kruisweg

Het lezen van het prachtige boekje van Maria Hillen ‘Een daad van liefde‘ over Jezus is voor mij de voorbereiding naar Pasen over een week. Ik ben Jezus steeds meer gaan zien als een punt in mij zelf, een punt dat deel is van mij, omdat ik deel uitmaak van de schepping. De schepping die zich in dit moment ontvouwt. Het is kenmerkend voor het ervaren van het moment, dat dit vanuit de toestand van afgescheidenheid waarin ik normaal verkeer, heel nauw lijkt. Terwijl als ik een moment met al mijn aandacht aanwezig ben dit moment juist heel groot is, oneindig groot. Zo stel ik ook mijn sterven voor, dat dit me juist naar het moment brengt, dat plotseling heel groot blijkt te zijn in plaats van eng en nauw.

Als Jezus dan een punt in mij is, dan is ook zijn kruisweg zoals dit in het paasverhaal beschreven staat, een kruisweg in mezelf. En die kruisweg kwam ik deze week weer eens tegen. Het is een punt in mij dat ik eerder benoemde als ‘met mijn rug tegen de muur’ of ‘door het oog van de naald’. Het is het punt dat al mijn aandacht naar binnen trekt, mijn aandacht en bewustzijn nodig heeft. Het is mijn crisispunt, mijn grens. In mijn ervaring lijkt het dan alsof ‘God me daar heeft verlaten’ en ik even mijn eigen kruis te dragen heb. Zoals Jezus dat ook doet op zijn weg naar de berg van Golgotha.Het is ook het punt dat ik tegenkom in mijn verlangen om te groeien, om uit te blinken. Het is het punt waar het beeld dat ik van mezelf heb niet meer werkt. Dit beeld is opgebouwd uit allerlei overtuigingen van mezelf, die de werkelijkheid mooier maken dan ze is. Die ook de werkelijkheid van mijn ouders mooier maken dan ze is.

Zo had ik deze week een gesprek met een oud-klasgenoot van de Pulsaracademie die ik 5 jaar geleden heb afgerond. Deze vrouw is gespecialiseerd in wat door de hulpverlening KOPP-kinderen wordt genoemd. Veel ouders van de generatie van mijn ouders dragen of droegen een last met zich mee, die ze niet konden dragen. Mijn vader bijvoorbeeld heeft als kind de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en de watersnoodramp in Zierikzee. Mijn moeder kwam als kind in een instituut terecht, omdat ze difterie had. Daar lag ze lange tijd, haar ouders mochten haar niet bezoeken en ze zag kinderen naast haar aan de ziekte overlijden. Samen verloren ze bovendien een dochtertje, mijn zusje, aan een ernstige handicap. Zij konden niet goed met hun emoties omgaan en vroegen ook niet om hulp. En ik als gevoelig kind vanuit de liefde die ik voor hun had, ben hun last gaan dragen. Hun verdriet en emotie. Dat is de kern van mijn ego-structuur, wat in de enneagram-typologie de helper wordt genoemd.

Een paar weken terug besloot een klant van mij zich te laten opnemen, omdat het zo slecht met hem ging, dat dit de enige manier was om aan zijn problematiek te werken. Dit raakte me diep, omdat hij verantwoordelijkheid nam voor zichzelf en ik hem kon loslaten. Hij deed iets, wat mijn ouders niet deden. En omdat zij dat niet deden, heb ik een diepe groef in mij van naar buiten gericht zijn, me verantwoordelijk voelen voor de ander, de neiging hebben gaten te vullen van anderen etc. Ik droeg de last van mijn vader en toen de vrouw waar ik deze week op bezoek was me vroeg of ik deze last aan mijn vader terug kon geven, twijfelde ik. Mijn vader is 6 jaar geleden overleden en ik kan hem nu zien in het licht waarin hij nu zit. Ik kan dat beeld niet verbinden met die last die ik voor hem droeg of nog steeds draag. En als ik denk aan mijn vader in zijn leven, dan zakt hij door zijn knieen, kan hij dat verdriet niet aan. De vrouw confronteerde me behoorlijk door te zeggen: “Dat is behoorlijk aanmatigend en arrogant door te vinden dat je vader zijn last niet kan dragen! Misschien kun je de betekenis die dit voor jou heeft nog niet loslaten.” Dat is wel waar, want door de last van de ander te dragen, ben ik de redder, de helper. Precies waar ik mijn identiteit uit haal. Het beeld waarin ik zit van mezelf. Maar zo zie ik de ander niet in zijn of haar kracht, maar ook mezelf niet.

Door bij het punt in mezelf te komen waar ik vastloop, mijn crisispunt, stort het confortabele beeld van mezelf eigenlijk in. Dan heb ik geen houvast meer en is het enige dat ik nodig heb dat ik die helper voor mezelf ben. Het is een punt van overgave aan de liefde die er voor mij is en een mogelijkheid om contact te maken met mijn geestelijk deel, mijn betere wederhelft zoals ik dat eerder noemde. Zo maakt het punt van mijn kruisweg deel uit van mijn leven. En mijn leven, welke betekenis heeft mijn leven? In het boekje van Maria Hillen vond ik een tekst van die deze betekenis prachtig verwoordde zoals ik dat zelf ook in momenten kan ervaren.

Het leven is als een bloem die geschonken wordt aan iemand die je zeer liefhebt.
Het leven is als een kelk waaruit men de nectar van de liefde drinkt.
Het leven is als een bed waarop men zich samen met zijn geliefde ter ruste legt.
Het leven is als een pad waarop je wandelt en de stappen zet die je brengen naar het doel van je liefde.
Het leven is de weg die je brengt naar je liefste, zodat je je kunt verenigen en zodat je jezelf kunt opheffen en daardoor versmelten in eenheid. Het leven is de weg hiertoe.
Het leven is de sleutel waarmee je de poort open kunt maken die je de toegang verschaft tot het huis waar de vereniging plaatsvindt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 651
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com