overvloed

Deze week keek ik samen met de donderdag project Natuurlijk Werken-groep naar de film Turtle. Deze gaat over het verhaal van een zeeschildpad, die met een paar miljoen soortgenootjes wordt geboren aan het strand van Florida. Daarna begint het dier aan een reis van 7000 kilometer om na 21 jaar als volwassen schildpad van 1 vierkante meter groot terug te keren naar precies dezelfde plek. Daar legt ze op haar beurt eitjes in een diepe kuil in het zand en de cyclus begint weer van vooraf aan. De overlevingskracht van dit dier is enorm, maar wat nog meer indruk op me maakte is de manier waarop de schildpad reist. In de Atlantische Oceaan is een golfstroom, die vele soorten dieren over de grote zee vervoert. Allerlei vissen, haaien, de grote walvissoorten, allen vergezellen ze de schildpad naar het Noorden. In de golfstroom zit een grote kracht, waar deze dieren kennis van hebben en gebruik van maken. De kennis van de schildpad om deze route af te leggen en precies op dezelfde plek terug te komen is het gevolg van zijn verbinding met zijn eigen natuur en de natuur van zijn voorgangers, die al eeuwen dezelfde weg afleggen.

Een dag later zat ik met twee vrienden te lunchen en kregen we het over de ervaring van overvloed, die ook zij vaak hebben in de natuur. Tijdens een wandeling of het werken in een moestuin. Maar ook zij ervoeren dat als het dan over werken of over geld verdienen gaat, dat we direct in een kramp schieten. Alsof die ervaring van overvloed plotseling verdwenen is en de werkelijkheid vernauwd wordt vanuit de overtuiging dat er geen overvloed is, maar een tekort. We raken afgescheiden van onze verbinding met de natuur waar de ervaring van overvloed aanwezig is. Ik herken dat zelf maar al te goed. Het lijkt alsof we als collectief, in ieder geval in het Westen, gevangen zitten in die overtuiging van de werkelijkheid als een tekort. En vanuit dat gevoel van tekort is de theorie van onze kapitalistische economie ontstaan. De basis van waaruit de meeste mensen werken en geld verdienen. We zijn dat als waarheid gaan zien, terwijl het vanuit onze eigen natuur en de verbinding met de natuur, een leugen is. We kennen dus de economie vanuit de overtuiging van het tekort, maar hoe zou een economie eruit zien vanuit de overtuiging van overvloed? Zou er dan zoveel behoefte nog zijn aan consumeren, aan goederen, aan bezit? Het typische is dat vanuit de valse overtuiging van tekort we juist een tekort scheppen. Want ook dat is een wetmatigheid; dat wat je gelooft, dat schep je. De weg terug af leggen naar de waarheid dat er sprake is van overvloed dient ieder mens als individu af te leggen.

Het is een eenzame weg, zoals een vriendin die beschreef gisteren op haar verjaardag. Een periode in haar leven werd ze geconfronteerd met diepe angst en het diepe gevoel dat niemand haar begreep. Dat zij in haar eentje stond tegenover de buitenwereld. Een diep gevoel van niet gezien zijn. Helemaal op de bodem van deze ervaring kwam de gedachte in haar op; ok, als dan helemaal niemand me ziet of begrijpt, dan nog besta ik. Dat besef van haar individuele bestaan, onafhankelijk van wie dan ook, deed haar de weg weer naar boven afleggen, uit de diepe put van eenzaamheid. Zelf had ik vorige jaar een diep crisismoment met als thema; als ik niet voor de ander zorg, wie ben ik dan nog? Wordt er dan nog van me gehouden? Op dat dieptepunt had ik de ervaring van liefgehad worden ook al zorg ik niet voor de ander. Liefde voor wie ik gewoon ben. Dwars door mijn opgebouwde patroon heen. Diep in onszelf, in ieder individu is er blijkbaar de mogelijkheid om dat deel waar we van zijn afgescheiden en dat ons een gevoel van tekort geeft, te verbinden, te helen.

Er is een ‘ik’ in mij , die in verbinding is met die grote overvloed die er in werkelijkheid is. Ik noem dat mijn verbonden ik, mijn vrije ik. Af en toe kan ik deze ervaren en dat is een groot geluk. Deze week zat ik voor het grootste gedeelte echter in mijn afgescheidenheid. Ik kreeg geen contact met deze ik in overvloed. Het was alsof er een muur zat, waarachter deze verbonden ik verborgen zat. Ik was soms ontzettend moe, alsof iets me blokkeerde, afsneed. Deze ochtend toen ik op mijn heilige plek zat in het bos, stond ik hierbij stil en kwam erachter dat ik mezelf aan het onderdrukken was. Als een soort onbewust mechanisme. Zonder oordeel, liet ik deze onderdrukking er zijn, vanuit een soort verwondering. Vaak als ik dat doe, komen er beelden op. Het beeld dat nu verscheen, was van een deksel op een pot. Ik vroeg me af wat er onder zat en even later tilde ik een stukje van het deksel op. Er kwam stralend licht vanonder het deksel tevoorschijn. Eerst kon ik het niet geloven, omdat ik dacht dat er iets ergs onder moest zitten, iets dat ik niet onder ogen durfde zien. Maar het was toch echt licht dat ik zag en begreep dat het mijn kracht, mijn licht was dat ik onderdrukte. Dat deed me direct denken aan de tekst van Marianne Williamson, die ik niet zo lang geleden nog op deze site heb opgeschreven. Onze grootste angst is niet dat we ontoereikend zijn, onze grootste angst is dat we onmeetbaar krachtig zijn. Het is ons licht, niet onze duisternis waar we het meeste bang voor zijn. Het is een van mijn grootste verlangens voor de komende tijd om in mijn eigen kracht en licht te gaan staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 624
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com