2019

Leonardo da Vinci als verborgen voorvechter van het vrouwelijke in onze patriarchale maatschappij

We nemen over het algemeen de werkelijkheid waar vanuit beelden die we van deze werkelijkheid hebben. Die beelden beschouwen we eigenlijk als zijnde de werkelijkheid, het is de bril waarmee we naar de werkelijkheid kijken. Zo zijn er individuele beelden van de werkelijkheid, maar ook collectieve beelden van de werkelijkheid. Maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook de culturele context waarin we leven bepaalt in belangrijke mate welke beelden we hebben over de werkelijkheid. De werkelijkheid zelf in al zijn grootsheid, schoonheid, maar ook verschrikkelijkheid waarnemen, dat is voor de meeste mensen bijna onmogelijk. Het is al heel wat als je van deze werkelijkheid een glimp kunt opvangen.

Dit jaar ben ik gegrepen door Leonardo da Vinci, die toevallig of niet ook nog eens 500 jaar geleden gestorven is. Ik had het verlangen om me in deze bijzondere kunstenaar te verdiepen en automatisch kom je dan uit bij een van zijn beroemdste kunstwerken het Laatste Avondmaal. Daar is natuurlijk heel veel over geschreven en door het boek van Dan Brown, de Da Vinci Code, dat daarna ook nog eens is verfilmd, is dit schilderij ook in deze tijd behoorlijk bekend geworden. Met name rond het thema van de Johannes figuur op dit schilderij. Het mag bekend zijn, het schilderij van Da Vinci gaat over het moment dat Jezus aan zijn leerlingen vertelt dat hij door een van de leerlingen hier aan tafel zal worden verraden. Op zich is het schilderij al beeld doorbrekend, want normaal werd in die tijd het Laatste Avondmaal uitgebeeld met Jezus en zijn leerlingen netjes op een rijtje, stijf, met rond ieder hoofd een aureool zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Da Vinci echter schildert een menselijk tafereel aan de lange tafel, waarbij er een zeer levendige en menselijke reactie wordt verbeeld op de woorden die Jezus net heeft uitgesproken.

De kern echter van het schilderij is de figuur Johannes. En dat is boeiend. Over het algemeen is er geen discussie over dat dit Johannes is, de lievelingsleerling van Jezus, die naast hem aan tafel zit. Maar als je goed kijkt, je hoeft eigenlijk niet zo heel goed te kijken, is het duidelijk dat deze Johannes wel heel vrouwelijk is afgebeeld. Er wordt gezegd, ja, deze Johannes was een heel verfijnde, vrouwelijke man. Als we dit schilderij in de tijd plaatsen van de late Middeleeuwen en dan ook nog in het kader van de Katholieke Kerk, dan is het helder dat de vrouw hier geen rol, geen plaats in had. De vrouw was ondergeschikt aan de man. Dit was overigens ook in de tijd van Jezus in de Joodse cultuur waarin hij leefde. De vrouw had een ondergeschikte, minderwaardige rol ten opzichte van de man. Hier zien we hoe de beeldvorming van de maatschappij en de cultuur collectieve beelden vormt over de werkelijkheid. Die beelden worden de werkelijkheid en we geloven collectief dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, minderwaardig is aan de man. Beelden die heden ten dage nog steeds een rol spelen.

Da Vinci schilderde het Laatste Avondmaal op een muur van een refter in een klooster in Italië. Het probleem was dat door de muur, maar ook door de verf die Da Vinci gebruikte, het kunstwerk al heel snel in verval raakte en ook al is het paar keer gerestaureerd, het beeld zoals dat nu aanwezig is, is ver verwijderd van het prachtige origineel, dat in die tijd een hele grote indruk maakte op iedereen. Nu wil het feit dat al heel snel door leerlingen van Da Vinci en naar alle waarschijnlijkheid ook een klein deel door de meester zelf een duplicaat op doek is geschilderd. En dat doek is meegenomen naar de Abdij van Tongerlo in België, hier een uur rijden vandaan. Dit doek van het Laatste Avondmaal is niet verweerd en afgebladderd, maar in al zijn schoonheid te bewonderen. Voor mij was deze vakantie de uitgelezen mogelijkheid om naar deze Abdij toe te gaan en het doek te gaan bekijken. Er is een mooie, grote kapel omheen gebouwd, het doek is levensecht 8 bij 4 meter. Ik zat daar met ongeveer 10 oudere mensen te luisteren naar het verhaal van het schilderij en hoe het doek naar de Abdij is verhuisd. Kraakhelder is het tafereel te zien en nog duidelijker is te zien hoe vrouwelijk deze persoon van Johannes is weergegeven. Later liepen we met dit groepje naar een klein kapelletje waar verschillende details van het schilderij zijn uitvergroot. De oudere mensen waren met elkaar in gesprek en ik dacht, zal ik iets zeggen over deze figuur Johannes? Het was even stil en ik zei, goh, die Johannes, die is wel heel vrouwelijk. Een van de vrouwen achter me, knikte instemmend. Inderdaad, zei ze. Kent u het verhaal, zei ik, dat die Johannes misschien wel Maria Magdalena zou kunnen zijn. Ik zag ze schrikken, dat was voor de beeldvorming dan toch weer een brug te ver. Een andere vrouw zei: ja, maar dat zijn geruchten. En er zijn zoveel geruchten. Zaak afgedaan. Het is wel een heel mooi schilderij, zei ik nog en liep naar buiten.

Wij kennen collectief het verhaal van de Bijbel over Jezus. Daarin speelt Maria Magdalena een ondergeschikte rol, zoals dat voor vrouwen in die tijd en cultuur gebruikelijk is. Dat beeld van Maria Magdalena is nog steeds dominant, ook in onze tijd. Door nieuwe geschriften die gevonden zijn, met name de Nag Hammadi geschriften, wordt duidelijk dat de rol van Maria Magdalena helemaal niet zo ondergeschikt was als in het oude beeld wordt geschetst. De werkelijkheid is naar alle waarschijnlijkheid heel anders. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Maria Magdalena een gelijkwaardige rol naast Jezus had, niet alleen als (zijn!) vrouw, maar ook als spiritueel, vrouwelijke leraar. Tegelijkertijd met de sterke en niet meer te onderdrukken beweging in deze tijd, die de vrouw gelijkwaardig stelt aan de man, verschijnt ook hier een andere werkelijkheid in het verhaal rond Jezus, waarin Maria Magdalena dus een hele belangrijke rol speelde, die gelijkwaardig was aan die van Jezus, met name in de tijd nadat Jezus is gestorven.

Stel dat Da Vinci iets wist van deze kennis, deze kennis die wellicht op een verborgen manier is doorgegeven tegen de dominante, patriarchale beelden van Katholieke Kerk in, dan heeft hij dit op een magnifieke manier weergegeven in dit schilderij van het Laatste Avondmaal. Niet door bv. naast de 12 leerlingen ook nog Maria Magdalena af te beelden, nee door juist in plaats van Johannes Maria Magdalena af te beelden. Wie oren heeft om te horen, die hore, zei Jezus al. De werkelijkheid is een verborgen werkelijkheid voor mensen die het willen zien. Door Maria Magdalena de plek te geven die zij daadwerkelijk had en die zij verdient, krijgt ook de vrouwelijkheid een plek in onze samenleving, onze hedendaagse samenleving die het verdient.

Ga maar na, ik kan het niet anders zien, onze geschiedenis zoals wij die leren op school (over beeldvorming gesproken), gaat met name over de geschiedenis van de macht, de mannelijke macht die afgescheiden is van het vrouwelijke. Deze mannelijkheid die afgescheiden is van het vrouwelijke, die het vrouwelijke minacht, kleineert, onderdrukt, denkt dat het deze macht nodig heeft om te overleven. En dat is nog steeds het dominante beeld waar we onze huidige tijd naar streven en voor applaudisseren. Dat is ons beeld van succes. Daar wordt geld mee verdient. Het is deze afgescheiden mannelijkheid of die nu wordt uitgevoerd door wit, door zwart, door anders gekleurd, door man of door vrouw, die de aarde uitput en zorgt voor een klimaat crisis, die ons dwingt tot verandering. Een verandering die alleen zoden aan de dijk zet als we het vrouwelijke op de eerste plaats in onszelf toelaten en omarmen. De kracht van kwetsbaarheid. De liefde voor de natuur, de liefde voor de aarde. De liefde voor ons lichaam. De liefde en acceptatie van onszelf zoals we zijn. De kracht van overgave ook. Niet van controle en beheersing. Dat is de afgescheiden mannelijke macht. Verbinding met het vrouwelijke, dat is wat nodig is. En dat wist Leonardo Da Vinci 5 eeuwen geleden al en maakt zijn schilderij het Laatste Avondmaal een icoon voor deze tijd!

de gelijkwaardigheid van materie en geest


Het is alweer een tijd geleden dat er een reunie plaatsvond van mijn middelbare school in Terneuzen. In mijn tijd Petrus Hondius geheten, nu de Rede. Ik ontmoette op die reunie een oude vriendin, die me vertelde dat ik vroeger altijd bezig was met het zoeken naar de zin van het leven. En ze zei daar met een licht verwijtende toon achteraan; en dat doe je nu nog steeds! Heb je dat antwoord nu nog steeds niet gevonden? Word volwassen! Ik hoorde het haar denken, terwijl ze de zoveelste sigaret opstak en nipte aan haar volgende volgeschonken glas wijn. Hoe kun je daar als mens nu niet mee bezig zijn, vroeg ik me af.

Iedere week geef ik, zoals jullie ondertussen wel weten, voor een groepje mensen de latifa-meditatie en ik merk dat in deze latifa alles aanwezig is wat voor mij belangrijk is voor mijn huidige antwoord op de zin van het leven. Een antwoord dat niet statisch is, maar zich steeds weer opnieuw laat ontdekken. De latifa heeft met het benoemen van de essentiële, menselijke kwaliteiten (aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil) en de visualisatie van de groeiende plant alles met groei te maken. Menselijke groei. Dat betekent eigenlijk en dat heeft voor mij met de zin van het leven te maken, dat bewustzijn groeit. En bewustzijn groeit in ons mensen.

In ons huidige, collectieve bewustzijn zien wij materie als het uitgangspunt voor alles dat leeft. Dat is de visie waar wij sinds Darwin in geloven. Vanuit dat uitgangspunt vinden we ook dat bewustzijn begint bij de mens. Eerst was er de mens, die was dom, onbewust, onbeschaafd en toen kwam de tijd van de Verlichting, die ons uit het moeras van de achterlijke middeleeuwen trok. Descartes die zei; ik denk dus ik ben. En met dat denken, kwam er bewustzijn. Ik vind dat een materieel uitgangspunt. Bewustzijn gekoppeld aan het lichaam, dat er eerst was. Dat is voor mij zo mooi en baanbrekend aan het onderzoek van Pim van Lommel naar bijna dood ervaringen, dat mensen die fysiek dood worden verklaard, nog steeds een bewustzijn hebben, een ervaring hebben en daar later over kunnen vertellen. Nu wordt dit onderzoek van Van Lommel bekritiseerd door andere wetenschappers die zeggen, ja, die mensen waren helemaal niet klinisch dood, die van Lommel heeft de boel belazerd. Dat lijkt dan een wetenschappelijk antwoord, maar voor mij is het veel meer het hardnekkig vasthouden aan het hedendaagse geloof dat materie het begin en uitgangspunt is en dat er zonder lichaam geen bewustzijn kan zijn. Het is echt een grote verschuiving in denken als je inziet, begrijpt dat er eerst bewustzijn is en daarna pas materie, daarna pas wij als mens. Dus dat bewustzijn ons geschapen heeft, dat bewustzijn jou en mij geschapen heeft en niet andersom! Dat vind ik een heel boeiend uitgangspunt, dat me diep van binnen raakt.

Want als we uit bewustzijn zijn geboren dan is dat bewustzijn dus ouder dan ik, is dat bewustzijn er eerder dan ik. En zal er ook nog zijn als ik, de ik gekoppeld aan mijn lichaam, er niet meer is. En dan zou je zelfs kunnen zeggen dat hetzelfde bewustzijn dat in mij aanwezig is en dat mij nu raakt, dat dat hetzelfde bewustzijn is dat de zon geschapen heeft en de aarde geschapen heeft. Alles dat ik zie, al het onzichtbare en zichtbare, alles dat leeft geschapen heeft. En als ik dan ook nog de moed heb om tegen dat bewustzijn ik te zeggen, dan wordt binnen buiten en voel ik me werkelijk deel van een groter geheel. En dat is precies het punt dat mij van binnen diep raakt. Het is het gevoel, de ervaring dat ik in God ben, omdat alles wat leeft inclusief ikzelf uit diezelfde bron komt. Een tijd terug maakte ik een tekening die deze ervaring goed uitbeeldt. Het was het beeld van het heelal met sterren en planeten en in het midden de Aarde. In plaats van dat de natuur zich aan de oppervlakte bevond van onze planeet, tekende ik bomen, bergen en zeeën aan de binnenkant. Met in het midden van deze binnenste buitengekeerde Aarde een grote zon. De mens tekende ik al lopend door de natuur als een derwisjdanser die hemel en aarde verbindt. Later maakte ik van die tekening een tablet van klei, dat boven dit artikel is afgebeeld.

Nog even terug naar Descartes, ik denk dus ik ben. Naast Darwin is Descartes een van de pijlers van ons materialistisch geloof zou je kunnen zeggen. Het geloof dat er eerst materie is en dan pas bewustzijn. Wat ik van Gurdjeff, de Armeense filosoof en mysticus, geleerd heb is dat het denken een van de menselijke centra is, naast het lichaamscentrum en het gevoelscentrum. Ook sexualiteit zag hij als een centrum. Deze centra kunnen worden aangestuurd door een bepaald bewustzijn. Het is daarbij, volgens Gurdjeff, dus de vraag of dit denken wordt aangestuurd door een lager, beperkt bewustzijn, waar bv. het ego centraal staat of door een ander, ruimer bewustzijn, dat ‘denkt’ vanuit eenheid, dat alles een is. Dan ziet ons denken er heel anders uit, verfijnder, sneller, minder grof. Het bewustzijn is dus hierin bepalend, niet het denken, zoals Descartes beweert. Denken is net zoals fysiek handelen of voelen een uitdrukking van iets (bewustzijn), niet iets dat stuurt, zoals wij vaak geloven.

Heb ik al verteld over die prachtige droom die ik een tijdje geleden had? Ik kom op een grote, witte sneeuwvlakte terecht. Die is ontzettend glad. Ik begin te glijden en ga steeds harder. Ik probeer de ijsvloer te ontwijken door naar de rand te gaan, waar het dunner is, maar ik glijd verder en kom dan bij een afgrond. Ik val naar beneden, maar ipv. dat ik bang ben, geef ik me van binnen over. Het geeft een heerlijk gevoel. En op het moment dat ik me vanbinnen overgeef, blijkt dat ik kan vliegen. En val ik niet meer. Voor mij is dit een mooi voorbeeld van de verschuiving van materieel bewustzijn, waar ik bang ben om te vallen naar geestelijk bewustzijn als uitgangspunt, waar dus blijkt dat als ik me hieraan overgeef, ik kan vliegen! Een transformatie van bewustzijn zoals de transformatie van een rups naar vlinder!

Tot slot is het hierbij belangrijk om op te merken dat voor mij geest, bewustzijn, het onzichtbare gelijkwaardig is aan de materie, aan het zichtbare. Al eeuwenlang is er die strijd tussen geest en materie gaande, waarbij eerst de geest boven de materie stond (kerk) en nu, als antwoord daarop, de materie boven de geest, het zichtbare boven het onzichtbare. De kunst is om geest en materie aan elkaar gelijkwaardig te beschouwen. Absoluut gelijkwaardig. Omdat het een het gevolg is van het ander, de materie als uitdrukking van de geest, van bewustzijn.

de levende werkelijkheid

Misschien komt het door het voorjaar, maar al een aantal dagen als ik mijn ochtendoefening doe buiten in de tuin, word ik vanbinnen geraakt door de overweldigende ervaring van de natuur. De warmte van de zon, de wind die zachtjes mijn huid streelt en het zingen van de vele vogels hier in het bos. Het voelt alsof ik deel ben van een werkelijkheid die gevuld is met liefde. Alsof ik vanuit mijn eigen kern, de kern ervaar van de natuur om mij heen. En die kern, die je ook ziel zou kunnen noemen, bestaat uit liefde. In een glimp kan ik daar iets van ervaren. Het is een inzicht, een ontdekking, die me raakt, die me ontroert.

Stel je maar eens voor, dat alles om je heen ontstaan is uit liefde, ontstaat uit liefde, een schepping is uit liefde, geschapen wordt vanuit liefde. Inclusief jij zelf. Als je dat kunt ervaren, is er sprake van een levende werkelijkheid, waar wij allen deel van zijn. Het punt is alleen dat wij dat niet altijd kunnen ervaren, sterker nog, die levende werkelijkheid ervaren is een zeldzaamheid. Een zeldzaam moment, zoals je ‘s morgens bij het wakker worden vaak maar even je droom herinnert en daarna vergeten bent.

Het probleem is namelijk dat wij een muur hebben geplaatst tussen onszelf en deze levende werkelijkheid. Een afscheiding, die ons isoleert, eenzaam doet voelen. Alsof we alleen op de wereld zijn. Deze muur is het gevolg van de pijn die ieder in zijn leven ervaart, heeft ervaren. Pijn die we niet hebben kunnen verwerken en als een wond is gestold, hard is geworden, een muur is geworden om ons nog verder te beschermen tegen nog meer pijn. Binnen deze muur die we hebben gebouwd, hebben we als mens onze eigen wereld geschapen. Een kunstmatige wereld. En het verdrietige is dat wij meer geloof zijn gaan hechten aan deze kunstmatige wereld dan aan de levende werkelijkheid waaruit we zijn geboren. De kunstmatige wereld is onze basis en ons doel geworden. Het is de wereld van de stad, van de technologische vooruitgang, van de steeds grovere prikkels die we nodig hebben om ons ‘levend’ te voelen. Het is de wereld van de kunstmatige volmaaktheid, de botox, de nepwimpers, nep wenkbrauwen die er bij iedereen hetzelfde uitzien. De wereld van instagram, van de foto’s op verre stranden met ondergaande zonnen en de perfect uitziende, jonge lichamen. Ik wel, jij niet. De wereld van het systeem, de ratio, de harde ratio, de vierkante wereld van meten is weten, de wereld van punten, van cijfers, contrôle, beheersing, overheersing, macht zonder genade. Wij geloven zozeer in deze kunstmatige wereld als uitgangspunt en doel van ons als mens, dat wij zijn vergeten wat onze werkelijke oorsprong en doel is. Namelijk liefde. De aarde is een liefdesplaneet.

De vreemde eend in de bijt, die zich uiteindelijk niet helemaal kan aanpassen aan de regels van het systeem, van de kunstmatige mensenwereld. De mens die last heeft van een gevoel van heimwee, een ondefinieerbaar gevoel van heimwee. Die geraakt wordt door iets, door iemand, die al is het maar een moment, een glimp opvangt van een wereld die achter de zichtbare wereld aanwezig is. Schoonheid. Die geraakt wordt en zich omkeert en met horten en stoten, vallen en opstaan, de weg teruggaat naar het hart. De weg van het bospad, niet van de snelweg. De weg van het individu, niet van het systeem. Die mensen zijn er, die deze weg gaan. Gesteund door andere mensen, die deze weg misschien al iets langer gaan. Voor deze mensen wordt het duidelijk dat de muur, de afscheiding niet het laatste woord heeft, maar onderdeel uitmaakt van het geheel. Er is voor een reden. Er juist is om de kracht te ontwikkelen om die weg terug te gaan. Terug naar het hart, naar de oorsprong, naar de liefde. Naar de kern. De kern die in al het levende aanwezig is, waarmee ik verbonden ben. Me heel af en toe verbonden voel. Schrikbarend is het besef, ik kan er maar heel voorzichtig aan wennen, dat als ik deel ben van die kern, dat als ik die kern ben, dat mijn diepste identiteit die kern is. Dat ik niet alleen geschapen ben, maar ook schepper. Dat mijn diepste essentie dus Goddelijk is. Dat besef. Het is een grote stap van God buiten mezelf naar God in mezelf. Dat geeft een heel ander gevoel van ‘ik’ dan de ik van de kunstmatige wereld, het ego. Het geeft een heel apart gevoel van ik, een verbonden ik, maar wel ik. Een ik die in mij huist, de ik van mijn ziel. De ziel die langzaam in mij geboren wordt met het bewustzijn dat daarbij hoort. Pas als ik dat ten volle besef, kan ik ook de verantwoordelijkheid nemen die daarbij past. Kan ik de volle verantwoordelijkheid nemen voor mijn leven hier op aarde, de waarde, de gigantische waarde van mijn leven hier op aarde. En de verantwoordelijkheid nemen voor diezelfde aarde. Zo groeit mijn verantwoordelijkheid, zo groeit mijn bewustzijn van wie ik in essentie werkelijk ben. Geen kracht zonder kwetsbaarheid. Vloeibaar. Levend.

Over de mens, de rups en de vlinder

De mensenwereld van vandaag staat voor grote vraagstukken. De kloof tussen arm en rijk. De klimaatverandering. Schaarste van bijvoorbeeld fossiele brandstoffen, maar ook tekort aan (drink)water en voedsel. We zoeken met z’n allen oplossingen, zonder wat mij betreft werkelijk stil te staan bij wat nu de oorzaak is van deze grote vraagstukken. Anders gezegd; we proberen oplossingen aan te dragen vanuit hetzelfde kader dat deze problemen veroorzaakt. Om te verduidelijken wat ik bedoel, gebruik ik het beeld van de rups en de vlinder. Dat kader van waaruit de problemen zijn ontstaan, zou je ons rupsenbewustzijn kunnen noemen. Wij zitten met z’n allen gevangen in dit rupsenbewustzijn. En met gevangen bedoel ik dat we ons zozeer met dit bewustzijn identificeren dat we zijn vergeten dat de rups in potentie het in zich heeft om een vlinder te worden, het doel heeft om een vlinder te worden. Daarmee denken we dat wij als mens vanuit dat ‘rupsenbewustzijn’ af zijn, klaar zijn. Terwijl we in feite maar 10% van ons vermogen gebruiken. De andere 90% die in de vlinder aanwezig is, gebruiken we gewoon niet. Denk maar aan de film Lucy van Luc Besson. Wij denken dat die 10% onze 100% is. Een illusie dus eigenlijk. Je zou kunnen zeggen dat het feit van het vergeten zijn van onze potentie als vlinder, een gat in ons slaat. En dat gat, dat onbewust aanwezig is, proberen we te compenseren met fysieke, materiële hulpmiddelen. Dat wat wij niet kunnen, denken we, moeten deze uitvindingen voor ons doen, robotica, kunstmatige intelligentie. Als een soort rollator, waar we afhankelijk van zijn om te kunnen lopen. Vanuit ons rupsenbewustzijn, om het dus maar even zo te noemen, ligt daar onze ontwikkeling in de toekomst. De computer gaat ons leven overnemen, terwijl onze waarachtige potentie verborgen blijft als een schat die wacht om opgegraven te worden. In de materie zien we onze groei en niet in de potentie van de vlinder.

Een belangrijke reden dat we als mens maar niet willen loskomen van dat rupsenbewustzijn is het feit dat we niet willen veranderen. Preciezer gesteld; we willen niets veranderen aan de machtsverhoudingen zoals die binnen dit bewustzijn zijn ontstaan. Dit noemde ik al eerder, het vergeten van onze potentie als denkbeeldige vlinder, schept een gat, een tekort zou je kunnen zeggen. En dat tekort is precies de basis van onze machtsverhoudingen. Kijk maar naar de definitie van onze (kapitalistische) economie, die gaat uit van schaarste, van tekort. Van een werkelijkheid gebaseerd op tekort. Dat is de werkelijkheid van de rups die vergeten is dat hij in potentie een vlinder is. En door uit te gaan van een tekort, scheppen we ook een tekort. En dat zie je in de mensenwereld van vandaag en de grote problemen die er zijn. Op verschillende gebieden lopen de tekorten gigantisch op. Er is niet genoeg voor iedereen, zeggen we dan, terwijl 20% van de mensen 80% van de goederen in handen heeft. Een groot aantal mensen ontleedt macht aan dit rupsenbewustzijn. En wil dit niet loslaten, wil dit ten koste van alles zo houden. Het ene deel van de mensen zijn de winnaars, het andere deel van de mensen zijn de verliezers. Dat is onlosmakelijk onderdeel van dit bewustzijn. Als je zou kunnen spreken van een vlinderbewustzijn, daarin is dit verschil tussen winnaars en verliezers onmogelijk. Omdat het vlinderbewustzijn uitgaat van eenheid tussen alle mensen. Daarin is de ander niet afgescheiden van jou (zoals dat is in het rupsenbewustzijn), maar is het uitgangspunt; de ander dat ben jij. Dat bedoelt Jezus met zijn uitspraak; behandel de ander zoals jij behandeld zou willen worden. Je kunt vanuit het vlinderbewustzijn dus nooit iets doen wat ten koste gaat van de ander. Want dat gaat uiteindelijk ook ten koste van jezelf.

In het rupsenbewustzijn leef je vanuit een geïsoleerd zelfgevoel. Ik sta los van de wereld, ik sta los van de ander en ik moet in deze wereld overleven. Als er dan winnaars en verliezers zijn, zal ik er alles aan doen om aan de goede kant van de streep te staan ten koste van de ander. Die anderen zijn in onze ogen de losers in onze wereld; de vluchtelingen, de uitkeringsgerechtigden, de zwarte mensen in de Verenigde Staten. Zij zijn tweederangs burgers die geen recht hebben op wat ik wel heb, wat ik wel bezit. En ik probeer met alle macht dat wat ik heb te verdedigen tegenover deze losers, desnoods met een muur. Wij vinden dat wij recht hebben op wat wij bezitten en eigenlijk vinden we dat we recht hebben op meer (heel onze economie is gericht op nog meer winst en groei). Ongelijkheid en ongelijkwaardigheid is absoluut onderdeel van het rupsenbewustzijn en dient ook gehandhaafd te blijven. Denk nu overigens niet dat het rupsenbewustzijn minder of slechter is dan het vlinderbewustzijn. Een vlinder heeft ook geen oordeel over de rups, hij komt daar immers uit voort! Zo wordt dus ook ons vlinderbewustzijn uit het rupsenbewustzijn geboren.

Het goede nieuws is dat we kunnen ontsnappen uit ons wat ik dan even noem rupsenbewustzijn, dat de oorzaak is van de grote problemen waar we mee te kampen hebben. Namelijk door contact te maken met die vlinder, de potentie van de vlinder die in ieder van ons aanwezig is. De potentie dus van die andere 90% die in ons zit. Hoe maken wij dan contact met die vlinder, met die potentie? Niet door steeds maar weer gericht te zijn naar buiten, naar het zoeken naar materiële oplossingen. Maar juist door met onze aandacht naar binnen te gaan. Daar zit onze parel, onze schat, ook al zijn we die vergeten. Dat gaat niet vanzelf, sterker nog, naar binnen gaan is kwetsbaar. En zolang we in onze overlevingsmodus zitten waarin we niet kwetsbaar en zwak mogen zijn, geen fouten mogen maken bijvoorbeeld, zullen we die stap om naar binnen te gaan niet maken. Vaak is daar dus een crisis voor nodig, het verliezen van ons werk, een dierbare, als we ziek worden. Burnout raken. Er komt een moment dat we met onze rug tegen de muur gedwongen worden om met onze aandacht naar binnen te gaan. Dan ontstaat er als het ware een breuk, een crack in ons rupsenbewustzijn en kan er door die scheur licht naar binnen schijnen. Door dat licht kan dan onze potentie, de vlinder die in ons aanwezig is, zichtbaar worden. Dan herinneren we ons weer; hé, ik ben een vlinder. Dat is wie ik ben! Mijn leven houdt niet op met het rups zijn. Ik hoef mijn leven niet langer vorm te geven vanuit die 10%. Dat is wat Rumi, de grote soefidichter, bedoelde toen hij schreef; waarom zou je in de keuken vol met heerlijke gerechten genoegen nemen met een kopje lauw water? Ik hoef dus niet uit te gaan van tekort, van het idee, de overtuiging van tekort. Een overtuiging die me als mens bang maakt, heel veel stress geeft en me opjaagt in een ratrace om maar aan de goede kant van de streep te staan, geen loser te zijn. Afschuwelijk eigenlijk. Het wordt dan duidelijk dat er een leven is vanuit overvloed, een enorme overvloed. Die dus begint in onszelf en niet buiten ons. Als we die bron van overvloed in onszelf hebben aangeboord, dan zien we die ook buiten ons zelf. Zo binnen zo buiten. Dan wordt dat gat van het vergeten zijn van onze potentie van binnenuit gedicht en hoeven we dat niet langer op te vullen met al die grondstoffen en energie die we op het moment onttrekken aan de aarde. Op die manier zijn al die problemen waar we nu tegen aanlopen, opgelost.

Het is wonderlijk dat wat we eerst als een tekort ervaren en dat bij ons de grootste angst oproept, dat als we contact maken met onze binnenkant, datzelfde tekort getransformeerd wordt tot een overvloed. Het is van binnenuit werkelijk waar dat alles ons toebehoort, dat alles ons wordt gegeven wat we nodig hebben. Het grappige is bovendien dat als we ons idee van tekort van binnenuit vullen, dat we eigenlijk helemaal niet zoveel nodig hebben. Dan is er echt genoeg voor iedereen! Meer dan genoeg. Soms worden je boodschappen aangereikt door bijvoorbeeld de tekst op een vrachtauto of een liedje op de radio, dat je op verschillende manieren kunt interpreteren. Zo blijft dit liedje maar in mijn hoofd spelen, dat een paar keer per dag op Skyradio te horen is; Have it al van Jason Mraz. I want you to have it all! I want you to have it, I want you to have it all!

sex en de reis van het liefdeselement

Ooit heeft het beeld zich in mijn hoofd vastgezet dat sex los van de liefde verkrijgbaar is. Ik zie een mooie vrouw en ik wil daar dan sex mee. In mijn hoofd, in mijn verbeelding. Ik heb haar niet of nauwelijks gesproken, nooit echt ontmoet. Laat staan dat er sprake is van liefde. Maar toch, ergens in mijn hoofd, is er een overtuiging dat mijn sexueel verlangen een ingang is naar het contact met deze vrouw.

In mijn relatie met Gebi, vorige week waren we 18 jaar getrouwd, merk ik in toenemende mate dat mijn sexualiteit gedragen wordt door de liefdesband met haar. Het voelt alsof mijn sexualiteit gedragen wordt door de liefde, die gedurende onze relatie is opgebouwd. Dat betekent niet dat de neiging om mijn sexualiteit los van de liefde te beleven weg is. Die neiging is nog steeds aanwezig in mijn systeem. Maar ik merk ook steeds weer dat als ik daaraan toegeef, dat die weg een doodlopend pad is. Me niets oplevert. Sex zonder liefde is een oplaaiend vuur, dat makkelijk de regie kan overnemen, dat me graag doet denken dat het mij iets brengt. Voor mij is het dus heel belangrijk dat mijn sexualiteit een plek krijgt binnen de liefdesrelatie met iemand anders, in dit geval met Gebi. Het is bijzonder te ervaren dat dit de afgelopen jaren zo is gegroeid.

Ik weet nog goed dat ik verliefd was op D. Zij was mijn grote liefde van de middelbare school. Zelfs had ik een paar dagen verkering met haar, dat had namelijk een vriend van mij aan haar gevraagd. Omdat hij wist dat ik verliefd op haar was. Ze had ja gezegd, maar voordat ik haar eigenlijk zelf had kunnen spreken of ontmoeten, had ze al weer verkering met een andere jongen. Ik werd wel bevriend met haar, heel goed bevriend, maar nooit als haar vriend. Mijn verliefdheid bleef, wat ik toen zelfs liefde noemde. Ik.wilde.haar.hebben. Nu kan ik zeggen dat zij het gat in mij vulde, dat ik toen niet kon voelen, me niet bewust was. Het gat van mijn bottleneck uit het gezin waar ik toen nog deel van uitmaakte. Als een vis in het water, die niet weet wat water is. Het grappige is dat ik nu weer contact met D. heb op Facebook, wat heel leuk is en me verbindt met de Tom die ik toen was. Alsof hij er nu nog steeds is.

Onbewust heb ik het beeld in mij dat een vrouw mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Dat een vrouw mijn gat moet vullen, het gat van mijn leegte, mijn bottleneck. En wederzijds, ik vul met mijn liefde het gat van die ander. Heel symbiotisch en ongezond afhankelijk.

Ruim 10 jaar later kwam M. in mijn leven en voor het eerst in mijn leven voelde ik alsof de liefde van mijn hart ontwaakte. Een lange tijd had ik met haar een relatie, maar het was geen gezonde relatie. Te zeer bepaald door wederzijdse patronen, die ons allebei zwak maakten in plaats van sterk. Het kon niet anders dan dat deze relatie spaak liep. Het was verschrikkelijk toen het klaar was, ik voelde de pijn van het gat in mij dat bloot kwam te liggen. Zij was voor mij de ware, maar dit zinnetje kwam direct in mij op toen de relatie uit was; ik ben zelf de ware. Voor de (onvoorwaardelijke) liefde in mezelf, ben ik de ware. Dat was een nieuwe, waardevolle basis, die ik meenam naar mijn relatie met Gebi, die ik niet veel later leerde kennen.

Door het proces dat Gebi en ik beiden gaan, onafhankelijk van elkaar, dat we vanuit een eigen basis groeien, dat verdiept de liefde naar elkaar. En wat de laatste tijd nieuw is in mijn ervaring van liefde is dat mijn liefde juist wordt geraakt door de crack, de breuk, de bottleneck van die ander. De scheefgroei, de onvolmaaktheid. In plaats van dat ik me tekort voel gedaan, roept het, tot mijn eigen verbazing soms, mijn liefde op. En zo is dat eigenlijk ook naar mezelf. Misschien dat wel eerst. De crack in mezelf roept van binnen ook die liefde op. Compassie, mededogen. En ik merk dat deze ervaring me gelukkig maakt. De ervaring dat ik in staat ben om lief te hebben op een zuivere manier. Dat ik in staat ben tot compassie. Als een neutrale wetmatigheid.

Zoals wel vaker, kreeg ik vorige week in de auto van Eindhoven naar Tilburg een inzicht, een beeld. Ik kreeg het beeld dat zich in mijn leven, in het leven van ieder mens, een element van liefde heeft geplaatst. Misschien is dat wel wat mensen de ziel noemen. Door zich in een mensenleven te plaatsen is dit element van liefde, dat uit een andere wereld, uit een andere aandachtslaag komt, onderhevig aan de wetmatigheid, de werkelijkheid op deze aarde, de dualiteit. Het is een soort van avontuur, een zoektocht, een reis, waarbij dit element van liefde na vele omzwervingen, zichzelf weer vindt. Ik heb het gevoel dat ik dit nu kan ervaren. Dat dit element van liefde zichzelf weer vindt, zichzelf weer herinnert. Dus door in mezelf mijn crack, mijn breuk, mijn bottleneck toe te laten, te durven voelen, roept dit deze liefde op en herinnert zichzelf weer. Juist door de shit hier op aarde, die we vanuit onze onwetendheid veroordelen, aanklagen, vindt dit liefdeselement zich weer terug. Wat daar trouwens ook bij hoort is het loslaten van de illusie. De illusie, de leugen vanuit mijn oude overlevingssysteem waardoor ik mijn breuk, mijn bottleneck niet toelaat, omdat ik niet om kan gaan met die pijn. En niet anders kan dan dit te compenseren door een illusie te scheppen van hoe bv. mijn ouders zijn, hoe de werkelijkheid is, het mooier maakt dan hoe het is. Maar het toelaten van de rauwe werkelijkheid en de pijn die daarbij hoort, dat roept die liefde op, van binnenuit. Mededogen. En daar vindt dat liefdeselement zich weer terug. Dat zou je dus thuiskomen kunnen noemen. Het liefdeselement in mij komt weer thuis bij zichzelf. O, daar is het hier om te doen. Dat is de reden van mijn leven, dat is de reden van mijn leven hier op aarde.

Het doet me denken aan de boeken van Neale Donald Walsch over de kleine ziel (en de zon, en de aarde). De kleine ziel heeft in de hemel een gesprekje met God. Het zieltje wil weten en ervaren wie hij is. Specifiek, het zieltje wil ervaren om vergevingsgezind te zijn. Dat kan niet in de hemel, omdat daar alles perfect is. God heeft een oplossing door het zieltje naar de aarde te zenden en daar op zijn pad te komen als ‘slechterik’. Waarom zou je dat voor mij doen, vraagt het zieltje. Het antwoord van God is; omdat ik van je houd. Er is wel een voorwaarde die God stelt voor het laten ervaren van het zieltje zijn vergevingsgezindheid. Hij moet herinneren dat die ‘slechterik’ God is, die op zijn pad komt om dit te ervaren. Goed, zei God, want zie je, ik zal zo erg moeten doen alsof, dat ik mezelf zal vergeten. En als jij je dan niet meer herinnert hoe ik werkelijk ben, dan kom ik daar een hele tijd lang niet meer achter. Als ik vergeet wie ik werkelijk ben, vergeet jij misschien zelfs wie jij bent. Dan zijn we allebei verloren. En dan hebben we weer een andere ziel nodig om te laten ontdekken wie we zijn.

Zo zou je misschien kunnen zeggen dat ieder menselijk leven een inwijdingsproces is van het liefdeselement op aarde. En zichzelf uiteindelijk herinnert. Het liefdeselement dat zich herinnert is mijn licht, het licht dat in mij oplicht, mij vervult. Zou dat een nieuwe basis kunnen zijn, die mij gaat leiden?

 

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com