Geen categorie

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

kerstmis is een blikseminslag

Afgelopen week zat ik, zoals meerdere keren per week, in de auto van ons huis naar Eindhoven om de kinderen naar school te brengen en zag in de nog schemerige ochtend de bomen langs de weg. En ik dacht aan de functie die bomen hebben. Ze produceren zuurstof en daarmee dienen zij ons, dienen zij het geheel. Gelijk kwam de vraag in me op welke functie wij dan eigenlijk hebben als mens, wat dienen wij? Ik moest toen denken aan mijn vorige artikel, dat de aarde een transformatiehuisje is. Wat is ons doel eigenlijk als mens? En dan bedoel ik meer dan het materiële doel dat we meestal nastreven; geld verdienen, carrière maken, onze persoonlijke doelen in de wereld. Misschien is er wel een doel dat hoger is dan dat, dat verder reikt. Als je het bekijkt vanuit het universum of de universele wetmatigheid. Wat produceren wij dan? Zoals bomen zuurstof produceren. Het idee kwam in me op dat ons ultieme doel als mens is dat wij liefde produceren, bewustzijn produceren, vrede produceren. Dat is misschien niet ons startpunt, maar als we ons ontwikkelen, zijn we daar naar op weg. Dat wij liefde produceren dat is onze bloem, als je dit proces, deze groei met een plant vergelijkt.

Hoe komen wij nu tot dat punt? Wij komen daartoe als wij iets transformeren in onszelf. En dat transformeren gaat eigenlijk zo. Dat gat dat we in ons hebben, dat ieder van ons in zich heeft, juist door het gebrek aan liefde, door de onvolmaaktheid die we onvermijdelijk in de buitenwereld tegen komen. Dat gat proberen we eerst te camoufleren, niet te voelen, door allerlei patronen. Ook onvermijdelijk. Is niet fout, gebeurt. De kunst is nu om ons te richten naar binnen toe, naar onze essentie, waarvandaan een antwoord komt. Op maat. Precies op maat. Die essentie bestaat uit liefde, uit de levende substantie liefde. Als er dus contact ontstaat tussen deze liefde en het gat dat in ons zit, dan gaat er iets helen. Dan heelt er iets en vanaf dat moment gaan we ook iets produceren. Dan kunnen we liefde naar buiten toe geven en dan gaat er iets gebeuren, dat we liefde, bewustzijn en vrede produceren als een bloem. Ja, met een specifieke sfeer, een specifieke geur. Dan maken we liefde, making love, voor mij heeft dat dus een bredere of diepere betekenis dan alleen maar ‘vrijen’. Terwijl deze liefde ook ‘vrij maakt’, bedenk ik me nu.

Ik vind dat een geweldig idee, dat wij als mensen in staat zijn om energie te produceren, want liefde en bewustzijn, dat is energie. In plaats van dat we vanuit het gat dat we in ons hebben, vanuit een afgescheiden bewustzijn om dat gat niet te hoeven voelen, alleen maar persoonlijke doelen nastreven, materiële doelen, die dus alleen maar energie kosten. Eigenlijk zijn wij vanuit dat afgescheiden, materiële bewustzijn enorme slurpende energievreters. Is het niet de letterlijke energie van de brandstof die we gebruiken, dan is het wel de emotionele energie van de mensen om ons heen. In die zin is ons klimaatprobleem niet zo zeer een technisch probleem, zoals dat meestal wordt bekeken, maar een bewustzijnsprobleem.

Stel dat je bv. vanuit dat afgescheiden bewustzijn, wat trouwens voor ieder van ons het beginpunt is, verliefd wordt. Eigenlijk wordt je dan verliefd op een deel van de ander, dat je adoreert, maar waar je in jezelf geen contact mee hebt. Dat deel dat zie je in de ander weerspiegeld en je denkt, je voelt in al je vezels; dat wil ik hebben!! Dus je vult jouw gat met dat deel, met de energie van dat deel in die ander. Terwijl het dus eigenlijk in jezelf aanwezig is. Ik weet nog goed dat ongeveer 20 jaar geleden mijn toenmalige relatie stuk liep, vanuit een symbiotisch patroon. Ik dacht dat zij echt de ware was voor mij vanuit de liefde die ik voor haar voelde. Het ging uit en ik had pijn, veel pijn, maar in die pijn die ik toeliet, kwam in een zinnetje het antwoord; ik ben zelf de ware. Dat ben ik nooit vergeten.

Het wordt weer kerstmis en zoals ieder jaar ga ik dan lezen in het prachtige boekje van Mária Hillen, Een daad van Liefde over het leven van Jezus. Dan begrijp ik weer dat het geboren worden van Jezus en zijn leven werkelijk een blikseminslag is! Een blikseminslag van de onvoorwaardelijke liefde die je als mens tot op het bot raakt, waarvan het tijd kost om dat tot je door te laten dringen, om te ontvangen. Want als je dit echt tot je door laat dringen, de boodschap dat je tot in iedere vezel wordt liefgehad, wordt gekend en liefgehad, dan is dat een moment, een punt van transformatie. Het is een blikseminslag, dat kun je je wel voorstellen, voor het oude systeem, dat gebaseerd is op juist het gebrek aan liefde, op afgescheidenheid, op het camoufleren van oude wonden, het niet voelen, patronen, egopatronen om niet te voelen. Persoonlijk heb ik dat ooit meegemaakt, nu zo’n 35 jaar geleden, toen ik ongeveer 20 jaar oud was en het Johannes Evangelie las. Ik werd geraakt, misschien niet direct een blikseminslag, maar het was een ervaring die mijn leven op zijn kop zette. Ik maakte toen een aantal tekeningen, symbolen van hoe ik de ontwikkeling van de mens voor me zag. Grappig, ik moest vandaag aan deze tekeningen denken. Kijk maar eens op de plaatjes van de 6 fases die op deze site van de kracht van innerlijk werk staan.

Als je er naar kijkt zie je op het eerste plaatje de afgescheiden mens, de mens die leeft vanuit zijn afgescheiden persoonlijkheid, zijn ego, zijn valse persoonlijkheid. De mens die overleeft. Niet leeft. Het startpunt van ieder van ons, niemand uitgesloten. Het tweede plaatje zie je de gevangenschap van dit afgescheiden bewustzijn. Om de bol is nu een vierkant raster ontstaan als de tralies van een gevangenis, die deze gevangenschap, dat gevoel van gevangenschap, benauwdheid symboliseert. Het plaatje daarna, in het midden van het raster is een punt geplaatst, is de blikseminslag, een moment van doorbraak, van het licht dat door de crack naar binnen schijnt. De plaatjes daarna zie je de persoonlijkheid veranderen, het bewustzijn veranderen, van een afgescheiden, gesloten bewustzijn, naar een verbonden, open bewustzijn. In het laatste, 6e, plaatje is de persoonlijkheid getransformeerd, is de persoonlijkheid een instrument geworden van de essentie, van de liefde. Dat is de bloem van ons mensen, als we niet langer energie kosten, spenderen, opslurpen, maar energie produceren. Licht produceren. Als een zon.

walking the dog

IMG_7147
Het voordeel van het hebben van een hond is dat je haar kunt uitlaten. In het weekend sta ik ‘s morgens op als ik haar hoor blaffen en in deze tijd van het jaar, de herfst, is de zon dan net op. Het is heerlijk buiten, ik zie de zon en de lichtstralen door het nog aanwezig blad aan de bomen schijnen. Ik ruik de geur van de vroege morgen en voel de frisse wind die over mijn huid waait. Ik ben me bewust van mijn lichaam, van iedere stap die ik zet op de zachte bosgrond. Ik ben aanwezig. Het uitlaten van een hond is voor mij precies het midden tussen functioneel en zinloos. Eigenlijk geeft de hond me de mogelijkheid, een reden om mezelf uit te laten. Want ook al wonen we al meer dan 10 jaar hier in het bos van Landgoed Nieuwkerk, veel te weinig besluit ik om gewoon uit mezelf te gaan wandelen hier in de directe omgeving van ons huis.

Meestal sta ik toch op de functionele stand en zeker met 2 opgroeiende kinderen ben ik de hele dag onderweg. Is het niet voor mijn werk, dan is het wel om de kinderen van en naar school of een andere locatie te brengen. Net als vorige week, toen ik eerst mijn dochter naar school bracht, toen met een klant naar Den Bosch ging voor een intake bij een cursus over autisme bij jongeren. Daarna reed ik naar Eindhoven, waar mijn zoon een sponsorloop deed voor een antroposofische school in het buitenland. Toen ik om 3 uur thuiskwam, deed ik de hond haar riem om en zette ik een stap in het bos rond ons huis. Wellicht vanwege het grote contrast tussen de stad, de snelweg en deze bosrijke omgeving, maar ik voelde de natuur zinderen. Alsof ik in een levende accu stapte, die mijn adem even deed stokken. Het was alsof ik elk blad voelde trillen van leven, een hommel vloog voorbij, even later een buizerd die een kreet sloeg en laag door het bos vloog. Iedere nieuwe stap gaf een nieuw vergezicht, een nieuw gezichtspunt in de vele kleurschakeringen van groen. En ik was daar deel van.

In mijn beleving is er een groot verschil tussen deze levende natuur zoals ik die af en toe ervaar en de stad, die grotendeels wordt bepaald door kunstmatige objecten die door mensen zijn gemaakt. Flats, huizen, gebouwen, wegen met af en toe een toefje groen in de vorm van een rijtje bomen, wel of niet in een bak die, zoals in Tilburg, verplaatst kan worden. Het is alsof in de stad het leven weg is gezogen, alsof er  sprake is van een vacuüm. Alsof er een wereld wordt opgebouwd los en afgescheiden van de levende natuur. Nu ik dit schrijf, moet ik denken aan een van mijn lievelingsboeken, het Oneindige Verhaal van Michaël Ende. Een fantasiewereld wordt bedreigd door het niets, dat zwarte gaten achterlaat en het leven als het ware opzuigt. Het is niet gek dat als we ons als mens aanpassen aan deze kunstmatige mensenwereld, dat we dan ziek worden, depressief, overspannen, hartklachten krijgen, kanker. Het is de wereld die we modern noemen, maar eigenlijk is het een dode, kunstmatige wereld. Een wereld die letterlijk het leven uit de aarde zuigt door alle fossiele brandstoffen die we gebruiken om dit kunstmatige leven overeind te houden en verder te laten groeien. Het is de wereld van Becel Gold. Ik zag pas de reclame weer op televisie. Er wordt in de reclame de suggestie gewekt dat Becel Gold de betere, door de mens gemaakte, variant van roomboter is. Terwijl in werkelijkheid, net als bij het fabrieksbrood dat we eten, de levende ingrediënten uit het product zijn gehaald en vervangen door kunstmatige, menselijke alternatieven. Die dus soms ook nog echt slecht zijn voor de gezondheid.

Met praktijk Mens&Groei begeleiden mijn vrouw Gebi en ik mensen die een beperking hebben, in de reguliere gezondheidszorg stoornis genoemd. Ik kom er steeds meer achter dat deze mensen geen beperking hebben, maar het kader van waaruit naar deze mensen wordt gekeken. Deze mensen zijn hooggevoelig, beelddenkers, autistisch, ADD. Ze passen niet in het plaatje van het collectieve systeem. Wat er eigenlijk gebeurt in de reguliere gezondheidszorg is dit. Deze gezondheidszorg gaat uit van de kunstmatige mensenwereld, waar mensen worden geconditioneerd om zich aan te passen. Mensen die dat lukt, noem je normaal. Mensen die dat niet lukt en afwijkend gedrag gaan vertonen, noem je ziek, zij hebben een stoornis. Je geeft ze een behandeling of een pilletje, waardoor je deze afwijking, deze last onderdrukt en zij weer wel in de aangepaste wereld passen. Ik ben geschrokken van de huidige, neoliberale ontwikkeling binnen de gezondheidszorg die de zorgverzekeraars alle macht geeft. Ik voorzie dat er straks alleen nog specialisten, hulpverleners en psychologen worden gecontracteerd die goedkope, korte en door de zorgverzekeraars bepaalde behandelingen mogen geven, die gericht zijn op aanpassing aan het systeem. Keuzevrijheid en privacyrecht van klanten wordt hieraan opgeofferd onder het mom van kwaliteitsverbetering en bezuiniging. Want dat wil toch iedereen? Het is een soort technocratische en zakelijke gezondheidszorg zoals Becel Gold. Al het levende dat nu nog in de gezondheidszorg aanwezig is, namelijk het levende en helende contact tussen de klant en de hulpverlener, wordt eruit gehaald en vervangen door wat de zorgverzekeraar goed, lees betaalbaar vindt. De hulpverlener wordt gedegradeerd tot een soort mechanische robot, die aan de hand van formulieren en vragenlijstjes bepaalt welke door de zorgverzekeraar goedgekeurde behandeling hij kan gaan uitvoeren. Het is nog maar een kleine stap naar dat dit soort werk ook door robots kan worden uitgevoerd. Dat zou de reguliere gezondheidszorg nog goedkoper maken.

Vanmorgen reed ik weer naar school met mijn dochter Moon. En met mij duizenden mensen die naar school of naar hun werk gingen, met de auto, fietsend, lopend. Ik werd geraakt door dit bijzondere fenomeen, een ritueel bijna, dat iedere morgen weer opnieuw plaats vindt, op de wegen van onze steden, in bussen, in de stations van onze treinen. Ik zag even hoe geprogrammeerd dit is, hoe het systeem waarin we leven in onszelf zit. Het is een soort zelf gekozen, innerlijke dictatuur lijkt het wel. Onze economie, waarbij de betaalde baan de kern is en op die manier geld aan werk wordt gekoppeld, houdt ons in het gareel. Als je een baan hebt, wil je hem niet verliezen en als je hem niet hebt, dan wil je er een of word je gedwongen om er een te vinden. Op straffe van een korting op je uitkering, wat ik altijd al heel vreemd heb gevonden dat dit kan. Je hebt namelijk wettelijk recht op een minimuminkomen, een basisinkomen, hoe kun je daar dan op korten?

We zijn geen individu, geen vrij individu. Nog niet! Want dit werkelijke individu zit als potentie in ieder mens en wordt in sommigen van ons geboren. Zoals een vlinder uit een rups. Laten we dat eens als metafoor nemen. Het collectief lijkt op het stadium van een rups die het in zich heeft om een vlinder te worden. Eerst voelt de rups zich vrij, zich niet bewust van zijn onvolmaaktheid, nog niet af zijn.  Op een gegeven moment ontstaat het verlangen naar wie hij werkelijk is, het verlangen naar een vlinder te zijn. Wat hij eerst als vrijheid ervoer, voelt nu aan als een gevangenis. De gevangenis van de cocon  als noodzakelijke fase om als vlinder geboren te worden. Vanmorgen voelde ik even die gevangenis van het collectief, van de collectieve conditionering. Ik werd daar heel erg verdrietig van, maar tegelijkertijd is er geen andere weg om tot een vrij mens te komen dan deze weg. De vlinder slaat ook de fase van de rups en de cocon niet over om een vlinder te kunnen worden. Bij een uiterlijke dictatuur is er een moment dat het volk in opstand komt, maar in de meeste gevallen vervalt het volk daarna in dezelfde machtsfout. In ons systeem, waar de dictatuur eigenlijk verinnerlijkt is, zit de enige uitweg van binnen. Van binnen zit de vlinder die geboren wil worden als symbool voor de vrije mens die als potentie in ieder mens aanwezig is en verlangt om geboren te worden. En met die vrije mens wordt een nieuwe samenleving geboren waarin op een integere manier met macht wordt omgegaan. Waarbij ieder individu niet van buitenaf aangestuurd hoeft te worden, maar van binnenuit zijn of haar verantwoordelijkheid neemt om het grote geheel, waar hij zich bewust van is, te dienen. Dit is een vergezicht dat Oscar David biedt, luister maar eens naar dit prachtige interview. Precies dat proces proberen Gebi en ik vanuit praktijk Mens&Groei te begeleiden. In zo’n individueel proces kan het gebeuren dat het moment zich aandient, net als in het boek (en de film) het Oneindige Verhaal, dat de klant kan kiezen voor wie hij werkelijk is. Vanuit een authentiek verlangen, dat hij kan scheppen wat hij werkelijk, vanuit zijn hart verlangt.

het vergeten paradijs

IMG_6800
De afgelopen weken heb ik veel geleerd. Misschien niet iets heel erg nieuws, maar meer dingen die ik al wist, maar door de dagelijkse bezigheden vergeten was en nu dieper tot me doordrongen. Toen ik de afgelopen maandag samen met een aantal mensen de latifa-oefening deed, raakte ik bij de laatste kwaliteit IK WIL helemaal vervuld van binnen. De woorden die in me op kwamen waren; alles wat ik wens is er al. Het leek een antwoord op de dagen van leegte en benauwdheid die ik had nadat ik weer ging werken na mijn vakantie. Alsof een nieuw bewustzijn weer een stukje verder werd geboren in mij, zoals een lotusbloem die groeit in de modder. Bij mij dient een nieuw bewustzijn zich niet aan in een helder en allesomvattend visioen. Nee, dat gaat stukje bij stukje, na telkens weer een worsteling die me bij de grenzen van mijn persoonlijkheid brengt.

De volgende dag liep ik door onze tuin in het bos en het voelde alsof ik door het paradijs liep. Ik begreep opnieuw dat het paradijs reeds onder ons is. Door dit even heel sterk te ervaren, besefte ik ook hoe absurd het is om dit paradijs niet te willen delen, om dit voor jezelf te willen houden. Een hek erom heen; dit is van mij. Waarmee je dus direct zegt; dit is niet van jou. Daarmee scheppen we dus vanuit ons denken, ons hoofd, dualiteit, afgescheidenheid. In onszelf, maar direct ook in de buitenwereld. Dat is de collectieve werkelijkheid die we samen scheppen en waar onze maatschappij op is gebaseerd. Ik snapte met deze ervaring weer even dat dit beperkt uitgangspunt niet de volledige of uiteindelijke werkelijkheid is. Er is een andere, diepere werkelijkheid, namelijk dat het paradijs reeds onder ons is en dat dit paradijs van iedereen is.

Het paradijs is van iedereen, het is een speelveld zonder enige stress of zorgen. Hier wordt voor ons gezorgd, er is geen tekort waar we bang voor hoeven te zijn. Dit idee van tekort scheppen we echt zelf, in ons denken, in ons hoofd vanuit het beperkte, nauwe bewustzijn waarin we collectief leven en wat in feite een innerlijke gevangenis is. We voeden onze kinderen op in dit beperkte bewustzijn, op school, als voorbereiding op het werk dat we gaan doen. Dat is onze conditionering, waarbij we het paradijs voorwaardelijk maken. En op dat moment plaatsen we onszelf uit het paradijs, doordat we denken dat we het paradijs moeten verdienen, dat we ergens aan moeten voldoen. We scheppen met dit uitgangspunt macht, maar in feite is het de onmacht om te kunnen ervaren dat het paradijs reeds aanwezig is. We scheppen ongelijkheid, doordat de een macht gaat uitoefenen over de ander en de ander zich kleiner, minderwaardig maakt. Allemaal uit angst om het paradijs te verliezen. Het lijkt in het scheppingsverhaal dat Adam en Eva, de mens dus eigenlijk, uit het paradijs worden gezet. Maar als je hier met andere ogen naar kijkt, is het geen verhaal van oorzaak en gevolg. Van goed of fout. Het schetst alleen maar de twee bewustzijnslagen die aanwezig zijn hier op aarde. Het bewustzijn van het paradijs dat reeds aanwezig is en nooit is weggeweest. En het bewustzijn dat we bang zijn, dat we denken dat we hard moeten werken voor dit paradijs, zondig, schuldig, minderwaardig. In die zin zijn we het paradijs niet verloren, maar eerder vergeten. Het is onze worsteling als mens om deze twee bewustzijnslagen bij elkaar te brengen, te verbinden. Met de voeten op aarde en met ons hoofd in de hemel.

Met de gedachte dat het paradijs voorwaardelijk is, doen we onszelf als mens ernstig tekort. We maken ons afhankelijk van de voorwaarden die anderen aan ons stellen, we maken ons klein, minderwaardig. Daarin worden we als kind al geconditioneerd in het systeem waarin we leven. Terwijl en dat is wat het scheppingsverhaal ons volgens mij vertelt, het paradijs ons erfrecht is. Omdat we mens zijn, als mens geschapen zijn. We zijn het niet verloren en daardoor hoeven we het ook niet te veroveren op een ander, op een andere groep bijvoorbeeld, waarmee we oorlog voeren. Alle oorlogvoeringen zijn terug te brengen op dit beperkte uitgangspunt; het idee dat we het paradijs zijn verloren. En dat het paradijs te vinden is in de uiterlijke wereld, terwijl het een innerlijke ervaring is, waarmee we naar de buitenwereld kunnen kijken. Net zoals de zoektocht naar de Heilige Graal een innerlijke queeste is. We kunnen het paradijs niet verliezen. We zijn niet verdreven uit het paradijs, het is een ander bewustzijn dat ons afgescheiden maakt van deze hemel die hier op aarde aanwezig is. Een bewustzijn, een misverstand dat we collectief in stand houden. Misschien moet het ook wel zo zijn, is het onderdeel van de schepping dat we denken dat we het paradijs zijn verloren. Om het daarna weer terug te vinden en te snappen dat het nooit is weggeweest. Dat heet dan transformatie, wat wellicht ons meest belangrijke doel als mens hier op aarde is, om te groeien in ons bewustzijn. Dit doen we op de eerste plaats als individu. Vanuit de persoonlijke pijn van onze afgescheidenheid naar het van binnen toelaten van het nieuwe bewustzijn van heelheid, van het paradijs.

Is het ervaren van het paradijs afhankelijk van de omstandigheden waarin we leven? Je zou misschien denken; hoe mooier de omstandigheden, hoe groter de kans om het paradijs hier op aarde te kunnen ervaren. Ik denk dat het tegendeel eerder waar is. Als je kijkt onder het dunne oppervlak van de mooie beelden die bv. de rijke en succesvolle mensen hier op aarde naar buiten brengen, zie je vaak een heel andere werkelijkheid. Ook na het zien van de serie Top of the Lake met als locatie de prachtige natuur van Nieuw-Zeeland werd me opnieuw duidelijk hoe moeilijk het is om het paradijs wat reeds aanwezig is te ontvangen. Tien jaar geleden was ik met Gebi en de kinderen op bezoek bij de zus van Gebi in Nieuw-Zeeland. Zij woonde in een prachtig gebied op Zuid Eiland. De mensen echter die er woonden, net als in de serie Top of the Lake, waren depressief, ze dronken bovenmatig, er was veel geweld en sexueel misbruik. Ik zelf kan het paradijs alleen maar ervaren als ik eerst de nauwe poort van mijn afgescheidenheid ben doorgegaan. De psycholoog Viktor Frankl schreef over zijn leven in het concentratiekamp en hoe gevangenen in deze uitzichtloze situatie een stukje paradijs ervoeren door een mooie zonsondergang of een andere ervaring van de natuur. Zij ervoeren het paradijs juist door het grote contrast met de dagelijkse werkelijkheid waarin zij leefden.

Op zekere avond, toen wij uitgeput aan het werk in onze barak op de grond zaten, soepkommen in de hand, stormde een medegevangene binnen met het verzoek ons naar buiten te spoeden om op het appelterrein een schitterende zonsondergang te bewonderen. Toen we buiten stonden, zagen we dreigend gloeiende wolken aan de westelijke horizon en de lucht was vol schapenwolkjes, fantastisch van vorm en kleur, van staalblauw tot bloedrood. De trieste grauwe kampbarakken vormden een groot contrast met deze brandende hemel, die werd weerspiegeld in de plassen van het modderige appelterrein. Na enkele ogenblikken van ontroerende stilte zei een gevangene tegen een vriend: “Hoe mooi zou de wereld toch kunnen zijn!”

Juist als we in een benarde situatie de beperking kunnen ervaren van het oude bewustzijn, kondigt zich de ervaring van het nieuwe bewustzijn aan. En het zou inderdaad een mooie vraag zijn; hoe zou mijn leven eruit zien als ik dat nieuwe bewustzijn van het paradijs dat reeds aanwezig is als uitgangspunt neem voor mijn leven? En hoe zou de wereld eruit zien als we dit uitgangspunt ook collectief zouden hebben?

Het is het beeld dat ik op dit moment met me meedraag; dat ik met mijn leven hier op aarde het zaadje ben dat in de grond is gestopt en waar van binnenuit een nieuw bewustzijn groeit. Precies zoals dit bewustzijn in ieder van ons geboren wil worden.

gedragen

IMG_6455
In mijn vorige artikel schreef ik over een nieuwe verantwoordelijkheid vanuit een nieuw bewustzijn. En dat de sleutel voor dit nieuwe bewustzijn het van binnen oplossen, helen van de eigen pijn is. Dit helen gebeurt door de liefde die in ons aanwezig is en juist op ons wacht bij het punt waar ons de meeste pijn is gedaan. Als een geliefde wacht zij op ons. In de liederen van Hadewijch, die ik in deze dagen weer ontdekte, wordt hier op een manier over gesproken die me zeer aanspreekt, namelijk met beelden vanuit de natuur.

Het begint al direct in Lied I; Ach, al is nu de winter koud, (al zijn) de dagen kort en de nachten lang, weldra nadert ons een koene zomer, die ons spoedig uit die ellende zal verlossen: dat blijkt klaar bij (het doorbreken) van dit nieuw seizoen; de hazelaar schenkt ons heerlijke bloemen; dat is een sprekend voorteken. In Lied II gaat ze verder; Nu zal weldra het sap vanuit de wortelen opwaarts jagen; daardoor zal ver en wijd, beemd en kruid zijn loof krijgen. Daarvan hebben we een onbedriegelijk voorgevoel: de vogelen worden (immers) blij. Wie in liefde ten strijde trekt zal weldra zegevieren indien hij in niets versaagt. Lied III; De tekens brengen ons de boodschap – vogelen, bloemen, het veld, het daglicht – dat ze hun pijn die in de winter zeer drukte, zullen te boven komen. Daar de zomer hun wel troost zal brengen, zullen ze zich ongetwijfeld weldra kunnen verheugen, terwijl ik zware rampspoed te verdragen heb. Lied V; De handelwijze der Minne is onberekenbaar, zoals goed weet wie het heeft ondervonden. Immers, temidden van de vertroosting verstoort ze die; wie door de Minne is beroerd vindt geen rust; vele onnoemelijke uren maakt hij door. Soms lief, soms hatelijk; soms ver, soms voor het grijpen: wie trouw vanwege de Minnen dit aanvaardt, dat de Minne neerslaat en opvangt met één armzwaai, die (is in staat) gelukkig te zijn.

Hoe moeilijk het daadwerkelijk is om de pijn in mezelf te verbinden, ondervond ik weer eens toen ik afgelopen weken na mijn vakantie begon met werken. De stap naar de buitenwereld toe riep bij mij,  zoals wel vaker na een vakantie, oude associaties op met het diepe punt waar ik gewond ben vanuit mijn verleden, vanuit het gezin waarin ik ben geboren. Er komt een herinnering in me op dat ik naar de kleuterschool toe moest en me daar heftig tegen verzette, niet wilde. Ook nu kwam ik doordat ik weer moest gaan werken in een oud patroon terecht en voelde me benauwd, depressief, klemgezet, alsof ik door een nauwe poort moest, door het oog van de naald, met mijn rug tegen de muur.

Dit moment kwam niet voor niets, dacht ik later. Het leek alsof ik in de vakantie was dichtgeslibd, in slaap was gesust door allerlei invloeden van televisie en internet bijvoorbeeld. Ik raakte geïdentificeerd met de wereld om me heen en liet onbewust mijn innerlijk kader los en keek naar mezelf met de ogen van de wereld. Ik werd daar helemaal niet blij van. Ik zag bv. mensen die meer passie, meer succes en meer geluk hebben dan ik. Of in ieder geval dat dacht ik vanuit het beeld dat iemand op een overtuigende manier weet neer te zetten. Toen ik me daarmee vergeleek, voelde ik me al snel ongelukkig, minderwaardig, middelmatig. Ook toen ik met de ogen van de wereld naar mijn pijnpunt keek, werd dit kwetsbare punt al snel een stoornis die mijn geluk, mijn succes in de weg stond. Een psychisch probleem had ik met een vette DSM V-diagnose, waarmee ik snel geholpen moest worden, anders zou het helemaal fout met me kunnen gaan.

Het is behoorlijk heftig om het gevoel van onveiligheid tot me door te laten dringen dat bij dit punt hoort, meegekregen vanuit het gezin waarin ik ben geboren. Het is mijn meest kwetsbare punt, waar ik me het meest onveilig voel. Dat punt zet me met mijn rug tegen de muur om me, heel paradoxaal, van daaruit over te geven aan de liefde die er voor me is, aan de veiligheid van de liefde die er voor me is. Op de verticale lijn, aan de onvoorwaardelijkheid. Dat wat Hadewijch in het begin van dit artikel de Minne noemt. Het is hier waar ik groei, waar mijn bewustzijn groeit. Ik ken geen andere weg. Als ik me vanuit mijn benauwdheid en klem zetten richt op de wereld, voel ik me klein, minderwaardig, onvolmaakt, tekort schieten. Als ik me richt op de onvoorwaardelijke liefde van binnen, dan voel ik ruimte en bevrijding. Het is trouwens niet ik zelf die dit stuur of bepaal, niet de benauwdheid waar ik in wordt gebracht en ook niet de bevrijding. De Minne van Hadewijch die me neerslaat en opvangt in één armslag. Ik ben overgeleverd zoals een moeder die haar kind baart. Ik kan alleen maar meebewegen, me niet verzetten, tegen deze geestelijke manier om als mens met een hart geboren te worden.

Als ik dan door deze nauwe poort ga en tegelijkertijd mijn dagelijkse dingen doe, dan is het alsof ik op een koord loop. Als ik me naar binnen richt, weet ik precies waar ik mijn voeten moet zetten. Maar als ik uit angst om te vallen me naar buiten richt, dan begin ik te wankelen en raak ik mijn richting kwijt. Ik moet denken aan het prachtige boek Het terug gevonden licht van Jacques Lusseyran. Deze Franse verzetstrijder in de Tweede Wereldoorlog werd op jonge leeftijd blind, maar ontdekte dat hij van binnenuit eigenlijk veel beter kon zien dan toen hij nog ogen had om te kijken en de uiterlijke wereld eigenlijk een belemmering vormde om werkelijk te zien.

Op deze manier leer ik dit donkere, gewonde stuk van mezelf steeds beter kennen, net zolang totdat ik het met mijn bewustzijn helemaal kan omvatten en in liefde kan loslaten. Ik kom er steeds dichterbij, bij de kern, bij de kern van wat het mij wil zeggen. Woorden die dan in me opkomen, raken steeds meer de kern. Het komt in mijn geval op het volgende neer. Dat ik wel steeds dingen in de buitenwereld doe, maar me vanbinnen niet gedragen voel. Dat is mijn leegte, dat is mijn gat. Ik ben in de wereld gekomen en door omstandigheden, door de onbewustheid van mijn jonge ouders ben ik niet ontvangen. Er was geen ontvangst, geen warm welkom. Ik ben niet gedragen. Ik schreef al vaker over het moment van mijn geboorte. Nu mag ik die grote leegte, die eenzaamheid en pijn voelen en me laten vullen door de onvoorwaardelijkheid, door de liefde die me draagt en juist bij dit meest kwetsbare punt op me wacht. Als ik me bewust ben en me durf over te geven als dit punt me mijn rug tegen de muur zet. Ik kan dan ook zien dat ik altijd ben gedragen door de voorzienigheid, want het had echt wel anders met me kunnen lopen vanuit deze diepe pijn en mijn manieren om deze pijn te ontwijken.

Vandaag las ik een leuk artikeltje over Luis Suárez, die voetballer die tijdens de WK voetbal afgelopen zomer in de schouder van zijn tegenstander beet. En niet voor de eerste keer, nee, voor de derde keer. Het probleem zou je dus zeggen, zit iets dieper dan een kleine, onbewuste reflex. Hij zegt: deze periode wil ik achter me laten, want het was erg moeilijk voor me. Ik werd er depressief van. Ik heb mijn excuses aangeboden en ik heb hulp gezocht bij professionals. Nu heb ik mijn lesje wel geleerd. Toch wel knap na een paar maanden therapie, terwijl ik al mijn hele bewuste leven worstel met mijn pijnpunt, mijn bottelneck. Het punt dat mij telkens weer onderuit haalt, tot de orde roept. Mij eigenlijk zegt; jij laat mij misschien wel los, omdat je denkt dat je leventje nu wel lekker loopt, maar ik laat jou niet los. Ik wil jou liefhebben, helemaal en dat begint hier; bij dat punt waar jij het minste liefde hebt ervaren, daar ben ik het dichtste bij! Helaas duurt deze les bij mij iets langer dan 2 maanden.

En de reden waarom ik dit opschrijf en deel in dit artikel is dat ik denk dat dit niet alleen mijn weg is. Op deze weg is spiritualiteit of een innerlijke ervaring van liefde niet los verkrijgbaar, maar altijd gekoppeld aan de individuele persoon die ik ben. En dan niet aan mijn meest krachtige en succesvolle stuk, waardoor ik bij wijze van spreken op het podium van de wereld sta en overladen wordt met applaus. Maar juist aan het stuk waarin ik kwetsbaar ben. En misschien wel door de wereld bespot wordt (aan het kruis wordt genageld). Mijn meest kwetsbare stuk vormt de ingang om door mijn essentie, de Minne, lief gehad te worden. Die essentiële kwaliteit te ervaren die ik zo node gemist heb. Dat is een wetmatigheid vanuit een ander, nieuw bewustzijn dan het oude bewustzijn van oog om oog, tand om tand, waarmee op dit moment in de wereld oorlogen worden gevoerd en conflicten worden opgelost. En waardoor nieuwe pijn en conflicten worden geschapen in een eindeloze reeks, die volgens mij alleen kan worden opgelost door fundamenteel anders met onze individuele pijn om te gaan.

Het is precies zoals Anselm Grun zegt in een van mijn favoriete teksten: de omvorming van mijn wonden tot parels betekent voor mij op de eerste plaats dat ik mijn wonden als iets kostbaars beschouw. Daar waar ik gewond ben, ben ik ook gevoelig voor mijn medemensen. Ik begrijp ze beter. En waar ik gewond ben, raak ik mijn eigen hart, mijn eigenlijke wezen. Ik geef de illusie op dat ik volkomen gezond en sterk en volmaakt ben. Ik realiseer me mijn gebrokenheid. Dat houdt me vitaal en maakt me menselijker, barmhartiger en milder. Daar waar ik gewond ben, ligt ook mijn schat. Daar kom ik in aanraking met mijn eigenlijke zelf en met mijn roeping. Daar ontdek ik mijn capaciteiten. Alleen de gewonde dokter is in staat te genezen. Dat wisten de Grieken al.

het bruiloftsfeest van pinksteren

IMG_6184
Vrijdag vierde mijn dochter Moon het pinksterfeest op haar basisschool Tiliander, die gebaseerd is op het antroposofische gedachtegoed van Rudolf Steiner. De (Christelijke) jaarfeesten vieren hierbij een grote rol. Alle kinderen en veel ouders die hier op het grote veld naast de school aanwezig waren,hadden zich in het wit gekleed. De ochtendzon scheen uitbundig, het was een prachtig gezicht. Bij een aantal klassen was een bruid en bruidegom gekozen, deze zaten plechtig op een stoeltje voor het groepje kinderen van hun klas. Er werden liedjes gezongen, er werd rond een meiboom gedanst, er werden ballonnen de lucht in gelaten met een wens voor de wereld, een wens voor iemand anders en een wens voor jezelf. Het was een heel ritueel wat me stil deed staan bij de betekenis die Pinksteren voor mij heeft.

Pinksteren is het feest van de bruiloft, de heilige bruiloft zou je kunnen zeggen en wat voor mij betekent de innerlijke bruiloft. De liefde ervaren die in mij aanwezig is en waarmee ik kan samensmelten, heel bewust, zonder mezelf te verliezen. Ik kan ernaar verlangen, naar dat samensmelten van binnen, een brandend verlangen, zoals ik ook snap dat je naar het einde van je leven kunt verlangen, naar de dood, omdat dit ook een moment is van samensmelten. Van een hereniging met het geestelijk deel, met de wereld waar ieder van ons vandaan komt. Is dat niet de kunst van het leven, dacht ik tijdens de pinksterviering van mijn dochter; dat je helemaal opgaat in de materiële wereld, maar tegelijkertijd de geestelijke werkelijkheid herinnert waar je vandaan komt. Dat je hemel en aarde tegelijkertijd bent, met je hoofd in de hemel en met je voeten op aarde.

Dat samensmelten, die symbiose, is een groot verlangen van ieder mens, in ieder geval van mij. Ik zie dat verlangen overal om me heen, op manieren die ik maar al te goed ken. Hoe vaak zoek ik die symbiose niet buiten mezelf! Het grappige is dat ik die ook zoek op hetzelfde schoolplein van de school waar Moon op zit. Het is als een soort virus dat zich op het schoolplein verspreidt, het hoor-ik-erbij-virus. Het schoolplein staat namelijk ‘s morgens bij het brengen en ‘s middags bij het ophalen van de kinderen vol met ouders, die met elkaar aan het kletsen zijn. Ik kijk dan om me heen en oh, die twee mensen daar praten met elkaar. Kijk eens hoe gelukkig zij zijn en ik loop hier in mijn eentje, hoor daar niet bij en mis het geluk dat zij hebben en ik niet. Wat het beeld van die twee mensen doet, is dat het mijn verlangen raakt naar samensmelten, naar een worden, een worden met mijn essentie, met de liefde in mezelf. Zoals dat ook bijvoorbeeld een mooie vrouw kan doen die ik zie lopen op straat. Ook een spiegel van het verlangen naar de verbinding in mezelf, maar wat ik buiten mezelf zoek. Of een mooie auto, die ik dan wil hebben en als ik deze heb erachter kom dat het dit het innerlijk verlangen niet heeft vervuld en ik op zoek ga naar het volgende dat ik wil hebben. Alles wat ik buiten mezelf zoek, is uiteindelijk binnen in me verkrijgbaar. De schat, de pot met goud waarnaar ik zo naarstig op zoek ben, draag ik al heel de tijd bij me.

Het is dus belangrijk dat ik de vervulling van dit grote verlangen in mezelf zoek en niet buiten mezelf. Pinksteren is voor mij de bruiloft, de samensmelting die in mezelf plaats kan vinden met de liefde die er voor me is. Daar zijn vele mystieke teksten over geschreven, zoals in Hooglied en de Psalmen in de bijbel of de liefdesgedichten van Rumi. Als ik van binnen samensmelt en de eenwording kan ervaren, ben ik vrij van alle invloeden buiten mezelf, ben ik vrij van de wereld buiten me, heb ik alles wat ik mezelf als mens kan wensen. Ben ik emotioneel onafhankelijk. Deze geestelijke potentie is in ieder mens aanwezig.

Wat voor deze ervaring belangrijk is, is dat ik ook in staat ben om mijn bestaansleegte te ervaren. De leegte die onlosmakelijk verbonden is met mijn leven als mens hier op aarde. Deze week kwam ik weer bij dat punt in mezelf, waar ik vaak bang voor ben en de neiging heb om er hard voor weg te lopen. Het is het punt waarop ik me benauwd voel, omdat ik voel dat ik deze leegte niet kan vullen met van alles buiten mezelf, zoals werk, televisie of internet, spullen die ik begeer etc. Wat dacht je trouwens van een voetbalwedstrijd van het Nederlands Elftal of een popconcert of festival? Het is de lege ruimte die gereserveerd is voor de innerlijke liefde. Dat is volgens mij de kern van deze menselijke bestaansleegte, dat het door niets van buiten in de wereld opgevuld kan worden. De kunst is om dit steeds weer te snappen. Als ik dat begrijp, dan houd ik op een gegeven moment wel op met het automatisch vullen van dit punt met van alles buiten mezelf. Zoals dat in onze collectieve maatschappij gebruikelijk is en waar ik ook deel van ben. Het mooie van dit punt van leegte is dat als ik het kan ervaren, dat telkens weer blijkt dat ik in staat ben deze leegte te dragen. Dat als ik het aanvaard en op me neem, dit kruis, dat ik heel sterk mijn individualiteit kan ervaren. Dit ben ik. Hier begint mijn autonome, onafhankelijke, vrije ik. Ik voel me eenling en toch verbonden. Ik ben met mijn leegte.

Wat het probleem is volgens mij (en dit is een hypothese) dat ik uit een gezin kom, waarbij mijn ouders niet in staat waren om deze leegte als individu te dragen. Wat ik deed als kind is dat ik deze verantwoordelijkheid op me ben gaan nemen,  die ik soms nog als een loden last met me meedraag. Hier is mijn patroon ontstaan om de gaten van anderen te willen vullen, om eerst de vragen van anderen te willen beantwoorden voordat ik toekom aan de behoefte van mezelf.  Ik denk dat zo veel relaties in elkaar zitten. We dragen elkaars last en vergeten ons te richten op onze eigen leegte als ingang naar het ervaren van de bruiloft met ons innerlijk, onze essentie. Bij onze eigen individualiteit begint een gezond wij en niet andersom.

Soms is het nodig om hulp in te roepen van iemand, een psycholoog bijvoorbeeld, als we vastlopen in onze oude patronen. Een psycholoog kan helpen om op het punt te komen dat we onze eigen leegte kunnen dragen en daardoor onze vrije wil vergroten. Daarom is het zo belangrijk dat we de ruimte hebben om te kiezen voor de psycholoog die bij ons past. Een klik, het gevoel dat we ons gezien voelen, dat er werkelijk naar ons geluisterd wordt, is wezenlijk. Het is triest dat de politiek heeft besloten om juist de vrije keuze voor psychologen in de basisverzekering van de naturapolis vanaf 2016 te schrappen. Soms denk ik wel eens dat dit geen toeval is. Want juist de vrije wil is voor een systeem dat gericht is op zelfbehoud en een steeds grotere kloof veroorzaakt tussen rijk en arm, een grote bedreiging. Dan maar kiezen voor een restitutiepolis, die misschien wel iets duurder is, maar het wel mogelijk maakt om te kiezen voor de professionele, psychische hulpverlener die bij mij past.

Over de eierschaal en het kuiken

IMG_5926
Het blijft me bezig houden, de ontwikkeling van ons collectief, onze samenleving, gebaseerd op kapitalistische uitgangspunten. Na de aanslagen in New York in 2001 en de economische crisis van 2008, heeft het systeem een sterke neiging zich te verdichten, te verharden. Dit uit zich in een neo-liberaal gedachtengoed dat dogmatische trekken vertoont. Hierbij bouwen de sterken van het systeem een stevige muur om zich heen om te behouden wat zij hebben opgebouwd aan met name materieel bezit en worden de voorwaarden om dit bezit te delen met de zogenaamde zwakkeren verhoogd. Het individu of de ruimte voor het individu om te groeien wordt hierbij sterk ingeperkt. Kijk maar eens hoe met de gezondheidszorg wordt omgegaan. Aan de ene kant wordt de vrijheid om als klant te kiezen voor een arts, een specialist in een ziekenhuis of een andere hulpverlener zoals een psycholoog of psychiater op slinkse wijze om zeep geholpen. In het nieuwe zorgakkoord is artikel 13, dat over deze vrije keuze gaat, geschrapt. Niemand heeft het hier over, maar het is wel op zeer ondemocratische wijze uitonderhandeld door de verschillende politieke partijen. Uit onderzoek blijkt overigens dat de meeste mensen bereid zijn om iets meer verzekering te betalen, als deze vrije keuze blijft bestaan. Naar de mening van deze mensen wordt in deze fundamentele kwestie echter niet gevraagd! Aan de andere kant wordt binnen de door de ziektekostenverzekering betaalde zorg de privacy van klanten niet langer gewaarborgd. Sterker nog; de voorwaarde voor deze zorg is dat kwetsbare privacygegevens worden doorgegeven aan de ziektekostenverzekeraar waar door ondeskundige, administratieve medewerkers wordt besloten of een behandeling wel of niet vergoed gaat worden of nog een stap verder gaan bepalen hoe zo’n psychologische behandeling bijvoorbeeld eruit gaat zien. Hierbij wordt dus bovendien de opgebouwde deskundigheid van de professional rigoureus aan de kant geschoven.

Een week geleden was ik met de dagbestedingsgroep van Project Natuurlijk Werken op het eiland Tiengemeten. Het was een regenachtige dag, maar gelukkig konden we naar het Rien Poortvliet museum. Daar kwam ik het boek Tresoor tegen, wat het leven van een voorvader verbeeldt in het jaar 1566. Hoe anders zag het leven er toen uit! Het deed me beseffen dat er collectief toch een behoorlijke ontwikkeling heeft plaatsgevonden, alleen al op het gebied van de hygiëne, maar ook van de relatieve welvaart van het individu. Al is het natuurlijk de vraag of onze individuele welvaart betaalt wordt door de mensen, die in grote armoede in andere delen van de wereld leven. Ik denk echter dat we op geestelijk, op individueel gebied nog niet zoveel verder zijn. Mijn visie is dat het collectief ons gebracht heeft op de drempel van individuele groei, van de mogelijkheid tot individuele groei. En dat is ook precies het doel van een collectief systeem. Maar de stap verder, de individuele groei, dat kan vanuit het collectief niet gestuurd worden. Iedere boom groeit immers ook op een eigen wijze en vanuit eigen kracht. In die zin zou het collectief het individu moeten dienen en niet zoals waar het nu naar neigt dat het collectief zichzelf dient en er op uit is om zichzelf te behouden. Het collectief dient vrijwillig te sterven, zoals een eierschaal wordt doorgeprikt om een kuiken geboren te laten worden. Het zou toch vreemd zijn als een eierschaal bezig zou zijn zichzelf te behouden? Het collectief dient dienstbaar te zijn en niet heersend, beheersend, controlerend en het individu die het in wezen dient te zien als bedreigend. Wat dat betreft zitten we binnen het huidige systeem op een keerpunt. De grote vraag is of ons systeem in staat is om de wijsheid en het inzicht op te brengen om te begrijpen dat het zijn taak is om de groei, de geboorte van het individu te dienen of ontstaat er vanuit onwetendheid en zelfbehoud een tweedeling, die ertoe leidt dat groepen mensen zich tegen elkaar zullen afzetten, wat niet zonder geweld gepaard zal gaan. Wellicht zal dan op een wrede wijze het systeem ten onder gaan, zonder dat het de volgende stap van individuele groei zal kunnen ondersteunen en faciliteren.

Dit weekend was voor mij een mooie spiegel om het verschil te ervaren tussen het collectief en het individu. Gisterenavond was ik met mijn zoon Bo bij de voetbalwedstrijd Nederland-Ecuador. Ik dacht in mijn naïviteit gewoon naar een voetbalwedstrijd te gaan kijken, maar het was een heel evenement. Al op het station in Tilburg (we gingen met de trein) bleek dat er tientallen mensen in oranje gekleed ons vergezelden naar Amsterdam, waar de wedstrijd plaatsvond. Daar aangekomen bij de Arena was het op het plein een gekrioel van oranje en gele (de kleur van Ecuador) mensen, die overigens in goede sfeer samen kwamen. In het stadion zelf kwam de sfeermachine op gang. Een in een leeuwenpak geklede figuur, Dutchy, bracht het volk in feeststemming en scoorde voor de wedstrijd onder luid applaus het eerste doelpunt. Uit de luidsprekers klonken de nieuwe oranjehits als aanloop naar het komende WK in Brazilië. Jantje Smit werd zelfs live opgevoerd voor de samenzang met het 50.000 koppige publiek. Mensen zongen uit volle borst mee, het leek wel een eredienst, een ritueel met als hoogtepunt de wedstrijd zelf. Alhoewel, het  leek alsof de wave die door het stadion ging belangrijker was dan het volgen van de wedstrijd. De collectieve ervaring was het belangrijkst, het symbiotisch opgaan in een scherp geregistreerde, collectieve emotie. Tijdens de rust werd de fan van de wedstrijd gekozen door een camera die langs het publiek ging en waarvan sommigen de aandacht probeerden te trekken door steeds gekker te doen. Het geluid was soms zo hard, dat het aan de grens van mijn prikkelgevoeligheid kwam. Ik voelde mijn individualiteit zich in dit collectieve geweld ver terugtrekken in mijn bewustzijn. Na het eindsignaal trokken de duizenden mensen weer in groep naar de trein die volgepropt naar Utrecht vertrok. Daar werd een treinstel aangekoppeld, omdat het niet meer veilig was om zoveel mensen te vervoeren. Met een half uur vertraging reden Bo en ik daarna verder naar het Zuiden en kropen om half 2 ‘s nachts vermoeid in bed.

Een dag later ging Pluk&Plenty open, het winkeltje bij de moestuin van het dagbestedingsproject Natuurlijk Werken hier op landgoed Nieuwkerk. De rust van de natuur was weldadig. Druppelsgewijs kwamen de bezoekers aangefietst of gelopen, ze genoten van het kleine paradijsje. Een moeder met twee kinderen ging op het schapenkleed zitten in de schaduw van de kersenboom. Er werd koffie, thee, zelf gemaakte soep en brownies genuttigd. Daar waar ik de vorige avond mijn individuele ruimte voelde ingesnoerd, ervoer ik hier op deze mooie plek in de natuur ademruimte. Ik voelde mezelf opengaan en genoot. Ervoer mezelf, ervoer mezelf als individu en vanuit die ervaring voelde ik me verbonden met het geheel. Stel je toch eens voor dat Monsanto gelijk krijgt en het alleenrecht krijgt op industriële en gemanipuleerde zaden en het Pluk&Plenty wordt verboden om eigen groentes te kweken!

Een collectief is als een eierschaal, die de voorwaarden kan scheppen voor het kuiken om geboren te worden. De geboorte zelf en de groei van het kuiken tot een volwassen kip, daar heeft het collectief geen invloed op. Het dient op het leven zelf te vertrouwen die deze groei tot stand brengt. En het individu dient de ruimte, het vertrouwen te krijgen in deze groei. Het is het begin van een nieuwe fase dat leidt tot een nieuw collectief, in een andere, nog onbekende vorm aan onze controle voorbij. Zoals een rups op wonderlijke wijze transformeert tot een vlinder.

Dat individuele groei niet vanzelf gaat en gepaard gaat met lijden, daar gaan veel van mijn teksten over. Ook de afgelopen weken werd ik hiermee geconfronteerd. Ik merk dat ik in mijn ontwikkeling op die grens zit van het collectief versus individualiteit. Alsof het oude niet meer werkt, maar het nieuwe er nog niet helemaal is. Het gaat dan meestal zo dat ik me in mijn dagelijks leven te veel ga identificeren met de collectieve buitenwereld en het contact verlies met mezelf, met mijn individualiteit. Ik raak afgescheiden en door mijn gevoeligheid krijg ik daar last van. Ik ga me ellendig voelen, depressief, ik raak in nood zou je kunnen zeggen. En dat in nood raken, brengt me bij mijn bottelneck, mijn meest kwetsbare punt. Hulp vragen en toelaten is precies wat ik vroeger niet heb geleerd, omdat die hulp er voor mij emotioneel niet was. Ik ben gewoon verleerd hulp te vragen, zelfs hulp te voelen. Dit is de beurse, rotte plek in mijn appel en ik kan niet anders dan hier met mijn aandacht naar toe gaan, mijn aandacht naar binnen richten en het gevoel, het ellendige gevoel toelaten. Ik kan dan mijn blokkade voelen, het woordeloze gebied waar ik me onmachtig voel. Door bij dit punt stil te staan en de lef te hebben het te voelen, het toe te laten en vanbinnen om hulp te vragen, het antwoord te vragen op dit gevoel, wordt er een deur geopend naar een deel in mij waar die hulp wel aanwezig is. Een deel dat je mijn geestelijk deel, mijn essentie zou kunnen noemen, mijn contact met de onvoorwaardelijke liefde. Daar kan ik ervaren dat ik word geholpen, dat ik het niet alleen hoef te doen. Op dat punt wordt mijn focus omgedraaid van het naar buiten gericht zijn, de hulp van buiten verwachten, naar het ervaren dat die hulp er voor mij van binnen is. Dat ik nooit alleen geweest ben. Daar voel ik me heel, verbonden en ben ik emotioneel niet meer afhankelijk van de buitenwereld en kan ik vanuit mijn individualiteit op een gezonde manier hulp vragen aan iemand als dat nodig is. Het is vreemd om iets te ervaren, in mijn geval hulp, dat ik nooit ervaren heb. Iets wat me volkomen onbekend is. En het is vreemd dat ik dit juist ervaar op het punt waar ik dit het meest heb gemist. Dat mijn grootste tekort de ingang is voor dit ervaren van een grote overvloed (aan hulp).

Dat innerlijk contact met dat geestelijk gebied voelt als een relatie. Ik schreef hierover in mijn dagboek:

Je roept me, nodigt me uit om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Niet met een zoet gevooisde stem, maar met een rauwe kreet. Zoals zo vaak ben ik toch weer afgedwaald, ben ik naar buiten gericht geraakt en heb ik dat als uitgangspunt genomen. Herinneringen uit mijn verleden worden me aangereikt met de bijbehorende gevoelens van nood, twijfel aan mezelf, het niet meer weten, onmacht. Met mijn rug tegen de muur, kan ik niet anders dan met mijn aandacht naar binnen gaan. Hier wordt mijn bewustzijn ontwikkeld. Je zoekt me, vraagt mijn onverdeelde aandacht, niets minder ben je waard, ben ik waard. Je wilt een relatie met me, een liefdesrelatie. Je zoekt de verbinding met mijn diepste punt, dat ook mijn meest kwetsbare is. Ben niet bang, zeg je, terwijl mijn angst wel de ingang is om de buitenkant los te laten en alle valse overtuigingen die daaraan vastzitten. Beelden waarmee ik me vergelijk, die me minderwaardig doen voelen. Je leidt me naar dat diepste punt in mij en vraagt me om me over te geven. Dat is dan wel weer heel subtiel en liefdevol.

Welkom in deze menselijke bewustzijnsfabriek, waar mijn individuele bewustzijn wordt ontwikkeld. Waar mijn oude ik en om me heen de oude wereld wordt afgebroken en op de puinhopen ervan een nieuwe wereld herrijst. Een wereld met een geweten, een wereld met een hart, met humane waarden. Op deze manier wordt mijn individualiteit op de composthoop van het collectief met oude uitgangspunten geboren. Precies zoals ik de eierschillen, waar het kuikentje uit wordt geboren, op de composthoop gooi om als vruchtbare bodem te dienen voor nieuwe plantjes die in het voorjaar boven de aarde komen.

 

kerstgedachte 2013

IMG_4063Vanmorgen stond ik onder de douche en werd geraakt door de schoonheid en het wonder van mijn lichaam. Even was ik in het moment, was er bewustzijn, waarneming los van de vanzelfsprekendheid van alle dag. Ik werd geraakt in mijn hart, zoals ik ook geraakt kan worden na het vrijen met Gebi. Geraakt door de nabijheid, de intimiteit van het seksuele contact. Of door de liefde geraakt kan worden in mijn ochtend-meditatie, door de nabijheid van de liefde.

Toen ik als adolescent vastliep in mijn jonge leven in het  havenstadje Terneuzen aan de Westerschelde, werd ik geraakt door het verhaal van Jezus in het poëtische Johannes Evangelie. Ik vroeg om hulp en werd voor het eerst een moment geraakt door een liefde, die ik nog niet kende. Ik houd van je, om wie je bent. Het was de eerste keer dat ik begreep dat alles om liefde draait. Door een negatieve drugservaring kreeg ik last van hyperventilatie en werd een tijdje begeleid door een jonge psycholoog van de GGZ. Ik vroeg hem door mijn ervaring en inzicht over de liefde of hij van me hield. Zijn antwoord was dat hij alleen van zijn vrouw hield. Ik besloot dat hij me niet verder kon helpen en beëindigde deze begeleiding en ging verder op zoek.

Zoals de liefde mij heeft geraakt in mijn persoonlijke leven, zo heeft de liefde ook de aarde geraakt. Daar gaat voor mij kerstmis over. Als een meteoriet is hij ingeslagen en dit heeft zijn uitwerking niet gemist. Er is een proces op gang gekomen, een transformatie, waarbij alles hervormd wordt naar het voorbeeld van deze liefde, ook al lijkt dit onzichtbaar in de wereld van het nieuws op radio, televisie, op internet, in de krant.  Het zijn grote woorden, maar het is een universeel proces, een evolutie, waar de aarde en wij als mens onderdeel van zijn. Een belangrijk en wezenlijk onderdeel, ook al zijn we deze zin en betekenis die we als mens hebben, vergeten. Dat proces is in volle gang. In mij als individu, maar ook in het collectief van ons als mens. Het is alsof er een nieuwe mens geboren wordt en die wordt in eerste plaats geboren in mij. In ieder van ons als individu. Deze nieuwe mens bezit grote geestelijke vermogens, zoals de eerste mens, Jezus, dit heeft laten zien in zijn korte leven op aarde. Ik schreef daar al eerder over. Daar ligt voor mij onze verdere ontwikkeling. Niet in verdere technische ontwikkelingen, waar wij in onze samenleving vaak zo trots op zijn. Dat is slechts een ontwikkeling, hoe knap soms ook, op materieel niveau. Buiten onszelf, waar we ons afhankelijk van maken. Onze geestelijke ontwikkeling maakt ons daarentegen onafhankelijk. Alles wat wij buiten onszelf zoeken, is reeds in ons aanwezig. Vanuit onze neiging om voortdurend gericht te zijn naar buiten, naar het zichtbare en materiële, onderschatten we in hoge mate ons geestelijk vermogen dat als een zaadje in ons ligt te wachten om geboren te worden. Dat zaadje is ruim 2000 jaar geleden gepland en wat mij betreft is kerstmis een moment om daarbij stil te staan.

Hoe ziet dat proces er nu uit van dat geboren worden van dat zaadje van onze geestelijke vermogen als mens? Als ik eerlijk ben, ziet dat er niet uit zoals de prachtige, spirituele beelden, zoals die ons vaak worden aangereikt door tijdschriften zoals de Happinez of Flow. Hoe graag ik dat ook zou willen, mijn innerlijke weg van geboren worden, ziet er anders, ruiger uit en ik kan het niet mooier maken dan het is. Soms voel ik me verscheurd, ontheemd, omdat ik mijn diepste identiteit niet in de wereld vind, maar ook nog niet in het geestelijke. Ik bevind me dan van binnen in een soort van tussengebied, een niemandsland. Verloren, dolend, onveilig. Het lijkt dan alsof ik steeds weer bij een nieuwe bodem uitkom. Deze bodem voelt dan in eerste instantie als een kale vlakte die omgevormd mag worden tot vruchtbaar land. Die transformatie komt tot stand door op dat punt de liefde toe te laten. Door er het licht van mijn bewustzijn, van mijn aanwezigheid toe te laten. Dit is volgens mij een zeer belangrijk en wezenlijk punt. Dat ik in mijn lijden de liefde toelaat. Lijden plus liefde is groei.

Ik wil hier even bij stil staan. Vanuit praktijk Mens&Groei begeleid ik samen met Gebi mensen in hun groei. Hun beperkingen, handicap, hun lijden is vaak voor mij herkenbaar. Ik ben hierin zou je kunnen zeggen ervaringsdeskundig. Het is zoals mijn leraar Jan de Dreu van de Voorde altijd zei; je bent slechts een neuslengte voor. Soms als ik in mijn eigen lijden vastzit, met mijn rug tegen de muur, afgescheiden van de liefde, kom ik mijn overtuigingen tegen die me zeggen dat ik niet normaal ben, gestoord, niet in staat tot welke verantwoordelijkheid in de wereld dan ook. Ik zou zo naar een psychiater kunnen gaan, die me een diagnose geeft, zodat mijn menselijk lijden bestempeld wordt tot probleem, tot stoornis. Waarna ik een behandeling krijg voorgeschreven inclusief medicatie. Dat is de weg, de brede snelweg van het reguliere antwoord op ons menselijk lijden. Het onderdrukt het voelen, het ervaren. Zo anders is het smalle bospad van het toelaten van de liefde op dat punt dat ik kwetsbaar ben. De crack, de breuk in mijn persoonlijkheid, waardoor het licht van de liefde naar binnen kan schijnen en het lijden getransformeerd wordt tot groeikracht. Zoals Rumi, de soefi dichter en leraar,  schreef: in alles zit een barst, zo valt het licht naar binnen.

Het proces van telkens weer sterven aan mijn ego, aan mijn persoonlijkheid die met name gericht is op de buitenkant van het leven, zorgt ervoor dat de liefde in mij geboren wordt en er een hart in mij wordt gevormd. Dat proces is eenmaal in mij in gang gezet en is niet meer tegen te houden. Hoe moeilijk ik dat soms ook vind en ik weg wil van dat gevoel van lijden en afleiding zoek in de buitenwereld. Ik kan me er enkel aan overgeven. Dit proces vindt plaats onder de oppervlakte van mijn dagelijks leven en soms heb ik het zo druk, dat ik enkel ‘s nachts dat gevoel kan toelaten. Vaak in gevoelens van angst, mijn donkere engel, die mij met harde hand weer terugbrengt naar mijn binnenkant. Toch heeft dit proces zeker zijn weerslag op de gebeurtenissen in mijn dagelijkse leven. Plotseling, onverwacht en niet gecontroleerd steekt de liefde zijn kop op, laat zijn licht schijnen, in een ontmoeting bijvoorbeeld, om daarna weer onder de oppervlakte te verdwijnen.

Zoals ik de afgelopen jaren aan het zoeken ben naar de ultieme vorm om mijn talent aan te bieden aan de wereld, dacht ik deze week, dat dit misschien wel mijn belangrijkste taak is. Niet om nu zozeer iets groots en belangrijks neer te moeten zetten in de buitenwereld, maar dat mijn leven zich steeds meer verinnerlijkt. Zodat ik de liefde kan ontvangen in mij en ik instrument kan worden van deze liefde. Daar binnen, waar mijn persoonlijkheid mijn essentie, mijn ziel raakt, dat is wat ik noem mijn Jezus-punt. Het is het kwetsbare deel van mijn persoonlijkheid, mijn crack, mijn bottleneck, waar Jezus mij raakt. Waar mijn lijden wordt getransformeerd tot een levend hart. Die weg, dat spoor naar dat Jezus-punt, is soms bedolven, bedekt met stenen. Het is mijn innerlijk werk om die weg steeds weer schoon en vrij te maken, zodat dit kanaal open blijft. Die kolom van licht, dat soms in mij schijnt. Wit, levend licht. Misschien wel hetzelfde licht waarin Jezus verschijnt aan de emmausgangers, nadat hij is verrezen uit zijn graf. De cirkel is rond. Het zaadje dat met kerst werd geboren is met pasen uitgegroeid tot zijn meest volmaakte vorm.

Inspiratie

BOEKEN (in willekeurige volgorde)

  • De Alchemist (Paolo Coelho)
  • Een gesprekje met God (Neale Donald Walsch)
  • Het Oneindige Verhaal (Michael Ende)
  • Kruistocht in Spijkerbroek (Thea Beckman)
  • Arthur, koning voor eens en altijd (Terence H. White)
  • Meester van de Zwarte Molen (Olfried Preussler)
  • In de ban van de ring (Tolkien)
  • Demian (Herman Hesse)
  • Op zoek naar het Wonderbaarlijke (Ouspensky)
  • Een daad van Liefde (Maria Hillen)
  • Jezus de zoon des mensen (Kahlil Gibran)
  • Essentie (A.H. Almaas)
  • Het terug gevonden licht (Jacques Lusseyran)
  • Het verstoorde leven (Etty Hillesum)
  • Ontmoetingen met bijzondere mensen (Gurdjeff)
  • Herinneringen dromen gedachten (CG Jung)
  • De spirituele dimensie van het enneagram (Sandra Maitri)
  • De meesters van het verre oosten (Baird T. Spalding)
  • Bezieling en kwaliteit in organisaties (Daniel Ofman)
  • Geest & drift (Hanneke Korteweg-Frankhuisen)
  • Nag Hammadi-geschriften
  • Helen of delen (Hans Korteweg en Jaap Voigt)
  • Bijbel
  • De profeet (Kahlil Gibran)
  • Anastasia (Vladimir Megre)
  • Synchroniciteit (Joseph Jaworsky)
  • Presence (oa. Jaworsky)
  • Een nieuwe aarde (Eckhart Tolle)
  • Je kunt de wereld veranderen (Ervin Laszlo)
  • De laatste resten van het oude zonlicht (Thom Hartmann)
  • Het Veld ( Lynn McTaggart)
  • De helende reis (Brandon Bays)
  • Water weet het antwoord (Masaru Emoto)
  • Negen facetten van eenheid (A.H. Almaas)

 

FILMS

  • As it is in heaven
  • Fountain
  • The green mile
  • Billy Elliot
  • Finding Forrester
  • Les Choristes
  • Powder
  • Into the wild
  • Fly away home
  • Earth
  • Genesis
  • Seven Pounds
  • Patch Adams
  • Dead poets society
  • Fly away home
  • What the bleep do we know
  • Himalaya
  • Whalerider
  • Forrest Gump
  • Das leben der Anderen
  • Happy Feet
  • Departures
  • Avatar
  • Bagdad Cafe
  • Vier minuten
  • Invictus
  • Blind Side
  • Freedom Writers
  • Wall-e

 

MUSEA/Kunstenaars

  •  De Pont – Tilburg
  •  Bill Viola
  •  David Clearbout
  •  Hieronymus Bosch
  •  Howard Hodgkin

 

Huidige vorm

De rivier heeft een kader nodig om te kunnen stromen. De oevers, zo zou je het innerlijk werk kunnen beschouwen, waardoor de energie van het leven kan stromen. Je zou het ook kunnen zien als het opbouwen van je innerlijk vat, waar het geestelijke in kan dalen.
Hoe zien die oevers, de vorm van mijn innerlijk werk er op dit moment uit?

meditatie twee keer per dag
Iedere ochtend en avond ga ik 20 minuten op een vaste plek zitten in mijn huis en als het weer het toelaat, buiten in de grote bostuin onder een grote eik. Het is de basis van mijn dag. Ik beleef kleine eenheidservaringen, krijg kleine inzichten, vind mezelf terug, wordt geraakt. Het zijn allen druppels, die langzaam een grote plas vormen en wie weet op een gegeven moment voldoende zijn om mijn paradigma, mijn manier van kijken, werkelijk en definitief te veranderen. Sinds een jaar heb ik daar een derde moment aan toegevoegd, omdat ik me in de drukte van het dagelijks leven teveel liet meeslepen en mezelf verloor in het functionele. Tussen 17.00 en 18.00 uur ga ik 10 minuten (ik zet daarvoor een wekker) zitten op een stille plek en ga met mijn aandacht naar binnen. Eigenlijk als daad met de betekenis dat het geestelijke, noem het God, mijn essentie, het Hoger Bewustzijn, het belangrijkste voor me is. Ik ben beschikbaar.

schrijven in een dagboek

In 1987 ben ik begonnen met het schrijven in mijn dagboek. Onderwerp is dan niet zozeer de feitelijke omstandigheden of gebeurtenissen, maar wel wat ik daaraan ervaar en mijn ontwikkeling als mens. Zo had ik op een gegeven moment een meter dagboeken. Telkens als ik er een opensloeg, voelde ik me benauwd, alsof ik mezelf terugbracht in het verleden. Met oud en nieuw van 2009-2010 besloot ik een groot deel met een groot kampvuur te verbranden. Bijzonder wat er gebeurde. Ik ervoer de grote liefde die vrijkwam vanuit de intentie waarmee ik de boeken had geschreven. En ik begreep dat het mij gaat om het schrijven en niet om het resultaat dat ik steeds weer moet teruglezen. Door te schrijven bouw ik mijn bewustzijn op. Zoals de artikelen die ik op deze site schrijf.

het geven van de latifa-meditatie

Tijdens de programma’s die ik bij de Voorde heb gevolgd van 2000-2005 werd me de latifa-oefening aangereikt. Het is een oefening die ontwikkeld is door de initiatiefnemer van de Voorde en zijn wortels heeft in de soefi-traditie. De bekende soefi-leraar Almaas beschrijft uitgebreid in een van zijn boeken de latifa. Hij onderscheidt er vijf met verschillende kwaliteiten en verschillende kleuren. De latifa die ik zelf ken, behandelt 7 verschillende en essentiele kwaliteiten; aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil.

Al vele jaren geef ik iedere maandagochtend de latifa-oefening aan een klein groepje mensen, momenteel op de Verdieping, de plek waar mijn kantoor is gevestigd. Als je zin hebt om mee te doen, mail me.

jaarlijkse leervraag en octaaf
Sinds ik deelnam aan de verschillende programma’s van de Voorde leef ik een jaar met een leervraag. Voorbeelden van mij in de afgelopen jaren zijn; spelen, onderzoeken, overgave. Dit thema staat in een duidelijk tijdskader, in dit geval een jaar. Dit is belangrijk, omdat er dan een soort container ontstaat, waarbinnen transformatie plaats kan vinden. Je weet van tevoren nooit waar en hoe dit zal gebeuren. Maar er is zeker een opbrengst, die ik dan ook precies na een jaar vaststel. Het jaar zelf is ook weer in te delen in verschillende fases aan de hand van een octaaf. In een octaaf, net als op de piano, zijn een aantal schokmomenten. Daar waar op de piano de zwarte toetsen ontbreken (tussen de mi en de fa en op het einde tussen de si en de do). Deze vragen extra inspanning of aandacht. Iedere periode duurt in het geval van een jaarperiode twee maanden, behalve de schokmomenten, die duren een maand.

het hebben van een leraar
Misschien heb ik lang gedacht dat ik mijn innerlijk proces wel alleen kon gaan, maar dat is een misverstand. Het hebben van een levende leraar is een belangrijk gegeven in het volgen van mijn geestelijke ontwikkeling. De eerste leraar die ik had was een Benedictijnse pater in Oosterhout; Frans Visser. Het was een voor zijn achtergrond ruimdenkende man en ik heb veel van hem geleerd. Ik ging regelmatig in zijn klooster op retraite. Ik kreeg ook in dit klooster door de bisschop van Breda het vormsel toegediend. Ik was toen 25 jaar oud.

Bijna 10 jaar later leerde ik mijn huidige vrouw kennen Gebi Rodenburg en zij werkte toen op de Voorde. Ik ben toen een aantal programma’s gaan volgen en daar beschouwde ik Jan de Dreu als mijn belangrijkste leraar.

Nadat ik de Voorde los had gelaten, leerde ik via Klooster Nieuwkerk Maria Hillen kennen. Haar spiritualiteit is geworteld in de Christelijke gnosis, maar verbindt deze met de andere religieuze stromingen.

Dit najaar heb ik een training gevolgd bij de Innerlijke Lijn, een organisatie waar ook Gebi mijn vrouw mee verbonden is. Het gedachtengoed van de Innerlijke Lijn vormt een kader, dat me helpt in mijn geestelijke groei. Na het overlijden van de initiatiefneemster van de Innerlijke Lijn, Nel van Beek, viel de Innerlijke Lijn als stichting uit elkaar. Een van de leraressen, Marleine Driessen, is nu een belangrijke lerares, die ik iedere 4 tot 6 weken raadpleeg.

eucharistie
Sinds het begin van mijn geestelijke ontwikkeling is Jezus een belangrijk voorbeeld voor mij. Ik word door hem geraakt, het is een levend voorbeeld. Kahlil Gibran heeft bijvoorbeeld een prachtig boek over Jezus geschreven (Jezus, de zoon des mensen), maar ook de Nag Hammadi-geschriften (waaronder het Thomas-evangelie) zijn voor mij een levende bron. Zo is dat ook de eucharistie voor mij. Ik kan daar echt een ervaring hebben, een geraakt zijn, het terugkomen bij mezelf etc. Af en toe ga ik naar een kleine kapel in de binnenstad van Tilburg, waar dagelijks om 12 uur een eucharistie wordt gevierd. Het is zeer traditioneel en het gaat mij niet zozeer om het kerkelijke ritueel als wel om de intieme ervaring van nabijheid die ik daar kan hebben.

therapeutische hulp als het nodig is
Sinds een aantal jaren heb ik Dorle Lommatzsch leren kennen. Zij is een alternatieve therapeute/astrologe. Als ik vastzit in mezelf, in mijn oude patronen, ga ik vaak naar haar toe. In een sessie is ze precies de goede aanwezigheid voor mij dat het weer gaat stromen. Ik krijg dan weer contact met mijn geestelijk deel en het is vanuit die ontmoeting dat er weer uitzicht komt, hoop, licht. Vaak in beelden, die ik dan later teken en bij mijn meditatieplek leg als herinnering. Margan Arens is wat dat betreft voor mij ook een belangrijke spiritueel therapeute. Ik heb bij haar de helende reis van Brandon Bays gedaan, een bijzondere ervaring.

mijn heilige plek
In het voorjaar van 2010 werd ik in een periode van niet weten en wanhoop, sterk getrokken naar het bos rond het huis waar wij wonen op Landgoed Nieuwkerk. Toen ik al wandelend bij een bepaalde plek aankwam, wist ik dat dit een belangrijke plek voor mij was. Een plek waar ik alleen kon zijn met mezelf, een plek waar ik vrij van de bezetting vanuit mijn dagelijks leven, mezelf kon ervaren. Een heilige plek ook, omdat hier de mogelijkheid aanwezig is om contact te maken met het geestelijke, God, hoe je dat ook benoemt. Stilte, Aanwezigheid.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com