mijn moeder

Afgelopen weekend had ik een bijzondere ontmoeting met mijn moeder. Ik was alleen met mijn twee kinderen bij haar, om mijn vrouw Gebi de ruimte te geven met zichzelf alleen te zijn (iedere twee maanden hebben we dat zo gepland).
Ik vroeg mijn moeder naar haar jeugd. We spraken daar al eerder over, maar iedere keer komt daar toch weer nieuwe informatie naar boven. Ze vertelde dat ze zich bij haar ouders eigenlijk niet echt thuis voelde. Ze ging werken bij een juweliersfamilie in de stad waar ze woonde en sliep daar ook. Missen deed ze haar ouders niet, wat haar eigenlijk verbaasde. Bij de familie waar ze werkte kreeg mijn moeder als jong meisje wel aandacht, voelde ze zich wel gezien en ontwikkelde ze zich in haar werk. Haar talent zit in het orde scheppen in ruimtes, dat gaat bij haar vanzelf. Als ze bijvoorbeeld een uur bij ons is, weet ze alles zo een plek te geven dat er rust ontstaat. Dat deed ze dus ook al bij de juwelier, waar ze de vitrines mocht inrichten en steeds meer verantwoordelijkheden kreeg. Tot ze op 20 jarige leeftijd mijn vader ontmoette en al snel in verwachting raakte. Mijn vader ging na 10 jaar op de grote vaart aan de wal werken in Terneuzen en zo kwamen de twee jonge mensen op een vreemde plek terecht ver van hun eigen ouderlijk nest in Steenbergen en Zierikzee.
Mijn vader op zijn beurt werd geboren in 1933 als benjamin van een gezin met vader, moeder en zijn oudere zus. Bewust heeft hij de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en de evacuatie van Zierikzee. Als kind zwierf hij rond in de lege straten van het oude stadje. De watersnoodramp van 1953 kwam daar nog achteraan, maar toen zat hij al op de Scheepvaartschool in Groningen. Niet omdat hij dat zo graag wilde, maar omdat dit vanuit zijn ouders werd verwacht. Eigenlijk is mijn vader heel zijn leven faalangstig geweest, in ieder geval als het gaat om werk. Vakanties waren zijn beste tijd en na zijn pensioen nam hij mijn moeder op sleeptouw naar Sicilië, Portugal en de Verenigde Staten.
Zowel mijn vader als mijn moeder kenden geen veiligheid in hun eigen ouderlijk nest, maar vonden die veiligheid bij elkaar. We konden daar gisteren over praten, dat ze eigenlijk die veiligheid bij elkaar zochten. Ik vertelde haar dat dat voor mij ook geen veilige situatie was, omdat je als kind ouders nodig hebt die op eigen benen staan, een eigen ik hebben.

Mijn moeder vertelde dat ze eigenlijk altijd haar gevoel onderdrukt vanuit de overtuiging; de situatie is nu eenmaal zo, ik pas me aan. Net zoals toen ze vier jaar was en ze difterie kreeg, wat betekende dat je afgezonderd in een instelling terecht kwam. Daar bezocht haar vader of moeder haar een keer per week en zag ze kinderen om haar heen sterven aan de ziekte die ze zelf had. Nu weet ze nog dat ze toen ook niets voelde en zich aanpaste aan die situatie. Als ze slijm met bloed ophoestte, verborg ze dat in een zakdoek die ze onder haar kussen legde, in plaats van dat ze een zuster riep.
Ik vertelde haar dat ik dat niet kan, mijn gevoel onderdrukken en gewoon doorleven. Want ook ik heb die veiligheid niet gevoeld. Toen ik anderhalf jaar oud was, werd mijn zusje Marion geboren die een afwijking had en na twee en een half jaar overleed. Mijn moeder zei dat ze met mij een heel goede band had en dat ze zich kon voorstellen dat ik haar grote onmacht en paniek ten aanzien van mijn zieke zusje in die periode over had gevoeld. Zij beet bijvoorbeeld regelmatig haar onderlip kapot, waar mijn moeder geen raad mee wist. Ik vertelde over de grote verantwoordelijkheid die ik voel naar de mensen die ik begeleid en dat ik dat zware gevoel waarschijnlijk uit die tijd heb overgehouden. Ik moet iets met dat gevoel van onveiligheid en zware verantwoordelijkheidsgevoel, vertelde ik mijn moeder. Opvallend was dat ze dit kon ontvangen. Wel heel goed, zei ze zelfs en ze vroeg of ik dan mensen om me heen heb die me daarin kunnen helpen, want dat kun je niet alleen. Een bijzonder moment van ontmoeting, van contact. Zoals ik dat ook had met mijn vader, drie weken voordat hij zeven jaar geleden overleed. Alsof je even los komt van de oude symbiotische relatie, je twee ikken bent. Daarna is het contact voor altijd veranderd.
De kern voor mij in het gesprek met mijn moeder was dat ik kon zeggen dat het voor mij anders is. Dat ik mijn gevoel van onveiligheid en te zware verantwoordelijkheid niet kan onderdrukken en daar iets mee moet doen. En, zei ik ook, dat dit steeds opnieuw mijn materiaal is dat mij helpt om weer andere mensen te helpen. Niet door me te verantwoordelijk te voelen voor de ander. Maar door dit gevoel los te laten en er de liefde voor mezelf in toe te laten. Als ik dat in mijn bewustzijn toe laat, dan ben ik vrij. Vrij om te spelen met het begeleiden van de klanten die ik heb. Het is bijzonder dat juist in dat zware gevoel van verantwoordelijkheid de schat en de lichtheid van het spelen, verborgen zit. Tot slot van het gesprek met mijn moeder kon ik haar nog zeggen dat ik twee belangrijke kwaliteiten van mijn ouders heb meegekregen, namelijk gelijkwaardigheid (het vermogen om met iedereen ongeacht achtergrond om te gaan) en het contact met de natuur. Ja, zei mijn moeder, ik heb dat contact met de natuur leren kennen tijdens het vele kamperen. Ik voelde me dan helemaal vrij en open gaan. Ze maakte daar een mooi gebaar bij met haar handen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 631
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com