de kracht van aanwezigheid en een nieuwe manier van focus

IMG_5015

De twee weken vakantie van mijn werk rond de jaarwisseling betekende nog geen vakantie voor mijn innerlijk werk. Sterker; doordat er even geen uiterlijk werk en afspraken zijn, werd ik juist sterk geconfronteerd met mijn innerlijke proces van groei. Ik merk daarin steeds weer opnieuw dat ik op een kantelpunt sta van het hebben van een basis in de wereld naar de basis in mezelf, in mijn geestelijk deel. Als ik mijn basis zoek buiten mezelf, in de wereld, dan voel ik angst en mijn neiging om mezelf (of de wereld!) te moeten redden. Als ik de basis vind in mezelf, dan ervaar ik vertrouwen. Dan weet ik dat er voor me gezorgd wordt. Vaak zit ik tussen deze twee werelden in. In de ene, uiterlijke wereld voel ik me niet thuis, voel ik me dolend en in de andere ben ik nog niet thuis, hoezeer ik er ook naar verlang. Dat is de geboorte van mijn ziel, de geboorte van mijn bewustzijn, van mijzelf als individu. Dat proces kan ik niet dwingen, niet forceren, dat heeft zijn eigen tempo. Ik kan me er alleen maar aan overgeven.

Met oud en nieuw waren er vrienden uit Zwitserland op bezoek. We keken met z’n allen naar de prachtige documentaire De nieuwe wildernis, over de natuur van de Oostvaardersplassen. De mooie beelden raakte me en ik werd me bewust van de grote en subtiele aanwezigheid in de natuur, zoals ik die ook kan ervaren hier op Landgoed Nieuwkerk of in het bekijken van kunst of beluisteren van muziek. Als ik die aanwezigheid met een grote A ervaar, dan ben ik zelf ook even aanwezig. Zo vaak breng ik mijn dag door in onbewustheid, in het willen beheersen, controleren van mijn leven. En met die grofheid van dat willen beheersen, het leven willen dwingen naar mijn wil, verdrijf ik die subtiele aanwezigheid die alom aanwezig is, die ons in zijn grootsheid omvat. In feite ben ik dan in afgescheidenheid van deze aanwezigheid, afgescheiden van de eenheid van deze aanwezigheid.

Het is eigenlijk vreemd, maar deze afgescheidenheid bestempelen wij in onze samenleving als een groot goed. Dat wat wij vaak ik noemen, is eigenlijk die afgescheidenheid. Wij zien onszelf als een ontwikkeld mens, dat beter, beschaafder is dan de inferieure natuur. Wij zien het als een belangrijke waarde om die natuur te beheersen, te controleren, aan ons te onderwerpen. Deze houding is een belangrijk uitgangspunt in hoe lokale en landelijke overheden werken, maar ook bedrijven. Maar de kern is het afgescheiden zijn van de natuur, van onze oorsprong, van wie we eigenlijk diep van binnen zijn als mens. Het aparte is dat wij echt van mening zijn dat de kracht van deze afgescheidenheid groter is dan de kracht van de subtiele aanwezigheid in de natuur. Het hoopvolle is dat als we er als individu even bij stil staan, we weten dat dit niet zo is. Dan weten we dat de kracht van de natuur, van de aanwezigheid in de natuur, van de aanwezigheid van onze eigen, menselijke natuur en essentie veel en veel groter is, ons omvat, ons draagt.

Toch is het erg moeilijk om me hieraan over te geven en op deze grote kracht te vertrouwen. Deze overgave roept bij mij de grootste angst en onzekerheid op. Angst om mijn controle los te laten, mijn identiteit los te laten die ik heb opgebouwd rond de afgescheidenheid van deze oorsprong, van deze natuur. Soms voelt deze angst als een blokkade die als een grote, zware steen op mijn pad van overgave ligt. Mijn bottleneck zoals ik dat vaak noem, mijn oog van de naald waar ik door heen moet, met mijn rug tegen de muur. Maar hoe vaster ik dan zit in mezelf, van hoe dieper komt dan de overgave als ik de stap durf te zetten om mijn leed, mijn pijn te delen. In de afgelopen kerstvakantie was er zo’n moment dat ik me vanbinnen uit overgaf aan de aanwezigheid om me heen. Ik kreeg het beeld van een ideale, geestelijke moeder, waar ik op schoot kroop. Je hoeft het niet alleen te doen, je hoeft niet sterker te zijn dan je bent, je hoeft niet de wereld op je schouders te dragen. Met die overgave schoot de prop van de blokkade door en stroomde het leven, het vertrouwen weer door mijn aderen.

Vorige week begon mijn werk weer en de afspraken die ik voor mijn werk had. Het kostte me behoorlijk wat moeite om een nieuwe balans te vinden, een kwestie die eigenlijk altijd speelt bij mij in de overgang van werk-vakantie-werk. Tijdens een van de ontmoetingen die ik vorige week had, werd het me duidelijk hoe anders je kunt omgaan met het begrip focus. Zeker als het over werk gaat, hebben we het vaak over focus en eigenlijk heeft focus dan de volgende betekenis.

We maken samen een beeld van de toekomst waar we naartoe willen werken. Dit beeld omvat vaak concrete, feitelijke doelen. Soms is er nog wel een inhoudelijke component, maar niet te veel of te diep, want anders wordt het zweverig. De concrete, feitelijke doelen dat zijn de targets waar we met z’n allen naar toe werken. Vaak gaat dit over geld of over het aantal mensen dat we een bepaalde kant op willen hebben. Bij deze manier van focus komt het zwaartepunt, het doel buiten onszelf te liggen. We gaan aan het werk en het gevolg is dat we al direct het contact met onszelf, met onze inspiratie, met onze creativiteit verliezen. We onderwerpen de werkelijkheid aan de door ons gemaakte en samen afgesproken doelen. Als we hier even bij stil staan, dan ontdekken we dat deze manier van werken en omgaan met focus eigenlijk gebaseerd is op angst en wantrouwen. Eigenlijk zeggen we dat de werkelijkheid zoals die is niet goed is. Deze moet veranderen naar het beeld zoals wij dat hebben gemaakt en afgesproken. Deze manier van focus is gebaseerd op wat ik eerder in dit artikel afgescheidenheid noemde. Het is niet verwonderlijk dat de doelen die vanuit deze manier van focus worden ingezet, vaak niet worden gehaald en tegen een veel duurdere prijs dan die aan het begin is afgesproken. We werken namelijk tegen de werkelijkheid, de natuurlijke werkelijkheid in, in plaats van met deze werkelijkheid mee.

Zelf zit ik maar al te vaak gevangen in deze manier van focus, in deze manier van werken die in ons collectief zo dominant is. Zeker in deze tijd en ik me regelmatig afvraag welke kant het op moet met mij en mijn werk. Steeds heb ik dan de neiging om vanuit de angst voor tekort een doel buiten mezelf te zoeken of te scheppen en daar mensen bij te zoeken om dit doel samen te bereiken. Zo’n groot doel buiten mezelf zou bijvoorbeeld kunnen zijn om te vechten voor een basisinkomen voor alle uitkeringsgerechtigden.

Nu kwam ik erachter dat er ook een hele andere, nieuwe manier van focus mogelijk is. Er zijn wel overeenkomsten met het oude begrip, maar de basis is toch heel anders. Om te beginnen maak je een beeld van de toekomst. Dit doel echter is meer een visueel doel, een beeld van de toekomst waar een bepaald essentieel gevoel in zit. Veel meer dit, dan een doel met allerlei concrete feiten en targets. Dit doel mag heel scherp worden verbeeld, alsof je het je helemaal kunt voorstellen, alsof het er eigenlijk al is. Wat vervolgens kan is dat je aan het verwezenlijken van dit doel een tijd koppelt, een tijd die bij het doel past. Bv. een half jaar, een maand, een jaar. Maar dan laat je het onmiddellijk los en laat je de werkelijkheid zijn werk doen. Wat je onderweg doet is dat je juist je focus in jezelf legt in plaats van bezig bent met het onderwerpen van de werkelijkheid aan jouw doel. In de focus naar binnen ligt het anker voor de weg naar het doel. Waar word ik blij van, waar voel ik me thuis, waar ben ik mezelf. Dat zijn de vragen die ik me telkens weer stel. Ik leg de focus in mezelf, in het moment, in de aanwezigheid van het moment. Hier kwam ik in deze eerste werkweek na de vakantie achter. Het is een subtiel, maar zo’n wezenlijk ander uitgangspunt. Want eigenlijk begin je met het zeggen dat alles wat er is goed is. Ik ben goed, ik hoef niet te veranderen. Het begint met aanvaarding. Deze diepe aanvaarding en aanwezigheid in het moment dat brengt juist de grootste verandering teweeg, hoe paradoxaal dat ook klinkt.

Tijdens de afgelopen vakantie, die op dit moment alweer meer dan een week achter me ligt, ontdekte ik weer eens het boek Het verstoorde leven van Etty Hillesum, een jonge, joodse vrouw die opgroeide in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Ik denk dat veel van ons het boek wel eens gelezen hebben, het is echt de moeite waard om het weer eens open te slaan.

Over aanvaarding gesproken, het is deze diepe aanvaarding, deze sterke aanwezigheid in het moment die Etty Hillesum er toe bracht om in de moeilijkste omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog haar vijanden, de Duitse soldaten niet te veroordelen. In de afschuwelijke werkelijkheid waar zij getuige van was, bleef zij de kracht en het wonder van het leven ervaren.

19 februari 1942, donderdagmiddag 2 uur. Als ik zou moeten zeggen wat vandaag de meeste indruk op me gemaakt heeft dan zijn het de grote paarse winterhanden van Jan Bool. Er was ook weer iemand doodgemarteld. Die zachtzinnige jongen uit Cultura. Ik herinner me nog dat hij mandoline speelde. Hij had ook een aardig meisje indertijd. Ze is intussen zijn vrouw geworden en er was ook een kind. ‘De beesten,’ zei Jan Bool, in de volle gang van de universiteit. Ze hebben hem kapotgemaakt. En jan Romein en Tielrooy en nog meer van die breekbare oudere proffen. Op dezelfde Veluwe waar ze vroeger hun zomervakanties in een vriendelijk pension doorbrachten, zitten ze nu gevangen in een tochtige barak. Ze mogen zelfs niet een eigen pyjama hebben, niets van zichzelf mogen ze hebben, vertelde Aleide Schot in de koffiekamer. De bedoeling is ze helemaal verwilderen en ze een gevoel van minderwaardigheid bij te brengen. Moreel zijn ze sterk genoeg, de kerels, maar de gezondheid van de meesten is wel zeer broos. Pos zit in een klooster in Haren en schrijft een boek. Dat vertelt men. Het was wel troosteloos op college vanmorgen. En toch was het niet helemaal troosteloos. Er was een lichtpunt. Een kort onverwacht gesprek met Jan Bool door de koude, smalle Langebrugsteeg en bij de tramhalte. Wat is dat toch in de mens om anderen kapot te willen maken? vroeg Jan verbitterd.

Ik zeg: de mensen, ja de mensen, maar bedenk dat je daar zelf ook onder valt. En dat wilde hij onverwachts zomaar toegeven., de bokkige, norse Jan. En die rottigheid van de anderen zit in ons ook, preekte ik door. En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing, dan in je eigen centrum te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in onszelf moeten verbeteren. En dat lijkt me de enige les van deze oorlog. Dat we geleerd hebben dat we het alleen in onszelf moeten zoeken en nergens anders.

En Jan, die het zomaar met me eens was, toegankelijk en vragend en niet met keiharde, sociale theorieën zoals vroeger. En die zei: Het is ook zo goedkoop, die wraakgevoelens naar buiten. Alleen maar toeleven naar dat ene moment van wraak. Daar moeten we het toch ook niet van hebben. We stonden daar in de kou te wachten op de tram, Jan met zijn grote, paarse winterhanden en met kiespijn. En het waren toch geen theorieën die we verkondigden. Onze professoren zitten gevangen, er was weer eens een vriend van Jan kapotgemaakt en er is nog te veel om op te noemen en we zeiden tegen elkaar: het is zo goedkoop, die wraakgevoelens. Dat is toch heus een lichtpunt vandaag.

Etty Hillesum, die dit jaar 2014, 100 jaar geleden werd geboren, maakte in haar bijzondere leven duidelijk dat de kracht van aanwezigheid, van eenheid zo veel krachtiger is dan de kracht van afgescheidenheid, hoe dominant en zichtbaar deze ook kan zijn in de werkelijkheid zoals we die ervaren om ons heen.

6 reacties op de kracht van aanwezigheid en een nieuwe manier van focus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 2.007
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com