Vandaag kwam er een beeld in me op, een beeld, een metafoor van mezelf als mens. Misschien dat deze Corona-crisis, die nu al bijna 2 jaar duurt, veel mensen de vraag doet stellen, wie ben ik. Wie ben ik werkelijk? Aan wat of wie ontleen ik mijn identiteit? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, kunnen we natuurlijk te rade gaan in boeken, bij wetenschappers, maar ik denk dat we voor het beste antwoord naar binnen kunnen gaan en daar stil staan bij deze vragen naar onze identiteit. Wat de Corona-crisis mij opnieuw heeft laten zien, is dat veel mensen hun identiteit halen bij de rollen die ze spelen in de buitenwereld, degene die ze zijn in de groep. Hoe hard werken we niet om deze rollen zo perfect mogelijk te spelen, fouten maken is uit den boze. Van buitenaf leggen we elkaar hoge eisen op, maar dat doen we ook zelf. Het lijkt wel alsof we een innerlijke manager hebben die ons maar voortstuwt, die ons hard laat werken, succes laat halen, presteren. Goed, beter, best. Niets is goed genoeg.

Het afgelopen najaar kwam ik in een kleine crisis terecht, waarbij ik in een oud stuk van mezelf werd gebracht. Het deel in mij dat is ontstaan toen ik ongeveer 6 jaar oud was en ik me bewust werd dat ik voor emotionele ondersteuning niet kon rekenen op mijn omgeving. Ik besloot, ik kan me dat nog goed herinneren, vanaf nu moet ik het zelf doen, ik moet sterk zijn. Voor mijn behoefte, mijn verlangen is geen ruimte. Het gaat hier niet om mij. Dat was eigenlijk het moment dat mijn innerlijke manager werd geboren. Deze nam ik mee naar mijn lagere school, waar ik hoge punten haalde om aandacht te trekken en toen dat niet lukte werd ik tijdens mijn middelbare-school tijd een drop out. Uiteindelijk ging ik maatschappelijk werk studeren, omdat zorgen voor anderen onderdeel was van mijn manager en mij ver hield van gevoelens die ik op dat moment niet kon toelaten. De gevoelens van het eenzame, emotioneel verwaarloosde jongetje van 6, dat werd beschermd door een verzameling van ikken, je zou het je ego kunnen noemen, met aan het hoofd deze innerlijke manager, voor veel mensen wel herkenbaar. Het is namelijk een collectieve houding die we hebben aangenomen, met name na de Tweede Wereldoorlog en het land weer met keihard werken en presteren moest worden opgebouwd. Geen ruimte voor gevoel, geen ruimte voor kwetsbaarheid.

Het is een wetmatigheid hoe we als kind reageren op de onvermijdelijke, onvolmaakte liefde van onze omgeving. Ieder mens heeft hier zijn eigen verhaal in, maar het principe is hetzelfde. Als kind kun je onmogelijk de pijn toelaten wat deze onvolmaakte liefde veroorzaakt, in wat voor vorm dan ook; psychisch of fysiek geweld, misbruik, chronische emotionele verwaarlozing. Ieder heeft op dit punt zijn of haar trauma. Het is het punt, het moment dat ieder kind uit het paradijs valt en meedogenloos wordt geconfronteerd met de onvolmaaktheid van het leven hier op aarde. Daar wordt het ego in al zijn verschillende uitingen gevormd als harnas om je te beschermen voor dit onvoelbare gevoel. Het ego of de persoonlijkheid is de muur die de materiële aandachtslaag scheidt van de geestelijke aandachtslaag, waar onze oorsprong ligt. Het ego zit op die grens, bewaakt ons, daar mogen we ook dankbaar voor zijn. Het ego is niet heel, maar is verdeeld in allerlei ikken, in allerlei rollen en probeert met alle macht naar buiten toe de indruk te wekken dat er niets aan de hand is, dat het leven, jouw leven perfect is. Nee hoor, ik heb geen hulp nodig, ik heb alles onder controle, bij mij kun je terecht. Het perfecte plaatje. Het ego is een gebroken vaas, die naar buiten toe het beeld wekt dat hij heel is.

Dat is voor veel mensen individueel hun situatie, maar dat is collectief ook het geval. Als je ziet hoe de politiek de afgelopen 2 jaar heeft geworsteld met het Coronabeleid, maar heeft iemand ooit gezegd; eigenlijk weten we het niet, ook wij maken fouten. Het beeld dat naar buiten toe overeind moet blijven is dat politici alles onder controle hebben, dat zij de redders zijn die ons gaan verlossen van dit Corona-virus. Het is het ego-beeld van de groep, van de reddersdriehoek; het virus als dader, de burgers als slachtoffer en de politiek met hun medische wetenschap als redder. En dat beeld moet met alle macht overeind blijven, het beeld van de hele vaas, terwijl het beleid aan alle kanten rammelt, piept en kraakt, al lang door de realiteit is ingehaald. Feitelijk meer schade heeft veroorzaakt dan dat het iets heeft opgelost, als we hier eerlijk naar durven kijken. Een gebroken vaas dus eigenlijk, die naar buiten toe het beeld ophoudt dat het fantastisch gaat.

Het is een wetmatigheid dat het ego met zijn verschillende deelpersoonlijkheden een onvolkomen harnas vormt voor het gekwetste, verlaten, verloren, eenzame kind in ons. Zo kan het gebeuren dat we ons op latere leeftijd bewust worden dat ons leven een gebroken vaas is, door een crisis, het verlies van een dierbare of op het moment dat onze innerlijke manager zo uitgeput en moe is, dat hij ons leven niet meer kan dragen en we soms letterlijk door onze benen gaan. Op zo’n moment van overgave kunnen de verborgen gevoelens naar boven komen die onder dit harnas aanwezig zijn. De vaas wordt, als we het toelaten door het leven gebroken te worden, als het ware een min pool, waar de onvoorwaardelijke liefde die in ieder van ons aanwezig is, als een plus pool naar toe stroomt. Ook dat is een wetmatigheid. In Japan is Kintsukuroi (vertaald ‘gouden reparatie) de kunst van het repareren van gebroken aardewerk met goud- of zilverkleurige lak. Deze sporen van breuk en herstel dragen bij aan de schoonheid van het voorwerp. Als we de moed hebben om onze gebrokenheid toe te laten, worden we van binnenuit geheeld met gouden draden van liefde en wordt het contact met ons geestelijk deel herstelt. Dan kunnen we ervaren dat onze diepste identiteit niet ligt in ons ego en de materiële aandachtslaag, maar in onze essentie, waar we als kind van afgescheiden zijn geraakt. In ons geestelijk deel ligt ons ondeelbare ik, waardoor we emotioneel onafhankelijk zijn en niet meer afhankelijk van de goedkeuring van anderen buiten ons. Ons ankerpunt verschuift van buiten naar binnen. Daar ook ligt ook het antwoord op onze doodsangst, die zo getriggerd wordt tijdens deze Corona-crisis. Als we het antwoord op onze doodsangst in onszelf vinden, hoeven we namelijk niet meer afhankelijk te zijn van de redders die zich van buiten aandienen en raken we los van de reddersdriehoek waar we collectief in gevangen zitten. Dan nemen we werkelijk eigen verantwoordelijkheid. En als ieder zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, de keuze maakt die voor hem of haar van binnenuit het beste is, die dus voor ieder verschillend kan zijn, dan wordt er op die manier een verbinding gelegd die zo sterk en zo mooi is als de aardewerk vaas die met gouden lak wordt gelijmd. Dan ontstaat er een wij die niemand uitsluit, omdat dit wij gegrond is in iedere ik. Niet de afgescheiden ik van het ego, maar de verbonden ik van de essentie. Vrij, zonder dwang en controle. Dan dansen we samen en vieren we het leven. De aardewerk vaas is een gouden vaas geworden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.