigheden. Maar daarmee ben ik er nog niet. Mensen hebben soms de meest prachtige en bijzondere bewustzijnservaringen en denken dan vaak dat ze er zijn. Maar in feite begint het werk dan pas. De kunst is namelijk dat zo’n eenheidservaring deel wordt van jezelf, dat zo’n ervaring jouw nieuwe ik wordt, vlees en bloed wordt. Dat leer je niet met een cursusje hier en een workshopje daar. Dat is een lang proces van integratie, waarbij je vooral delen van jezelf tegenkomt, die pijn doen en moeilijk zijn om onder ogen te zien. Mijn overtuiging is dat ik in dit werk niet alleen sta. Ik kreeg pas het beeld van golven van negativiteit, van al dat slechte nieuws in de media, die ons soms overspoelen. Maar onder die golven wordt de wereld in evenwicht gehouden door het onzichtbare werk van vele mensen die ruimte scheppen voor de goede koning die komt, die van hun essentie een nieuwe basis proberen te maken.

over vertrouwen, liefde en ontspanning

img_0123
Vanmorgen kwam het volgende zinnetje in me op: als ik God op de eerste plaats in mijn leven zet, betekent dat eigenlijk dat ik er op vertrouw dat het leven mij geeft wat ik nodig heb. Ik kan mijn controle en kramp loslaten van dat het leven moet gaan zoals ik dat wil. In die zin zou je kunnen stellen dat God een jaloerse god is, omdat hij wil dat we als mens hem op de eerste plaats zetten. Hij wil onze onverdeelde aandacht. Je zou ook kunnen zeggen dat je trouw bent aan je goddelijke oorsprong. Of aan je essentie of Hoger Bewustzijn. God is een beladen en besmet woord, maar ik heb wel besloten om me het woord God niet af te laten pakken, omdat het in de loop van de eeuwen door mensen is misbruikt, besmet, onzuiver gemaakt. Ik heb het hier niet over die uiterlijke, collectieve God van een godsdienst of religie, maar over de innerlijke God die de bron van mijn essentie is. Het is voor mij zoals Etty Hillesum het uitdrukt; ik kom telkens weer uit bij een en hetzelfde woord God. En dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Zet ik God niet op de eerste plaats in mijn leven, ontstaat er een gat. Ik raak afgescheiden van mijn goddelijke oorsprong. Dat is het gat. Een logische reactie op dat gat is dat ik naar buiten gericht raak en dat gat met allerlei zaken buiten mezelf probeer op te vullen. Dat kan werkelijk van alles zijn; spullen, relaties, ambities. Er ontstaat in feite een valse identiteit, die gebouwd is op dat opvullen van dat gat, wie ik ben in relatie tot wat ik heb, wat ik doe en de rollen die ik speel ten aanzien van mijn relaties. Terwijl wie ik werkelijk ben te maken heeft met mijn verbinding met God, mijn goddelijke oorsprong, mijn essentie, mijn Hoger Bewustzijn. Daar waar ik uit voortkom.

Als ik God, mijn relatie met mijn goddelijke oorsprong, op de eerste plaats zet, verandert dat ook iets ten aanzien van hoe ik naar andere mensen kijk, mijn relatie met andere mensen. Bv. met mijn vrouw Gebi. Vanuit mijn gat, mijn afgescheidenheid, die ik maar al te goed ken, heb ik de overtuiging dat zij mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Een eis waaraan zij nooit kan voldoen. En ik ook niet ten aanzien van de ander. Ik kan de ander niet de liefde geven die zij of hij heeft gemist. Ik kan dat gat van de ander niet opvullen. Toch is dat vaak de basis van veel relaties die we hebben. We zitten vaak onbewust vast in wat wel de reddersdriehoek wordt genoemd. We bewegen tussen drie rollen; die van de redder, het slachtoffer en de aanklager. Die rollen wisselen voortdurend, maar hebben als basis het vullen van het gat, dat ontstaat vanuit het afgescheiden zijn van onze goddelijke oorsprong, onze essentie. Op deze manier zetten we een grote druk op de verwachtingen die we hebben van de liefde voor elkaar. Verwachtingen die eigenlijk niemand kan waarmaken en de basis zijn voor de breuk in vele relaties. Waarna we vaak weer een nieuwe relatie beginnen vanuit hetzelfde patroon.

Als we God op de eerste plaats zetten of ons gat laten vullen door de onvoorwaardelijke liefde die er vanuit het Hoger Bewustzijn voor ons is en tegelijkertijd snappen dat er van ieder mens op deze manier wordt gehouden, dan ontslaan we ons van de hoge verwachtingen en eisen die we hebben over de liefde voor elkaar. Als ik weet dat de ander wordt liefgehad van binnenuit, hoef ik die ander die liefde niet te geven. Dan kan ik ontspannen, de ander en mezelf vrij laten en van de ander houden, omdat ik weet dat hij of zij vanuit zijn of haar essentie wordt liefgehad. Khalil Gibran verwoordt dat prachtig. Al zijt gij samen, laat er ruimte tussen u bestaan. En laat de winden van het luchtruim tussen u dansen. Hebt elkander lief, maar maakt de liefde niet tot een verplichting. Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van u beider ziel. Vult elkanders beker, maar drinkt niet uit een en dezelfde bokaal. Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood. Zingt en danst samen, maakt het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij, zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek. Geeft uw hart, maar geeft het niet bij elkaar in bewaring, want alleen de hand des levens kan u beider hart bevatten. Sta bij elkander, maar niet te dicht opeen, immers de zuilen van de tempel staan op zichzelf. En de eikenboom en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.

Zo is het ook met de mensen die ik begeleid. Als ik weet dat er van die ander wordt gehouden, zoals ook van mij wordt gehouden, er hulp voor die ander is, dan hoef ik met niet verantwoordelijk te voelen voor het wel en wee van de ander. Dan kan ik ontspannen en mezelf ontslaan van de hoge eisen die ik mezelf opleg in het helpen van andere mensen. Dat kan een hele klus zijn, omdat het in mijn systeem zit ingebakken, dat ik me verantwoordelijk voel voor de ander, zoals ik me dat voelde voor mijn ouders vroeger, met name mijn vader, die zeer emotioneel was en wisselend in zijn gemoed. Ik deed dat omdat ik van hem hield, maar het was vanuit onwetendheid. Een hardnekkig patroon, dat ik nu mag leren loslaten, omdat ik nu weet dat er van binnenuit van ieder mens wordt gehouden, zoals er ook van mij wordt gehouden.

nieuwe bodem

IMG_0007
Niet voor niets heet deze site ‘De kracht van innerlijk werk’ met teksten over mijn innerlijk proces. Het is werkelijk het allerbelangrijkste in mijn leven. Het is mijn parel. Omdat ik ervaar dat in dit proces, dit transformatieproces, lood in goud wordt veranderd. Zo noemde de oude alchemisten dit proces. In mij wordt een nieuw bewustzijn geboren, een bewustzijn van eenheid, van heelheid. Dat geboren worden gaat met barensweeën gepaard. Alsof ik door een psychische, nauwe poort wordt geperst. Deze nauwe poort, deze bottleneck, heeft te maken met mijn meest kwetsbare plek. De plek waar ik in deze aardse aandachtslaag de liefde het meest gemist heb. Daar waar het dus ook het meeste pijn doet. Blijkbaar kan de geestelijke transformatie niet plaatsvinden zonder dat telkens weer deze kwetsbare plek wordt meegenomen in het liefdesproces van menswording.

En ook al noem ik dit innerlijke proces het belangrijkste in mijn leven, het kost me vaak de grootste moeite om dit proces centraal te stellen in mijn leven. De belangrijkste reden is volgens mij dat mijn systeem gericht is op het ontwijken van pijn. Ik probeer de pijn van mijn meest kwetsbare plek te verdoven. Al heel snel zijn dan andere, wereldse zaken belangrijker dan mijn innerlijk proces. Plan ik mijn agenda vol met vele zaken die ik belangrijker acht en ben ik alleen nog bezig met functionele zaken, met werk, met taken in mijn gezin. Of mijn aandacht vullen met het wereldse nieuws dat ik volg op mijn iPhone. Terwijl mijn innerlijk proces juist ruimte en mijn onverdeelde aandacht nodig heeft. Stilte. Vrij en niet bezet zijn om de liefde, die dit proces leidt, werkzaam te laten zijn. Dus eigenlijk betekent dit heel vaak ‘nee’ zeggen tegen allerlei krachten die mij willen bezetten. Dat nee zeggen vraagt oplettendheid, waakzaamheid, alertheid, wakkerheid. Zelfbewustzijn, dat bij mij met vallen en opstaan groeiende is.

In de laatste maanden van vorig jaar voelde ik me bijzonder in balans. Ik kon de heelheid ervaren op mijn manier, in mijn mate. Ik kon ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben en tegelijkertijd dat al het leven om mij heen dat ook is. Ik beschreef het in mijn dagboek als volgt, toen ik op een ochtend aan de rand van het riviertje de Leij mijn ochtendmeditatie deed. Omdat ik het goddelijke in mezelf herken, herken ik het in alles om me heen. God is mij. God is jou. God is dat water dat hier langs mijn voeten stroomt, de ganzen die daar vliegen door de lucht. Het gras dat groeit, de bomen, de wind, de zee, de zon, de sterren. God is in alles. Het bijzondere is dat in dit bewustzijn het woord God ook vervangen kan worden door ik. Ik ben jou. Ik ben het water dat hier langs mijn voeten stroomt, ik ben de ganzen die daar vliegen in de lucht, de wolken in de lucht etc. Verbondenheid kan ik meestal makkelijker ervaren in de natuur, maar een paar dagen later kon ik zelfs in een moment de liefde voelen voor de stroom mensen die uit het nieuwe centraal station in Tilburg kwamen lopen.

Ik was blij met deze balans en dacht stiekem; misschien is mijn lijden nu voorbij, kan ik altijd in deze balans zijn. Misschien werd ik lui en liet ik mijn discipline wat los, misschien had dit er helemaal niets mee te maken, maar langzaam kwamen er wolken aan de heldere hemel en voelde ik van binnenuit mijn angst, mijn bottleneck omhoog komen. Altijd is er wel een aanleiding, een ontmoeting die niet lekker loopt, iets op tv. dat me raakt. Na de kerstvakantie begon ik weer te werken en ik had mijn agenda veel te vol gepland. Ik was vergeten mezelf centraal te zetten in mijn week, in plaats van mijn werk.  Ik voelde me gestresst en schoot in een oud patroon van me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen om me heen. Het ruime bewustzijn dat ik een tijdje had maakte plaats voor het me benauwd voelen. Vooral het donker van de nacht, als ik niets moet en de ruimte heb om te voelen, bracht me bij mijn diepste patroon en meest kwetsbare punt. Zoals ieder mens dit onder zijn harnas van controle en beheersing heeft weggestopt. Het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde zo node heeft gemist in welke vorm dan ook en geen andere oplossing wist dan zich met patronen en valse overtuigingen te beschermen. Zo is voor mij mijn innerlijk proces telkens weer een therapeutisch proces van heling van mijn diepste afgescheidenheid.

Mijn valse overtuigingen zijn een cluster van negatieve emoties die als een kurk mijn geestelijke kanaal kan verstoppen. Als ik dit punt in mijn systeem kan toelaten, bijvoorbeeld als ik de rust en ruimte heb, de moed ook, om dit in mezelf te voelen of kan delen met iemand die ik mijn meest kwetsbare punt toevertrouw, kan de liefde erbij en kan deze wond in mij helen. Dit is het materiaal waar de liefde mee werkt. Ik ben de akker die door mijn lijden vruchtbaar wordt gemaakt om het bewustzijn van eenheid in geboren te laten worden. Blijkbaar moet ik telkens weer wennen aan het idee dat mijn innerlijk proces gepaard gaat met disbalans en dat het doel niet is om te streven naar de eeuwige balans. Een eeuwige balans zonder pijn natuurlijk. Het is al heel wat dat ik balans vind in mijn disbalans. En dat ik bij het avondeten plotseling wordt geraakt door het besef dat in mij iets leeft dat sterker is dan mijn angst voor de dood. Dat deze angst, de angst is van mijn ego om te sterven. En dat ik mag vertrouwen op deze nieuwe bodem, die langzaam in mij geboren wordt.

 

het einde van het ego als chauffeur van de bus

IMG_8882
Zowel individueel als collectief zijn de grenzen van het ego als leidend principe bereikt. Veel mensen verkeren individueel in een crisis, maar ook het collectief van onze samenleving is onvoldoende in staat om antwoorden te vinden op de grote levensvragen die aan ons worden gesteld.

In mijn visie bestaat een mens uit een essentie (binnenkant) en een persoonlijkheid of ego (buitenkant). In de vergelijking van mijn mensbeeld met een bus met een chauffeur en passagiers zijn de passagiers de verschillende delen van het ego en is de chauffeur de essentiële ik die bevoegd is om de regie te voeren over de richting waar de bus naar toe gaat. De essentiële ik is van nature verbonden met de omgeving, met de wereld om zich heen en kiest een richting die in overeenstemming is met die omgeving. In onze huidige samenleving met de machthebbers die wij hebben in de politiek en in het bedrijfsleven, maar ook in ons eigen individuele leven is de situatie vaak zo dat er een opstand in de bus is uitgebroken en een van de passagiers op de stoel van de chauffeur is gaan zitten. Hierbij is het ook nog zo dat deze bezetter sterk de neiging heeft om te luisteren naar het geschreeuw in de bus van de andere passagiers die hem toeroepen welke kant zij op willen. Je kunt je voorstellen hoe zigzaggend deze bus zich als een dronkenman over de weg verplaatst, als hij al over een weg rijdt. De bus is het spoor volledig bijster.

We kunnen de vergelijking met de bus ook toepassen op het huidige neoliberale beleid die sinds de VVD aan de macht is door ons land waait. Normaal zou zijn dat de chauffeur een instantie is met levensbeschouwelijke, humanistische, overstijgende kwaliteiten. Een wijs orgaan dat het menselijke centraal zet en menselijke waarden bewaakt. De passagiers zijn de verschillende deelgebieden waar deze menselijke waarden zich vanuit een doordachte visie in uitdrukt, zoals onderwijs, economie, verkeer en ruimtelijke ordening, gezondheidszorg, milieu, kunst en cultuur etc. Wat vanuit het neoliberalisme echter gebeurt, is dat de economie op de plek van de chauffeur is komen zitten en invloed uitoefent op alle menselijke deelgebieden. Dit geeft een grote disbalans omdat de wetmatigheden binnen de economie (geld en winst maken als doel) niet toepasbaar en toereikend is op vragen uit alle leefgebieden. Net zoals het ego niet de kennis en vaardigheden heeft om antwoorden te geven op menselijke vragen, kan de economie dit ook niet op vragen over gezondheid, onderwijs, milieu, etc. De economie op de plek van de chauffeur van de bus is als een trompet die zonder muzikant muziek probeert te maken. Deze muziek klinkt zo vals zoals we die nu horen en wordt alleen maar gewaardeerd door mensen die profiteren van het neoliberale gedachtegoed. Mensen die aan de macht zijn en er alles aan doen om deze macht te behouden. Hierbij ontstaat een steeds grotere kloof tussen rijk en arm, waarbij solidariteit als menselijke waarde naar de achterbank in de bus wordt verbannen. Dat wat zogenaamd zwak is, niet mee kan met de steeds hogere eisen van het neoliberale systeem, wordt uit de bus gezet, moet het zelf maar uitzoeken.

Als we deze onhoudbare situatie willen doorbreken en willen groeien als mens, ontkomen we er als individu niet aan om onze aandacht naar binnen te richten en het gebied te betreden waar het ego geworteld is. Het ego vindt namelijk zijn wortels in een negatieve ervaring, bijvoorbeeld het afgewezen zijn, het niet geliefd zijn, het verwaarloosd zijn in de jongste jaren als kind. Om het psychologisch te duiden, daar waar de psychologische karakterstructuren vanuit een tekort zijn opgebouwd. Dit is bij iedereen het geval. Als we echter ons leven op deze grond bouwen, is het drijfzand. Willen we onszelf op een gezonde, een stabiele grond opbouwen, op de ervaring dat we zijn om van te houden, dat we liefde waard zijn, dan zullen we dus bewust de pijn moeten toelaten van die negatieve grond van het ego. Het ego is niet slecht, maar ontoereikend om grote levensvragen te beantwoorden. Het ego was het beperkte antwoord op het gemis van liefde in de vroegste jeugd. Alleen: we zijn de verwrongen en beperkte waarheid van ons ego gaan geloven. We zijn gaan geloven dat het leven niet liefdevol is, niet te vertrouwen is. En precies die valse overtuigingen maken ons ongelukkig, vijanden van onszelf en van elkaar. Alsof we voortdurend in oorlog zijn.

In het afgescheiden zijn van onze essentiële ik en in het geloof vanuit ons ego dat we een afgescheiden ik zijn, los van de wereld om ons heen, is het logisch dat dit gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid oproept. Deze gevoelens konden we in onze vroegste jeugd onmogelijk toelaten, dus hebben we dit gecompenseerd met allerlei vormen van gedrag, zoals het streven naar succes, het zorgen voor anderen, het zoeken naar avontuur, etc. Toch is deze compensatie nooit helemaal sluitend, er is altijd een lek, een gat, een disfunctioneren. We raken behoorlijk overspannen van de poging van het ego om de bus te besturen, een taak die hij op zich heeft genomen, maar waar hij niet de competenties voor heeft. En degene die dat wel kan, de essentiële ik, heeft hij van zijn stoel verjaagd en verbannen naar de achterbank in de bus. Het is trouwens opvallend dat we vaak ons geld verdienen met de compensatie van ons ego voor de gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid. Deze betaalde baan is een belangrijke reden waarom we gevangen zitten in dit gedrag en het moeilijk is om hier vrijwillig verandering in te brengen.

We zullen dus dit innerlijke gebied van de wortels van het ego moeten betreden, willen we hierin verder komen, ons verder ontwikkelen, verder groeien als mens. Gevoelens van overspanning kunnen een stimulans zijn om dit noodzakelijkerwijze te doen. Het voelt als een smalle poort, een bottleneck waar doorheen wordt gegaan. De verdedigingsmuren van het ego gaan neer en we komen in contact met het geknelde kind, achter in de bus, die zich verwaarloosd, hulpeloos, bang en minderwaardig voelt. Als hier dan met onverdeelde aandacht naar kan worden gekeken, vindt er een wonderlijke transformatie plaats. Dan blijkt dat ogenschijnlijk lelijk eendje, namelijk een prachtige zwaan. Deze rups, een mooie vlinder. De steen die de bouwlieden van het ego hebben afgekeurd, blijkt in de ogen van de essentie de hoeksteen te zijn. De smalle poort blijkt een geboortekanaal, waar doorheen mijn geestelijke, essentiële ik, geboren wordt. Op het moment dat het ego zich zijn ontoereikendheid en kwetsbaarheid beseft, zou het oog kunnen gaan krijgen voor het gepeste kind in de bus, die op de achterbank zit, gekneveld, geblinddoekt. Dat is de essentie die het erfrecht heeft op de chauffeursstoel, maar door de opstand van de passagiers daar terecht is gekomen. Het ego zou kunnen gaan beseffen dat het zelf ook beter functioneert met de essentiële ik als chauffeur. De essentiële ik, die verbonden is met de wereld om zich heen, en het ego kunnen gaan samenwerken, waardoor de bus zijn richting hervindt en geen gevaar meer op de weg betekent. Ze hebben elkaar namelijk nodig. De essentie heeft kennis van immateriële, geestelijke zaken en het ego of de persoonlijkheid van de materiële zaken zoals die geregeld zijn hier op aarde.

Onlangs las ik het boek van Almaas over het enneagram; negen facetten van eenheid. Al in mijn tienerjaren kwam ik in contact met het enneagram door het lezen van boeken van Gurdjeff en Ouspensky en zat ik in een leesgroepje in Terneuzen, waarbij we dit bespraken. Het enneagram is eigenlijk een landkaart, een routekaart voor het betreden van het innerlijk gebied van de wortels van het ego. Het laat de verschillende reacties en overtuigingen zien van het ego, maar ook de mogelijkheid om in contact te komen met onze essentie en de prachtige kwaliteiten van deze essentie zoals waarheid, vrijheid, volmaaktheid, liefde, hoop, vertrouwen, kracht, wijsheid. Toen ik de prachtige beschrijving die Almaas hierover geeft, las, kon ik vanachter de sluiers van mijn ego, een glimp opvangen van deze objectieve werkelijkheid waarvan we zo vaak zijn afgescheiden door de subjectieve beleving van ons ego. Even later lag ik in het zwembad en tijdens het zwemmen voelde ik heel even, een seconde, dat mijn ego losliet en niet ik zwom, maar ik werd gezwommen. Het leek alsof ik zweefde in de totaliteit van het geheel. Die avond had ik dat nog een keer toen ik voelde dat ik werd geademd. Het idee van het ego dat ik mijn leven moet beheersen en controleren vanuit het idee van een afgescheiden ik, is wel mijn grootste obstakel voor de overgave aan mijn essentie. Het is een heerlijk gevoel, een moment van geluk, dat dit een fractie van een seconde wordt losgelaten.

Zoals het voor mij is als individu is het misschien ook voor ons als collectief. Dat we mogen hopen op iemand die van binnen zijn essentiële ik de rechtmatige plek op de stoel van de chauffeur van de bus heeft teruggegeven. Een leider (m/v) die zijn hart heeft teruggevonden en in staat is om te verbinden dat wat door het neoliberale beleid wordt afgebroken en gescheiden van elkaar. En wie weet ziet leiderschap er vanuit de essentiële ik op de rechtmatige plek van de bestuurder van de bus er wel heel anders uit dan het egoleiderschap zoals we dat nu vaak kennen.

 

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com