Etty Hillesum

over vertrouwen, liefde en ontspanning

img_0123
Vanmorgen kwam het volgende zinnetje in me op: als ik God op de eerste plaats in mijn leven zet, betekent dat eigenlijk dat ik er op vertrouw dat het leven mij geeft wat ik nodig heb. Ik kan mijn controle en kramp loslaten van dat het leven moet gaan zoals ik dat wil. In die zin zou je kunnen stellen dat God een jaloerse god is, omdat hij wil dat we als mens hem op de eerste plaats zetten. Hij wil onze onverdeelde aandacht. Je zou ook kunnen zeggen dat je trouw bent aan je goddelijke oorsprong. Of aan je essentie of Hoger Bewustzijn. God is een beladen en besmet woord, maar ik heb wel besloten om me het woord God niet af te laten pakken, omdat het in de loop van de eeuwen door mensen is misbruikt, besmet, onzuiver gemaakt. Ik heb het hier niet over die uiterlijke, collectieve God van een godsdienst of religie, maar over de innerlijke God die de bron van mijn essentie is. Het is voor mij zoals Etty Hillesum het uitdrukt; ik kom telkens weer uit bij een en hetzelfde woord God. En dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Zet ik God niet op de eerste plaats in mijn leven, ontstaat er een gat. Ik raak afgescheiden van mijn goddelijke oorsprong. Dat is het gat. Een logische reactie op dat gat is dat ik naar buiten gericht raak en dat gat met allerlei zaken buiten mezelf probeer op te vullen. Dat kan werkelijk van alles zijn; spullen, relaties, ambities. Er ontstaat in feite een valse identiteit, die gebouwd is op dat opvullen van dat gat, wie ik ben in relatie tot wat ik heb, wat ik doe en de rollen die ik speel ten aanzien van mijn relaties. Terwijl wie ik werkelijk ben te maken heeft met mijn verbinding met God, mijn goddelijke oorsprong, mijn essentie, mijn Hoger Bewustzijn. Daar waar ik uit voortkom.

Als ik God, mijn relatie met mijn goddelijke oorsprong, op de eerste plaats zet, verandert dat ook iets ten aanzien van hoe ik naar andere mensen kijk, mijn relatie met andere mensen. Bv. met mijn vrouw Gebi. Vanuit mijn gat, mijn afgescheidenheid, die ik maar al te goed ken, heb ik de overtuiging dat zij mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Een eis waaraan zij nooit kan voldoen. En ik ook niet ten aanzien van de ander. Ik kan de ander niet de liefde geven die zij of hij heeft gemist. Ik kan dat gat van de ander niet opvullen. Toch is dat vaak de basis van veel relaties die we hebben. We zitten vaak onbewust vast in wat wel de reddersdriehoek wordt genoemd. We bewegen tussen drie rollen; die van de redder, het slachtoffer en de aanklager. Die rollen wisselen voortdurend, maar hebben als basis het vullen van het gat, dat ontstaat vanuit het afgescheiden zijn van onze goddelijke oorsprong, onze essentie. Op deze manier zetten we een grote druk op de verwachtingen die we hebben van de liefde voor elkaar. Verwachtingen die eigenlijk niemand kan waarmaken en de basis zijn voor de breuk in vele relaties. Waarna we vaak weer een nieuwe relatie beginnen vanuit hetzelfde patroon.

Als we God op de eerste plaats zetten of ons gat laten vullen door de onvoorwaardelijke liefde die er vanuit het Hoger Bewustzijn voor ons is en tegelijkertijd snappen dat er van ieder mens op deze manier wordt gehouden, dan ontslaan we ons van de hoge verwachtingen en eisen die we hebben over de liefde voor elkaar. Als ik weet dat de ander wordt liefgehad van binnenuit, hoef ik die ander die liefde niet te geven. Dan kan ik ontspannen, de ander en mezelf vrij laten en van de ander houden, omdat ik weet dat hij of zij vanuit zijn of haar essentie wordt liefgehad. Khalil Gibran verwoordt dat prachtig. Al zijt gij samen, laat er ruimte tussen u bestaan. En laat de winden van het luchtruim tussen u dansen. Hebt elkander lief, maar maakt de liefde niet tot een verplichting. Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van u beider ziel. Vult elkanders beker, maar drinkt niet uit een en dezelfde bokaal. Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood. Zingt en danst samen, maakt het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij, zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek. Geeft uw hart, maar geeft het niet bij elkaar in bewaring, want alleen de hand des levens kan u beider hart bevatten. Sta bij elkander, maar niet te dicht opeen, immers de zuilen van de tempel staan op zichzelf. En de eikenboom en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.

Zo is het ook met de mensen die ik begeleid. Als ik weet dat er van die ander wordt gehouden, zoals ook van mij wordt gehouden, er hulp voor die ander is, dan hoef ik met niet verantwoordelijk te voelen voor het wel en wee van de ander. Dan kan ik ontspannen en mezelf ontslaan van de hoge eisen die ik mezelf opleg in het helpen van andere mensen. Dat kan een hele klus zijn, omdat het in mijn systeem zit ingebakken, dat ik me verantwoordelijk voel voor de ander, zoals ik me dat voelde voor mijn ouders vroeger, met name mijn vader, die zeer emotioneel was en wisselend in zijn gemoed. Ik deed dat omdat ik van hem hield, maar het was vanuit onwetendheid. Een hardnekkig patroon, dat ik nu mag leren loslaten, omdat ik nu weet dat er van binnenuit van ieder mens wordt gehouden, zoals er ook van mij wordt gehouden.

heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf

IMG_0950
Ik kom altijd weer uit bij een en hetzelfde woord; God, en dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen (Etty Hillesum).

Deze week begreep ik weer wat beter wat het liefdesgebod van Jezus betekent. Heb God lief boven alles en houd van de ander, zoals van jezelf. Eigenlijk zit hier alles in.

Dit jaar leer ik heel veel van mijn leervraag, die ik ieder jaar van september tot september, inzet. Deze leervraag, dit thema luidt dit jaar; de kracht, die op mezelf gericht is. Ik kwam hierop, omdat ik me vorig jaar voorzichtig bewust werd van een kracht in me, die onvoorwaardelijk in mij aanwezig is en die ik beter wilde leren kennen. En niet zoals ik gewend ben vanuit mijn ego-systeem een naar buitengerichte kracht, die bezig is mijn eigen pijn, mijn eigen gat te vullen met afleidingen, eten, de zorg en verantwoordelijkheid voor anderen. Dat gat vullen is vaak de bezigheid waar ik bewust en onbewust heel vaak mee bezig ben. Bijvoorbeeld, kwam ik laatst achter, dat ik eigenlijk meer succes in de wereld wil, omdat ik dan denk dat mensen meer van me houden. In dat gat, mijn bottleneck zit nl. de overtuiging dat ik niet ben om van te houden. Een conclusie, die ik getrokken heb nav. het gezin waarin ik geboren ben.

Pas gebeurde er iets schokkends. Ik was aan het vergaderen met een 4-tal hulpverleners ten behoeve van een van mijn klanten en in de vergadering gebeurde opeens hetzelfde als in mijn gezin vroeger. Een van de hulpverleners nam, net als mijn vader vroeger, enorm veel ruimte in. Ze profileerde zich op zo’n manier, dat ik me helemaal aan de buitenkant gedrukt voelde. Terwijl de andere het eigenlijk wel prima vonden, want met haar dominantie vulde ze het gat dat de andere lieten liggen. Ze vonden elkaar in een onuitgesproken contract en ik stond daar buiten. Net zoals vroeger, waar mijn vader dominant was en mijn moeder zich aanpaste. Bijzonder pijnlijk, maar als kind kon ik dat niet toelaten en had allerlei manieren ontwikkeld om dit nare gevoel te ontwijken. Ik kon het nu, in tegenstelling tot vroeger, wel voelen en voelde me beklemd, uitgesloten, benauwd, klein, minderwaardig.

Het is de eerste stap in verandering, nl. het gat dat in ieder mens geslagen is, te kunnen voelen, beetje bij beetje, net zoveel als het vat van bewustzijn kan dragen. Ik denk dat het gat nooit verdwijnt, maar wel dat ik het gat niet meer hoef te ontwijken, te vullen met oneigenlijke dingen, maar langzaam toe te laten. Er ik tegen zeg, er verantwoordelijkheid voor neem, toelaat zoals het is en van binnenuit om hulp, om antwoord vraag. Want dat is eigenlijk het wonder, dat van binnen er een antwoord op deze pijn, dit gat, aanwezig is. Dat antwoord was er altijd al, maar doordat mijn bewustzijn groeit, kan ik het nu langzaam, beetje bij beetje toelaten. Zo wordt er van binnenuit iets geheeld en wordt in mij een nieuw bewustzijn geboren.

Dat nieuwe bewustzijn krijgt in mij beetje bij beetje meer ruimte. Bijvoorbeeld met het inzicht een aantal maanden geleden dat ik van goddelijke oorsprong ben. Ik vroeg me namelijk af; waar komt dan dit bewustzijn, dat in mij geboren wordt, vandaan? En het antwoord dat ik van binnen kreeg was: God. Dat raakte me diep en even kon ik ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben. En van daaruit dat alles om me heen van goddelijke oorsprong is. En ik dus één ben met alles om me heen. Deze week werd dit inzicht nog iets groter door het lezen in het boek van Baird Spalding; Meesters uit het verre Oosten. Hij beschrijft hierin vanuit zijn 3 jaar lange ervaring met verlicht volk dat in de Himalaya woont, de relatie tussen God en de mens. En plots kon ik even in mezelf ervaren dat God en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat God door de mens zichzelf schept. Dus dat wij in feite de manifestatie van God zijn. Misschien had ik dat wel eens eerder gelezen, maar ik had dit nog niet zo sterk ervaren en voelde de onmetelijke liefde die God voor mij als mens, voor ons als mensen heeft. God schept ons mensen, God schept mij vanuit een niet te bevatten grote liefde. En ik kon die liefde nu een stukje toelaten. Wow, dacht ik, wat een fantastisch antwoord op mijn gat, mijn bottleneck, mijn valse overtuiging die ik getrokken heb vanuit de situatie in mijn gezin dat ik niet ben om van te houden.

Wat een wereld kun je toch opbouwen vanuit een verkeerd getrokken conclusie, waar je je hele leven in kunt blijven geloven. Dat doen we individueel, maar ook collectief. Onze hele economie bijvoorbeeld is opgebouwd vanuit de foute, beperkte conclusie van een tekort, dat er in principe een tekort is aan middelen om al onze behoeftes te bevredigen. Dit is echt een grote dwaling. Als we namelijk in contact zijn met onze essentie of goddelijke oorsprong of hoe je dat ook wilt noemen, dan wordt ieder verlangen vervult. Dat is een wetmatigheid. Dan wordt verlangen scheppen. We zijn het geloof daarin wellicht verloren, sterker nog; we zijn gaan geloven dat het tegendeel waar is. We zijn afgescheiden geraakt van onze oorsprong en zijn van daaruit gaan geloven dat er een fundamenteel tekort is. Dat geluk of liefde of wat dan ook voor ons niet is weggelegd. Dat het leven ons niet goed gezind is, niet te vertrouwen is, bedreigend is waartegen we ons dienen te beschermen. We gaan dan zoeken en grijpen naar dingen buiten onszelf, een hele economie is daarop gebaseerd. Door deze verkeerde conclusies worden miljarden verdiend en daarom ook in stand gehouden. Het is een wereld die afgescheiden is van de essentiële werkelijkheid, waarin als we hiermee verbonden zijn geluk en liefde ons erfrecht is, omdat het ons van binnenuit gegeven wordt. Hoe anders zou de wereld, zou onze economie eruit zien, als we dat zouden geloven.

Een beetje meer begin ik te begrijpen dat er maar één werkelijkheid is en dat is God. God is alles. Buiten God is er niets. Je zou ook kunnen zeggen; alles is Heilig, alles wat leeft is heilig. Als God is, ben ik. Ik kan dat vooral ervaren als ik hier in mijn eentje in het bos loop, de hond uitlaat bijvoorbeeld of in de moestuin werk. Dan is het alsof ik woon in God. Ik kan dat bewustzijn dan een stukje toelaten net zo ver als mijn vat dat kan dragen. Want het is een hele grote waarheid die ik maar een beetje kan bevatten, maar alleen dat beetje al maakt me wel heel gelukkig en vervuld. Dan snap ik wat het betekent heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf. Want ook door die ander schept God zichzelf.

compassie is beste antwoord op geweld

IMG_0248

Hoe afschuwelijk de beelden ook waren van de aanslagen in Brussel afgelopen dinsdag, de reacties daarna van met name politici lijken na een zelfde soort gebeurtenissen in Parijs en Turkije (de meeste recente) een herhaling, een ritueel bijna. De woorden, hoe mooi ook, lijken in de meeste gevallen bijna emotieloos, zonder gevoel. Het hart van de democratie is geraakt, het hart van de vrije wereld. Onze gedachtes gaan uit naar de nabestaanden. Alsof onze slachtoffers meer waard zijn dan de slachtoffers die wij maken in de landen waar de terroristen vandaan komen. We zijn in oorlog. Nog zo’n uitspraak vanuit het principe van oog om oog, tand om tand. Geweld als antwoord op geweld, wat de pijn alleen maar groter maakt. Zijn we niet al in oorlog vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw, toen we vanuit het Westen het nodig vond Irak binnen te vallen? Wie denkt dat de Islam de oorzaak is van al deze ellende, kijkt niet verder dan zijn neus lang is. Natuurlijk, de Islam wordt gebruikt om een uitweg te vinden voor individuele pijn, voor gevoelens van minderwaardigheid en onderdrukking, maar is niet de oorzaak. Dierbaren sneuvelen aan beide kanten en wat is er erger dan op een wrede manier te verliezen wat je het meest dierbaar is. De pijn is onverdraaglijk en roept woede op, haat. Voor de ene wordt deze pijn de fundamentalistische bodem voor een nieuwe aanslag. Voor de ander de reden om een meters hoge muur te bouwen rond het fort van onze Westerse welvaart, die ten koste van alles overeind moet blijven. Die kapitalistische economie waar we allen zo afhankelijk van zijn, is namelijk onze hedendaagse religie.

Het is dat wat het meest wanhopig maakt, namelijk dat het principe van oog om oog, tand om tand niet werkt, niet de oplossing biedt. We lijken gevangen te zitten in een neerwaartse spiraal van oorzaak en gevolg. Maar wat is nu ten diepste de kern van dit geweld dat wij als mensen elkaar aan doen, nu op dit moment, maar in feite al eeuwen lang. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, dat wij als mensen elkaar uitmoorden? Met wat voor reden? Macht? Of beter: ons idee van macht. En misschien is er wel iets mis met ons idee van macht waarmee we in staat zijn om een ander mens te vermoorden, een ander volk uit te roeien. Het foute aan ons idee van macht is dat wij denken dat we macht kunnen verkrijgen door onszelf los te maken van onze omgeving, het leven, onze medemens. Als we eerlijk zijn en kijken naar ons zelf heeft in ieder van ons het idee post gevat dat we beter zijn dan het leven zelf, beter zijn dan de natuur bv. die in dat zelfde idee barbaars is, gewelddadig. Kijk maar, hoe het ene dier het andere dier opeet, zeggen we dan. Nee, wij als mensen zijn beschaafd, zijn beter, zijn ontwikkeld. Met dat narcistische idee plaatsen we onszelf boven de natuur, boven het leven zelf. Boven de andere mens, die in onze ogen anders is dan wij zelf, die andere gewoontes heeft, anders eet, anders praat, er anders uitziet. En voordat we het weten, is die ander een bedreiging, die dient bestreden te worden. Hoe destructief dus dit verkeerde idee van macht ook is, we laten het niet los. We blijven hardnekkig vasthouden aan dit verkeerde idee, ook al brengt het ons tot de afgrond.

De oplossing ligt niet in het verlengde van dit verkeerde idee van macht, dat de oorzaak is van alle ellende. De oplossing ligt in de potentie die in ieder mens als een zaadje aanwezig is en wacht om tot groei te komen. De potentie namelijk om lief te hebben en niet alleen de mensen die aan onze kant staan, die op ons lijken. Maar ook de mensen die anders zijn, ja, zelfs de mensen die ons de grootste pijn aan doen. Heb je vijanden lief is het tegenovergestelde van oog om oog, tand om tand. Compassie. Het is het moeilijkste wat er is, zeker als je in de pijn bent van onrecht dat je is aangedaan. Maar toch is het de enige oplossing. Compassie namelijk gaat uit van de werkelijkheid dat we allen een zijn, dat wij als mensen een zijn. En niet afgescheiden, de een beter dan de ander. De een rijker dan de ander. De een mooier dan de ander. De een blanker dan de ander. We moeten die compassie in onszelf opgraven, zoals Nelson Mandela, Etty Hillesum. Jezus. Wij geloven echter zo sterk in het beeld van dualiteit, van de afgescheidenheid, dat we bijna niet geloven dat er nog een andere werkelijkheid is. De werkelijkheid van eenheid. Die werkelijkheid begint van binnen, bij het toelaten van de pijn die ieder van ons is aangedaan door een onvermijdelijk moment van liefdeloosheid. Van onwetendheid. Dat is namelijk het wonder, dat als we de pijn in onszelf toelaten en niet weer uitleven vanuit het principe van oog om oog tand om tand, dan komt er een antwoord vanuit die diepere werkelijkheid van eenheid, van liefde. Er is veel ongelijkwaardigheid in deze wereld vanuit ons verkeerde idee van macht. Maar het goede nieuws is dat we dat kunnen doorbreken omdat er een nieuw idee, een nieuwe werkelijkheid verborgen zit in ieder van ons. En die is dichterbij dan we denken!

het zaadje heeft het donker nodig om te groeien

IMG_5485
Vorige week plantte ik peulen en kapucijners in de moestuin van Pluk&Plenty. Toen ik de kleine zaadjes in de grond stopte, besefte ik, zoals ieder voorjaar, dat groei altijd begint in het donker. Dat geldt voor planten, die eetbare vruchten voortbrengen, maar ook voor mensen. Dit is een wetmatigheid in de natuur, waar wij als mens onderdeel van uitmaken. Toch vermijden of onderdrukken we vaak met alle macht het donker, dat deel in onszelf dat we liever niet willen zien. Terwijl het zo is dat net als bij planten, daar in het donker ons eigen groeizaadje zit. De kunst is nu om met onze aandacht, het licht van onze aandacht naar binnen te gaan om dat zaadje te vinden, aan te raken, waardoor op dat punt onze innerlijke groei begint. Pas daar, op dat essentiële punt, vinden we het geluk en de liefde die we nodig hebben. Deze liefde is onvoorwaardelijk, want we worden lief gehad op het punt waar we zelf het grootste oordeel over hebben. Daar waar ik me schuldig, slecht, minderwaardig, lelijk of noem maar op, voel. Die overtuiging, die vaak diep in ons onderbewustzijn zit verborgen, kan massief zijn. Het kost veel moeite, veel innerlijk werk om deze massieve blokkade te verzachten, zodat de rivier die hier in zijn stroom is geblokkeerd, verder te laten stromen. Het kost veel moeite, omdat donker pijn doet en vaak zo lastig is om te voelen.

Deze innerlijke weg, dit proces van verzachting en overgave van binnen is een heilige weg. Heilig, omdat het een intiem samenspel is tussen ieder van ons en de liefde om ons heen. Mystici zoals Rumi, Hadewijch, Etty Hillesum, maar ook de schrijver van de psalmen in de bijbel spreken over dit samenspel, deze overgave aan de liefde, de relatie met de liefde. Veel hedendaagse liefdesliedjes kun je ook projecteren op deze innerlijke relatie. Afgelopen donderdag was ik met mijn broer en moeder (tgv. haar 70e verjaardag) bij Soldaat van Oranje, de musical. Er kwam een liefdesliedje in voor; Mijn weg naar jou.

‘k Heb nooit op ‘n liefde met jou durven hopen
Maar het toeval heeft anders beslist
Ik heb jou een heel leven gemist
Want ik was al op weg naar jou
Ik ben altijd op weg naar jou
Zolang ik adem en leef
Vouw ik mijn zwervende hart om je heen.

Het is het punt in onszelf waar licht en donker samenkomt, waar licht geen oordeel heeft over het donker, waar licht het donker doet smelten. Dit liefdespunt in onszelf is niet alleen voorbehouden aan mensen die wij mystici noemen. Ieder van ons kan op zoek naar dit punt en een relatie opbouwen met zijn of haar geestelijk deel. Dit punt wordt in mij langzaam ontdekt, beetje bij beetje wordt iedere donkere plek in mij aangeraakt. Tot al het donker in mij is opgelost? Of is dit weggelegd voor de laatste overgave tijdens mijn sterven?

We geloven vaak dat jij, en dan bedoel ik die andere, sterfelijke mens, mij de liefde geeft die ik nodig heb. Zonder jou kan ik niet leven. Het is de kern van onze verslaving aan van alles en nog wat buiten ons. Een partner, een guru, auto, werk, televisie, spullen etc. Mijn leegte wordt opgevuld, tijdelijk, want al snel heb ik het volgende nodig. Deze leegte kan alleen werkelijk worden opgevuld door de intieme, geestelijke liefde, waarvan alle materie is doordrenkt, inclusief ikzelf.

Maria Hillen schrijft in haar boekje over Jezus, Een daad van liefde; Altijd staat voorop dat de mens de heelheid (liefde, geluk TR) zoekt. En de heelheid in zichzelf moet leren vinden. Te veel is de mens afhankelijk en legt hij zijn heelwording bij de ander neer. Ik zeg jullie: Nooit, nooit mag je jouw heel-zijn koppelen aan de ander. Nooit mag je verwachten dat jouw heel-zijn jou door de ander gegeven kan worden. Wel is het zo dat als mensen in gelijkwaardigheid naar elkaar toe gaan en er in gelijkwaardigheid een uitwisseling plaatsvindt, de mens tot heelheid komt.

Alleen; durf ik deze liefde toe te laten, in mezelf op te nemen, in en uit te ademen? Ja, beetje bij beetje, niet helemaal, te verkrampt dat ik ben. Maar mijn verlangen is groot en ligt als een zaadje in mij verborgen en groeit met de juiste omstandigheden, de juiste voeding, naar het licht toe.

Jezus zegt dat het zaadje eerst moet sterven om vrucht te dragen. Ik denk dat dit betekent dat het geen zin heeft om in de illusie van geluk, schoonheid (plastisch chirurgie), vrijheid, onafhankelijkheid te blijven geloven als je dit ook niet met huid en haar leeft. Anders blijft het een beeld vol potentie, maar het blijft een beeld, buitenkant, heel mooi wellicht, maar niet levensvatbaar. Alsof het zaadje blijft dromen van de prachtige plant die hij in zich heeft. Maar het zaadje zal toch echt eerst in het donker gepland moeten worden, om vanuit die donkere plek de kracht te ontwikkelen om naar boven, naar het licht te groeien. Met de zwaartekracht als tegenkracht, die ook altijd nodig is om te groeien. De noodzakelijke tegenkracht die zich uitdrukt in alles dat zich verzet tegen onze individuele groei of dit nu mensen zijn of instanties. Houd moed, durf deze weg te gaan, zou ik zeggen. Zoek medereizigers op deze ontdekkingstocht naar binnen!

Het lijkt namelijk een tijd te zijn dat het ook collectief nodig is dat individuen de weg naar binnen durven gaan. Om onze gehechtheid met het materiële los te laten en ons meer te identificeren met ons geestelijk deel. Om het punt in onszelf te vinden waar licht en donker bij elkaar komen, waar de persoonlijkheid en essentie elkaar ontmoeten. Het is het punt waar onze autonomie, onze zelfbeschikking, onafhankelijkheid en keuzevrijheid begint. Deze begint van binnen, in ieder van ons als individu. Van daaruit wordt een nieuwe mens geboren en vanuit die mens een nieuwe samenleving. Een samenleving die een vruchtbare bodem vormt voor mensen om te groeien vanuit de enorme, geestelijke potentie die ieder in zich heeft. Als verlangen en liefde samenwerken is er heel veel mogelijk, zoveel als een enorme plant of boom die ontstaat uit een piep klein zaadje zoals een tomatenzaadje, waarvan er tientallen in een tomaat zitten.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com