het onvoorwaardelijk hart

Het is zaaitijd en in de moestuin van Pluk&Plenty zijn er al heel wat groentes gezaaid; peulen, capucijners, tuinbonen, melde, rucola, spinazie, postelein, raapsteel, maar ook aardappel en ui. Ik vind het steeds weer een wonder dat uit zo’n heel klein zaadje (sla bijvoorbeeld of tomaat) een hele plant groeit met soms vele vruchten. Dat in dat kleine zaadje alle informatie aanwezig is om uit te groeien tot een rijpe plant. En het is een wonder dat dit zaadje eerst in het donker, in de aarde wordt gestopt. Dat het donker nodig is om te groeien naar het licht toe. Zo is het ook met mij als mens. Als je het donker in mij zou kunnen zien als mijn onvolmaaktheid, daar waar ik gewond, gekwetst en beschadigd ben, dan is het op dat punt dat mijn groei begint. Mits ik me daar durf te openen voor de liefde die er voor me is. Mits ik mijn harnas durf neer te laten en me kwetsbaar durf op te stellen. Pas dan kan het licht naar binnen schijnen en kan ik geraakt worden door de liefde die er voor me is. Dan word ik op dat punt genezen, niet 1x, maar talloze keren en ontwaakt mijn verlangen zodat ik langs mijn verlangen kan gaan groeien naar het licht toe en kan ik steeds meer gevormd worden naar de liefde die mij leidt, zodat ik uiteindelijk zelf instrument word van de liefde. 

Een paar dagen geleden kreeg ik via facebook een mooie link doorgestuurd met een beeld dat precies weergeeft waar dit artikel over gaat! 

Een tijdje terug vierden we met mijn familie de verjaardag van Bo, hij werd 12 jaar oud. Ik voelde me heel de dag depressief en om dit maar niet te hoeven voelen ging ik voor iedereen zorgen. Op de een of andere manier heb ik de neiging om mezelf buiten de cirkel van liefde te plaatsen. Het is een patroon dat ik vanuit mijn ouderlijk gezin heb opgebouwd en nu af en toe herhaal bij gelegenheden waar mijn familie, maar soms ook vrienden aanwezig zijn. In mijn gezin voelde ik me geen deel van de liefde van mijn ouders, ook al weet ik dat ik uit hun liefde voor elkaar geboren ben. Zij waren echter zo op elkaar gericht, in hun afhankelijkheid zo met elkaar verweven, dat ik me er buiten voelde staan. Alsof ik al lang geleden besloten had; ik doe het wel alleen. Een overtuiging die zich in mij vastzette en mijn pijn deed stollen zoals de korst op een wond. 

De afgelopen weken hebben we een aantal vrienden ontmoet. Het is opvallend hoe bijna al deze vrienden bezig zijn om het ouderlijk gezin schoon te maken van oude patronen, oude pijn. Zo is dat ook bij mij. Ik voelde me de afgelopen weken depressief, zonder energie, snel moe, heel erg moe. Een van onze nieuwe klanten triggerde me in een oude pijn, een oud patroon dat uit mijn ouderlijk gezin stamt. Het patroon is mijn neiging om de ander te redden en me daarvoor op te offeren, weg te cijferen, mijn eigen behoefte in te slikken. Ik voel me dan hoofdverantwoordelijk voor het leed van de ander, die als een zwaarte over me heen valt, net zoals dat was vroeger in mijn ouderlijk gezin. Alleen toen was het onbewust en nu zag ik het gebeuren en kon ik voelen wat het me deed, kon ik mijn oude pijn toelaten. Door het toelaten van de pijn werd ik me bewust van het patroon, kon ik de liefde voor mezelf toelaten en kon ik naar deze klant een andere houding aannemen dan toen ik een kind was en onbewust gevangen zat in een overlevingsmechanisme. Ik vroeg hem om eerst te zorgen dat de hulpverlening om hem heen stabiel was en dan de dagbesteding daar een onderdeel van te laten zijn. Op die manier zorgde ik ervoor dat ik het gat niet vulde en hoofdverantwoordelijk werd.

Het is een van de grootste, misschien wel het grootste taboe in onze samenleving; het voelen, toelaten van de eigen, persoonlijke pijn. Deze pijn heeft ieder mens, omdat de basis van deze pijn de scheiding is tussen lichaam en geest, waar we hier als mens op aarde mee geconfronteerd worden. Ieder mens valt vanuit de eenheid in de aardse werkelijkheid van de dualiteit. En dit doet pijn, het is de pijn van het afgescheiden zijn van deze eenheid. Deze pijn dient zich in ieder leven aan in de vorm van een persoonlijk trauma. Ieder trauma heeft zijn eigen verhaal, maar ieder trauma doet pijn. We hebben met z’n allen een samenleving om ons heen gevormd om deze pijn maar niet te hoeven voelen, deze pijn te onderdrukken of ons ervan af te leiden. Terwijl juist in het toelaten van deze pijn de sleutel zit naar onze diepste, grootste potentie, namelijk het vermogen tot lief hebben. Ik schreef daar in mijn vorig artikel over toen ik het over Jezus had, als punt in mij, maar volgens mij ook als punt in onze evolutie als mens, waar mijn pijn wordt getransformeerd tot liefde. Het is de kern van ons menselijk vermogen, het is de kern van onze betekenis als mens. 

Vandaag voelde ik me ongelukkig. Ik denk; waarom voel ik me zo? Alles in mijn leven is aanwezig om me gelukkig te voelen en toch voel ik me zo! Ik loop een halve dag rond met deze vraag en plots komt van binnenuit het antwoord. Ik voel me ellendig omdat ik nog steeds onbewust denk dat mijn geluk te vinden is buiten mezelf, in de zichtbare, materiële wereld. Vertaald; dat als ik maar een vrouw, kinderen, huis, een baan en geld heb, dat ik dan gelukkig ben. Het is in onze samenleving de collectieve overtuiging dat het geluk afhankelijk is van iets buiten ons, in de fysieke, materiële wereld te vinden is. Als ik in deze valse overtuiging vast zit, ervaar ik mezelf als dolend, dwalend. Hoe vreemd het ook klinkt, maar het feit dat ik me ongelukkig voel is mijn redding. Het betekent dat ik mijn geluk niet haal uit de buitenwereld of uit wat ik heb en dat ik met mijn aandacht naar binnen moet om daar het geluk te vinden dat ik nodig heb. Het ongelukkig voelen is de ingang naar waar het geluk wel te vinden is, namelijk in mezelf. 

Dit schrijft Mària Hillen in het boekje Een daad van liefde over het leven van Jezus. Het lijden is de sleutel tot het openen van de poort die de toegang verschaft tot het huis van de Vader. Het lijden is de geboorte van het nieuwe leven, dat mogelijk maakt dat de mens een ontwikkelingsgang kan gaan die de verbinding bekrachtigt die de mens heeft met de oorsprong van zijn uiteindelijke staat. Het lijden is een zachte hand die je langzaam leidt langs de paden die de weg zijn om tot de vereniging te komen.

Voor mij is mijn lijden, het toelaten van mijn pijn de ingang naar mijn hart en het toelaten van de onvoorwaardelijke liefde. Dat is mijn weg van innerlijke groei en ontwikkeling. Misschien omdat ik al op vroege leeftijd werd geconfronteerd met mijn lijden dat niet door de wereld om me heen kon worden opgelost en dat me telkens weer dwingt om naar binnen te gaan. Ik voelde me daarin vaak alleen, omdat het leek dat de anderen die ik om me heen zag wel gelukkig waren in de wereld. Er zijn maar weinig mensen die hun eigen lijden laten zien en doen ze dat wel dan lopen ze het risico om een diagnose, een stempeltje te krijgen met een passend pilletje daarbij om hun lijden te verdoven. Weg moet de pijn, weg moet het lijden. Het lijden is lastig, het lijden vraagt om aandacht, tijd. Een luisterend oor. Is het toevallig dat juist dat zo node wordt gemist in onze maatschappij? Een goed beeld van hoe wij in onze maatschappij met lijden omgaan is te zien in de volgende interessante documentaire

In mij is een punt waar het lijden naar toe stroomt en wordt omgezet naar liefde. Ik ervaar het zo dat in dat punt een onvoorwaardelijk hart wordt gevormd. Ik ben wel geboren met een hart, maar dat is een voorwaardelijk hart, gebonden aan de wereld om me heen. De liefde die ik naar buiten toe projecteer op de wereld, zodat ik deze buitenkant eigenschappen toedicht die in feite bij mij van binnen zitten. Dit voorwaardelijke hart wordt in mij omgevormd tot een onvoorwaardelijk hart, ongebonden hart dat liefheeft. Liefde die stroomt naar het punt waar het wil zijn, waar het op dat moment nodig is. Misschien in eerste instantie in mijzelf, waar ik nog genezing en heling nodig heb, maar daarna wellicht steeds meer naar plaatsen en mensen buiten mezelf. De omvorming van voorwaardelijk- naar onvoorwaardelijk hart is een onderstroom in mij. Vaak word ik hiervan afgeleid door allerlei beslommeringen in het dagelijks leven en dat wat hierin wordt gevraagd. Toch is dit innerlijk proces dat zich al tientallen jaren afspeelt het belangrijkste in mijn leven en dat wat mijn leven de diepste betekenis geeft. Het voorwaardelijke hart is ook het gekwetste en gewonde hart. Het voorwaardelijke hart maakt namelijk beelden en verwachtingen van de werkelijkheid en wordt precies daar geraakt waar de werkelijkheid niet voldoet aan diens voorwaardelijke eisen. Sommigen gebruiken dan hun macht om de werkelijkheid toch te laten voldoen aan hun verwachtingen, al weten zij diep van binnen dat dit een leugen is. De sleutel is om de gekwetstheid te voelen en het lijden, de pijn die dit oproept toe te laten. Op dat moment komt de liefde vrij en wordt het voorwaardelijk hart weer een beetje getransformeerd, omgevormd naar een onvoorwaardelijk hart. Ik moet denken aan een film die ik pas zag in het Natuurmuseum in Tilburg. The loving heart van Wouter Verhoeven. Als je de kans krijgt hem te zien, grijp hem dan. Het is zeer de moeite waard!

In dit proces waarin de liefde in mij een onvoorwaardelijk hart schept, sta ik niet alleen. Mijn begeleidster Marleine Driessen vroeg me toen ik bij haar op bezoek was om stil te staan bij mijn depressieve gevoelens en te vragen om antwoord van binnen uit. Vaak komt er bij mij dan een antwoord in beelden. Ik ben in een zeer lichte omgeving, licht geel gras. Er ligt een zware kei op het gras. Ik verwacht dat hieronder een gat zit, maar het grappige is dat er niets onder zit, behalve licht geel gras. Dan het volgende beeld is een gezicht met zware oogleden, bruine kleur. De ogen gaan open en zijn groot, helder, geven licht. Ik voel dan energie tussen mijn ogen, alsof er op het punt van mijn 3e oog licht binnenkomt. Mijn hoofd voelt helemaal (ver)licht. Dan is het volgende beeld dat ik op mijn rug lig alsof ik ziek ben. Ik voel dat mijn ziekte wordt geheeld, wordt genezen. Dan zie ik allemaal veertjes vallen uit de hemel. Zo zacht. Er ontstaat een bed van veertjes waar ik op lig. Heerlijk. Dan krijg ik tot slot het beeld van het geslacht van een man en een vrouw die in elkaar overlopen, in elkaar overgaan. Als ik dit opschrijf, voel ik me helemaal vervuld. Het maakt me duidelijk dat ik op een heel persoonlijke manier door de liefde van binnenuit wordt opgebouwd, hervormd, als het ware opnieuw wordt geschapen. Naar het beeld van liefde, naar het beeld van een onvoorwaardelijk hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 928
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com