Jezus

Leonardo da Vinci als verborgen voorvechter van het vrouwelijke in onze patriarchale maatschappij

We nemen over het algemeen de werkelijkheid waar vanuit beelden die we van deze werkelijkheid hebben. Die beelden beschouwen we eigenlijk als zijnde de werkelijkheid, het is de bril waarmee we naar de werkelijkheid kijken. Zo zijn er individuele beelden van de werkelijkheid, maar ook collectieve beelden van de werkelijkheid. Maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook de culturele context waarin we leven bepaalt in belangrijke mate welke beelden we hebben over de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf in al zijn grootsheid, schoonheid, maar ook verschrikkelijkheid waarnemen, dat is voor de meeste mensen bijna onmogelijk. Het is al heel wat als je van deze werkelijkheid een glimp kunt opvangen.

Dit jaar ben ik gegrepen door Leonardo da Vinci, die toevallig of niet ook nog eens 500 jaar geleden gestorven is. Ik had het verlangen om me in deze bijzondere kunstenaar te verdiepen en automatisch kom je dan uit bij een van zijn beroemdste kunstwerken het Laatste Avondmaal. Daar is natuurlijk heel veel over geschreven en door het boek van Dan Brown, de Da Vinci Code, dat daarna ook nog eens is verfilmd, is dit schilderij ook in deze tijd behoorlijk bekend geworden. Met name rond het thema van de Johannes figuur op dit schilderij. Het mag bekend zijn, het schilderij van Da Vinci gaat over het moment dat Jezus aan zijn leerlingen vertelt dat hij door een van de leerlingen hier aan tafel zal worden verraden. Op zich is het schilderij al beeld doorbrekend, want normaal werd in die tijd het Laatste Avondmaal uitgebeeld met Jezus en zijn leerlingen netjes op een rijtje, stijf, met rond ieder hoofd een aureool zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Da Vinci echter schildert een menselijk tafereel aan de lange tafel, waarbij er een zeer levendige en menselijke reactie wordt verbeeld op de woorden die Jezus net heeft uitgesproken.

De kern echter van het schilderij is de figuur Johannes. En dat is boeiend. Over het algemeen is er geen discussie over dat dit Johannes is, de lievelingsleerling van Jezus, die naast hem aan tafel zit. Maar als je goed kijkt, je hoeft eigenlijk niet zo heel goed te kijken, is het duidelijk dat deze Johannes wel heel vrouwelijk is afgebeeld. Er wordt gezegd, ja, deze Johannes was een heel verfijnde, vrouwelijke man. Als we dit schilderij in de tijd plaatsen van de late Middeleeuwen en dan ook nog in het kader van de Katholieke Kerk, dan is het helder dat de vrouw hier geen rol, geen plaats in had. De vrouw was ondergeschikt aan de man. Dit was overigens ook in de tijd van Jezus in de Joodse cultuur waarin hij leefde. De vrouw had een ondergeschikte, minderwaardige rol ten opzichte van de man. Hier zien we hoe de beeldvorming van de maatschappij en de cultuur collectieve beelden vormt over de werkelijkheid. Die beelden worden de werkelijkheid en we geloven collectief dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, minderwaardig is aan de man. Beelden die heden ten dage nog steeds een rol spelen.

Da Vinci schilderde het Laatste Avondmaal op een muur van een refter in een klooster in Italië. Het probleem was dat door de muur, maar ook door de verf die Da Vinci gebruikte, het kunstwerk al heel snel in verval raakte en ook al is het paar keer gerestaureerd, het beeld zoals dat nu aanwezig is, is ver verwijderd van het prachtige origineel, dat in die tijd een hele grote indruk maakte op iedereen. Nu wil het feit dat al heel snel door leerlingen van Da Vinci en naar alle waarschijnlijkheid ook een klein deel door de meester zelf een duplicaat op doek is geschilderd. En dat doek is meegenomen naar de Abdij van Tongerlo in België, hier een uur rijden vandaan. Dit doek van het Laatste Avondmaal is niet verweerd en afgebladderd, maar in al zijn schoonheid te bewonderen. Voor mij was deze vakantie de uitgelezen mogelijkheid om naar deze Abdij toe te gaan en het doek te gaan bekijken. Er is een mooie, grote kapel omheen gebouwd, het doek is levensecht 8 bij 4 meter. Ik zat daar met ongeveer 10 oudere mensen te luisteren naar het verhaal van het schilderij en hoe het doek naar de Abdij is verhuisd. Kraakhelder is het tafereel te zien en nog duidelijker is te zien hoe vrouwelijk deze persoon van Johannes is weergegeven. Later liepen we met dit groepje naar een klein kapelletje waar verschillende details van het schilderij zijn uitvergroot. De oudere mensen waren met elkaar in gesprek en ik dacht, zal ik iets zeggen over deze figuur Johannes? Het was even stil en ik zei, goh, die Johannes, die is wel heel vrouwelijk. Een van de vrouwen achter me, knikte instemmend. Inderdaad, zei ze. Kent u het verhaal, zei ik, dat die Johannes misschien wel Maria Magdalena zou kunnen zijn. Ik zag ze schrikken, dat was voor de beeldvorming dan toch weer een brug te ver. Een andere vrouw zei: ja, maar dat zijn geruchten. En er zijn zoveel geruchten. Zaak afgedaan. Het is wel een heel mooi schilderij, zei ik nog en liep naar buiten.

Wij kennen collectief het verhaal van de Bijbel over Jezus. Daarin speelt Maria Magdalena een ondergeschikte rol, zoals dat voor vrouwen in die tijd en cultuur gebruikelijk is. Dat beeld van Maria Magdalena is nog steeds dominant, ook in onze tijd. Door nieuwe geschriften die gevonden zijn, met name de Nag Hammadi geschriften, wordt duidelijk dat de rol van Maria Magdalena helemaal niet zo ondergeschikt was als in het oude beeld wordt geschetst. De werkelijkheid is naar alle waarschijnlijkheid heel anders. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Maria Magdalena een gelijkwaardige rol naast Jezus had, niet alleen als (zijn!) vrouw, maar ook als spiritueel, vrouwelijke leraar. Tegelijkertijd met de sterke en niet meer te onderdrukken beweging in deze tijd, die de vrouw gelijkwaardig stelt aan de man, verschijnt ook hier een andere werkelijkheid in het verhaal rond Jezus, waarin Maria Magdalena dus een hele belangrijke rol speelde, die gelijkwaardig was aan die van Jezus, met name in de tijd nadat Jezus is gestorven.

Stel dat Da Vinci iets wist van deze kennis, deze kennis die wellicht op een verborgen manier is doorgegeven tegen de dominante, patriarchale beelden van Katholieke Kerk in, dan heeft hij dit op een magnifieke manier weergegeven in dit schilderij van het Laatste Avondmaal. Niet door bv. naast de 12 leerlingen ook nog Maria Magdalena af te beelden, nee door juist in plaats van Johannes Maria Magdalena af te beelden. Wie oren heeft om te horen, die hore, zei Jezus al. De werkelijkheid is een verborgen werkelijkheid voor mensen die het willen zien. Door Maria Magdalena de plek te geven die zij daadwerkelijk had en die zij verdient, krijgt ook de vrouwelijkheid een plek in onze samenleving, onze hedendaagse samenleving die het verdient.

Ga maar na, ik kan het niet anders zien, onze geschiedenis zoals wij die leren op school (over beeldvorming gesproken), gaat met name over de geschiedenis van de macht, de mannelijke macht die afgescheiden is van het vrouwelijke. Deze mannelijkheid die afgescheiden is van het vrouwelijke, die het vrouwelijke minacht, kleineert, onderdrukt, denkt dat het deze macht nodig heeft om te overleven. En dat is nog steeds het dominante beeld waar we onze huidige tijd naar streven en voor applaudisseren. Dat is ons beeld van succes. Daar wordt geld mee verdient. Het is deze afgescheiden mannelijkheid of die nu wordt uitgevoerd door wit, door zwart, door anders gekleurd, door man of door vrouw, die de aarde uitput en zorgt voor een klimaat crisis, die ons dwingt tot verandering. Een verandering die alleen zoden aan de dijk zet als we het vrouwelijke op de eerste plaats in onszelf toelaten en omarmen. De kracht van kwetsbaarheid. De liefde voor de natuur, de liefde voor de aarde. De liefde voor ons lichaam. De liefde en acceptatie van onszelf zoals we zijn. De kracht van overgave ook. Niet van controle en beheersing. Dat is de afgescheiden mannelijke macht. Verbinding met het vrouwelijke, dat is wat nodig is. En dat wist Leonardo Da Vinci 5 eeuwen geleden al en maakt zijn schilderij het Laatste Avondmaal een icoon voor deze tijd!

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

kerstmis is een blikseminslag

Afgelopen week zat ik, zoals meerdere keren per week, in de auto van ons huis naar Eindhoven om de kinderen naar school te brengen en zag in de nog schemerige ochtend de bomen langs de weg. En ik dacht aan de functie die bomen hebben. Ze produceren zuurstof en daarmee dienen zij ons, dienen zij het geheel. Gelijk kwam de vraag in me op welke functie wij dan eigenlijk hebben als mens, wat dienen wij? Ik moest toen denken aan mijn vorige artikel, dat de aarde een transformatiehuisje is. Wat is ons doel eigenlijk als mens? En dan bedoel ik meer dan het materiële doel dat we meestal nastreven; geld verdienen, carrière maken, onze persoonlijke doelen in de wereld. Misschien is er wel een doel dat hoger is dan dat, dat verder reikt. Als je het bekijkt vanuit het universum of de universele wetmatigheid. Wat produceren wij dan? Zoals bomen zuurstof produceren. Het idee kwam in me op dat ons ultieme doel als mens is dat wij liefde produceren, bewustzijn produceren, vrede produceren. Dat is misschien niet ons startpunt, maar als we ons ontwikkelen, zijn we daar naar op weg. Dat wij liefde produceren dat is onze bloem, als je dit proces, deze groei met een plant vergelijkt.

Hoe komen wij nu tot dat punt? Wij komen daartoe als wij iets transformeren in onszelf. En dat transformeren gaat eigenlijk zo. Dat gat dat we in ons hebben, dat ieder van ons in zich heeft, juist door het gebrek aan liefde, door de onvolmaaktheid die we onvermijdelijk in de buitenwereld tegen komen. Dat gat proberen we eerst te camoufleren, niet te voelen, door allerlei patronen. Ook onvermijdelijk. Is niet fout, gebeurt. De kunst is nu om ons te richten naar binnen toe, naar onze essentie, waarvandaan een antwoord komt. Op maat. Precies op maat. Die essentie bestaat uit liefde, uit de levende substantie liefde. Als er dus contact ontstaat tussen deze liefde en het gat dat in ons zit, dan gaat er iets helen. Dan heelt er iets en vanaf dat moment gaan we ook iets produceren. Dan kunnen we liefde naar buiten toe geven en dan gaat er iets gebeuren, dat we liefde, bewustzijn en vrede produceren als een bloem. Ja, met een specifieke sfeer, een specifieke geur. Dan maken we liefde, making love, voor mij heeft dat dus een bredere of diepere betekenis dan alleen maar ‘vrijen’. Terwijl deze liefde ook ‘vrij maakt’, bedenk ik me nu.

Ik vind dat een geweldig idee, dat wij als mensen in staat zijn om energie te produceren, want liefde en bewustzijn, dat is energie. In plaats van dat we vanuit het gat dat we in ons hebben, vanuit een afgescheiden bewustzijn om dat gat niet te hoeven voelen, alleen maar persoonlijke doelen nastreven, materiële doelen, die dus alleen maar energie kosten. Eigenlijk zijn wij vanuit dat afgescheiden, materiële bewustzijn enorme slurpende energievreters. Is het niet de letterlijke energie van de brandstof die we gebruiken, dan is het wel de emotionele energie van de mensen om ons heen. In die zin is ons klimaatprobleem niet zo zeer een technisch probleem, zoals dat meestal wordt bekeken, maar een bewustzijnsprobleem.

Stel dat je bv. vanuit dat afgescheiden bewustzijn, wat trouwens voor ieder van ons het beginpunt is, verliefd wordt. Eigenlijk wordt je dan verliefd op een deel van de ander, dat je adoreert, maar waar je in jezelf geen contact mee hebt. Dat deel dat zie je in de ander weerspiegeld en je denkt, je voelt in al je vezels; dat wil ik hebben!! Dus je vult jouw gat met dat deel, met de energie van dat deel in die ander. Terwijl het dus eigenlijk in jezelf aanwezig is. Ik weet nog goed dat ongeveer 20 jaar geleden mijn toenmalige relatie stuk liep, vanuit een symbiotisch patroon. Ik dacht dat zij echt de ware was voor mij vanuit de liefde die ik voor haar voelde. Het ging uit en ik had pijn, veel pijn, maar in die pijn die ik toeliet, kwam in een zinnetje het antwoord; ik ben zelf de ware. Dat ben ik nooit vergeten.

Het wordt weer kerstmis en zoals ieder jaar ga ik dan lezen in het prachtige boekje van Mária Hillen, Een daad van Liefde over het leven van Jezus. Dan begrijp ik weer dat het geboren worden van Jezus en zijn leven werkelijk een blikseminslag is! Een blikseminslag van de onvoorwaardelijke liefde die je als mens tot op het bot raakt, waarvan het tijd kost om dat tot je door te laten dringen, om te ontvangen. Want als je dit echt tot je door laat dringen, de boodschap dat je tot in iedere vezel wordt liefgehad, wordt gekend en liefgehad, dan is dat een moment, een punt van transformatie. Het is een blikseminslag, dat kun je je wel voorstellen, voor het oude systeem, dat gebaseerd is op juist het gebrek aan liefde, op afgescheidenheid, op het camoufleren van oude wonden, het niet voelen, patronen, egopatronen om niet te voelen. Persoonlijk heb ik dat ooit meegemaakt, nu zo’n 35 jaar geleden, toen ik ongeveer 20 jaar oud was en het Johannes Evangelie las. Ik werd geraakt, misschien niet direct een blikseminslag, maar het was een ervaring die mijn leven op zijn kop zette. Ik maakte toen een aantal tekeningen, symbolen van hoe ik de ontwikkeling van de mens voor me zag. Grappig, ik moest vandaag aan deze tekeningen denken. Kijk maar eens op de plaatjes van de 6 fases die op deze site van de kracht van innerlijk werk staan.

Als je er naar kijkt zie je op het eerste plaatje de afgescheiden mens, de mens die leeft vanuit zijn afgescheiden persoonlijkheid, zijn ego, zijn valse persoonlijkheid. De mens die overleeft. Niet leeft. Het startpunt van ieder van ons, niemand uitgesloten. Het tweede plaatje zie je de gevangenschap van dit afgescheiden bewustzijn. Om de bol is nu een vierkant raster ontstaan als de tralies van een gevangenis, die deze gevangenschap, dat gevoel van gevangenschap, benauwdheid symboliseert. Het plaatje daarna, in het midden van het raster is een punt geplaatst, is de blikseminslag, een moment van doorbraak, van het licht dat door de crack naar binnen schijnt. De plaatjes daarna zie je de persoonlijkheid veranderen, het bewustzijn veranderen, van een afgescheiden, gesloten bewustzijn, naar een verbonden, open bewustzijn. In het laatste, 6e, plaatje is de persoonlijkheid getransformeerd, is de persoonlijkheid een instrument geworden van de essentie, van de liefde. Dat is de bloem van ons mensen, als we niet langer energie kosten, spenderen, opslurpen, maar energie produceren. Licht produceren. Als een zon.

liefde voor jezelf als basis voor innerlijke groei


Het is bijzonder om me bewust te zijn hoeveel wij dit seizoen weer geleerd hebben van de mensen die wij begeleiden binnen onze praktijk Mens&Groei! Mensen die vaak (hoog) gevoelig zijn, getraumatiseerd, maar ook levensbeschouwelijk/spiritueel geïnteresseerd, om het zo maar even te noemen. Mensen die al van jongs af aan zoeken naar de zin en betekenis van hun leven. Niet passen in het reguliere systeem van onderwijs, werk en gezondheidszorg. Daar niet hun antwoorden kunnen vinden.

Vanuit onze eigen ervaringsdeskundigheid op het gebied van menselijke groei, gecombineerd met onze opleidingen als psycholoog en maatschappelijk werker en de met name levensbeschouwelijke trainingen die we daarna hebben gevolgd bij de Voorde/Pulsar Academie en stichting de Innerlijke Lijn bieden wij een kader aan waarbij mensen die zoekende zijn, leren dat zij zelf het uitgangspunt vormen van hun innerlijke groei. Dat kader word ik me bewust als dit seizoen, dit werkjaar op zijn einde loopt en de vakantie nadert. Het bijzondere is dat Gebi en ik daarbij hetzelfde kader hebben met het zelfde uitgangspunt, namelijk dat innerlijke groei begint bij het toelaten van de liefde voor jezelf.

En dat ‘zelf’ wordt heel langzaam opgebouwd. Van binnenuit.

Dat proces begint eigenlijk bij het eerst opbouwen van deze nieuwe ik in onszelf. In die zin zijn wij ervaringsdeskundig. Dat proces gaat ongeveer als volgt. Vanuit mijn oude systeem kom ik een overtuiging tegen vanuit minderwaardigheid, vaak getriggert door een gebeurtenis die in het dagelijks leven op mijn pad komt. Eigenlijk sta ik dan op een splitsing of ik ga hier op een onbewuste manier mee om, vaak door een destructieve reactie op die gebeurtenis of een bepaald gedrag waardoor ik het gevoel van minderwaardigheid niet hoef te voelen. Of ik heb de moed en het bewustzijn om deze overtuiging inclusief gevoel met mijn bewustzijn te onderscheppen en toe te laten. En eigenlijk altijd als ik dat doe, komt er van binnenuit uit een antwoord. Je bent om van te houden! Want dat is mooi, de onvoorwaardelijke liefde die er voor ieder van ons is, zoekt als een pluspool mijn minpool. Dus als ik mijn minpool open, de muur van mijn harnas omlaag haal, me kwetsbaar maak, dan gaat die liefde die van binnen voor mij aanwezig is, stromen. Dat is precies de ervaring die van binnenuit bij mezelf een ik opbouwt, een nieuwe ik. De oude ik, je zou het ego kunnen noemen, is gebaseerd op angst, wantrouwen, minderwaardigheid. De nieuwe ik is opgebouwd uit liefde voor mezelf. Deze nieuwe ik heeft een stevigheid die van binnen zit en precies die ik, die stevigheid is nodig om je over te kunnen geven aan het leven, aan het moment, aan het hier en nu. Dat is de langzame weg van de controle van de oude ik naar de overgave van de nieuwe ik. Zonder dat je verdwijnt. Dat gaat stapje voor stapje en stapje voor stapje wordt dat nieuwe ik sterker. Dat is het pad dat ik volg, wat de basis is van het pad dat Gebi volgt en het is het pad dat we in het kader dat we vanuit Praktijk Mens&Groei aanbieden aan onze klanten.

Dit kader wijkt op een aantal belangrijke punten af van wat door andere begeleiders, coaches, leraren etc. zeker in spirituele hoek wordt aangeboden. Daar komen wij dan weer achter als mensen zich bij ons melden, nadat zij een traject bij een spirituele coach hebben gedaan en daarin zijn vastgelopen. Eigenlijk komt het uitgangspunt van veel andere coaches er op neer dat zij jou kunnen verlossen van je lijden. Dat idee lijkt een wijdverbreid misverstand te zijn, ontstaan uit een combinatie van de Boeddhistisch en Christelijke visie. Een belangrijk doel van de Boeddhistische levensbeschouwing is namelijk om het lijden in de wereld te doen verdwijnen. Men stelt dat het ego de oorzaak is van dit lijden en op het moment dat je dit ego doorziet (inzicht), dan verdwijnt dit ego en ook het lijden. Vaak wordt daarbij ook nog het beeld geschetst dat deze zogenaamde verlichting in 1 moment zou kunnen plaatsvinden. Dus dat je ook in 1x verlost zou kunnen zijn van je lijden. In de Christelijke visie ziet met Jezus over het algemeen als iemand die mensen heelt, geneest en van hun lijden verlost. Terwijl als je goed de teksten leest in het Evangelie dan gaat Jezus bij iedere heling of genezing telkens uit van daar waar de ander staat, het geloof van de ander. Daar sluit hij op aan. Hij zegt dan ook vaak: jouw geloof heeft jou genezen!

Het is dus niet zo gek dat als je op zoek bent, vanuit vaak een traumatisch verleden, dat je het idee met beide handen aangrijpt dat jouw lijden door een ander is te verlossen en dat dit snel zou kunnen gaan. Ook de reguliere psychologie doet hier aan mee, ik denk hierbij aan EMDR, dat ook de suggestie wekt in een aantal behandelingen af te kunnen zijn van je trauma’s.

Nu zou ik niet willen stellen dat er geen mensen zijn die anderen kunnen genezen of dat het niet mogelijk zou zijn om in 1 moment verlicht te raken, maar voor de meeste stervelingen inclusief ikzelf, is dit niet van toepassing en dus in die zin een misleidend beeld!

Naar onze ervaring en visie hoeft het lijden niet weg, maar is dit juist de ingang voor het ervaren van de liefde voor jezelf. Die er van binnenuit is! Het lijden maakt het mogelijk dat de stevigheid van het (nieuwe) ik vanuit deze liefde voor jezelf wordt opgebouwd. De vele spirituele leraren, begeleiders, coaches, goeroes, die pretenderen iemand te kunnen verlossen van het lijden, maken dus eigenlijk iemand zwakker en afhankelijker. Wij merken aan klanten die wij in onze praktijk krijgen, dat mensen daardoor verder van huis (zichzelf) zijn geraakt dan ooit, met name in die afhankelijkheid naar de leraar/spiritueel begeleider. Vaak blijkt de relatie met zo’n leraar juist een herhaling van het oude trauma vanuit het gezin waar iemand vandaan komt. Het is dan hard werken om dit vastzittend trauma inclusief negatieve overtuigingen om te zetten naar een gezond gevoel van eigenwaarde en het geloof in zichzelf als uitgangspunt van innerlijke groei.

Het is daarom dat deze tekst van Anselm Grün mij erg aanspreekt en als een soort statement geldt voor praktijk Mens&Groei. De omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.

hoe de liefde werkt

Gisteren leerde ik hoe liefde eigenlijk werkzaam is, de werkzaamheid van liefde.

We kwamen bij elkaar met mijn mannengroep, die al meer dan 10 jaar bestaat, af en toe van samenstelling wisselt, maar gisteren waren we met 5 mannen. Ieder ervaart op zijn manier zijn proces van menswording en we komen ongeveer ieder kwartaal bij elkaar om dit bijzondere proces te delen.

Kenmerkend is dat we met liefde naar elkaar luisteren. We luisteren naar elkaars verhaal en geven terug welk deel van het verhaal, welk woord, welke zin ons opvalt. Zo ontstaat er een soort van cirkelgesprek, waarbij ieder zijn verhaal vertelt, vragen stelt, de ander aanvult, zelf weer iets vertelt. Gisteren bleven we steken bij de pijn van een van de mannen, die zijn zoon al 21 jaar niet had gezien. Dit verhaal was het ankerpunt voor ons cirkelgesprek. We luisterden, stelden vragen, vertelden een eigen verhaal.

Zo vertelde een van de mannen dat zijn vrouw, zelf dochter van een Nazi officier, reizen verzorgt naar een van de meest verschrikkelijke plekken op aarde; de concentratiekampen van Auswitz en Buchenwald. Mannen en vrouwen ontmoeten elkaar daar, oud Nazi’s, kinderen van Nazi’s, joden, NSBers, daders en slachtoffers van de afschuwelijke Tweede Wereldoorlog. De man vertelde dat er in eerste instantie grote onhandigheid is om met elkaar in contact te komen, maar dat er langzaam naar elkaar wordt geluisterd, er langzaam een sfeer ontstaat van heling. Van heling en transformatie. Deze plekken, deze afschuwelijke plekken, waar de meest afschuwelijke dingen zijn gebeurd, zijn transformatieplekken geworden. Hoe bijzonder is dat!!

Precies de sfeer die ik herken in onze mannengroep en we blijven hangen bij degene die vertelt over zijn pijn, zich kwetsbaar maakt, zijn vertwijfeling in het leven deelt, durft te delen. Zo werkt de liefde dus, dacht ik. De liefde die niet het punt zoekt waar we sterk zijn, waar we succes hebben, maar juist het punt waar we gewond zijn, kwetsbaar zijn. Zoals dat ook in mezelf is, de liefde in mij zelf is ook te vinden waar ik het meest gewond ben, mijn bottleneck, mijn meest kwetsbare, gekwetste plek. Daar is de liefde aanwezig. De liefde wil van zijn overvloed naar de plek waar een tekort is. Dus in plaats van dat ik bang ben voor mijn pijn, mijn meest pijnlijke plek, leer ik om daar naar toe te gaan, er bij te zijn, omdat ik weet dat daar de liefde is. De liefde die mij wil helen.

Dus als ik de liefde zoek, als ik de liefde wil vinden, moet ik niet zijn op de plekken waar successen gevierd worden, waar rijkdom is, waar liefde voorwaardelijk is, maar juist waar een tekort aan liefde is, waar pijn is gedaan. Zo stroomt de liefde, als deze vrij is, de liefde wil helen, de liefde wil transformeren. De plus zoekt de min, als een wetmatigheid. Dat is eigen aan de werking van liefde.

Later lag ik te kijken naar de ondergaande zon in het bos, hoe de zon de wolken kleurde in tinten geel, oranje, rood. Ik dacht: alles is eigenlijk liefde, alle inhoud van alle vormen, of het nu die boom is daar, of de zon, of die wolken. De binnenkant is liefde, de essentie en de vorm is de specifieke uitdrukking van deze liefde, van deze liefdesenergie. Onzichtbaar. Hoe zit dat dan bij de mens, vroeg ik me af.

De mens sluit deze liefde, deze liefdesenergie op. Houdt deze gevangen. Dat is wat ons ego doet, sluit deze liefde op, zodat deze niet meer kan stromen. We bouwen een muur om deze liefde. In onwetendheid, in onbewustheid. Omdat we zijn gekwetst, pijn zijn gedaan. Transformatie is dat we ons laten raken, op de een of andere manier, door de liefde, die bij ons van binnen zit. Iets raakt, iets herkent. En dan van binnenuit wordt ons ego, onze persoonlijkheid omgevormd. Van een gevangenisbewaarder tot een verlosser. De persoonlijkheid geeft zich over en laat de liefde vrij. Vrij om te stromen. En de persoonlijkheid buigt en wordt een instrument van deze liefde. Dat kan heel lang, dat kan jaren duren, de muur laat zich niet zomaar afbreken, vertrouwen is niet zomaar gewonnen. Bovendien zijn heel veel mensen met al hun energie juist gericht op het in stand houden van deze muur.

Overal waar de liefde door ons mensen heelt en transformeert, daar wordt de aarde een stukje geheeld en getransformeerd. Dat kan in elke ontmoeting, waar met liefde en respect geluisterd wordt. Zo vormt een ontmoeting een cirkel, een cel. Nu moet ik denken aan wat Jezus zei; waar er 2 of meer in mijn naam aanwezig zijn, daar ben ik. Daar is de liefde. Misschien, dacht ik vanmorgen, is Jezus wel de mens waar de liefde zich volledig in heeft gemanifesteerd. In die zin zou je hem kunnen beschouwen als een voorbeeld voor wie we als mens kunnen zijn, waar we naar toe kunnen groeien. Daarbij denk ik dan weer niet dat iedereen een Jezus zou moeten worden, maar veel meer dat ieder van ons zichzelf zou moeten worden, een Tom, een Kees, een Henk, een Inge, een Suzanne etc.

Vanmorgen deed ik in een zonovergoten apriltuin mijn ochtendmeditatie en ik dacht; ik zit hier in het midden van de liefde. Alles om mij heen is liefde. Voor mij is dat het grote manco van de evolutietheorie van Darwin, die door de moderne mens wordt aangehangen als antwoord op de oorsprong en toekomst van het leven. Het is slechts de buitenkant, de vorm die wordt bestudeerd, niet de binnenkant. Als alle vormen een manifestatie zijn van de liefde, van liefdesenergie, als de aarde in feite een liefdesplaneet is, dan zal toch in ieder geval de verscheidenheid aan vormen in samenhang met deze liefde moeten worden bestudeerd.

Dat is mijn allergrootste wens om instrument van deze liefde te zijn. Dan word ik het meest gelukkig.

 

 

pasen verandert ons van een rups in een vlinder

Veel mensen zullen het huidige ontwikkelingsstadium van de mens anno 2018 beschouwen als een eindstadium. Voor de seculiere, wereldlijke, moderne mens, die zich heeft verlost van het oude, in zijn ogen achterlijke geloof, ligt de toekomst in het verder ontwikkelen van computers en robots, die de eigen gebreken en onvolmaaktheid en daardoor zijn lijden kan oplossen. Hierbij ziet deze mens niet de eigen blinde vlek, namelijk dat hij in de wetenschap en technologie in feite een nieuw geloof heeft ontwikkeld, waarbij de redding buiten zichzelf wordt gezocht. Net als het oude geloof, waar ze zo’n afkeer van heeft. De Verlichting van de 18e eeuw ziet deze mens als het ontwaken van het denken, wat voor zijn geloof dezelfde betekenis heeft als de geboorte van Jezus voor de gelovige. De Oerknal is voor de seculiere mens het nieuwe scheppingsverhaal. En Darwin, dat is de opperpriester van de wetenschap, die met zijn evolutietheorie nieuwe zin en betekenis geeft aan ons leven op aarde. In die zin is er eigenlijk niet zoveel veranderd. De moderne mens die zijn verlossing zoekt in de wetenschap, met de wetenschappers als priesters waar zij heilig in geloven tegenover de oude gelovige, die zijn verlossing zoekt in het geloof buiten zichzelf.

Misschien ligt wat waar is wel in het midden van wat de seculiere mens en de oude gelovige mens gelooft, namelijk dat de verlossing buiten zichzelf te vinden is. En misschien is wat waar is wel een schat die verborgen is in het Pasen dat we dit lange weekend vieren. Ieder tegenwoordig op zijn of haar eigen manier. Paaseieren zoeken, het bezoeken van familie, van tuincentra, naar de kerk gaan en het kijken naar het Passieverhaal op televisie, waar maar liefst 3 miljoen mensen op afstemden. Gisteren kon ik in mezelf ervaren dat Pasen niet iets is buiten mezelf, maar dat dit een gebeurtenis is die zich in mij afspeelt. Als onderdeel van mijn mens zijn. Als onderdeel van mijn evolutie als mens zelfs. Het is geen uiterlijke waarheid die je met harde feiten kunt bewijzen, maar een innerlijke waarheid, die je kunt ervaren.

Pasen is voor mij de mogelijkheid die in ieder mens aanwezig is om van een rups een vlinder te worden. Als een zaadje dat deze lente ontkiemt en boven de grond komt. Het punt is echter wel dat deze rups daarvoor moet sterven, anders kan het geen vlinder worden. Precies zoals Jezus sterft en weer opstaat uit de dood. De rupsmens en de vlindermens zitten beiden in mij, in ieder van ons. De rupsmens is de onbewuste, eendimensionale mens, die gelooft in het heil buiten zichzelf. Of deze nu van de wetenschap komt of van het oude geloof. Het is de materiële mens, die leeft aan de buitenkant. De mens die zich aanpast aan wat anderen van hem verwachten, ouders, leraren op school, de baas op het werk. Maar die ook boos is en de schuld van zijn lijden buiten zichzelf legt. Hij is slachtoffer en aanklager tegelijkertijd. Hij houdt een beeld op, een image dat boven alles overeind moet blijven. Hij leeft het leven van anderen, niet van zichzelf. Zijn liefde is voorwaardelijk, een berekening, een lijstje. Oog om oog, tand om tand. Hij is gericht op de groep, op het collectief, maar is vanbinnen eenzaam. Maar kan dat niet voelen. Hij doet er alles aan om niet te voelen. Zijn minderwaardigheid blijft verborgen achter zijn masker, zijn harnas.

Toch ligt in deze rupsmens de vlinder verborgen en kan het zo maar zijn dat hij hierin ergens in zijn leven wordt geraakt en daardoor herinnert wie hij werkelijk is. Als de rupsmens 10 procent is van ons mens-zijn, is de vlinder de volle 100 procent. De vlindermens heeft op een kwetsbaar moment contact ervaren met wie hij in wezen is en kan worden. Hij volgt de potentie, de droom die hij nu al is. Deze droom ligt dichtbij en niet ver weg, zoals bij de rupsmens, die droomt van verre landen, mooi weer, een lui leventje, veel geld, alles kunnen kopen. Een droom buiten hem zelf. Een illusionair beeld van geluk, dat niets te maken heeft met waar ieder mens op zijn eigen manier gelukkig van wordt. Voor de vlinder mens ligt dit geluk, deze droom heel dichtbij, is eenvoudig, vervullend. Hij leeft vanuit zijn of haar verlangen, waar hij blij van wordt, stap voor stap. Zoals de vlinder zich langzaam uit de rups ontvouwt. Hij is individu, maar niet als de rupsmens afgescheiden, maar van binnenuit gevuld en verbonden met andere individuen en ervaart de werkelijkheid om hem heen als een eenheid. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn leven en legt niet de schuld buiten zichzelf of neemt geen schuld meer op zich die van anderen is. Hij of zij is vrij, verlost. Van binnenuit, door de onvoorwaardelijke liefde van binnenuit.

Het is voor ons hoofd niet te begrijpen dat er in de werkelijkheid zoals we die met onze zintuigen waarnemen een andere werkelijkheid verborgen zit. Precies zoals Maria Magdalena en zijn leerlingen in eerste instantie niet konden geloven dat het graf van Jezus leeg was en hij aan hen verscheen. Het is voor mij wezenlijk om te zien dat Pasen niet over iets gaat los van mij, een oud verhaal dat is geweest of misschien wel helemaal niet. Pasen gaat juist over mij en de potentie en mogelijkheid die in mij als mens verborgen zit.

de liefde die mij kent en liefheeft

Kerstmis herinnert me ieder jaar weer aan de tijd dat ik begin 20 jaar oud was en ik nog in Terneuzen woonde. Ik was behoorlijk de weg kwijt, liep helemaal vast in mijn oude patronen. Werd van school gestuurd, omdat ik te vaak was blijven zitten. Ging in een café werken, waar ik door een oude hippie een pilletje in mijn drank kreeg en een bad trip had. Het zette mijn opgebouwde systeem op zijn kop, kreeg hyperventilatie, was bang en wanhopig. Ik verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een eigen flat. Daar las ik het prachtige Johannes-Evangelie en werd diep geraakt door de liefde die daar uit sprak. Het was een liefde die ik niet kende, een liefde die onvoorwaardelijk was. Ik had een glimp opgevangen van wat je zou kunnen noemen het Hoger Bewustzijn, al vind ik dat een veel te onpersoonlijk en abstract woord voor een liefde, die zo persoonlijk is als de Deense journaliste Charlotte Rorth beschrijft in haar boek De dag dat ik Jezus ontmoette.

Welkom, goed je te zien. Hij zegt het zonder dat ik het begrijp, maar mijn bewustzijn bevat het meteen. Hij kent mij. Hij kent iedere gram, iedere seconde, kan door alles heen zien, houdt toch van me, ondanks alle leugens, grote en kleine, mijn boosheid en mijn kleinzieligheid. Hij heeft me mijn zoons horen uitschelden, heeft me dingen horen zeggen die ik zelf vergeten ben; een gewemel van kleine scènes treedt tussen ons op, het gaat zo snel als een film die afgedraaid wordt en het blijft zitten als herkenning, zodat ik niets hoef uit te leggen: hij heeft alles gezien. Er is geen greintje twijfel in me. Die is uitgevaagd, verdwenen in gevoel. Alle mentale verdediging is geërodeerd. Ik registreer dat mijn op intellect gebaseerd verstand verdwenen is ten behoeve van een weten dat gewichtiger is.

En verderop: zijn blik vloeit mijn lichaam in. Van mijn hals over mijn schouders, buik, schoot, benen, voeten. Hij is zozeer man, zo mannelijk, zo verleidelijk en onweerstaanbaar, zijn uitstraling is sterker dan erotiek, hij raakt me dieper vanbinnen dan enig andere man ooit. Zijn glimlach is niet zoals die van een man voor een vrouw in een echt liefhebbende verhandeling over het bereiken van orgasmes of over kinderen. Het is een glimlach die mij me bemind doet voelen met een ander soort liefde dan ik ken. Het is vriendelijkheid. Een rechtstreekse, eenvoudige acceptatie dat het goed is dat ik er ben.

Wow! Ik had dit boekje van Charlotte Rorth voor sinterklaas gekregen en had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn en zo zou aansluiten op de woorden die ik geef aan mijn eigen ervaren van de onvoorwaardelijke liefde. Al moet ik hier direct aan toevoegen dat mijn kleine ervaring ongeveer 30 jaar geleden, slechts een glimp is van de bliksem die is ingeslagen bij Rorth, die totaal niet bezig was met iets wat je religieus of spiritueel zou kunnen noemen. Zij was en is gewoon een vrouw, een mens zoals jij en ik, opgevoed in de Deense cultuur, waarbij de protestante kerk wel een belangrijke rol speelt, maar toch vooral onze rationeel, wetenschappelijke manier van naar de werkelijkheid kijken. In deze rationeel, zogenaamd wetenschappelijk manier van waarnemen, staat het zichtbare, het materiële centraal. Alles dat maar enigszins ruikt naar geloof, spiritualiteit of geestelijke werkelijkheid wordt afgedaan als kwakzalverij, bijgeloof, niet meer van deze tijd. Zo’n ervaring als die van Charlotte Rorth wordt simpelweg niet serieus genomen, omdat het niet past, niet verklaard kan worden binnen het rationele kader waarmee wordt gekeken en zogenaamd wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. En is het daarom niet waar?

Ook al was mijn ervaring van onvoorwaardelijke liefde maar klein, deze ervaring heeft mij wel aan de hand genomen en mij als lichtpuntjes op weg geholpen naar wie ik nu ben. Ik ben niet in een keer totaal veranderd, nee, mijn verandering, transformatie als je wilt, gaat maar heel langzaam. Mijn harnas, mijn oude persoonlijkheid, waarmee ik me van oudsher bescherm tegen alles dat me pijn wil doen, wordt langzaam gesmolten en omgevormd tot een nieuwe jas, die mijn nieuwe ik het beste past. Een proces dat nu al 30 jaar duurt en waarin ik steeds opnieuw dingen leer, over mezelf, over het leven. Want met deze liefde komt ook het bewustzijn, het nieuwe bewustzijn, dat zo nieuw is als de ontdekking dat de aarde niet plat is, maar rond.

Vandaag, op weg naar mijn moeder, die nog steeds in Terneuzen woont en ik met de auto ophaalde om bij ons Kerstmis te vieren, dacht ik; dat is eigenlijk het enige; dat de liefde een relatie met mij aangaat. Mij waardig acht om een relatie met mij aan te gaan. Mij hervormt en dat doet op een manier die uniek is en precies bij mij past, omdat ik uniek ben. Zoals iedereen uniek is. Het principe is hetzelfde, het liefdesprincipe, maar de uitvoering is steeds weer anders, omdat jij anders bent dan ik. Ik word liefgehad. En die liefde hervormt mij, schept mij, tot ik helemaal mezelf ben.

Het punt is wel dat ik beschikbaar moet zijn. Soms ben ik namelijk zo bezet! Terwijl ik er zo naar verlang om bemind te worden. Ik word bemind door de liefde in mij. Dat toelaten en me aan overgeven. Telkens weer. Dat is alles dat telt.

Er is niets mis met het kerstmis vieren als een collectief feest, waarbij we eten en cadeaus kopen alsof morgen de wereld vergaat. Er is ook niets mis mee met kerstmis als gelegenheid aangrijpen om goed te doen voor mensen die het minder goed hebben als wijzelf of mensen die ziek zijn. Het belangrijkste voor mij van kerstmis is echter wel de herinnering dat ieder van ons wordt gekend tot in al zijn vezels en wordt liefgehad. Werkelijk ieder van ons, zonder uitzondering.

Misschien is dat wel het aller moeilijkste om te geloven. Omdat we stiekem of minder stiekem vinden dat we deze liefde niet waard zijn of niet nodig hebben. Het is een vorm van trots en hooghartigheid die we zelf als muur opwerpen tussen de liefde en onszelf, die zo snakken naar juist deze onvoorwaardelijke liefde. Dus dat is steeds de keuze die we hebben, te kiezen voor deze trots als onze identiteit of de overgave aan deze liefde. Een liefde, die van een andere werkelijkheid komt dan die van ons dagelijks, mechanische functioneren. Het is niet makkelijk deze werelden met elkaar te verbinden, dat vraagt een ander bewustzijn, een andere taal. Een taal die soms niet zo logisch is als ons denken, als onze rationele logica. Een taal die meer poëtisch is, zoals onderstaand lied van Huub Oosterhuis en dat zo prachtig vertolkt wordt door zijn dochter Trijntje.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

compassie is beste antwoord op geweld

IMG_0248

Hoe afschuwelijk de beelden ook waren van de aanslagen in Brussel afgelopen dinsdag, de reacties daarna van met name politici lijken na een zelfde soort gebeurtenissen in Parijs en Turkije (de meeste recente) een herhaling, een ritueel bijna. De woorden, hoe mooi ook, lijken in de meeste gevallen bijna emotieloos, zonder gevoel. Het hart van de democratie is geraakt, het hart van de vrije wereld. Onze gedachtes gaan uit naar de nabestaanden. Alsof onze slachtoffers meer waard zijn dan de slachtoffers die wij maken in de landen waar de terroristen vandaan komen. We zijn in oorlog. Nog zo’n uitspraak vanuit het principe van oog om oog, tand om tand. Geweld als antwoord op geweld, wat de pijn alleen maar groter maakt. Zijn we niet al in oorlog vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw, toen we vanuit het Westen het nodig vond Irak binnen te vallen? Wie denkt dat de Islam de oorzaak is van al deze ellende, kijkt niet verder dan zijn neus lang is. Natuurlijk, de Islam wordt gebruikt om een uitweg te vinden voor individuele pijn, voor gevoelens van minderwaardigheid en onderdrukking, maar is niet de oorzaak. Dierbaren sneuvelen aan beide kanten en wat is er erger dan op een wrede manier te verliezen wat je het meest dierbaar is. De pijn is onverdraaglijk en roept woede op, haat. Voor de ene wordt deze pijn de fundamentalistische bodem voor een nieuwe aanslag. Voor de ander de reden om een meters hoge muur te bouwen rond het fort van onze Westerse welvaart, die ten koste van alles overeind moet blijven. Die kapitalistische economie waar we allen zo afhankelijk van zijn, is namelijk onze hedendaagse religie.

Het is dat wat het meest wanhopig maakt, namelijk dat het principe van oog om oog, tand om tand niet werkt, niet de oplossing biedt. We lijken gevangen te zitten in een neerwaartse spiraal van oorzaak en gevolg. Maar wat is nu ten diepste de kern van dit geweld dat wij als mensen elkaar aan doen, nu op dit moment, maar in feite al eeuwen lang. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, dat wij als mensen elkaar uitmoorden? Met wat voor reden? Macht? Of beter: ons idee van macht. En misschien is er wel iets mis met ons idee van macht waarmee we in staat zijn om een ander mens te vermoorden, een ander volk uit te roeien. Het foute aan ons idee van macht is dat wij denken dat we macht kunnen verkrijgen door onszelf los te maken van onze omgeving, het leven, onze medemens. Als we eerlijk zijn en kijken naar ons zelf heeft in ieder van ons het idee post gevat dat we beter zijn dan het leven zelf, beter zijn dan de natuur bv. die in dat zelfde idee barbaars is, gewelddadig. Kijk maar, hoe het ene dier het andere dier opeet, zeggen we dan. Nee, wij als mensen zijn beschaafd, zijn beter, zijn ontwikkeld. Met dat narcistische idee plaatsen we onszelf boven de natuur, boven het leven zelf. Boven de andere mens, die in onze ogen anders is dan wij zelf, die andere gewoontes heeft, anders eet, anders praat, er anders uitziet. En voordat we het weten, is die ander een bedreiging, die dient bestreden te worden. Hoe destructief dus dit verkeerde idee van macht ook is, we laten het niet los. We blijven hardnekkig vasthouden aan dit verkeerde idee, ook al brengt het ons tot de afgrond.

De oplossing ligt niet in het verlengde van dit verkeerde idee van macht, dat de oorzaak is van alle ellende. De oplossing ligt in de potentie die in ieder mens als een zaadje aanwezig is en wacht om tot groei te komen. De potentie namelijk om lief te hebben en niet alleen de mensen die aan onze kant staan, die op ons lijken. Maar ook de mensen die anders zijn, ja, zelfs de mensen die ons de grootste pijn aan doen. Heb je vijanden lief is het tegenovergestelde van oog om oog, tand om tand. Compassie. Het is het moeilijkste wat er is, zeker als je in de pijn bent van onrecht dat je is aangedaan. Maar toch is het de enige oplossing. Compassie namelijk gaat uit van de werkelijkheid dat we allen een zijn, dat wij als mensen een zijn. En niet afgescheiden, de een beter dan de ander. De een rijker dan de ander. De een mooier dan de ander. De een blanker dan de ander. We moeten die compassie in onszelf opgraven, zoals Nelson Mandela, Etty Hillesum. Jezus. Wij geloven echter zo sterk in het beeld van dualiteit, van de afgescheidenheid, dat we bijna niet geloven dat er nog een andere werkelijkheid is. De werkelijkheid van eenheid. Die werkelijkheid begint van binnen, bij het toelaten van de pijn die ieder van ons is aangedaan door een onvermijdelijk moment van liefdeloosheid. Van onwetendheid. Dat is namelijk het wonder, dat als we de pijn in onszelf toelaten en niet weer uitleven vanuit het principe van oog om oog tand om tand, dan komt er een antwoord vanuit die diepere werkelijkheid van eenheid, van liefde. Er is veel ongelijkwaardigheid in deze wereld vanuit ons verkeerde idee van macht. Maar het goede nieuws is dat we dat kunnen doorbreken omdat er een nieuw idee, een nieuwe werkelijkheid verborgen zit in ieder van ons. En die is dichterbij dan we denken!

welkom in de cirkel van liefde

IMG_64221 juli 2015

Het is een perfecte zomerse dag als we naar Terneuzen rijden door het Zeeuwse landschap. De zwoele wind waait langs mijn huid door het autoraam dat half open staat. Het vlakke land is wijd en de hemel schildert diverse wolkenpartijen die spelen met het zonlicht. Een groepje fietsers rijdt over de dijk. Er is geen enkele reden om niet gelukkig te zijn en toch zit ik gevangen in de klem van mijn ego. Het lijkt of de vakantie en het gebrek aan werkritme juist ruimte geeft aan dit gevoel van benauwdheid, dit lijden aan mijn conditionering dat ik zo goed ken. Het is mijn lot dat ik mijn ego niet als vervullend ervaar, de grens hiervan voel, de afgescheidenheid, maar nog niet de volledige verlossing van mijn essentie kan toelaten. Ik zit op de grens tussen ego en essentie, daar waar mijn ziel geboren wordt.

Door dit lijden, dit niet van de wereld zijn, kan ik niet anders dan mijn aandacht naar binnen richten, de cirkel van liefde binnen gaan. Daar waar ik de wortels van mijn ego mag leren kennen. Het is namelijk steeds dezelfde beklemming, steeds dezelfde bottleneck, die wordt aangereikt om mezelf steeds beter te leren kennen. Te aanvaarden wie ik ben. Ja, zelfs te leren houden van wie ik ben. Ook van mijn minder mooie kanten, mijn onzuivere, mijn lelijke kanten.

Ik moet denken aan een tekenoefening die ik pas deed met de groep van dagbestedingsproject Natuurlijk Werken. De opdracht luidde als volgt. Pak een vel papier en een doos potloden. Zoek iets in de natuur dat je wilt natekenen. Zet je er tegenover en kijk goed naar wat je wilt tekenen. Met andere woorden ga er een relatie mee aan. Vaak kijken we naar iets vanuit het beeld dat we hebben vanuit het verleden, dan kijken we niet echt en we gaan geen relatie aan met dat andere. Ik tekende een mooie, wilde plant na en werd me tijdens het tekenen bewust dat het niet gaat over het natekenen van iets moois, zoals dat plant die ik nu teken. Maar dat dit relatie aangaan ook kan met iets wat lelijk is. Het gaat om het objectief aangaan van de relatie, niet om het subjectieve oordeel of iets mooi is of niet. God gaat een relatie aan met alles dat er is, of het in onze ogen nu mooi is of lelijk. Want dat is mijn moeite, het houden van mijn ego en de kenmerken daarvan die niet zo mooi of zuiver of goedaardig zijn.

27 juli 2015

Het is een mooie plek hier in Maurenne, een gehucht met een klein kerkje, maar zonder winkels. Boodschappen doen we in Hastière aan de rivier de Maas. We lopen dagelijks met de hond door het bos en weiland met paadjes die begroeid zijn met distels (zoals de prachtige kaardebol, die ik ook nog toevallig slik voor de lyme-bacterie die ik aan het bestrijden ben) en wilde kruiden zoals st. Janskruid, oregano en kamille, die we plukken voor in de thee. Ook al is het niet echt stralend zomerweer, toch kan ik elke dag zwemmen in het zwembad in de tuin van het huisje, waar ik erg van geniet. Vanmiddag rijden we langs de Maas naar Dinant.

Ik voel me ver van huis niet helemaal veilig, unheimlich. De kunst is dan om aanwezig te blijven in mijn disbalans. Compensatie van mijn ego helpt niet en de bevrijding is er ook nog niet. Ik mag vertrouwen dat er van binnenuit een antwoord komt, in het nu. In de volledige, onverdeelde aandacht in het nu dient zich de oplossing aan. Op de bodem van de beklemming, van de vernauwing. En ook al heb ik dit al zo vaak meegemaakt, toch is die overgave aan het moment telkens weer nieuw. Zoals nu in de Belgische Ardenne. Ik word met mijn innerlijke aandacht teruggebracht naar het begin van mijn leven, naar de niet stabiele situatie van mijn jonge ouders. Mijn vader moest werk zoeken aan land, na 10 jaar op zee gevaren te hebben, dus verhuisden we van Bergen op Zoom naar Zeeuws Vlaanderen en ik als baby werd meegenomen. Toen werd mijn zusje Marion geboren. Ze was gehandicapt en leefde maar 2 jaar. Dit drama konden mijn ouders maar moeilijk verwerken. Het was alsof we alle drie op een eilandje terecht kwamen. Ik bijvoorbeeld met mijn ego-overtuigingen dat ik sterk moet zijn en geen behoefte mag hebben. Nu voelde ik op de bodem van mijn bottleneck dat vanuit het Hoger Bewustzijn de onvoorwaardelijke liefde aanwezig was. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn ouders. En het woord dat hierbij past als een soort sleutelbegrip is troost als kwaliteit van deze onvoorwaardelijke liefde. Er was troost, maar we, mijn ouders,  konden het op dat moment niet toelaten. Troost is een hele mooie kwaliteit, want het maakt de feiten niet mooier dan ze zijn en het neemt geen verantwoordelijkheid over. Het is aanwezig als kwetsbaarheid kan worden toegelaten. Iets wat voor het ego niet makkelijk is, want dan moet het buigen.

Na dit antwoord op mijn lijden hier in de Ardenne, dat me van binnenuit wordt aangereikt, kan ik voelen dat alles een geschenk is (en geen eigen verdienste). Mijn conditionering is een geschenk, hoeveel last ik daar ook soms van heb. Mijn lijden aan deze conditionering is een geschenk, hoeveel last ik ook hier soms van heb. De genade en het antwoord van binnen uit op dit lijden is een geschenk. En het op mijn manier en in mijn mate ervaren van het Hoger Bewustzijn is een geschenk, met de zuivere kwaliteiten zoals geluk, vreugde, dankbaarheid, liefde. Dat alles is het gevolg van mijn groei als mens, zoals het voor een plant geen prestatie is of verdienste is om te groeien, maar het gevolg van de vruchtbare voorwaarden van de plek waar hij op dat moment staat. Ik moet hierbij denken aan het verhaal van Jezus over de zaaier en het zaad.

Telkens opnieuw ervaar ik dat mijn menselijk lijden de ingang is naar mijn geestelijk deel, het Hoger Bewustzijn, de onvoorwaardelijke liefde, mijn essentie, God of hoe je dat zelf ook wilt noemen. En toch worstel ik vaak met mijn lijden. Zeker als het vakantie is en het collectieve beeld is dat je toch gelukkig moet zijn op vakantie, zoals de vele foto’s op Facebook laten zien. In dat beeld en in het ego-beeld dat ik van mezelf heb van dat ik sterk moet zijn, vindt mijn lijden maar moeilijk een plaats, mag het er eigenlijk niet zijn. Zoals het lijden er in ons collectief vaak ook niet mag zijn, lastig is. We plakken er een etiketje op, een diagnose en noemen het een stoornis die behandeld dient te worden of onderdrukt moet worden met een pilletje. We mogen ons lijden niet voelen.

Victor Frankl schrijft in zijn boek De zin van het bestaan daar het volgende over: De opvatting dat het streven van de mens naar de zin van het leven, of zelfs zijn twijfel aan die zin, steeds voortkomt uit, of het gevolg is van een geestelijke stoornis, moet ik met grote stelligheid van de hand wijzen. Existentiële frustratie is op zichzelf pathologisch noch pathogenisch van aard. De bezorgdheid van een mens, zijn wanhoop zelfs, over de zinloosheid van zijn leven is een spirituele nood, maar beslist geen geestesziekte. Wanneer een medicus deze eerste gesteldheid van de patiënt interpreteert in termen van de tweede, kan het gebeuren dat hij de existentiële wanhoop van zijn patiënt begraaft onder een berg verdovende middelen. Zijn taak is echter, de patiënt te helpen deze existentiële groei- en ontwikkelingscrisis boven te komen.

14 augustus 2015

Het is half 10 op deze mooie vrijdagavond half augustus als ik nog de hond uitlaat en door de natuur van Landgoed Nieuwkerk van ons huis naar de moestuin van Pluk&Plenty loop. Ik vind dit een van de mooiste momenten van de dag. De zon is al een tijdje onder, zodat de natuur niet langer verlicht wordt door deze lichtbron. Toch is het alsof de bomen, de planten, het riviertje dat hier stroomt licht geeft. Van binnenuit. Alsof de natuur op dit moment het licht teruggeeft, dat het de hele dag heeft ontvangen. Misschien is het aan het einde van mijn leven net zoals aan het einde van de dag. Dat ik van binnenuit het licht van de liefde teruggeef dat ik mijn leven heb ontvangen. Het is mijn grootste wens om de liefde die er voor me is, te kunnen ontvangen, om me niet door de valse overtuigingen van mijn ego uit de cirkel van liefde te laten brengen. Maar te weten dat er onvoorwaardelijk van me wordt gehouden en ik ten alle tijden welkom ben in die cirkel van liefde, die er voor ieder van ons is.

Het verhaal van pasen als spiegel voor de mens die we in wezen zijn

IMG_8274_2
Zondag is het palmzondag. Jezus wordt als een koning in Jeruzalem onthaald. Als een redder, als een verlosser. Werelds succes. Door de wereld gezien worden, toegejuicht worden. Dezelfde mensen die je de ene keer bejubelen, laten je de volgende keer vallen als een baksteen. Voorwaardelijke liefde. De ene keer een held, de volgende keer een loser. Het kan iedereen overkomen. Je maakt een foutje, je voldoet niet meer aan het beeld dat anderen van je hebben en je wordt afgeserveerd.

Toch is het verleidelijk om te gaan voor werelds succes. Dat zit in mij, dat zit in ieder van ons. Te willen voldoen aan het ideale, perfecte beeld dat anderen van je hebben, zonder smetje, zonder foutje. In de hoop dat je dan wordt liefgehad. Krijgt waar je zo naar verlangt. Het is het beeld van de kunstmatig gevormde en gekleurde tomaten die in de supermarkt liggen. Maar smakeloos zijn. Het is het perfecte, onkwetsbare beeld dat geen rimpeltje, geen ouderdom verdraagt. Geen dood, geen eindigheid. Het is de volmaaktheid van de jeugdigheid die ik probeer te grijpen. De schoonheid, de vitaliteit, altijd blij, altijd vreugde, hagelwitte tanden, volle lippen.

We proberen aan de buitenkant te grijpen wat van binnen aanwezig is, maar wat we vergeten zijn, waar we het contact mee kwijt zijn. Als we het ons herinneren, hoeven we niet meer te grijpen. Want met het zoeken naar de volmaaktheid buiten ons, draaien we ons hoofd weg voor de onvolmaaktheid. Wat ziek is, lelijk, oud. We stoppen het weg, buiten ons zicht. In tehuizen of inrichtingen. We hebben er ook steeds minder belastinggeld voor over. Ziekte en ouderdom is een kostenpost geworden, waarop we moeten bezuinigen. Je zou ook kunnen zeggen dat het beeld van volmaaktheid ophouden steeds meer geld kost, zodat er voor de onvolmaaktheid steeds minder geld over is.

Zo binnen zo buiten. Zoals we met anderen omgaan, zo doen we dat ook met onszelf, met de onvolmaaktheid in ons zelf. Dat wat in ons zelf verwaarloosd is, niet gezien, gekwetst, onderdrukt. Dat deel in ons dat soms om hulp roept, aandacht vraagt, gehoord wil worden. Maar willen we er naar kijken, durven we ernaar te kijken? Hoe zorg ik voor een deel in mij, waar nooit voor gezorgd is? Hoe houd ik van een deel van mij, waar nooit van is gehouden? Het maakt me machteloos, onhandig, onwetend, kwetsbaar. En dat is precies wat ik probeer te vermijden, niet past in het volmaakte plaatje dat ik naar buiten toe wil ophouden. Gisteren was ik in de Pont, museum voor moderne kunst in Tilburg. Er hing een serie indrukwekkende schilderijen van Marlene Dumas. Palestijnse mensen die geblinddoekt zijn. Ik probeerde te voelen wat je voelt als je geblinddoekt bent. Machteloos, overgeleverd, in paniek. Zoals dat verwaarloosde deel zich in mij voelt, als er niet naar wordt geluisterd.

Dezelfde mensen die Jezus als een held binnen halen, laten hem een week later als een baksteen vallen. Als het verwaarloosde en in de steek gelaten kind in onszelf, wordt Jezus aan het kruis genageld. Klem gezet, tegen de muur gedrukt, door het oog van de naald. Het is precies hetzelfde als wat ik voel, als ik in disbalans ben. Als ik me door mijn oude patronen tegen de muur voel gedrukt. De grens voel van mijn persoonlijkheid, die zijn wortels heeft in de liefde die ik vroeger heb gemist, de onvermijdelijke onvolmaakte liefde van mijn ouders. Ik heb nu vaak niet meer de energie om dit gapende gat, dit tekort te compenseren. Ik kan niet anders dan dit tekort te voelen, de onmacht, de verwaarlozing. Dit vraagt soms al mijn onverdeelde aandacht, die eenzaamheid vraagt, geen enkele impuls of prikkel van buitenaf verdraagt. Precies zoals Jezus in de tuin van Getsemane of in de laatste momenten voor zijn dood. En daar zit nu precies de ingang.

Het wonder van het hart namelijk is, dat het niet gaat stromen bij het zien van volmaaktheid, maar juist van onvolmaaktheid. There’s a crack in everything, that’s how the ligth gets in, zingt Leonard Cohen. Het hart zoekt het gat, de leegte waar het naartoe kan stromen. Het hart maakt het onvolmaakte volmaakt, heel. Het lijkt alsof Jezus met zijn leven en sterven dit principe, deze wetmatigheid van liefde hier op aarde heeft ingevoerd. Voor ons bereikbaar heeft gemaakt, in ons bewustzijn heeft gebracht. Het is als een handreiking van de andere kant, als een metgezel op de reis van het leven hier op aarde. Ik hoef niet te streven naar volmaaktheid in de overtuiging dat ik dan word liefgehad. Ik hoef alleen maar mijn hoofd te keren naar het verwaarloosde kind in mij, dat om hulp roept. En de liefde toelaten die er op die plek voor me is, altijd is geweest in feite, maar ik als kind niet het bewustzijn had om dit te zien. En om die reden een harnas om me heen heb gebouwd om mezelf te beschermen. Nu dit bewustzijn in mij langzaam begint te groeien, hoef ik me niet langer te beschermen met mijn patronen, mijn valse overtuigingen. Ik kan meer mezelf zijn, ontspannen, de kramp en spanning loslaten, mezelf aanvaarden zoals ik ben. Op dit punt word ik door het wonder van de liefde geheeld. Het wonder wat dus eigenlijk een wetmatigheid is.

Jezus laat ons zien wie we als mens in wezen zijn. De potentie die we als mens hebben. Daarbij is de kruisiging in feite de ingang en het moment dat Jezus opstaat uit zijn graf de uitgang. Met ingang bedoel ik dat we bij het stuk in ons moeten zijn dat verwaarloosd, niet gezien, misbruikt, onderdrukt is om precies daar de liefde te kunnen toelaten die er voor ons is. En met uitgang bedoel ik dat het resultaat hiervan is dat we geheeld worden, getransformeerd worden. Als een licht dat wordt ontstoken, als een vlammetje dat oplaait, als een vuur dat in ons brand. Als een rups die een vlinder wordt. Als een mens die meer is dan alleen een schakeltje in het systeem, dat op dit moment zo aan het verharden is en alleen nog maar om geld lijkt te draaien.

Grote woorden voor de kleine en tegelijk grote mens die ik ben, die ieder van ons is. Ik ben langzaam aan het leren om niet meer weg te lopen voor mijn disbalans, me te beschermen tegen dat deel in mij dat zeer doet, dat verwaarloosd is. Ik durf er meer naar toe te gaan, er niet meer bang voor te zijn. Er naar te verlangen zelfs. Daar wil ik zijn, daar waar het zeer doet, maar waarvan ik weet dat er opvang is, antwoord is van de liefde van binnenuit. Ik word geheeld, ik word genezen in het tempo dat ik aankan. Eigenijk hoef ik niet zoveel te doen, ik mag mijn controle loslaten en me overgeven aan de hulp, de begeleiding die er van binnenuit is. Ik mag daar op vertrouwen, op leren vertrouwen. En dat is heel wat voor iemand die het altijd alleen moest doen, dacht dat hij het altijd alleen moest doen en sterk moest zijn. Dat deel in mij dat de bouwlieden hebben afgekeurd, is langzaam de hoeksteen aan het worden. Dat verdient een anthem!

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com