essentie

de weg van het individu


In de zomervakantie gingen wij met ons gezin naar Berlijn, dat een indrukwekkende geschiedenis kent. Deze geschiedenis loopt als de jaarringen van een boom duidelijk zichtbaar door heel de stad. Na ruim een decennium onder het regime van het Nationaal Socialisme van Adolf Hitler geleefd te hebben, kwam de bevolking van Oost-Duitsland onder het juk van het communisme van de toenmalige Sovjet Unie (USSR) terecht. Je zou wellicht kunnen denken dat zo’n 2e dictatoriaal regime niet zou worden geaccepteerd na al het leed dat is geleden. Opvallender nog is dat uit een onderzoek is gebleken dat na de val van de muur en de eenwording van Duitsland, 20% van de voormalige Ossies terugverlangen naar de tijd voor 9 november 1989, het moment van de val van de muur.

Het bezoek aan Berlijn bracht me bij de vraag hoe het toch komt dat mensen binnen een systeem zo makkelijk te beïnvloeden, ja, zelfs te onderwerpen zijn. En wat voor de voormalige DDR geldt, geldt dit ook voor ons, mensen in het zogenaamde Vrije Westen? Zijn wij als collectief vrijer of verder ontwikkeld als individu? Vrijer of verder dan mensen nu in Noord-Korea bijvoorbeeld of in China, waar iedere beweging die je maakt door camera’s wordt bekeken en het menselijk gedrag met een uitgekiend beloningsysteem wordt gestuurd. En welke plek heeft het individu in een collectief systeem?

Om die vraag te beantwoorden is het belangrijk stil te staan bij de vraag hoe we ons de ontwikkeling, de groei als mens voorstellen. Als ik zelf stil sta bij deze vraag en terugkijk naar mijn eigen ontwikkeling als mens en mijn reflecties daarop, komt het volgende beeld in me op. De mens ontwikkelt zich eigenlijk als een soort twee-traps raket. In eerste instantie ontwikkelt de mens zich na zijn fysieke geboorte binnen de omstandigheden, de omgeving waarin hij opgroeit, dus binnen de wetmatigheden van het collectief. Dat kan dus in een Westers land zijn, zoals Nederland, maar dat kan ook binnen een ander politiek collectief zijn, zoals Rusland of China. Het principe is hetzelfde. Het eigen gezin waarin men opgroeit is hier natuurlijk ook van essentieel belang. Het is allemaal compost voor de individuele groei van deze specifieke, unieke mens. Deze groei, deze ontwikkeling heeft echter een bepaalde grens. De grens namelijk van het collectief, de gezamenlijke afspraken en regels die door de betreffende gemeenschap of binnen het gezin zijn gemaakt.

Een volgende belangrijke vraag is dan wat wij eigenlijk onder het woord individu verstaan. Wij in de Westerse, vrije wereld gebruiken dat woord heel makkelijk. We vinden dat wij vrij zijn vanuit het idee dat het individu de ruimte heeft zich te ontwikkelen naar zijn of haar eigen wensen. Wij zetten ons daarmee af tegenover andere systemen, zoals de communistisch samenlevingsvormen van Rusland en China, maar ook de Islam. Wij vinden ons vrijer, beter, verder ontwikkeld dan anderen, die onder ontwikkeld zijn, achterlijk zelfs. Toch is dit naar mijn mening een misleidend beeld. Waarom? Omdat wij op deze manier van naar het individu kijken, ons nog steeds bewegen binnen de grenzen van het collectief. Wij vinden onze individualiteit een grote verworvenheid en propaganderen dit, zolang wij maar binnen de lijntjes kleuren! Deze individualiteit waar wij zo trots op zijn, is eigenlijk een product van ons kapitalistisch systeem, waarbij de individualiteit in hoge mate wordt bepaald door wat wij kopen. De kapitalistische economie is ons kader. In ons collectief zijn we eigenlijk allemaal hetzelfde, maar van buiten zit er een mooi individualistisch jasje omheen. Inclusief onze democratische verworvenheid dat je eens in de 4 jaar op verschillende politieke partijen kunt stemmen, die binnen het kader van de kapitalistische economie blijft. Zich daar zelfs vaak door laat bepalen. Dit is een schijn-individualiteit, die uiteindelijk het kapitalistische collectief en zijn god het geld dient. Eigenlijk net als in Rusland, net als in de Islam, alleen is de grens van het individu daar meer zichtbaar, minder verborgen en verhuld. Het is voor ons moeilijk te verdragen om in te zien dat onze vrijheid relatief is en dezelfde betekenis heeft dan de vrijheid in een land als Rusland of China. Wij zijn daarin niet verder, vrijer of beter. Het heeft alleen een andere vorm, een ander gezicht.

Om daar nog even op door te gaan. In mijn visie is dat bijna alles wat wij lezen in kranten, in tijdschriften, maar ook alles wat zich ontwikkelt binnen onze wetenschap, zich binnen het kader bevindt van ons collectief systeem. Of anders gezegd binnen het bewustzijnskader van onze collectieve werkelijkheid. Binnen dit bewustzijnskader is het bijvoorbeeld heel logisch dat wij het van het allergrootste belang vinden dat we een oplossing moeten gaan zoeken voor het geval als we als mensheid niet kunnen overleven op onze Aarde. Daarom zijn we op dit moment grote inspanningen aan het leveren om ons voor te bereiden op een reis naar Mars en de mogelijkheid te onderzoeken of we ons daar als mens kunnen gaan vestigen. Wij zien dat als een enorme stap, een ontwikkelingsstap van onze mensheid, maar in mijn visie is het een stap binnen hetzelfde materiële bewustzijnskader, een mechanische stap. Het lijkt out of the box, maar is het niet.

Onze grootste, ware ontwikkelingsstap als mens zit hem niet in het ontwikkelen van een reis naar Mars, maar in de stap die het individu kan zetten op het moment dat hij de grens van het collectief heeft bereikt. Daar zit ons allergrootste potentieel. Ik had het over de twee-traps raket, waarbij de eerste trap de groei is tot de grens van het collectief. Hierbij zou je kunnen zeggen dat dit de vorming is van de persoonlijkheid van de mens, die als een schil, als een harnas aanwezig is om de kern, om de essentie die van binnen als een parel verborgen zit in ieder mens. Als dus de menselijke groei de grens van het collectief heeft bereikt, is de belangrijke vraag of er nog iets merkbaar of voelbaar is van deze essentie binnen de persoonlijkheid. Of is deze mens in zijn groei binnen het collectief zo geïdentificeerd geraakt met zijn persoonlijkheid dat hij zijn essentie helemaal is vergeten? Deze afgescheidenheid van onze essentie is precies het gevoel van verlorenheid en leegte dat iemand kan ervaren. Hier ligt voor ieder mens de keuze; of je verdooft dit gevoel van verlorenheid en leegte met van alles en nog wat of je staat jezelf toe dit te voelen, ook al is dit in eerste instantie niet fijn. Komen we onze pijn en gemis tegen. Bijna altijd is een crisismoment nodig om de schil of harnas van onze persoonlijkheid te doorbreken en weer contact te krijgen met onze kern, onze essentie. Dat kan het verlies zijn van een dierbare medemens, maar ook een burn-out, een ernstige ziekte. Dit alles vraagt om met onze aandacht naar binnen te gaan, om weer contact te maken met onze essentie. Daar vinden we een antwoord, richting, hulp. Dit is de tweede trap van de tweetraps raket van onze menselijke groei. Hier groeit het individu verder voorbij de grenzen van het collectief. Dat is kwetsbaar en krachtig tegelijk. Precies zoals het plantje in de lente boven de grond komt. Het kuikentje dat uit het ei wordt geboren.

Het bijzondere is dat er in onze tijd vele films zijn gemaakt om de kracht van het individu ten opzichte van het collectief zichtbaar te maken, wat duidt op een bewust, onbewust weten aanwezig van de potentiële stap die het individu kan maken. Twee van de bekendste films gaan hierover; Star Wars (Luc Skywalker) en Lord of the rings (Bilbo). Maar ook films zoals over het leven van Sophie Scholl, maar ook Billy Elliot, die zijn individuele verlangen volgt, dat haaks staat op wat zijn omgeving van hem verwacht.  Het mooie is dat je in de individuele hoofdrolspelers van deze films de kwaliteit zien die vanuit de essentie van dit individu wordt vertegenwoordigd. Bij Bilbo Ballings is het de zuiverheid van het hart, dat tegen de duistere verleiding van de ring bestand is. Bij Billy Elliot is het de kracht van het verlangen, de kracht van de eigen passie, die anders is dan wat in zijn omgeving van een jongen wordt verwacht. Bij Sophie Scholl is het luisteren naar de waarheid, het gaan staan voor die waarheid tegenover de leugen van het regime van Hilter. En trouw, trouw zijn aan die waarheid. Zuiverheid, verlangen, staan voor de waarheid, trouw. Dit zijn allemaal kwaliteiten van de essentie die in ieder mens aanwezig zijn en zich kunnen manifesteren.

Films of hedendaagse helden (Nelson Mandela) kunnen hierin voorbeelden zijn, maar voor ieder mens in zijn eigen situatie dient zich het moment aan dat hij of zij zich als individu dient te verhouden tot het collectief. En hierin het verschil kan maken. Bij mij was dat toen ik jaren geleden een uitkering had en het mij niet lukte om binnen het reguliere, collectieve kader te werken. Dat voelde voor mij als maatschappelijk werker te benauwend. Ik had wel een droom om mijn eigen werk vorm te geven door een eigen stichting op te zetten en activiteiten mogelijk te maken voor uitkeringsgerechtigden, die pasten bij hun talent of passie. Met hart en ziel, zo heette ook de stichting, die ik in 1997 oprichtte. Maar ik moest daarvoor wel naar mijn consulent van Sociale Zaken en me kwetsbaar maken door mijn droom te vertellen. Ik trof de goede persoon in deze man, die me een jaar de tijd gaf om met mijn initiatief mijn eigen baan te scheppen, hetgeen uiteindelijk lukte. Zo heeft ieder hierin zijn eigen voorbeeld om zich als individu te verhouden tot het collectief, tot zijn gezin, tot welke situatie ook waarin hij of zij zich gevangen voelt zitten.

De groei van het individu buiten de kaders van het collectief is een ware aardverschuiving ten opzichte van de eerdere groei binnen het collectief. In de ontwikkeling binnen het collectief staat, ook al is er sprake van een individuele groei, het collectief en de regels van het collectief centraal. Dat betekent ook dat de liefde binnen deze ontwikkeling voorwaardelijk is. Het gaat niet om jou, het gaat om jou binnen een bepaald kader, altijd binnen een bepaald kader. Wij zijn dan ook gewend geraakt om de liefde buiten onszelf te zoeken en ons te richten op wat anderen van ons verwachten. Voor wat, hoort wat. Als wij de grens van onze groei binnen het collectief hebben bereikt en wij door een crisismoment ons genoodzaakt voelen om ons naar binnen te keren, ontdekken we dat er een liefde mogelijk is, die onvoorwaardelijk is. Hier komen we thuis, voelen we ons volledig gezien, staat niemand of niets anders dan wijzelf, dan ikzelf centraal! Is dit dan niet egoïstisch, vraagt ons denken vanuit dat oude bewustzijnskader zich af? Nee, juist niet, want zoals ik van binnenuit wordt liefgehad, zo wordt ieder mens liefgehad. En vanuit die onvoorwaardelijke liefde voel ik me juist op een nieuwe manier verbonden met het geheel.

Deze onvoorwaardelijke liefde wordt de nieuwe basis van onze verdere groei als individu. Hiermee verandert ons bewustzijn. In feite zou je kunnen zeggen dat hier een nieuw bewustzijn wordt geboren. Een meer geestelijk bewustzijn. En dit is gaande. Dit is gaande in talloze individuen hier op Aarde, op dit moment. En deze individuen vormen weer cellen met gelijkgestemden, die elkaar in hun groei ondersteunen. Deze individuen voeren geen oorlog, voeren geen oorlog met een ander collectief, een ander mens, de natuur. Veroveren niets dat ten koste gaat van iets anders. Zij zijn zich bewust dat er onder de oppervlakte van de collectieve wetmatigheden, het collectieve krachtenveld, een nieuw bewustzijn wordt geboren. Een bewustzijn dat vriendelijk is voor alles dat leeft, dat een is met alles dat leeft. Dat leeft, zich ontvouwt, zich in talloze vormen manifesteert, eindeloos. Dat is mijn innerlijk werk. Dat ik zwanger ben van dat nieuwe bewustzijn en dat in mij wordt geboren. Dat ervaar ik als mijn belangrijkste taak als mens. Dat mijn oude bewustzijn sterft en ik van binnenuit wordt hervormd, omgevormd tot een nieuwe mens. De mens zoals ik bedoeld ben. Die leeft naar zijn essentie.

De volgende stap in de evolutie

Het nieuwe boek van Dan Brown, Oorsprong, inspireert me om bij mezelf weer eens na te denken over wat voor mij nu de kern is van wie we eigenlijk als mens zijn. Wie ben ik? Een vraag die ik me al stelde toen ik op de middelbare school zat en tijdens de lessen boeken las van onder andere Oespensky en Herman Hesse.

Een van de hoofdrolspelers in het boek van Dan Brown, Edmond Kirsch ontwikkelt een vorm van kunstmatige intelligentie, die gebaseerd is op onze hedendaagse ontwikkeling, maar gaat daarin een aantal stappen verder. Zo ver dat hij aan de hand van een computerprogramma in staat is om de vragen te beantwoorden; waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Vragen die de mensheid al eeuwenlang bezig houdt. Eigenlijk komt zijn antwoord er op neer dat we als mens niet zonder deze door de mens ontwikkelde kunstmatige intelligentie kunnen, sterker nog, dat we zonder deze ontwikkeling zouden uitsterven. De nieuwe mens is in de ogen van Kirsch een onvermijdelijke, door de evolutie bepaalde symbiose tussen de mens en deze kunstmatige intelligentie.

Het is een populair, hedendaags idee dat we machines aan het ontwikkelen zijn die beter en zuiverder kunnen denken dan wij zelf. En dat dit een onvermijdelijke, volgende stap is in de evolutie. Dat wij als mens de evolutie daarmee zelfs kunnen versnellen. We zullen in dat idee kunstmatige instrumenten ontwikkelen die ons als mens volmaakt maken, zodat we onze onvolmaaktheid, zowel fysiek als psychisch kunnen oplossen. Want daar komt het eigenlijk op neer. Onze onvolmaaktheid zorgt ervoor dat er ziektes zijn, dat er armoede is, honger, maar ook oorlog. In de toekomstvisie van deze figuur Edmond Kirsch in het boek van Dan Brown zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat deze problemen allemaal worden opgelost.

Ik stel me nu de vraag, wat is dan eigenlijk de oorzaak van deze onvolmaaktheid? In mijn visie, sterk beïnvloed door denkers als Oespensky, Gurdjieff, maar ook A.H. Almaas, wordt ieder mens in een onvolmaakt nest geboren. Met andere woorden; ieder mens loopt een trauma op van de liefde die hij tekort is gekomen, gemist heeft. In welke vorm dan ook. Je zou ook heel simpel kunnen zeggen, in deze materiële aandachtslaag is de liefde niet volmaakt. Dat veroorzaakt in ieder van ons een gat, een crack, een pijnlijke plek. Als kind hebben we niet het bewustzijn om deze pijn te voelen. In plaats daarvan ontwikkelen we vanuit ons systeem, onze persoonlijkheid manieren om dit gat niet te voelen. Je zou kunnen zeggen dat onze persoonlijkheid uit verschillende centra bestaat, zoals Gurdjieff dit noemt; lichaam, emotie, denken en zelfs een seksueel centrum. Deze centra gaan nu dit gat vullen als het ware en het gevolg is dat we door deze compensatie niet volmaakt functioneren. Je zou deze combinatie van verkeerd gebruik van centra ook ons ego kunnen noemen. Dat ego wordt een kunstmatige centrum, de kunstmatige instelling die ons gat, de pijn van ons gat compenseert. Gurdjieff noemt dit ook wel onze valse persoonlijkheid. Je kunt je dus voorstellen dat we met deze compensatie niet zuiver of helder kunnen denken, niet helder of zuiver kunnen voelen, omdat al deze centra beïnvloed zijn door het gat, de pijn van het gat, dat het moet vullen. Dit is over het algemeen, uitzonderingen daar gelaten, de situatie van iedere mens die in onze samenleving functioneert, wetenschap bedrijft, in de politiek bezig is, onze doktoren etc. etc. Bij de een lukt die compensatie wat beter dan bij de ander, heeft daar meer last van dan de ander. Zo binnen, zo buiten. In die zin is het dus niet zo gek dat we door de onvolmaaktheid in onszelf, buiten onszelf een onvolmaakte wereld creëren.

Laten we ons nog eens concentreren op dat gat dat in ons ouderlijk nest ontstaat. Want als we ons daarop concentreren, ligt daar wat mij betreft ook de oplossing. Het is trouwens al heel wat dat we in plaats van hard weglopen van dat gat, ons voorzichtig gaan richten op dat gat, met onze aandacht, ja, met ons bewustzijn naar dit gat toegaan. Naar dit gat, waarin we de liefde hebben gemist die we als mens zo nodig hebben. Of waarin we later in ons leven steeds weer worden gekwetst en pijn worden gedaan. Net als de persoon Edmond Kirsch, trouwens, die in zijn daden en denken wordt gedreven door de pijn die hem in zijn jeugd en latere leven wordt aangedaan.

Als we dus met onze aandacht naar dit gat durven toegaan, dan komen we hier al die emoties tegen van het gebrek aan liefde, die voor ieder mens zeer persoonlijk is. Hier komen we ook de overtuigingen tegen, die ons denken beïnvloed, zoals ik moet alles alleen doen, ik ben niet om van te houden, er is iets wat niet klopt aan mij, ik moet sterk zijn, ik ben een slecht mens. Het wonder is nu dat als we onze aandacht, ons bewustzijn op deze plek in onszelf richten, dat er, als we hier om vragen, van binnenuit een antwoord komt. Als we de moed hebben om onszelf te openen, te laten zien in wie we werkelijk zijn. Zonder ons mooier te maken dan we zijn. Als ons ego bereid is te buigen, een stap terug te doen. Dan komt er een antwoord dat ons systeem, ons opgebouwde ego systeem van disfunctionerende centra, eigenlijk niet kan geloven. Namelijk een antwoord van liefde, een antwoord vanuit een onvermoed, maar toch altijd aanwezig centrum in onszelf, essentie, zoals Almaas dit noemt. Er is een plek in onszelf waar we onvoorwaardelijk worden liefgehad. Waar we welkom zijn, waar ieder van ons welkom is. Je bent welkom, het is goed dat je er bent. Dat we worden gekend, ieder van ons, tot in onze diepste vezels, tot in de diepste details van iedere gebeurtenis die we hebben meegemaakt en zullen meemaken en liefgehad.

Het vervelende is natuurlijk dat deze plek niet is te ontdekken zonder dat je ook de enorme pijn van het gat in je toelaat. Beetje bij beetje, dat gaat natuurlijk nooit in een keer. Er zijn misschien mensen die ervaringen hebben vanuit hun essentie, hun geestelijk deel, hun hoger bewustzijn, God, hoe je het ook noemt. Maar dat wil nog niet zeggen dat deze ervaringen van hun essentie zijn geïntegreerd in hun systeem, daarvoor moet je toch echt de pijn van je gat toelaten. Want op die plek vindt de versmelting plaats tussen essentie en persoonlijkheid. Wordt een verbinding gelegd tussen ons hoogste en laagste punt. Op die plek wordt een nieuwe mens geboren. Die niet meer afgescheiden is van zijn essentie, maar daarmee verbonden is en dus een is met de wereld om zich heen.

Deze liefde van binnenuit, is wat mij betreft het enige juiste antwoord dat te geven is op dat psychische gat, dat in onze vroegste jeugd is geslagen. Daar kan geen robot, machine of computer tegen op. Deze niet abstracte, maar persoonlijke en onvoorwaardelijke liefde is het antwoord dat klopt en het is het antwoord dat ontspant. Want op dat moment wordt ons ego ontslagen van de onmogelijke taak die het op zich heeft genomen, namelijk de pijn van dat gat te compenseren. Dat is een langzaam proces (het ego geeft zich namelijk niet zo makkelijk gewonnen) en is voor mij de zin en betekenis van innerlijk werk. In dit proces kan het niet anders dan dat we als mens ook beter gaan functioneren, zowel in ons lijf, als in onze emotie als in ons denken. We gaan anders eten, we gaan anders, zuiverder voelen, gevoelens van vrede, van schoonheid, van vreugde. En gaan anders denken. We zijn instaat verbanden te leggen, die eerder niet voor mogelijk werden gehouden. We gaan anders handelen. We vinden in onze essentie ons talent en de passende vorm waarmee we werkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de wereld om ons heen. In plaats van een valse persoonlijkheid ontwikkelen we een gezonde persoonlijkheid die in evenwicht is, in verbinding is met onze essentie.

Dus als antwoord op het boek van Dan Brown, is mijn idee van de nieuwe mens in de toekomst niet dat we een symbiose moeten aangaan met de door onszelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie en daarvan in hoge mate afhankelijk worden, maar dat we een verbinding moeten aangaan met onze essentie die in ieder van ons aanwezig is. Dan ontwikkelen we in onze evolutie een nieuwe, vrije en onafhankelijke mens als een vlinder uit een rups, die niet langer gevangen zit in zijn ego. Een nieuwe mens die kan reizen tussen tijd en ruimte, die kan scheppen, de natuurwetten kent en daarmee als een goddelijk kind kan spelen, die in verbinding is in plaats van in afgescheidenheid. Die mens is in ieder van ons aanwezig.

 

 

de parel in de modder


Ieder kent het beeld van de lotusbloem, die boven het water uitkomt, maar wortelt in de modder in het donker onder het wateroppervlakte. In het Boeddhabeeldje dat ik heb, wordt deze symboliek uitgebeeld rondom de zittende Boeddha. Het is een mooi beeld, maar pas drong dit beeld dieper tot me door, toen ik het kon betrekken op mijn eigen parel, die groeit vanuit mijn eigen modder. Dit jaar heb ik als jaarthema ‘zuiverheid’ en mijn logische neiging is om me dan louter te richten op die delen in mij die zuiver zijn. Paradoxaal genoeg kom ik dan natuurlijk juist mijn onzuivere kant tegen. En dat wil ik niet! Mijn systeem is in eerste instantie gericht op het ontwijken van mijn onzuiverheid, van mijn modder zou je kunnen zeggen. Vanuit mijn egosysteem keur ik dat deel van mezelf af, veroordeel ik dat. Ik scheid in mezelf, maar daardoor ook buiten mezelf, goed en kwaad. Licht is goed, donker is kwaad. Het is de basisstructuur van bijna ieder van ons, waardoor er ongelijkheidwaardigheid ontstaat, scheiding, oorlog zelfs. Ons mensen is goed, de vluchteling is slecht, een gelukszoeker. Wij mensen met een baan zijn goed, die mensen daar zonder baan, met een uitkering, die profiteurs, die lamballen, die zijn slecht. Zo kijken we vanuit afgescheidenheid naar de wereld en bestrijden met vuur en zwaard dat wat we als slecht bestempelen, vanuit de innerlijke projectie van ons eigen kwaad, dat we niet onder ogen durven zien.

Zo binnen, zo buiten. Populisme met hun hedendaagse leiders, zoals Trump, Erdogan, Poetin, om er maar een paar te noemen, is een collectieve verzameling van mensen met deze basisstructuur. Waarvoor het dus kenmerkend is dat de schuld van wat er fout gaat, buiten zichzelf wordt gezocht. De werkelijkheid wordt als louter ellende voorgeschoteld en de schuld hiervan ligt altijd bij de ander, er wordt niet naar het eigen aandeel gekeken. Een paar weken terug had ik plots door dat het basisgevoel van Trump ‘vernedering’ is. Hij voelt zich, zonder dat hij zich daar bewust van is, voortdurend vernederd. Hij stapt uit het klimaatakkoord en zegt dat de VS niet langer meedoet, dat ze zich niet langer laten vernederen door de rest van de wereld. De rest van de wereld lacht ons uit, daar wil hij niet meer aan meedoen. Trump wil wel een nieuw akkoord, maar dan vanuit het uitgangspunt ‘America first’. In plaats van deze vernedering te voelen, blaast hij zichzelf narcistisch op en voelt zich ‘de beste’, ‘de grootste’, de ‘eerste’. Dit is de compensatie voor het niet kunnen voelen van de vernedering, die hem waarschijnlijk als kind is aangedaan.

Zo is het bij iedereen, inclusief ikzelf. We hebben een basisgevoel van verlies aan liefde dat we hebben gemist. Bijna ieder van ons heeft in dat opzicht een trauma. Bij mij is dat gevoel dat ik niet ben om van te houden, bij een ander is dat het gevoel dat er iets niet aan zichzelf klopt, bij weer een ander is het gevoel dat hij of zij slecht is. Dat een slecht mens voelen wordt dan de basis van wat je zou kunnen noemen de valse persoonlijkheid, ons ego. Rond die valse overtuiging van een slecht mens zijn, bouwen zich patronen op als een harnas, die de overtuiging van dat slecht zijn inkapselen, beschermen, omdat dit afschuwelijke gevoel niet gevoeld wil worden. Anders gezegd; er is niet genoeg bewustzijn aanwezig, zeker niet als kind, om dat gevoel toe te kunnen laten. Je kunt in deze wereld de grootste daden verrichten, maar daaronder het gevoel hebben dat er niet van je wordt gehouden, dat je voortdurend vernederd wordt, dat je een slecht mens bent, dat er iets niet aan jou klopt. Je kunt het beeld naar buiten ophouden dat je volmaakt gelukkig bent. Maar daaronder zit een rotte plek, een gat en je doet er alles aan om daar maar niet bij in de buurt te komen. Heel onze structuur is op dit uitgangspunt gebouwd, een structuur die je een valse persoonlijkheid zou kunnen noemen, omdat deze gebouwd is op een leugen. Namelijk de leugen dat je een slecht mens bent, dat je niet bent om van te houden, dat er iets niet aan jou klopt, dat het geluk niet voor jou is weggelegd. Het is dan ook logisch dat we vanuit deze basisstructuur voortdurend zijn gericht om van buitenaf dit vreselijke gat te vullen. Daar is onze economie ook op gebaseerd. We verdienen met z’n allen heel veel geld doordat we onze valse persoonlijkheid in stand houden. Wat wij over het algemeen geluk noemen is het feit dat we ongeveer plus minus een manier hebben gevonden om van buitenaf ons innerlijk gat te vullen. Tijdelijk, nooit volledig, gebrekkig, maar we denken dat het functioneert. En zeggen dat we gelukkig zijn, met ons is niets mis. Dit is mijn leven, dit is de manier waarop ik functioneer. Laat me met rust, kom niet te dichtbij! Anders gaat mijn harnas wankelen, komen er scheurtjes in mijn zorgvuldig opgebouwde structuur. Als we echter kunnen kijken vanuit het nieuwe bewustzijn, dat in ons geboren wordt, dan is juist dat wat we het meeste vermijden en bestrijden, onze redding, de ingang naar werkelijk innerlijk, standvastig geluk. In alles zit een barst, dat is waar het licht naar binnen komt, zei Leonard Cohen.

Het is voor mij echt een groot inzicht om te beseffen dat met de parel ook de modder is gegeven in mijn leven. Dat ik niet het slachtoffer van deze modder ben, niet hoef aan te klagen wie hier allemaal de oorzaak van zijn en ook de ander niet hoef te redden van zijn modder. Zonder modder namelijk geen parel. De parel zit verpakt in de modder. Het enige dat ik hoef te doen is de modder in mijn leven onder ogen zien, beetje bij beetje het gevoel toelaten dat bij deze modder hoort. En als ik dat doe, me open stel en tegelijkertijd vraag naar een innerlijk antwoord, word ik eigenlijk altijd geraakt. Kom ik in contact met wat je mijn parel zou kunnen noemen, mijn essentie. De werkelijkheid die zegt dat ik wel ben om van te houden, dat ik, zoals ieder van ons, het meest geliefde kind ben. Dat ik een goed mens ben. Dat ik in mijn onvolmaaktheid, volmaakt ben, dat alles aan mij klopt. Dit is de plek waar ik van binnenuit kan groeien en de mens kan worden die ik oorspronkelijk ben. Niet in afgescheidenheid, maar in verbinding. Zoals een lotus groeit vanuit de modder en iedere plant begint te groeien vanuit het zaadje in de donkere schoot van de aarde.

Pasen en de zin van lijden

Het is misschien wel het grootste taboe in deze tijd; lijden. Als we kijken naar de beelden die we van onszelf maken op de sociale media, dan is ieders leven volmaakt, is de een nog gelukkiger dan de ander en niemand heeft last van wat toch echt bij ons menselijk leven hoort; namelijk lijden aan de onvolmaaktheid van het leven. We hebben daar de grootste moeite mee, wij als moderne, westerse mens met name. Wij met onze beelden van volmaaktheid, van geluk zonder smetje, waar we elkaar de ogen mee uitsteken. Elkaar gek maken, elkaar opjagen. En als we dan inderdaad door de hoge eisen van een volmaakt leven, opgebrand raken, dan heeft de reguliere psychologie of psychiatrie eigenlijk maar een antwoord; de pil. De pil die ons gevoel van onbehagen, ons lijden onderdrukt. We mogen niet lijden, we mogen niet voelen. Of is het zo dat we de kunst van het lijden hebben afgeleerd? Tijd is geld, we moeten snel door, door met geld verdienen, door met het voldoen aan de steeds hogere eisen van de economie. En als we in die zin niet meer functioneel zijn, geen geld meer opbrengen, dan is ons leven misschien wel voltooid en mogen we daar met behulp van deskundigen een einde aan maken. Of kunnen we die dood overwinnen door wat wij wetenschappelijke vooruitgang noemen, waardoor we instaat zijn om een letterlijk bionische mens te scheppen, half mens, half robot. Een onoverwinnelijk wezen waar het lijden geen vat meer op heeft.

Heel herkenbaar dat heel ons systeem, zowel ons persoonlijke als ons collectieve systeem gericht is op het ontwijken van het gevoel van onbehagen, gevoel van leegte, van lijden. Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan. In ieders leven komen momenten voor die ons brengt aan de rand van onze persoonlijkheid. Daar ligt onze kans, daar ligt onze groeimogelijkheid. En wat is er dan dat eigenlijk groeit? Bewustzijn. Bewustzijn is wat groeit op het moment dat we de moed hebben om iets van ons menselijk lijden toe te laten. Te voelen dus. We zijn zo bang om te voelen. En dat is logisch. Omdat ons systeem, onze persoonlijkheid niet in staat is om ons lijden te dragen. Onze persoonlijkheid alleen, ons ego, gaat gebukt onder de last van ons lijden. Eigenlijk is het een stukje sterven. En wie zoekt dat nu vrijwillig op? Het bijzondere, het wonder misschien, is dat in dit stukje sterven, een geboorte verborgen ligt. De geboorte van ons bewustzijn. Dat bewustzijn is geen onderdeel van ons ego, dat is onderdeel van wat je onze essentie zou kunnen noemen. Dus als we in staat zijn om in onszelf een stukje van ons menselijk lijden toe te laten, sterven we een stukje, sterft ons ego een stukje, maar tegelijkertijd wordt ons bewustzijn geboren. En dat bewustzijn is wonderwel in staat om ons lijden te dragen. Op die manier kan er een nieuw mechanisme ontstaan, dat niet langer gericht is op het ontwijken van ons lijden, maar dat gericht is op het stukje bij beetje toelaten van ons lijden om van daaruit ons bewustzijn geboren te laten worden. Lijden wordt dan vreugde, wordt dan geluk, wordt dan liefde.

Dat klinkt misschien allemaal heel mooi en je zou je kunnen afvragen, doe ik dat dan helemaal voor mezelf alleen? Nee, want dat proces van het sterven van ons ego en het geboren worden van ons bewustzijn is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld. Je zou het zelfs een stap in onze menselijke evolutie kunnen noemen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een van de belangrijkste menselijke patronen om ons menselijk lijden buiten de deur te houden, is het projecteren van wat ons wordt aangedaan, buiten onszelf. De ander is de oorzaak van onze pijn (die we in dit patroon dus niet toelaten). Alles dat een bedreiging vormt voor het systeem dat ons ego heeft opgebouwd, dient bestreden te worden. Te vuur en te zwaard. Zo ontstaan oorlogen, in het groot, in het klein, we zijn elkaars vijanden in de oneindige poging om het innerlijk lijden buiten de deur te houden. Het mag duidelijk zijn dat op het moment dat we in staat zijn, dat we de moed hebben om in onszelf iets van ons lijden toe te laten, dat we dan dit patroon van projectie van de vijand buiten onszelf, doorbreken. Het is een gekke omkering, want ons doel veranderd radicaal van het bestrijden van de vijand buiten ons, naar het bijna dankbaar zijn voor de pijn die de ander ons aandoet. Want dit biedt de kans om iets van ons lijden in onszelf toe te laten en te transformeren naar bewustzijn. Naar vreugde, naar innerlijk geluk, naar liefde. Dat wordt natuurlijk bedoeld met heb je vijanden lief. Maar het is tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal, omdat het bewustzijn vraagt, een groot bewustzijn, dat maar langzaam van binnenuit geboren wordt.

Hoe waardevol voor onszelf en voor de wereld dit proces van transformatie ook is, dit is niet bepaald populair in een wereld, waarin werelds succes en geluk de boventoon voert. Het is een stil proces, dat weinig applaus van buitenaf krijgt. Toch is dit de kern van Pasen, dat uit de compost, de afval van vorig jaar, een nieuw plantje groeit. Dat uit het sterven van ons ego, ons bewustzijn, onze essentie wordt geboren. Dat uit de resten van de oude mens, een nieuw mens opstaat. Opstaat uit de dood.

het geschenk de aarde

De feestdagen zijn weer voorbij. Het zijn eerlijk gezegd niet mijn beste dagen. Het collectief, waar ik me maar moeilijk voor kan afsluiten, is sterk, juist met deze dagen. Kerst, oud en nieuw, emoties worden met name collectief ervaren in beelden van geluk. Ik voel me klem zitten, raak afgescheiden van mijn eigen bron van geluk in mij. Misschien ook omdat mijn moeder hier 3 dagen is, langer dan anders en onbewust raak ik verstrikt in een oud patroon met haar, zoals vroeger in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn moeder past zich aan, los van de structuur bij haar thuis, waarin iedere dag, ieder uur bijna is uitgetekend. Het zorgt dat ik me verantwoordelijk voel voor haar en mijn eigen ik langzaam kwijt raak. Daarnaast kamp ik ook nog met een hardnekkige verkoudheid en voel me fysiek niet lekker. Met andere woorden; ik glijd uit en kom in mijn bottleneck terecht, de crack, die ieder mens heeft, de crack in everything, waardoorheen het licht naar binnen schijnt.

Het blijft voor mij het meeste waar op de innerlijke weg die ik ga, deze crack die ik nodig heb om bij het licht te komen. Mijn kanaal, innerlijke kanaal, raakt langzaam weer dichtgeslibt met van alles en nog wat in de wereld, ik raak naar buiten gericht. Wordt dan bij dit punt gebracht, waar mijn diepste gemis en pijn zit. Want daar wil de liefde zijn, daar is de liefde. Om mij te ondersteunen, te bemoedigen, te helen, te leren. Ik krijg het blijkbaar niet voor elkaar om dit kanaal waarin ik een ben met God, mijn essentie, open te houden. Misschien is het als met planten, bomen, de fruitbomen in de tuin van Pluk&Plenty, ook die moeten worden gesnoeid, telkens weer. Ik werd me afgelopen week in het bijzonder bewust van de reusachtige bomen in het bos waarin wij wonen. Dat bomen enorme, levende wezens zijn met een enorme kracht, de kracht om hun enorme takken te dragen. Door me dit bewust te zijn, besef ik ook dat deze bomen met ons zijn, ons helpen, ondersteunen. Als we er voor openstaan, het kunnen ontvangen. Dat ontvangen is het punt, ik heb als mens een open kanaal nodig om te kunnen ontvangen en dat kanaal raakt bij mij vaak langzaam weer dichtgeslibt, zodat ik dus weer gesnoeid wordt. Het hoort voor mij bij mijn innerlijk werk. Het snoeien is niet fijn, want ik raak dan het houvast van mijn uiterlijke controle kwijt, de controle van mijn hoofd. Om dan te vertrouwen, dat is de kunst, het is toch een stukje sterven van het ego. En dat telkens weer.

Ja, ik liet me meezuigen in de wereld van een toenemend populisme en mijn ongerustheid daarover. Alsof het deksel van de ketel is en het er niet meer op wil. Ik word absoluut niet blij van leiders als Trump, Wilders, Le Pen, Poetin, Erdogan, Assad. Ben al een paar keer begonnen aan een tekst, een artikel, die mensen moet overtuigen om maar niet op deze mensen te stemmen. Maar ja, hoe kan ik de loop der dingen veranderen, gebaseerd op actie-reactie? De uiterlijke wereld, de wereld van het collectief. Ik vond een heel mooi antwoord bij een boek dat ik lees van Lev Tolstoj, De weg van het leven, een boek vol levenswijsheden. Een daarvan raakte me; zonden, verlokkingen en bijgeloof (leugen), dat is de aarde, die de zaden van de liefde moet bedekken zodat deze kunnen ontkiemen. Zo binnen, zo buiten. Daar waar ik dus vast kom te zitten in het patroon met mijn moeder en mijn eigen ik verlies, besef ik dat dit wel de omgeving is waarin ik ben geboren. Dat dit de bodem is van het zaadje van mijn ziel, mijn ziel die in mij geboren wordt. Zo begrijp ik dat al die onvolmaaktheid aan de buitenkant van de wereld, al die bewegingen rond mensen die aan de macht zijn, die enorme dynamiek van het collectief, noodzakelijk is om individuen tot de liefde te brengen, noodzakelijk is voor het individu om te transformeren. Dat is het doel, liefde is het doel. Net zolang tot er genoeg individuen geraakt en getransformeerd zijn door de liefde en de buitenkant als een schil openbarst en een nieuwe wereld, de hemel op aarde, geboren wordt. Deze werkelijkheid maakt voor mij het plaatje rond, want als ik me alleen richt op de buitenkant, raak ik vast in mijn oordeel. Oordeel over het populisme, over mensen die op dit soort leiders stemmen, ik wil de buitenkant veranderen, omdat ik de onvolmaaktheid onverdraaglijk vind, niet aanvaard. Ik mis de diepere betekenis van het geheel vanuit de afgescheidenheid van mijn eigen ego.

Zoals het zaadje vanuit het donker groeit naar het licht, zo is dat ook met ons als mens, als individu. Het donker, onze donkere, pijnlijke kanten die we het liefst niet willen voelen en een hele wereld omheen bouwen om maar niet te hoeven voelen, dat donker is nodig om te groeien als mens. Zonder donker kan een mens in dit lichaam op deze planeet niet groeien. Het probleem is niet dat er licht en donker is, maar het probleem is dat wij ze van elkaar scheiden. Dat is in mijn ogen de bron van het populisme, dat het donker, het kwaad buiten zichzelf projecteert en bestrijdt in plaats het in zichzelf verbindt. Juist door donker en licht in onszelf te verbinden zien we de betekenis van de mens hier op aarde. Pas liep ik met onze hond hier in het bos en begreep dat alles hier op aarde en de aarde zelf voor ons als mens geschapen is. God heeft dit alles voor ons geschapen. Vanuit zijn onmetelijke liefde voor ons als mens heeft hij de aarde aan ons gegeven als een geschenk aan zijn allerliefste kind. God houdt van al zijn schepsels, maar van ons, de mens, het meest, als een lievelingskind. Vanuit dat bewustzijn mogen wij omgaan met deze aarde, met alles dat leeft. Het is mijn wens voor het komende jaar, dat ik me dat mag herinneren, in plaats vanuit mijn afgescheidenheid van het bewustzijn van dit enorme geschenk dat me gegeven is, als een olifant door de porseleinkast van het leven dender.

 

de bloem en de goede koning

img_0259

Vorige week deed ik op maandagochtend met een groepje mensen de latifa-meditatie en bij de plek van het hart, van de kwaliteit liefde,  visualiseerde ik een plant, die zover is uitgegroeid dat er de eerste bloemen in verschijnen. Ik stond in mezelf stil bij die bloem en plots voelde ik dat ik die bloem was. Ik voelde dat wat ik in mijn leven doe en vorm geef met de individuele begeleidingen die ik doe, de dagbesteding, Pluk&Plenty, dat dat mijn bloem is. Dat was bijzonder, want meestal heb ik het idee, de overtuiging dat dit niet genoeg is. Dat ik meer in de wereld moet zetten om iets te kunnen betekenen. Dan vergelijk ik me met anderen, die in mijn ogen meer presteren dan ik. Ik voel me minderwaardig. Nu was het anders. Ik voelde me deze plant met takken en bladeren en bloemen die verschijnen, gewoon vanuit de dingen die ik doe. Het kwam misschien ook door de open dag bij Pluk&Plenty, eind september, waar ik zelf erg van heb genoten. Het was gezellig druk met veel ruimte voor ontmoeting. En ik dacht: dit is echt een plek voor ontmoeting. Wat ik hier doe is voorwaarde scheppen voor ontmoeting en ik zag de waarde hiervan. Dat was dus die bloem. Mijn bloem. Een paar jaar geleden deed ik een consult bij iemand, die mijn hand kon lezen. Deze vrouw kreeg het beeld van mij als een grote boom, waar mensen in de schaduw zitten en elkaar ontmoeten. En nu kon ik dat tijdens deze latifa-meditatie ervaren.

Dat geeft een boel ontspanning, moet ik zeggen. Dat ik met wat ik doe genoeg ben, een bloem ben. Niet nog meer hoef te presteren, neer zetten, omdat de buitenwereld me dan pas ziet, van me houdt. Nee, dit gevoel staat los van de buitenwereld. Onafhankelijk. Het was een gevoel van binnenuit, van waarde, van een bloem die in mij groeit. Dan wordt het weer duidelijk dat pas als ik mezelf die waarde geef, het dan ook van de buitenwereld komt. En niet andersom. De liefde van buiten begint bij de liefde voor mezelf.

Een week later was ik bij de musical van Lion King waar mijn dochter aan mee deed. Er zit veel inhoud in het welbekende verhaal. Tijdens het kijken werd ik geraakt door de situatie waarin Scar de koning is, maar vanuit oneigenlijke macht en er een puinhoop van maakt. Een koning die op oneigenlijke gronden, met leugens en valsspelen op zijn positie zit. Het is wachten op de ware koning, Simba, die recht heeft op deze plek, maar nog moet gaan staan voor zijn waarde, voor zijn positie, zijn ware identiteit. Heel het verhaal werd plots voor mij een metafoor van enerzijds mijn innerlijke situatie, waarin het ego op de verkeerde plek zit, zich de plek van de koning heeft toegeëigend. Maar tegelijkertijd was het ook het beeld van de wereld waarin we leven, die uit balans is en waar we wachten op een leider die ons vanuit het hart, vanuit menselijkheid dient. Het is nu zaak dat de goede koning zijn plek, zijn erfgerechtigde plek gaat innemen. Een koning die niet alleen maar bezig is met zichzelf, zijn macht, maar verbinding heeft met de essentie als bron van liefde en wijsheid. Die zijn macht niet misbruikt, maar slechts inzet als dit nodig is om zijn volk te beschermen.

Zo binnen, zo buiten. De wereld in Nederland houdt zich bezig met twee belangrijke verkiezingen, die in de Verenigde Staten volgende maand en die in Nederland in maart van volgend jaar. We zoeken een goede leider. Is dat Trump? Hillary Clinton? Rutte, Samson, Pechtold, Buma? De goede koning begint voor mij niet bij een leider buiten ons, de goede koning begint in onszelf. We hebben het beeld van onszelf dat we vrij zijn. We leven in een vrije democratie, zeggen we dan, die vrij is om een leider te kiezen die het volk wil, die wij willen. Maar wat is onze uiterlijke vrijheid waard als we van binnen niet vrij zijn?

Als ik naar mezelf kijk, weet ik hoe moeilijk het is om die plek in mezelf, die toekomt aan de rechtmatige eigenaar, de goede koning, vrij te houden. Zo snel laat ik me bezetten door aspecten van de wereld buiten mezelf. Betrap ik mezelf dat ik tijdens een autorit weer luister naar het nieuws van Radio 1 en mijn geest er door laat bezetten. Dat ik weer achter een warme chocolademelk met slagroom zit. Dat ik me weer teveel laat afleiden door een mooie vrouw die daar over straat loopt. Dat ik me weer teveel identificeer met mijn rol om een ander te helpen. Met alles wat moet. Dan ben ik niet aanwezig. Ik ben verdoofd. Bezet. Gehypnotiseerd. Ik moet denken aan het verhaal van Jezus, die zegt tegen Petrus dat hij hem drie keer achter elkaar zou verraden. Petrus geloofde hem niet, maar het gebeurde zoals Jezus had voorspeld. Petrus zei drie keer achter elkaar ‘nee’ op de vraag of hij deze Jezus kende. Dat verhaal gaat natuurlijk over de Jezus, de goede koning, in Petrus zelf, waar hij op dat moment geen contact mee had, die hij als het ware verloochende.

Ik neem het waar, maar voel hoe moeilijk het is om me te verzetten tegen deze oneigenlijke bezetting van de plek die eigenlijk de goede koning toekomt. Mijn essentie, mijn geestelijk deel, God als je wilt. Ja zeggen tegen deze goede koning begint dus eigenlijk met heel vaak ‘nee’ zeggen tegen de verleidingen van buiten. Dat is de kern van innerlijk werk wat mij betreft, het leren ‘nee’ te zeggen tegen de zuigkracht van de buitenwereld en al zijn verleidingen om op een oneigenlijke manier die plek in te nemen van de essentie. Door steeds weer ‘nee’ te zeggen, bouw je een basis, een ik op in jezelf. Deze ik, dat nieuwe centrum, is dan weer een basis voor het toelaten van de goede koning, om het zo maar even te noemen.

Het helpt me dan wel om me een paar keer per dag af te sluiten voor de wereld om me heen en te mediteren. Met mijn aandacht naar binnen te gaan en contact te zoeken met mijn essentie. Soms voel ik me dan vervuld worden van binnenuit. Even neemt de goede koning zijn gerechtigde plek in, de plek die hem toekomt. De aantrekkingskracht van de wereld is dan gelijk een stuk minder. Ik voel vrede in mezelf, vrede met wie ik ben, vrede met mijn omstandigheden. Maar daarmee ben ik er nog niet. Mensen hebben soms de meest prachtige en bijzondere bewustzijnservaringen en denken dan vaak dat ze er zijn. Maar in feite begint het werk dan pas. De kunst is namelijk dat zo’n eenheidservaring deel wordt van jezelf, dat zo’n ervaring jouw nieuwe ik wordt, vlees en bloed wordt. Dat leer je niet met een cursusje hier en een workshopje daar. Dat is een lang proces van integratie, waarbij je vooral delen van jezelf tegenkomt, die pijn doen en moeilijk zijn om onder ogen te zien. Mijn overtuiging is dat ik in dit werk niet alleen sta. Ik kreeg pas het beeld van golven van negativiteit, van al dat slechte nieuws in de media, die ons soms overspoelen. Maar onder die golven wordt de wereld in evenwicht gehouden door het onzichtbare werk van vele mensen die ruimte scheppen voor de goede koning die komt, die van hun essentie een nieuwe basis proberen te maken.

over vertrouwen, liefde en ontspanning

img_0123
Vanmorgen kwam het volgende zinnetje in me op: als ik God op de eerste plaats in mijn leven zet, betekent dat eigenlijk dat ik er op vertrouw dat het leven mij geeft wat ik nodig heb. Ik kan mijn controle en kramp loslaten van dat het leven moet gaan zoals ik dat wil. In die zin zou je kunnen stellen dat God een jaloerse god is, omdat hij wil dat we als mens hem op de eerste plaats zetten. Hij wil onze onverdeelde aandacht. Je zou ook kunnen zeggen dat je trouw bent aan je goddelijke oorsprong. Of aan je essentie of Hoger Bewustzijn. God is een beladen en besmet woord, maar ik heb wel besloten om me het woord God niet af te laten pakken, omdat het in de loop van de eeuwen door mensen is misbruikt, besmet, onzuiver gemaakt. Ik heb het hier niet over die uiterlijke, collectieve God van een godsdienst of religie, maar over de innerlijke God die de bron van mijn essentie is. Het is voor mij zoals Etty Hillesum het uitdrukt; ik kom telkens weer uit bij een en hetzelfde woord God. En dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Zet ik God niet op de eerste plaats in mijn leven, ontstaat er een gat. Ik raak afgescheiden van mijn goddelijke oorsprong. Dat is het gat. Een logische reactie op dat gat is dat ik naar buiten gericht raak en dat gat met allerlei zaken buiten mezelf probeer op te vullen. Dat kan werkelijk van alles zijn; spullen, relaties, ambities. Er ontstaat in feite een valse identiteit, die gebouwd is op dat opvullen van dat gat, wie ik ben in relatie tot wat ik heb, wat ik doe en de rollen die ik speel ten aanzien van mijn relaties. Terwijl wie ik werkelijk ben te maken heeft met mijn verbinding met God, mijn goddelijke oorsprong, mijn essentie, mijn Hoger Bewustzijn. Daar waar ik uit voortkom.

Als ik God, mijn relatie met mijn goddelijke oorsprong, op de eerste plaats zet, verandert dat ook iets ten aanzien van hoe ik naar andere mensen kijk, mijn relatie met andere mensen. Bv. met mijn vrouw Gebi. Vanuit mijn gat, mijn afgescheidenheid, die ik maar al te goed ken, heb ik de overtuiging dat zij mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Een eis waaraan zij nooit kan voldoen. En ik ook niet ten aanzien van de ander. Ik kan de ander niet de liefde geven die zij of hij heeft gemist. Ik kan dat gat van de ander niet opvullen. Toch is dat vaak de basis van veel relaties die we hebben. We zitten vaak onbewust vast in wat wel de reddersdriehoek wordt genoemd. We bewegen tussen drie rollen; die van de redder, het slachtoffer en de aanklager. Die rollen wisselen voortdurend, maar hebben als basis het vullen van het gat, dat ontstaat vanuit het afgescheiden zijn van onze goddelijke oorsprong, onze essentie. Op deze manier zetten we een grote druk op de verwachtingen die we hebben van de liefde voor elkaar. Verwachtingen die eigenlijk niemand kan waarmaken en de basis zijn voor de breuk in vele relaties. Waarna we vaak weer een nieuwe relatie beginnen vanuit hetzelfde patroon.

Als we God op de eerste plaats zetten of ons gat laten vullen door de onvoorwaardelijke liefde die er vanuit het Hoger Bewustzijn voor ons is en tegelijkertijd snappen dat er van ieder mens op deze manier wordt gehouden, dan ontslaan we ons van de hoge verwachtingen en eisen die we hebben over de liefde voor elkaar. Als ik weet dat de ander wordt liefgehad van binnenuit, hoef ik die ander die liefde niet te geven. Dan kan ik ontspannen, de ander en mezelf vrij laten en van de ander houden, omdat ik weet dat hij of zij vanuit zijn of haar essentie wordt liefgehad. Khalil Gibran verwoordt dat prachtig. Al zijt gij samen, laat er ruimte tussen u bestaan. En laat de winden van het luchtruim tussen u dansen. Hebt elkander lief, maar maakt de liefde niet tot een verplichting. Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van u beider ziel. Vult elkanders beker, maar drinkt niet uit een en dezelfde bokaal. Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood. Zingt en danst samen, maakt het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij, zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek. Geeft uw hart, maar geeft het niet bij elkaar in bewaring, want alleen de hand des levens kan u beider hart bevatten. Sta bij elkander, maar niet te dicht opeen, immers de zuilen van de tempel staan op zichzelf. En de eikenboom en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.

Zo is het ook met de mensen die ik begeleid. Als ik weet dat er van die ander wordt gehouden, zoals ook van mij wordt gehouden, er hulp voor die ander is, dan hoef ik met niet verantwoordelijk te voelen voor het wel en wee van de ander. Dan kan ik ontspannen en mezelf ontslaan van de hoge eisen die ik mezelf opleg in het helpen van andere mensen. Dat kan een hele klus zijn, omdat het in mijn systeem zit ingebakken, dat ik me verantwoordelijk voel voor de ander, zoals ik me dat voelde voor mijn ouders vroeger, met name mijn vader, die zeer emotioneel was en wisselend in zijn gemoed. Ik deed dat omdat ik van hem hield, maar het was vanuit onwetendheid. Een hardnekkig patroon, dat ik nu mag leren loslaten, omdat ik nu weet dat er van binnenuit van ieder mens wordt gehouden, zoals er ook van mij wordt gehouden.

de wereld heeft onze onverdeelde aandacht nodig

IMG_1157De discussie van vorige week in de Volkskrant over het nut van godsdienst versus wetenschap gaf me inspiratie voor het schrijven van deze tekst. Gisteren sloeg ik de Bijbel open en kwam toevallig uit bij het verhaal van Judit in het Oude Testament. Judit heeft het over de God van Israel als ze zegt dat hij zijn grote macht toont ten gunste van Israel en tegen de vijanden van Israel. De god waar in het Oude Testament wordt gesproken is met name een collectieve god, die blijkbaar een volk heeft uitverkoren om zich te openbaren. In dat licht kunnen we misschien begrijpen hoe revolutionair de boodschap van Jezus was, die het idee van een collectieve god fundamenteel doorbrak door te verkondigen dat God er is voor ieder mens, ongeacht rang, stand, ras, geaardheid.

Het is logisch dat het woord God veel verzet oproept, omdat dat woord behoorlijk besmet is geraakt. Wij als mensen hebben namelijk de neiging om God voor ons karretje te spannen om daarmee onze eigen machtsdoelen te bereiken met God als reden om ons gedrag te verantwoorden, goed te praten, overtuiging bij te zetten. In naam van God is al veel ellende veroorzaakt. Maar in feite heeft dit helemaal niets met God te maken. Het is een hele kunst om het woord God een zuivere betekenis te geven. Nu leven we in een Westerse samenleving, waarin God wordt gezien als achterhaald, dom, niet wetenschappelijk, naïef, niet meer van deze tijd. Het is een feit dat we in de loop van ons leven afgescheiden raken van onze essentie, onze oorsprong, die we God zouden kunnen noemen. Maar om deze afgescheidenheid als basis voor ons leven te beschouwen is naar mijn idee het gevolg van een beperkte visie. Toch lijken dat de twee hoofdstromingen te zijn in onze wereld van dit moment. Aan de ene kant de God van de godsdiensten, een vaak nog collectieve God, die voor bepaalde mensen, voor een bepaalde groep, die zich aan bepaalde regels houdt, aanwezig is en voor andere groepen of andere mensen niet. Die andere mensen dienen dan bekeerd te worden of zoals we bij de fundamentele Islam zien, met geweld te worden bestreden. Aan de andere kant een stroming die God heeft uitgebannen, die zich rationeel noemt, wetenschappelijk en die de zin van het leven haalt uit wat de mens er zelf van maakt. In het leven zelf zit geen zin, maar de mens geeft daar zelf zin aan. De angst voor de dood is de reden om te leven, zoals in de nieuwste Star Trek film wordt gezegd. Angst als basis voor het leven.

We vinden het normaal om te zeggen dat het leven niet te vertrouwen is, bedreigend, vijandig zelfs. We moeten ons tegen het leven beschermen. De ene doet dit dus met een godsdienst, de ander met een rationeel wetenschappelijk kader. Het is een grote stap om de werkelijkheid niet te zien als onbetrouwbaar en bedreigend, maar als goedaardig, liefdevol, volmaakt, betrouwbaar, ondersteunend. Vanuit onze afgescheidenheid is dat onmogelijk, omdat onze negatieve visie op het leven de projectie is van deze afgescheidenheid. Toch zou je kunnen zeggen dat deze afgescheidenheid zinvol en noodzakelijk is. Op deze afgescheidenheid wordt namelijk onze persoonlijkheid gebouwd die in het eerste deel van ieders leven bezig is om een plek te vinden in de uiterlijke wereld. Leert wat het moet leren om in deze wereld te overleven. In het eerste deel van ons leven identificeren we ons hoofdzakelijk met dit deel. Veel mensen hebben daarbij geen contact met hun innerlijk, zijn zich niet eens bewust van het bestaan er van. Vaak als er iets ergs gebeurt, verlies of crisis, worden we uitgenodigd om met onze aandacht naar binnen te gaan. Er ontstaat een scheur of barst in onze uiterlijke persoonlijkheid en soms is deze tijdelijk van buitenaf te repareren, maar is een werkelijke heling alleen maar mogelijk van binnen uit. Daar is er weer contact mogelijk met onze essentie, die we in eerste instantie hebben losgelaten. Door dit contact met onze essentie gaan we zien dat die uiterlijke persoonlijkheid een schil is, de schil van een ei, waar van binnen iets aan het broeden is. Onze werkelijke, essentiële ik, die verborgen zat en geboren wil worden. Dan krijgt het woord God een gelijkwaardige, persoonlijke en intieme betekenis, in plaats van de collectieve god van de godsdiensten in de uiterlijke wereld. We begrijpen dat we van goddelijke oorsprong zijn als mens, maar ook alles om ons heen dat leeft, waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dan is er eenheid, vrede en respect in onze aanwezigheid en geen verdeeldheid, oordeel of scheiding. Het is die aanwezigheid, die slechts door het individu te realiseren is, die onze wereld nodig heeft als antwoord op de polariserende krachten van dit moment. Omdat slechts vanuit deze onverdeelde aanwezigheid een oorspronkelijke, authentieke en creatieve reactie mogelijk is en niet een reactie die komt vanuit onze pijn en net zoveel geweld oproept als dat het wil bestrijden. Maar voor deze onverdeelde aandacht moeten we vaak diep graven, onze pijn niet vanuit woede en verdriet naar buiten afreageren, maar van binnen oplossen. Niet een keer, maar telkens weer opnieuw, zodat deze manier een nieuwe manier van leven wordt, die de wereld werkelijk zou kunnen veranderen.

heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf

IMG_0950
Ik kom altijd weer uit bij een en hetzelfde woord; God, en dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen (Etty Hillesum).

Deze week begreep ik weer wat beter wat het liefdesgebod van Jezus betekent. Heb God lief boven alles en houd van de ander, zoals van jezelf. Eigenlijk zit hier alles in.

Dit jaar leer ik heel veel van mijn leervraag, die ik ieder jaar van september tot september, inzet. Deze leervraag, dit thema luidt dit jaar; de kracht, die op mezelf gericht is. Ik kwam hierop, omdat ik me vorig jaar voorzichtig bewust werd van een kracht in me, die onvoorwaardelijk in mij aanwezig is en die ik beter wilde leren kennen. En niet zoals ik gewend ben vanuit mijn ego-systeem een naar buitengerichte kracht, die bezig is mijn eigen pijn, mijn eigen gat te vullen met afleidingen, eten, de zorg en verantwoordelijkheid voor anderen. Dat gat vullen is vaak de bezigheid waar ik bewust en onbewust heel vaak mee bezig ben. Bijvoorbeeld, kwam ik laatst achter, dat ik eigenlijk meer succes in de wereld wil, omdat ik dan denk dat mensen meer van me houden. In dat gat, mijn bottleneck zit nl. de overtuiging dat ik niet ben om van te houden. Een conclusie, die ik getrokken heb nav. het gezin waarin ik geboren ben.

Pas gebeurde er iets schokkends. Ik was aan het vergaderen met een 4-tal hulpverleners ten behoeve van een van mijn klanten en in de vergadering gebeurde opeens hetzelfde als in mijn gezin vroeger. Een van de hulpverleners nam, net als mijn vader vroeger, enorm veel ruimte in. Ze profileerde zich op zo’n manier, dat ik me helemaal aan de buitenkant gedrukt voelde. Terwijl de andere het eigenlijk wel prima vonden, want met haar dominantie vulde ze het gat dat de andere lieten liggen. Ze vonden elkaar in een onuitgesproken contract en ik stond daar buiten. Net zoals vroeger, waar mijn vader dominant was en mijn moeder zich aanpaste. Bijzonder pijnlijk, maar als kind kon ik dat niet toelaten en had allerlei manieren ontwikkeld om dit nare gevoel te ontwijken. Ik kon het nu, in tegenstelling tot vroeger, wel voelen en voelde me beklemd, uitgesloten, benauwd, klein, minderwaardig.

Het is de eerste stap in verandering, nl. het gat dat in ieder mens geslagen is, te kunnen voelen, beetje bij beetje, net zoveel als het vat van bewustzijn kan dragen. Ik denk dat het gat nooit verdwijnt, maar wel dat ik het gat niet meer hoef te ontwijken, te vullen met oneigenlijke dingen, maar langzaam toe te laten. Er ik tegen zeg, er verantwoordelijkheid voor neem, toelaat zoals het is en van binnenuit om hulp, om antwoord vraag. Want dat is eigenlijk het wonder, dat van binnen er een antwoord op deze pijn, dit gat, aanwezig is. Dat antwoord was er altijd al, maar doordat mijn bewustzijn groeit, kan ik het nu langzaam, beetje bij beetje toelaten. Zo wordt er van binnenuit iets geheeld en wordt in mij een nieuw bewustzijn geboren.

Dat nieuwe bewustzijn krijgt in mij beetje bij beetje meer ruimte. Bijvoorbeeld met het inzicht een aantal maanden geleden dat ik van goddelijke oorsprong ben. Ik vroeg me namelijk af; waar komt dan dit bewustzijn, dat in mij geboren wordt, vandaan? En het antwoord dat ik van binnen kreeg was: God. Dat raakte me diep en even kon ik ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben. En van daaruit dat alles om me heen van goddelijke oorsprong is. En ik dus één ben met alles om me heen. Deze week werd dit inzicht nog iets groter door het lezen in het boek van Baird Spalding; Meesters uit het verre Oosten. Hij beschrijft hierin vanuit zijn 3 jaar lange ervaring met verlicht volk dat in de Himalaya woont, de relatie tussen God en de mens. En plots kon ik even in mezelf ervaren dat God en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat God door de mens zichzelf schept. Dus dat wij in feite de manifestatie van God zijn. Misschien had ik dat wel eens eerder gelezen, maar ik had dit nog niet zo sterk ervaren en voelde de onmetelijke liefde die God voor mij als mens, voor ons als mensen heeft. God schept ons mensen, God schept mij vanuit een niet te bevatten grote liefde. En ik kon die liefde nu een stukje toelaten. Wow, dacht ik, wat een fantastisch antwoord op mijn gat, mijn bottleneck, mijn valse overtuiging die ik getrokken heb vanuit de situatie in mijn gezin dat ik niet ben om van te houden.

Wat een wereld kun je toch opbouwen vanuit een verkeerd getrokken conclusie, waar je je hele leven in kunt blijven geloven. Dat doen we individueel, maar ook collectief. Onze hele economie bijvoorbeeld is opgebouwd vanuit de foute, beperkte conclusie van een tekort, dat er in principe een tekort is aan middelen om al onze behoeftes te bevredigen. Dit is echt een grote dwaling. Als we namelijk in contact zijn met onze essentie of goddelijke oorsprong of hoe je dat ook wilt noemen, dan wordt ieder verlangen vervult. Dat is een wetmatigheid. Dan wordt verlangen scheppen. We zijn het geloof daarin wellicht verloren, sterker nog; we zijn gaan geloven dat het tegendeel waar is. We zijn afgescheiden geraakt van onze oorsprong en zijn van daaruit gaan geloven dat er een fundamenteel tekort is. Dat geluk of liefde of wat dan ook voor ons niet is weggelegd. Dat het leven ons niet goed gezind is, niet te vertrouwen is, bedreigend is waartegen we ons dienen te beschermen. We gaan dan zoeken en grijpen naar dingen buiten onszelf, een hele economie is daarop gebaseerd. Door deze verkeerde conclusies worden miljarden verdiend en daarom ook in stand gehouden. Het is een wereld die afgescheiden is van de essentiële werkelijkheid, waarin als we hiermee verbonden zijn geluk en liefde ons erfrecht is, omdat het ons van binnenuit gegeven wordt. Hoe anders zou de wereld, zou onze economie eruit zien, als we dat zouden geloven.

Een beetje meer begin ik te begrijpen dat er maar één werkelijkheid is en dat is God. God is alles. Buiten God is er niets. Je zou ook kunnen zeggen; alles is Heilig, alles wat leeft is heilig. Als God is, ben ik. Ik kan dat vooral ervaren als ik hier in mijn eentje in het bos loop, de hond uitlaat bijvoorbeeld of in de moestuin werk. Dan is het alsof ik woon in God. Ik kan dat bewustzijn dan een stukje toelaten net zo ver als mijn vat dat kan dragen. Want het is een hele grote waarheid die ik maar een beetje kan bevatten, maar alleen dat beetje al maakt me wel heel gelukkig en vervuld. Dan snap ik wat het betekent heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf. Want ook door die ander schept God zichzelf.

de rups die wil vliegen

IMG_2982
Het is een steeds terugkerend verschijnsel, dat ik na bijna iedere vakantie, bij het oppakken van mijn verantwoordelijkheden, struikel over wat ik noem mijn bottleneck. De nauwe poort van valse overtuigingen, negatieve overtuigingen, zoals dat ik niet ben om van te houden of er is geen hulp voor mij, dus moet ik sterk zijn en mijn leven alleen dragen. Alles wat ik doe, voelt dan als moeten. Een moeten dat me benauwd, klem zet. En onder de benauwdheid van deze valse overtuigingen (vals omdat ze niet waar zijn), zit een klein, eenzaam jongetje dat liefde heeft gemist. Een jongetje dat bang is, in paniek, hulp en ondersteuning nodig heeft. Liefde, warmte, aandacht. En als ik in mijn functionele moeten zit, laat ik deze liefde voor dat jongetje, voor mezelf los. Dan ben ik alleen nog bezig met de vragen die anderen aan me stellen en waar ik me verantwoordelijk voor voel, wat weer een valse overtuiging is.

Zo ziet mijn persoonlijkheidsstructuur eruit en ik denk dat dit zo is bij de meeste mensen, bij ieder weer in een eigen, persoonlijke variatie. In ons allen is een gat aanwezig, veroorzaakt door een gebrek aan liefde in onze kindertijd, in welke vorm dan ook. Het gat probeert ieder mens in eerste instantie te vullen met iets van buitenaf, door gericht te zijn naar buiten. Deze invulling van buitenaf is niet efficiënt en tijdelijk, niet duurzaam, als een puzzelstukje dat niet past, ook al leven we misschien heel lang in de illusie dat het wel werkt. Totdat we vaak uit wanhoop onze aandacht naar binnen richten en antwoord krijgen vanuit onze essentie. Vanuit een (geestelijke) werkelijkheid waarin geen verdeeldheid of afgescheidenheid heerst, maar eenheid. Dan wordt het gat gevuld met precies datgene wat past. Dan begrijpen we door deze ervaring van essentie dat we zonder dit gat nooit zouden gaan zoeken naar deze werkelijkheid als bodem voor onze diepere en werkelijke identiteit. Dan wordt dat wat we zo vaak proberen te ontwijken, omdat het verdomde pijn doet, een geschenk.

Zolang we vast blijven zitten in de identificatie met ons ego, die de oplossing voor ons gat, ons tekort buiten onszelf zoekt, zijn we als een rups die probeert te vliegen. Misschien hebben we als rups wel gedroomd dat we konden vliegen en proberen we vanuit een oprecht verlangen telkens weer van de aarde los te komen. Hoe groot ons verlangen en doorzettingsvermogen ook is, we zullen er achter moeten komen dat een rups met de instrumenten die het heeft, nooit kan vliegen. We zullen steeds weer te pletter slaan, struikelen over de bottleneck van ons ego. Net zolang totdat we snappen dat de pijn van ons ego de bodem vormt voor het geboren worden van de potentie die in de rups verborgen zit. Niet door de pijn te ontwijken, maar juist door hem toe te laten. De pijn van het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde heeft gemist. Door die pijn innerlijk toe te laten, wordt de weg vrijgemaakt voor een antwoord van binnenuit. En als we dan langzaam dat liefdevolle antwoord leren kennen, leren vertrouwen, kunnen we ons hieraan leren overgeven. Kunnen we onze oude identiteit met valse en negatieve overtuigingen loslaten en gaan inzien wat een prachtig mens we zijn. Dat als we ons meer gaan identificeren met ons geestelijk deel, onze goddelijke oorsprong, dat we tot prachtige dingen in staat zijn. Dan wordt de rups een vlinder, die werkelijk kan vliegen!

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com