Over de eierschaal en het kuiken

IMG_5926
Het blijft me bezig houden, de ontwikkeling van ons collectief, onze samenleving, gebaseerd op kapitalistische uitgangspunten. Na de aanslagen in New York in 2001 en de economische crisis van 2008, heeft het systeem een sterke neiging zich te verdichten, te verharden. Dit uit zich in een neo-liberaal gedachtengoed dat dogmatische trekken vertoont. Hierbij bouwen de sterken van het systeem een stevige muur om zich heen om te behouden wat zij hebben opgebouwd aan met name materieel bezit en worden de voorwaarden om dit bezit te delen met de zogenaamde zwakkeren verhoogd. Het individu of de ruimte voor het individu om te groeien wordt hierbij sterk ingeperkt. Kijk maar eens hoe met de gezondheidszorg wordt omgegaan. Aan de ene kant wordt de vrijheid om als klant te kiezen voor een arts, een specialist in een ziekenhuis of een andere hulpverlener zoals een psycholoog of psychiater op slinkse wijze om zeep geholpen. In het nieuwe zorgakkoord is artikel 13, dat over deze vrije keuze gaat, geschrapt. Niemand heeft het hier over, maar het is wel op zeer ondemocratische wijze uitonderhandeld door de verschillende politieke partijen. Uit onderzoek blijkt overigens dat de meeste mensen bereid zijn om iets meer verzekering te betalen, als deze vrije keuze blijft bestaan. Naar de mening van deze mensen wordt in deze fundamentele kwestie echter niet gevraagd! Aan de andere kant wordt binnen de door de ziektekostenverzekering betaalde zorg de privacy van klanten niet langer gewaarborgd. Sterker nog; de voorwaarde voor deze zorg is dat kwetsbare privacygegevens worden doorgegeven aan de ziektekostenverzekeraar waar door ondeskundige, administratieve medewerkers wordt besloten of een behandeling wel of niet vergoed gaat worden of nog een stap verder gaan bepalen hoe zo’n psychologische behandeling bijvoorbeeld eruit gaat zien. Hierbij wordt dus bovendien de opgebouwde deskundigheid van de professional rigoureus aan de kant geschoven.

Een week geleden was ik met de dagbestedingsgroep van Project Natuurlijk Werken op het eiland Tiengemeten. Het was een regenachtige dag, maar gelukkig konden we naar het Rien Poortvliet museum. Daar kwam ik het boek Tresoor tegen, wat het leven van een voorvader verbeeldt in het jaar 1566. Hoe anders zag het leven er toen uit! Het deed me beseffen dat er collectief toch een behoorlijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden, alleen al op het gebied van de hygiëne, maar ook van de relatieve welvaart van het individu. Al is het natuurlijk de vraag of onze individuele welvaart betaalt wordt door de mensen, die in grote armoede in andere delen van de wereld leven. Ik denk echter dat we op geestelijk, op individueel gebied nog niet zoveel verder zijn. Mijn visie is dat het collectief ons gebracht heeft op de drempel van individuele groei, van de mogelijkheid tot individuele groei. En dat is ook precies het doel van een collectief systeem. Maar de stap verder, de individuele groei, dat kan vanuit het collectief niet gestuurd worden. Iedere boom groeit immers ook op een eigen wijze en vanuit eigen kracht. In die zin zou het collectief het individu moeten dienen en niet zoals waar het nu naar neigt dat het collectief zichzelf dient en er op uit is om zichzelf te behouden. Het collectief dient vrijwillig te sterven, zoals een eierschaal wordt doorgeprikt om een kuiken geboren te laten worden. Het zou toch vreemd zijn als een eierschaal bezig zou zijn zichzelf te behouden? Het collectief dient dienstbaar te zijn en niet heersend, beheersend, controlerend en het individu die het in wezen dient te zien als bedreigend. Wat dat betreft zitten we binnen het huidige systeem op een keerpunt. De grote vraag is of ons systeem in staat is om de wijsheid en het inzicht op te brengen om te begrijpen dat het zijn taak is om de groei, de geboorte van het individu te dienen of ontstaat er vanuit onwetendheid en zelfbehoud een tweedeling, die ertoe leidt dat groepen mensen zich tegen elkaar zullen afzetten, wat niet zonder geweld gepaard zal gaan. Wellicht zal dan op een wrede wijze het systeem ten onder gaan, zonder dat het de volgende stap van individuele groei zal kunnen ondersteunen en faciliteren.

Dit weekend was voor mij een mooie spiegel om het verschil te ervaren tussen het collectief en het individu. Gisterenavond was ik met mijn zoon Bo bij de voetbalwedstrijd Nederland-Ecuador. Ik dacht in mijn naïviteit gewoon naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, maar het was een heel evenement. Al op het station in Tilburg (we gingen met de trein) bleek dat er tientallen mensen in oranje gekleed ons vergezelden naar Amsterdam, waar de wedstrijd plaatsvond. Daar aangekomen bij de Arena was het op het plein een gekrioel van oranje en gele (de kleur van Ecuador) mensen, die overigens in goede sfeer samen kwamen. In het stadion zelf kwam de sfeermachine op gang. Een in een leeuwenpak geklede figuur, Dutchy, bracht het volk in feeststemming en scoorde voor de wedstrijd onder luid applaus het eerste doelpunt. Uit de luidsprekers klonken de nieuwe oranjehits als aanloop naar het komende WK in Brazilië. Jantje Smit werd zelfs live opgevoerd voor de samenzang met het 50.000 koppige publiek. Mensen zongen uit volle borst mee, het leek wel een eredienst, een ritueel met als hoogtepunt de wedstrijd zelf. Alhoewel, het  leek alsof de wave die door het stadion ging belangrijker was dan het volgen van de wedstrijd. De collectieve ervaring was het belangrijkst, het symbiotisch opgaan in een scherp geregistreerde, collectieve emotie. Tijdens de rust werd de fan van de wedstrijd gekozen door een camera die langs het publiek ging en waarvan sommigen de aandacht probeerden te trekken door steeds gekker te doen. Het geluid was soms zo hard, dat het aan de grens van mijn prikkelgevoeligheid kwam. Ik voelde mijn individualiteit zich in dit collectieve geweld ver terugtrekken in mijn bewustzijn. Na het eindsignaal trokken de duizenden mensen weer in groep naar de trein die volgepropt naar Utrecht vertrok. Daar werd een treinstel aangekoppeld, omdat het niet meer veilig was om zoveel mensen te vervoeren. Met een half uur vertraging reden Bo en ik daarna verder naar het Zuiden en kropen om half 2 ‘s nachts vermoeid in bed.

Een dag later ging Pluk&Plenty open, het winkeltje bij de moestuin van het dagbestedingsproject Natuurlijk Werken hier op landgoed Nieuwkerk. De rust van de natuur was weldadig. Druppelsgewijs kwamen de bezoekers aangefietst of gelopen, ze genoten van het kleine paradijsje. Een moeder met twee kinderen ging op het schapenkleed zitten in de schaduw van de kersenboom. Er werd koffie, thee, zelf gemaakte soep en brownies genuttigd. Daar waar ik de vorige avond mijn individuele ruimte voelde ingesnoerd, ervoer ik hier op deze mooie plek in de natuur ademruimte. Ik voelde mezelf opengaan en genoot. Ervoer mezelf, ervoer mezelf als individu en vanuit die ervaring voelde ik me verbonden met het geheel. Stel je toch eens voor dat Monsanto gelijk krijgt en het alleenrecht krijgt op industriële en gemanipuleerde zaden en het Pluk&Plenty wordt verboden om eigen groentes te kweken!

Een collectief is als een eierschaal, die de voorwaarden kan scheppen voor het kuiken om geboren te worden. De geboorte zelf en de groei van het kuiken tot een volwassen kip, daar heeft het collectief geen invloed op. Het dient op het leven zelf te vertrouwen die deze groei tot stand brengt. En het individu dient de ruimte, het vertrouwen te krijgen in deze groei. Het is het begin van een nieuwe fase dat leidt tot een nieuw collectief, in een andere, nog onbekende vorm aan onze controle voorbij. Zoals een rups op wonderlijke wijze transformeert tot een vlinder.

Dat individuele groei niet vanzelf gaat en gepaard gaat met lijden, daar gaan veel van mijn teksten over. Ook de afgelopen weken werd ik hiermee geconfronteerd. Ik merk dat ik in mijn ontwikkeling op die grens zit van het collectief versus individualiteit. Alsof het oude niet meer werkt, maar het nieuwe er nog niet helemaal is. Het gaat dan meestal zo dat ik me in mijn dagelijks leven te veel ga identificeren met de collectieve buitenwereld en het contact verlies met mezelf, met mijn individualiteit. Ik raak afgescheiden en door mijn gevoeligheid krijg ik daar last van. Ik ga me ellendig voelen, depressief, ik raak in nood zou je kunnen zeggen. En dat in nood raken, brengt me bij mijn bottelneck, mijn meest kwetsbare punt. Hulp vragen en toelaten is precies wat ik vroeger niet heb geleerd, omdat die hulp er voor mij emotioneel niet was. Ik ben gewoon verleerd hulp te vragen, zelfs hulp te voelen. Dit is de beurse, rotte plek in mijn appel en ik kan niet anders dan hier met mijn aandacht naar toe gaan, mijn aandacht naar binnen richten en het gevoel, het ellendige gevoel toelaten. Ik kan dan mijn blokkade voelen, het woordeloze gebied waar ik me onmachtig voel. Door bij dit punt stil te staan en de lef te hebben het te voelen, het toe te laten en vanbinnen om hulp te vragen, het antwoord te vragen op dit gevoel, wordt er een deur geopend naar een deel in mij waar die hulp wel aanwezig is. Een deel dat je mijn geestelijk deel, mijn essentie zou kunnen noemen, mijn contact met de onvoorwaardelijke liefde. Daar kan ik ervaren dat ik word geholpen, dat ik het niet alleen hoef te doen. Op dat punt wordt mijn focus omgedraaid van het naar buiten gericht zijn, de hulp van buiten verwachten, naar het ervaren dat die hulp er voor mij van binnen is. Dat ik nooit alleen geweest ben. Daar voel ik me heel, verbonden en ben ik emotioneel niet meer afhankelijk van de buitenwereld en kan ik vanuit mijn individualiteit op een gezonde manier hulp vragen aan iemand als dat nodig is. Het is vreemd om iets te ervaren, in mijn geval hulp, dat ik nooit ervaren heb. Iets wat me volkomen onbekend is. En het is vreemd dat ik dit juist ervaar op het punt waar ik dit het meest heb gemist. Dat mijn grootste tekort de ingang is voor dit ervaren van een grote overvloed (aan hulp).

Dat innerlijk contact met dat geestelijk gebied voelt als een relatie. Ik schreef hierover in mijn dagboek:

Je roept me, nodigt me uit om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Niet met een zoet gevooisde stem, maar met een rauwe kreet. Zoals zo vaak ben ik toch weer afgedwaald, ben ik naar buiten gericht geraakt en heb ik dat als uitgangspunt genomen. Herinneringen uit mijn verleden worden me aangereikt met de bijbehorende gevoelens van nood, twijfel aan mezelf, het niet meer weten, onmacht. Met mijn rug tegen de muur, kan ik niet anders dan met mijn aandacht naar binnen gaan. Hier wordt mijn bewustzijn ontwikkeld. Je zoekt me, vraagt mijn onverdeelde aandacht, niets minder ben je waard, ben ik waard. Je wilt een relatie met me, een liefdesrelatie. Je zoekt de verbinding met mijn diepste punt, dat ook mijn meest kwetsbare is. Ben niet bang, zeg je, terwijl mijn angst wel de ingang is om de buitenkant los te laten en alle valse overtuigingen die daaraan vastzitten. Beelden waarmee ik me vergelijk, die me minderwaardig doen voelen. Je leidt me naar dat diepste punt in mij en vraagt me om me over te geven. Dat is dan wel weer heel subtiel en liefdevol.

Welkom in deze menselijke bewustzijnsfabriek, waar mijn individuele bewustzijn wordt ontwikkeld. Waar mijn oude ik en om me heen de oude wereld wordt afgebroken en op de puinhopen ervan een nieuwe wereld herrijst. Een wereld met een geweten, een wereld met een hart, met humane waarden. Op deze manier wordt mijn individualiteit op de composthoop van het collectief met oude uitgangspunten geboren. Precies zoals ik de eierschillen, waar het kuikentje uit wordt geboren, op de composthoop gooi om als vruchtbare bodem te dienen voor nieuwe plantjes die in het voorjaar boven de aarde komen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 887
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com