individualiteit

Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder verborgen in ieder mens

Yuval Noah Harari mag op dit moment worden beschouwd als een van de meest vooraanstaande denkers van onze tijd en een van de best gelezen schrijvers. In zijn 2 boeken Homo Sapiens en Homo Deus schetst Harari een beeld van de geschiedenis van de mens, de Homo Sapiens en van zijn toekomst. Een toekomst waarin de Homo Sapiens zich wellicht overbodig maakt. Een van zijn kernpunten is dat wij als mens geen vrije wil hebben, geen ziel of essentie, geen ongedeelde individualiteit. Deze kapstok, waar ons humanistisch liberale denken op is gebaseerd, is volgens Harari een illusie. Met een knipoog naar het Boeddhisme, die immers ook onze ik als een illusie beschouwt, als bron van al ons lijden. Door een combinatie van de biologie volgens Darwin en de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt al het leven, inclusief wijzelf als mens, beschouwd als een verzameling van algoritmes.

Toen ik dit las, kreeg ik een dejavu van zo’n 35 jaar geleden, toen ik begin 20 was en op zoek was naar mezelf. Wie ben ik? Samen met een aantal mannen in het Zeeuws Vlaamse Terneuzen lazen we inspirerende boeken van Osho, Krishnamurti, maar ook Gurdjeff en Ouspensky. Gurdjeff, een Armeense mysticus, leefde in het begin van de vorige eeuw, in de tijd van het kubisme. Niet voor niets schetst ook hij het beeld van de mens als een machine, als een robot. Hij zou het waarschijnlijk prima kunnen vinden in deze moderne computertijd met de ideeën van Harari. Laten we hun denken wat betreft de vrije wil eens naast elkaar leggen. Harari schrijft; De laatste decennia zijn biowetenschappers tot de conclusie gekomen dat het liberale verhaal van de vrije wil pure mythologie is. Het ondeelbare authentieke zelf is net zo echt als de eeuwige ziel, Sinterklaas en de paashaas. Als ik echt diep in mezelf kijk, valt de schijnbare eenheid die ik als vanzelfsprekend beschouw uiteen in een kakafonie van tegenstrijdige stemmen, waarvan er niet eentje mijn ‘ware zelf’ is. Mensen zijn geen individuen. Mensen zijn ‘dividuen’(delen). Einde citaat. Dan Ouspensky, die de leer van Gurdjeff uiteenzet in het boek De Vierde Weg. Als we onszelf gaan bestuderen, stuiten we allereerst op een woord dat we meer dan enig ander gebruiken, en wel het woord ‘ik’. We zeggen ‘ik doe’, ‘ik zit’, ‘ik voel’, ‘ik bemin’, ‘ik heb afkeer van’ enz. Hierin schuilt onze voornaamste illusie, want dè vergissing die we ten opzichte van onszelf begaan, is dat we onszelf als een eenheid zien; we hebben het altijd over onszelf als een ‘ik’, en nemen aan dat we daarmee altijd hetzelfde bedoelen, terwijl we in werkelijkheid verdeeld zijn in honderden verschillende ‘ikken’. Deze ‘ikken’ veranderen voortdurend; het ene onderdrukt het andere, het ene neemt de plaats in van een ander, en deze strijd vormt ons innerlijk leven. Einde citaat.

Ook al zit er een eeuw tussen het denken van Harari en Gurdjeff/Ouspensky, ze komen wat betreft de kwestie van de vrije wil op hetzelfde punt uit. Dat is boeiend. Nog boeiender is de verschillende afslag die ze daarna nemen. Om dit duidelijk te maken gebruik ik als metafoor voor de mens, de rups die transformeert tot een vlinder. Hierbij beschouw ik Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjeff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld. Harari zegt eigenlijk tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. Ja, we kunnen wel vliegen, zegt hij, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen. Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de eendimensionale wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld. Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. Eigenlijk alsof de aarde nog plat is. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (althans een kleine, rijke elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon. Daar begint het denken van Gurdjeff.

Het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, betekent nog niet dat hij er niet is. We hebben er alleen geen contact mee. Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjeff mechanische leven. Gurdjeff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven. Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.

Daar waar Harari het heil zoekt in het scheppen van een machine, een robot, een Internet der dingen buiten onszelf, vindt Gurdjeff de Heilige Graal in onszelf. Harari schetst in zijn boeken de geschiedenis en de toekomst van de mens als collectief. De weg van Gurdjeff is die van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is, maar in zichzelf ook een geestelijke, meerdimensionale werkelijkheid ontdekt. De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjeff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische, dus geen evolutie is. Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.

eert uw vader en moeder

Een van de 10 geboden in het Oude Testament van de Bijbel zegt Eert uw vader en moeder. Afgelopen week was ik jarig. Als je jarig bent vier je de dag dat je bent geboren. Dat is in principe een heugelijk feit. Voor mij echter is mijn verjaardag ieder jaar weer een ingewikkeld moment. Ongeveer 2 weken van tevoren komt er een soort zwaarte over me. De zwaarte van mijn bottleneck. Van het tekort van de onvolmaakte omgeving waarin ik terecht kwam. En dat is onherroepelijk verbonden met mijn ouders. Eert uw vader en moeder.

In dezelfde week van mijn verjaardag had ik een thema-middag met een aantal mensen die bij mij dagbesteding of vrijwilligerswerk doen. Het thema was het vorige artikel van mijn site De kracht van innerlijk werk. Individualiteit versus collectiviteit. We zaten nu midden in de tuin van Pluk&Plenty, met de natuur om ons heen. De natuur groeit, planten groeien. Wij als mens groeien ook. De vraag is hoe wij als mens groeien. Dat schreef ik in het vorige artikel op deze site met het beeld van de twee-traps raket. Kort samengevat. Eerst groei je binnen de omgeving van het collectief, inclusief je eigen gezin. Maar de groei binnen dit collectief is begrensd. Voor sommigen is dit voldoende. Voor anderen knaagt er iets aan dit kader, aan dit begrensde kader. Er moet meer zijn dan dit. Er sluimert een vermoeden. Deze mensen gaan zoeken, soms geactiveerd door een crisis, het verlies van een dierbare, ziek worden, een burn-out. Wie klopt, wordt open gedaan. Er komt een antwoord vanuit een andere werkelijkheid dan die van het collectieve kader. Licht schijnt door de crack naar binnen. Een ruimere werkelijkheid wordt in een moment zichtbaar. De individuele groei gaat verder vanuit een nieuw bewustzijn, dat ruimer is dan het bewustzijn binnen het collectieve kader.

Het was een wonderlijke middag in de tuin van Pluk&Plenty met een wonderlijke ontmoeting, want in alle openheid ontspon zich een gesprek, dat zin voor zin door iedere deelnemer/ster werd uitgesproken. Er ontstond als het ware een gezamenlijk inzicht van de werkelijkheid.

Luister maar eens vanuit een innerlijk oor naar de volgende zinnen;

Het ongekende dat zich door jou laat kennen.

Door het tegendeel ontwikkelt zich iets, door het tekort, de tegenkracht ontwikkelt zich iets.

Het collectief, het systeem is nodig voor het individu om geboren te worden, zoals een kuiken uit het ei.

Jij tikt vanuit de binnenkant van het ei om de schil te doen breken, aan de andere kant van het ei wordt jij ook gezocht.

Als je het niet kent, kun je er niet over nadenken. Maar dat betekent nog niet dat het er niet is.

Er sluimert iets, bij iedereen, totdat er een bepaalde hoeveelheid is, dan pas gaat het branden.

Dat wat op je pad komt, alleen daar kun je iets mee. Is het groter, dan voel je machteloosheid. Dat mag je dan loslaten.

Ik word in mijn hart geraakt door het lijden van mensen, maar ik kan niets doen (om dit lijden te voorkomen of op te lossen). Ik kan alleen luisteren naar waar dit hart voor mensen mij brengt.

Mooi om te ervaren hoe je dus samen met een aantal mensen, die zoekende zijn, die open staan, kennis kunt opbouwen. Alsof je samen een kerk opbouwt. Het gezamenlijke inzicht ontstond dat er in ieder een mogelijkheid aanwezig is van een nieuw bewustzijn. Alsof je als individu zwanger kunt zijn van een nieuw bewustzijn, dat in het individu geboren wordt. Alsof dit het belangrijkste doel is van ons mensen hier op aarde, om door ons heen een nieuw bewustzijn geboren te laten worden. Alsof de aarde zwanger is van een nieuw bewustzijn. Als dit gaande is, dan geeft dit een heel andere blik op alle problemen die er zijn, op de onvolmaaktheid. Want deze onvolmaaktheid namelijk is onderdeel van dit doel, van dit doel om een groter bewustzijn geboren te laten worden. Deze onvolmaaktheid wordt gebruikt, is aanwezig als een soort compost. Dan is alles een. Het grootste probleem is niet de onvolmaaktheid, maar dat ik me tegen deze werkelijkheid verzet, dat ik in opstand kom tegen deze onvolmaaktheid. Dat ik in mijn afgescheidenheid, de arrogantie van mijn ego eigenlijk, het beter weet dan hoe het in feite is en ik slachtoffer ben van de wereld, deze wil redden of aanklaag. De reddersdriehoek. Denk er maar eens over na hoeveel tijd en energie we hier met z’n allen insteken. Sterker nog; hoe zeer we daar onze collectieve identiteit aan ontlenen. Eigenlijk aan het niet toelaten van hoe de onvolmaaktheid in mijn specifieke geval voelt! Dat is voor ieder mens weer anders.

Een paar dagen na deze bijzondere ontmoeting zat ik in de auto en begreep ik plots een van die 10 geboden Eert uw vader en moeder. Het betekent dat je alles dat je hebt meegekregen van je ouders, inclusief alle onvolkomenheden, heel de onvolmaaktheid van de bodem waarin je bent geboren, eert. Eert uw vader en moeder betekent dus eert deze bodem. Dit is niet makkelijk, dit vraagt veel innerlijk werk van het omzetten van ieder trauma, iedere pijn, iedere overlevingsstrategie en dat kost tijd. Dit alles is een innerlijke tuin. De grond om het nieuwe bewustzijn geboren te laten worden. Alles is nodig en wordt hiervoor gebruikt. Deze onvolmaaktheid die ik maar al te vaak als een bottleneck ervaar. Deze nauwe doorgang is als een geboortekanaal voor het nieuwe bewustzijn om geboren te worden. Zonder ei en zonder schil van het ei, geen kip. Zonder pijn geen geboorte. Ook al proberen wij als moderne mensen dit te vermijden door de keizersnede als standaard te beschouwen. Dat is precies de onwetendheid van de mens die denkt dat in die lijn de (wetenschappelijke) vooruitgang ligt, door het lijden van de onvolmaaktheid op te lossen. Aanvaarding is het begin van de tweede groei van het individu buiten de kaders van het collectief. Aanvaarding van de onvolmaaktheid als gegeven, maar die wezenlijk wordt getransformeerd als je begrijpt dat deze onvolmaaktheid nodig is om de volmaaktheid van het nieuwe bewustzijn geboren te laten worden.

 

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

over dingen tussen hemel en aarde

IMG_7701

Afgelopen weekend deden Gebi en ik een wandeling met de hond in de buurt van ’t Ooievaarsnest. Het was een stille, grijze zondagmiddag. Ik werd me tijdens de wandeling bewust dat ik midden in de natuur was en voelde de waarde hiervan. Iedereen, dacht ik, zou dat regelmatig moeten doen, zich midden in de natuur begeven en ervaren hoe dat voelt. Zo anders is het als je de meeste tijd midden in de stad bent of 8 uur per dag op je werk in een kantoor. Ik begeef me iedere dag tussen deze twee werelden in. De wereld van de natuur en de wereld van de stad, ook al is het dan de kleine stad Tilburg en geen Shanghai of New York bijvoorbeeld.

Als ik dan in de auto zit en Tilburg nader, is het alsof ik me in een andere wereld begeef. De kunstmatige wereld die de mens heeft geschapen en waar hij trots op is. De mens die zich eigenlijk heeft afgekeerd, afgescheiden van de natuur. Vanuit die afgescheidenheid heeft hij deze kunstmatige mensenwereld geschapen. Hij heeft zich op een troon gezet en heeft zijn geschapen wereld boven die van de natuur gesteld. Dat wat wij met onze ‘vrijheid’ hebben verworven, betekent eigenlijk deze afgescheidenheid van de natuur, maar vaak ook van God. Maar zijn we werkelijk vrij? We zijn vrij om te doen wat we willen, denken we. Maar het is een vrijheid die ons vaak eenzaam maakt, leeg, afgesneden, los van de ander, van het leven, van de werkelijkheid. Het is de leegte van mijn ego, dat een tekort schept, een psychisch tekort dat ik op alle manieren probeer te vullen met surrogaat. Het surrogaat in al zijn vormen dat de basis vormt voor onze kapitalistische maatschappij. Tot ik met vallen en opstaan op mijn schreden terugkom en inzie dat ik door me af te scheiden zelf dat tekort schep. Ik doe dat zelf, het is het gevolg van mijn beperkte bewustzijn. Er is altijd een weg terug, als ik maar de moed heb om te buigen. We zetten ons in onze hoogmoed op de plek van God alsof we zelf de schepper zijn. Hoe kunnen we nu los, afgescheiden van het leven, iets scheppen? De werkelijkheid is namelijk dat we worden geschapen ieder moment weer, niet ooit, niet toen, maar nu. Pas als we ons laten scheppen, als we ons overgeven aan de scheppende kracht van het leven, als we het leven zich in ons laten ontvouwen, dan zijn we die medeschepper zoals we bedoeld zijn. Dat vraagt verbinding, nederigheid, dienstbaarheid. Dan kunnen we de mooiste dingen scheppen vanuit het talent dat ieder van ons is gegeven, wat gelukkig ook af en toe gebeurt!

Ik moet nog even terugkomen op dat grote woord God. Zelf ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus heeft voor mij het woord God nog een onbevangen klank. Vroeger was God, het woord God verbonden met een godsdienst die collectief werd beleden. Er waren wetten, er waren regels, waar mensen zich aan moesten houden. Nu denken we, o, die God, dat beeld dat wij mensen van God hebben gemaakt, dat is dus God. Die God wil ik niet, want die god is niet rechtvaardig, schept lijden etc. Ik geloof niet in die uiterlijke God, dus weg ermee. Terwijl God ook individueel, in ieder van ons te ervaren is. Juist van binnen. Je zou dat God kunnen noemen, of liefde, maar misschien ook een geweten. Een individueel en tegelijkertijd universeel geweten. Omdat deze ik, deze individualiteit van binnen verbonden is met het geheel. Hoe paradoxaal is het dat ik juist in die verbondenheid vrijheid, maar ook geluk ervaar?

Het lijkt alsof het de kern van mijn leven is; de verschuiving van identiteit met het materiële naar het geestelijke. Het is misschien wel hetzelfde als wat ik hier eerder schreef. Als ik contact heb met mijn geestelijk deel, dan voel ik een diepe vrede, een diepe aanvaarding. Dankbaarheid, genade. Het zijn momenten, die zich onderscheiden van het lijden dat ik meestal doe. Lijden aan de oude patronen van mijn afgescheidenheid. Een oud spoor, een oude groef die al bij mijn geboorte is ontstaan, wie weet al daarvoor. Bijvoorbeeld mijn neiging om mijn behoefte op te offeren. Doordat ik van buitenaf word geraakt, kom ik in een soort zorgpatroon, waarbij de ander altijd eerst komt, dan een hele tijd niets en dan mijn behoefte. Totdat mijn grens daarin is bereikt en ik als reactie uitval naar Gebi, mijn vrouw, de mens die me het meest nabij is. Wat natuurlijk verschrikkelijk oneerlijk is en onterecht. Ze krijgt dan mijn boosheid over zich heen, soms komt er dan ruzie, soms geeft ze mijn boosheid resoluut terug. Meestal heb ik dan het bewustzijn om na korte of wat langere tijd naar binnen te gaan en te zien dat ik mijn behoefte weer eens heb weggestopt. Het uitspreken van mijn behoefte schept dan de ruimte, omdat er eigenlijk altijd een antwoord komt. Een liefdevol antwoord dat ik vroeger niet heb gehad. Er was in mijn ouderlijk gezin om wat voor reden dan ook weinig ruimte voor mijn behoefte, mijn gevoel. Ik paste me aan. Daarom vind ik het ook zo moeilijk gewoon te voelen hoe ik me voel. Als ik eerlijk ben, houd ik mezelf in de buitenwereld meestal een beetje op, doe ik me net iets beter voor dan ik me voel. Niet als ik me goed voel natuurlijk, vitaal, blij. Maar wel als ik bang ben of depressief. Afgelopen maandag tijdens de latifa-oefening die ik iedere maandagochtend met een groepje doe, kwam ik bij dat inzicht. Dat ik me mag voelen zoals ik me voel. Me niet beter of sterker hoef voor te doen dan ik ben. Ik ben goed zoals ik ben. Mezelf helemaal aanvaarden zoals ik in mijn onvolmaaktheid ben, wow, daar ben ik nog steeds naar op weg.

Zo ademt mijn bewustzijn zoals eb en vloed van ruim naar smal. Het nauwste punt zoals ik dat ervaar, vraagt om mijn volledige, onverdeelde aandacht. Ik kom dat punt ongeveer 1x per maand tegen. Al mijn liefdevolle aandacht moet dan naar binnen om helemaal, met al mijn aandacht bij dat kwetsbare, gehandicapte punt te zijn. Dat nauwste punt dat voelt als een geboortekanaal, waardoor heen ik als mens, als nieuwe mens wordt geboren. Die zich niet langer identificeert met het materiële, met zijn lichaam, met de dood, maar met zijn geestelijk deel, met zijn potentie, leven. Leven in overvloed.

Daarbij, ik kom daar hier in deze adventtijd met enige schroom voor uit, speelt Jezus voor mij een belangrijke rol. Ik wil niet overkomen als een godsdienstfanaat, maar wel schrijven over dat wat voor mij belangrijk is in mijn innerlijk leven. Zoals ik al schreef ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus toen ik als zoekende adolescent naar de zin van het leven het Johannes Evangelie las, kon ik me zonder last uit het verleden laten raken door dit bijzondere verhaal van Jezus. Later heeft dit punt in mij zich verdiept en is een centrum geworden, een bron. Dat is nog steeds gaande. In ieder geval is hier met Jezus iets speciaals aan de hand. Sterker, ik zou durven stellen dat Jezus voor ons als mensen het belangrijkste punt in de schepping, in de menselijke evolutie is. Zo is het in ieder geval voor mij, zo is het in ieder geval op mijn innerlijke weg. Ten eerste is het punt een herinnering, een herinnering aan wie ik ben als mens, een mens met een hart, die in staat is om lief te hebben. Hoe verstopt die liefde soms ook is. Ten tweede is het punt voor mij een omslagpunt, een transformatiepunt. Het maakt me mogelijk om als mens te transformeren. Om een nieuwe mens te worden, die zich niet langer op de eerste plaats identificeert met het materiële, maar met het geestelijke. Een mens met kwaliteiten en mogelijkheden die, als we kijken vanuit een beperkt bewustzijn, niet voor mogelijk werden gehouden. Als we een ander begrip, een ander bewustzijn van tijd en ruimte zouden hebben, zijn we in staat om onszelf of anderen te genezen of ons te verplaatsen over grote afstanden. Daar hebben we nu enorme en kostbare apparaten voor nodig. Dat klinkt misschien als SF, maar nu al zijn er mensen die in staat zijn om met hun geestkracht anderen te genezen. En die potentie hebben we allemaal.

In die zin heeft Kerstmis voor mij persoonlijk de betekenis van de herinnering aan het moment dat ik voor het eerst van binnen werd geraakt door het verhaal van Jezus en de betekenis die dit voor mij in de loop van de jaren heeft gekregen als een soort Christusbewustzijn zou je kunnen zeggen. Het is voor mij nog steeds een wonder dat dit voor ons mensen zo belangrijke punt op deze manier door deze mens Jezus in de schepping, in de evolutie is gelegd. Gisteren zag ik een aflevering van de serie Cosmos over de uitvinding van de elektromotor en de dynamo door Michael Faraday.  Deze uitvinder geloofde dat er onzichtbare energiebanen, energievelden rond de aarde stroomde, alsof de aarde een soort turbo, een magneet is met een elektrisch en magnetisch veld. Misschien is met Jezus ook wel een veld van liefde in de schepping gekomen, die voor ieder mens bereikbaar is, als het mogelijk is om je hiervoor te openen. Wat soms behoorlijk moeilijk is, weet ik uit eigen ervaring. Ik ben al heel mijn leven bezig om deze onvoorwaardelijke liefde toe te leren laten die er voor me is en deze liefde te integreren en als basis voor mijn leven te maken.

Het draait voor mij allemaal om het geboren worden als individu, als mens, als individuele mens vanuit het collectief dat er nu is. Vorige week had ik weer mijn mannengroepje met 3 therapeuten van rond de 60 jaar oud. Mannen die voor mij een voorbeeld zijn en me laten zien hoe dat kan, dat geestelijk groeien, dat als mens, als individu geboren worden. Ieder op zijn manier, maar telkens vanuit dat zelfde principe. Ieder zuivert zich op zijn manier uit van oude patronen en overtuigingen om op die manier contact te maken met zijn essentie, met wie hij werkelijk is. Dat is ontroerend om te delen en om van de andere mannen te zien. Ik denk werkelijk dat deze individualiteit de basis zou kunnen zijn voor een (nieuwe) samenleving. Soms lijkt het in de huidige neoliberale tijd juist de andere kant op te gaan. De kant van het vasthouden aan het systeem waarin de wereld is verdeeld in goed en slecht, in machtigen en machtelozen, in rijk en arm, in mensen die in de wereld succes hebben en losers. Waar op leven en dood wordt gestreden om aan die zogenaamde goede kant van de streep te staan. Ik schreef daar vorige week een tekst over, die kun je hier lezen.

verlangen naar eenvoud

IMG_5380
De vogelen zingen helder,
en de bloemen verkondigen ons duidelijk
het nieuw seizoen.
Die voordien alle
zwegen en vaal waren
hebben nu grote vreugde,
omdat ze het seizoen weer gekregen hebben
waarnaar ze zo lang in kommer hebben getracht.
Zo moge het hun allen vergaan
die in het verlaten zijn door de Minne, gekweld worden.

In de verlatenheid van de gerechte Minne
proeft men vaak de dood;
dit is mijn overtuiging:
wie door Haar wezen beroerd wordt,
moet altijd
trillen van verlangen
en in diepe smart zijn.
Helpt de Minne me niet met Haar raad,
dan ben ik een van diegenen
die van de Minnen lijden als leen krijgen.
(Hadewijch)

Hoe moeilijk is het vaak om mijn aandacht bij mezelf te houden, bij mijn binnenkant. En ook al weet ik dat binnen in mezelf mijn grootste schat te vinden is, wat Hadewijch de Minne noemt, toch laat ik me zo snel verleiden om mijn binnenkant los te laten en met mijn aandacht naar buiten te gaan. Alsof daar van buiten, het geluk en de liefde te vinden is. Ik schreef daar al vaker over. Het zijn illusies die ik najaag, zoals Don Quichot vecht met windmolens alsof het ridders zijn. De ene illusie is nog mooier verpakt dan de ander. En als ik hem uitpak, is er een lege doos, is er niets, behalve leegte. Leegte die me weer aanzet om het volgende buiten mezelf na te streven met hetzelfde resultaat. Net zolang tot dat ik snap dat mijn gerichtheid het probleem is, dat ik zoek op de verkeerde plaats en dat wat ik nodig heb mij rakelings nabij is. Op mij wacht, zoals alleen de geliefde, de Minne, dit kan.

Alles om me heen in de wereld schreeuwt om mijn aandacht en dan heb ik het met name over de televisie, radio, internet. Het ene plaatje is nog mooier dan de ander. Ook ik zat elke dag voor de televisie om de Nederlandse sporters medailles te zien winnen tijdens de Olympische Winterspelen. De radio in de auto ging weer aan en zoog mijn aandacht op. En niet te vergeten mijn gsm en computer. Ik doe het allemaal zelf, uit angst dat ik iets mis. Ik het geluk mis waar ik naar op zoek ben.

Dit weekend waren er kennissen op bezoek, ouders van een vriendje van Bo toen hij nog op de basisschool zat. Ze vertelde dat ze naar een groot feest waren geweest, waar ze ons hadden gemist. We zeiden dat we van niets wisten en blijkbaar niet waren uitgenodigd. Ik voelde een pijnlijke steek en onderzocht bij mezelf wat nu zo’n pijn deed. Ik kwam erachter dat het de pijn was van er niet bij horen. Ik wil ergens bij horen, ik wil bij een groep horen. Alsof daar in die groep de liefde en het geluk te vinden is dat ik zoek. Ik maak het beeld van allemaal gelukkige mensen bij elkaar die het enorm naar hun zin hebben en ik hoor daar niet bij. Dat geluk en die liefde is niet voor mij weggelegd. Grappig, we keken de afgelopen week naar de indrukwekkende voorstelling van Javier Guzman, Dillerium. De voorstelling is prachtig opgebouwd en laat de verschillende lagen zien waaruit zijn persoonlijkheid is opgebouwd. Een onderdeel is dat hij het geluk niet kan vinden, dat anderen schijnbaar wel hebben. Wat is er toch met mij aan de hand? Wat hebben zij dat ik niet heb? Zijn pijn is de reden voor het grijpen naar de fles en zijn alcoholverslaving, maar ook de bron van zijn creativiteit.

Steeds opnieuw merk ik het belang van mijn weg naar binnen. Deze weg leidt naar mijn werkelijke individualiteit. Ik maak me los van mijn gevoel om ergens bij te willen horen, van mijn groepsidentiteit. Ik vind de verbinding, de verbondenheid op de eerste plaats in mezelf, met wat Hadewijch de Minne noemt. De liefde of door anderen de Geliefde genoemd. Deze verbinding, deze essentiële verbinding geeft me de onvoorwaardelijke liefde voor mezelf, die me onafhankelijk maakt ten opzichte van de wereld om me heen. Van goed of afkeuring van anderen. Het maakt me emotioneel onafhankelijk en een vrij mens. Alleen door deze essentiële verbinding kunnen we zeggen dat we een vrij mens zijn met zelfbeschikking en keuzevrijheid. Vaak slaan we deze innerlijke verbinding over als we met veel omhaal spreken over deze Westerse waarden. Zonder deze innerlijke verbinding zijn zelfbeschikking en keuzevrijheid slechts loze kreten. En dat wat wij democratie noemen, wordt gereduceerd tot een symbolisch ritueel van het om de paar jaar zetten van een kruisje op een verkiezingsformulier.

Ik moet toegeven dat ik makkelijk ben afgeleid door de wereld om me heen, door de wereld van internet en televisie, maar ook door het drukke dagelijks leven van mijn gezin met vrouw, opgroeiende kinderen en werk. Dan vergeet ik mijn binnenkant en raak ik met mijn aandacht aan de buitenkant van het leven terecht. Nu de vogelen helder beginnen te zingen en de lente nadert, krijg ik de kans om mijn leven meer vorm te geven zoals ik dat eigenlijk wil. De moestuin van Pluk&Plenty vraagt aandacht; de eerste bedjes worden gespit, de eerste potjes met zaadjes staan op de vensterbank. Mijn individualiteit krijgt vorm in mijn verschillende activiteiten door de week. De latifa-meditatie op maandagochtend, het regelmatig schrijven in mijn dagboek en op deze site, het contact maken met de natuur door het werken in de moestuin, alleen en met de groep van project Natuurlijk Werken, het koken met ingrediënten uit de tuin, zoals een salade van veldsla, rucola, raapsteel, postelein en rauwe andijvie. En vanavond een stamppot met de laatste boerenkool. Ik leef dan wie ik in essentie ben, zo binnen zo buiten. De groei die ik om me heen zie in de natuur, ervaar ik ook van binnen. Het is mijn grootste verlangen om vanuit deze eenvoud, vanuit contact met mijn binnenkant te leven en te werken.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com