droom

de gelijkwaardigheid van materie en geest


Het is alweer een tijd geleden dat er een reunie plaatsvond van mijn middelbare school in Terneuzen. In mijn tijd Petrus Hondius geheten, nu de Rede. Ik ontmoette op die reunie een oude vriendin, die me vertelde dat ik vroeger altijd bezig was met het zoeken naar de zin van het leven. En ze zei daar met een licht verwijtende toon achteraan; en dat doe je nu nog steeds! Heb je dat antwoord nu nog steeds niet gevonden? Word volwassen! Ik hoorde het haar denken, terwijl ze de zoveelste sigaret opstak en nipte aan haar volgende volgeschonken glas wijn. Hoe kun je daar als mens nu niet mee bezig zijn, vroeg ik me af.

Iedere week geef ik, zoals jullie ondertussen wel weten, voor een groepje mensen de latifa-meditatie en ik merk dat in deze latifa alles aanwezig is wat voor mij belangrijk is voor mijn huidige antwoord op de zin van het leven. Een antwoord dat niet statisch is, maar zich steeds weer opnieuw laat ontdekken. De latifa heeft met het benoemen van de essentiële, menselijke kwaliteiten (aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil) en de visualisatie van de groeiende plant alles met groei te maken. Menselijke groei. Dat betekent eigenlijk en dat heeft voor mij met de zin van het leven te maken, dat bewustzijn groeit. En bewustzijn groeit in ons mensen.

In ons huidige, collectieve bewustzijn zien wij materie als het uitgangspunt voor alles dat leeft. Dat is de visie waar wij sinds Darwin in geloven. Vanuit dat uitgangspunt vinden we ook dat bewustzijn begint bij de mens. Eerst was er de mens, die was dom, onbewust, onbeschaafd en toen kwam de tijd van de Verlichting, die ons uit het moeras van de achterlijke middeleeuwen trok. Descartes die zei; ik denk dus ik ben. En met dat denken, kwam er bewustzijn. Ik vind dat een materieel uitgangspunt. Bewustzijn gekoppeld aan het lichaam, dat er eerst was. Dat is voor mij zo mooi en baanbrekend aan het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna dood ervaringen, dat mensen die fysiek dood worden verklaard, nog steeds een bewustzijn hebben, een ervaring hebben en daar later over kunnen vertellen. Nu wordt dit onderzoek van Van Lommel bekritiseerd door andere wetenschappers die zeggen, ja, die mensen waren helemaal niet klinisch dood, die van Lommel heeft de boel belazerd. Dat lijkt dan een wetenschappelijk antwoord, maar voor mij is het veel meer het hardnekkig vasthouden aan het hedendaagse geloof dat materie het begin en uitgangspunt is en dat er zonder lichaam geen bewustzijn kan zijn. Het is echt een grote verschuiving in denken als je inziet, begrijpt dat er eerst bewustzijn is en daarna pas materie, daarna pas wij als mens. Dus dat bewustzijn ons geschapen heeft, dat bewustzijn jou en mij geschapen heeft en niet andersom! Dat vind ik een heel boeiend uitgangspunt, dat me diep van binnen raakt.

Want als we uit bewustzijn zijn geboren dan is dat bewustzijn dus ouder dan ik, is dat bewustzijn er eerder dan ik. En zal er ook nog zijn als ik, de ik gekoppeld aan mijn lichaam, er niet meer is. En dan zou je zelfs kunnen zeggen dat hetzelfde bewustzijn dat in mij aanwezig is en dat mij nu raakt, dat dat hetzelfde bewustzijn is dat de zon geschapen heeft en de aarde geschapen heeft. Alles dat ik zie, al het onzichtbare en zichtbare, alles dat leeft geschapen heeft. En als ik dan ook nog de moed heb om tegen dat bewustzijn ik te zeggen, dan wordt binnen buiten en voel ik me werkelijk deel van een groter geheel. En dat is precies het punt dat mij van binnen diep raakt. Het is het gevoel, de ervaring dat ik in God ben, omdat alles wat leeft inclusief ikzelf uit diezelfde bron komt. Een tijd terug maakte ik een tekening die deze ervaring goed uitbeeldt. Het was het beeld van het heelal met sterren en planeten en in het midden de Aarde. In plaats van dat de natuur zich aan de oppervlakte bevond van onze planeet, tekende ik bomen, bergen en zeeën aan de binnenkant. Met in het midden van deze binnenste buitengekeerde Aarde een grote zon. De mens tekende ik al lopend door de natuur als een derwisjdanser die hemel en aarde verbindt. Later maakte ik van die tekening een tablet van klei, dat boven dit artikel is afgebeeld.

Nog even terug naar Descartes, ik denk dus ik ben. Naast Darwin is Descartes een van de pijlers van ons materialistisch geloof zou je kunnen zeggen. Het geloof dat er eerst materie is en dan pas bewustzijn. Wat ik van Gurdjeff, de Armeense filosoof en mysticus, geleerd heb is dat het denken een van de menselijke centra is, naast het lichaamscentrum en het gevoelscentrum. Ook sexualiteit zag hij als een centrum. Deze centra kunnen worden aangestuurd door een bepaald bewustzijn. Het is daarbij, volgens Gurdjeff, dus de vraag of dit denken wordt aangestuurd door een lager, beperkt bewustzijn, waar bv. het ego centraal staat of door een ander, ruimer bewustzijn, dat ‘denkt’ vanuit eenheid, dat alles een is. Dan ziet ons denken er heel anders uit, verfijnder, sneller, minder grof. Het bewustzijn is dus hierin bepalend, niet het denken, zoals Descartes beweert. Denken is net zoals fysiek handelen of voelen een uitdrukking van iets (bewustzijn), niet iets dat stuurt, zoals wij vaak geloven.

Heb ik al verteld over die prachtige droom die ik een tijdje geleden had? Ik kom op een grote, witte sneeuwvlakte terecht. Die is ontzettend glad. Ik begin te glijden en ga steeds harder. Ik probeer de ijsvloer te ontwijken door naar de rand te gaan, waar het dunner is, maar ik glijd verder en kom dan bij een afgrond. Ik val naar beneden, maar ipv. dat ik bang ben, geef ik me van binnen over. Het geeft een heerlijk gevoel. En op het moment dat ik me vanbinnen overgeef, blijkt dat ik kan vliegen. En val ik niet meer. Voor mij is dit een mooi voorbeeld van de verschuiving van materieel bewustzijn, waar ik bang ben om te vallen naar geestelijk bewustzijn als uitgangspunt, waar dus blijkt dat als ik me hieraan overgeef, ik kan vliegen! Een transformatie van bewustzijn zoals de transformatie van een rups naar vlinder!

Tot slot is het hierbij belangrijk om op te merken dat voor mij geest, bewustzijn, het onzichtbare gelijkwaardig is aan de materie, aan het zichtbare. Al eeuwenlang is er die strijd tussen geest en materie gaande, waarbij eerst de geest boven de materie stond (kerk) en nu, als antwoord daarop, de materie boven de geest, het zichtbare boven het onzichtbare. De kunst is om geest en materie aan elkaar gelijkwaardig te beschouwen. Absoluut gelijkwaardig. Omdat het een het gevolg is van het ander, de materie als uitdrukking van de geest, van bewustzijn.

pasen verandert ons van een rups in een vlinder

Veel mensen zullen het huidige ontwikkelingsstadium van de mens anno 2018 beschouwen als een eindstadium. Voor de seculiere, wereldlijke, moderne mens, die zich heeft verlost van het oude, in zijn ogen achterlijke geloof, ligt de toekomst in het verder ontwikkelen van computers en robots, die de eigen gebreken en onvolmaaktheid en daardoor zijn lijden kan oplossen. Hierbij ziet deze mens niet de eigen blinde vlek, namelijk dat hij in de wetenschap en technologie in feite een nieuw geloof heeft ontwikkeld, waarbij de redding buiten zichzelf wordt gezocht. Net als het oude geloof, waar ze zo’n afkeer van heeft. De Verlichting van de 18e eeuw ziet deze mens als het ontwaken van het denken, wat voor zijn geloof dezelfde betekenis heeft als de geboorte van Jezus voor de gelovige. De Oerknal is voor de seculiere mens het nieuwe scheppingsverhaal. En Darwin, dat is de opperpriester van de wetenschap, die met zijn evolutietheorie nieuwe zin en betekenis geeft aan ons leven op aarde. In die zin is er eigenlijk niet zoveel veranderd. De moderne mens die zijn verlossing zoekt in de wetenschap, met de wetenschappers als priesters waar zij heilig in geloven tegenover de oude gelovige, die zijn verlossing zoekt in het geloof buiten zichzelf.

Misschien ligt wat waar is wel in het midden van wat de seculiere mens en de oude gelovige mens gelooft, namelijk dat de verlossing buiten zichzelf te vinden is. En misschien is wat waar is wel een schat die verborgen is in het Pasen dat we dit lange weekend vieren. Ieder tegenwoordig op zijn of haar eigen manier. Paaseieren zoeken, het bezoeken van familie, van tuincentra, naar de kerk gaan en het kijken naar het Passieverhaal op televisie, waar maar liefst 3 miljoen mensen op afstemden. Gisteren kon ik in mezelf ervaren dat Pasen niet iets is buiten mezelf, maar dat dit een gebeurtenis is die zich in mij afspeelt. Als onderdeel van mijn mens zijn. Als onderdeel van mijn evolutie als mens zelfs. Het is geen uiterlijke waarheid die je met harde feiten kunt bewijzen, maar een innerlijke waarheid, die je kunt ervaren.

Pasen is voor mij de mogelijkheid die in ieder mens aanwezig is om van een rups een vlinder te worden. Als een zaadje dat deze lente ontkiemt en boven de grond komt. Het punt is echter wel dat deze rups daarvoor moet sterven, anders kan het geen vlinder worden. Precies zoals Jezus sterft en weer opstaat uit de dood. De rupsmens en de vlindermens zitten beiden in mij, in ieder van ons. De rupsmens is de onbewuste, eendimensionale mens, die gelooft in het heil buiten zichzelf. Of deze nu van de wetenschap komt of van het oude geloof. Het is de materiële mens, die leeft aan de buitenkant. De mens die zich aanpast aan wat anderen van hem verwachten, ouders, leraren op school, de baas op het werk. Maar die ook boos is en de schuld van zijn lijden buiten zichzelf legt. Hij is slachtoffer en aanklager tegelijkertijd. Hij houdt een beeld op, een image dat boven alles overeind moet blijven. Hij leeft het leven van anderen, niet van zichzelf. Zijn liefde is voorwaardelijk, een berekening, een lijstje. Oog om oog, tand om tand. Hij is gericht op de groep, op het collectief, maar is vanbinnen eenzaam. Maar kan dat niet voelen. Hij doet er alles aan om niet te voelen. Zijn minderwaardigheid blijft verborgen achter zijn masker, zijn harnas.

Toch ligt in deze rupsmens de vlinder verborgen en kan het zo maar zijn dat hij hierin ergens in zijn leven wordt geraakt en daardoor herinnert wie hij werkelijk is. Als de rupsmens 10 procent is van ons mens-zijn, is de vlinder de volle 100 procent. De vlindermens heeft op een kwetsbaar moment contact ervaren met wie hij in wezen is en kan worden. Hij volgt de potentie, de droom die hij nu al is. Deze droom ligt dichtbij en niet ver weg, zoals bij de rupsmens, die droomt van verre landen, mooi weer, een lui leventje, veel geld, alles kunnen kopen. Een droom buiten hem zelf. Een illusionair beeld van geluk, dat niets te maken heeft met waar ieder mens op zijn eigen manier gelukkig van wordt. Voor de vlinder mens ligt dit geluk, deze droom heel dichtbij, is eenvoudig, vervullend. Hij leeft vanuit zijn of haar verlangen, waar hij blij van wordt, stap voor stap. Zoals de vlinder zich langzaam uit de rups ontvouwt. Hij is individu, maar niet als de rupsmens afgescheiden, maar van binnenuit gevuld en verbonden met andere individuen en ervaart de werkelijkheid om hem heen als een eenheid. Hij neemt verantwoordelijkheid voor zijn leven en legt niet de schuld buiten zichzelf of neemt geen schuld meer op zich die van anderen is. Hij of zij is vrij, verlost. Van binnenuit, door de onvoorwaardelijke liefde van binnenuit.

Het is voor ons hoofd niet te begrijpen dat er in de werkelijkheid zoals we die met onze zintuigen waarnemen een andere werkelijkheid verborgen zit. Precies zoals Maria Magdalena en zijn leerlingen in eerste instantie niet konden geloven dat het graf van Jezus leeg was en hij aan hen verscheen. Het is voor mij wezenlijk om te zien dat Pasen niet over iets gaat los van mij, een oud verhaal dat is geweest of misschien wel helemaal niet. Pasen gaat juist over mij en de potentie en mogelijkheid die in mij als mens verborgen zit.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com