bewustzijn

Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder verborgen in ieder mens

Yuval Noah Harari mag op dit moment worden beschouwd als een van de meest vooraanstaande denkers van onze tijd en een van de best gelezen schrijvers. In zijn 2 boeken Homo Sapiens en Homo Deus schetst Harari een beeld van de geschiedenis van de mens, de Homo Sapiens en van zijn toekomst. Een toekomst waarin de Homo Sapiens zich wellicht overbodig maakt. Een van zijn kernpunten is dat wij als mens geen vrije wil hebben, geen ziel of essentie, geen ongedeelde individualiteit. Deze kapstok, waar ons humanistisch liberale denken op is gebaseerd, is volgens Harari een illusie. Met een knipoog naar het Boeddhisme, die immers ook onze ik als een illusie beschouwt, als bron van al ons lijden. Door een combinatie van de biologie volgens Darwin en de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt al het leven, inclusief wijzelf als mens, beschouwd als een verzameling van algoritmes.

Toen ik dit las, kreeg ik een dejavu van zo’n 35 jaar geleden, toen ik begin 20 was en op zoek was naar mezelf. Wie ben ik? Samen met een aantal mannen in het Zeeuws Vlaamse Terneuzen lazen we inspirerende boeken van Osho, Krishnamurti, maar ook Gurdjeff en Ouspensky. Gurdjeff, een Armeense mysticus, leefde in het begin van de vorige eeuw, in de tijd van het kubisme. Niet voor niets schetst ook hij het beeld van de mens als een machine, als een robot. Hij zou het waarschijnlijk prima kunnen vinden in deze moderne computertijd met de ideeën van Harari. Laten we hun denken wat betreft de vrije wil eens naast elkaar leggen. Harari schrijft; De laatste decennia zijn biowetenschappers tot de conclusie gekomen dat het liberale verhaal van de vrije wil pure mythologie is. Het ondeelbare authentieke zelf is net zo echt als de eeuwige ziel, Sinterklaas en de paashaas. Als ik echt diep in mezelf kijk, valt de schijnbare eenheid die ik als vanzelfsprekend beschouw uiteen in een kakafonie van tegenstrijdige stemmen, waarvan er niet eentje mijn ‘ware zelf’ is. Mensen zijn geen individuen. Mensen zijn ‘dividuen’(delen). Einde citaat. Dan Ouspensky, die de leer van Gurdjeff uiteenzet in het boek De Vierde Weg. Als we onszelf gaan bestuderen, stuiten we allereerst op een woord dat we meer dan enig ander gebruiken, en wel het woord ‘ik’. We zeggen ‘ik doe’, ‘ik zit’, ‘ik voel’, ‘ik bemin’, ‘ik heb afkeer van’ enz. Hierin schuilt onze voornaamste illusie, want dè vergissing die we ten opzichte van onszelf begaan, is dat we onszelf als een eenheid zien; we hebben het altijd over onszelf als een ‘ik’, en nemen aan dat we daarmee altijd hetzelfde bedoelen, terwijl we in werkelijkheid verdeeld zijn in honderden verschillende ‘ikken’. Deze ‘ikken’ veranderen voortdurend; het ene onderdrukt het andere, het ene neemt de plaats in van een ander, en deze strijd vormt ons innerlijk leven. Einde citaat.

Ook al zit er een eeuw tussen het denken van Harari en Gurdjeff/Ouspensky, ze komen wat betreft de kwestie van de vrije wil op hetzelfde punt uit. Dat is boeiend. Nog boeiender is de verschillende afslag die ze daarna nemen. Om dit duidelijk te maken gebruik ik als metafoor voor de mens, de rups die transformeert tot een vlinder. Hierbij beschouw ik Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjeff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld. Harari zegt eigenlijk tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. Ja, we kunnen wel vliegen, zegt hij, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen. Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de eendimensionale wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld. Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. Eigenlijk alsof de aarde nog plat is. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (althans een kleine, rijke elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon. Daar begint het denken van Gurdjeff.

Het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, betekent nog niet dat hij er niet is. We hebben er alleen geen contact mee. Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjeff mechanische leven. Gurdjeff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven. Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.

Daar waar Harari het heil zoekt in het scheppen van een machine, een robot, een Internet der dingen buiten onszelf, vindt Gurdjeff de Heilige Graal in onszelf. Harari schetst in zijn boeken de geschiedenis en de toekomst van de mens als collectief. De weg van Gurdjeff is die van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is, maar in zichzelf ook een geestelijke, meerdimensionale werkelijkheid ontdekt. De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjeff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische, dus geen evolutie is. Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.

de gelijkwaardigheid van materie en geest


Het is alweer een tijd geleden dat er een reunie plaatsvond van mijn middelbare school in Terneuzen. In mijn tijd Petrus Hondius geheten, nu de Rede. Ik ontmoette op die reunie een oude vriendin, die me vertelde dat ik vroeger altijd bezig was met het zoeken naar de zin van het leven. En ze zei daar met een licht verwijtende toon achteraan; en dat doe je nu nog steeds! Heb je dat antwoord nu nog steeds niet gevonden? Word volwassen! Ik hoorde het haar denken, terwijl ze de zoveelste sigaret opstak en nipte aan haar volgende volgeschonken glas wijn. Hoe kun je daar als mens nu niet mee bezig zijn, vroeg ik me af.

Iedere week geef ik, zoals jullie ondertussen wel weten, voor een groepje mensen de latifa-meditatie en ik merk dat in deze latifa alles aanwezig is wat voor mij belangrijk is voor mijn huidige antwoord op de zin van het leven. Een antwoord dat niet statisch is, maar zich steeds weer opnieuw laat ontdekken. De latifa heeft met het benoemen van de essentiële, menselijke kwaliteiten (aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil) en de visualisatie van de groeiende plant alles met groei te maken. Menselijke groei. Dat betekent eigenlijk en dat heeft voor mij met de zin van het leven te maken, dat bewustzijn groeit. En bewustzijn groeit in ons mensen.

In ons huidige, collectieve bewustzijn zien wij materie als het uitgangspunt voor alles dat leeft. Dat is de visie waar wij sinds Darwin in geloven. Vanuit dat uitgangspunt vinden we ook dat bewustzijn begint bij de mens. Eerst was er de mens, die was dom, onbewust, onbeschaafd en toen kwam de tijd van de Verlichting, die ons uit het moeras van de achterlijke middeleeuwen trok. Descartes die zei; ik denk dus ik ben. En met dat denken, kwam er bewustzijn. Ik vind dat een materieel uitgangspunt. Bewustzijn gekoppeld aan het lichaam, dat er eerst was. Dat is voor mij zo mooi en baanbrekend aan het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna dood ervaringen, dat mensen die fysiek dood worden verklaard, nog steeds een bewustzijn hebben, een ervaring hebben en daar later over kunnen vertellen. Nu wordt dit onderzoek van Van Lommel bekritiseerd door andere wetenschappers die zeggen, ja, die mensen waren helemaal niet klinisch dood, die van Lommel heeft de boel belazerd. Dat lijkt dan een wetenschappelijk antwoord, maar voor mij is het veel meer het hardnekkig vasthouden aan het hedendaagse geloof dat materie het begin en uitgangspunt is en dat er zonder lichaam geen bewustzijn kan zijn. Het is echt een grote verschuiving in denken als je inziet, begrijpt dat er eerst bewustzijn is en daarna pas materie, daarna pas wij als mens. Dus dat bewustzijn ons geschapen heeft, dat bewustzijn jou en mij geschapen heeft en niet andersom! Dat vind ik een heel boeiend uitgangspunt, dat me diep van binnen raakt.

Want als we uit bewustzijn zijn geboren dan is dat bewustzijn dus ouder dan ik, is dat bewustzijn er eerder dan ik. En zal er ook nog zijn als ik, de ik gekoppeld aan mijn lichaam, er niet meer is. En dan zou je zelfs kunnen zeggen dat hetzelfde bewustzijn dat in mij aanwezig is en dat mij nu raakt, dat dat hetzelfde bewustzijn is dat de zon geschapen heeft en de aarde geschapen heeft. Alles dat ik zie, al het onzichtbare en zichtbare, alles dat leeft geschapen heeft. En als ik dan ook nog de moed heb om tegen dat bewustzijn ik te zeggen, dan wordt binnen buiten en voel ik me werkelijk deel van een groter geheel. En dat is precies het punt dat mij van binnen diep raakt. Het is het gevoel, de ervaring dat ik in God ben, omdat alles wat leeft inclusief ikzelf uit diezelfde bron komt. Een tijd terug maakte ik een tekening die deze ervaring goed uitbeeldt. Het was het beeld van het heelal met sterren en planeten en in het midden de Aarde. In plaats van dat de natuur zich aan de oppervlakte bevond van onze planeet, tekende ik bomen, bergen en zeeën aan de binnenkant. Met in het midden van deze binnenste buitengekeerde Aarde een grote zon. De mens tekende ik al lopend door de natuur als een derwisjdanser die hemel en aarde verbindt. Later maakte ik van die tekening een tablet van klei, dat boven dit artikel is afgebeeld.

Nog even terug naar Descartes, ik denk dus ik ben. Naast Darwin is Descartes een van de pijlers van ons materialistisch geloof zou je kunnen zeggen. Het geloof dat er eerst materie is en dan pas bewustzijn. Wat ik van Gurdjeff, de Armeense filosoof en mysticus, geleerd heb is dat het denken een van de menselijke centra is, naast het lichaamscentrum en het gevoelscentrum. Ook sexualiteit zag hij als een centrum. Deze centra kunnen worden aangestuurd door een bepaald bewustzijn. Het is daarbij, volgens Gurdjeff, dus de vraag of dit denken wordt aangestuurd door een lager, beperkt bewustzijn, waar bv. het ego centraal staat of door een ander, ruimer bewustzijn, dat ‘denkt’ vanuit eenheid, dat alles een is. Dan ziet ons denken er heel anders uit, verfijnder, sneller, minder grof. Het bewustzijn is dus hierin bepalend, niet het denken, zoals Descartes beweert. Denken is net zoals fysiek handelen of voelen een uitdrukking van iets (bewustzijn), niet iets dat stuurt, zoals wij vaak geloven.

Heb ik al verteld over die prachtige droom die ik een tijdje geleden had? Ik kom op een grote, witte sneeuwvlakte terecht. Die is ontzettend glad. Ik begin te glijden en ga steeds harder. Ik probeer de ijsvloer te ontwijken door naar de rand te gaan, waar het dunner is, maar ik glijd verder en kom dan bij een afgrond. Ik val naar beneden, maar ipv. dat ik bang ben, geef ik me van binnen over. Het geeft een heerlijk gevoel. En op het moment dat ik me vanbinnen overgeef, blijkt dat ik kan vliegen. En val ik niet meer. Voor mij is dit een mooi voorbeeld van de verschuiving van materieel bewustzijn, waar ik bang ben om te vallen naar geestelijk bewustzijn als uitgangspunt, waar dus blijkt dat als ik me hieraan overgeef, ik kan vliegen! Een transformatie van bewustzijn zoals de transformatie van een rups naar vlinder!

Tot slot is het hierbij belangrijk om op te merken dat voor mij geest, bewustzijn, het onzichtbare gelijkwaardig is aan de materie, aan het zichtbare. Al eeuwenlang is er die strijd tussen geest en materie gaande, waarbij eerst de geest boven de materie stond (kerk) en nu, als antwoord daarop, de materie boven de geest, het zichtbare boven het onzichtbare. De kunst is om geest en materie aan elkaar gelijkwaardig te beschouwen. Absoluut gelijkwaardig. Omdat het een het gevolg is van het ander, de materie als uitdrukking van de geest, van bewustzijn.

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

eert uw vader en moeder

Een van de 10 geboden in het Oude Testament van de Bijbel zegt Eert uw vader en moeder. Afgelopen week was ik jarig. Als je jarig bent vier je de dag dat je bent geboren. Dat is in principe een heugelijk feit. Voor mij echter is mijn verjaardag ieder jaar weer een ingewikkeld moment. Ongeveer 2 weken van tevoren komt er een soort zwaarte over me. De zwaarte van mijn bottleneck. Van het tekort van de onvolmaakte omgeving waarin ik terecht kwam. En dat is onherroepelijk verbonden met mijn ouders. Eert uw vader en moeder.

In dezelfde week van mijn verjaardag had ik een thema-middag met een aantal mensen die bij mij dagbesteding of vrijwilligerswerk doen. Het thema was het vorige artikel van mijn site De kracht van innerlijk werk. Individualiteit versus collectiviteit. We zaten nu midden in de tuin van Pluk&Plenty, met de natuur om ons heen. De natuur groeit, planten groeien. Wij als mens groeien ook. De vraag is hoe wij als mens groeien. Dat schreef ik in het vorige artikel op deze site met het beeld van de twee-traps raket. Kort samengevat. Eerst groei je binnen de omgeving van het collectief, inclusief je eigen gezin. Maar de groei binnen dit collectief is begrensd. Voor sommigen is dit voldoende. Voor anderen knaagt er iets aan dit kader, aan dit begrensde kader. Er moet meer zijn dan dit. Er sluimert een vermoeden. Deze mensen gaan zoeken, soms geactiveerd door een crisis, het verlies van een dierbare, ziek worden, een burn-out. Wie klopt, wordt open gedaan. Er komt een antwoord vanuit een andere werkelijkheid dan die van het collectieve kader. Licht schijnt door de crack naar binnen. Een ruimere werkelijkheid wordt in een moment zichtbaar. De individuele groei gaat verder vanuit een nieuw bewustzijn, dat ruimer is dan het bewustzijn binnen het collectieve kader.

Het was een wonderlijke middag in de tuin van Pluk&Plenty met een wonderlijke ontmoeting, want in alle openheid ontspon zich een gesprek, dat zin voor zin door iedere deelnemer/ster werd uitgesproken. Er ontstond als het ware een gezamenlijk inzicht van de werkelijkheid.

Luister maar eens vanuit een innerlijk oor naar de volgende zinnen;

Het ongekende dat zich door jou laat kennen.

Door het tegendeel ontwikkelt zich iets, door het tekort, de tegenkracht ontwikkelt zich iets.

Het collectief, het systeem is nodig voor het individu om geboren te worden, zoals een kuiken uit het ei.

Jij tikt vanuit de binnenkant van het ei om de schil te doen breken, aan de andere kant van het ei wordt jij ook gezocht.

Als je het niet kent, kun je er niet over nadenken. Maar dat betekent nog niet dat het er niet is.

Er sluimert iets, bij iedereen, totdat er een bepaalde hoeveelheid is, dan pas gaat het branden.

Dat wat op je pad komt, alleen daar kun je iets mee. Is het groter, dan voel je machteloosheid. Dat mag je dan loslaten.

Ik word in mijn hart geraakt door het lijden van mensen, maar ik kan niets doen (om dit lijden te voorkomen of op te lossen). Ik kan alleen luisteren naar waar dit hart voor mensen mij brengt.

Mooi om te ervaren hoe je dus samen met een aantal mensen, die zoekende zijn, die open staan, kennis kunt opbouwen. Alsof je samen een kerk opbouwt. Het gezamenlijke inzicht ontstond dat er in ieder een mogelijkheid aanwezig is van een nieuw bewustzijn. Alsof je als individu zwanger kunt zijn van een nieuw bewustzijn, dat in het individu geboren wordt. Alsof dit het belangrijkste doel is van ons mensen hier op aarde, om door ons heen een nieuw bewustzijn geboren te laten worden. Alsof de aarde zwanger is van een nieuw bewustzijn. Als dit gaande is, dan geeft dit een heel andere blik op alle problemen die er zijn, op de onvolmaaktheid. Want deze onvolmaaktheid namelijk is onderdeel van dit doel, van dit doel om een groter bewustzijn geboren te laten worden. Deze onvolmaaktheid wordt gebruikt, is aanwezig als een soort compost. Dan is alles een. Het grootste probleem is niet de onvolmaaktheid, maar dat ik me tegen deze werkelijkheid verzet, dat ik in opstand kom tegen deze onvolmaaktheid. Dat ik in mijn afgescheidenheid, de arrogantie van mijn ego eigenlijk, het beter weet dan hoe het in feite is en ik slachtoffer ben van de wereld, deze wil redden of aanklaag. De reddersdriehoek. Denk er maar eens over na hoeveel tijd en energie we hier met z’n allen insteken. Sterker nog; hoe zeer we daar onze collectieve identiteit aan ontlenen. Eigenlijk aan het niet toelaten van hoe de onvolmaaktheid in mijn specifieke geval voelt! Dat is voor ieder mens weer anders.

Een paar dagen na deze bijzondere ontmoeting zat ik in de auto en begreep ik plots een van die 10 geboden Eert uw vader en moeder. Het betekent dat je alles dat je hebt meegekregen van je ouders, inclusief alle onvolkomenheden, heel de onvolmaaktheid van de bodem waarin je bent geboren, eert. Eert uw vader en moeder betekent dus eert deze bodem. Dit is niet makkelijk, dit vraagt veel innerlijk werk van het omzetten van ieder trauma, iedere pijn, iedere overlevingsstrategie en dat kost tijd. Dit alles is een innerlijke tuin. De grond om het nieuwe bewustzijn geboren te laten worden. Alles is nodig en wordt hiervoor gebruikt. Deze onvolmaaktheid die ik maar al te vaak als een bottleneck ervaar. Deze nauwe doorgang is als een geboortekanaal voor het nieuwe bewustzijn om geboren te worden. Zonder ei en zonder schil van het ei, geen kip. Zonder pijn geen geboorte. Ook al proberen wij als moderne mensen dit te vermijden door de keizersnede als standaard te beschouwen. Dat is precies de onwetendheid van de mens die denkt dat in die lijn de (wetenschappelijke) vooruitgang ligt, door het lijden van de onvolmaaktheid op te lossen. Aanvaarding is het begin van de tweede groei van het individu buiten de kaders van het collectief. Aanvaarding van de onvolmaaktheid als gegeven, maar die wezenlijk wordt getransformeerd als je begrijpt dat deze onvolmaaktheid nodig is om de volmaaktheid van het nieuwe bewustzijn geboren te laten worden.

 

draaikolk

God is en blijft een beladen woord. Veel mensen hebben God voor hun karretje gespannen en dat geloof genoemd. Het woord God is misbruikt. God is door mensen als reden gebruikt om het meest gruwelijke geweld te plegen. Voor veel mensen, met name in onze samenleving, is het woord God daarom juist een gruwel. Achterhaald, achterlijk zelfs. Bijgeloof. Een vals houvast. Zij hebben God of het woord God niet nodig in hun leven. Zij zijn zichzelf genoeg.

Dat maakt het lastig om dit woord, dit beladen woord te gebruiken. Toch wil ik dat af en toe doen. Ik wil me dat woord niet laten ontnemen. Omdat dat woord voor mij precies uitdrukt wat soms ik wil zeggen. Omdat het precies uitdrukt wat ik soms ervaar. Het woord God heeft voor mij nog een zuivere lading, een zuivere klank. Zoals Etty Hillesum het schrijft; ik kom telkens weer uit bij een het hetzelfde woord God en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Ik had het idee opgevat om in mijn vakantie als inspiratie iedere dag tijdens mijn ochtendmeditatie een psalmenboekje open te slaan en de psalm te lezen die op die betreffende pagina open lag en de zin op te schrijven die me op dat moment het meeste raakte. Het boekje was De Psalmen, vertaald door Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

Dit waren de zinnen die me raakte.

– U bent mijn bescherming.
– Het is uw hand die het voltrekt.
– Dorstend leven heeft hij gelaafd.
– Hij heeft hongerend leven verzadigd.
– Onaangerand bleef ik – gij schraagt mij.
– Uw waarheid zend, uw licht en zij gaan voor mij uit.

Kolking roept kolking op
waar daverend water stort
wieling en waterval
op mij loopt alles storm.

– Niet zal voor immer hij twisten, niet voor eeuwig hij toornen.
– Gij vervulde de wens van zijn hart, wees niet terug de vraag zijner lippen.
– Stond hij mensen niet toe hen te knechten, om hen wees hij koningen terecht.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.
– Gij hebt ons in de engte gedreven, ons met de knelling de lendenen omsnoerd.
– Maar gij leidde ons uit, tot uw volheid.

Tot de aarde komt gij, geeft haar groeikracht, rijkdom geeft gij die zich vermeerdert: want de beek van Gods regen vloeit over. Zó geeft gij het graan zijn begin, schept gij het begin op de akker, drenkt de voren, effent het ploegland, maakt met zware regens het gewillig. En gij zegent wat gaat ontkiemen. En dàn kroont gij het jaar met uw gaven; welig groeit waar gij trad het gewas., heerlijk groent het gras van de steppe en der heuvelen dracht is een feest. Overdekt zijn de velden met schapen, en de dalen dragen het graan.

– Ik verkeer in oprechtheid des harten in het binnenvertrek van mijn huis.
– Om naar zijn verbondseisen te leven, om te onderhouden zijn wetten.

Toen koorden des doods mij omsnoerden, naar mij grepen angsten voor de afgrond, beklemming mij aangreep en pijn, toen riep ik de naam van de Heer aan: “laat mij, Heer, toch het leven behouden!”

– Doch wie zijn rust weet in de Heer, hem zal Gods genade omgeven.
– De Heer ziet uit de hemelen neder, heeft elk mensenkind in het oog.
– Voor u uit gaan genade en waarheid.
– De aarde leeft van de gave uwer schepping en zij allen wachten op u, dat gij voedsel hun geeft telken male.

Bij God is veiligheid. Mijn vrijheid rust in God, mijn eer, mijn onbezweken rots is hij. Bij God alleen verstilt mijn ziel.
Gij hebt uw hand op mij gelegd. Mijn oorsprong was u niet verholen toen ik in het verborgene gevormd werd, als in diepten der aarde ontworpen.

– Gij zalft mij met vernieuwde olie.
– Gij die de Heer zoekt, verblijdt u van harte.
– Die God zoekt, uw hart mag herleven.
– Niet naar onze schulden behandelt hij ons.
– Hij die voedsel geeft aan al wat leeft.

De laatste psalm die ik in het boekje opensloeg, bevatte de volgende zinnen; alles love de naam van de Heer, hij gebood en het was al geschapen. Dat hij grondde voor altijd en eeuwig, met een maatgang, niet te verbreken.

Wat ik daarna in een moment achter in onze tuin in het bos ervoer, was dat God in alles dat leeft aanwezig is.
In alles dat leeft, is God aanwezig.
In de wind die waait,
in het gras dat groeit,
in die vogel die vliegt,
in de zon die nu
door de wolken schijnt.
In de stem van mijn vrouw Gebi die me roept,
in de muziek die mijn zoon Bo maakt op zijn piano,
in onze hond Heppie die me vraagt om uitgelaten te worden.

Mijn hele vakantie was een grote worsteling met mijn neiging om mezelf te verliezen in van alles en nog wat. Het voor mij bekende rijtje; het laatste nieuws op mijn mobiel, de voetbaluitslagen, muziek, lekker eten, vrouwelijk schoon tijdens deze warme zomer. Ik word hierdoor als in een draaikolk met mijn aandacht naar buiten gezogen. Dan ben ik niet met God gevuld. Dan ben ik niet gevuld met het bewustzijn dat in alles dat leeft God aanwezig is. Daar zit dan een gat. Als een draaikolk die mijn aandacht naar buiten trekt.

Maar datzelfde gat, ontdekte ik nu, is ook het punt van onverdeelde aandacht! Het is een kwestie van met mijn aandacht naar buiten getrokken worden of met mijn aandacht naar binnen gaan. Daarin heb ik een keuze, ook al kost dit soms veel kracht. Hier wordt mijn ik-kracht opgebouwd. Als ik met mijn aandacht naar binnen ga, mijn innerlijke draaikolk onder ogen durf te zien, dan wordt dit gat een nieuwe bodem. Een tempel. De zetel van God. In God is alles één, onverdeeld. In God ben ik aanwezig. Als je God hebt, heb je alles. Is er niets meer nodig. Het feit dat ik dit in mijn onwetendheid, onbewustheid, als afgescheiden mens, niet zie, betekent niet dat dit niet waar is.

PS. Ook al drukt het woord God voor mij alles uit wat ik wil zeggen, dat hoeft voor een ander dus niet zo te zijn. Misschien roept het woord God bij iemand anders juist een negatief gevoel of beeld op. God is geen dogma. Dan zou het woord God wellicht vervangen kunnen worden door bv. Essentie of Hoger Bewustzijn of de Geliefde. In alles dat leeft, is Essentie aanwezig. In Essentie is alles één, onverdeeld. In Essentie ben ik aanwezig. Als je Essentie hebt, heb je alles.
Ook al is dat misschien waar, voor mij raken deze woorden dan niet de kern, die het woord God wel raakt. Maar dat is voor mij.

het leven is als surfen op zee


Pas kreeg ik het beeld van dat het leven als mens hier op aarde te vergelijken is met het surfen op zee. Soms is het water stil en vlak, soms wild en vol golven. En als mens surf je over de zee, over de golven in een kwetsbare, maar tegelijk krachtige balans. Op het scherpst van de snede. Het is onvermijdelijk dat je soms valt. Je komt in het water terecht en probeert met al je kracht niet te verdrinken. Je klautert op je surfplank om daarna weer door te surfen op de golven van de zee.

Het is een voor mij passend beeld van hoe ik mijn eigen leven ervaar. Die dynamiek tussen de soms snel wisselende periodes van balans en disbalans is voor mij de enige manier om als mens te groeien. Toch heb ik er telkens weer moeite mee dat het zo gaat, dat ik telkens weer val en kopje onder ga in de zee van het leven. Beter gezegd; mijn ego heeft hier moeite mee. Mijn ego wil controle, wil een vast, statisch beeld van hoe het leven gaat. Vanuit wat ik ken, vanuit wat voor mij bekend is. Zo werkt het echter niet als je groeit vanuit je ervaring. Ik moet iedere keer weer al mijn zekerheden, mijn zogenaamde zekerheden loslaten, daaraan sterven als het ware. Sterven aan de soms stiekeme pogingen van mijn ego om dit statische beeld steeds weer op te bouwen met als belangrijkste doel mijn emotionele pijn te vermijden. Er is geen routine in dit vanuit ervaring groeien, hoe graag ik dat ook zou willen. Een ervaring is namelijk telkens weer nieuw. Zo gaat het bij mij al heel mijn volwassen leven lang. Maar wat er in mij wel langzaam groeit, is het vertrouwen, de herinnering eigenlijk, dat ik niet verdrink, dat ik uit de zee van het leven naar boven kom, weer op de surfplank stap en doorga. Zo groeit mijn ik, mijn zelfbewustzijn en de liefde voor mezelf.

Het lastigste punt in mezelf is daarbij wat ik noem mijn bottleneck. De smalle doorgang van het klem zitten in mijn oude patronen, die ik heb opgebouwd vanuit mijn verleden in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn onvolmaakte achtergrond, zoals ik in mijn vorige tekst schreef. Zoals ieder mens geboren is in een onvolmaakt nest. Omdat geen enkele ouder volmaakt, maar menselijk is. En je als kind dus onvermijdelijk tekort komt. De een wellicht wat schrijnender dan de ander. We bouwen een hele constructie, een heel leven om deze plek van tekort heen om dit maar niet te hoeven voelen. Dat gat van dit tekort verdwijnt in ons onderbewuste, maar stuurt ons wel aan. Willen we onszelf en met onszelf daarmee ook de wereld om ons heen werkelijk helen, dan moeten we iets gaan toelaten van deze pijn. Dat brengt ons met onze aandacht naar binnen in plaats van de chronische gerichtheid naar buiten, waar we denken dat de onvoorwaardelijke liefde en het geluk te vinden is. Ik merk dat die gerichtheid naar buiten zo in mijn systeem gebakken zit. De pijn, het onbehagen, de disbalans die ik stukje bij beetje toelaat en kan voelen, dwingt me om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Alleen daar is de verlossing, steeds weer op een andere, nieuwe manier. Maar telkens vanuit de onvoorwaardelijke liefde die er van binnenuit voor mij is.

De mooiste ervaring die ik de afgelopen tijd heb gehad, was die bij mijn mannengroep, die ik nu al tien jaar iedere paar maanden ontmoet. Een paar weken terug deelde ik daar mijn gevoel van onveiligheid dat ik had in de zomervakantie en ons verblijf in Denemarken. De mannen voelde veilig genoeg om mijn kwetsbaarheid hierin te delen en voor de eerste keer in mijn leven kwam ik bij een objectieve waarneming en het gevoel dat ik ‘fucking’ last had van mijn verleden. Zo kwam het er ook uit, met een boosheid die precies bij dat gevoel paste. Hiermee maakte ik me in dat moment emotioneel volledig los van mijn oude, diepe patroon van verantwoordelijk voelen, van het als kind onbewust gaan zorgen voor het emotionele gat van mijn ouders. Ik ging in mijn ik staan, los van hun, maar ik zag hun ook weer in wie ze als mens waren. Maakte ze niet mooier, maar ook niet slechter dan ze waren. Het was bijzonder dat deze mannen hier getuige van waren. Omdat ik bij deze mannen een veilige hechting voelde, in tegenstelling tot de onveilige hechting die ik bij mijn ouders heb opgebouwd. De weken daarna was ik behoorlijk van slag door deze intense ervaring. Mijn systeem reageerde heftig door mezelf nog meer in mijn oude patroon van moeten en me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen, te duwen. Het is blijkbaar een zoeken naar een nieuwe balans. Het brengt me meer in het moment, meer bij mezelf en is het schokkend om te zien hoe snel ik me vaak in de buitenwereld verlies. Maar mezelf daarna ook weer vind, zoals de surfer op zee, die valt en weer opstaat.

Pasen en de zin van lijden

Het is misschien wel het grootste taboe in deze tijd; lijden. Als we kijken naar de beelden die we van onszelf maken op de sociale media, dan is ieders leven volmaakt, is de een nog gelukkiger dan de ander en niemand heeft last van wat toch echt bij ons menselijk leven hoort; namelijk lijden aan de onvolmaaktheid van het leven. We hebben daar de grootste moeite mee, wij als moderne, westerse mens met name. Wij met onze beelden van volmaaktheid, van geluk zonder smetje, waar we elkaar de ogen mee uitsteken. Elkaar gek maken, elkaar opjagen. En als we dan inderdaad door de hoge eisen van een volmaakt leven, opgebrand raken, dan heeft de reguliere psychologie of psychiatrie eigenlijk maar een antwoord; de pil. De pil die ons gevoel van onbehagen, ons lijden onderdrukt. We mogen niet lijden, we mogen niet voelen. Of is het zo dat we de kunst van het lijden hebben afgeleerd? Tijd is geld, we moeten snel door, door met geld verdienen, door met het voldoen aan de steeds hogere eisen van de economie. En als we in die zin niet meer functioneel zijn, geen geld meer opbrengen, dan is ons leven misschien wel voltooid en mogen we daar met behulp van deskundigen een einde aan maken. Of kunnen we die dood overwinnen door wat wij wetenschappelijke vooruitgang noemen, waardoor we instaat zijn om een letterlijk bionische mens te scheppen, half mens, half robot. Een onoverwinnelijk wezen waar het lijden geen vat meer op heeft.

Heel herkenbaar dat heel ons systeem, zowel ons persoonlijke als ons collectieve systeem gericht is op het ontwijken van het gevoel van onbehagen, gevoel van leegte, van lijden. Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan. In ieders leven komen momenten voor die ons brengt aan de rand van onze persoonlijkheid. Daar ligt onze kans, daar ligt onze groeimogelijkheid. En wat is er dan dat eigenlijk groeit? Bewustzijn. Bewustzijn is wat groeit op het moment dat we de moed hebben om iets van ons menselijk lijden toe te laten. Te voelen dus. We zijn zo bang om te voelen. En dat is logisch. Omdat ons systeem, onze persoonlijkheid niet in staat is om ons lijden te dragen. Onze persoonlijkheid alleen, ons ego, gaat gebukt onder de last van ons lijden. Eigenlijk is het een stukje sterven. En wie zoekt dat nu vrijwillig op? Het bijzondere, het wonder misschien, is dat in dit stukje sterven, een geboorte verborgen ligt. De geboorte van ons bewustzijn. Dat bewustzijn is geen onderdeel van ons ego, dat is onderdeel van wat je onze essentie zou kunnen noemen. Dus als we in staat zijn om in onszelf een stukje van ons menselijk lijden toe te laten, sterven we een stukje, sterft ons ego een stukje, maar tegelijkertijd wordt ons bewustzijn geboren. En dat bewustzijn is wonderwel in staat om ons lijden te dragen. Op die manier kan er een nieuw mechanisme ontstaan, dat niet langer gericht is op het ontwijken van ons lijden, maar dat gericht is op het stukje bij beetje toelaten van ons lijden om van daaruit ons bewustzijn geboren te laten worden. Lijden wordt dan vreugde, wordt dan geluk, wordt dan liefde.

Dat klinkt misschien allemaal heel mooi en je zou je kunnen afvragen, doe ik dat dan helemaal voor mezelf alleen? Nee, want dat proces van het sterven van ons ego en het geboren worden van ons bewustzijn is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld. Je zou het zelfs een stap in onze menselijke evolutie kunnen noemen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een van de belangrijkste menselijke patronen om ons menselijk lijden buiten de deur te houden, is het projecteren van wat ons wordt aangedaan, buiten onszelf. De ander is de oorzaak van onze pijn (die we in dit patroon dus niet toelaten). Alles dat een bedreiging vormt voor het systeem dat ons ego heeft opgebouwd, dient bestreden te worden. Te vuur en te zwaard. Zo ontstaan oorlogen, in het groot, in het klein, we zijn elkaars vijanden in de oneindige poging om het innerlijk lijden buiten de deur te houden. Het mag duidelijk zijn dat op het moment dat we in staat zijn, dat we de moed hebben om in onszelf iets van ons lijden toe te laten, dat we dan dit patroon van projectie van de vijand buiten onszelf, doorbreken. Het is een gekke omkering, want ons doel veranderd radicaal van het bestrijden van de vijand buiten ons, naar het bijna dankbaar zijn voor de pijn die de ander ons aandoet. Want dit biedt de kans om iets van ons lijden in onszelf toe te laten en te transformeren naar bewustzijn. Naar vreugde, naar innerlijk geluk, naar liefde. Dat wordt natuurlijk bedoeld met heb je vijanden lief. Maar het is tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal, omdat het bewustzijn vraagt, een groot bewustzijn, dat maar langzaam van binnenuit geboren wordt.

Hoe waardevol voor onszelf en voor de wereld dit proces van transformatie ook is, dit is niet bepaald populair in een wereld, waarin werelds succes en geluk de boventoon voert. Het is een stil proces, dat weinig applaus van buitenaf krijgt. Toch is dit de kern van Pasen, dat uit de compost, de afval van vorig jaar, een nieuw plantje groeit. Dat uit het sterven van ons ego, ons bewustzijn, onze essentie wordt geboren. Dat uit de resten van de oude mens, een nieuw mens opstaat. Opstaat uit de dood.

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

nieuwe bodem

IMG_0007
Niet voor niets heet deze site ‘De kracht van innerlijk werk’ met teksten over mijn innerlijk proces. Het is werkelijk het allerbelangrijkste in mijn leven. Het is mijn parel. Omdat ik ervaar dat in dit proces, dit transformatieproces, lood in goud wordt veranderd. Zo noemde de oude alchemisten dit proces. In mij wordt een nieuw bewustzijn geboren, een bewustzijn van eenheid, van heelheid. Dat geboren worden gaat met barensweeën gepaard. Alsof ik door een psychische, nauwe poort wordt geperst. Deze nauwe poort, deze bottleneck, heeft te maken met mijn meest kwetsbare plek. De plek waar ik in deze aardse aandachtslaag de liefde het meest gemist heb. Daar waar het dus ook het meeste pijn doet. Blijkbaar kan de geestelijke transformatie niet plaatsvinden zonder dat telkens weer deze kwetsbare plek wordt meegenomen in het liefdesproces van menswording.

En ook al noem ik dit innerlijke proces het belangrijkste in mijn leven, het kost me vaak de grootste moeite om dit proces centraal te stellen in mijn leven. De belangrijkste reden is volgens mij dat mijn systeem gericht is op het ontwijken van pijn. Ik probeer de pijn van mijn meest kwetsbare plek te verdoven. Al heel snel zijn dan andere, wereldse zaken belangrijker dan mijn innerlijk proces. Plan ik mijn agenda vol met vele zaken die ik belangrijker acht en ben ik alleen nog bezig met functionele zaken, met werk, met taken in mijn gezin. Of mijn aandacht vullen met het wereldse nieuws dat ik volg op mijn iPhone. Terwijl mijn innerlijk proces juist ruimte en mijn onverdeelde aandacht nodig heeft. Stilte. Vrij en niet bezet zijn om de liefde, die dit proces leidt, werkzaam te laten zijn. Dus eigenlijk betekent dit heel vaak ‘nee’ zeggen tegen allerlei krachten die mij willen bezetten. Dat nee zeggen vraagt oplettendheid, waakzaamheid, alertheid, wakkerheid. Zelfbewustzijn, dat bij mij met vallen en opstaan groeiende is.

In de laatste maanden van vorig jaar voelde ik me bijzonder in balans. Ik kon de heelheid ervaren op mijn manier, in mijn mate. Ik kon ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben en tegelijkertijd dat al het leven om mij heen dat ook is. Ik beschreef het in mijn dagboek als volgt, toen ik op een ochtend aan de rand van het riviertje de Leij mijn ochtendmeditatie deed. Omdat ik het goddelijke in mezelf herken, herken ik het in alles om me heen. God is mij. God is jou. God is dat water dat hier langs mijn voeten stroomt, de ganzen die daar vliegen door de lucht. Het gras dat groeit, de bomen, de wind, de zee, de zon, de sterren. God is in alles. Het bijzondere is dat in dit bewustzijn het woord God ook vervangen kan worden door ik. Ik ben jou. Ik ben het water dat hier langs mijn voeten stroomt, ik ben de ganzen die daar vliegen in de lucht, de wolken in de lucht etc. Verbondenheid kan ik meestal makkelijker ervaren in de natuur, maar een paar dagen later kon ik zelfs in een moment de liefde voelen voor de stroom mensen die uit het nieuwe centraal station in Tilburg kwamen lopen.

Ik was blij met deze balans en dacht stiekem; misschien is mijn lijden nu voorbij, kan ik altijd in deze balans zijn. Misschien werd ik lui en liet ik mijn discipline wat los, misschien had dit er helemaal niets mee te maken, maar langzaam kwamen er wolken aan de heldere hemel en voelde ik van binnenuit mijn angst, mijn bottleneck omhoog komen. Altijd is er wel een aanleiding, een ontmoeting die niet lekker loopt, iets op tv. dat me raakt. Na de kerstvakantie begon ik weer te werken en ik had mijn agenda veel te vol gepland. Ik was vergeten mezelf centraal te zetten in mijn week, in plaats van mijn werk.  Ik voelde me gestresst en schoot in een oud patroon van me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen om me heen. Het ruime bewustzijn dat ik een tijdje had maakte plaats voor het me benauwd voelen. Vooral het donker van de nacht, als ik niets moet en de ruimte heb om te voelen, bracht me bij mijn diepste patroon en meest kwetsbare punt. Zoals ieder mens dit onder zijn harnas van controle en beheersing heeft weggestopt. Het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde zo node heeft gemist in welke vorm dan ook en geen andere oplossing wist dan zich met patronen en valse overtuigingen te beschermen. Zo is voor mij mijn innerlijk proces telkens weer een therapeutisch proces van heling van mijn diepste afgescheidenheid.

Mijn valse overtuigingen zijn een cluster van negatieve emoties die als een kurk mijn geestelijke kanaal kan verstoppen. Als ik dit punt in mijn systeem kan toelaten, bijvoorbeeld als ik de rust en ruimte heb, de moed ook, om dit in mezelf te voelen of kan delen met iemand die ik mijn meest kwetsbare punt toevertrouw, kan de liefde erbij en kan deze wond in mij helen. Dit is het materiaal waar de liefde mee werkt. Ik ben de akker die door mijn lijden vruchtbaar wordt gemaakt om het bewustzijn van eenheid in geboren te laten worden. Blijkbaar moet ik telkens weer wennen aan het idee dat mijn innerlijk proces gepaard gaat met disbalans en dat het doel niet is om te streven naar de eeuwige balans. Een eeuwige balans zonder pijn natuurlijk. Het is al heel wat dat ik balans vind in mijn disbalans. En dat ik bij het avondeten plotseling wordt geraakt door het besef dat in mij iets leeft dat sterker is dan mijn angst voor de dood. Dat deze angst, de angst is van mijn ego om te sterven. En dat ik mag vertrouwen op deze nieuwe bodem, die langzaam in mij geboren wordt.

 

donkere wolken en de zon die daarachter schijnt

IMG_7377
Een tijdje terug lag ik ‘s avonds in bed en voelde me heilig. Heilig is een beladen woord, zoals in heilig boontje. Dit heilig voelde als zuiver, puur. Mijn leven voelde heilig. De plek waar ik woon voelde heilig, de relatie met Gebi. Toen ik erbij stil stond, kwam ik erachter dat aan dit gevoel meer gevoelens gekoppeld waren, alsof het een cluster van emoties was. Verwondering, dankbaarheid.  Aanwezigheid, nieuw, ieder moment nieuw. Het is niet dat mijn leven zo zuiver is, zo volmaakt en dat ik altijd zo aanwezig ben. Integendeel. Alleen ik voelde dit in mijn kern, mijn essentie, van binnen. Ik had hier even contact mee en kon vanuit deze kwaliteit, dit gevoel naar mijn leven kijken. Een flard van bewustzijn op het einde van de dag. Het bewustzijn dat in wezen ieder moment heilig is, iedere beweging, ieder woord dat ik spreek, iedere gedachte die ik heb. Ieder levend wezen. Soms ben ik me daar bewust van, waardoor ik me dan weer bewust ben hoe vaak ik in diepe slaap ben en als een olifant in een porseleinen kast door het leven dool. Ik schreef in mijn dagboek; hoe kan het dat ik nu plots de liefde in de onvolmaaktheid van mezelf en van mijn leven kan ontvangen en vanuit die bril naar mezelf, naar mijn relatie, naar mijn omstandigheden kan kijken? God zij dank is er altijd de liefde nog.

In de afgelopen herfstvakantie keken we met ons gezin iedere avond naar een aflevering van Cosmos op DVD, die ik had gekocht bij de Media Markt. Je bent toch niet gek. Dat zijn we natuurlijk wel. We laten ons vrijwillig voor de gek houden. Het was al weken aangekondigd; Saturn zou verdwijnen en worden overgenomen door Media Markt. Heel Tilburg was uitgelopen om naar deze nieuwe winkel te komen kijken. Alles zou nu namelijk anders zijn, beter, nieuwer. Toevallig was ik ook op de dag van de opening bij de Media Markt. Mijn mond viel open van verbazing. Er was werkelijk helemaal niets veranderd. Alles stond nog op dezelfde plek, het personeel was nog precies hetzelfde, de prijzen waren nog precies hetzelfde. Alleen het blauw van Saturn was veranderd in rode stickers en lichtreclame van de Media Markt. Rood was het nieuwe blauw geworden. Achter me in de rij voor de kassa stond een vader en moeder met hun dochter. De dochter was met een piepstemmetje aan het zeuren over een nieuwe tablet. Ze zou nog geld voor haar verjaardag krijgen van oma en andere familie en dan zou ze een nieuwe tablet willen kopen. Haar vader vond dat niet nodig en zei op een gegeven moment; we houden er over op, discussie gesloten. Korte stilte, waarop hij verder ging; want wat ik nou niet begrijp is dat je nog een tablet wilt, want je hebt er al twee.

De serie Cosmos gaat over dat wat we vanuit de Westerse wetenschap hebben ontdekt over het leven, over het leven op aarde, over het universum. Het is zonder meer prachtig vorm gegeven, prachtige beelden als de presentator Neil deGrasse Tyson door tijd en ruimte vliegt om zijn verhaal duidelijk te maken hoe belangrijk de wetenschap is voor de ontwikkeling van de mens. Als ik er naar kijk, kan ik me niet aan de indruk onttrekken hoeveel we eigenlijk nog niet weten en hoe wankel en beperkt de waarheid is die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Soms lijkt het wel een sprookje, zoals de big bang theorie, die het begin van alle leven zou verklaren. Wat de presentator telkens zei is dat alles bestaat uit sterrenstof. Dat was eigenlijk wel heel spiritueel. Alles is energie. Toen ik daar bij stilstond vanmorgen tijdens mijn meditatie, kwam ik op de vraag hoe het dan komt dat die energie is samengebald tot een voorwerp, tot een object. En wie of wat houdt dan dit object of voorwerp in stand? Zoals ik zelf als mens of een boom of de aarde bijvoorbeeld. Er moet, dacht ik toen, een bewustzijn zijn die mij denkt of die een boom denkt of de aarde. Toen dacht ik; dat bewustzijn kan niet van mij of van ons mensen komen. Wij zijn over het algemeen zo onbewust dat wij onmogelijk het grote bewustzijn kunnen genereren die heel deze schepping kan omvatten met aandacht en scheppingskracht. De volgende vraag kwam dus in me op; is er buiten mijzelf een bewustzijn aanwezig die de schepping om het maar zo even te noemen, denkt? Nu. Niet ooit, ergens in het verleden, maar nu, ieder moment weer. Is er een hoger bewustzijn buiten mij zelf aanwezig? Toen ik dat dacht voelde ik me helemaal gloeien van binnen, dat er een bewustzijn is waar ik me op in kan stellen, waar ik contact mee kan maken. Waar ik me mee kan verbinden. Het kan niet anders, dacht ik toen, dat wetenschappers met werkelijk revolutionaire, geniale ideeën ook contact hadden met dit hoger bewustzijn.

Het is zoals een huis. Hoe snel vervalt een huis zodra de bewoners uit het huis gaan en het leeg achterblijft? De aandacht van de mensen in een huis, de liefde voor het huis maakt het huis bewoonbaar, leefbaar. Er is een bewustzijn dat op het huis van onze schepping past, dat kan bijna niet anders. Als dit afhankelijk zou zijn van het beperkte en nog onontwikkelde bewustzijn van ons mensen dan zou de boel al lang ingestort zijn. Deze gedachtes komen zomaar in me op, maar ik kan het natuurlijk nooit wetenschappelijk bewijzen 😉

Vorige week was ik jarig en in de aanloop naar deze dag kwamen donkere wolken de hemel van mijn innerlijk gemoed overtrekken. Het gevoel dat ik niet ben om van te houden, dat er geen liefde voor me is. Dat ik niet geliefd ben. Dat ik niet welkom ben, er niet mag zijn. Het is een heftig, rauw gevoel van afgescheidenheid, van leegte. Er zijn zoveel manieren om dit gevoel te vermijden of niet te hoeven voelen. Ik had gelukkig genoeg bewustzijn om hier niet voor te vluchten, maar er bij te blijven, hoe moeilijk en pijnlijk ook. Als ik dan niet van mezelf kan houden, vind ik het plotseling heel belangrijk dat anderen me leuk vinden. Iedereen moet me dan leuk vinden. Wat niet zo is, merk ik al snel. Niet iedereen vindt mij leuk, dus, is dan mijn conclusie; niemand vindt mij leuk. Wat me nog depressiever maakt. Alles begint bij het beginpunt dat ik niet van mezelf houd, niet houd van mijn onvolmaakte stuk eigenlijk. Niet onvoorwaardelijk van mezelf houd. Dat vind ik dus heel moeilijk om mijn onvolmaaktheid en de onvolmaaktheid van mijn leven onder ogen te zien. Dat toelaten raakte me diep en door dat te voelen, kwam er weer liefde in. Kon de liefde in me weer stromen.

Op mijn verjaardag, op 2 november, zocht ik in de hoek van de tuin naar een plek om in de laagstaande ochtend zon mijn ochtendmeditatie te doen. Toen ik daar dan zat met de warme zon in mijn gezicht in deze herfsttuin, overviel me het gevoel dat er zoveel is om dankbaar voor te zijn. Alles is een geschenk, voelde ik, dat ik ook zo weer kan verliezen. Mijn leven is een geschenk dat me is gegeven. Dit leven hier op aarde als mens, zodat ik alles kan ervaren wat ik ervaar.

Gisteren bezocht ik met een van mijn klanten van Project Natuurlijk Werken Kamp Vugt om te onderzoeken of dit iets is om met de hele groep naartoe te gaan. Het was indrukwekkend. Met name de lange weg na de afslag naar het nationaal monument dat aan het einde van deze weg ligt. Het is een groot gebied met een militaire kazerne, de gigantische, hoog ommuurde penitentiaire inrichting en natuurlijk Kamp Vugt. Zo, dacht ik, gaan we met elkaar en met de werkelijkheid om. Hoge muren, prikkeldraad, wapens. Toen, tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar ook nu in 2014. Al dit gedrag, deze gevangenis die we met z’n allen scheppen, is het gevolg van ons beperkt bewustzijn. Een bewustzijn dat gebaseerd is op het idee van afgescheidenheid, dat wij als mens losstaan van de werkelijkheid om ons heen in plaats van deel zijn van het geheel. Door er zo naar te kijken, kon ik bedenken dat zelfs iemand als Hitler en iedereen die het Nationaal Socialisme aanhing, vanuit dat bewustzijn van afgescheidenheid, het beste voor de wereld wilde. Hoe gestoord, hoe werkelijk gestoord dit idee, dit beeld en daaruit voortkomend gedrag ook was. Er waren echt mensen die in dit beeld van de werkelijkheid geloofden. Zoals nu ook mensen in de werkelijkheid van de IS geloven of de werkelijkheid van het neoliberalisme met hun geloof in een door geld, commercie en de markt gestuurde wereld. Luister maar eens een paar minuten naar de radiozender BNR. Het lijkt wel een kerk met beursberichten, reclame van bedrijven, Engelse uitdrukkingen en afkortingen die niemand snapt behalve de kerkgangers en hun voorgangers. Het is natuurlijk nogal wat als je durft te beweren dat ook mensen van de IS of het Nationaal Socialisme het beste voor hebben met de wereld. Deze gedachte ontneemt me echter de mogelijkheid om de schuld van het kwaad buiten mezelf te leggen. Ook ik ben namelijk deel van het beperkte bewustzijn waar dit gedrag, dit collectief gedrag deel van is. Hetzelfde kwaad zit net zo goed in mij en het is wellicht meer toeval dan we willen toegeven dat we aan de ene kant of andere kant van de streep komen te staan. Of we in een situatie dader of slachtoffer zijn. Een held of een overloper. Wat zou ik doen in een situatie van een bezet land, een situatie van oorlog? Gelukkig heb ik ook dat andere bewustzijn in me. De herinnering aan mijn essentie, aan wie ik in wezen ben. Misschien is dat wel de kern van wat ik in mijn leven te bieden heb; de herinnering aan deze essentie, deze sprankelende diamant. De hoop voor de wereld zit niet in een andere, betere machtshebber, maar in de individuele transformatie van het beperkte naar dit andere, diepere bewustzijn dat uitgaat van eenheid en verbondenheid. Het geeft voor mij de noodzaak aan van innerlijk werk.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com