God

de gelijkwaardigheid van materie en geest


Het is alweer een tijd geleden dat er een reunie plaatsvond van mijn middelbare school in Terneuzen. In mijn tijd Petrus Hondius geheten, nu de Rede. Ik ontmoette op die reunie een oude vriendin, die me vertelde dat ik vroeger altijd bezig was met het zoeken naar de zin van het leven. En ze zei daar met een licht verwijtende toon achteraan; en dat doe je nu nog steeds! Heb je dat antwoord nu nog steeds niet gevonden? Word volwassen! Ik hoorde het haar denken, terwijl ze de zoveelste sigaret opstak en nipte aan haar volgende volgeschonken glas wijn. Hoe kun je daar als mens nu niet mee bezig zijn, vroeg ik me af.

Iedere week geef ik, zoals jullie ondertussen wel weten, voor een groepje mensen de latifa-meditatie en ik merk dat in deze latifa alles aanwezig is wat voor mij belangrijk is voor mijn huidige antwoord op de zin van het leven. Een antwoord dat niet statisch is, maar zich steeds weer opnieuw laat ontdekken. De latifa heeft met het benoemen van de essentiële, menselijke kwaliteiten (aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil) en de visualisatie van de groeiende plant alles met groei te maken. Menselijke groei. Dat betekent eigenlijk en dat heeft voor mij met de zin van het leven te maken, dat bewustzijn groeit. En bewustzijn groeit in ons mensen.

In ons huidige, collectieve bewustzijn zien wij materie als het uitgangspunt voor alles dat leeft. Dat is de visie waar wij sinds Darwin in geloven. Vanuit dat uitgangspunt vinden we ook dat bewustzijn begint bij de mens. Eerst was er de mens, die was dom, onbewust, onbeschaafd en toen kwam de tijd van de Verlichting, die ons uit het moeras van de achterlijke middeleeuwen trok. Descartes die zei; ik denk dus ik ben. En met dat denken, kwam er bewustzijn. Ik vind dat een materieel uitgangspunt. Bewustzijn gekoppeld aan het lichaam, dat er eerst was. Dat is voor mij zo mooi en baanbrekend aan het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna dood ervaringen, dat mensen die fysiek dood worden verklaard, nog steeds een bewustzijn hebben, een ervaring hebben en daar later over kunnen vertellen. Nu wordt dit onderzoek van Van Lommel bekritiseerd door andere wetenschappers die zeggen, ja, die mensen waren helemaal niet klinisch dood, die van Lommel heeft de boel belazerd. Dat lijkt dan een wetenschappelijk antwoord, maar voor mij is het veel meer het hardnekkig vasthouden aan het hedendaagse geloof dat materie het begin en uitgangspunt is en dat er zonder lichaam geen bewustzijn kan zijn. Het is echt een grote verschuiving in denken als je inziet, begrijpt dat er eerst bewustzijn is en daarna pas materie, daarna pas wij als mens. Dus dat bewustzijn ons geschapen heeft, dat bewustzijn jou en mij geschapen heeft en niet andersom! Dat vind ik een heel boeiend uitgangspunt, dat me diep van binnen raakt.

Want als we uit bewustzijn zijn geboren dan is dat bewustzijn dus ouder dan ik, is dat bewustzijn er eerder dan ik. En zal er ook nog zijn als ik, de ik gekoppeld aan mijn lichaam, er niet meer is. En dan zou je zelfs kunnen zeggen dat hetzelfde bewustzijn dat in mij aanwezig is en dat mij nu raakt, dat dat hetzelfde bewustzijn is dat de zon geschapen heeft en de aarde geschapen heeft. Alles dat ik zie, al het onzichtbare en zichtbare, alles dat leeft geschapen heeft. En als ik dan ook nog de moed heb om tegen dat bewustzijn ik te zeggen, dan wordt binnen buiten en voel ik me werkelijk deel van een groter geheel. En dat is precies het punt dat mij van binnen diep raakt. Het is het gevoel, de ervaring dat ik in God ben, omdat alles wat leeft inclusief ikzelf uit diezelfde bron komt. Een tijd terug maakte ik een tekening die deze ervaring goed uitbeeldt. Het was het beeld van het heelal met sterren en planeten en in het midden de Aarde. In plaats van dat de natuur zich aan de oppervlakte bevond van onze planeet, tekende ik bomen, bergen en zeeën aan de binnenkant. Met in het midden van deze binnenste buitengekeerde Aarde een grote zon. De mens tekende ik al lopend door de natuur als een derwisjdanser die hemel en aarde verbindt. Later maakte ik van die tekening een tablet van klei, dat boven dit artikel is afgebeeld.

Nog even terug naar Descartes, ik denk dus ik ben. Naast Darwin is Descartes een van de pijlers van ons materialistisch geloof zou je kunnen zeggen. Het geloof dat er eerst materie is en dan pas bewustzijn. Wat ik van Gurdjeff, de Armeense filosoof en mysticus, geleerd heb is dat het denken een van de menselijke centra is, naast het lichaamscentrum en het gevoelscentrum. Ook sexualiteit zag hij als een centrum. Deze centra kunnen worden aangestuurd door een bepaald bewustzijn. Het is daarbij, volgens Gurdjeff, dus de vraag of dit denken wordt aangestuurd door een lager, beperkt bewustzijn, waar bv. het ego centraal staat of door een ander, ruimer bewustzijn, dat ‘denkt’ vanuit eenheid, dat alles een is. Dan ziet ons denken er heel anders uit, verfijnder, sneller, minder grof. Het bewustzijn is dus hierin bepalend, niet het denken, zoals Descartes beweert. Denken is net zoals fysiek handelen of voelen een uitdrukking van iets (bewustzijn), niet iets dat stuurt, zoals wij vaak geloven.

Heb ik al verteld over die prachtige droom die ik een tijdje geleden had? Ik kom op een grote, witte sneeuwvlakte terecht. Die is ontzettend glad. Ik begin te glijden en ga steeds harder. Ik probeer de ijsvloer te ontwijken door naar de rand te gaan, waar het dunner is, maar ik glijd verder en kom dan bij een afgrond. Ik val naar beneden, maar ipv. dat ik bang ben, geef ik me van binnen over. Het geeft een heerlijk gevoel. En op het moment dat ik me vanbinnen overgeef, blijkt dat ik kan vliegen. En val ik niet meer. Voor mij is dit een mooi voorbeeld van de verschuiving van materieel bewustzijn, waar ik bang ben om te vallen naar geestelijk bewustzijn als uitgangspunt, waar dus blijkt dat als ik me hieraan overgeef, ik kan vliegen! Een transformatie van bewustzijn zoals de transformatie van een rups naar vlinder!

Tot slot is het hierbij belangrijk om op te merken dat voor mij geest, bewustzijn, het onzichtbare gelijkwaardig is aan de materie, aan het zichtbare. Al eeuwenlang is er die strijd tussen geest en materie gaande, waarbij eerst de geest boven de materie stond (kerk) en nu, als antwoord daarop, de materie boven de geest, het zichtbare boven het onzichtbare. De kunst is om geest en materie aan elkaar gelijkwaardig te beschouwen. Absoluut gelijkwaardig. Omdat het een het gevolg is van het ander, de materie als uitdrukking van de geest, van bewustzijn.

draaikolk

God is en blijft een beladen woord. Veel mensen hebben God voor hun karretje gespannen en dat geloof genoemd. Het woord God is misbruikt. God is door mensen als reden gebruikt om het meest gruwelijke geweld te plegen. Voor veel mensen, met name in onze samenleving, is het woord God daarom juist een gruwel. Achterhaald, achterlijk zelfs. Bijgeloof. Een vals houvast. Zij hebben God of het woord God niet nodig in hun leven. Zij zijn zichzelf genoeg.

Dat maakt het lastig om dit woord, dit beladen woord te gebruiken. Toch wil ik dat af en toe doen. Ik wil me dat woord niet laten ontnemen. Omdat dat woord voor mij precies uitdrukt wat soms ik wil zeggen. Omdat het precies uitdrukt wat ik soms ervaar. Het woord God heeft voor mij nog een zuivere lading, een zuivere klank. Zoals Etty Hillesum het schrijft; ik kom telkens weer uit bij een het hetzelfde woord God en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Ik had het idee opgevat om in mijn vakantie als inspiratie iedere dag tijdens mijn ochtendmeditatie een psalmenboekje open te slaan en de psalm te lezen die op die betreffende pagina open lag en de zin op te schrijven die me op dat moment het meeste raakte. Het boekje was De Psalmen, vertaald door Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

Dit waren de zinnen die me raakte.

– U bent mijn bescherming.
– Het is uw hand die het voltrekt.
– Dorstend leven heeft hij gelaafd.
– Hij heeft hongerend leven verzadigd.
– Onaangerand bleef ik – gij schraagt mij.
– Uw waarheid zend, uw licht en zij gaan voor mij uit.

Kolking roept kolking op
waar daverend water stort
wieling en waterval
op mij loopt alles storm.

– Niet zal voor immer hij twisten, niet voor eeuwig hij toornen.
– Gij vervulde de wens van zijn hart, wees niet terug de vraag zijner lippen.
– Stond hij mensen niet toe hen te knechten, om hen wees hij koningen terecht.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.
– Gij hebt ons in de engte gedreven, ons met de knelling de lendenen omsnoerd.
– Maar gij leidde ons uit, tot uw volheid.

Tot de aarde komt gij, geeft haar groeikracht, rijkdom geeft gij die zich vermeerdert: want de beek van Gods regen vloeit over. Zó geeft gij het graan zijn begin, schept gij het begin op de akker, drenkt de voren, effent het ploegland, maakt met zware regens het gewillig. En gij zegent wat gaat ontkiemen. En dàn kroont gij het jaar met uw gaven; welig groeit waar gij trad het gewas., heerlijk groent het gras van de steppe en der heuvelen dracht is een feest. Overdekt zijn de velden met schapen, en de dalen dragen het graan.

– Ik verkeer in oprechtheid des harten in het binnenvertrek van mijn huis.
– Om naar zijn verbondseisen te leven, om te onderhouden zijn wetten.

Toen koorden des doods mij omsnoerden, naar mij grepen angsten voor de afgrond, beklemming mij aangreep en pijn, toen riep ik de naam van de Heer aan: “laat mij, Heer, toch het leven behouden!”

– Doch wie zijn rust weet in de Heer, hem zal Gods genade omgeven.
– De Heer ziet uit de hemelen neder, heeft elk mensenkind in het oog.
– Voor u uit gaan genade en waarheid.
– De aarde leeft van de gave uwer schepping en zij allen wachten op u, dat gij voedsel hun geeft telken male.

Bij God is veiligheid. Mijn vrijheid rust in God, mijn eer, mijn onbezweken rots is hij. Bij God alleen verstilt mijn ziel.
Gij hebt uw hand op mij gelegd. Mijn oorsprong was u niet verholen toen ik in het verborgene gevormd werd, als in diepten der aarde ontworpen.

– Gij zalft mij met vernieuwde olie.
– Gij die de Heer zoekt, verblijdt u van harte.
– Die God zoekt, uw hart mag herleven.
– Niet naar onze schulden behandelt hij ons.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.

De laatste psalm die ik in het boekje opensloeg, bevatte de volgende zinnen; alles love de naam van de Heer, hij gebood en het was al geschapen. Dat hij grondde voor altijd en eeuwig, met een maatgang, niet te verbreken.

Wat ik daarna in een moment achter in onze tuin in het bos ervoer, was dat God in alles dat leeft aanwezig is.
In alles dat leeft, is God aanwezig.
In de wind die waait,
in het gras dat groeit,
in die vogel die vliegt,
in de zon die nu
door de wolken schijnt.
In de stem van mijn vrouw Gebi die me roept,
in de muziek die mijn zoon Bo maakt op zijn piano,
in onze hond Heppie die me vraagt om uitgelaten te worden.

Mijn hele vakantie was een grote worsteling met mijn neiging om mezelf te verliezen in van alles en nog wat. Het voor mij bekende rijtje; het laatste nieuws op mijn mobiel, de voetbaluitslagen, muziek, lekker eten, vrouwelijk schoon tijdens deze warme zomer. Ik word hierdoor als in een draaikolk met mijn aandacht naar buiten gezogen. Dan ben ik niet met God gevuld. Dan ben ik niet gevuld met het bewustzijn dat in alles dat leeft God aanwezig is. Daar zit dan een gat. Als een draaikolk die mijn aandacht naar buiten trekt.

Maar datzelfde gat, ontdekte ik nu, is ook het punt van onverdeelde aandacht! Het is een kwestie van met mijn aandacht naar buiten getrokken worden of met mijn aandacht naar binnen gaan. Daarin heb ik een keuze, ook al kost dit soms veel kracht. Hier wordt mijn ik-kracht opgebouwd. Als ik met mijn aandacht naar binnen ga, mijn innerlijke draaikolk onder ogen durf te zien, dan wordt dit gat een nieuwe bodem. Een tempel. De zetel van God. In God is alles één, onverdeeld. In God ben ik aanwezig. Als je God hebt, heb je alles. Is er niets meer nodig. Het feit dat ik dit in mijn onwetendheid, onbewustheid, als afgescheiden mens, niet zie, betekent niet dat dit niet waar is.

PS. Ook al drukt het woord God voor mij alles uit wat ik wil zeggen, dat hoeft voor een ander dus niet zo te zijn. Misschien roept het woord God bij iemand anders juist een negatief gevoel of beeld op. God is geen dogma. Dan zou het woord God wellicht vervangen kunnen worden door bv. Essentie of Hoger Bewustzijn of de Geliefde. In alles dat leeft, is Essentie aanwezig. In Essentie is alles één, onverdeeld. In Essentie ben ik aanwezig. Als je Essentie hebt, heb je alles.
Ook al is dat misschien waar, voor mij raken deze woorden dan niet de kern, die het woord God wel raakt. Maar dat is voor mij.

De volgende stap in de evolutie

Het nieuwe boek van Dan Brown, Oorsprong, inspireert me om bij mezelf weer eens na te denken over wat voor mij nu de kern is van wie we eigenlijk als mens zijn. Wie ben ik? Een vraag die ik me al stelde toen ik op de middelbare school zat en tijdens de lessen boeken las van onder andere Oespensky en Herman Hesse.

Een van de hoofdrolspelers in het boek van Dan Brown, Edmond Kirsch ontwikkelt een vorm van kunstmatige intelligentie, die gebaseerd is op onze hedendaagse ontwikkeling, maar gaat daarin een aantal stappen verder. Zo ver dat hij aan de hand van een computerprogramma in staat is om de vragen te beantwoorden; waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Vragen die de mensheid al eeuwenlang bezig houdt. Eigenlijk komt zijn antwoord er op neer dat we als mens niet zonder deze door de mens ontwikkelde kunstmatige intelligentie kunnen, sterker nog, dat we zonder deze ontwikkeling zouden uitsterven. De nieuwe mens is in de ogen van Kirsch een onvermijdelijke, door de evolutie bepaalde symbiose tussen de mens en deze kunstmatige intelligentie.

Het is een populair, hedendaags idee dat we machines aan het ontwikkelen zijn die beter en zuiverder kunnen denken dan wij zelf. En dat dit een onvermijdelijke, volgende stap is in de evolutie. Dat wij als mens de evolutie daarmee zelfs kunnen versnellen. We zullen in dat idee kunstmatige instrumenten ontwikkelen die ons als mens volmaakt maken, zodat we onze onvolmaaktheid, zowel fysiek als psychisch kunnen oplossen. Want daar komt het eigenlijk op neer. Onze onvolmaaktheid zorgt ervoor dat er ziektes zijn, dat er armoede is, honger, maar ook oorlog. In de toekomstvisie van deze figuur Edmond Kirsch in het boek van Dan Brown zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat deze problemen allemaal worden opgelost.

Ik stel me nu de vraag, wat is dan eigenlijk de oorzaak van deze onvolmaaktheid? In mijn visie, sterk beïnvloed door denkers als Oespensky, Gurdjieff, maar ook A.H. Almaas, wordt ieder mens in een onvolmaakt nest geboren. Met andere woorden; ieder mens loopt een trauma op van de liefde die hij tekort is gekomen, gemist heeft. In welke vorm dan ook. Je zou ook heel simpel kunnen zeggen, in deze materiële aandachtslaag is de liefde niet volmaakt. Dat veroorzaakt in ieder van ons een gat, een crack, een pijnlijke plek. Als kind hebben we niet het bewustzijn om deze pijn te voelen. In plaats daarvan ontwikkelen we vanuit ons systeem, onze persoonlijkheid manieren om dit gat niet te voelen. Je zou kunnen zeggen dat onze persoonlijkheid uit verschillende centra bestaat, zoals Gurdjieff dit noemt; lichaam, emotie, denken en zelfs een seksueel centrum. Deze centra gaan nu dit gat vullen als het ware en het gevolg is dat we door deze compensatie niet volmaakt functioneren. Je zou deze combinatie van verkeerd gebruik van centra ook ons ego kunnen noemen. Dat ego wordt een kunstmatige centrum, de kunstmatige instelling die ons gat, de pijn van ons gat compenseert. Gurdjieff noemt dit ook wel onze valse persoonlijkheid. Je kunt je dus voorstellen dat we met deze compensatie niet zuiver of helder kunnen denken, niet helder of zuiver kunnen voelen, omdat al deze centra beïnvloed zijn door het gat, de pijn van het gat, dat het moet vullen. Dit is over het algemeen, uitzonderingen daar gelaten, de situatie van iedere mens die in onze samenleving functioneert, wetenschap bedrijft, in de politiek bezig is, onze doktoren etc. etc. Bij de een lukt die compensatie wat beter dan bij de ander, heeft daar meer last van dan de ander. Zo binnen, zo buiten. In die zin is het dus niet zo gek dat we door de onvolmaaktheid in onszelf, buiten onszelf een onvolmaakte wereld creëren.

Laten we ons nog eens concentreren op dat gat dat in ons ouderlijk nest ontstaat. Want als we ons daarop concentreren, ligt daar wat mij betreft ook de oplossing. Het is trouwens al heel wat dat we in plaats van hard weglopen van dat gat, ons voorzichtig gaan richten op dat gat, met onze aandacht, ja, met ons bewustzijn naar dit gat toegaan. Naar dit gat, waarin we de liefde hebben gemist die we als mens zo nodig hebben. Of waarin we later in ons leven steeds weer worden gekwetst en pijn worden gedaan. Net als de persoon Edmond Kirsch, trouwens, die in zijn daden en denken wordt gedreven door de pijn die hem in zijn jeugd en latere leven wordt aangedaan.

Als we dus met onze aandacht naar dit gat durven toegaan, dan komen we hier al die emoties tegen van het gebrek aan liefde, die voor ieder mens zeer persoonlijk is. Hier komen we ook de overtuigingen tegen, die ons denken beïnvloed, zoals ik moet alles alleen doen, ik ben niet om van te houden, er is iets wat niet klopt aan mij, ik moet sterk zijn, ik ben een slecht mens. Het wonder is nu dat als we onze aandacht, ons bewustzijn op deze plek in onszelf richten, dat er, als we hier om vragen, van binnenuit een antwoord komt. Als we de moed hebben om onszelf te openen, te laten zien in wie we werkelijk zijn. Zonder ons mooier te maken dan we zijn. Als ons ego bereid is te buigen, een stap terug te doen. Dan komt er een antwoord dat ons systeem, ons opgebouwde ego systeem van disfunctionerende centra, eigenlijk niet kan geloven. Namelijk een antwoord van liefde, een antwoord vanuit een onvermoed, maar toch altijd aanwezig centrum in onszelf, essentie, zoals Almaas dit noemt. Er is een plek in onszelf waar we onvoorwaardelijk worden liefgehad. Waar we welkom zijn, waar ieder van ons welkom is. Je bent welkom, het is goed dat je er bent. Dat we worden gekend, ieder van ons, tot in onze diepste vezels, tot in de diepste details van iedere gebeurtenis die we hebben meegemaakt en zullen meemaken en liefgehad.

Het vervelende is natuurlijk dat deze plek niet is te ontdekken zonder dat je ook de enorme pijn van het gat in je toelaat. Beetje bij beetje, dat gaat natuurlijk nooit in een keer. Er zijn misschien mensen die ervaringen hebben vanuit hun essentie, hun geestelijk deel, hun hoger bewustzijn, God, hoe je het ook noemt. Maar dat wil nog niet zeggen dat deze ervaringen van hun essentie zijn geïntegreerd in hun systeem, daarvoor moet je toch echt de pijn van je gat toelaten. Want op die plek vindt de versmelting plaats tussen essentie en persoonlijkheid. Wordt een verbinding gelegd tussen ons hoogste en laagste punt. Op die plek wordt een nieuwe mens geboren. Die niet meer afgescheiden is van zijn essentie, maar daarmee verbonden is en dus een is met de wereld om zich heen.

Deze liefde van binnenuit, is wat mij betreft het enige juiste antwoord dat te geven is op dat psychische gat, dat in onze vroegste jeugd is geslagen. Daar kan geen robot, machine of computer tegen op. Deze niet abstracte, maar persoonlijke en onvoorwaardelijke liefde is het antwoord dat klopt en het is het antwoord dat ontspant. Want op dat moment wordt ons ego ontslagen van de onmogelijke taak die het op zich heeft genomen, namelijk de pijn van dat gat te compenseren. Dat is een langzaam proces (het ego geeft zich namelijk niet zo makkelijk gewonnen) en is voor mij de zin en betekenis van innerlijk werk. In dit proces kan het niet anders dan dat we als mens ook beter gaan functioneren, zowel in ons lijf, als in onze emotie als in ons denken. We gaan anders eten, we gaan anders, zuiverder voelen, gevoelens van vrede, van schoonheid, van vreugde. En gaan anders denken. We zijn instaat verbanden te leggen, die eerder niet voor mogelijk werden gehouden. We gaan anders handelen. We vinden in onze essentie ons talent en de passende vorm waarmee we werkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de wereld om ons heen. In plaats van een valse persoonlijkheid ontwikkelen we een gezonde persoonlijkheid die in evenwicht is, in verbinding is met onze essentie.

Dus als antwoord op het boek van Dan Brown, is mijn idee van de nieuwe mens in de toekomst niet dat we een symbiose moeten aangaan met de door onszelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie en daarvan in hoge mate afhankelijk worden, maar dat we een verbinding moeten aangaan met onze essentie die in ieder van ons aanwezig is. Dan ontwikkelen we in onze evolutie een nieuwe, vrije en onafhankelijke mens als een vlinder uit een rups, die niet langer gevangen zit in zijn ego. Een nieuwe mens die kan reizen tussen tijd en ruimte, die kan scheppen, de natuurwetten kent en daarmee als een goddelijk kind kan spelen, die in verbinding is in plaats van in afgescheidenheid. Die mens is in ieder van ons aanwezig.

 

 

het geschenk de aarde

De feestdagen zijn weer voorbij. Het zijn eerlijk gezegd niet mijn beste dagen. Het collectief, waar ik me maar moeilijk voor kan afsluiten, is sterk, juist met deze dagen. Kerst, oud en nieuw, emoties worden met name collectief ervaren in beelden van geluk. Ik voel me klem zitten, raak afgescheiden van mijn eigen bron van geluk in mij. Misschien ook omdat mijn moeder hier 3 dagen is, langer dan anders en onbewust raak ik verstrikt in een oud patroon met haar, zoals vroeger in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn moeder past zich aan, los van de structuur bij haar thuis, waarin iedere dag, ieder uur bijna is uitgetekend. Het zorgt dat ik me verantwoordelijk voel voor haar en mijn eigen ik langzaam kwijt raak. Daarnaast kamp ik ook nog met een hardnekkige verkoudheid en voel me fysiek niet lekker. Met andere woorden; ik glijd uit en kom in mijn bottleneck terecht, de crack, die ieder mens heeft, de crack in everything, waardoorheen het licht naar binnen schijnt.

Het blijft voor mij het meeste waar op de innerlijke weg die ik ga, deze crack die ik nodig heb om bij het licht te komen. Mijn kanaal, innerlijke kanaal, raakt langzaam weer dichtgeslibt met van alles en nog wat in de wereld, ik raak naar buiten gericht. Wordt dan bij dit punt gebracht, waar mijn diepste gemis en pijn zit. Want daar wil de liefde zijn, daar is de liefde. Om mij te ondersteunen, te bemoedigen, te helen, te leren. Ik krijg het blijkbaar niet voor elkaar om dit kanaal waarin ik een ben met God, mijn essentie, open te houden. Misschien is het als met planten, bomen, de fruitbomen in de tuin van Pluk&Plenty, ook die moeten worden gesnoeid, telkens weer. Ik werd me afgelopen week in het bijzonder bewust van de reusachtige bomen in het bos waarin wij wonen. Dat bomen enorme, levende wezens zijn met een enorme kracht, de kracht om hun enorme takken te dragen. Door me dit bewust te zijn, besef ik ook dat deze bomen met ons zijn, ons helpen, ondersteunen. Als we er voor openstaan, het kunnen ontvangen. Dat ontvangen is het punt, ik heb als mens een open kanaal nodig om te kunnen ontvangen en dat kanaal raakt bij mij vaak langzaam weer dichtgeslibt, zodat ik dus weer gesnoeid wordt. Het hoort voor mij bij mijn innerlijk werk. Het snoeien is niet fijn, want ik raak dan het houvast van mijn uiterlijke controle kwijt, de controle van mijn hoofd. Om dan te vertrouwen, dat is de kunst, het is toch een stukje sterven van het ego. En dat telkens weer.

Ja, ik liet me meezuigen in de wereld van een toenemend populisme en mijn ongerustheid daarover. Alsof het deksel van de ketel is en het er niet meer op wil. Ik word absoluut niet blij van leiders als Trump, Wilders, Le Pen, Poetin, Erdogan, Assad. Ben al een paar keer begonnen aan een tekst, een artikel, die mensen moet overtuigen om maar niet op deze mensen te stemmen. Maar ja, hoe kan ik de loop der dingen veranderen, gebaseerd op actie-reactie? De uiterlijke wereld, de wereld van het collectief. Ik vond een heel mooi antwoord bij een boek dat ik lees van Lev Tolstoj, De weg van het leven, een boek vol levenswijsheden. Een daarvan raakte me; zonden, verlokkingen en bijgeloof (leugen), dat is de aarde, die de zaden van de liefde moet bedekken zodat deze kunnen ontkiemen. Zo binnen, zo buiten. Daar waar ik dus vast kom te zitten in het patroon met mijn moeder en mijn eigen ik verlies, besef ik dat dit wel de omgeving is waarin ik ben geboren. Dat dit de bodem is van het zaadje van mijn ziel, mijn ziel die in mij geboren wordt. Zo begrijp ik dat al die onvolmaaktheid aan de buitenkant van de wereld, al die bewegingen rond mensen die aan de macht zijn, die enorme dynamiek van het collectief, noodzakelijk is om individuen tot de liefde te brengen, noodzakelijk is voor het individu om te transformeren. Dat is het doel, liefde is het doel. Net zolang tot er genoeg individuen geraakt en getransformeerd zijn door de liefde en de buitenkant als een schil openbarst en een nieuwe wereld, de hemel op aarde, geboren wordt. Deze werkelijkheid maakt voor mij het plaatje rond, want als ik me alleen richt op de buitenkant, raak ik vast in mijn oordeel. Oordeel over het populisme, over mensen die op dit soort leiders stemmen, ik wil de buitenkant veranderen, omdat ik de onvolmaaktheid onverdraaglijk vind, niet aanvaard. Ik mis de diepere betekenis van het geheel vanuit de afgescheidenheid van mijn eigen ego.

Zoals het zaadje vanuit het donker groeit naar het licht, zo is dat ook met ons als mens, als individu. Het donker, onze donkere, pijnlijke kanten die we het liefst niet willen voelen en een hele wereld omheen bouwen om maar niet te hoeven voelen, dat donker is nodig om te groeien als mens. Zonder donker kan een mens in dit lichaam op deze planeet niet groeien. Het probleem is niet dat er licht en donker is, maar het probleem is dat wij ze van elkaar scheiden. Dat is in mijn ogen de bron van het populisme, dat het donker, het kwaad buiten zichzelf projecteert en bestrijdt in plaats het in zichzelf verbindt. Juist door donker en licht in onszelf te verbinden zien we de betekenis van de mens hier op aarde. Pas liep ik met onze hond hier in het bos en begreep dat alles hier op aarde en de aarde zelf voor ons als mens geschapen is. God heeft dit alles voor ons geschapen. Vanuit zijn onmetelijke liefde voor ons als mens heeft hij de aarde aan ons gegeven als een geschenk aan zijn allerliefste kind. God houdt van al zijn schepsels, maar van ons, de mens, het meest, als een lievelingskind. Vanuit dat bewustzijn mogen wij omgaan met deze aarde, met alles dat leeft. Het is mijn wens voor het komende jaar, dat ik me dat mag herinneren, in plaats vanuit mijn afgescheidenheid van het bewustzijn van dit enorme geschenk dat me gegeven is, als een olifant door de porseleinkast van het leven dender.

 

de bloem en de goede koning

img_0259

Vorige week deed ik op maandagochtend met een groepje mensen de latifa-meditatie en bij de plek van het hart, van de kwaliteit liefde,  visualiseerde ik een plant, die zover is uitgegroeid dat er de eerste bloemen in verschijnen. Ik stond in mezelf stil bij die bloem en plots voelde ik dat ik die bloem was. Ik voelde dat wat ik in mijn leven doe en vorm geef met de individuele begeleidingen die ik doe, de dagbesteding, Pluk&Plenty, dat dat mijn bloem is. Dat was bijzonder, want meestal heb ik het idee, de overtuiging dat dit niet genoeg is. Dat ik meer in de wereld moet zetten om iets te kunnen betekenen. Dan vergelijk ik me met anderen, die in mijn ogen meer presteren dan ik. Ik voel me minderwaardig. Nu was het anders. Ik voelde me deze plant met takken en bladeren en bloemen die verschijnen, gewoon vanuit de dingen die ik doe. Het kwam misschien ook door de open dag bij Pluk&Plenty, eind september, waar ik zelf erg van heb genoten. Het was gezellig druk met veel ruimte voor ontmoeting. En ik dacht: dit is echt een plek voor ontmoeting. Wat ik hier doe is voorwaarde scheppen voor ontmoeting en ik zag de waarde hiervan. Dat was dus die bloem. Mijn bloem. Een paar jaar geleden deed ik een consult bij iemand, die mijn hand kon lezen. Deze vrouw kreeg het beeld van mij als een grote boom, waar mensen in de schaduw zitten en elkaar ontmoeten. En nu kon ik dat tijdens deze latifa-meditatie ervaren.

Dat geeft een boel ontspanning, moet ik zeggen. Dat ik met wat ik doe genoeg ben, een bloem ben. Niet nog meer hoef te presteren, neer zetten, omdat de buitenwereld me dan pas ziet, van me houdt. Nee, dit gevoel staat los van de buitenwereld. Onafhankelijk. Het was een gevoel van binnenuit, van waarde, van een bloem die in mij groeit. Dan wordt het weer duidelijk dat pas als ik mezelf die waarde geef, het dan ook van de buitenwereld komt. En niet andersom. De liefde van buiten begint bij de liefde voor mezelf.

Een week later was ik bij de musical van Lion King waar mijn dochter aan mee deed. Er zit veel inhoud in het welbekende verhaal. Tijdens het kijken werd ik geraakt door de situatie waarin Scar de koning is, maar vanuit oneigenlijke macht en er een puinhoop van maakt. Een koning die op oneigenlijke gronden, met leugens en valsspelen op zijn positie zit. Het is wachten op de ware koning, Simba, die recht heeft op deze plek, maar nog moet gaan staan voor zijn waarde, voor zijn positie, zijn ware identiteit. Heel het verhaal werd plots voor mij een metafoor van enerzijds mijn innerlijke situatie, waarin het ego op de verkeerde plek zit, zich de plek van de koning heeft toegeëigend. Maar tegelijkertijd was het ook het beeld van de wereld waarin we leven, die uit balans is en waar we wachten op een leider die ons vanuit het hart, vanuit menselijkheid dient. Het is nu zaak dat de goede koning zijn plek, zijn erfgerechtigde plek gaat innemen. Een koning die niet alleen maar bezig is met zichzelf, zijn macht, maar verbinding heeft met de essentie als bron van liefde en wijsheid. Die zijn macht niet misbruikt, maar slechts inzet als dit nodig is om zijn volk te beschermen.

Zo binnen, zo buiten. De wereld in Nederland houdt zich bezig met twee belangrijke verkiezingen, die in de Verenigde Staten volgende maand en die in Nederland in maart van volgend jaar. We zoeken een goede leider. Is dat Trump? Hillary Clinton? Rutte, Samson, Pechtold, Buma? De goede koning begint voor mij niet bij een leider buiten ons, de goede koning begint in onszelf. We hebben het beeld van onszelf dat we vrij zijn. We leven in een vrije democratie, zeggen we dan, die vrij is om een leider te kiezen die het volk wil, die wij willen. Maar wat is onze uiterlijke vrijheid waard als we van binnen niet vrij zijn?

Als ik naar mezelf kijk, weet ik hoe moeilijk het is om die plek in mezelf, die toekomt aan de rechtmatige eigenaar, de goede koning, vrij te houden. Zo snel laat ik me bezetten door aspecten van de wereld buiten mezelf. Betrap ik mezelf dat ik tijdens een autorit weer luister naar het nieuws van Radio 1 en mijn geest er door laat bezetten. Dat ik weer achter een warme chocolademelk met slagroom zit. Dat ik me weer teveel laat afleiden door een mooie vrouw die daar over straat loopt. Dat ik me weer teveel identificeer met mijn rol om een ander te helpen. Met alles wat moet. Dan ben ik niet aanwezig. Ik ben verdoofd. Bezet. Gehypnotiseerd. Ik moet denken aan het verhaal van Jezus, die zegt tegen Petrus dat hij hem drie keer achter elkaar zou verraden. Petrus geloofde hem niet, maar het gebeurde zoals Jezus had voorspeld. Petrus zei drie keer achter elkaar ‘nee’ op de vraag of hij deze Jezus kende. Dat verhaal gaat natuurlijk over de Jezus, de goede koning, in Petrus zelf, waar hij op dat moment geen contact mee had, die hij als het ware verloochende.

Ik neem het waar, maar voel hoe moeilijk het is om me te verzetten tegen deze oneigenlijke bezetting van de plek die eigenlijk de goede koning toekomt. Mijn essentie, mijn geestelijk deel, God als je wilt. Ja zeggen tegen deze goede koning begint dus eigenlijk met heel vaak ‘nee’ zeggen tegen de verleidingen van buiten. Dat is de kern van innerlijk werk wat mij betreft, het leren ‘nee’ te zeggen tegen de zuigkracht van de buitenwereld en al zijn verleidingen om op een oneigenlijke manier die plek in te nemen van de essentie. Door steeds weer ‘nee’ te zeggen, bouw je een basis, een ik op in jezelf. Deze ik, dat nieuwe centrum, is dan weer een basis voor het toelaten van de goede koning, om het zo maar even te noemen.

Het helpt me dan wel om me een paar keer per dag af te sluiten voor de wereld om me heen en te mediteren. Met mijn aandacht naar binnen te gaan en contact te zoeken met mijn essentie. Soms voel ik me dan vervuld worden van binnenuit. Even neemt de goede koning zijn gerechtigde plek in, de plek die hem toekomt. De aantrekkingskracht van de wereld is dan gelijk een stuk minder. Ik voel vrede in mezelf, vrede met wie ik ben, vrede met mijn omstandigheden. Maar daarmee ben ik er nog niet. Mensen hebben soms de meest prachtige en bijzondere bewustzijnservaringen en denken dan vaak dat ze er zijn. Maar in feite begint het werk dan pas. De kunst is namelijk dat zo’n eenheidservaring deel wordt van jezelf, dat zo’n ervaring jouw nieuwe ik wordt, vlees en bloed wordt. Dat leer je niet met een cursusje hier en een workshopje daar. Dat is een lang proces van integratie, waarbij je vooral delen van jezelf tegenkomt, die pijn doen en moeilijk zijn om onder ogen te zien. Mijn overtuiging is dat ik in dit werk niet alleen sta. Ik kreeg pas het beeld van golven van negativiteit, van al dat slechte nieuws in de media, die ons soms overspoelen. Maar onder die golven wordt de wereld in evenwicht gehouden door het onzichtbare werk van vele mensen die ruimte scheppen voor de goede koning die komt, die van hun essentie een nieuwe basis proberen te maken.

over vertrouwen, liefde en ontspanning

img_0123
Vanmorgen kwam het volgende zinnetje in me op: als ik God op de eerste plaats in mijn leven zet, betekent dat eigenlijk dat ik er op vertrouw dat het leven mij geeft wat ik nodig heb. Ik kan mijn controle en kramp loslaten van dat het leven moet gaan zoals ik dat wil. In die zin zou je kunnen stellen dat God een jaloerse god is, omdat hij wil dat we als mens hem op de eerste plaats zetten. Hij wil onze onverdeelde aandacht. Je zou ook kunnen zeggen dat je trouw bent aan je goddelijke oorsprong. Of aan je essentie of Hoger Bewustzijn. God is een beladen en besmet woord, maar ik heb wel besloten om me het woord God niet af te laten pakken, omdat het in de loop van de eeuwen door mensen is misbruikt, besmet, onzuiver gemaakt. Ik heb het hier niet over die uiterlijke, collectieve God van een godsdienst of religie, maar over de innerlijke God die de bron van mijn essentie is. Het is voor mij zoals Etty Hillesum het uitdrukt; ik kom telkens weer uit bij een en hetzelfde woord God. En dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Zet ik God niet op de eerste plaats in mijn leven, ontstaat er een gat. Ik raak afgescheiden van mijn goddelijke oorsprong. Dat is het gat. Een logische reactie op dat gat is dat ik naar buiten gericht raak en dat gat met allerlei zaken buiten mezelf probeer op te vullen. Dat kan werkelijk van alles zijn; spullen, relaties, ambities. Er ontstaat in feite een valse identiteit, die gebouwd is op dat opvullen van dat gat, wie ik ben in relatie tot wat ik heb, wat ik doe en de rollen die ik speel ten aanzien van mijn relaties. Terwijl wie ik werkelijk ben te maken heeft met mijn verbinding met God, mijn goddelijke oorsprong, mijn essentie, mijn Hoger Bewustzijn. Daar waar ik uit voortkom.

Als ik God, mijn relatie met mijn goddelijke oorsprong, op de eerste plaats zet, verandert dat ook iets ten aanzien van hoe ik naar andere mensen kijk, mijn relatie met andere mensen. Bv. met mijn vrouw Gebi. Vanuit mijn gat, mijn afgescheidenheid, die ik maar al te goed ken, heb ik de overtuiging dat zij mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Een eis waaraan zij nooit kan voldoen. En ik ook niet ten aanzien van de ander. Ik kan de ander niet de liefde geven die zij of hij heeft gemist. Ik kan dat gat van de ander niet opvullen. Toch is dat vaak de basis van veel relaties die we hebben. We zitten vaak onbewust vast in wat wel de reddersdriehoek wordt genoemd. We bewegen tussen drie rollen; die van de redder, het slachtoffer en de aanklager. Die rollen wisselen voortdurend, maar hebben als basis het vullen van het gat, dat ontstaat vanuit het afgescheiden zijn van onze goddelijke oorsprong, onze essentie. Op deze manier zetten we een grote druk op de verwachtingen die we hebben van de liefde voor elkaar. Verwachtingen die eigenlijk niemand kan waarmaken en de basis zijn voor de breuk in vele relaties. Waarna we vaak weer een nieuwe relatie beginnen vanuit hetzelfde patroon.

Als we God op de eerste plaats zetten of ons gat laten vullen door de onvoorwaardelijke liefde die er vanuit het Hoger Bewustzijn voor ons is en tegelijkertijd snappen dat er van ieder mens op deze manier wordt gehouden, dan ontslaan we ons van de hoge verwachtingen en eisen die we hebben over de liefde voor elkaar. Als ik weet dat de ander wordt liefgehad van binnenuit, hoef ik die ander die liefde niet te geven. Dan kan ik ontspannen, de ander en mezelf vrij laten en van de ander houden, omdat ik weet dat hij of zij vanuit zijn of haar essentie wordt liefgehad. Khalil Gibran verwoordt dat prachtig. Al zijt gij samen, laat er ruimte tussen u bestaan. En laat de winden van het luchtruim tussen u dansen. Hebt elkander lief, maar maakt de liefde niet tot een verplichting. Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van u beider ziel. Vult elkanders beker, maar drinkt niet uit een en dezelfde bokaal. Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood. Zingt en danst samen, maakt het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij, zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek. Geeft uw hart, maar geeft het niet bij elkaar in bewaring, want alleen de hand des levens kan u beider hart bevatten. Sta bij elkander, maar niet te dicht opeen, immers de zuilen van de tempel staan op zichzelf. En de eikenboom en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.

Zo is het ook met de mensen die ik begeleid. Als ik weet dat er van die ander wordt gehouden, zoals ook van mij wordt gehouden, er hulp voor die ander is, dan hoef ik met niet verantwoordelijk te voelen voor het wel en wee van de ander. Dan kan ik ontspannen en mezelf ontslaan van de hoge eisen die ik mezelf opleg in het helpen van andere mensen. Dat kan een hele klus zijn, omdat het in mijn systeem zit ingebakken, dat ik me verantwoordelijk voel voor de ander, zoals ik me dat voelde voor mijn ouders vroeger, met name mijn vader, die zeer emotioneel was en wisselend in zijn gemoed. Ik deed dat omdat ik van hem hield, maar het was vanuit onwetendheid. Een hardnekkig patroon, dat ik nu mag leren loslaten, omdat ik nu weet dat er van binnenuit van ieder mens wordt gehouden, zoals er ook van mij wordt gehouden.

de wereld heeft onze onverdeelde aandacht nodig

IMG_1157De discussie van vorige week in de Volkskrant over het nut van godsdienst versus wetenschap gaf me inspiratie voor het schrijven van deze tekst. Gisteren sloeg ik de Bijbel open en kwam toevallig uit bij het verhaal van Judit in het Oude Testament. Judit heeft het over de God van Israel als ze zegt dat hij zijn grote macht toont ten gunste van Israel en tegen de vijanden van Israel. De god waar in het Oude Testament wordt gesproken is met name een collectieve god, die blijkbaar een volk heeft uitverkoren om zich te openbaren. In dat licht kunnen we misschien begrijpen hoe revolutionair de boodschap van Jezus was, die het idee van een collectieve god fundamenteel doorbrak door te verkondigen dat God er is voor ieder mens, ongeacht rang, stand, ras, geaardheid.

Het is logisch dat het woord God veel verzet oproept, omdat dat woord behoorlijk besmet is geraakt. Wij als mensen hebben namelijk de neiging om God voor ons karretje te spannen om daarmee onze eigen machtsdoelen te bereiken met God als reden om ons gedrag te verantwoorden, goed te praten, overtuiging bij te zetten. In naam van God is al veel ellende veroorzaakt. Maar in feite heeft dit helemaal niets met God te maken. Het is een hele kunst om het woord God een zuivere betekenis te geven. Nu leven we in een Westerse samenleving, waarin God wordt gezien als achterhaald, dom, niet wetenschappelijk, naïef, niet meer van deze tijd. Het is een feit dat we in de loop van ons leven afgescheiden raken van onze essentie, onze oorsprong, die we God zouden kunnen noemen. Maar om deze afgescheidenheid als basis voor ons leven te beschouwen is naar mijn idee het gevolg van een beperkte visie. Toch lijken dat de twee hoofdstromingen te zijn in onze wereld van dit moment. Aan de ene kant de God van de godsdiensten, een vaak nog collectieve God, die voor bepaalde mensen, voor een bepaalde groep, die zich aan bepaalde regels houdt, aanwezig is en voor andere groepen of andere mensen niet. Die andere mensen dienen dan bekeerd te worden of zoals we bij de fundamentele Islam zien, met geweld te worden bestreden. Aan de andere kant een stroming die God heeft uitgebannen, die zich rationeel noemt, wetenschappelijk en die de zin van het leven haalt uit wat de mens er zelf van maakt. In het leven zelf zit geen zin, maar de mens geeft daar zelf zin aan. De angst voor de dood is de reden om te leven, zoals in de nieuwste Star Trek film wordt gezegd. Angst als basis voor het leven.

We vinden het normaal om te zeggen dat het leven niet te vertrouwen is, bedreigend, vijandig zelfs. We moeten ons tegen het leven beschermen. De ene doet dit dus met een godsdienst, de ander met een rationeel wetenschappelijk kader. Het is een grote stap om de werkelijkheid niet te zien als onbetrouwbaar en bedreigend, maar als goedaardig, liefdevol, volmaakt, betrouwbaar, ondersteunend. Vanuit onze afgescheidenheid is dat onmogelijk, omdat onze negatieve visie op het leven de projectie is van deze afgescheidenheid. Toch zou je kunnen zeggen dat deze afgescheidenheid zinvol en noodzakelijk is. Op deze afgescheidenheid wordt namelijk onze persoonlijkheid gebouwd die in het eerste deel van ieders leven bezig is om een plek te vinden in de uiterlijke wereld. Leert wat het moet leren om in deze wereld te overleven. In het eerste deel van ons leven identificeren we ons hoofdzakelijk met dit deel. Veel mensen hebben daarbij geen contact met hun innerlijk, zijn zich niet eens bewust van het bestaan er van. Vaak als er iets ergs gebeurt, verlies of crisis, worden we uitgenodigd om met onze aandacht naar binnen te gaan. Er ontstaat een scheur of barst in onze uiterlijke persoonlijkheid en soms is deze tijdelijk van buitenaf te repareren, maar is een werkelijke heling alleen maar mogelijk van binnen uit. Daar is er weer contact mogelijk met onze essentie, die we in eerste instantie hebben losgelaten. Door dit contact met onze essentie gaan we zien dat die uiterlijke persoonlijkheid een schil is, de schil van een ei, waar van binnen iets aan het broeden is. Onze werkelijke, essentiële ik, die verborgen zat en geboren wil worden. Dan krijgt het woord God een gelijkwaardige, persoonlijke en intieme betekenis, in plaats van de collectieve god van de godsdiensten in de uiterlijke wereld. We begrijpen dat we van goddelijke oorsprong zijn als mens, maar ook alles om ons heen dat leeft, waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dan is er eenheid, vrede en respect in onze aanwezigheid en geen verdeeldheid, oordeel of scheiding. Het is die aanwezigheid, die slechts door het individu te realiseren is, die onze wereld nodig heeft als antwoord op de polariserende krachten van dit moment. Omdat slechts vanuit deze onverdeelde aanwezigheid een oorspronkelijke, authentieke en creatieve reactie mogelijk is en niet een reactie die komt vanuit onze pijn en net zoveel geweld oproept als dat het wil bestrijden. Maar voor deze onverdeelde aandacht moeten we vaak diep graven, onze pijn niet vanuit woede en verdriet naar buiten afreageren, maar van binnen oplossen. Niet een keer, maar telkens weer opnieuw, zodat deze manier een nieuwe manier van leven wordt, die de wereld werkelijk zou kunnen veranderen.

heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf

IMG_0950
Ik kom altijd weer uit bij een en hetzelfde woord; God, en dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen (Etty Hillesum).

Deze week begreep ik weer wat beter wat het liefdesgebod van Jezus betekent. Heb God lief boven alles en houd van de ander, zoals van jezelf. Eigenlijk zit hier alles in.

Dit jaar leer ik heel veel van mijn leervraag, die ik ieder jaar van september tot september, inzet. Deze leervraag, dit thema luidt dit jaar; de kracht, die op mezelf gericht is. Ik kwam hierop, omdat ik me vorig jaar voorzichtig bewust werd van een kracht in me, die onvoorwaardelijk in mij aanwezig is en die ik beter wilde leren kennen. En niet zoals ik gewend ben vanuit mijn ego-systeem een naar buitengerichte kracht, die bezig is mijn eigen pijn, mijn eigen gat te vullen met afleidingen, eten, de zorg en verantwoordelijkheid voor anderen. Dat gat vullen is vaak de bezigheid waar ik bewust en onbewust heel vaak mee bezig ben. Bijvoorbeeld, kwam ik laatst achter, dat ik eigenlijk meer succes in de wereld wil, omdat ik dan denk dat mensen meer van me houden. In dat gat, mijn bottleneck zit nl. de overtuiging dat ik niet ben om van te houden. Een conclusie, die ik getrokken heb nav. het gezin waarin ik geboren ben.

Pas gebeurde er iets schokkends. Ik was aan het vergaderen met een 4-tal hulpverleners ten behoeve van een van mijn klanten en in de vergadering gebeurde opeens hetzelfde als in mijn gezin vroeger. Een van de hulpverleners nam, net als mijn vader vroeger, enorm veel ruimte in. Ze profileerde zich op zo’n manier, dat ik me helemaal aan de buitenkant gedrukt voelde. Terwijl de andere het eigenlijk wel prima vonden, want met haar dominantie vulde ze het gat dat de andere lieten liggen. Ze vonden elkaar in een onuitgesproken contract en ik stond daar buiten. Net zoals vroeger, waar mijn vader dominant was en mijn moeder zich aanpaste. Bijzonder pijnlijk, maar als kind kon ik dat niet toelaten en had allerlei manieren ontwikkeld om dit nare gevoel te ontwijken. Ik kon het nu, in tegenstelling tot vroeger, wel voelen en voelde me beklemd, uitgesloten, benauwd, klein, minderwaardig.

Het is de eerste stap in verandering, nl. het gat dat in ieder mens geslagen is, te kunnen voelen, beetje bij beetje, net zoveel als het vat van bewustzijn kan dragen. Ik denk dat het gat nooit verdwijnt, maar wel dat ik het gat niet meer hoef te ontwijken, te vullen met oneigenlijke dingen, maar langzaam toe te laten. Er ik tegen zeg, er verantwoordelijkheid voor neem, toelaat zoals het is en van binnenuit om hulp, om antwoord vraag. Want dat is eigenlijk het wonder, dat van binnen er een antwoord op deze pijn, dit gat, aanwezig is. Dat antwoord was er altijd al, maar doordat mijn bewustzijn groeit, kan ik het nu langzaam, beetje bij beetje toelaten. Zo wordt er van binnenuit iets geheeld en wordt in mij een nieuw bewustzijn geboren.

Dat nieuwe bewustzijn krijgt in mij beetje bij beetje meer ruimte. Bijvoorbeeld met het inzicht een aantal maanden geleden dat ik van goddelijke oorsprong ben. Ik vroeg me namelijk af; waar komt dan dit bewustzijn, dat in mij geboren wordt, vandaan? En het antwoord dat ik van binnen kreeg was: God. Dat raakte me diep en even kon ik ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben. En van daaruit dat alles om me heen van goddelijke oorsprong is. En ik dus één ben met alles om me heen. Deze week werd dit inzicht nog iets groter door het lezen in het boek van Baird Spalding; Meesters uit het verre Oosten. Hij beschrijft hierin vanuit zijn 3 jaar lange ervaring met verlicht volk dat in de Himalaya woont, de relatie tussen God en de mens. En plots kon ik even in mezelf ervaren dat God en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat God door de mens zichzelf schept. Dus dat wij in feite de manifestatie van God zijn. Misschien had ik dat wel eens eerder gelezen, maar ik had dit nog niet zo sterk ervaren en voelde de onmetelijke liefde die God voor mij als mens, voor ons als mensen heeft. God schept ons mensen, God schept mij vanuit een niet te bevatten grote liefde. En ik kon die liefde nu een stukje toelaten. Wow, dacht ik, wat een fantastisch antwoord op mijn gat, mijn bottleneck, mijn valse overtuiging die ik getrokken heb vanuit de situatie in mijn gezin dat ik niet ben om van te houden.

Wat een wereld kun je toch opbouwen vanuit een verkeerd getrokken conclusie, waar je je hele leven in kunt blijven geloven. Dat doen we individueel, maar ook collectief. Onze hele economie bijvoorbeeld is opgebouwd vanuit de foute, beperkte conclusie van een tekort, dat er in principe een tekort is aan middelen om al onze behoeftes te bevredigen. Dit is echt een grote dwaling. Als we namelijk in contact zijn met onze essentie of goddelijke oorsprong of hoe je dat ook wilt noemen, dan wordt ieder verlangen vervult. Dat is een wetmatigheid. Dan wordt verlangen scheppen. We zijn het geloof daarin wellicht verloren, sterker nog; we zijn gaan geloven dat het tegendeel waar is. We zijn afgescheiden geraakt van onze oorsprong en zijn van daaruit gaan geloven dat er een fundamenteel tekort is. Dat geluk of liefde of wat dan ook voor ons niet is weggelegd. Dat het leven ons niet goed gezind is, niet te vertrouwen is, bedreigend is waartegen we ons dienen te beschermen. We gaan dan zoeken en grijpen naar dingen buiten onszelf, een hele economie is daarop gebaseerd. Door deze verkeerde conclusies worden miljarden verdiend en daarom ook in stand gehouden. Het is een wereld die afgescheiden is van de essentiële werkelijkheid, waarin als we hiermee verbonden zijn geluk en liefde ons erfrecht is, omdat het ons van binnenuit gegeven wordt. Hoe anders zou de wereld, zou onze economie eruit zien, als we dat zouden geloven.

Een beetje meer begin ik te begrijpen dat er maar één werkelijkheid is en dat is God. God is alles. Buiten God is er niets. Je zou ook kunnen zeggen; alles is Heilig, alles wat leeft is heilig. Als God is, ben ik. Ik kan dat vooral ervaren als ik hier in mijn eentje in het bos loop, de hond uitlaat bijvoorbeeld of in de moestuin werk. Dan is het alsof ik woon in God. Ik kan dat bewustzijn dan een stukje toelaten net zo ver als mijn vat dat kan dragen. Want het is een hele grote waarheid die ik maar een beetje kan bevatten, maar alleen dat beetje al maakt me wel heel gelukkig en vervuld. Dan snap ik wat het betekent heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf. Want ook door die ander schept God zichzelf.

nieuwe bodem

IMG_0007
Niet voor niets heet deze site ‘De kracht van innerlijk werk’ met teksten over mijn innerlijk proces. Het is werkelijk het allerbelangrijkste in mijn leven. Het is mijn parel. Omdat ik ervaar dat in dit proces, dit transformatieproces, lood in goud wordt veranderd. Zo noemde de oude alchemisten dit proces. In mij wordt een nieuw bewustzijn geboren, een bewustzijn van eenheid, van heelheid. Dat geboren worden gaat met barensweeën gepaard. Alsof ik door een psychische, nauwe poort wordt geperst. Deze nauwe poort, deze bottleneck, heeft te maken met mijn meest kwetsbare plek. De plek waar ik in deze aardse aandachtslaag de liefde het meest gemist heb. Daar waar het dus ook het meeste pijn doet. Blijkbaar kan de geestelijke transformatie niet plaatsvinden zonder dat telkens weer deze kwetsbare plek wordt meegenomen in het liefdesproces van menswording.

En ook al noem ik dit innerlijke proces het belangrijkste in mijn leven, het kost me vaak de grootste moeite om dit proces centraal te stellen in mijn leven. De belangrijkste reden is volgens mij dat mijn systeem gericht is op het ontwijken van pijn. Ik probeer de pijn van mijn meest kwetsbare plek te verdoven. Al heel snel zijn dan andere, wereldse zaken belangrijker dan mijn innerlijk proces. Plan ik mijn agenda vol met vele zaken die ik belangrijker acht en ben ik alleen nog bezig met functionele zaken, met werk, met taken in mijn gezin. Of mijn aandacht vullen met het wereldse nieuws dat ik volg op mijn iPhone. Terwijl mijn innerlijk proces juist ruimte en mijn onverdeelde aandacht nodig heeft. Stilte. Vrij en niet bezet zijn om de liefde, die dit proces leidt, werkzaam te laten zijn. Dus eigenlijk betekent dit heel vaak ‘nee’ zeggen tegen allerlei krachten die mij willen bezetten. Dat nee zeggen vraagt oplettendheid, waakzaamheid, alertheid, wakkerheid. Zelfbewustzijn, dat bij mij met vallen en opstaan groeiende is.

In de laatste maanden van vorig jaar voelde ik me bijzonder in balans. Ik kon de heelheid ervaren op mijn manier, in mijn mate. Ik kon ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben en tegelijkertijd dat al het leven om mij heen dat ook is. Ik beschreef het in mijn dagboek als volgt, toen ik op een ochtend aan de rand van het riviertje de Leij mijn ochtendmeditatie deed. Omdat ik het goddelijke in mezelf herken, herken ik het in alles om me heen. God is mij. God is jou. God is dat water dat hier langs mijn voeten stroomt, de ganzen die daar vliegen door de lucht. Het gras dat groeit, de bomen, de wind, de zee, de zon, de sterren. God is in alles. Het bijzondere is dat in dit bewustzijn het woord God ook vervangen kan worden door ik. Ik ben jou. Ik ben het water dat hier langs mijn voeten stroomt, ik ben de ganzen die daar vliegen in de lucht, de wolken in de lucht etc. Verbondenheid kan ik meestal makkelijker ervaren in de natuur, maar een paar dagen later kon ik zelfs in een moment de liefde voelen voor de stroom mensen die uit het nieuwe centraal station in Tilburg kwamen lopen.

Ik was blij met deze balans en dacht stiekem; misschien is mijn lijden nu voorbij, kan ik altijd in deze balans zijn. Misschien werd ik lui en liet ik mijn discipline wat los, misschien had dit er helemaal niets mee te maken, maar langzaam kwamen er wolken aan de heldere hemel en voelde ik van binnenuit mijn angst, mijn bottleneck omhoog komen. Altijd is er wel een aanleiding, een ontmoeting die niet lekker loopt, iets op tv. dat me raakt. Na de kerstvakantie begon ik weer te werken en ik had mijn agenda veel te vol gepland. Ik was vergeten mezelf centraal te zetten in mijn week, in plaats van mijn werk.  Ik voelde me gestresst en schoot in een oud patroon van me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen om me heen. Het ruime bewustzijn dat ik een tijdje had maakte plaats voor het me benauwd voelen. Vooral het donker van de nacht, als ik niets moet en de ruimte heb om te voelen, bracht me bij mijn diepste patroon en meest kwetsbare punt. Zoals ieder mens dit onder zijn harnas van controle en beheersing heeft weggestopt. Het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde zo node heeft gemist in welke vorm dan ook en geen andere oplossing wist dan zich met patronen en valse overtuigingen te beschermen. Zo is voor mij mijn innerlijk proces telkens weer een therapeutisch proces van heling van mijn diepste afgescheidenheid.

Mijn valse overtuigingen zijn een cluster van negatieve emoties die als een kurk mijn geestelijke kanaal kan verstoppen. Als ik dit punt in mijn systeem kan toelaten, bijvoorbeeld als ik de rust en ruimte heb, de moed ook, om dit in mezelf te voelen of kan delen met iemand die ik mijn meest kwetsbare punt toevertrouw, kan de liefde erbij en kan deze wond in mij helen. Dit is het materiaal waar de liefde mee werkt. Ik ben de akker die door mijn lijden vruchtbaar wordt gemaakt om het bewustzijn van eenheid in geboren te laten worden. Blijkbaar moet ik telkens weer wennen aan het idee dat mijn innerlijk proces gepaard gaat met disbalans en dat het doel niet is om te streven naar de eeuwige balans. Een eeuwige balans zonder pijn natuurlijk. Het is al heel wat dat ik balans vind in mijn disbalans. En dat ik bij het avondeten plotseling wordt geraakt door het besef dat in mij iets leeft dat sterker is dan mijn angst voor de dood. Dat deze angst, de angst is van mijn ego om te sterven. En dat ik mag vertrouwen op deze nieuwe bodem, die langzaam in mij geboren wordt.

 

herfst

IMG_9740

Het is een prachtige herfst dit jaar. En hij duurt lang, omdat er nog weinig storm en strenge vorst is geweest, waardoor de blaadjes langzaam aan de bomen kleuren, loslaten en in dikke lagen hier in het bos de aarde bedekken. Maar ook in de stad, zag ik vandaag in Tilburg, waar het blad met een bladblazer wordt bijeen geblazen en in grote karren wordt weggevoerd naar een grote composthoop ergens aan de rand van de stad.

Het is herfst in de tuin rondom ons huis en in de moestuin van Pluk&Plenty. Als ik de hond uitlaat hier in het bos, voelt het alsof we in de herfst wonen. Het is een bijzonder jaargetijde, omdat er alles inzit. De oogsttijd, waarbij de bloemen van de plant vruchten zijn geworden, zoals de pompoen, courgette, tomaten, paprika, komkommer. Daarna vergaan de planten en vormen op die manier weer compost voor de planten van het volgend voorjaar. De vruchten dragen weer zaden in zich, de potentie voor het nieuwe leven. De natuur laat zien dat sterven en geboren worden hand in hand gaan, dat het leven zich in een cyclus ontvouwt. Zo is het in de natuur buiten ons, maar ook in onze binnenwereld.

Jammer dat we dit zo snel vergeten en verstrikt raken in de wereld die de mens als een soort harnas om zich heen heeft gebouwd. Het is de wereld van de zakelijkheid, de rationele benadering, de economie, waarbij winst maken en geld verdienen een doel op zich is geworden. Het is koud, zonder hart. Het is kunstmatig, zonder levengevend principe. Hier is geen sterven, maar ook geen leven. We zijn bang voor de dood, maar ook bang om te leven en passen ons als robots aan binnen het economisch kader, dat al even dominant is als vroeger de kerk, waartegen de generaties voor ons, zich zo hebben afgezet. Als wij zelf in dit kunstmatige, door mensen gefabriceerde systeem verstrikt raken, zijn we het voorbeeld van de natuur kwijt en spiegelen we ons aan een levenloze perfectie waartegen we het altijd afleggen. Zo vormt zich een structureel gevoel van minderwaardigheid, een leegte, een tekort dat volgens diezelfde economie alleen maar gevuld kan worden door te kopen, te consumeren. Zo zijn we zonder het ons bewust te zijn onderdeel geworden van de machine van het marktmechanisme, die in hoge mate ons gedrag bepaalt.

Het organische van de natuur, van het leven zelf, is zo mooi zichtbaar in de herfst, waar we vaak ook onze angsten tegenkomen, onze depressie, onze valse overtuigingen, onze minderwaardigheid, onze destructiviteit. Het is de tijd van aartsengel Michaël, die met zijn zwaard de draak verslaat. De draak die symbool staat voor de angsten, onzekerheden, het kwaad dat we in onszelf tegenkomen. Vaak weten we hier niet mee om te gaan, we hebben niet geleerd om deze gevoelens onderdeel te laten zijn van ons leven. Thich Nath Hanh, de boeddhistische zenleraar beschrijft het heel mooi; als je goed naar een bloem kijkt, naar de frisheid en schoonheid daarvan, zie je ook dat er compost in zit, die van organisch afval is gemaakt. De tuinman heeft dit afval vakkundig weten om te zetten in compost en met deze compost liet hij een bloem groeien. Bloemen en afval zijn allebei organisch van aard. Dus als je goed naar de aard van een bloem kijkt, zie je ook dat er compost en afval aanwezig zijn. De bloem wordt zelf ook weer afval. Maar maak je geen zorgen! Je bent een tuinman en je hebt de macht om afval te transformeren tot bloemen, vruchten of groenten. Je gooit niets weg, omdat je niet bang bent voor afval. Je handen zijn in staat om het om te zetten tot bloemen, sla of komkommers. Hetzelfde geldt voor je geluk en je verdriet. Verdriet, angst en depressie zijn allemaal een soort afval. Deze stukjes afval maken deel uit van het echte leven en we moeten goed kijken naar de aard daarvan. Je kunt leren om deze stukjes afval om te zetten in bloemen. Niet alleen je liefde is organisch, je haat is dat ook. Gooi dus niets weg. Het enige wat je hoeft te doen, is leren hoe je je afval kunt transformeren tot bloemen.

Het eerste wat we daarvoor moeten doen, is ons gevoel toelaten. Het gevoel van angst, van leegte, van depressie, dat we liever uit de weg gaan met al onze manieren die we hebben aangeleerd om dit nare gevoel te vermijden. Dat kan hard werken zijn, carrière maken, spullen kopen, het slechte gevoel weg eten, drinken, ons verliezen in een zoveelste verliefdheid. Totdat we zo met de rug tegen de muur staan, dat we niet anders meer kunnen dan om hulp vragen. Dat kan een vriend zijn, een hulpverlener, maar dat kan ook hulp vragen van binnen.

Ik merk zelf dat als ik mijn innerlijke angsten tegenkom, mijn depressie, dan hebben die te maken met wat ik noem mijn bottleneck, mijn basistrauma uit mijn verleden. Zoals ieder mens zo’n basistrauma heeft, waarin hij steeds vast komt te zitten, net zolang totdat alle kluwen zijn ontrafelt en er licht kan schijnen in de donkerte van de crack in ieder van ons (vrij naar Leonard Cohen). Hoe vaak kom ik deze niet tegen en telkens leer ik weer iets meer over mezelf, over hoe ik me toen als kind voelde in die situatie waar vanuit de buitenwereld, vanuit mijn directe omgeving geen liefde was, verwaarlozing. Niet bewust of expres, maar puur uit onwetendheid. Het is dan wonderlijk, als ik op deze plek in mezelf durf aanwezig te zijn, dat ik merk dat hier juist vanuit hoger hand liefde aanwezig was en nog steeds is. Daar waar mijn nood het grootst is, als ik daar niet hard voor wegloop, maar het toelaat, dan is de redding nabij.

Dat is de plaats en het moment dat ons gevraagd wordt om ons over te geven, onze controle, onze houvast los te laten en een stap te zetten in het onbekende. Het antwoord dat we krijgen is onverwacht, een antwoord precies op maat, wat we niet met ons hoofd kunnen bedenken. We voelen ons bevrijd, maar vallen na een tijdje onvermijdelijk weer terug in ons oude patroon, totdat we weer met de rug tegen dezelfde muur niet anders kunnen dan overgeven, buigen. En weer komt er een antwoord, intiem, persoonlijk, vanuit de liefdevolle werkelijkheid, die blijkt aan onze kant te staan, te vertrouwen is. Dit proces herhaalt zich telkens weer totdat er in onszelf een innerlijk centrum ontstaat, dat onze nieuwe basis wordt. Als land dat stukje bij beetje op de zee wordt veroverd. Een basis van waaruit we leven, maar ook telkens weer sterven, zodat ons afval getransformeerd wordt tot een vruchtbare bodem waar de bloem van onze essentie kan bloeien.

Ik ben zelf begin november jarig en dus echt een kind van de herfst, een kind van het transformeren van afval, de afval van mijn eigen depressie en innerlijke angsten. Deze herfst kom ik er weer opnieuw achter dat deze transformatie, dit menselijk vermogen om lood in goud te veranderen, de kern is van ons menselijk bestaan hier op aarde. Dit is wat wij volgens mij wezenlijk hebben toe te voegen aan het geheel. Het is een verschuiving van de identificatie met onze persoonlijkheid, die van de wereld is naar het identificeren met onszelf als van goddelijke oorsprong. In ieder van ons zit een stukje God en wij zijn de akker waarin God geboren wordt. En met ons lijden, dat ieder op zijn of haar eigen manier ervaart, wordt deze akker omgeploegd, bewerkt om vruchtbare grond te zijn voor de geboorte van dat stukje God. Dat diepe besef maakt me stil van binnen, dankbaar en gezegend. Het geeft mijn leven als mens zin en betekenis, het is de ervaring die mij gelukkig maakt.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com