gedragen

IMG_6455
In mijn vorige artikel schreef ik over een nieuwe verantwoordelijkheid vanuit een nieuw bewustzijn. En dat de sleutel voor dit nieuwe bewustzijn het van binnen oplossen, helen van de eigen pijn is. Dit helen gebeurt door de liefde die in ons aanwezig is en juist op ons wacht bij het punt waar ons de meeste pijn is gedaan. Als een geliefde wacht zij op ons. In de liederen van Hadewijch, die ik in deze dagen weer ontdekte, wordt hier op een manier over gesproken die me zeer aanspreekt, namelijk met beelden vanuit de natuur.

Het begint al direct in Lied I; Ach, al is nu de winter koud, (al zijn) de dagen kort en de nachten lang, weldra nadert ons een koene zomer, die ons spoedig uit die ellende zal verlossen: dat blijkt klaar bij (het doorbreken) van dit nieuw seizoen; de hazelaar schenkt ons heerlijke bloemen; dat is een sprekend voorteken. In Lied II gaat ze verder; Nu zal weldra het sap vanuit de wortelen opwaarts jagen; daardoor zal ver en wijd, beemd en kruid zijn loof krijgen. Daarvan hebben we een onbedriegelijk voorgevoel: de vogelen worden (immers) blij. Wie in liefde ten strijde trekt zal weldra zegevieren indien hij in niets versaagt. Lied III; De tekens brengen ons de boodschap – vogelen, bloemen, het veld, het daglicht – dat ze hun pijn die in de winter zeer drukte, zullen te boven komen. Daar de zomer hun wel troost zal brengen, zullen ze zich ongetwijfeld weldra kunnen verheugen, terwijl ik zware rampspoed te verdragen heb. Lied V; De handelwijze der Minne is onberekenbaar, zoals goed weet wie het heeft ondervonden. Immers, temidden van de vertroosting verstoort ze die; wie door de Minne is beroerd vindt geen rust; vele onnoemelijke uren maakt hij door. Soms lief, soms hatelijk; soms ver, soms voor het grijpen: wie trouw vanwege de Minnen dit aanvaardt, dat de Minne neerslaat en opvangt met één armzwaai, die (is in staat) gelukkig te zijn.

Hoe moeilijk het daadwerkelijk is om de pijn in mezelf te verbinden, ondervond ik weer eens toen ik afgelopen weken na mijn vakantie begon met werken. De stap naar de buitenwereld toe riep bij mij,  zoals wel vaker na een vakantie, oude associaties op met het diepe punt waar ik gewond ben vanuit mijn verleden, vanuit het gezin waarin ik ben geboren. Er komt een herinnering in me op dat ik naar de kleuterschool toe moest en me daar heftig tegen verzette, niet wilde. Ook nu kwam ik doordat ik weer moest gaan werken in een oud patroon terecht en voelde me benauwd, depressief, klemgezet, alsof ik door een nauwe poort moest, door het oog van de naald, met mijn rug tegen de muur.

Dit moment kwam niet voor niets, dacht ik later. Het leek alsof ik in de vakantie was dichtgeslibd, in slaap was gesust door allerlei invloeden van televisie en internet bijvoorbeeld. Ik raakte geïdentificeerd met de wereld om me heen en liet onbewust mijn innerlijk kader los en keek naar mezelf met de ogen van de wereld. Ik werd daar helemaal niet blij van. Ik zag bv. mensen die meer passie, meer succes en meer geluk hebben dan ik. Of in ieder geval dat dacht ik vanuit het beeld dat iemand op een overtuigende manier weet neer te zetten. Toen ik me daarmee vergeleek, voelde ik me al snel ongelukkig, minderwaardig, middelmatig. Ook toen ik met de ogen van de wereld naar mijn pijnpunt keek, werd dit kwetsbare punt al snel een stoornis die mijn geluk, mijn succes in de weg stond. Een psychisch probleem had ik met een vette DSM V-diagnose, waarmee ik snel geholpen moest worden, anders zou het helemaal fout met me kunnen gaan.

Het is behoorlijk heftig om het gevoel van onveiligheid tot me door te laten dringen dat bij dit punt hoort, meegekregen vanuit het gezin waarin ik ben geboren. Het is mijn meest kwetsbare punt, waar ik me het meest onveilig voel. Dat punt zet me met mijn rug tegen de muur om me, heel paradoxaal, van daaruit over te geven aan de liefde die er voor me is, aan de veiligheid van de liefde die er voor me is. Op de verticale lijn, aan de onvoorwaardelijkheid. Dat wat Hadewijch in het begin van dit artikel de Minne noemt. Het is hier waar ik groei, waar mijn bewustzijn groeit. Ik ken geen andere weg. Als ik me vanuit mijn benauwdheid en klem zetten richt op de wereld, voel ik me klein, minderwaardig, onvolmaakt, tekort schieten. Als ik me richt op de onvoorwaardelijke liefde van binnen, dan voel ik ruimte en bevrijding. Het is trouwens niet ik zelf die dit stuur of bepaal, niet de benauwdheid waar ik in wordt gebracht en ook niet de bevrijding. De Minne van Hadewijch die me neerslaat en opvangt in één armslag. Ik ben overgeleverd zoals een moeder die haar kind baart. Ik kan alleen maar meebewegen, me niet verzetten, tegen deze geestelijke manier om als mens met een hart geboren te worden.

Als ik dan door deze nauwe poort ga en tegelijkertijd mijn dagelijkse dingen doe, dan is het alsof ik op een koord loop. Als ik me naar binnen richt, weet ik precies waar ik mijn voeten moet zetten. Maar als ik uit angst om te vallen me naar buiten richt, dan begin ik te wankelen en raak ik mijn richting kwijt. Ik moet denken aan het prachtige boek Het terug gevonden licht van Jacques Lusseyran. Deze Franse verzetstrijder in de Tweede Wereldoorlog werd op jonge leeftijd blind, maar ontdekte dat hij van binnenuit eigenlijk veel beter kon zien dan toen hij nog ogen had om te kijken en de uiterlijke wereld eigenlijk een belemmering vormde om werkelijk te zien.

Op deze manier leer ik dit donkere, gewonde stuk van mezelf steeds beter kennen, net zolang totdat ik het met mijn bewustzijn helemaal kan omvatten en in liefde kan loslaten. Ik kom er steeds dichterbij, bij de kern, bij de kern van wat het mij wil zeggen. Woorden die dan in me opkomen, raken steeds meer de kern. Het komt in mijn geval op het volgende neer. Dat ik wel steeds dingen in de buitenwereld doe, maar me vanbinnen niet gedragen voel. Dat is mijn leegte, dat is mijn gat. Ik ben in de wereld gekomen en door omstandigheden, door de onbewustheid van mijn jonge ouders ben ik niet ontvangen. Er was geen ontvangst, geen warm welkom. Ik ben niet gedragen. Ik schreef al vaker over het moment van mijn geboorte. Nu mag ik die grote leegte, die eenzaamheid en pijn voelen en me laten vullen door de onvoorwaardelijkheid, door de liefde die me draagt en juist bij dit meest kwetsbare punt op me wacht. Als ik me bewust ben en me durf over te geven als dit punt me mijn rug tegen de muur zet. Ik kan dan ook zien dat ik altijd ben gedragen door de voorzienigheid, want het had echt wel anders met me kunnen lopen vanuit deze diepe pijn en mijn manieren om deze pijn te ontwijken.

Vandaag las ik een leuk artikeltje over Luis Suárez, die voetballer die tijdens de WK voetbal afgelopen zomer in de schouder van zijn tegenstander beet. En niet voor de eerste keer, nee, voor de derde keer. Het probleem zou je dus zeggen, zit iets dieper dan een kleine, onbewuste reflex. Hij zegt: deze periode wil ik achter me laten, want het was erg moeilijk voor me. Ik werd er depressief van. Ik heb mijn excuses aangeboden en ik heb hulp gezocht bij professionals. Nu heb ik mijn lesje wel geleerd. Toch wel knap na een paar maanden therapie, terwijl ik al mijn hele bewuste leven worstel met mijn pijnpunt, mijn bottelneck. Het punt dat mij telkens weer onderuit haalt, tot de orde roept. Mij eigenlijk zegt; jij laat mij misschien wel los, omdat je denkt dat je leventje nu wel lekker loopt, maar ik laat jou niet los. Ik wil jou liefhebben, helemaal en dat begint hier; bij dat punt waar jij het minste liefde hebt ervaren, daar ben ik het dichtste bij! Helaas duurt deze les bij mij iets langer dan 2 maanden.

En de reden waarom ik dit opschrijf en deel in dit artikel is dat ik denk dat dit niet alleen mijn weg is. Op deze weg is spiritualiteit of een innerlijke ervaring van liefde niet los verkrijgbaar, maar altijd gekoppeld aan de individuele persoon die ik ben. En dan niet aan mijn meest krachtige en succesvolle stuk, waardoor ik bij wijze van spreken op het podium van de wereld sta en overladen wordt met applaus. Maar juist aan het stuk waarin ik kwetsbaar ben. En misschien wel door de wereld bespot wordt (aan het kruis wordt genageld). Mijn meest kwetsbare stuk vormt de ingang om door mijn essentie, de Minne, lief gehad te worden. Die essentiële kwaliteit te ervaren die ik zo node gemist heb. Dat is een wetmatigheid vanuit een ander, nieuw bewustzijn dan het oude bewustzijn van oog om oog, tand om tand, waarmee op dit moment in de wereld oorlogen worden gevoerd en conflicten worden opgelost. En waardoor nieuwe pijn en conflicten worden geschapen in een eindeloze reeks, die volgens mij alleen kan worden opgelost door fundamenteel anders met onze individuele pijn om te gaan.

Het is precies zoals Anselm Grun zegt in een van mijn favoriete teksten: de omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.

2 reacties op gedragen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 975
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com