afgescheidenheid

kerstmis is een blikseminslag

Afgelopen week zat ik, zoals meerdere keren per week, in de auto van ons huis naar Eindhoven om de kinderen naar school te brengen en zag in de nog schemerige ochtend de bomen langs de weg. En ik dacht aan de functie die bomen hebben. Ze produceren zuurstof en daarmee dienen zij ons, dienen zij het geheel. Gelijk kwam de vraag in me op welke functie wij dan eigenlijk hebben als mens, wat dienen wij? Ik moest toen denken aan mijn vorige artikel, dat de aarde een transformatiehuisje is. Wat is ons doel eigenlijk als mens? En dan bedoel ik meer dan het materiële doel dat we meestal nastreven; geld verdienen, carrière maken, onze persoonlijke doelen in de wereld. Misschien is er wel een doel dat hoger is dan dat, dat verder reikt. Als je het bekijkt vanuit het universum of de universele wetmatigheid. Wat produceren wij dan? Zoals bomen zuurstof produceren. Het idee kwam in me op dat ons ultieme doel als mens is dat wij liefde produceren, bewustzijn produceren, vrede produceren. Dat is misschien niet ons startpunt, maar als we ons ontwikkelen, zijn we daar naar op weg. Dat wij liefde produceren dat is onze bloem, als je dit proces, deze groei met een plant vergelijkt.

Hoe komen wij nu tot dat punt? Wij komen daartoe als wij iets transformeren in onszelf. En dat transformeren gaat eigenlijk zo. Dat gat dat we in ons hebben, dat ieder van ons in zich heeft, juist door het gebrek aan liefde, door de onvolmaaktheid die we onvermijdelijk in de buitenwereld tegen komen. Dat gat proberen we eerst te camoufleren, niet te voelen, door allerlei patronen. Ook onvermijdelijk. Is niet fout, gebeurt. De kunst is nu om ons te richten naar binnen toe, naar onze essentie, waarvandaan een antwoord komt. Op maat. Precies op maat. Die essentie bestaat uit liefde, uit de levende substantie liefde. Als er dus contact ontstaat tussen deze liefde en het gat dat in ons zit, dan gaat er iets helen. Dan heelt er iets en vanaf dat moment gaan we ook iets produceren. Dan kunnen we liefde naar buiten toe geven en dan gaat er iets gebeuren, dat we liefde, bewustzijn en vrede produceren als een bloem. Ja, met een specifieke sfeer, een specifieke geur. Dan maken we liefde, making love, voor mij heeft dat dus een bredere of diepere betekenis dan alleen maar ‘vrijen’. Terwijl deze liefde ook ‘vrij maakt’, bedenk ik me nu.

Ik vind dat een geweldig idee, dat wij als mensen in staat zijn om energie te produceren, want liefde en bewustzijn, dat is energie. In plaats van dat we vanuit het gat dat we in ons hebben, vanuit een afgescheiden bewustzijn om dat gat niet te hoeven voelen, alleen maar persoonlijke doelen nastreven, materiële doelen, die dus alleen maar energie kosten. Eigenlijk zijn wij vanuit dat afgescheiden, materiële bewustzijn enorme slurpende energievreters. Is het niet de letterlijke energie van de brandstof die we gebruiken, dan is het wel de emotionele energie van de mensen om ons heen. In die zin is ons klimaatprobleem niet zo zeer een technisch probleem, zoals dat meestal wordt bekeken, maar een bewustzijnsprobleem.

Stel dat je bv. vanuit dat afgescheiden bewustzijn, wat trouwens voor ieder van ons het beginpunt is, verliefd wordt. Eigenlijk wordt je dan verliefd op een deel van de ander, dat je adoreert, maar waar je in jezelf geen contact mee hebt. Dat deel dat zie je in de ander weerspiegeld en je denkt, je voelt in al je vezels; dat wil ik hebben!! Dus je vult jouw gat met dat deel, met de energie van dat deel in die ander. Terwijl het dus eigenlijk in jezelf aanwezig is. Ik weet nog goed dat ongeveer 20 jaar geleden mijn toenmalige relatie stuk liep, vanuit een symbiotisch patroon. Ik dacht dat zij echt de ware was voor mij vanuit de liefde die ik voor haar voelde. Het ging uit en ik had pijn, veel pijn, maar in die pijn die ik toeliet, kwam in een zinnetje het antwoord; ik ben zelf de ware. Dat ben ik nooit vergeten.

Het wordt weer kerstmis en zoals ieder jaar ga ik dan lezen in het prachtige boekje van Mária Hillen, Een daad van Liefde over het leven van Jezus. Dan begrijp ik weer dat het geboren worden van Jezus en zijn leven werkelijk een blikseminslag is! Een blikseminslag van de onvoorwaardelijke liefde die je als mens tot op het bot raakt, waarvan het tijd kost om dat tot je door te laten dringen, om te ontvangen. Want als je dit echt tot je door laat dringen, de boodschap dat je tot in iedere vezel wordt liefgehad, wordt gekend en liefgehad, dan is dat een moment, een punt van transformatie. Het is een blikseminslag, dat kun je je wel voorstellen, voor het oude systeem, dat gebaseerd is op juist het gebrek aan liefde, op afgescheidenheid, op het camoufleren van oude wonden, het niet voelen, patronen, egopatronen om niet te voelen. Persoonlijk heb ik dat ooit meegemaakt, nu zo’n 35 jaar geleden, toen ik ongeveer 20 jaar oud was en het Johannes Evangelie las. Ik werd geraakt, misschien niet direct een blikseminslag, maar het was een ervaring die mijn leven op zijn kop zette. Ik maakte toen een aantal tekeningen, symbolen van hoe ik de ontwikkeling van de mens voor me zag. Grappig, ik moest vandaag aan deze tekeningen denken. Kijk maar eens op de plaatjes van de 6 fases die op deze site van de kracht van innerlijk werk staan.

Als je er naar kijkt zie je op het eerste plaatje de afgescheiden mens, de mens die leeft vanuit zijn afgescheiden persoonlijkheid, zijn ego, zijn valse persoonlijkheid. De mens die overleeft. Niet leeft. Het startpunt van ieder van ons, niemand uitgesloten. Het tweede plaatje zie je de gevangenschap van dit afgescheiden bewustzijn. Om de bol is nu een vierkant raster ontstaan als de tralies van een gevangenis, die deze gevangenschap, dat gevoel van gevangenschap, benauwdheid symboliseert. Het plaatje daarna, in het midden van het raster is een punt geplaatst, is de blikseminslag, een moment van doorbraak, van het licht dat door de crack naar binnen schijnt. De plaatjes daarna zie je de persoonlijkheid veranderen, het bewustzijn veranderen, van een afgescheiden, gesloten bewustzijn, naar een verbonden, open bewustzijn. In het laatste, 6e, plaatje is de persoonlijkheid getransformeerd, is de persoonlijkheid een instrument geworden van de essentie, van de liefde. Dat is de bloem van ons mensen, als we niet langer energie kosten, spenderen, opslurpen, maar energie produceren. Licht produceren. Als een zon.

het geschenk de aarde

De feestdagen zijn weer voorbij. Het zijn eerlijk gezegd niet mijn beste dagen. Het collectief, waar ik me maar moeilijk voor kan afsluiten, is sterk, juist met deze dagen. Kerst, oud en nieuw, emoties worden met name collectief ervaren in beelden van geluk. Ik voel me klem zitten, raak afgescheiden van mijn eigen bron van geluk in mij. Misschien ook omdat mijn moeder hier 3 dagen is, langer dan anders en onbewust raak ik verstrikt in een oud patroon met haar, zoals vroeger in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn moeder past zich aan, los van de structuur bij haar thuis, waarin iedere dag, ieder uur bijna is uitgetekend. Het zorgt dat ik me verantwoordelijk voel voor haar en mijn eigen ik langzaam kwijt raak. Daarnaast kamp ik ook nog met een hardnekkige verkoudheid en voel me fysiek niet lekker. Met andere woorden; ik glijd uit en kom in mijn bottleneck terecht, de crack, die ieder mens heeft, de crack in everything, waardoorheen het licht naar binnen schijnt.

Het blijft voor mij het meeste waar op de innerlijke weg die ik ga, deze crack die ik nodig heb om bij het licht te komen. Mijn kanaal, innerlijke kanaal, raakt langzaam weer dichtgeslibt met van alles en nog wat in de wereld, ik raak naar buiten gericht. Wordt dan bij dit punt gebracht, waar mijn diepste gemis en pijn zit. Want daar wil de liefde zijn, daar is de liefde. Om mij te ondersteunen, te bemoedigen, te helen, te leren. Ik krijg het blijkbaar niet voor elkaar om dit kanaal waarin ik een ben met God, mijn essentie, open te houden. Misschien is het als met planten, bomen, de fruitbomen in de tuin van Pluk&Plenty, ook die moeten worden gesnoeid, telkens weer. Ik werd me afgelopen week in het bijzonder bewust van de reusachtige bomen in het bos waarin wij wonen. Dat bomen enorme, levende wezens zijn met een enorme kracht, de kracht om hun enorme takken te dragen. Door me dit bewust te zijn, besef ik ook dat deze bomen met ons zijn, ons helpen, ondersteunen. Als we er voor openstaan, het kunnen ontvangen. Dat ontvangen is het punt, ik heb als mens een open kanaal nodig om te kunnen ontvangen en dat kanaal raakt bij mij vaak langzaam weer dichtgeslibt, zodat ik dus weer gesnoeid wordt. Het hoort voor mij bij mijn innerlijk werk. Het snoeien is niet fijn, want ik raak dan het houvast van mijn uiterlijke controle kwijt, de controle van mijn hoofd. Om dan te vertrouwen, dat is de kunst, het is toch een stukje sterven van het ego. En dat telkens weer.

Ja, ik liet me meezuigen in de wereld van een toenemend populisme en mijn ongerustheid daarover. Alsof het deksel van de ketel is en het er niet meer op wil. Ik word absoluut niet blij van leiders als Trump, Wilders, Le Pen, Poetin, Erdogan, Assad. Ben al een paar keer begonnen aan een tekst, een artikel, die mensen moet overtuigen om maar niet op deze mensen te stemmen. Maar ja, hoe kan ik de loop der dingen veranderen, gebaseerd op actie-reactie? De uiterlijke wereld, de wereld van het collectief. Ik vond een heel mooi antwoord bij een boek dat ik lees van Lev Tolstoj, De weg van het leven, een boek vol levenswijsheden. Een daarvan raakte me; zonden, verlokkingen en bijgeloof (leugen), dat is de aarde, die de zaden van de liefde moet bedekken zodat deze kunnen ontkiemen. Zo binnen, zo buiten. Daar waar ik dus vast kom te zitten in het patroon met mijn moeder en mijn eigen ik verlies, besef ik dat dit wel de omgeving is waarin ik ben geboren. Dat dit de bodem is van het zaadje van mijn ziel, mijn ziel die in mij geboren wordt. Zo begrijp ik dat al die onvolmaaktheid aan de buitenkant van de wereld, al die bewegingen rond mensen die aan de macht zijn, die enorme dynamiek van het collectief, noodzakelijk is om individuen tot de liefde te brengen, noodzakelijk is voor het individu om te transformeren. Dat is het doel, liefde is het doel. Net zolang tot er genoeg individuen geraakt en getransformeerd zijn door de liefde en de buitenkant als een schil openbarst en een nieuwe wereld, de hemel op aarde, geboren wordt. Deze werkelijkheid maakt voor mij het plaatje rond, want als ik me alleen richt op de buitenkant, raak ik vast in mijn oordeel. Oordeel over het populisme, over mensen die op dit soort leiders stemmen, ik wil de buitenkant veranderen, omdat ik de onvolmaaktheid onverdraaglijk vind, niet aanvaard. Ik mis de diepere betekenis van het geheel vanuit de afgescheidenheid van mijn eigen ego.

Zoals het zaadje vanuit het donker groeit naar het licht, zo is dat ook met ons als mens, als individu. Het donker, onze donkere, pijnlijke kanten die we het liefst niet willen voelen en een hele wereld omheen bouwen om maar niet te hoeven voelen, dat donker is nodig om te groeien als mens. Zonder donker kan een mens in dit lichaam op deze planeet niet groeien. Het probleem is niet dat er licht en donker is, maar het probleem is dat wij ze van elkaar scheiden. Dat is in mijn ogen de bron van het populisme, dat het donker, het kwaad buiten zichzelf projecteert en bestrijdt in plaats het in zichzelf verbindt. Juist door donker en licht in onszelf te verbinden zien we de betekenis van de mens hier op aarde. Pas liep ik met onze hond hier in het bos en begreep dat alles hier op aarde en de aarde zelf voor ons als mens geschapen is. God heeft dit alles voor ons geschapen. Vanuit zijn onmetelijke liefde voor ons als mens heeft hij de aarde aan ons gegeven als een geschenk aan zijn allerliefste kind. God houdt van al zijn schepsels, maar van ons, de mens, het meest, als een lievelingskind. Vanuit dat bewustzijn mogen wij omgaan met deze aarde, met alles dat leeft. Het is mijn wens voor het komende jaar, dat ik me dat mag herinneren, in plaats vanuit mijn afgescheidenheid van het bewustzijn van dit enorme geschenk dat me gegeven is, als een olifant door de porseleinkast van het leven dender.

 

de wereld heeft onze onverdeelde aandacht nodig

IMG_1157De discussie van vorige week in de Volkskrant over het nut van godsdienst versus wetenschap gaf me inspiratie voor het schrijven van deze tekst. Gisteren sloeg ik de Bijbel open en kwam toevallig uit bij het verhaal van Judit in het Oude Testament. Judit heeft het over de God van Israel als ze zegt dat hij zijn grote macht toont ten gunste van Israel en tegen de vijanden van Israel. De god waar in het Oude Testament wordt gesproken is met name een collectieve god, die blijkbaar een volk heeft uitverkoren om zich te openbaren. In dat licht kunnen we misschien begrijpen hoe revolutionair de boodschap van Jezus was, die het idee van een collectieve god fundamenteel doorbrak door te verkondigen dat God er is voor ieder mens, ongeacht rang, stand, ras, geaardheid.

Het is logisch dat het woord God veel verzet oproept, omdat dat woord behoorlijk besmet is geraakt. Wij als mensen hebben namelijk de neiging om God voor ons karretje te spannen om daarmee onze eigen machtsdoelen te bereiken met God als reden om ons gedrag te verantwoorden, goed te praten, overtuiging bij te zetten. In naam van God is al veel ellende veroorzaakt. Maar in feite heeft dit helemaal niets met God te maken. Het is een hele kunst om het woord God een zuivere betekenis te geven. Nu leven we in een Westerse samenleving, waarin God wordt gezien als achterhaald, dom, niet wetenschappelijk, naïef, niet meer van deze tijd. Het is een feit dat we in de loop van ons leven afgescheiden raken van onze essentie, onze oorsprong, die we God zouden kunnen noemen. Maar om deze afgescheidenheid als basis voor ons leven te beschouwen is naar mijn idee het gevolg van een beperkte visie. Toch lijken dat de twee hoofdstromingen te zijn in onze wereld van dit moment. Aan de ene kant de God van de godsdiensten, een vaak nog collectieve God, die voor bepaalde mensen, voor een bepaalde groep, die zich aan bepaalde regels houdt, aanwezig is en voor andere groepen of andere mensen niet. Die andere mensen dienen dan bekeerd te worden of zoals we bij de fundamentele Islam zien, met geweld te worden bestreden. Aan de andere kant een stroming die God heeft uitgebannen, die zich rationeel noemt, wetenschappelijk en die de zin van het leven haalt uit wat de mens er zelf van maakt. In het leven zelf zit geen zin, maar de mens geeft daar zelf zin aan. De angst voor de dood is de reden om te leven, zoals in de nieuwste Star Trek film wordt gezegd. Angst als basis voor het leven.

We vinden het normaal om te zeggen dat het leven niet te vertrouwen is, bedreigend, vijandig zelfs. We moeten ons tegen het leven beschermen. De ene doet dit dus met een godsdienst, de ander met een rationeel wetenschappelijk kader. Het is een grote stap om de werkelijkheid niet te zien als onbetrouwbaar en bedreigend, maar als goedaardig, liefdevol, volmaakt, betrouwbaar, ondersteunend. Vanuit onze afgescheidenheid is dat onmogelijk, omdat onze negatieve visie op het leven de projectie is van deze afgescheidenheid. Toch zou je kunnen zeggen dat deze afgescheidenheid zinvol en noodzakelijk is. Op deze afgescheidenheid wordt namelijk onze persoonlijkheid gebouwd die in het eerste deel van ieders leven bezig is om een plek te vinden in de uiterlijke wereld. Leert wat het moet leren om in deze wereld te overleven. In het eerste deel van ons leven identificeren we ons hoofdzakelijk met dit deel. Veel mensen hebben daarbij geen contact met hun innerlijk, zijn zich niet eens bewust van het bestaan er van. Vaak als er iets ergs gebeurt, verlies of crisis, worden we uitgenodigd om met onze aandacht naar binnen te gaan. Er ontstaat een scheur of barst in onze uiterlijke persoonlijkheid en soms is deze tijdelijk van buitenaf te repareren, maar is een werkelijke heling alleen maar mogelijk van binnen uit. Daar is er weer contact mogelijk met onze essentie, die we in eerste instantie hebben losgelaten. Door dit contact met onze essentie gaan we zien dat die uiterlijke persoonlijkheid een schil is, de schil van een ei, waar van binnen iets aan het broeden is. Onze werkelijke, essentiële ik, die verborgen zat en geboren wil worden. Dan krijgt het woord God een gelijkwaardige, persoonlijke en intieme betekenis, in plaats van de collectieve god van de godsdiensten in de uiterlijke wereld. We begrijpen dat we van goddelijke oorsprong zijn als mens, maar ook alles om ons heen dat leeft, waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dan is er eenheid, vrede en respect in onze aanwezigheid en geen verdeeldheid, oordeel of scheiding. Het is die aanwezigheid, die slechts door het individu te realiseren is, die onze wereld nodig heeft als antwoord op de polariserende krachten van dit moment. Omdat slechts vanuit deze onverdeelde aanwezigheid een oorspronkelijke, authentieke en creatieve reactie mogelijk is en niet een reactie die komt vanuit onze pijn en net zoveel geweld oproept als dat het wil bestrijden. Maar voor deze onverdeelde aandacht moeten we vaak diep graven, onze pijn niet vanuit woede en verdriet naar buiten afreageren, maar van binnen oplossen. Niet een keer, maar telkens weer opnieuw, zodat deze manier een nieuwe manier van leven wordt, die de wereld werkelijk zou kunnen veranderen.

nieuwe bodem

IMG_0007
Niet voor niets heet deze site ‘De kracht van innerlijk werk’ met teksten over mijn innerlijk proces. Het is werkelijk het allerbelangrijkste in mijn leven. Het is mijn parel. Omdat ik ervaar dat in dit proces, dit transformatieproces, lood in goud wordt veranderd. Zo noemde de oude alchemisten dit proces. In mij wordt een nieuw bewustzijn geboren, een bewustzijn van eenheid, van heelheid. Dat geboren worden gaat met barensweeën gepaard. Alsof ik door een psychische, nauwe poort wordt geperst. Deze nauwe poort, deze bottleneck, heeft te maken met mijn meest kwetsbare plek. De plek waar ik in deze aardse aandachtslaag de liefde het meest gemist heb. Daar waar het dus ook het meeste pijn doet. Blijkbaar kan de geestelijke transformatie niet plaatsvinden zonder dat telkens weer deze kwetsbare plek wordt meegenomen in het liefdesproces van menswording.

En ook al noem ik dit innerlijke proces het belangrijkste in mijn leven, het kost me vaak de grootste moeite om dit proces centraal te stellen in mijn leven. De belangrijkste reden is volgens mij dat mijn systeem gericht is op het ontwijken van pijn. Ik probeer de pijn van mijn meest kwetsbare plek te verdoven. Al heel snel zijn dan andere, wereldse zaken belangrijker dan mijn innerlijk proces. Plan ik mijn agenda vol met vele zaken die ik belangrijker acht en ben ik alleen nog bezig met functionele zaken, met werk, met taken in mijn gezin. Of mijn aandacht vullen met het wereldse nieuws dat ik volg op mijn iPhone. Terwijl mijn innerlijk proces juist ruimte en mijn onverdeelde aandacht nodig heeft. Stilte. Vrij en niet bezet zijn om de liefde, die dit proces leidt, werkzaam te laten zijn. Dus eigenlijk betekent dit heel vaak ‘nee’ zeggen tegen allerlei krachten die mij willen bezetten. Dat nee zeggen vraagt oplettendheid, waakzaamheid, alertheid, wakkerheid. Zelfbewustzijn, dat bij mij met vallen en opstaan groeiende is.

In de laatste maanden van vorig jaar voelde ik me bijzonder in balans. Ik kon de heelheid ervaren op mijn manier, in mijn mate. Ik kon ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben en tegelijkertijd dat al het leven om mij heen dat ook is. Ik beschreef het in mijn dagboek als volgt, toen ik op een ochtend aan de rand van het riviertje de Leij mijn ochtendmeditatie deed. Omdat ik het goddelijke in mezelf herken, herken ik het in alles om me heen. God is mij. God is jou. God is dat water dat hier langs mijn voeten stroomt, de ganzen die daar vliegen door de lucht. Het gras dat groeit, de bomen, de wind, de zee, de zon, de sterren. God is in alles. Het bijzondere is dat in dit bewustzijn het woord God ook vervangen kan worden door ik. Ik ben jou. Ik ben het water dat hier langs mijn voeten stroomt, ik ben de ganzen die daar vliegen in de lucht, de wolken in de lucht etc. Verbondenheid kan ik meestal makkelijker ervaren in de natuur, maar een paar dagen later kon ik zelfs in een moment de liefde voelen voor de stroom mensen die uit het nieuwe centraal station in Tilburg kwamen lopen.

Ik was blij met deze balans en dacht stiekem; misschien is mijn lijden nu voorbij, kan ik altijd in deze balans zijn. Misschien werd ik lui en liet ik mijn discipline wat los, misschien had dit er helemaal niets mee te maken, maar langzaam kwamen er wolken aan de heldere hemel en voelde ik van binnenuit mijn angst, mijn bottleneck omhoog komen. Altijd is er wel een aanleiding, een ontmoeting die niet lekker loopt, iets op tv. dat me raakt. Na de kerstvakantie begon ik weer te werken en ik had mijn agenda veel te vol gepland. Ik was vergeten mezelf centraal te zetten in mijn week, in plaats van mijn werk.  Ik voelde me gestresst en schoot in een oud patroon van me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen om me heen. Het ruime bewustzijn dat ik een tijdje had maakte plaats voor het me benauwd voelen. Vooral het donker van de nacht, als ik niets moet en de ruimte heb om te voelen, bracht me bij mijn diepste patroon en meest kwetsbare punt. Zoals ieder mens dit onder zijn harnas van controle en beheersing heeft weggestopt. Het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde zo node heeft gemist in welke vorm dan ook en geen andere oplossing wist dan zich met patronen en valse overtuigingen te beschermen. Zo is voor mij mijn innerlijk proces telkens weer een therapeutisch proces van heling van mijn diepste afgescheidenheid.

Mijn valse overtuigingen zijn een cluster van negatieve emoties die als een kurk mijn geestelijke kanaal kan verstoppen. Als ik dit punt in mijn systeem kan toelaten, bijvoorbeeld als ik de rust en ruimte heb, de moed ook, om dit in mezelf te voelen of kan delen met iemand die ik mijn meest kwetsbare punt toevertrouw, kan de liefde erbij en kan deze wond in mij helen. Dit is het materiaal waar de liefde mee werkt. Ik ben de akker die door mijn lijden vruchtbaar wordt gemaakt om het bewustzijn van eenheid in geboren te laten worden. Blijkbaar moet ik telkens weer wennen aan het idee dat mijn innerlijk proces gepaard gaat met disbalans en dat het doel niet is om te streven naar de eeuwige balans. Een eeuwige balans zonder pijn natuurlijk. Het is al heel wat dat ik balans vind in mijn disbalans. En dat ik bij het avondeten plotseling wordt geraakt door het besef dat in mij iets leeft dat sterker is dan mijn angst voor de dood. Dat deze angst, de angst is van mijn ego om te sterven. En dat ik mag vertrouwen op deze nieuwe bodem, die langzaam in mij geboren wordt.

 

het nieuwe werken

IMG_8639

Regelmatig wordt er gesproken over het nieuwe werken. Ook ikzelf ben bezig om me weer opnieuw te verhouden tot het werk dat ik doe. Soms heeft dat te maken met WAT ik doe, maar misschien nog wel meer met HOE ik het doe. Begin dit jaar werd ik namelijk geconfronteerd met mijn neiging om heel mijn dag, heel mijn week vol te plannen  met wat ik allemaal MOET doen. Dat wat functioneel is. En dat gaat zowel over mijn werk (dagbesteding, individuele begeleiding, Pluk&Plenty) als over mijn privé. Iedere dag kinderen (het zijn trouwens ondertussen al behoorlijke tieners geworden) vanuit het buitengebied waar we wonen naar en van school brengen en halen, boodschappen tussen mijn werk door doen, kinderen naar toneel, muziekles brengen. Ik ben altijd wel ergens naartoe op weg. Tussendoor probeer ik dan ruimte voor mezelf te maken, maar dat schiet er meestal bij in. Mijn behoefte komt op de laatste plaats.

Dat is ook onderdeel van mijn patroon waarbij op de eerste plaats alles komt wat moet en de vragen van anderen, pas daarna ben ik zelf aan de beurt. Dat patroon zit diep en heeft als wortels een aantal  (valse) overtuigingen, zoals ik ben de liefde niet waard. Daar zit bijvoorbeeld aan vast; ik moet sterk zijn en ik ben verantwoordelijk voor het leed van de ander. Deze oude overtuigingen ontstaan in mijn vroegste jeugd, zorgen ervoor dat ik de liefde voor mezelf loslaat en ik van hot naar her ren in de poging om maar goed voor anderen te zijn, zodat zij van mij gaan houden. Zo is het gelukkig niet altijd. Soms zijn er dagen dat ik de liefde voor mezelf voel en helemaal in balans ben. Dan klopt alles wat ik doe. Soms zijn er dagen dat ik hijgend en puffend de eindstreep haal, dingen doe die helemaal niet kloppen, gaten vul van anderen bv. En al de dagen die er tussen in liggen. Ik sta als het ware met een been in het nieuwe (leven en werken vanuit verbondenheid), maar ook nog met een been in het oude (leven en werken vanuit afgescheidenheid). Nu is daar de afgelopen jaren met veel innerlijke werk al behoorlijk veel in verschoven, maar het blijft voor mij een belangrijk, steeds terugkerend thema!

Vanuit dat diepe patroon van het gericht zijn op de vragen van anderen of het vullen van gaten, kom ik op een gegeven moment klem te zitten, waardoor ik me vooral ‘s nachts volledig overspannen kan voelen, uit balans. Door die disbalans voelde ik het grote verlangen om nu definitief mijn ankerpunt te verleggen van het centraal zetten van anderen of wat ik moet naar het centraal zetten van mezelf en mijn behoefte. Dit werd ook geholpen doordat ik last kreeg van een lyme bacterie en mijn energieniveau en immuunsysteem behoorlijk omlaag waren gegaan. Ik had vermoeidheidsverschijnselen en pijn in mijn spieren na zo’n beetje iedere inspanning. Verlangen en noodzaak tegelijk om mijn patronen te veranderen. Het verlangen voelen is een punt, maar het concreet vorm geven van dit verlangen is het volgende punt, waar ik me soms behoorlijk gehandicapt in voel. Hoe in hemelsnaam zet ik mezelf centraal? Eigenlijk is dat een voortdurende oefening, iedere dag, ieder moment weer. Daar gaat wat mij betreft het nieuwe werken over.

Want los van mijn individuele diepe patroon, is het ook een collectief patroon dat we pas iemand zijn als we iets doen. Wat doe je is bij ons vaak de eerste vraag die wordt gesteld. Ik ben wat ik doe. En in het werk staat vaak ook nog het doel (target), het resultaat centraal. En niet wijzelf als mens. We worden het bezit van ons werk. Het lijkt wel alsof we met het opofferen van onszelf, het geld dat we verdienen kunnen rechtvaardigen. We zijn geïnfecteerd door het rendementsdenken, zou je kunnen zeggen. De acteur Ramsey Nasr schreef hier een erg goed artikel over. Ook ik heb daar regelmatig last van in mijn dagelijks leven, ook al heb ik geen baas boven me.  Als alles af is, alles klaar is, dan is het goed. En vaak lukt me dat ook wel, als ik veel energie heb, als ik in balans ben. Dat lukt ook nog als ik dan mijn innerlijke behoefte negeer, die tijdens deze eenzijdige werkhouding aan de deur begint te kloppen. Maar het lukt niet meer als ik omval van binnen en ik niet anders meer kan dan naar mijn innerlijk en mijn innerlijke behoefte te luisteren. Het gaat hier trouwens niet alleen over mijn behoefte. Het is ook mijn diepe verlangen om naar mijn innerlijke stem, mijn ziel, hoe je dat ook wilt noemen, geestelijk deel te luisteren. En daarvoor helpt het niet om heel de dag van de ene afspraak naar de andere te rennen. Om naar de stem van je ziel te luisteren, van je innerlijk, dien je aanwezig te zijn. Gewoon er te zijn, stil te zijn, zonder ruis van buiten, maar ook zonder de ruis van binnen van wat nog allemaal gedaan moet worden en af moet komen. Trouwens wat geldt voor de ontmoeting met mijn ziel, geldt natuurlijk ook voor een werkelijke ontmoeting met anderen. De tijd nemen om echt iemand te ontmoeten is vaak een zeldzaamheid geworden.

Hoe kan ik nu werken, mijn dingen doen, zonder het contact met mezelf en mijn innerlijk te verliezen? Dat vraagt een heel andere werkhouding. Ik zal een concreet voorbeeld noemen. Deze week zag ik dat het gras gemaaid moest worden. Al een paar dagen. Ik zag daar erg tegenop toen ik dacht aan de grote hoeveelheid die gedaan moest worden, wilde ik het in 1x afmaken. Ik had wel zin in de activiteit zelf, zin in het buiten zijn. Als ik dan luister naar mijn functionele kant die deze klus af wil krijgen, heb ik de neiging om mijn grens te negeren, niet te luisteren naar mijn innerlijk die op een gegeven moment zegt; nu is het genoeg. Ik ben moe, nu stop ik ermee, tijd voor iets anders. Als ik wel naar mijn innerlijk, naar mijn gevoel luister en daardoor helemaal aanwezig ben, gaat het als volgt. Ik begon met maaien en zag dat de notenboom nog wat mest nodig had. Ik zag ook dat het randje van het gras waar ik met de maaier niet bij kon, nodig bij geknipt moest worden. Ik zag nog een paar hoopjes onkruid van gisteren die opgeveegd moesten worden. Als ik dan alleen in mijn functionele kant zou zitten, zou ik dit negeren en hard doorwerken om dat af te maken wat ik van plan was. Nu besloot ik om met veel aandacht een stukje aarde rond de notenboom schoon te maken en met mest te bestrooien. Ik besloot de hoopjes onkruid op te harken en het lange gras aan de rand af te knippen. Het resultaat is dat ik niet af kwam met al het gras dat gemaaid moest worden (morgen is er weer een dag!), maar ik me wel veel completer voelde door de klusjes die op mijn pad kwamen en al maanden waren blijven liggen en waar mijn oog op viel.

Dit voorbeeld heeft voor mij met het nieuwe werken te maken. Ten eerste het helemaal aanwezig zijn in wat je doet. Dat maakt de kwaliteit van werk uit. En niet, zoals tegenwoordig met kwaliteit wordt bedoeld, het invullen van lijstjes en als die lijstjes kloppen dan heb ik mijn werk goed gedaan. Ik ben helemaal aanwezig in mijn werk, inclusief die kant in mij die kwetsbaar is, die gevoelig is, die grenzen heeft, een behoefte heeft. Mijn menselijke kant dus eigenlijk. Waar trouwens ook mijn talent en creativiteit zit. Als ik helemaal aanwezig ben, zie ik ook andere dingen, zoals de notenboom of het grasrandje. Daar waar mijn oog op valt, daar doe ik iets mee, daar neem ik verantwoordelijkheid voor. Ik neem verantwoordelijkheid voor het geheel. Dat kan betekenen dat ik afwijk van het plan dat ik had of in mijn hoofd zou moeten (het maaien van het gras van heel de tuin). Hierdoor voel ik mezelf completer en krijgt alles wat anders blijft liggen aandacht. Dit wordt mijn nieuwe oefening de komende tijd. Wat ik trouwens jarenlang geoefend heb bij de Voorde, tegenwoordig Pulsar geheten. Die manier van werken heette daar helend klimaat. Op bepaalde momenten van de dag, meestal in de ochtend werkten we met z’n allen in of buiten het gebouw. Meestal was er een thema wat we meenamen in het werk, waardoor we verbinding konden houden met onszelf en het werk niet louter functioneel werd. Ook stopten we precies op de afgesproken tijd, of het werk nu af was of niet.

Je zou het werken in verbinding kunnen noemen, in plaats van het functionele werken in afgescheidenheid. Ik schreef al eerder in een artikel over de term hooggevoeligheid. Het is een term waarin ik mezelf herken, maar ik moet nog leren dat veel serieuzer te nemen, de hooggevoeligheid te integreren in mijn leven.  Soms komt deze hooggevoeligheid op en als ik dan in mijn functionele kant zit, met mijn oogkleppen op, is die hooggevoeligheid een lastpost. Maar eigenlijk geeft deze hooggevoeligheid mij de kans om me te verbinden, is het een schat. Het noodzaakt me om me te blijven luisteren naar mezelf, naar mijn behoefte, wat ik voel, naar wie ik ben als mens, naar mijn grens. Die hooggevoeligheid biedt me de kans om helemaal aanwezig te zijn. Ik denk eigenlijk dat dit de nieuwe norm van werken zou moeten zijn. Een nieuwe balans, zoals ik die pas vond toen ik aan het zwemmen was. Ik voelde me gedragen door het water en tegelijkertijd de kracht van mijn eigen beweging om boven te blijven, om niet te zinken. Dat was alles, zonder doel van bijvoorbeeld een aantal baantjes zwemmen in een uur, maar de balans tussen het gedragen worden en mijn eigen inspanning. Dat was een heerlijk gevoel waarin ik helemaal aanwezig was.

In het nieuwe werken is ook gelijk de afgescheidenheid tussen werken en vakantie verdwenen. Eerst werken we ons 50 weken het apelazerus om daarna in 2 weken bij te moeten komen. Alles wat we in het jaar hebben gemist, moeten we dan inhalen. Onmogelijk natuurlijk. De Belgische filosoof Johan Braeckman schreef daar een heel goed artikel over. Vakantie is een ander woord voor zijn. Dat zijn mag onderdeel worden van ons werk zou ik zeggen. In mijn werkhouding mag het iedere dag vakantie zijn. Waar heb ik nu zin in? Waar word ik nu blij van? Ik vind dat een hele klus, ik kan echt volledig gevangen zitten in het moeten, in het functionele en ben ik blij als ik naar bed kan om van die bezetting, die innerlijke bezetting verlost te zijn. Het vraagt van mij een nieuw soort discipline om te luisteren naar mezelf, in plaats van mezelf te negeren en voorbij te lopen. Wil ik echter een heel mens worden, een vrij mens worden, dan zal ik me van deze innerlijke, functionele dwang dienen te bevrijden. Misschien kom ik dan ook meer met mijn beide benen in het nieuwe terecht, zonder het oude te veroordelen overigens. Daar komt nog bij dat mijn individuele transformatie hierin, ook een transformatie is die collectief plaatsvindt. Er vindt op collectief niveau een verandering plaats, die altijd begint bij het individu. Ik had over dit nieuwe dat geboren wordt een mooie droom deze week. Daar wil ik dit artikel mee afsluiten.

Ik ben met mijn ouders op vakantie. Samen met hen loop ik een strand op. Grote golven komen op ons af vanuit de zee. Het is de vraag of we niet overspoeld worden, zo hoog. Maar dan verdwijnen de golven en achter de golven ligt geen zee, maar een landschap, een nieuw landschap. Ik zie de bomen. Vanuit dat landschap komen mensen op ons afgelopen, nieuwe mensen met een andere taal. Ik spreek een vrouw aan, die me apart neemt en zegt dat we moeten mengen. Wij moeten het nieuwe landschap in lopen en zij moeten onze wereld in lopen. Als ik verder loop, raakt me dat diep en denk; eindelijk een gebeurtenis vanuit de andere kant, vanuit gene zijde.

over wat werkelijke vrijheid is

IMG_8459
Sinds een aantal weken volg ik een cursus bij Maria Hillen, de schrijfster van het prachtige boekje over Jezus Een daad van Liefde. De cursus heeft als thema vrijheid. Een thema dat me bijzonder aanspreekt, omdat ik bezig ben om de vrijheid die ik van binnen vind beter te verankeren in mijn dagelijks leven. Zo snel verlies ik mijn innerlijke vrijheid, omdat ik weer naar buiten, naar de wereld gericht raak en denk dat het daar te vinden is wat mij gelukkig maakt.

Gisteren was het Bevrijdingsdag. We vieren dan collectief dat het nu 70 jaar geleden is dat Nederland bevrijd werd van de Duitse bezetters. Maar we staan ook stil bij wat vrijheid betekent, dat dit een groot goed is, dat we dienen te bewaren, te beschermen. Toch is er volgens mij een groot misverstand over wat vrijheid in werkelijkheid is. Als ik naar mezelf kijk en naar mij verlangen om vrij te zijn, zit het volgende idee mijn vrijheid in de weg. Namelijk dat ik denk dat ik een afgescheiden entiteit ben, die in staat is te doen wat hij wil. Ik denk dan; nu ga ik dit of dat doen, nu heb ik zin om dit of dat te doen. Nu moet ik dit of dat doen, maar daar heb ik eigenlijk geen zin in, maar ik moet wel, want anders dit of dat. Eigenlijk maak ik me met dit idee van mezelf los van het geheel, ga er boven staan, alsof de wetmatigheden zoals die er zijn, geen grip op me hebben. Dat wat ik vrijheid noem, wat we met z’n allen vrijheid noemen, is eigenlijk verzet tegen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Het is een hele vreemde, mentale constructie in mijn hoofd. Want met dit idee van afgescheidenheid als vrijheid, ga ik ook de wereld dragen, waar ik me los van maak. Ik neem de wereld op mijn schouders. Ik moet dan denken aan het beeld van dat ik in een trein sta met een loodzware volle koffer in mijn hand. Ik blijf die koffer maar dragen, terwijl ik hem ook gewoon kan neerzetten, want het is de trein die mij en de koffer draagt.

Gebi nam deze week de serie Touch mee uit de bibliotheek. Wat een ontdekking. Het gaat over een jongetje van 10 die zwaar autistisch is, maar tegelijkertijd de gave heeft om verbonden te zijn met het geheel, het geheel van de werkelijkheid om ons heen. Hij ziet verbanden, die wij als ‘normale’ mensen niet zien. Hij ziet deze in cijfermatige combinaties, telefoonnummers, codes van sloten, huisnummers etc etc. Als bepaalde verbanden tussen mensen verbroken zijn, voelt hij de pijn daarvan en wil hij deze pijn oplossen. Hij leeft met zijn vader, die contact met hem probeert te krijgen, maar dat lukt bijna niet, mede omdat het jongetje nog nooit heeft gesproken. De taak van de vader is om het jongetje te leren begrijpen en hem te volgen in wat hij aan verbroken verbanden tussen mensen wil oplossen. Dit is voor mij precies een beeld van wat vrijheid eigenlijk is. Niet om los van de werkelijkheid in afgescheidenheid te denken dat ik kan doen en laten wat ik wil. Maar juist dat ik me verbind met het geheel van de werkelijkheid en de wetmatigheid die in het leven verborgen zit te leren kennen en te volgen. Overgave dus. Overgave is volgens Maria Hillen een van de belangrijkste voorwaarden om tot vrijheid te komen.

Na de eerste bijeenkomst van de cursus was het de opdracht om thuis met ogen van liefde, van het hart naar jezelf te kijken. Dat is voor mij een confronterende oefening, omdat ik er dan weer achter kom hoe groot mijn overtuiging is dat ik niet ben om van te houden. Dat is de overtuiging van mijn ego, die de afgescheidenheid in stand houdt. Die het idee in stand houdt dat mijn ik vrij is om te doen en laten wat hij wil, alsof er geen wetmatigheden zijn, waarmee de werkelijkheid zich om ons heen ontvouwt. Ik moet diep graven om bij de liefde voor mezelf uit te komen, bij mijn eerste liefde zoals ik dat in mijn vorige artikel noemde. De liefde die zo mooi beschreven staat in een van mijn favoriete psalmen.

U was het die mijn nieren vormden,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijks is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet ëën.
(psalm 139)

Vanmorgen toen ik buiten zat te mediteren onder onze oeroude eik besefte ik dat alles dat wordt gemaakt, alles dat groeit, alles dat beweegt, verandert, draait zoals de aarde om de zon, de zon weer door het melkwegstelsel suist, vanuit liefde gebeurt. Vanuit liefde wordt bewogen. Alles dat leeft, heeft liefde als beginpunt. Inclusief ikzelf. Dat is iets wat ik, wat wij, heel snel vergeten. Ik denk omdat we collectief vastzitten in een heel vreemd, industrieel beeld van de werkelijkheid. Alsof alles zich ontwikkelt vanuit een mechanisme, zoals in een fabriek. Het is de toekomst die we als mens kunnen bedenken, vanuit de afgescheidenheid als uitgangpunt. Een mechaniek, een machine, een robot, een apparaat dat ons leven lichter, rijker zou moeten maken. Als je beseft dat de werkelijkheid zelf zoveel rijker, intelligenter, grootser is dan dat en dat we ons daar alleen maar mee hoeven te verbinden, zoals het jongetje Jack doet in de serie Touch, dan besef je hoe ontzettend dom en armoedig dat toekomstbeeld is dat we als Westerse, industriele, zogenaamd beschaafde mens maken.

Als afgescheidenheid de norm is, dan wordt autisme een probleem, zoals zoveel psychische beperkingen. Een probleem dat behandeld dient te worden, zodat het weer normaal wordt of lijkt op wat normaal is. Het punt is dat we in een overgang zitten van het verleggen van het punt van wat we normaal noemen. Nu vinden we afgescheidenheid normaal, want daar ontlenen we ons beeld van vrijheid aan, maar we zitten in de overgang naar verbondenheid als norm. Het verbonden zijn met het totaal van de werkelijkheid die veel groter, intelligenter, liefdevoller, energieker is dan we ons vanuit onze afgescheidenheid kunnen voorstellen. Dan draait het beeld dat we van de werkelijkheid maken, zich om en wordt dat wat we nu als probleem ervaren, de oplossing. Net als in de filmserie DivergentTris Prior was voor het oude systeem een probleem, maar bleek uiteindelijk de oplossing te zijn. De steen die de bouwers afkeurden, is de hoeksteen geworden.

over dingen tussen hemel en aarde

IMG_7701

Afgelopen weekend deden Gebi en ik een wandeling met de hond in de buurt van ’t Ooievaarsnest. Het was een stille, grijze zondagmiddag. Ik werd me tijdens de wandeling bewust dat ik midden in de natuur was en voelde de waarde hiervan. Iedereen, dacht ik, zou dat regelmatig moeten doen, zich midden in de natuur begeven en ervaren hoe dat voelt. Zo anders is het als je de meeste tijd midden in de stad bent of 8 uur per dag op je werk in een kantoor. Ik begeef me iedere dag tussen deze twee werelden in. De wereld van de natuur en de wereld van de stad, ook al is het dan de kleine stad Tilburg en geen Shanghai of New York bijvoorbeeld.

Als ik dan in de auto zit en Tilburg nader, is het alsof ik me in een andere wereld begeef. De kunstmatige wereld die de mens heeft geschapen en waar hij trots op is. De mens die zich eigenlijk heeft afgekeerd, afgescheiden van de natuur. Vanuit die afgescheidenheid heeft hij deze kunstmatige mensenwereld geschapen. Hij heeft zich op een troon gezet en heeft zijn geschapen wereld boven die van de natuur gesteld. Dat wat wij met onze ‘vrijheid’ hebben verworven, betekent eigenlijk deze afgescheidenheid van de natuur, maar vaak ook van God. Maar zijn we werkelijk vrij? We zijn vrij om te doen wat we willen, denken we. Maar het is een vrijheid die ons vaak eenzaam maakt, leeg, afgesneden, los van de ander, van het leven, van de werkelijkheid. Het is de leegte van mijn ego, dat een tekort schept, een psychisch tekort dat ik op alle manieren probeer te vullen met surrogaat. Het surrogaat in al zijn vormen dat de basis vormt voor onze kapitalistische maatschappij. Tot ik met vallen en opstaan op mijn schreden terugkom en inzie dat ik door me af te scheiden zelf dat tekort schep. Ik doe dat zelf, het is het gevolg van mijn beperkte bewustzijn. Er is altijd een weg terug, als ik maar de moed heb om te buigen. We zetten ons in onze hoogmoed op de plek van God alsof we zelf de schepper zijn. Hoe kunnen we nu los, afgescheiden van het leven, iets scheppen? De werkelijkheid is namelijk dat we worden geschapen ieder moment weer, niet ooit, niet toen, maar nu. Pas als we ons laten scheppen, als we ons overgeven aan de scheppende kracht van het leven, als we het leven zich in ons laten ontvouwen, dan zijn we die medeschepper zoals we bedoeld zijn. Dat vraagt verbinding, nederigheid, dienstbaarheid. Dan kunnen we de mooiste dingen scheppen vanuit het talent dat ieder van ons is gegeven, wat gelukkig ook af en toe gebeurt!

Ik moet nog even terugkomen op dat grote woord God. Zelf ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus heeft voor mij het woord God nog een onbevangen klank. Vroeger was God, het woord God verbonden met een godsdienst die collectief werd beleden. Er waren wetten, er waren regels, waar mensen zich aan moesten houden. Nu denken we, o, die God, dat beeld dat wij mensen van God hebben gemaakt, dat is dus God. Die God wil ik niet, want die god is niet rechtvaardig, schept lijden etc. Ik geloof niet in die uiterlijke God, dus weg ermee. Terwijl God ook individueel, in ieder van ons te ervaren is. Juist van binnen. Je zou dat God kunnen noemen, of liefde, maar misschien ook een geweten. Een individueel en tegelijkertijd universeel geweten. Omdat deze ik, deze individualiteit van binnen verbonden is met het geheel. Hoe paradoxaal is het dat ik juist in die verbondenheid vrijheid, maar ook geluk ervaar?

Het lijkt alsof het de kern van mijn leven is; de verschuiving van identiteit met het materiële naar het geestelijke. Het is misschien wel hetzelfde als wat ik hier eerder schreef. Als ik contact heb met mijn geestelijk deel, dan voel ik een diepe vrede, een diepe aanvaarding. Dankbaarheid, genade. Het zijn momenten, die zich onderscheiden van het lijden dat ik meestal doe. Lijden aan de oude patronen van mijn afgescheidenheid. Een oud spoor, een oude groef die al bij mijn geboorte is ontstaan, wie weet al daarvoor. Bijvoorbeeld mijn neiging om mijn behoefte op te offeren. Doordat ik van buitenaf word geraakt, kom ik in een soort zorgpatroon, waarbij de ander altijd eerst komt, dan een hele tijd niets en dan mijn behoefte. Totdat mijn grens daarin is bereikt en ik als reactie uitval naar Gebi, mijn vrouw, de mens die me het meest nabij is. Wat natuurlijk verschrikkelijk oneerlijk is en onterecht. Ze krijgt dan mijn boosheid over zich heen, soms komt er dan ruzie, soms geeft ze mijn boosheid resoluut terug. Meestal heb ik dan het bewustzijn om na korte of wat langere tijd naar binnen te gaan en te zien dat ik mijn behoefte weer eens heb weggestopt. Het uitspreken van mijn behoefte schept dan de ruimte, omdat er eigenlijk altijd een antwoord komt. Een liefdevol antwoord dat ik vroeger niet heb gehad. Er was in mijn ouderlijk gezin om wat voor reden dan ook weinig ruimte voor mijn behoefte, mijn gevoel. Ik paste me aan. Daarom vind ik het ook zo moeilijk gewoon te voelen hoe ik me voel. Als ik eerlijk ben, houd ik mezelf in de buitenwereld meestal een beetje op, doe ik me net iets beter voor dan ik me voel. Niet als ik me goed voel natuurlijk, vitaal, blij. Maar wel als ik bang ben of depressief. Afgelopen maandag tijdens de latifa-oefening die ik iedere maandagochtend met een groepje doe, kwam ik bij dat inzicht. Dat ik me mag voelen zoals ik me voel. Me niet beter of sterker hoef voor te doen dan ik ben. Ik ben goed zoals ik ben. Mezelf helemaal aanvaarden zoals ik in mijn onvolmaaktheid ben, wow, daar ben ik nog steeds naar op weg.

Zo ademt mijn bewustzijn zoals eb en vloed van ruim naar smal. Het nauwste punt zoals ik dat ervaar, vraagt om mijn volledige, onverdeelde aandacht. Ik kom dat punt ongeveer 1x per maand tegen. Al mijn liefdevolle aandacht moet dan naar binnen om helemaal, met al mijn aandacht bij dat kwetsbare, gehandicapte punt te zijn. Dat nauwste punt dat voelt als een geboortekanaal, waardoor heen ik als mens, als nieuwe mens wordt geboren. Die zich niet langer identificeert met het materiële, met zijn lichaam, met de dood, maar met zijn geestelijk deel, met zijn potentie, leven. Leven in overvloed.

Daarbij, ik kom daar hier in deze adventtijd met enige schroom voor uit, speelt Jezus voor mij een belangrijke rol. Ik wil niet overkomen als een godsdienstfanaat, maar wel schrijven over dat wat voor mij belangrijk is in mijn innerlijk leven. Zoals ik al schreef ben ik niet godsdienstig opgevoed, dus toen ik als zoekende adolescent naar de zin van het leven het Johannes Evangelie las, kon ik me zonder last uit het verleden laten raken door dit bijzondere verhaal van Jezus. Later heeft dit punt in mij zich verdiept en is een centrum geworden, een bron. Dat is nog steeds gaande. In ieder geval is hier met Jezus iets speciaals aan de hand. Sterker, ik zou durven stellen dat Jezus voor ons als mensen het belangrijkste punt in de schepping, in de menselijke evolutie is. Zo is het in ieder geval voor mij, zo is het in ieder geval op mijn innerlijke weg. Ten eerste is het punt een herinnering, een herinnering aan wie ik ben als mens, een mens met een hart, die in staat is om lief te hebben. Hoe verstopt die liefde soms ook is. Ten tweede is het punt voor mij een omslagpunt, een transformatiepunt. Het maakt me mogelijk om als mens te transformeren. Om een nieuwe mens te worden, die zich niet langer op de eerste plaats identificeert met het materiële, maar met het geestelijke. Een mens met kwaliteiten en mogelijkheden die, als we kijken vanuit een beperkt bewustzijn, niet voor mogelijk werden gehouden. Als we een ander begrip, een ander bewustzijn van tijd en ruimte zouden hebben, zijn we in staat om onszelf of anderen te genezen of ons te verplaatsen over grote afstanden. Daar hebben we nu enorme en kostbare apparaten voor nodig. Dat klinkt misschien als SF, maar nu al zijn er mensen die in staat zijn om met hun geestkracht anderen te genezen. En die potentie hebben we allemaal.

In die zin heeft Kerstmis voor mij persoonlijk de betekenis van de herinnering aan het moment dat ik voor het eerst van binnen werd geraakt door het verhaal van Jezus en de betekenis die dit voor mij in de loop van de jaren heeft gekregen als een soort Christusbewustzijn zou je kunnen zeggen. Het is voor mij nog steeds een wonder dat dit voor ons mensen zo belangrijke punt op deze manier door deze mens Jezus in de schepping, in de evolutie is gelegd. Gisteren zag ik een aflevering van de serie Cosmos over de uitvinding van de elektromotor en de dynamo door Michael Faraday.  Deze uitvinder geloofde dat er onzichtbare energiebanen, energievelden rond de aarde stroomde, alsof de aarde een soort turbo, een magneet is met een elektrisch en magnetisch veld. Misschien is met Jezus ook wel een veld van liefde in de schepping gekomen, die voor ieder mens bereikbaar is, als het mogelijk is om je hiervoor te openen. Wat soms behoorlijk moeilijk is, weet ik uit eigen ervaring. Ik ben al heel mijn leven bezig om deze onvoorwaardelijke liefde toe te leren laten die er voor me is en deze liefde te integreren en als basis voor mijn leven te maken.

Het draait voor mij allemaal om het geboren worden als individu, als mens, als individuele mens vanuit het collectief dat er nu is. Vorige week had ik weer mijn mannengroepje met 3 therapeuten van rond de 60 jaar oud. Mannen die voor mij een voorbeeld zijn en me laten zien hoe dat kan, dat geestelijk groeien, dat als mens, als individu geboren worden. Ieder op zijn manier, maar telkens vanuit dat zelfde principe. Ieder zuivert zich op zijn manier uit van oude patronen en overtuigingen om op die manier contact te maken met zijn essentie, met wie hij werkelijk is. Dat is ontroerend om te delen en om van de andere mannen te zien. Ik denk werkelijk dat deze individualiteit de basis zou kunnen zijn voor een (nieuwe) samenleving. Soms lijkt het in de huidige neoliberale tijd juist de andere kant op te gaan. De kant van het vasthouden aan het systeem waarin de wereld is verdeeld in goed en slecht, in machtigen en machtelozen, in rijk en arm, in mensen die in de wereld succes hebben en losers. Waar op leven en dood wordt gestreden om aan die zogenaamde goede kant van de streep te staan. Ik schreef daar vorige week een tekst over, die kun je hier lezen.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com