helden en de weg van liefde

Gisteren liep ik een boekhandel binnen en zag een groot boek (biografie) op tafel liggen over Ard Schenk. Hij was een van mijn helden vroeger. Toen ik 9 jaar oud was, haalde hij zijn grootste overwinningen door 3x goud te winnen op de Olympische Spelen in Sapporo. Het jaar 1972 was toch al een jaar dat tot mijn verbeelding sprak met de Europa-cup en Wereldbeker van het Ajax van Johan Cruijff, nog een held van mij. En niet te vergeten Mark Spitz. Deze krachtpatser haalde tijdens de Olympische Spelen in Munchen 7 gouden zwemmedailles, zodat we met het hele gezin iedere avond tijdens de huldiging op televisie het Amerikaanse volkslied hoorden. En het was de tijd van Eddy Merckx, door wie ik de Tour de France leerde kennen.Vrijdagavond was ik bij een verjaardag van een veertiger net als ik en het gesprek ging over ieders eerste favoriete muziekband. Die van mij was Mud en via Queen, Deep Purple, Led Zeppelin, Pink Floyd, Yes, Miles Davisen Mahavishnu, kwam ik uiteindelijk bij Frank Zappa uit.Toen projecteerde ik onbewust de kwaliteiten die in mezelf aanwezig zijn op mensen buiten mezelf. Het is een leuke oefening om eens te kijken welke kwaliteiten dit dan zijn, die op te schrijven op een A4-tje en daar boven te zetten als je klaar bent; dit ben ik. Want dat is het natuurlijk; uiteindelijk ben ik die held zelf. Kon ik zoveel liefde voor mezelf opbrengen als voor deze helden, dan was ik zeker verlicht! Het verschil met het wel of niet projecteren buiten mezelf is dat als ik de geprojecteerde kwaliteiten mezelf toe-eigen, ik er ook verantwoordelijkheid voor moet nemen. Soms is het dan makkelijker om de held buiten mezelf te vereren en toe te juichen.Er zit in mij een exclusief gebied dat toebehoort aan de liefde. Aan de onvoorwaardelijke liefde die er voor mij is, van waaruit ik geboren ben en waar ik weer naar terugkeer als ik gestorven ben. Je zou het mijn essentie of misschien wel God kunnen noemen, al is dat voor veel mensen een beladen woord. Maar het drukt wel de exclusiviteit uit. Het is een tempel in mij, een heilige plek, die ik kan betreden als ik mediteer. Ik ben daar alleen met die liefde. Als ik stil ben, wandel in het bos, of mediteer thuis, richt ik me naar binnen en zoek deze exclusieve plek op. Het is altijd een verrassing wat er dan gebeurt. Het is vaak een hele klus om deze plek vrij te houden van invloeden van buitenaf. Vaak ben ik bezet door van alles en nog wat en is deze ruimte, deze leegte, deze exclusieve plek ook bezet. De (valse) overtuiging die deze plek kwetsbaar maakt voor oneigenlijke invloeden is de overtuiging dat de liefde van buiten me dient te komen. Het maakt me direct afhankelijk en ik pas mijn gedrag aan om die liefde buiten mezelf te krijgen. Laat ik me echter vullen door de onvoorwaardelijke liefde die de rechtmatige eigenaar is van deze plek, dan ben ik voor de wereld onafhankelijk. Dan kan niets me deren, voel ik me thuis bij mezelf, ben ik sterk, authentiek. Deze staat van zijn is echter voor mij geen vanzelfsprekendheid, daar gaat een hele weg aan vooraf. Van schoonmaken en opruimen van alles wat deze mooie en essentiele plek vervuilt.Ik moet denken aan het verhaal van Jezus die op een dag de tempel binnen gaat en met veel kracht de ruimte schoonveegt van alle marktkooplui die de plek gebruiken om handel te drijven. Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van (Mattheus 21:12-13)!”Over Jezus gesproken. Ik geloof, althans dat is mijn ervaring, dat Jezus het mogelijk maakt voor mij om terug te keren naar die ultieme plek van onvoorwaardelijke liefde. Als ik ben afgedwaald in welke vorm dan ook is Jezus de herinnering aan mijn essentie. Ik denk dat Jezus mijn eerste ervaring van onvoorwaardelijke liefde was toen ik als 20 jarige, hevig in crisis, het poëtische Johannes evangelie las en daardoor werd geraakt. Ik was daar een aantal jaren helemaal vol van, bezocht verschillende kerken en kwam uiteindelijk uit bij de eucharistie van de katholieke kerk. Ik ervoer in die geestelijke maaltijd de aanwezigheid van Jezus als een intiem en persoonlijk moment van liefde. In mijn latere leven heeft deze ervaring zich verdiept en begreep ik dat de weg van Jezus een van de spirituele wegen is, zoals de weg van Boeddha er ook een is. Als mens kun je je bij een van die wegen het meest thuis voelen. Ik zou het nu de weg van de liefde noemen, waarin Jezus de belangrijkste leraar voor mij is.Paolo Coelho benoemt die weg van de liefde in zijn boek De beschermengel, dat ik pas las. Hij schrijft op het einde van het boek; er komt een dag waarop het probleem van de honger wordt opgelost met behulp van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Er komt een dag waarop de liefde door alle harten wordt aanvaard, waarop de verschrikkelijkste ervaring die een mens hebben kan – de eenzaamheid, die erger is dan de honger – van het aardoppervlak verbannen zal zijn. Er komt een dag waarop wie aanklopt zal zien dat hem wordt opengedaan, wie vraagt niet zal worden overgeslagen, wie huilt getroost zal worden. Voor de planeet aarde is deze dag nog erg ver weg. Maar voor ieder van ons kan morgen al die dag zijn. We hoeven maar een eenvoudig feit te aanvaarden, namelijk dat de liefde – van God en van onze naaste – ons de weg toont. Onze tekortkomingen doen er niet toe, en ook niet onze gevaarlijke dieptepunten, onze onderdrukte haat, onze lange ogenblikken van zwakte en wanhoop: als we eerst betere mensen willen worden om dan pas onze dromen te verwezenlijken, zullen we nooit het paradijs bereiken. Maar als we onze tekortkomingen aanvaarden – en desalniettemin nog steeds vinden dat we een blij en gelukkig leven verdienen – dan hebben we daarmee een gigantisch raam opengezet om de Liefde binnen te laten. Stukje bij stukje zullen die tekortkomingen vanzelf verdwijnen, omdat iemand die gelukkig is de wereld alleen kan bezien met Liefde – de kracht die alles wat in het universum bestaat herschept.Ik werd daardoor opnieuw herinnerd aan het feit dat dit ook mijn weg is, die weg van de liefde en dat het mijn grootste wens is om die weg van de liefde te volgen. De weg die de liefde met mij wil gaan. Althans; als ik me er niet tegen verzet en me ervoor durf te openen. Als ik dan schrijf over die heilige, exclusieve plek in mij, dan is het misschien wel de grootste uitdaging in mijn leven om deze plek en het contact met deze plek mee te nemen in het dagelijkse leven. Dat ik dat contact niet verlies door de afleidingen die er voortdurend op me af komen en waardoor ik soms nog steeds kies voor die afleidingen in plaats van voor het vrij houden van die exclusieve plek in mij. Daar gaat mijn innerlijk werk over. En de noodzaak van mijn innerlijk werk. Ik verlang ernaar dat deze plek een vast ankerpunt wordt in mij en niet meer loslaat. Als dat zo is, hoef ik mijn helden ook niet meer buiten mezelf te zoeken, maar ben ik zelf de held die de volle verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leven en de potentie die ik in me draag.Dit schreef ik vorige week in mijn dagboek als een soort ode aan de liefde. De liefde heeft me gezocht, de liefde heeft me gevonden, heeft me geraakt in mijn diepste punt van afwijzing en afgescheidenheid. Ik heb me verzet, me in mijn onmacht en onwetendheid afgekeerd. De liefde mijn rug toegekeerd vanuit de diepe overtuiging dat er niemand voor me is. De liefde gaf niet op, mijn muur werd gebroken, mijn verlangen aangeraakt. Het licht van de liefde zocht elk plekje in mij waar het donker was om het te helen met inzicht, met liefde. De liefde wil mij, neemt me, bemint me. De liefde schept ruimte in me om te ontvangen, om me te laten beminnen. Het resultaat is dat ik steeds meer van mezelf houd. Het is de liefde die mij wil leiden en mij brengt op de plek waar ik thuis hoor. Het is een belangrijk inzicht dat de liefde mij altijd heeft geleid. Dat is voor mij overgave, dat ik het niet zelf hoef te doen. Alleen; ik zag het niet en dacht dat ik het alleen moest doen met mijn geisoleerde ik. De liefde is mij rakelings nabij, zit om mij heen, niet als een tweede, maar als een eerste huid. Als ik niet goed op let, kijk ik er makkelijk overheen en zoek ik het te ver van me vandaan.Het laatste woord is aan Khalil Gibran, de soefi-leraar, die in zijn boek De Profeet een prachtige tekst schrijft over liefde. Als de liefde je wenkt, volg haar, al zijn haar wegen nóg zo zwaar en steil. En zouden haar vleugels je willen omhullen, laat haar dan, al zou het zwaard dat verborgen zit onder haar veren je kunnen verwonden. En als ze je toefluistert, schenk haar dan je geloof, terwijl haar stem je dromen verbrijzelt zoals de noordenwind door je tuin woedt en haar maakt tot een dorre woestenij. Want zo de liefde je kroont, ze kruisigt je ook en ofschoon ze dient voor je groei, ze zal je ook snoeien. Zo ze opstijgt om je dorste en teerste takken te strelen die bevend trillen in de zon, zo daalt ze ook af naar je wortels en rukt hun houvast aan de aarde los. Als korenschoven gaart ze je bijeen. Ze dorst je tot je naakt bent. Ze wast je tot je vrij bent van je kaf. Ze maalt je tot je blank bent. Ze kneedt je tot je soepel bent en wijst je dan toe aan haar heilig vuur zodat je worden zult tot heilig brood voor Gods heilig feest. Dit alles doet de liefde, opdat je de geheimen leert kennen van je eigen hart en deel zult worden van ‘s levens hart.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 717
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com