kwetsbaarheid

Leonardo da Vinci als verborgen voorvechter van het vrouwelijke in onze patriarchale maatschappij

We nemen over het algemeen de werkelijkheid waar vanuit beelden die we van deze werkelijkheid hebben. Die beelden beschouwen we eigenlijk als zijnde de werkelijkheid, het is de bril waarmee we naar de werkelijkheid kijken. Zo zijn er individuele beelden van de werkelijkheid, maar ook collectieve beelden van de werkelijkheid. Maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook de culturele context waarin we leven bepaalt in belangrijke mate welke beelden we hebben over de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf in al zijn grootsheid, schoonheid, maar ook verschrikkelijkheid waarnemen, dat is voor de meeste mensen bijna onmogelijk. Het is al heel wat als je van deze werkelijkheid een glimp kunt opvangen.

Dit jaar ben ik gegrepen door Leonardo da Vinci, die toevallig of niet ook nog eens 500 jaar geleden gestorven is. Ik had het verlangen om me in deze bijzondere kunstenaar te verdiepen en automatisch kom je dan uit bij een van zijn beroemdste kunstwerken het Laatste Avondmaal. Daar is natuurlijk heel veel over geschreven en door het boek van Dan Brown, de Da Vinci Code, dat daarna ook nog eens is verfilmd, is dit schilderij ook in deze tijd behoorlijk bekend geworden. Met name rond het thema van de Johannes figuur op dit schilderij. Het mag bekend zijn, het schilderij van Da Vinci gaat over het moment dat Jezus aan zijn leerlingen vertelt dat hij door een van de leerlingen hier aan tafel zal worden verraden. Op zich is het schilderij al beeld doorbrekend, want normaal werd in die tijd het Laatste Avondmaal uitgebeeld met Jezus en zijn leerlingen netjes op een rijtje, stijf, met rond ieder hoofd een aureool zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Da Vinci echter schildert een menselijk tafereel aan de lange tafel, waarbij er een zeer levendige en menselijke reactie wordt verbeeld op de woorden die Jezus net heeft uitgesproken.

De kern echter van het schilderij is de figuur Johannes. En dat is boeiend. Over het algemeen is er geen discussie over dat dit Johannes is, de lievelingsleerling van Jezus, die naast hem aan tafel zit. Maar als je goed kijkt, je hoeft eigenlijk niet zo heel goed te kijken, is het duidelijk dat deze Johannes wel heel vrouwelijk is afgebeeld. Er wordt gezegd, ja, deze Johannes was een heel verfijnde, vrouwelijke man. Als we dit schilderij in de tijd plaatsen van de late Middeleeuwen en dan ook nog in het kader van de Katholieke Kerk, dan is het helder dat de vrouw hier geen rol, geen plaats in had. De vrouw was ondergeschikt aan de man. Dit was overigens ook in de tijd van Jezus in de Joodse cultuur waarin hij leefde. De vrouw had een ondergeschikte, minderwaardige rol ten opzichte van de man. Hier zien we hoe de beeldvorming van de maatschappij en de cultuur collectieve beelden vormt over de werkelijkheid. Die beelden worden de werkelijkheid en we geloven collectief dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, minderwaardig is aan de man. Beelden die heden ten dage nog steeds een rol spelen.

Da Vinci schilderde het Laatste Avondmaal op een muur van een refter in een klooster in Italië. Het probleem was dat door de muur, maar ook door de verf die Da Vinci gebruikte, het kunstwerk al heel snel in verval raakte en ook al is het paar keer gerestaureerd, het beeld zoals dat nu aanwezig is, is ver verwijderd van het prachtige origineel, dat in die tijd een hele grote indruk maakte op iedereen. Nu wil het feit dat al heel snel door leerlingen van Da Vinci en naar alle waarschijnlijkheid ook een klein deel door de meester zelf een duplicaat op doek is geschilderd. En dat doek is meegenomen naar de Abdij van Tongerlo in België, hier een uur rijden vandaan. Dit doek van het Laatste Avondmaal is niet verweerd en afgebladderd, maar in al zijn schoonheid te bewonderen. Voor mij was deze vakantie de uitgelezen mogelijkheid om naar deze Abdij toe te gaan en het doek te gaan bekijken. Er is een mooie, grote kapel omheen gebouwd, het doek is levensecht 8 bij 4 meter. Ik zat daar met ongeveer 10 oudere mensen te luisteren naar het verhaal van het schilderij en hoe het doek naar de Abdij is verhuisd. Kraakhelder is het tafereel te zien en nog duidelijker is te zien hoe vrouwelijk deze persoon van Johannes is weergegeven. Later liepen we met dit groepje naar een klein kapelletje waar verschillende details van het schilderij zijn uitvergroot. De oudere mensen waren met elkaar in gesprek en ik dacht, zal ik iets zeggen over deze figuur Johannes? Het was even stil en ik zei, goh, die Johannes, die is wel heel vrouwelijk. Een van de vrouwen achter me, knikte instemmend. Inderdaad, zei ze. Kent u het verhaal, zei ik, dat die Johannes misschien wel Maria Magdalena zou kunnen zijn. Ik zag ze schrikken, dat was voor de beeldvorming dan toch weer een brug te ver. Een andere vrouw zei: ja, maar dat zijn geruchten. En er zijn zoveel geruchten. Zaak afgedaan. Het is wel een heel mooi schilderij, zei ik nog en liep naar buiten.

Wij kennen collectief het verhaal van de Bijbel over Jezus. Daarin speelt Maria Magdalena een ondergeschikte rol, zoals dat voor vrouwen in die tijd en cultuur gebruikelijk is. Dat beeld van Maria Magdalena is nog steeds dominant, ook in onze tijd. Door nieuwe geschriften die gevonden zijn, met name de Nag Hammadi geschriften, wordt duidelijk dat de rol van Maria Magdalena helemaal niet zo ondergeschikt was als in het oude beeld wordt geschetst. De werkelijkheid is naar alle waarschijnlijkheid heel anders. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Maria Magdalena een gelijkwaardige rol naast Jezus had, niet alleen als (zijn!) vrouw, maar ook als spiritueel, vrouwelijke leraar. Tegelijkertijd met de sterke en niet meer te onderdrukken beweging in deze tijd, die de vrouw gelijkwaardig stelt aan de man, verschijnt ook hier een andere werkelijkheid in het verhaal rond Jezus, waarin Maria Magdalena dus een hele belangrijke rol speelde, die gelijkwaardig was aan die van Jezus, met name in de tijd nadat Jezus is gestorven.

Stel dat Da Vinci iets wist van deze kennis, deze kennis die wellicht op een verborgen manier is doorgegeven tegen de dominante, patriarchale beelden van Katholieke Kerk in, dan heeft hij dit op een magnifieke manier weergegeven in dit schilderij van het Laatste Avondmaal. Niet door bv. naast de 12 leerlingen ook nog Maria Magdalena af te beelden, nee door juist in plaats van Johannes Maria Magdalena af te beelden. Wie oren heeft om te horen, die hore, zei Jezus al. De werkelijkheid is een verborgen werkelijkheid voor mensen die het willen zien. Door Maria Magdalena de plek te geven die zij daadwerkelijk had en die zij verdient, krijgt ook de vrouwelijkheid een plek in onze samenleving, onze hedendaagse samenleving die het verdient.

Ga maar na, ik kan het niet anders zien, onze geschiedenis zoals wij die leren op school (over beeldvorming gesproken), gaat met name over de geschiedenis van de macht, de mannelijke macht die afgescheiden is van het vrouwelijke. Deze mannelijkheid die afgescheiden is van het vrouwelijke, die het vrouwelijke minacht, kleineert, onderdrukt, denkt dat het deze macht nodig heeft om te overleven. En dat is nog steeds het dominante beeld waar we onze huidige tijd naar streven en voor applaudisseren. Dat is ons beeld van succes. Daar wordt geld mee verdient. Het is deze afgescheiden mannelijkheid of die nu wordt uitgevoerd door wit, door zwart, door anders gekleurd, door man of door vrouw, die de aarde uitput en zorgt voor een klimaat crisis, die ons dwingt tot verandering. Een verandering die alleen zoden aan de dijk zet als we het vrouwelijke op de eerste plaats in onszelf toelaten en omarmen. De kracht van kwetsbaarheid. De liefde voor de natuur, de liefde voor de aarde. De liefde voor ons lichaam. De liefde en acceptatie van onszelf zoals we zijn. De kracht van overgave ook. Niet van controle en beheersing. Dat is de afgescheiden mannelijke macht. Verbinding met het vrouwelijke, dat is wat nodig is. En dat wist Leonardo Da Vinci 5 eeuwen geleden al en maakt zijn schilderij het Laatste Avondmaal een icoon voor deze tijd!

de levende werkelijkheid

Misschien komt het door het voorjaar, maar al een aantal dagen als ik mijn ochtendoefening doe buiten in de tuin, word ik vanbinnen geraakt door de overweldigende ervaring van de natuur. De warmte van de zon, de wind die zachtjes mijn huid streelt en het zingen van de vele vogels hier in het bos. Het voelt alsof ik deel ben van een werkelijkheid die gevuld is met liefde. Alsof ik vanuit mijn eigen kern, de kern ervaar van de natuur om mij heen. En die kern, die je ook ziel zou kunnen noemen, bestaat uit liefde. In een glimp kan ik daar iets van ervaren. Het is een inzicht, een ontdekking, die me raakt, die me ontroert.

Stel je maar eens voor, dat alles om je heen ontstaan is uit liefde, ontstaat uit liefde, een schepping is uit liefde, geschapen wordt vanuit liefde. Inclusief jij zelf. Als je dat kunt ervaren, is er sprake van een levende werkelijkheid, waar wij allen deel van zijn. Het punt is alleen dat wij dat niet altijd kunnen ervaren, sterker nog, die levende werkelijkheid ervaren is een zeldzaamheid. Een zeldzaam moment, zoals je ‘s morgens bij het wakker worden vaak maar even je droom herinnert en daarna vergeten bent.

Het probleem is namelijk dat wij een muur hebben geplaatst tussen onszelf en deze levende werkelijkheid. Een afscheiding, die ons isoleert, eenzaam doet voelen. Alsof we alleen op de wereld zijn. Deze muur is het gevolg van de pijn die ieder in zijn leven ervaart, heeft ervaren. Pijn die we niet hebben kunnen verwerken en als een wond is gestold, hard is geworden, een muur is geworden om ons nog verder te beschermen tegen nog meer pijn. Binnen deze muur die we hebben gebouwd, hebben we als mens onze eigen wereld geschapen. Een kunstmatige wereld. En het verdrietige is dat wij meer geloof zijn gaan hechten aan deze kunstmatige wereld dan aan de levende werkelijkheid waaruit we zijn geboren. De kunstmatige wereld is onze basis en ons doel geworden. Het is de wereld van de stad, van de technologische vooruitgang, van de steeds grovere prikkels die we nodig hebben om ons ‘levend’ te voelen. Het is de wereld van de kunstmatige volmaaktheid, de botox, de nepwimpers, nep wenkbrauwen die er bij iedereen hetzelfde uitzien. De wereld van instagram, van de foto’s op verre stranden met ondergaande zonnen en de perfect uitziende, jonge lichamen. Ik wel, jij niet. De wereld van het systeem, de ratio, de harde ratio, de vierkante wereld van meten is weten, de wereld van punten, van cijfers, contrôle, beheersing, overheersing, macht zonder genade. Wij geloven zozeer in deze kunstmatige wereld als uitgangspunt en doel van ons als mens, dat wij zijn vergeten wat onze werkelijke oorsprong en doel is. Namelijk liefde. De aarde is een liefdesplaneet.

De vreemde eend in de bijt, die zich uiteindelijk niet helemaal kan aanpassen aan de regels van het systeem, van de kunstmatige mensenwereld. De mens die last heeft van een gevoel van heimwee, een ondefinieerbaar gevoel van heimwee. Die geraakt wordt door iets, door iemand, die al is het maar een moment, een glimp opvangt van een wereld die achter de zichtbare wereld aanwezig is. Schoonheid. Die geraakt wordt en zich omkeert en met horten en stoten, vallen en opstaan, de weg teruggaat naar het hart. De weg van het bospad, niet van de snelweg. De weg van het individu, niet van het systeem. Die mensen zijn er, die deze weg gaan. Gesteund door andere mensen, die deze weg misschien al iets langer gaan. Voor deze mensen wordt het duidelijk dat de muur, de afscheiding niet het laatste woord heeft, maar onderdeel uitmaakt van het geheel. Er is voor een reden. Er juist is om de kracht te ontwikkelen om die weg terug te gaan. Terug naar het hart, naar de oorsprong, naar de liefde. Naar de kern. De kern die in al het levende aanwezig is, waarmee ik verbonden ben. Me heel af en toe verbonden voel. Schrikbarend is het besef, ik kan er maar heel voorzichtig aan wennen, dat als ik deel ben van die kern, dat als ik die kern ben, dat mijn diepste identiteit die kern is. Dat ik niet alleen geschapen ben, maar ook schepper. Dat mijn diepste essentie dus Goddelijk is. Dat besef. Het is een grote stap van God buiten mezelf naar God in mezelf. Dat geeft een heel ander gevoel van ‘ik’ dan de ik van de kunstmatige wereld, het ego. Het geeft een heel apart gevoel van ik, een verbonden ik, maar wel ik. Een ik die in mij huist, de ik van mijn ziel. De ziel die langzaam in mij geboren wordt met het bewustzijn dat daarbij hoort. Pas als ik dat ten volle besef, kan ik ook de verantwoordelijkheid nemen die daarbij past. Kan ik de volle verantwoordelijkheid nemen voor mijn leven hier op aarde, de waarde, de gigantische waarde van mijn leven hier op aarde. En de verantwoordelijkheid nemen voor diezelfde aarde. Zo groeit mijn verantwoordelijkheid, zo groeit mijn bewustzijn van wie ik in essentie werkelijk ben. Geen kracht zonder kwetsbaarheid. Vloeibaar. Levend.

het leven is als surfen op zee


Pas kreeg ik het beeld van dat het leven als mens hier op aarde te vergelijken is met het surfen op zee. Soms is het water stil en vlak, soms wild en vol golven. En als mens surf je over de zee, over de golven in een kwetsbare, maar tegelijk krachtige balans. Op het scherpst van de snede. Het is onvermijdelijk dat je soms valt. Je komt in het water terecht en probeert met al je kracht niet te verdrinken. Je klautert op je surfplank om daarna weer door te surfen op de golven van de zee.

Het is een voor mij passend beeld van hoe ik mijn eigen leven ervaar. Die dynamiek tussen de soms snel wisselende periodes van balans en disbalans is voor mij de enige manier om als mens te groeien. Toch heb ik er telkens weer moeite mee dat het zo gaat, dat ik telkens weer val en kopje onder ga in de zee van het leven. Beter gezegd; mijn ego heeft hier moeite mee. Mijn ego wil controle, wil een vast, statisch beeld van hoe het leven gaat. Vanuit wat ik ken, vanuit wat voor mij bekend is. Zo werkt het echter niet als je groeit vanuit je ervaring. Ik moet iedere keer weer al mijn zekerheden, mijn zogenaamde zekerheden loslaten, daaraan sterven als het ware. Sterven aan de soms stiekeme pogingen van mijn ego om dit statische beeld steeds weer op te bouwen met als belangrijkste doel mijn emotionele pijn te vermijden. Er is geen routine in dit vanuit ervaring groeien, hoe graag ik dat ook zou willen. Een ervaring is namelijk telkens weer nieuw. Zo gaat het bij mij al heel mijn volwassen leven lang. Maar wat er in mij wel langzaam groeit, is het vertrouwen, de herinnering eigenlijk, dat ik niet verdrink, dat ik uit de zee van het leven naar boven kom, weer op de surfplank stap en doorga. Zo groeit mijn ik, mijn zelfbewustzijn en de liefde voor mezelf.

Het lastigste punt in mezelf is daarbij wat ik noem mijn bottleneck. De smalle doorgang van het klem zitten in mijn oude patronen, die ik heb opgebouwd vanuit mijn verleden in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn onvolmaakte achtergrond, zoals ik in mijn vorige tekst schreef. Zoals ieder mens geboren is in een onvolmaakt nest. Omdat geen enkele ouder volmaakt, maar menselijk is. En je als kind dus onvermijdelijk tekort komt. De een wellicht wat schrijnender dan de ander. We bouwen een hele constructie, een heel leven om deze plek van tekort heen om dit maar niet te hoeven voelen. Dat gat van dit tekort verdwijnt in ons onderbewuste, maar stuurt ons wel aan. Willen we onszelf en met onszelf daarmee ook de wereld om ons heen werkelijk helen, dan moeten we iets gaan toelaten van deze pijn. Dat brengt ons met onze aandacht naar binnen in plaats van de chronische gerichtheid naar buiten, waar we denken dat de onvoorwaardelijke liefde en het geluk te vinden is. Ik merk dat die gerichtheid naar buiten zo in mijn systeem gebakken zit. De pijn, het onbehagen, de disbalans die ik stukje bij beetje toelaat en kan voelen, dwingt me om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Alleen daar is de verlossing, steeds weer op een andere, nieuwe manier. Maar telkens vanuit de onvoorwaardelijke liefde die er van binnenuit voor mij is.

De mooiste ervaring die ik de afgelopen tijd heb gehad, was die bij mijn mannengroep, die ik nu al tien jaar iedere paar maanden ontmoet. Een paar weken terug deelde ik daar mijn gevoel van onveiligheid dat ik had in de zomervakantie en ons verblijf in Denemarken. De mannen voelde veilig genoeg om mijn kwetsbaarheid hierin te delen en voor de eerste keer in mijn leven kwam ik bij een objectieve waarneming en het gevoel dat ik ‘fucking’ last had van mijn verleden. Zo kwam het er ook uit, met een boosheid die precies bij dat gevoel paste. Hiermee maakte ik me in dat moment emotioneel volledig los van mijn oude, diepe patroon van verantwoordelijk voelen, van het als kind onbewust gaan zorgen voor het emotionele gat van mijn ouders. Ik ging in mijn ik staan, los van hun, maar ik zag hun ook weer in wie ze als mens waren. Maakte ze niet mooier, maar ook niet slechter dan ze waren. Het was bijzonder dat deze mannen hier getuige van waren. Omdat ik bij deze mannen een veilige hechting voelde, in tegenstelling tot de onveilige hechting die ik bij mijn ouders heb opgebouwd. De weken daarna was ik behoorlijk van slag door deze intense ervaring. Mijn systeem reageerde heftig door mezelf nog meer in mijn oude patroon van moeten en me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen, te duwen. Het is blijkbaar een zoeken naar een nieuwe balans. Het brengt me meer in het moment, meer bij mezelf en is het schokkend om te zien hoe snel ik me vaak in de buitenwereld verlies. Maar mezelf daarna ook weer vind, zoals de surfer op zee, die valt en weer opstaat.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com