kerstmis

kerstmis is een blikseminslag

Afgelopen week zat ik, zoals meerdere keren per week, in de auto van ons huis naar Eindhoven om de kinderen naar school te brengen en zag in de nog schemerige ochtend de bomen langs de weg. En ik dacht aan de functie die bomen hebben. Ze produceren zuurstof en daarmee dienen zij ons, dienen zij het geheel. Gelijk kwam de vraag in me op welke functie wij dan eigenlijk hebben als mens, wat dienen wij? Ik moest toen denken aan mijn vorige artikel, dat de aarde een transformatiehuisje is. Wat is ons doel eigenlijk als mens? En dan bedoel ik meer dan het materiële doel dat we meestal nastreven; geld verdienen, carrière maken, onze persoonlijke doelen in de wereld. Misschien is er wel een doel dat hoger is dan dat, dat verder reikt. Als je het bekijkt vanuit het universum of de universele wetmatigheid. Wat produceren wij dan? Zoals bomen zuurstof produceren. Het idee kwam in me op dat ons ultieme doel als mens is dat wij liefde produceren, bewustzijn produceren, vrede produceren. Dat is misschien niet ons startpunt, maar als we ons ontwikkelen, zijn we daar naar op weg. Dat wij liefde produceren dat is onze bloem, als je dit proces, deze groei met een plant vergelijkt.

Hoe komen wij nu tot dat punt? Wij komen daartoe als wij iets transformeren in onszelf. En dat transformeren gaat eigenlijk zo. Dat gat dat we in ons hebben, dat ieder van ons in zich heeft, juist door het gebrek aan liefde, door de onvolmaaktheid die we onvermijdelijk in de buitenwereld tegen komen. Dat gat proberen we eerst te camoufleren, niet te voelen, door allerlei patronen. Ook onvermijdelijk. Is niet fout, gebeurt. De kunst is nu om ons te richten naar binnen toe, naar onze essentie, waarvandaan een antwoord komt. Op maat. Precies op maat. Die essentie bestaat uit liefde, uit de levende substantie liefde. Als er dus contact ontstaat tussen deze liefde en het gat dat in ons zit, dan gaat er iets helen. Dan heelt er iets en vanaf dat moment gaan we ook iets produceren. Dan kunnen we liefde naar buiten toe geven en dan gaat er iets gebeuren, dat we liefde, bewustzijn en vrede produceren als een bloem. Ja, met een specifieke sfeer, een specifieke geur. Dan maken we liefde, making love, voor mij heeft dat dus een bredere of diepere betekenis dan alleen maar ‘vrijen’. Terwijl deze liefde ook ‘vrij maakt’, bedenk ik me nu.

Ik vind dat een geweldig idee, dat wij als mensen in staat zijn om energie te produceren, want liefde en bewustzijn, dat is energie. In plaats van dat we vanuit het gat dat we in ons hebben, vanuit een afgescheiden bewustzijn om dat gat niet te hoeven voelen, alleen maar persoonlijke doelen nastreven, materiële doelen, die dus alleen maar energie kosten. Eigenlijk zijn wij vanuit dat afgescheiden, materiële bewustzijn enorme slurpende energievreters. Is het niet de letterlijke energie van de brandstof die we gebruiken, dan is het wel de emotionele energie van de mensen om ons heen. In die zin is ons klimaatprobleem niet zo zeer een technisch probleem, zoals dat meestal wordt bekeken, maar een bewustzijnsprobleem.

Stel dat je bv. vanuit dat afgescheiden bewustzijn, wat trouwens voor ieder van ons het beginpunt is, verliefd wordt. Eigenlijk wordt je dan verliefd op een deel van de ander, dat je adoreert, maar waar je in jezelf geen contact mee hebt. Dat deel dat zie je in de ander weerspiegeld en je denkt, je voelt in al je vezels; dat wil ik hebben!! Dus je vult jouw gat met dat deel, met de energie van dat deel in die ander. Terwijl het dus eigenlijk in jezelf aanwezig is. Ik weet nog goed dat ongeveer 20 jaar geleden mijn toenmalige relatie stuk liep, vanuit een symbiotisch patroon. Ik dacht dat zij echt de ware was voor mij vanuit de liefde die ik voor haar voelde. Het ging uit en ik had pijn, veel pijn, maar in die pijn die ik toeliet, kwam in een zinnetje het antwoord; ik ben zelf de ware. Dat ben ik nooit vergeten.

Het wordt weer kerstmis en zoals ieder jaar ga ik dan lezen in het prachtige boekje van Mária Hillen, Een daad van Liefde over het leven van Jezus. Dan begrijp ik weer dat het geboren worden van Jezus en zijn leven werkelijk een blikseminslag is! Een blikseminslag van de onvoorwaardelijke liefde die je als mens tot op het bot raakt, waarvan het tijd kost om dat tot je door te laten dringen, om te ontvangen. Want als je dit echt tot je door laat dringen, de boodschap dat je tot in iedere vezel wordt liefgehad, wordt gekend en liefgehad, dan is dat een moment, een punt van transformatie. Het is een blikseminslag, dat kun je je wel voorstellen, voor het oude systeem, dat gebaseerd is op juist het gebrek aan liefde, op afgescheidenheid, op het camoufleren van oude wonden, het niet voelen, patronen, egopatronen om niet te voelen. Persoonlijk heb ik dat ooit meegemaakt, nu zo’n 35 jaar geleden, toen ik ongeveer 20 jaar oud was en het Johannes Evangelie las. Ik werd geraakt, misschien niet direct een blikseminslag, maar het was een ervaring die mijn leven op zijn kop zette. Ik maakte toen een aantal tekeningen, symbolen van hoe ik de ontwikkeling van de mens voor me zag. Grappig, ik moest vandaag aan deze tekeningen denken. Kijk maar eens op de plaatjes van de 6 fases die op deze site van de kracht van innerlijk werk staan.

Als je er naar kijkt zie je op het eerste plaatje de afgescheiden mens, de mens die leeft vanuit zijn afgescheiden persoonlijkheid, zijn ego, zijn valse persoonlijkheid. De mens die overleeft. Niet leeft. Het startpunt van ieder van ons, niemand uitgesloten. Het tweede plaatje zie je de gevangenschap van dit afgescheiden bewustzijn. Om de bol is nu een vierkant raster ontstaan als de tralies van een gevangenis, die deze gevangenschap, dat gevoel van gevangenschap, benauwdheid symboliseert. Het plaatje daarna, in het midden van het raster is een punt geplaatst, is de blikseminslag, een moment van doorbraak, van het licht dat door de crack naar binnen schijnt. De plaatjes daarna zie je de persoonlijkheid veranderen, het bewustzijn veranderen, van een afgescheiden, gesloten bewustzijn, naar een verbonden, open bewustzijn. In het laatste, 6e, plaatje is de persoonlijkheid getransformeerd, is de persoonlijkheid een instrument geworden van de essentie, van de liefde. Dat is de bloem van ons mensen, als we niet langer energie kosten, spenderen, opslurpen, maar energie produceren. Licht produceren. Als een zon.

de liefde die mij kent en liefheeft

Kerstmis herinnert me ieder jaar weer aan de tijd dat ik begin 20 jaar oud was en ik nog in Terneuzen woonde. Ik was behoorlijk de weg kwijt, liep helemaal vast in mijn oude patronen. Werd van school gestuurd, omdat ik te vaak was blijven zitten. Ging in een café werken, waar ik door een oude hippie een pilletje in mijn drank kreeg en een bad trip had. Het zette mijn opgebouwde systeem op zijn kop, kreeg hyperventilatie, was bang en wanhopig. Ik verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een eigen flat. Daar las ik het prachtige Johannes-Evangelie en werd diep geraakt door de liefde die daar uit sprak. Het was een liefde die ik niet kende, een liefde die onvoorwaardelijk was. Ik had een glimp opgevangen van wat je zou kunnen noemen het Hoger Bewustzijn, al vind ik dat een veel te onpersoonlijk en abstract woord voor een liefde, die zo persoonlijk is als de Deense journaliste Charlotte Rorth beschrijft in haar boek De dag dat ik Jezus ontmoette.

Welkom, goed je te zien. Hij zegt het zonder dat ik het begrijp, maar mijn bewustzijn bevat het meteen. Hij kent mij. Hij kent iedere gram, iedere seconde, kan door alles heen zien, houdt toch van me, ondanks alle leugens, grote en kleine, mijn boosheid en mijn kleinzieligheid. Hij heeft me mijn zoons horen uitschelden, heeft me dingen horen zeggen die ik zelf vergeten ben; een gewemel van kleine scènes treedt tussen ons op, het gaat zo snel als een film die afgedraaid wordt en het blijft zitten als herkenning, zodat ik niets hoef uit te leggen: hij heeft alles gezien. Er is geen greintje twijfel in me. Die is uitgevaagd, verdwenen in gevoel. Alle mentale verdediging is geërodeerd. Ik registreer dat mijn op intellect gebaseerd verstand verdwenen is ten behoeve van een weten dat gewichtiger is.

En verderop: zijn blik vloeit mijn lichaam in. Van mijn hals over mijn schouders, buik, schoot, benen, voeten. Hij is zozeer man, zo mannelijk, zo verleidelijk en onweerstaanbaar, zijn uitstraling is sterker dan erotiek, hij raakt me dieper vanbinnen dan enig andere man ooit. Zijn glimlach is niet zoals die van een man voor een vrouw in een echt liefhebbende verhandeling over het bereiken van orgasmes of over kinderen. Het is een glimlach die mij me bemind doet voelen met een ander soort liefde dan ik ken. Het is vriendelijkheid. Een rechtstreekse, eenvoudige acceptatie dat het goed is dat ik er ben.

Wow! Ik had dit boekje van Charlotte Rorth voor sinterklaas gekregen en had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn en zo zou aansluiten op de woorden die ik geef aan mijn eigen ervaren van de onvoorwaardelijke liefde. Al moet ik hier direct aan toevoegen dat mijn kleine ervaring ongeveer 30 jaar geleden, slechts een glimp is van de bliksem die is ingeslagen bij Rorth, die totaal niet bezig was met iets wat je religieus of spiritueel zou kunnen noemen. Zij was en is gewoon een vrouw, een mens zoals jij en ik, opgevoed in de Deense cultuur, waarbij de protestante kerk wel een belangrijke rol speelt, maar toch vooral onze rationeel, wetenschappelijke manier van naar de werkelijkheid kijken. In deze rationeel, zogenaamd wetenschappelijk manier van waarnemen, staat het zichtbare, het materiële centraal. Alles dat maar enigszins ruikt naar geloof, spiritualiteit of geestelijke werkelijkheid wordt afgedaan als kwakzalverij, bijgeloof, niet meer van deze tijd. Zo’n ervaring als die van Charlotte Rorth wordt simpelweg niet serieus genomen, omdat het niet past, niet verklaard kan worden binnen het rationele kader waarmee wordt gekeken en zogenaamd wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. En is het daarom niet waar?

Ook al was mijn ervaring van onvoorwaardelijke liefde maar klein, deze ervaring heeft mij wel aan de hand genomen en mij als lichtpuntjes op weg geholpen naar wie ik nu ben. Ik ben niet in een keer totaal veranderd, nee, mijn verandering, transformatie als je wilt, gaat maar heel langzaam. Mijn harnas, mijn oude persoonlijkheid, waarmee ik me van oudsher bescherm tegen alles dat me pijn wil doen, wordt langzaam gesmolten en omgevormd tot een nieuwe jas, die mijn nieuwe ik het beste past. Een proces dat nu al 30 jaar duurt en waarin ik steeds opnieuw dingen leer, over mezelf, over het leven. Want met deze liefde komt ook het bewustzijn, het nieuwe bewustzijn, dat zo nieuw is als de ontdekking dat de aarde niet plat is, maar rond.

Vandaag, op weg naar mijn moeder, die nog steeds in Terneuzen woont en ik met de auto ophaalde om bij ons Kerstmis te vieren, dacht ik; dat is eigenlijk het enige; dat de liefde een relatie met mij aangaat. Mij waardig acht om een relatie met mij aan te gaan. Mij hervormt en dat doet op een manier die uniek is en precies bij mij past, omdat ik uniek ben. Zoals iedereen uniek is. Het principe is hetzelfde, het liefdesprincipe, maar de uitvoering is steeds weer anders, omdat jij anders bent dan ik. Ik word liefgehad. En die liefde hervormt mij, schept mij, tot ik helemaal mezelf ben.

Het punt is wel dat ik beschikbaar moet zijn. Soms ben ik namelijk zo bezet! Terwijl ik er zo naar verlang om bemind te worden. Ik word bemind door de liefde in mij. Dat toelaten en me aan overgeven. Telkens weer. Dat is alles dat telt.

Er is niets mis met het kerstmis vieren als een collectief feest, waarbij we eten en cadeaus kopen alsof morgen de wereld vergaat. Er is ook niets mis mee met kerstmis als gelegenheid aangrijpen om goed te doen voor mensen die het minder goed hebben als wijzelf of mensen die ziek zijn. Het belangrijkste voor mij van kerstmis is echter wel de herinnering dat ieder van ons wordt gekend tot in al zijn vezels en wordt liefgehad. Werkelijk ieder van ons, zonder uitzondering.

Misschien is dat wel het aller moeilijkste om te geloven. Omdat we stiekem of minder stiekem vinden dat we deze liefde niet waard zijn of niet nodig hebben. Het is een vorm van trots en hooghartigheid die we zelf als muur opwerpen tussen de liefde en onszelf, die zo snakken naar juist deze onvoorwaardelijke liefde. Dus dat is steeds de keuze die we hebben, te kiezen voor deze trots als onze identiteit of de overgave aan deze liefde. Een liefde, die van een andere werkelijkheid komt dan die van ons dagelijks, mechanische functioneren. Het is niet makkelijk deze werelden met elkaar te verbinden, dat vraagt een ander bewustzijn, een andere taal. Een taal die soms niet zo logisch is als ons denken, als onze rationele logica. Een taal die meer poëtisch is, zoals onderstaand lied van Huub Oosterhuis en dat zo prachtig vertolkt wordt door zijn dochter Trijntje.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

over dingen tussen hemel en aarde

IMG_7701

Afgelopen weekend deden Gebi en ik een wandeling met de hond in de buurt van ’t Ooievaarsnest. Het was een stille, grijze zondagmiddag. Ik werd me tijdens de wandeling bewust dat ik midden in de natuur was en voelde de waarde hiervan. Iedereen, dacht ik, zou dat regelmatig moeten doen, zich midden in de natuur begeven en ervaren hoe dat voelt. Zo anders is het als je de meeste tijd midden in de stad bent of 8 uur per dag op je werk in een kantoor. Ik begeef me iedere dag tussen deze twee werelden in. De wereld van de natuur en de wereld van de stad, ook al is het dan de kleine stad Tilburg en geen Shanghai of New York bijvoorbeeld.

Als ik dan in de auto zit en Tilburg nader, is het alsof ik me in een andere wereld begeef. De kunstmatige wereld die de mens heeft geschapen en waar hij trots op is. De mens die zich eigenlijk heeft afgekeerd, afgescheiden van de natuur. Vanuit die afgescheidenheid heeft hij deze kunstmatige mensenwereld geschapen. Hij heeft zich op een troon gezet en heeft zijn geschapen wereld boven die van de natuur gesteld. Dat wat wij met onze ‘vrijheid’ hebben verworven, betekent eigenlijk deze afgescheidenheid van de natuur, maar vaak ook van God. Maar zijn we werkelijk vrij? We zijn vrij om te doen wat we willen, denken we. Maar het is een vrijheid die ons vaak eenzaam maakt, leeg, afgesneden, los van de ander, van het leven, van de werkelijkheid. Het is de leegte van mijn ego, dat een tekort schept, een psychisch tekort dat ik op alle manieren probeer te vullen met surrogaat. Het surrogaat in al zijn vormen dat de basis vormt voor onze kapitalistische maatschappij. Tot ik met vallen en opstaan op mijn schreden terugkom en inzie dat ik door me af te scheiden zelf dat tekort schep. Ik doe dat zelf, het is het gevolg van mijn beperkte bewustzijn. Er is altijd een weg terug, als ik maar de moed heb om te buigen. We zetten ons in onze hoogmoed op de plek van God alsof we zelf de schepper zijn. Hoe kunnen we nu los, afgescheiden van het leven, iets scheppen? De werkelijkheid is namelijk dat we worden geschapen ieder moment weer, niet ooit, niet toen, maar nu. Pas als we ons laten scheppen, als we ons overgeven aan de scheppende kracht van het leven, als we het leven zich in ons laten ontvouwen, dan zijn we die medeschepper zoals we bedoeld zijn. Dat vraagt verbinding, nederigheid, dienstbaarheid. Dan kunnen we de mooiste dingen scheppen vanuit het talent dat ieder van ons is gegeven, wat gelukkig ook af en toe gebeurt!

Ik moet nog even terugkomen op dat grote woord God. Zelf ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus heeft voor mij het woord God nog een onbevangen klank. Vroeger was God, het woord God verbonden met een godsdienst die collectief werd beleden. Er waren wetten, er waren regels, waar mensen zich aan moesten houden. Nu denken we, o, die God, dat beeld dat wij mensen van God hebben gemaakt, dat is dus God. Die God wil ik niet, want die god is niet rechtvaardig, schept lijden etc. Ik geloof niet in die uiterlijke God, dus weg ermee. Terwijl God ook individueel, in ieder van ons te ervaren is. Juist van binnen. Je zou dat God kunnen noemen, of liefde, maar misschien ook een geweten. Een individueel en tegelijkertijd universeel geweten. Omdat deze ik, deze individualiteit van binnen verbonden is met het geheel. Hoe paradoxaal is het dat ik juist in die verbondenheid vrijheid, maar ook geluk ervaar?

Het lijkt alsof het de kern van mijn leven is; de verschuiving van identiteit met het materiële naar het geestelijke. Het is misschien wel hetzelfde als wat ik hier eerder schreef. Als ik contact heb met mijn geestelijk deel, dan voel ik een diepe vrede, een diepe aanvaarding. Dankbaarheid, genade. Het zijn momenten, die zich onderscheiden van het lijden dat ik meestal doe. Lijden aan de oude patronen van mijn afgescheidenheid. Een oud spoor, een oude groef die al bij mijn geboorte is ontstaan, wie weet al daarvoor. Bijvoorbeeld mijn neiging om mijn behoefte op te offeren. Doordat ik van buitenaf word geraakt, kom ik in een soort zorgpatroon, waarbij de ander altijd eerst komt, dan een hele tijd niets en dan mijn behoefte. Totdat mijn grens daarin is bereikt en ik als reactie uitval naar Gebi, mijn vrouw, de mens die me het meest nabij is. Wat natuurlijk verschrikkelijk oneerlijk is en onterecht. Ze krijgt dan mijn boosheid over zich heen, soms komt er dan ruzie, soms geeft ze mijn boosheid resoluut terug. Meestal heb ik dan het bewustzijn om na korte of wat langere tijd naar binnen te gaan en te zien dat ik mijn behoefte weer eens heb weggestopt. Het uitspreken van mijn behoefte schept dan de ruimte, omdat er eigenlijk altijd een antwoord komt. Een liefdevol antwoord dat ik vroeger niet heb gehad. Er was in mijn ouderlijk gezin om wat voor reden dan ook weinig ruimte voor mijn behoefte, mijn gevoel. Ik paste me aan. Daarom vind ik het ook zo moeilijk gewoon te voelen hoe ik me voel. Als ik eerlijk ben, houd ik mezelf in de buitenwereld meestal een beetje op, doe ik me net iets beter voor dan ik me voel. Niet als ik me goed voel natuurlijk, vitaal, blij. Maar wel als ik bang ben of depressief. Afgelopen maandag tijdens de latifa-oefening die ik iedere maandagochtend met een groepje doe, kwam ik bij dat inzicht. Dat ik me mag voelen zoals ik me voel. Me niet beter of sterker hoef voor te doen dan ik ben. Ik ben goed zoals ik ben. Mezelf helemaal aanvaarden zoals ik in mijn onvolmaaktheid ben, wow, daar ben ik nog steeds naar op weg.

Zo ademt mijn bewustzijn zoals eb en vloed van ruim naar smal. Het nauwste punt zoals ik dat ervaar, vraagt om mijn volledige, onverdeelde aandacht. Ik kom dat punt ongeveer 1x per maand tegen. Al mijn liefdevolle aandacht moet dan naar binnen om helemaal, met al mijn aandacht bij dat kwetsbare, gehandicapte punt te zijn. Dat nauwste punt dat voelt als een geboortekanaal, waardoor heen ik als mens, als nieuwe mens wordt geboren. Die zich niet langer identificeert met het materiële, met zijn lichaam, met de dood, maar met zijn geestelijk deel, met zijn potentie, leven. Leven in overvloed.

Daarbij, ik kom daar hier in deze adventtijd met enige schroom voor uit, speelt Jezus voor mij een belangrijke rol. Ik wil niet overkomen als een godsdienstfanaat, maar wel schrijven over dat wat voor mij belangrijk is in mijn innerlijk leven. Zoals ik al schreef ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus toen ik als zoekende adolescent naar de zin van het leven het Johannes Evangelie las, kon ik me zonder last uit het verleden laten raken door dit bijzondere verhaal van Jezus. Later heeft dit punt in mij zich verdiept en is een centrum geworden, een bron. Dat is nog steeds gaande. In ieder geval is hier met Jezus iets speciaals aan de hand. Sterker, ik zou durven stellen dat Jezus voor ons als mensen het belangrijkste punt in de schepping, in de menselijke evolutie is. Zo is het in ieder geval voor mij, zo is het in ieder geval op mijn innerlijke weg. Ten eerste is het punt een herinnering, een herinnering aan wie ik ben als mens, een mens met een hart, die in staat is om lief te hebben. Hoe verstopt die liefde soms ook is. Ten tweede is het punt voor mij een omslagpunt, een transformatiepunt. Het maakt me mogelijk om als mens te transformeren. Om een nieuwe mens te worden, die zich niet langer op de eerste plaats identificeert met het materiële, maar met het geestelijke. Een mens met kwaliteiten en mogelijkheden die, als we kijken vanuit een beperkt bewustzijn, niet voor mogelijk werden gehouden. Als we een ander begrip, een ander bewustzijn van tijd en ruimte zouden hebben, zijn we in staat om onszelf of anderen te genezen of ons te verplaatsen over grote afstanden. Daar hebben we nu enorme en kostbare apparaten voor nodig. Dat klinkt misschien als SF, maar nu al zijn er mensen die in staat zijn om met hun geestkracht anderen te genezen. En die potentie hebben we allemaal.

In die zin heeft Kerstmis voor mij persoonlijk de betekenis van de herinnering aan het moment dat ik voor het eerst van binnen werd geraakt door het verhaal van Jezus en de betekenis die dit voor mij in de loop van de jaren heeft gekregen als een soort Christusbewustzijn zou je kunnen zeggen. Het is voor mij nog steeds een wonder dat dit voor ons mensen zo belangrijke punt op deze manier door deze mens Jezus in de schepping, in de evolutie is gelegd. Gisteren zag ik een aflevering van de serie Cosmos over de uitvinding van de elektromotor en de dynamo door Michael Faraday.  Deze uitvinder geloofde dat er onzichtbare energiebanen, energievelden rond de aarde stroomde, alsof de aarde een soort turbo, een magneet is met een elektrisch en magnetisch veld. Misschien is met Jezus ook wel een veld van liefde in de schepping gekomen, die voor ieder mens bereikbaar is, als het mogelijk is om je hiervoor te openen. Wat soms behoorlijk moeilijk is, weet ik uit eigen ervaring. Ik ben al heel mijn leven bezig om deze onvoorwaardelijke liefde toe te leren laten die er voor me is en deze liefde te integreren en als basis voor mijn leven te maken.

Het draait voor mij allemaal om het geboren worden als individu, als mens, als individuele mens vanuit het collectief dat er nu is. Vorige week had ik weer mijn mannengroepje met 3 therapeuten van rond de 60 jaar oud. Mannen die voor mij een voorbeeld zijn en me laten zien hoe dat kan, dat geestelijk groeien, dat als mens, als individu geboren worden. Ieder op zijn manier, maar telkens vanuit dat zelfde principe. Ieder zuivert zich op zijn manier uit van oude patronen en overtuigingen om op die manier contact te maken met zijn essentie, met wie hij werkelijk is. Dat is ontroerend om te delen en om van de andere mannen te zien. Ik denk werkelijk dat deze individualiteit de basis zou kunnen zijn voor een (nieuwe) samenleving. Soms lijkt het in de huidige neoliberale tijd juist de andere kant op te gaan. De kant van het vasthouden aan het systeem waarin de wereld is verdeeld in goed en slecht, in machtigen en machtelozen, in rijk en arm, in mensen die in de wereld succes hebben en losers. Waar op leven en dood wordt gestreden om aan die zogenaamde goede kant van de streep te staan. Ik schreef daar vorige week een tekst over, die kun je hier lezen.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com