ego

hoe de liefde werkt

Gisteren leerde ik hoe liefde eigenlijk werkzaam is, de werkzaamheid van liefde.

We kwamen bij elkaar met mijn mannengroep, die al meer dan 10 jaar bestaat, af en toe van samenstelling wisselt, maar gisteren waren we met 5 mannen. Ieder ervaart op zijn manier zijn proces van menswording en we komen ongeveer ieder kwartaal bij elkaar om dit bijzondere proces te delen.

Kenmerkend is dat we met liefde naar elkaar luisteren. We luisteren naar elkaars verhaal en geven terug welk deel van het verhaal, welk woord, welke zin ons opvalt. Zo ontstaat er een soort van cirkelgesprek, waarbij ieder zijn verhaal vertelt, vragen stelt, de ander aanvult, zelf weer iets vertelt. Gisteren bleven we steken bij de pijn van een van de mannen, die zijn zoon al 21 jaar niet had gezien. Dit verhaal was het ankerpunt voor ons cirkelgesprek. We luisterden, stelden vragen, vertelden een eigen verhaal.

Zo vertelde een van de mannen dat zijn vrouw, zelf dochter van een Nazi officier, reizen verzorgt naar een van de meest verschrikkelijke plekken op aarde; de concentratiekampen van Auswitz en Buchenwald. Mannen en vrouwen ontmoeten elkaar daar, oud Nazi’s, kinderen van Nazi’s, joden, NSBers, daders en slachtoffers van de afschuwelijke Tweede Wereldoorlog. De man vertelde dat er in eerste instantie grote onhandigheid is om met elkaar in contact te komen, maar dat er langzaam naar elkaar wordt geluisterd, er langzaam een sfeer ontstaat van heling. Van heling en transformatie. Deze plekken, deze afschuwelijke plekken, waar de meest afschuwelijke dingen zijn gebeurd, zijn transformatieplekken geworden. Hoe bijzonder is dat!!

Precies de sfeer die ik herken in onze mannengroep en we blijven hangen bij degene die vertelt over zijn pijn, zich kwetsbaar maakt, zijn vertwijfeling in het leven deelt, durft te delen. Zo werkt de liefde dus, dacht ik. De liefde die niet het punt zoekt waar we sterk zijn, waar we succes hebben, maar juist het punt waar we gewond zijn, kwetsbaar zijn. Zoals dat ook in mezelf is, de liefde in mij zelf is ook te vinden waar ik het meest gewond ben, mijn bottleneck, mijn meest kwetsbare, gekwetste plek. Daar is de liefde aanwezig. De liefde wil van zijn overvloed naar de plek waar een tekort is. Dus in plaats van dat ik bang ben voor mijn pijn, mijn meest pijnlijke plek, leer ik om daar naar toe te gaan, er bij te zijn, omdat ik weet dat daar de liefde is. De liefde die mij wil helen.

Dus als ik de liefde zoek, als ik de liefde wil vinden, moet ik niet zijn op de plekken waar successen gevierd worden, waar rijkdom is, waar liefde voorwaardelijk is, maar juist waar een tekort aan liefde is, waar pijn is gedaan. Zo stroomt de liefde, als deze vrij is, de liefde wil helen, de liefde wil transformeren. De plus zoekt de min, als een wetmatigheid. Dat is eigen aan de werking van liefde.

Later lag ik te kijken naar de ondergaande zon in het bos, hoe de zon de wolken kleurde in tinten geel, oranje, rood. Ik dacht: alles is eigenlijk liefde, alle inhoud van alle vormen, of het nu die boom is daar, of de zon, of die wolken. De binnenkant is liefde, de essentie en de vorm is de specifieke uitdrukking van deze liefde, van deze liefdesenergie. Onzichtbaar. Hoe zit dat dan bij de mens, vroeg ik me af.

De mens sluit deze liefde, deze liefdesenergie op. Houdt deze gevangen. Dat is wat ons ego doet, sluit deze liefde op, zodat deze niet meer kan stromen. We bouwen een muur om deze liefde. In onwetendheid, in onbewustheid. Omdat we zijn gekwetst, pijn zijn gedaan. Transformatie is dat we ons laten raken, op de een of andere manier, door de liefde, die bij ons van binnen zit. Iets raakt, iets herkent. En dan van binnenuit wordt ons ego, onze persoonlijkheid omgevormd. Van een gevangenisbewaarder tot een verlosser. De persoonlijkheid geeft zich over en laat de liefde vrij. Vrij om te stromen. En de persoonlijkheid buigt en wordt een instrument van deze liefde. Dat kan heel lang, dat kan jaren duren, de muur laat zich niet zomaar afbreken, vertrouwen is niet zomaar gewonnen. Bovendien zijn heel veel mensen met al hun energie juist gericht op het in stand houden van deze muur.

Overal waar de liefde door ons mensen heelt en transformeert, daar wordt de aarde een stukje geheeld en getransformeerd. Dat kan in elke ontmoeting, waar met liefde en respect geluisterd wordt. Zo vormt een ontmoeting een cirkel, een cel. Nu moet ik denken aan wat Jezus zei; waar er 2 of meer in mijn naam aanwezig zijn, daar ben ik. Daar is de liefde. Misschien, dacht ik vanmorgen, is Jezus wel de mens waar de liefde zich volledig in heeft gemanifesteerd. In die zin zou je hem kunnen beschouwen als een voorbeeld voor wie we als mens kunnen zijn, waar we naar toe kunnen groeien. Daarbij denk ik dan weer niet dat iedereen een Jezus zou moeten worden, maar veel meer dat ieder van ons zichzelf zou moeten worden, een Tom, een Kees, een Henk, een Inge, een Suzanne etc.

Vanmorgen deed ik in een zonovergoten apriltuin mijn ochtendmeditatie en ik dacht; ik zit hier in het midden van de liefde. Alles om mij heen is liefde. Voor mij is dat het grote manco van de evolutietheorie van Darwin, die door de moderne mens wordt aangehangen als antwoord op de oorsprong en toekomst van het leven. Het is slechts de buitenkant, de vorm die wordt bestudeerd, niet de binnenkant. Als alle vormen een manifestatie zijn van de liefde, van liefdesenergie, als de aarde in feite een liefdesplaneet is, dan zal toch in ieder geval de verscheidenheid aan vormen in samenhang met deze liefde moeten worden bestudeerd.

Dat is mijn allergrootste wens om instrument van deze liefde te zijn. Dan word ik het meest gelukkig.

 

 

De volgende stap in de evolutie

Het nieuwe boek van Dan Brown, Oorsprong, inspireert me om bij mezelf weer eens na te denken over wat voor mij nu de kern is van wie we eigenlijk als mens zijn. Wie ben ik? Een vraag die ik me al stelde toen ik op de middelbare school zat en tijdens de lessen boeken las van onder andere Oespensky en Herman Hesse.

Een van de hoofdrolspelers in het boek van Dan Brown, Edmond Kirsch ontwikkelt een vorm van kunstmatige intelligentie, die gebaseerd is op onze hedendaagse ontwikkeling, maar gaat daarin een aantal stappen verder. Zo ver dat hij aan de hand van een computerprogramma in staat is om de vragen te beantwoorden; waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Vragen die de mensheid al eeuwenlang bezig houdt. Eigenlijk komt zijn antwoord er op neer dat we als mens niet zonder deze door de mens ontwikkelde kunstmatige intelligentie kunnen, sterker nog, dat we zonder deze ontwikkeling zouden uitsterven. De nieuwe mens is in de ogen van Kirsch een onvermijdelijke, door de evolutie bepaalde symbiose tussen de mens en deze kunstmatige intelligentie.

Het is een populair, hedendaags idee dat we machines aan het ontwikkelen zijn die beter en zuiverder kunnen denken dan wij zelf. En dat dit een onvermijdelijke, volgende stap is in de evolutie. Dat wij als mens de evolutie daarmee zelfs kunnen versnellen. We zullen in dat idee kunstmatige instrumenten ontwikkelen die ons als mens volmaakt maken, zodat we onze onvolmaaktheid, zowel fysiek als psychisch kunnen oplossen. Want daar komt het eigenlijk op neer. Onze onvolmaaktheid zorgt ervoor dat er ziektes zijn, dat er armoede is, honger, maar ook oorlog. In de toekomstvisie van deze figuur Edmond Kirsch in het boek van Dan Brown zorgt kunstmatige intelligentie ervoor dat deze problemen allemaal worden opgelost.

Ik stel me nu de vraag, wat is dan eigenlijk de oorzaak van deze onvolmaaktheid? In mijn visie, sterk beïnvloed door denkers als Oespensky, Gurdjieff, maar ook A.H. Almaas, wordt ieder mens in een onvolmaakt nest geboren. Met andere woorden; ieder mens loopt een trauma op van de liefde die hij tekort is gekomen, gemist heeft. In welke vorm dan ook. Je zou ook heel simpel kunnen zeggen, in deze materiële aandachtslaag is de liefde niet volmaakt. Dat veroorzaakt in ieder van ons een gat, een crack, een pijnlijke plek. Als kind hebben we niet het bewustzijn om deze pijn te voelen. In plaats daarvan ontwikkelen we vanuit ons systeem, onze persoonlijkheid manieren om dit gat niet te voelen. Je zou kunnen zeggen dat onze persoonlijkheid uit verschillende centra bestaat, zoals Gurdjieff dit noemt; lichaam, emotie, denken en zelfs een seksueel centrum. Deze centra gaan nu dit gat vullen als het ware en het gevolg is dat we door deze compensatie niet volmaakt functioneren. Je zou deze combinatie van verkeerd gebruik van centra ook ons ego kunnen noemen. Dat ego wordt een kunstmatige centrum, de kunstmatige instelling die ons gat, de pijn van ons gat compenseert. Gurdjieff noemt dit ook wel onze valse persoonlijkheid. Je kunt je dus voorstellen dat we met deze compensatie niet zuiver of helder kunnen denken, niet helder of zuiver kunnen voelen, omdat al deze centra beïnvloed zijn door het gat, de pijn van het gat, dat het moet vullen. Dit is over het algemeen, uitzonderingen daar gelaten, de situatie van iedere mens die in onze samenleving functioneert, wetenschap bedrijft, in de politiek bezig is, onze doktoren etc. etc. Bij de een lukt die compensatie wat beter dan bij de ander, heeft daar meer last van dan de ander. Zo binnen, zo buiten. In die zin is het dus niet zo gek dat we door de onvolmaaktheid in onszelf, buiten onszelf een onvolmaakte wereld creëren.

Laten we ons nog eens concentreren op dat gat dat in ons ouderlijk nest ontstaat. Want als we ons daarop concentreren, ligt daar wat mij betreft ook de oplossing. Het is trouwens al heel wat dat we in plaats van hard weglopen van dat gat, ons voorzichtig gaan richten op dat gat, met onze aandacht, ja, met ons bewustzijn naar dit gat toegaan. Naar dit gat, waarin we de liefde hebben gemist die we als mens zo nodig hebben. Of waarin we later in ons leven steeds weer worden gekwetst en pijn worden gedaan. Net als de persoon Edmond Kirsch, trouwens, die in zijn daden en denken wordt gedreven door de pijn die hem in zijn jeugd en latere leven wordt aangedaan.

Als we dus met onze aandacht naar dit gat durven toegaan, dan komen we hier al die emoties tegen van het gebrek aan liefde, die voor ieder mens zeer persoonlijk is. Hier komen we ook de overtuigingen tegen, die ons denken beïnvloed, zoals ik moet alles alleen doen, ik ben niet om van te houden, er is iets wat niet klopt aan mij, ik moet sterk zijn, ik ben een slecht mens. Het wonder is nu dat als we onze aandacht, ons bewustzijn op deze plek in onszelf richten, dat er, als we hier om vragen, van binnenuit een antwoord komt. Als we de moed hebben om onszelf te openen, te laten zien in wie we werkelijk zijn. Zonder ons mooier te maken dan we zijn. Als ons ego bereid is te buigen, een stap terug te doen. Dan komt er een antwoord dat ons systeem, ons opgebouwde ego systeem van disfunctionerende centra, eigenlijk niet kan geloven. Namelijk een antwoord van liefde, een antwoord vanuit een onvermoed, maar toch altijd aanwezig centrum in onszelf, essentie, zoals Almaas dit noemt. Er is een plek in onszelf waar we onvoorwaardelijk worden liefgehad. Waar we welkom zijn, waar ieder van ons welkom is. Je bent welkom, het is goed dat je er bent. Dat we worden gekend, ieder van ons, tot in onze diepste vezels, tot in de diepste details van iedere gebeurtenis die we hebben meegemaakt en zullen meemaken en liefgehad.

Het vervelende is natuurlijk dat deze plek niet is te ontdekken zonder dat je ook de enorme pijn van het gat in je toelaat. Beetje bij beetje, dat gaat natuurlijk nooit in een keer. Er zijn misschien mensen die ervaringen hebben vanuit hun essentie, hun geestelijk deel, hun hoger bewustzijn, God, hoe je het ook noemt. Maar dat wil nog niet zeggen dat deze ervaringen van hun essentie zijn geïntegreerd in hun systeem, daarvoor moet je toch echt de pijn van je gat toelaten. Want op die plek vindt de versmelting plaats tussen essentie en persoonlijkheid. Wordt een verbinding gelegd tussen ons hoogste en laagste punt. Op die plek wordt een nieuwe mens geboren. Die niet meer afgescheiden is van zijn essentie, maar daarmee verbonden is en dus een is met de wereld om zich heen.

Deze liefde van binnenuit, is wat mij betreft het enige juiste antwoord dat te geven is op dat psychische gat, dat in onze vroegste jeugd is geslagen. Daar kan geen robot, machine of computer tegen op. Deze niet abstracte, maar persoonlijke en onvoorwaardelijke liefde is het antwoord dat klopt en het is het antwoord dat ontspant. Want op dat moment wordt ons ego ontslagen van de onmogelijke taak die het op zich heeft genomen, namelijk de pijn van dat gat te compenseren. Dat is een langzaam proces (het ego geeft zich namelijk niet zo makkelijk gewonnen) en is voor mij de zin en betekenis van innerlijk werk. In dit proces kan het niet anders dan dat we als mens ook beter gaan functioneren, zowel in ons lijf, als in onze emotie als in ons denken. We gaan anders eten, we gaan anders, zuiverder voelen, gevoelens van vrede, van schoonheid, van vreugde. En gaan anders denken. We zijn instaat verbanden te leggen, die eerder niet voor mogelijk werden gehouden. We gaan anders handelen. We vinden in onze essentie ons talent en de passende vorm waarmee we werkelijk een bijdrage kunnen leveren aan de wereld om ons heen. In plaats van een valse persoonlijkheid ontwikkelen we een gezonde persoonlijkheid die in evenwicht is, in verbinding is met onze essentie.

Dus als antwoord op het boek van Dan Brown, is mijn idee van de nieuwe mens in de toekomst niet dat we een symbiose moeten aangaan met de door onszelf ontwikkelde kunstmatige intelligentie en daarvan in hoge mate afhankelijk worden, maar dat we een verbinding moeten aangaan met onze essentie die in ieder van ons aanwezig is. Dan ontwikkelen we in onze evolutie een nieuwe, vrije en onafhankelijke mens als een vlinder uit een rups, die niet langer gevangen zit in zijn ego. Een nieuwe mens die kan reizen tussen tijd en ruimte, die kan scheppen, de natuurwetten kent en daarmee als een goddelijk kind kan spelen, die in verbinding is in plaats van in afgescheidenheid. Die mens is in ieder van ons aanwezig.

 

 

de parel in de modder


Ieder kent het beeld van de lotusbloem, die boven het water uitkomt, maar wortelt in de modder in het donker onder het wateroppervlakte. In het Boeddhabeeldje dat ik heb, wordt deze symboliek uitgebeeld rondom de zittende Boeddha. Het is een mooi beeld, maar pas drong dit beeld dieper tot me door, toen ik het kon betrekken op mijn eigen parel, die groeit vanuit mijn eigen modder. Dit jaar heb ik als jaarthema ‘zuiverheid’ en mijn logische neiging is om me dan louter te richten op die delen in mij die zuiver zijn. Paradoxaal genoeg kom ik dan natuurlijk juist mijn onzuivere kant tegen. En dat wil ik niet! Mijn systeem is in eerste instantie gericht op het ontwijken van mijn onzuiverheid, van mijn modder zou je kunnen zeggen. Vanuit mijn egosysteem keur ik dat deel van mezelf af, veroordeel ik dat. Ik scheid in mezelf, maar daardoor ook buiten mezelf, goed en kwaad. Licht is goed, donker is kwaad. Het is de basisstructuur van bijna ieder van ons, waardoor er ongelijkheidwaardigheid ontstaat, scheiding, oorlog zelfs. Ons mensen is goed, de vluchteling is slecht, een gelukszoeker. Wij mensen met een baan zijn goed, die mensen daar zonder baan, met een uitkering, die profiteurs, die lamballen, die zijn slecht. Zo kijken we vanuit afgescheidenheid naar de wereld en bestrijden met vuur en zwaard dat wat we als slecht bestempelen, vanuit de innerlijke projectie van ons eigen kwaad, dat we niet onder ogen durven zien.

Zo binnen, zo buiten. Populisme met hun hedendaagse leiders, zoals Trump, Erdogan, Poetin, om er maar een paar te noemen, is een collectieve verzameling van mensen met deze basisstructuur. Waarvoor het dus kenmerkend is dat de schuld van wat er fout gaat, buiten zichzelf wordt gezocht. De werkelijkheid wordt als louter ellende voorgeschoteld en de schuld hiervan ligt altijd bij de ander, er wordt niet naar het eigen aandeel gekeken. Een paar weken terug had ik plots door dat het basisgevoel van Trump ‘vernedering’ is. Hij voelt zich, zonder dat hij zich daar bewust van is, voortdurend vernederd. Hij stapt uit het klimaatakkoord en zegt dat de VS niet langer meedoet, dat ze zich niet langer laten vernederen door de rest van de wereld. De rest van de wereld lacht ons uit, daar wil hij niet meer aan meedoen. Trump wil wel een nieuw akkoord, maar dan vanuit het uitgangspunt ‘America first’. In plaats van deze vernedering te voelen, blaast hij zichzelf narcistisch op en voelt zich ‘de beste’, ‘de grootste’, de ‘eerste’. Dit is de compensatie voor het niet kunnen voelen van de vernedering, die hem waarschijnlijk als kind is aangedaan.

Zo is het bij iedereen, inclusief ikzelf. We hebben een basisgevoel van verlies aan liefde dat we hebben gemist. Bijna ieder van ons heeft in dat opzicht een trauma. Bij mij is dat gevoel dat ik niet ben om van te houden, bij een ander is dat het gevoel dat er iets niet aan zichzelf klopt, bij weer een ander is het gevoel dat hij of zij slecht is. Dat een slecht mens voelen wordt dan de basis van wat je zou kunnen noemen de valse persoonlijkheid, ons ego. Rond die valse overtuiging van een slecht mens zijn, bouwen zich patronen op als een harnas, die de overtuiging van dat slecht zijn inkapselen, beschermen, omdat dit afschuwelijke gevoel niet gevoeld wil worden. Anders gezegd; er is niet genoeg bewustzijn aanwezig, zeker niet als kind, om dat gevoel toe te kunnen laten. Je kunt in deze wereld de grootste daden verrichten, maar daaronder het gevoel hebben dat er niet van je wordt gehouden, dat je voortdurend vernederd wordt, dat je een slecht mens bent, dat er iets niet aan jou klopt. Je kunt het beeld naar buiten ophouden dat je volmaakt gelukkig bent. Maar daaronder zit een rotte plek, een gat en je doet er alles aan om daar maar niet bij in de buurt te komen. Heel onze structuur is op dit uitgangspunt gebouwd, een structuur die je een valse persoonlijkheid zou kunnen noemen, omdat deze gebouwd is op een leugen. Namelijk de leugen dat je een slecht mens bent, dat je niet bent om van te houden, dat er iets niet aan jou klopt, dat het geluk niet voor jou is weggelegd. Het is dan ook logisch dat we vanuit deze basisstructuur voortdurend zijn gericht om van buitenaf dit vreselijke gat te vullen. Daar is onze economie ook op gebaseerd. We verdienen met z’n allen heel veel geld doordat we onze valse persoonlijkheid in stand houden. Wat wij over het algemeen geluk noemen is het feit dat we ongeveer plus minus een manier hebben gevonden om van buitenaf ons innerlijk gat te vullen. Tijdelijk, nooit volledig, gebrekkig, maar we denken dat het functioneert. En zeggen dat we gelukkig zijn, met ons is niets mis. Dit is mijn leven, dit is de manier waarop ik functioneer. Laat me met rust, kom niet te dichtbij! Anders gaat mijn harnas wankelen, komen er scheurtjes in mijn zorgvuldig opgebouwde structuur. Als we echter kunnen kijken vanuit het nieuwe bewustzijn, dat in ons geboren wordt, dan is juist dat wat we het meeste vermijden en bestrijden, onze redding, de ingang naar werkelijk innerlijk, standvastig geluk. In alles zit een barst, dat is waar het licht naar binnen komt, zei Leonard Cohen.

Het is voor mij echt een groot inzicht om te beseffen dat met de parel ook de modder is gegeven in mijn leven. Dat ik niet het slachtoffer van deze modder ben, niet hoef aan te klagen wie hier allemaal de oorzaak van zijn en ook de ander niet hoef te redden van zijn modder. Zonder modder namelijk geen parel. De parel zit verpakt in de modder. Het enige dat ik hoef te doen is de modder in mijn leven onder ogen zien, beetje bij beetje het gevoel toelaten dat bij deze modder hoort. En als ik dat doe, me open stel en tegelijkertijd vraag naar een innerlijk antwoord, word ik eigenlijk altijd geraakt. Kom ik in contact met wat je mijn parel zou kunnen noemen, mijn essentie. De werkelijkheid die zegt dat ik wel ben om van te houden, dat ik, zoals ieder van ons, het meest geliefde kind ben. Dat ik een goed mens ben. Dat ik in mijn onvolmaaktheid, volmaakt ben, dat alles aan mij klopt. Dit is de plek waar ik van binnenuit kan groeien en de mens kan worden die ik oorspronkelijk ben. Niet in afgescheidenheid, maar in verbinding. Zoals een lotus groeit vanuit de modder en iedere plant begint te groeien vanuit het zaadje in de donkere schoot van de aarde.

Pasen en de zin van lijden

Het is misschien wel het grootste taboe in deze tijd; lijden. Als we kijken naar de beelden die we van onszelf maken op de sociale media, dan is ieders leven volmaakt, is de een nog gelukkiger dan de ander en niemand heeft last van wat toch echt bij ons menselijk leven hoort; namelijk lijden aan de onvolmaaktheid van het leven. We hebben daar de grootste moeite mee, wij als moderne, westerse mens met name. Wij met onze beelden van volmaaktheid, van geluk zonder smetje, waar we elkaar de ogen mee uitsteken. Elkaar gek maken, elkaar opjagen. En als we dan inderdaad door de hoge eisen van een volmaakt leven, opgebrand raken, dan heeft de reguliere psychologie of psychiatrie eigenlijk maar een antwoord; de pil. De pil die ons gevoel van onbehagen, ons lijden onderdrukt. We mogen niet lijden, we mogen niet voelen. Of is het zo dat we de kunst van het lijden hebben afgeleerd? Tijd is geld, we moeten snel door, door met geld verdienen, door met het voldoen aan de steeds hogere eisen van de economie. En als we in die zin niet meer functioneel zijn, geen geld meer opbrengen, dan is ons leven misschien wel voltooid en mogen we daar met behulp van deskundigen een einde aan maken. Of kunnen we die dood overwinnen door wat wij wetenschappelijke vooruitgang noemen, waardoor we instaat zijn om een letterlijk bionische mens te scheppen, half mens, half robot. Een onoverwinnelijk wezen waar het lijden geen vat meer op heeft.

Heel herkenbaar dat heel ons systeem, zowel ons persoonlijke als ons collectieve systeem gericht is op het ontwijken van het gevoel van onbehagen, gevoel van leegte, van lijden. Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan. In ieders leven komen momenten voor die ons brengt aan de rand van onze persoonlijkheid. Daar ligt onze kans, daar ligt onze groeimogelijkheid. En wat is er dan dat eigenlijk groeit? Bewustzijn. Bewustzijn is wat groeit op het moment dat we de moed hebben om iets van ons menselijk lijden toe te laten. Te voelen dus. We zijn zo bang om te voelen. En dat is logisch. Omdat ons systeem, onze persoonlijkheid niet in staat is om ons lijden te dragen. Onze persoonlijkheid alleen, ons ego, gaat gebukt onder de last van ons lijden. Eigenlijk is het een stukje sterven. En wie zoekt dat nu vrijwillig op? Het bijzondere, het wonder misschien, is dat in dit stukje sterven, een geboorte verborgen ligt. De geboorte van ons bewustzijn. Dat bewustzijn is geen onderdeel van ons ego, dat is onderdeel van wat je onze essentie zou kunnen noemen. Dus als we in staat zijn om in onszelf een stukje van ons menselijk lijden toe te laten, sterven we een stukje, sterft ons ego een stukje, maar tegelijkertijd wordt ons bewustzijn geboren. En dat bewustzijn is wonderwel in staat om ons lijden te dragen. Op die manier kan er een nieuw mechanisme ontstaan, dat niet langer gericht is op het ontwijken van ons lijden, maar dat gericht is op het stukje bij beetje toelaten van ons lijden om van daaruit ons bewustzijn geboren te laten worden. Lijden wordt dan vreugde, wordt dan geluk, wordt dan liefde.

Dat klinkt misschien allemaal heel mooi en je zou je kunnen afvragen, doe ik dat dan helemaal voor mezelf alleen? Nee, want dat proces van het sterven van ons ego en het geboren worden van ons bewustzijn is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld. Je zou het zelfs een stap in onze menselijke evolutie kunnen noemen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een van de belangrijkste menselijke patronen om ons menselijk lijden buiten de deur te houden, is het projecteren van wat ons wordt aangedaan, buiten onszelf. De ander is de oorzaak van onze pijn (die we in dit patroon dus niet toelaten). Alles dat een bedreiging vormt voor het systeem dat ons ego heeft opgebouwd, dient bestreden te worden. Te vuur en te zwaard. Zo ontstaan oorlogen, in het groot, in het klein, we zijn elkaars vijanden in de oneindige poging om het innerlijk lijden buiten de deur te houden. Het mag duidelijk zijn dat op het moment dat we in staat zijn, dat we de moed hebben om in onszelf iets van ons lijden toe te laten, dat we dan dit patroon van projectie van de vijand buiten onszelf, doorbreken. Het is een gekke omkering, want ons doel veranderd radicaal van het bestrijden van de vijand buiten ons, naar het bijna dankbaar zijn voor de pijn die de ander ons aandoet. Want dit biedt de kans om iets van ons lijden in onszelf toe te laten en te transformeren naar bewustzijn. Naar vreugde, naar innerlijk geluk, naar liefde. Dat wordt natuurlijk bedoeld met heb je vijanden lief. Maar het is tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal, omdat het bewustzijn vraagt, een groot bewustzijn, dat maar langzaam van binnenuit geboren wordt.

Hoe waardevol voor onszelf en voor de wereld dit proces van transformatie ook is, dit is niet bepaald populair in een wereld, waarin werelds succes en geluk de boventoon voert. Het is een stil proces, dat weinig applaus van buitenaf krijgt. Toch is dit de kern van Pasen, dat uit de compost, de afval van vorig jaar, een nieuw plantje groeit. Dat uit het sterven van ons ego, ons bewustzijn, onze essentie wordt geboren. Dat uit de resten van de oude mens, een nieuw mens opstaat. Opstaat uit de dood.

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

de rups die wil vliegen

IMG_2982
Het is een steeds terugkerend verschijnsel, dat ik na bijna iedere vakantie, bij het oppakken van mijn verantwoordelijkheden, struikel over wat ik noem mijn bottleneck. De nauwe poort van valse overtuigingen, negatieve overtuigingen, zoals dat ik niet ben om van te houden of er is geen hulp voor mij, dus moet ik sterk zijn en mijn leven alleen dragen. Alles wat ik doe, voelt dan als moeten. Een moeten dat me benauwd, klem zet. En onder de benauwdheid van deze valse overtuigingen (vals omdat ze niet waar zijn), zit een klein, eenzaam jongetje dat liefde heeft gemist. Een jongetje dat bang is, in paniek, hulp en ondersteuning nodig heeft. Liefde, warmte, aandacht. En als ik in mijn functionele moeten zit, laat ik deze liefde voor dat jongetje, voor mezelf los. Dan ben ik alleen nog bezig met de vragen die anderen aan me stellen en waar ik me verantwoordelijk voor voel, wat weer een valse overtuiging is.

Zo ziet mijn persoonlijkheidsstructuur eruit en ik denk dat dit zo is bij de meeste mensen, bij ieder weer in een eigen, persoonlijke variatie. In ons allen is een gat aanwezig, veroorzaakt door een gebrek aan liefde in onze kindertijd, in welke vorm dan ook. Het gat probeert ieder mens in eerste instantie te vullen met iets van buitenaf, door gericht te zijn naar buiten. Deze invulling van buitenaf is niet efficiënt en tijdelijk, niet duurzaam, als een puzzelstukje dat niet past, ook al leven we misschien heel lang in de illusie dat het wel werkt. Totdat we vaak uit wanhoop onze aandacht naar binnen richten en antwoord krijgen vanuit onze essentie. Vanuit een (geestelijke) werkelijkheid waarin geen verdeeldheid of afgescheidenheid heerst, maar eenheid. Dan wordt het gat gevuld met precies datgene wat past. Dan begrijpen we door deze ervaring van essentie dat we zonder dit gat nooit zouden gaan zoeken naar deze werkelijkheid als bodem voor onze diepere en werkelijke identiteit. Dan wordt dat wat we zo vaak proberen te ontwijken, omdat het verdomde pijn doet, een geschenk.

Zolang we vast blijven zitten in de identificatie met ons ego, die de oplossing voor ons gat, ons tekort buiten onszelf zoekt, zijn we als een rups die probeert te vliegen. Misschien hebben we als rups wel gedroomd dat we konden vliegen en proberen we vanuit een oprecht verlangen telkens weer van de aarde los te komen. Hoe groot ons verlangen en doorzettingsvermogen ook is, we zullen er achter moeten komen dat een rups met de instrumenten die het heeft, nooit kan vliegen. We zullen steeds weer te pletter slaan, struikelen over de bottleneck van ons ego. Net zolang totdat we snappen dat de pijn van ons ego de bodem vormt voor het geboren worden van de potentie die in de rups verborgen zit. Niet door de pijn te ontwijken, maar juist door hem toe te laten. De pijn van het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde heeft gemist. Door die pijn innerlijk toe te laten, wordt de weg vrijgemaakt voor een antwoord van binnenuit. En als we dan langzaam dat liefdevolle antwoord leren kennen, leren vertrouwen, kunnen we ons hieraan leren overgeven. Kunnen we onze oude identiteit met valse en negatieve overtuigingen loslaten en gaan inzien wat een prachtig mens we zijn. Dat als we ons meer gaan identificeren met ons geestelijk deel, onze goddelijke oorsprong, dat we tot prachtige dingen in staat zijn. Dan wordt de rups een vlinder, die werkelijk kan vliegen!

het einde van het ego als chauffeur van de bus

IMG_8882
Zowel individueel als collectief zijn de grenzen van het ego als leidend principe bereikt. Veel mensen verkeren individueel in een crisis, maar ook het collectief van onze samenleving is onvoldoende in staat om antwoorden te vinden op de grote levensvragen die aan ons worden gesteld.

In mijn visie bestaat een mens uit een essentie (binnenkant) en een persoonlijkheid of ego (buitenkant). In de vergelijking van mijn mensbeeld met een bus met een chauffeur en passagiers zijn de passagiers de verschillende delen van het ego en is de chauffeur de essentiële ik die bevoegd is om de regie te voeren over de richting waar de bus naar toe gaat. De essentiële ik is van nature verbonden met de omgeving, met de wereld om zich heen en kiest een richting die in overeenstemming is met die omgeving. In onze huidige samenleving met de machthebbers die wij hebben in de politiek en in het bedrijfsleven, maar ook in ons eigen individuele leven is de situatie vaak zo dat er een opstand in de bus is uitgebroken en een van de passagiers op de stoel van de chauffeur is gaan zitten. Hierbij is het ook nog zo dat deze bezetter sterk de neiging heeft om te luisteren naar het geschreeuw in de bus van de andere passagiers die hem toeroepen welke kant zij op willen. Je kunt je voorstellen hoe zigzaggend deze bus zich als een dronkenman over de weg verplaatst, als hij al over een weg rijdt. De bus is het spoor volledig bijster.

We kunnen de vergelijking met de bus ook toepassen op het huidige neoliberale beleid die sinds de VVD aan de macht is door ons land waait. Normaal zou zijn dat de chauffeur een instantie is met levensbeschouwelijke, humanistische, overstijgende kwaliteiten. Een wijs orgaan dat het menselijke centraal zet en menselijke waarden bewaakt. De passagiers zijn de verschillende deelgebieden waar deze menselijke waarden zich vanuit een doordachte visie in uitdrukt, zoals onderwijs, economie, verkeer en ruimtelijke ordening, gezondheidszorg, milieu, kunst en cultuur etc. Wat vanuit het neoliberalisme echter gebeurt, is dat de economie op de plek van de chauffeur is komen zitten en invloed uitoefent op alle menselijke deelgebieden. Dit geeft een grote disbalans omdat de wetmatigheden binnen de economie (geld en winst maken als doel) niet toepasbaar en toereikend is op vragen uit alle leefgebieden. Net zoals het ego niet de kennis en vaardigheden heeft om antwoorden te geven op menselijke vragen, kan de economie dit ook niet op vragen over gezondheid, onderwijs, milieu, etc. De economie op de plek van de chauffeur van de bus is als een trompet die zonder muzikant muziek probeert te maken. Deze muziek klinkt zo vals zoals we die nu horen en wordt alleen maar gewaardeerd door mensen die profiteren van het neoliberale gedachtegoed. Mensen die aan de macht zijn en er alles aan doen om deze macht te behouden. Hierbij ontstaat een steeds grotere kloof tussen rijk en arm, waarbij solidariteit als menselijke waarde naar de achterbank in de bus wordt verbannen. Dat wat zogenaamd zwak is, niet mee kan met de steeds hogere eisen van het neoliberale systeem, wordt uit de bus gezet, moet het zelf maar uitzoeken.

Als we deze onhoudbare situatie willen doorbreken en willen groeien als mens, ontkomen we er als individu niet aan om onze aandacht naar binnen te richten en het gebied te betreden waar het ego geworteld is. Het ego vindt namelijk zijn wortels in een negatieve ervaring, bijvoorbeeld het afgewezen zijn, het niet geliefd zijn, het verwaarloosd zijn in de jongste jaren als kind. Om het psychologisch te duiden, daar waar de psychologische karakterstructuren vanuit een tekort zijn opgebouwd. Dit is bij iedereen het geval. Als we echter ons leven op deze grond bouwen, is het drijfzand. Willen we onszelf op een gezonde, een stabiele grond opbouwen, op de ervaring dat we zijn om van te houden, dat we liefde waard zijn, dan zullen we dus bewust de pijn moeten toelaten van die negatieve grond van het ego. Het ego is niet slecht, maar ontoereikend om grote levensvragen te beantwoorden. Het ego was het beperkte antwoord op het gemis van liefde in de vroegste jeugd. Alleen: we zijn de verwrongen en beperkte waarheid van ons ego gaan geloven. We zijn gaan geloven dat het leven niet liefdevol is, niet te vertrouwen is. En precies die valse overtuigingen maken ons ongelukkig, vijanden van onszelf en van elkaar. Alsof we voortdurend in oorlog zijn.

In het afgescheiden zijn van onze essentiële ik en in het geloof vanuit ons ego dat we een afgescheiden ik zijn, los van de wereld om ons heen, is het logisch dat dit gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid oproept. Deze gevoelens konden we in onze vroegste jeugd onmogelijk toelaten, dus hebben we dit gecompenseerd met allerlei vormen van gedrag, zoals het streven naar succes, het zorgen voor anderen, het zoeken naar avontuur, etc. Toch is deze compensatie nooit helemaal sluitend, er is altijd een lek, een gat, een disfunctioneren. We raken behoorlijk overspannen van de poging van het ego om de bus te besturen, een taak die hij op zich heeft genomen, maar waar hij niet de competenties voor heeft. En degene die dat wel kan, de essentiële ik, heeft hij van zijn stoel verjaagd en verbannen naar de achterbank in de bus. Het is trouwens opvallend dat we vaak ons geld verdienen met de compensatie van ons ego voor de gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid. Deze betaalde baan is een belangrijke reden waarom we gevangen zitten in dit gedrag en het moeilijk is om hier vrijwillig verandering in te brengen.

We zullen dus dit innerlijke gebied van de wortels van het ego moeten betreden, willen we hierin verder komen, ons verder ontwikkelen, verder groeien als mens. Gevoelens van overspanning kunnen een stimulans zijn om dit noodzakelijkerwijze te doen. Het voelt als een smalle poort, een bottleneck waar doorheen wordt gegaan. De verdedigingsmuren van het ego gaan neer en we komen in contact met het geknelde kind, achter in de bus, die zich verwaarloosd, hulpeloos, bang en minderwaardig voelt. Als hier dan met onverdeelde aandacht naar kan worden gekeken, vindt er een wonderlijke transformatie plaats. Dan blijkt dat ogenschijnlijk lelijk eendje, namelijk een prachtige zwaan. Deze rups, een mooie vlinder. De steen die de bouwlieden van het ego hebben afgekeurd, blijkt in de ogen van de essentie de hoeksteen te zijn. De smalle poort blijkt een geboortekanaal, waar doorheen mijn geestelijke, essentiële ik, geboren wordt. Op het moment dat het ego zich zijn ontoereikendheid en kwetsbaarheid beseft, zou het oog kunnen gaan krijgen voor het gepeste kind in de bus, die op de achterbank zit, gekneveld, geblinddoekt. Dat is de essentie die het erfrecht heeft op de chauffeursstoel, maar door de opstand van de passagiers daar terecht is gekomen. Het ego zou kunnen gaan beseffen dat het zelf ook beter functioneert met de essentiële ik als chauffeur. De essentiële ik, die verbonden is met de wereld om zich heen, en het ego kunnen gaan samenwerken, waardoor de bus zijn richting hervindt en geen gevaar meer op de weg betekent. Ze hebben elkaar namelijk nodig. De essentie heeft kennis van immateriële, geestelijke zaken en het ego of de persoonlijkheid van de materiële zaken zoals die geregeld zijn hier op aarde.

Onlangs las ik het boek van Almaas over het enneagram; negen facetten van eenheid. Al in mijn tienerjaren kwam ik in contact met het enneagram door het lezen van boeken van Gurdjeff en Ouspensky en zat ik in een leesgroepje in Terneuzen, waarbij we dit bespraken. Het enneagram is eigenlijk een landkaart, een routekaart voor het betreden van het innerlijk gebied van de wortels van het ego. Het laat de verschillende reacties en overtuigingen zien van het ego, maar ook de mogelijkheid om in contact te komen met onze essentie en de prachtige kwaliteiten van deze essentie zoals waarheid, vrijheid, volmaaktheid, liefde, hoop, vertrouwen, kracht, wijsheid. Toen ik de prachtige beschrijving die Almaas hierover geeft, las, kon ik vanachter de sluiers van mijn ego, een glimp opvangen van deze objectieve werkelijkheid waarvan we zo vaak zijn afgescheiden door de subjectieve beleving van ons ego. Even later lag ik in het zwembad en tijdens het zwemmen voelde ik heel even, een seconde, dat mijn ego losliet en niet ik zwom, maar ik werd gezwommen. Het leek alsof ik zweefde in de totaliteit van het geheel. Die avond had ik dat nog een keer toen ik voelde dat ik werd geademd. Het idee van het ego dat ik mijn leven moet beheersen en controleren vanuit het idee van een afgescheiden ik, is wel mijn grootste obstakel voor de overgave aan mijn essentie. Het is een heerlijk gevoel, een moment van geluk, dat dit een fractie van een seconde wordt losgelaten.

Zoals het voor mij is als individu is het misschien ook voor ons als collectief. Dat we mogen hopen op iemand die van binnen zijn essentiële ik de rechtmatige plek op de stoel van de chauffeur van de bus heeft teruggegeven. Een leider (m/v) die zijn hart heeft teruggevonden en in staat is om te verbinden dat wat door het neoliberale beleid wordt afgebroken en gescheiden van elkaar. En wie weet ziet leiderschap er vanuit de essentiële ik op de rechtmatige plek van de bestuurder van de bus er wel heel anders uit dan het egoleiderschap zoals we dat nu vaak kennen.

 

ben jezelf in 2015

IMG_7071
Een kindje is geboren, ergens ver weg, vlakbij Jeruzalem. Ergens ver weg, meer dan 2000 jaar geleden. En met dit liefdeskind, met deze Jezus, word ik zelf in het hier en nu geboren. Is in ieder van ons de kiem gelegd om opnieuw geboren te worden. In mij wordt de liefde geboren, een nieuw bewustzijn, een nieuwe ik. Niet mijn ego ik, die afgescheiden ik, maar mijn essentiële, geestelijke ik. Mijn verbonden ik, die deel is van het grote geheel. Mijn ik die leeft, ongescheiden, rots vast, geen drijfzand.

Het is geen gemakkelijke geboorte, laat dat duidelijk zijn. Altijd weer kom ik op deze innerlijke weg mijn bottleneck tegen. Mijn meest kwetsbare deel, waar ik kreupel ben, gewond, gehandicapt. In paniek zou je kunnen zeggen, doodsbang. Ik kan er niet omheen. Het stuk dat ik niet wil voelen, liever niet wil zien. Misschien nu langzaam onder ogen durf te komen, omdat met het geboren worden van mijn essentiële ik ook mijn bewustzijn groeit. Ik zie dan dat in plaats van het gemis en het tekort te voelen, ik ben gaan zorgen, me verantwoordelijk ben gaan voelen voor de ander. Het lijkt krachtig, het lijkt nobel, maar het is zwak. Een compensatie is een zwakke basis. Mijn eigen behoefte wordt in dat patroon opgeofferd. De zwaarte van dat patroon drukt me regelmatig neer als een kruis dat me plet. Het is een moment, tijdens deze feestdagen, misschien omdat mijn moeder hier is, dat ik dat voel. Als een schaduw die plotseling over me heen valt. Doorheen deze menselijke worsteling met het leven zelf, word ik geboren. Voor de tweede maal, maar nu niet lichamelijk, maar geestelijk. Soms zou ik, eerlijk gezegd, wel meer aanzien willen, meer invloed, meer gezien worden door de wereld. Maar misschien is dit geestelijk geboren worden wel mijn belangrijkste doel, mijn diepste betekenis. En is dit leven, mijn leven een baarmoeder voor deze geboorte. Dient mijn uiterlijke leven mijn innerlijk en niet andersom.

Toevallig vond ik in mijn kast een oud boek van Barend van der Meer, die commentaar geeft op het Thomas Evangelie. Deze passage gaat over innerlijk werk en de schat die daarin te vinden is.
‘We misleiden ons zo gemakkelijk. We gebruiken onbegrijpelijke en grote woorden die ons moeten imponeren en waarmede we de zachte en stille stem van onze ziel verdringen. Brutaal zijn de woorden van de mensen, ijdel, groot in hun waan, machtig in hun dromen en begoochelingen. Aan al die sensaties knaagt de worm van de tijd en indien eenmaal een hoog doel der eerzucht is veroverd, komt een nieuw streven dat het al weer oud geworden resultaat en record opvreet en vernietigt. Er zijn geen musea genoeg om de oude gestolde dromen der mensheid te bewaren. Na een luttel aantal jaren, 10.000… 100.000 is alles reeds weer vergaan. Dit is niet de nieuwe wereld die als een dageraad in u aan zal breken. Wilt u het beste van uw leven? Zoekt u dat beste in de zone der vergankelijkheid of in de belevenis van het onvergankelijke leven? Ieder mens kan aanspraak maken op het onvergankelijke leven. Daarvoor moet het vergankelijke en voorbijgaande in ons doorbroken worden. Dus doorgaan. Zo is ieder mens op zoek naar het blijvende, het ‘vaste’ substantiële der vloeibare levensbeweging. Want in dit ongescheiden leven ligt de onaantastbaarheid, het altijd doorgaande, het nimmer ophoudende van het leven in ieder ogenblik dat diep in de menselijke ziel zijn aangrijpingspunt heeft en de mens het allerinnigste besef geeft zijner onveranderlijke levenseenheid. Dus blijven graven en ploegen en contact gevoelen met de subtielere zones van het innerlijk leven. Blikseminslag, doorploegd worden, diepe vorens trekken, zaaien, oogsten. Niet stil staan bij het verraden worden, bij het verlaten worden, bij het eenzaam worden. Wij mensen verleiden en worden verleid, wij verliezen en doen verliezen. En uit de diepte, de verheffing! De liefde Gods ontdekken in de diepste vernedering, in de duistere afgrond, waar toch het licht schijnt, het onuitblusbare, zegenende, verwarmende, eeuwige licht dat schenkt en beschenkt en zegent en heelt zonder ooit op te houden’.

Het is de liefde die me trekt. Mijn verlangen naar de liefde, het verlangen van de liefde naar mij. Die me wenkt, mij die zichzelf vanuit zijn oude ik, zijn oude patroon buiten de liefde plaatst, buiten de cirkel van liefde. Alsof ik het niet waard ben, die liefde. De liefde wil niets liever dan met me dansen, dansen in de cirkel van liefde. Zo verlang ik ernaar om permanent in deze cirkel te vertoeven, maar dat is helaas nog niet de realiteit. Ik kan het verlangen, ik kan het visualiseren. Voelen als een belofte. Het is misschien wel mijn grootste verdriet als ik me bewust ben dat ik mezelf nog steeds buiten de cirkel van liefde plaats. Niemand anders sluit me buiten, ik doe dat zelf.

Het is goed om me steeds weer te herinneren dat iedereen, ieder mens worstelt. Dat achter ieder uiterlijk beeld een worsteling schuilgaat. Dat maakt ons gelijk, dat maakt ons een. Het uiterlijk is de afleiding, vooral het beeld van succes, van schoonheid en perfectie. Vorig weekend keken mijn dochter Moon en ik bij oma, mijn moeder, naar The Voice of Holland. Ik had er al jaren niet naar gekeken, moest denken aan de eerste jaargangen met Jim, Hind en Jamal. Toen vond ik het nog best leuk. Nu schrok ik, van de commercie. Het programma, de finale, duurde 2 uur, maar ik denk dat slechts de helft zuivere speeltijd was om het maar even zo te noemen. De rest was reclame of een oproep om toch vooral weer een keer te stemmen voor 90 cent per stem. Her werd heel veel geld verdient. De kandidaten zagen er prefect uit, vooral de drie jonge zussen, met de naam Ogene. Ze wonnen. Toch bleef ik achter met een wrange nasmaak. Later op internet zag ik de meiden terug. Ze hadden een filmpje geplaatst van toen ze nog niet meededen aan The Voice. Wow, wat een talent en authenticiteit. Ik vergeleek het filmpje met de beelden van The Voice. Onherkenbaar, de jonge vrouwen waren rolmodellen geworden, een rode, een blonde en een donkere, zodat ieder zich met hen kon identificeren. Ze waren een product geworden van de commercie, van de economie. Ogene zou wel eens wereldberoemd kunnen worden, met hun muziek, maar bijvoorbeeld ook met mooie poppen, een rode, een donkere en een blonde, die alle tieners willen hebben. Vandaag ontdekte ik waar de metamorfose vandaan kwam, op wie de meiden van Ogene willen lijken, op Destiny’s Child. Ook zij zingen het nummer Emotions, wat ook weer niet van henzelf is, maar oorspronkelijk van de Beegees. Je raakt toch echt wel de weg kwijt als je een ander wilt zijn dan jezelf.

Zo moeilijk is het blijkbaar om jezelf te zijn, terwijl dat toch is wat ons het meeste raakt. Iemand die zichzelf is gebleven. Iemand die ondanks zijn wereldse rol, groot of klein, zichzelf is. Dat geldt ook voor onze leiders, in de politiek bijvoorbeeld. We worden geraakt door iemand die zijn uiterlijke macht inzet om zijn idealen te verwezenlijken, zoals Nelson Mandela of Ghandi. Iemand die trouw is aan zichzelf en aan zijn achtergrond, aan de reden waarom hij of zij ooit de politiek inging. Zo iemand is moeilijk te vinden als we kijken naar de Nederlandse politiek vandaag. De tendens is daarin om juist de eigen achtergrond los te laten en nog enkel de economie, de sturing van het geld te volgen. Neoliberaal noem ik dat en het maakt blijkbaar niet uit of de oorspronkelijke partij uit de linkse, rechtse of Christelijke hoek komt. Iedereen lijkt besmet of betoverd te zijn en zijn eigen principes overboord te gooien. Als ik kijk naar hoe het wetsvoorstel van minister Schippers om de vrije artsenkeuze af te schaffen, werd ondersteund door zowel liberale als sociale en Christelijke partijen, dan is de neoliberale politiek gemeengoed geworden. En als het dan niet lukt om de wet door de Eerste Kamer te loodsen, probeert men op slinkse wijze de democratische besluitvorming te omzeilen. De politiek maakt zich hiermee ongeloofwaardig en plaatst zich op een eiland. Macht is een doel op zich geworden en het behoud van de eigen machtspositie. Een gevaarlijke tendens die gelukkig veel reacties oproept, zowel vanuit linkse hoek, maar ook vanuit lezers van de Telegraaf bijvoorbeeld. Hopelijk kunnen deze reacties de politiek wakker schudden en de noodzaak doen inzien om terug te keren naar de eigen sociale, liberale of Christelijke basis. Opdat de politiek weer herkenbaar wordt voor de kiezers, die niet alleen vanuit hun portemonnee stemmen, maar ook vanuit een ideaal, een visie op de maatschappij.

Ik weet overigens niet wat ik zelf zou doen in een positie die veel aanzien heeft in de wereld, zoals in de politiek of de winnaars van The Voice. Ben ik sterk genoeg om mezelf te blijven? Toch begint dit wel bij het individu, bij ieder van ons, bij het innerlijk werken aan onszelf om die essentiële ik in ons geboren te laten worden. Die ik die zichzelf is, ontspannen, vreugdevol, eerlijk, integer om maar een paar deugden te noemen. Die meer is dan de rol die we in de buitenwereld vervullen. Dat is wat ik ieder van ons, inclusief mezelf, toewens in 2015; ben jezelf! Althans, doe in ieder geval je best ervoor ;-).

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com