onzichtbaar

Het eerste dat ik op paaszondag deed, was in de tuin zo’n 50 eieren verstoppen voor mijn kinderen. Daarna deed ik op een bankje mijn ochtendmeditatie. De zon scheen vol in mijn gezicht, de geluiden van de verschillende vogels in de tuin wisselden elkaar af. Was het verbeelding of voelde ik de aanwezigheid van Jezus vlak naast me?Stel je maar eens voor. Het is een dag na de begrafenis van een van de dierbaarste mensen om je heen, misschien wel je partner, misschien wel je enige zoon of dochter. Het was een drukke bijeenkomst geweest. Het overlijden was toch nog onverwacht, al was het al een tijdje duidelijk dat de dood onvermijdelijk was. Het afscheid deed zeer, heel erg zeer. Nu voelde je je leeg, uitgeput en in de war. Om te proberen weer contact met jezelf te maken, ben je het bos in gelopen. Het is stil. Plotseling wordt je overvallen door een enorm gevoel van aanwezigheid, alsof de geliefde die je bent verloren in al zijn glorie naast je staat. Jouw liefde voor hem of haar was groot, heel groot, maar het samen leven was niet altijd even makkelijk. Er waren periodes van ruzie, van de onmacht om contact te krijgen. Nu was het alsof die aardse moeite helemaal verdwenen was en er alleen maar licht, liefde, aanwezigheid en contact was. Je bent er helemaal vol van als je uit het bos komt, misschien wel rent om aan iemand te vertellen dat je geliefde partner of kind niet dood is, maar leeft. Heel erg leeft. Meer leeft dan ooit. Maar als je dan de wereld in komt, het dorp of de stad, overvalt je de twijfel, de grote twijfel van wat je daarnet in het bos hebt meegemaakt. Stemmetjes in je hoofd zeggen; doe normaal, je hebt helemaal geen bewijs, heb je echt iets gezien dan, je houdt jezelf voor de gek! Ik heb veel mensen die een dierbare hebben verloren, horen vertellen dat deze in de dagen na zijn of haar dood, sterk aanwezig was.

Het verhaal van de Emmaüs-gangers is misschien wel het mooiste verhaal uit het evangelie.
Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar een dorp dat Emmaüs heet en zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze hem niet herkenden. Hij vroeg hun: ‘Waar loopt u toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus uit Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. Onze hogepriesters en leiders hebben hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. Wij leefden in de hoop dat hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen zeggen dat er engelen aan hen waren verschenen. De engelen zeiden dat hij leeft. Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ Toen zei hij tegen hen: ‘Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten. Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof hij verder wilde reizen. Maar ze drongen er sterk bij hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging mee het dorp in en bleef bij hen. Toen hij met hen aan tafel aanlag, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem. Maar hij werd onttrokken aan hun blik. Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en hij is aan Simon verschenen!’ De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Het geloof dat we collectief hechten aan alles dat zichtbaar is, is groot. Meten is weten. Iets is pas waar als het wetenschappelijk wordt bewezen. Wat eigenlijk inhoudt dat we het onzichtbare met het zichtbare, het tastbare proberen te verklaren. Dat is de wereld op z’n kop, omdat het in feite net andersom is. Het zichtbare, dat wat met ons lichaam waarneembaar is, komt juist voort uit het onzichtbare. Ik ben een mooi boek aan het lezen over de ontwikkeling van de Westerse wetenschap; een kleine geschiedenis van bijna alles, geschreven door Bill Bryson. De wetenschap brengt ons aan de grens van wat we met onze zintuigen kunnen waarnemen en we bouwen de meest ingewikkelde en dure apparatuur als verlengstuk van ons lichamelijk deel. Het boek roept mijn nieuwsgierigheid op, mijn verlangen, mijn zoeken, mijn vragen. Dit is oneindig, want de antwoorden die door de wetenschap worden gevonden, roepen weer evenveel vragen op. En misschien is het trouwens wel een illusie; dat er een onderscheid is tussen het zichtbare en het onzichtbare. De latifa, een meditatie-oefening uit de soefi-traditie, die ik op maandagochtend samen met een paar mensen doe, zegt dat zelfs de fijnste energie nog stoffelijk is.

De rest van de zondag voelde ik me heel ontspannen en in balans, totdat ik die avond heel onverwacht bij mijn pijnpunt werd gebracht, mijn blokkade, mijn klem. Ik voelde het in mijn hoofd, tussen mijn ogen, net boven mijn maagstreek, in mijn onderrug en in mijn hart. Klem. Benauwd. Depressief. De volgende ochtend liep ik naar mijn heilige plek in het bos, bij een boom aan het riviertje de Ley die vanuit Belgie via Landgoed Nieuwkerk en Goirle naar Tilburg stroomt. Ik kreeg het beeld van een steen in de rivier. Het is de steen van mijn blokkade. Van binnenuit kwamen de woorden, de zinnen. Ik mag niet blij zijn. Ik mag niet gelukkig zijn. Ik mag geen succes hebben. Het zijn de onbewuste overtuigingen als gevolg van het korte leven en overlijden van mijn gehandicapte zusje Marjon. Het voelde als een straf voor mijn vader en hij trok de conclusie dat hij niet meer blij, gelukkig en succesvol mocht zijn. En ik als klein kind voelde dit over en nam deze overtuigingen onbewust over. Ze lagen als een steen op mijn maag. Door het inzicht, het begrip wat nu ontstond daar onder die boom, voelde ik dat de liefde begon te stromen. De liefde die er ook was, dichtbij was, toen dit drama in ons gezin plaatsvond. Ik kon me voorstellen wat het voor mijn vader betekende om zijn dochtertje te verliezen, voelde me verbonden met hem. Zijn leed, zijn conclusies, de basis van mijn lijden.

Steeds weer brengt de liefde me bij dit punt. En ik begrijp steeds beter dat de dit lijden er is om me te helen, om me bewust te worden van de liefde. Zonder gevangenschap geen bevrijding. De liefde wil bevrijden en schept daarvoor eerst de blokkade als gelijkwaardige grootheden, die als twee puzzelstukjes in elkaar passen. Het een kan niet zonder het ander. Is dit niet een wonderlijk gegeven, een wonderlijke wetmatigheid van de liefde? Het is de manier waarop de liefde in dit aardse bewustzijn wordt gebracht, de manier waarop de liefde de pijn en het lijden transformeert. En waarop ik als mens groei.

Heel veel van onze inspanning als mens bestaat er uit om een wereld te scheppen waar het lijden uit verbannen is. Dat lijkt heel nobel. Geen pijn, geen ziekte, geen armoede, geen tekort in welke vorm dan ook. Dat is het beeld dat we scheppen met alle plaatjes waar we aan proberen te voldoen. Een beeld van werken, een beeld van het gezin, een beeld van de ideale man of vrouw, een beeld van de vakantie, noem maar op. Zozeer verlangen we naar een volmaakte wereld, waar het lijden uit verdwenen is. Dit plaatje van een volmaakte wereld is echter zonder hart, zonder identiteit. Pas als ik mijn lijden durf toe te laten, pas als ik werkelijk durf te lijden, dan ontstaat er een groef, een gleuf, waarin de liefde ontvangen kan worden. Als kind groef ik urenlang kanalen, gleuven van de zee naar een kuil op het strand. Wie niet? Mijn innerlijk werk is als het graven van zo’n gleuf om de liefde bij mezelf binnen te laten. Echt lijden is een kunst en vraagt een grote mate van bewustzijn. Er is zoveel in mij dat af wil van dat lijden, dat het niet wil voelen. Er zijn zoveel manieren en er worden zoveel manieren aangeboden vanuit de wereld om maar niet te voelen. Misschien is dat wel de kern van ons bestaan, om een passend antwoord te vinden op ons lijden hier op aarde. Ieder heeft zijn eigen persoonlijk lijden, zijn eigen ervaring van lijden. Het enige antwoord dat voor mij klopt is, is het antwoord dat van binnen te vinden is. Daar is mijn hart, daar is mijn liefde. Deze liefde is niet zichtbaar, is onzichtbaar, maar is als ervaring zeer waarachtig. Ons geestelijk vermogen kan genezen, kan wonderen verrichten, maakt ons mensen goden met kwaliteiten die veel verder gaan dan de apparatuur en instrumenten die we fabriceren. Ieder van ons heeft die potentie in huis.

Zondag tijdens de lunch maakte ik voor het eerst dit jaar een voorjaarsoepje. Voor de liefhebbers het recept; ui, prei en knoflook fruiten. Daarna uit de tuin een vergietje vol versgeplukte zevenblad, brandnetel, tijm, lavas, raapsteeltjes. Snijd daarbij 1 biologische aardappel, niet uit eigen tuin. Plus 2 blokjes groentebouillon in anderhalve liter water. Goed doorkoken en op het einde wat geraspte geitenkaas erdoorheen roeren. Je kunt er nog een scheutje cocosmelk bij serveren. Heerlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 505
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com