2017

de liefde die mij kent en liefheeft

Kerstmis herinnert me ieder jaar weer aan de tijd dat ik begin 20 jaar oud was en ik nog in Terneuzen woonde. Ik was behoorlijk de weg kwijt, liep helemaal vast in mijn oude patronen. Werd van school gestuurd, omdat ik te vaak was blijven zitten. Ging in een café werken, waar ik door een oude hippie een pilletje in mijn drank kreeg en een bad trip had. Het zette mijn opgebouwde systeem op zijn kop, kreeg hyperventilatie, was bang en wanhopig. Ik verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een eigen flat. Daar las ik het prachtige Johannes-Evangelie en werd diep geraakt door de liefde die daar uit sprak. Het was een liefde die ik niet kende, een liefde die onvoorwaardelijk was. Ik had een glimp opgevangen van wat je zou kunnen noemen het Hoger Bewustzijn, al vind ik dat een veel te onpersoonlijk en abstract woord voor een liefde, die zo persoonlijk is als de Deense journaliste Charlotte Rorth beschrijft in haar boek De dag dat ik Jezus ontmoette.

Welkom, goed je te zien. Hij zegt het zonder dat ik het begrijp, maar mijn bewustzijn bevat het meteen. Hij kent mij. Hij kent iedere gram, iedere seconde, kan door alles heen zien, houdt toch van me, ondanks alle leugens, grote en kleine, mijn boosheid en mijn kleinzieligheid. Hij heeft me mijn zoons horen uitschelden, heeft me dingen horen zeggen die ik zelf vergeten ben; een gewemel van kleine scènes treedt tussen ons op, het gaat zo snel als een film die afgedraaid wordt en het blijft zitten als herkenning, zodat ik niets hoef uit te leggen: hij heeft alles gezien. Er is geen greintje twijfel in me. Die is uitgevaagd, verdwenen in gevoel. Alle mentale verdediging is geërodeerd. Ik registreer dat mijn op intellect gebaseerd verstand verdwenen is ten behoeve van een weten dat gewichtiger is.

En verderop: zijn blik vloeit mijn lichaam in. Van mijn hals over mijn schouders, buik, schoot, benen, voeten. Hij is zozeer man, zo mannelijk, zo verleidelijk en onweerstaanbaar, zijn uitstraling is sterker dan erotiek, hij raakt me dieper vanbinnen dan enig andere man ooit. Zijn glimlach is niet zoals die van een man voor een vrouw in een echt liefhebbende verhandeling over het bereiken van orgasmes of over kinderen. Het is een glimlach die mij me bemind doet voelen met een ander soort liefde dan ik ken. Het is vriendelijkheid. Een rechtstreekse, eenvoudige acceptatie dat het goed is dat ik er ben.

Wow! Ik had dit boekje van Charlotte Rorth voor sinterklaas gekregen en had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn en zo zou aansluiten op de woorden die ik geef aan mijn eigen ervaren van de onvoorwaardelijke liefde. Al moet ik hier direct aan toevoegen dat mijn kleine ervaring ongeveer 30 jaar geleden, slechts een glimp is van de bliksem die is ingeslagen bij Rorth, die totaal niet bezig was met iets wat je religieus of spiritueel zou kunnen noemen. Zij was en is gewoon een vrouw, een mens zoals jij en ik, opgevoed in de Deense cultuur, waarbij de protestante kerk wel een belangrijke rol speelt, maar toch vooral onze rationeel, wetenschappelijke manier van naar de werkelijkheid kijken. In deze rationeel, zogenaamd wetenschappelijk manier van waarnemen, staat het zichtbare, het materiële centraal. Alles dat maar enigszins ruikt naar geloof, spiritualiteit of geestelijke werkelijkheid wordt afgedaan als kwakzalverij, bijgeloof, niet meer van deze tijd. Zo’n ervaring als die van Charlotte Rorth wordt simpelweg niet serieus genomen, omdat het niet past, niet verklaard kan worden binnen het rationele kader waarmee wordt gekeken en zogenaamd wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. En is het daarom niet waar?

Ook al was mijn ervaring van onvoorwaardelijke liefde maar klein, deze ervaring heeft mij wel aan de hand genomen en mij als lichtpuntjes op weg geholpen naar wie ik nu ben. Ik ben niet in een keer totaal veranderd, nee, mijn verandering, transformatie als je wilt, gaat maar heel langzaam. Mijn harnas, mijn oude persoonlijkheid, waarmee ik me van oudsher bescherm tegen alles dat me pijn wil doen, wordt langzaam gesmolten en omgevormd tot een nieuwe jas, die mijn nieuwe ik het beste past. Een proces dat nu al 30 jaar duurt en waarin ik steeds opnieuw dingen leer, over mezelf, over het leven. Want met deze liefde komt ook het bewustzijn, het nieuwe bewustzijn, dat zo nieuw is als de ontdekking dat de aarde niet plat is, maar rond.

Vandaag, op weg naar mijn moeder, die nog steeds in Terneuzen woont en ik met de auto ophaalde om bij ons Kerstmis te vieren, dacht ik; dat is eigenlijk het enige; dat de liefde een relatie met mij aangaat. Mij waardig acht om een relatie met mij aan te gaan. Mij hervormt en dat doet op een manier die uniek is en precies bij mij past, omdat ik uniek ben. Zoals iedereen uniek is. Het principe is hetzelfde, het liefdesprincipe, maar de uitvoering is steeds weer anders, omdat jij anders bent dan ik. Ik word liefgehad. En die liefde hervormt mij, schept mij, tot ik helemaal mezelf ben.

Het punt is wel dat ik beschikbaar moet zijn. Soms ben ik namelijk zo bezet! Terwijl ik er zo naar verlang om bemind te worden. Ik word bemind door de liefde in mij. Dat toelaten en me aan overgeven. Telkens weer. Dat is alles dat telt.

Er is niets mis met het kerstmis vieren als een collectief feest, waarbij we eten en cadeaus kopen alsof morgen de wereld vergaat. Er is ook niets mis mee met kerstmis als gelegenheid aangrijpen om goed te doen voor mensen die het minder goed hebben als wijzelf of mensen die ziek zijn. Het belangrijkste voor mij van kerstmis is echter wel de herinnering dat ieder van ons wordt gekend tot in al zijn vezels en wordt liefgehad. Werkelijk ieder van ons, zonder uitzondering.

Misschien is dat wel het aller moeilijkste om te geloven. Omdat we stiekem of minder stiekem vinden dat we deze liefde niet waard zijn of niet nodig hebben. Het is een vorm van trots en hooghartigheid die we zelf als muur opwerpen tussen de liefde en onszelf, die zo snakken naar juist deze onvoorwaardelijke liefde. Dus dat is steeds de keuze die we hebben, te kiezen voor deze trots als onze identiteit of de overgave aan deze liefde. Een liefde, die van een andere werkelijkheid komt dan die van ons dagelijks, mechanische functioneren. Het is niet makkelijk deze werelden met elkaar te verbinden, dat vraagt een ander bewustzijn, een andere taal. Een taal die soms niet zo logisch is als ons denken, als onze rationele logica. Een taal die meer poëtisch is, zoals onderstaand lied van Huub Oosterhuis en dat zo prachtig vertolkt wordt door zijn dochter Trijntje.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

het leven is als surfen op zee


Pas kreeg ik het beeld van dat het leven als mens hier op aarde te vergelijken is met het surfen op zee. Soms is het water stil en vlak, soms wild en vol golven. En als mens surf je over de zee, over de golven in een kwetsbare, maar tegelijk krachtige balans. Op het scherpst van de snede. Het is onvermijdelijk dat je soms valt. Je komt in het water terecht en probeert met al je kracht niet te verdrinken. Je klautert op je surfplank om daarna weer door te surfen op de golven van de zee.

Het is een voor mij passend beeld van hoe ik mijn eigen leven ervaar. Die dynamiek tussen de soms snel wisselende periodes van balans en disbalans is voor mij de enige manier om als mens te groeien. Toch heb ik er telkens weer moeite mee dat het zo gaat, dat ik telkens weer val en kopje onder ga in de zee van het leven. Beter gezegd; mijn ego heeft hier moeite mee. Mijn ego wil controle, wil een vast, statisch beeld van hoe het leven gaat. Vanuit wat ik ken, vanuit wat voor mij bekend is. Zo werkt het echter niet als je groeit vanuit je ervaring. Ik moet iedere keer weer al mijn zekerheden, mijn zogenaamde zekerheden loslaten, daaraan sterven als het ware. Sterven aan de soms stiekeme pogingen van mijn ego om dit statische beeld steeds weer op te bouwen met als belangrijkste doel mijn emotionele pijn te vermijden. Er is geen routine in dit vanuit ervaring groeien, hoe graag ik dat ook zou willen. Een ervaring is namelijk telkens weer nieuw. Zo gaat het bij mij al heel mijn volwassen leven lang. Maar wat er in mij wel langzaam groeit, is het vertrouwen, de herinnering eigenlijk, dat ik niet verdrink, dat ik uit de zee van het leven naar boven kom, weer op de surfplank stap en doorga. Zo groeit mijn ik, mijn zelfbewustzijn en de liefde voor mezelf.

Het lastigste punt in mezelf is daarbij wat ik noem mijn bottleneck. De smalle doorgang van het klem zitten in mijn oude patronen, die ik heb opgebouwd vanuit mijn verleden in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn onvolmaakte achtergrond, zoals ik in mijn vorige tekst schreef. Zoals ieder mens geboren is in een onvolmaakt nest. Omdat geen enkele ouder volmaakt, maar menselijk is. En je als kind dus onvermijdelijk tekort komt. De een wellicht wat schrijnender dan de ander. We bouwen een hele constructie, een heel leven om deze plek van tekort heen om dit maar niet te hoeven voelen. Dat gat van dit tekort verdwijnt in ons onderbewuste, maar stuurt ons wel aan. Willen we onszelf en met onszelf daarmee ook de wereld om ons heen werkelijk helen, dan moeten we iets gaan toelaten van deze pijn. Dat brengt ons met onze aandacht naar binnen in plaats van de chronische gerichtheid naar buiten, waar we denken dat de onvoorwaardelijke liefde en het geluk te vinden is. Ik merk dat die gerichtheid naar buiten zo in mijn systeem gebakken zit. De pijn, het onbehagen, de disbalans die ik stukje bij beetje toelaat en kan voelen, dwingt me om met mijn aandacht naar binnen te gaan. Alleen daar is de verlossing, steeds weer op een andere, nieuwe manier. Maar telkens vanuit de onvoorwaardelijke liefde die er van binnenuit voor mij is.

De mooiste ervaring die ik de afgelopen tijd heb gehad, was die bij mijn mannengroep, die ik nu al tien jaar iedere paar maanden ontmoet. Een paar weken terug deelde ik daar mijn gevoel van onveiligheid dat ik had in de zomervakantie en ons verblijf in Denemarken. De mannen voelde veilig genoeg om mijn kwetsbaarheid hierin te delen en voor de eerste keer in mijn leven kwam ik bij een objectieve waarneming en het gevoel dat ik ‘fucking’ last had van mijn verleden. Zo kwam het er ook uit, met een boosheid die precies bij dat gevoel paste. Hiermee maakte ik me in dat moment emotioneel volledig los van mijn oude, diepe patroon van verantwoordelijk voelen, van het als kind onbewust gaan zorgen voor het emotionele gat van mijn ouders. Ik ging in mijn ik staan, los van hun, maar ik zag hun ook weer in wie ze als mens waren. Maakte ze niet mooier, maar ook niet slechter dan ze waren. Het was bijzonder dat deze mannen hier getuige van waren. Omdat ik bij deze mannen een veilige hechting voelde, in tegenstelling tot de onveilige hechting die ik bij mijn ouders heb opgebouwd. De weken daarna was ik behoorlijk van slag door deze intense ervaring. Mijn systeem reageerde heftig door mezelf nog meer in mijn oude patroon van moeten en me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen, te duwen. Het is blijkbaar een zoeken naar een nieuwe balans. Het brengt me meer in het moment, meer bij mezelf en is het schokkend om te zien hoe snel ik me vaak in de buitenwereld verlies. Maar mezelf daarna ook weer vind, zoals de surfer op zee, die valt en weer opstaat.

mijn innerlijk werk had geen vakantie


Mijn vakantie nadert zijn einde, volgende week begint mijn werkzame leven weer. Althans, mijn uiterlijke werk, want mijn innerlijk werk is de afgelopen zomerweken gewoon doorgegaan. Sterker nog, ik moest hard werken om mijn balans te vinden, wat voor mij begint bij het aanvaarden dat ik uit balans ging, behoorlijk uit balans ging, toen ik mijn weekstructuur en woonplek los moest laten om naar Denemarken te gaan. Wat de aanvaarding van mijn disbalans behoorlijk in de weg zat, was het beeld dat ik onbewust maakte van vakantie als periode van louter ontspanning en geluk, zoals dit ieder jaar weer wordt gedeeld door veel mensen op Facebook. Ik voelde me helemaal niet altijd ontspannen en gelukkig, maar meestal onveilig en kwam erachter dat ik me eigenlijk als kind ook al zo voelde. Mijn vader moest en zou 4 weken op vakantie en of wij nu wilden of niet, we moesten mee om te leven als een god in Frankrijk met iedere dag strand, overvloedig eten en drinken. Pas nu kan ik voelen dat ik het toen al moeilijk vond om mijn dagelijkse structuur los te laten en zo lang van huis te zijn, zoals ik dat nu dus ook heb.

Onveiligheid was in deze vakantieperiode dus mijn thema. Het mooie was dat ik ervaarde dat er een paar boeken en films meegingen op mijn innerlijke reis. Ze spiegelden mijn innerlijke reis als een soort reisgenoten. Zo binnen, zo buiten. Het gevoel van onveiligheid vanwege de vakantie bracht me in het gevoel zoals ik me als kind voelde, maakte me weer dieper bewust van het gezin waarin ik geboren ben, de onvolkomenheid ervan. En de pijn, de onveiligheid die ik voelde, maar niet kon voelen, omdat ik nog maar een kind was en de patronen die ik daarom heb ontwikkeld om maar niet te hoeven voelen. Me sterk maken, ik kan het wel alleen, me verantwoordelijk voelen voor mijn omgeving. Iets gaan dragen wat ik niet kon dragen. Precies hierover gaat het mooie boek van Griet op de Beeck, Kom hier, dat ik u kus. De onvolmaaktheid waarin de hoofdpersoon Mona geboren wordt, het patroon dat zij opbouwt om hiermee om te gaan, als de ander maar gelukkig is, en de manier waarop de mensen in haar omgeving omgaan met de grote onmacht in het leven. We worden niet geboren in een volmaakte omgeving.

Net als bomen, waar Peter Wholleben zo prachtig over schrijft in zijn boek Het verborgen leven van bomen. Bomen kunnen op veel extreme plekken groeien. Op het moment dat het zaadje van de boom ontkiemt, is het namelijk zijn hele leven aan deze plek gebonden en moet het het leven daar nemen zoals het komt. De plek waar ze neerkomen, blijkt vaak een flop. Of te donker, of te licht, te nat, te droog. Op een paar plekjes op aarde na, vind je de ideale randvoorwaarden bijna nergens. En zoals het voor bomen is, is het ook voor mensen! En tegelijkertijd is er een soort van ongeschreven handleiding hoe een boom idealiter zou moeten groeien, er uit zou moeten zien. Als een blauwdruk. Deze ideale boom beschrijft Peter Wholleben als volgt; hij heeft een kaarsrechte stam met gelijkmatige houtvezels. Zijn wortels spreiden zich mooi symmetrisch uit naar alle kanten uit en gaan onder de boom de diepte in. De zijtakken aan de stam die in zijn jeugd heel dun waren, zijn nu allang afgestorven en met verse bast en nieuw hout gesloten zodat er een lange, gladde zuil staat. Pas bovenaan vormt zich een gelijkmatige kroon uit sterke, naar boven wijzende takken, die eruit zien als armen die zich uitstrekken naar de hemel. Er kan van alles gebeuren in het leven van een boom, qua omstandigheden, maar steeds groeit de boom verder vanuit die innerlijke blauwdruk van het ideale beeld van zijn boom. En zo is het dus ook met ons mensen, we worden niet geboren in ideale omstandigheden, soms verre van dat, maar als we ergens al is het maar een millimeter, contact houden met ons ideale, innerlijke beeld, dan groeien we vanuit deze onvolmaakte grond toch verder naar dat ideale beeld. Het is er beiden, de onvolmaakte grond waarin we worden geboren en het ideale beeld van onszelf als mens. Zo maakt ook Mona in de roman van Griet op de Beeck aan het einde keuzes die recht doen aan wie zij als mens is en niet vanuit de aangeleerde patronen zoals ze als kind met de voor haar onvolmaakte gezinssituatie moest omgaan.

De film Lion, die ik voor de tweede keer zag afgelopen weekend, vertelt de indrukwekkende reis van het jongetje Saroo, dat in India verdwaalt en wordt geadopteerd door een Australisch echtpaar. Op het moment als hij midden 20 is en gaat studeren, wordt hij geraakt in zijn verlangen om op zoek te gaan naar zijn echte moeder en broer. Het moment dat hij zijn moeder daadwerkelijk vindt, het verhaal is echt gebeurd, is prachtig en raakte me in mijn eigen verdwaald zijn van de liefde, de onvoorwaardelijke liefde die uiteindelijk de bron is van mijn leven en het terugvinden daarvan. Telkens weer, want vlak voor mijn vakantie dacht ik toch echt dat ik het nu gevonden had en niet meer zou verliezen. Door het te verliezen namelijk, kan ik weer intens ervaren dat ik gevonden word. Ik kon door deze film ervaren dat deze liefde de bron, de basis is ook van de liefde tussen mijn ouders en van het geboren worden van mij bij deze ouders, ook al konden mijn ouders door wat zij zelf hebben meegemaakt in hun leven, die liefde niet altijd ervaren en vorm geven. Het is die liefde die mijn ouders vergeeft, die mijn onvolmaakte omstandigheden vergeeft, heelt, zuivert, schoonmaakt. Stukje bij beetje. En dat is de werkelijkheid waarin ik terecht kom aan het einde van deze innerlijke reis van mijn vakantie. Dat er tegelijkertijd die liefde is, die onvoorwaardelijke liefde als bron, maar ook de onvolmaakte omstandigheden, de onvolmaakte grond waarin ik geboren ben. De liefde doet licht schijnen op die onvolmaaktheid. Het is er allebei. Het een maakt het ander helder. Licht en donker. Hemel en aarde. Deze vraag neem ik dan mee na mijn vakantie in mijn werkzame leven met werk en gezin; hoe verhouden deze twee lagen zich tot elkaar. Die geestelijke, onvoorwaardelijke laag van liefde, die de oorsprong is van al dat leeft en de aardse, onvolkomen laag, die soms zo’n pijn doet en me onveilig doet voelen?

de parel in de modder


Ieder kent het beeld van de lotusbloem, die boven het water uitkomt, maar wortelt in de modder in het donker onder het wateroppervlakte. In het Boeddhabeeldje dat ik heb, wordt deze symboliek uitgebeeld rondom de zittende Boeddha. Het is een mooi beeld, maar pas drong dit beeld dieper tot me door, toen ik het kon betrekken op mijn eigen parel, die groeit vanuit mijn eigen modder. Dit jaar heb ik als jaarthema ‘zuiverheid’ en mijn logische neiging is om me dan louter te richten op die delen in mij die zuiver zijn. Paradoxaal genoeg kom ik dan natuurlijk juist mijn onzuivere kant tegen. En dat wil ik niet! Mijn systeem is in eerste instantie gericht op het ontwijken van mijn onzuiverheid, van mijn modder zou je kunnen zeggen. Vanuit mijn egosysteem keur ik dat deel van mezelf af, veroordeel ik dat. Ik scheid in mezelf, maar daardoor ook buiten mezelf, goed en kwaad. Licht is goed, donker is kwaad. Het is de basisstructuur van bijna ieder van ons, waardoor er ongelijkheidwaardigheid ontstaat, scheiding, oorlog zelfs. Ons mensen is goed, de vluchteling is slecht, een gelukszoeker. Wij mensen met een baan zijn goed, die mensen daar zonder baan, met een uitkering, die profiteurs, die lamballen, die zijn slecht. Zo kijken we vanuit afgescheidenheid naar de wereld en bestrijden met vuur en zwaard dat wat we als slecht bestempelen, vanuit de innerlijke projectie van ons eigen kwaad, dat we niet onder ogen durven zien.

Zo binnen, zo buiten. Populisme met hun hedendaagse leiders, zoals Trump, Erdogan, Poetin, om er maar een paar te noemen, is een collectieve verzameling van mensen met deze basisstructuur. Waarvoor het dus kenmerkend is dat de schuld van wat er fout gaat, buiten zichzelf wordt gezocht. De werkelijkheid wordt als louter ellende voorgeschoteld en de schuld hiervan ligt altijd bij de ander, er wordt niet naar het eigen aandeel gekeken. Een paar weken terug had ik plots door dat het basisgevoel van Trump ‘vernedering’ is. Hij voelt zich, zonder dat hij zich daar bewust van is, voortdurend vernederd. Hij stapt uit het klimaatakkoord en zegt dat de VS niet langer meedoet, dat ze zich niet langer laten vernederen door de rest van de wereld. De rest van de wereld lacht ons uit, daar wil hij niet meer aan meedoen. Trump wil wel een nieuw akkoord, maar dan vanuit het uitgangspunt ‘America first’. In plaats van deze vernedering te voelen, blaast hij zichzelf narcistisch op en voelt zich ‘de beste’, ‘de grootste’, de ‘eerste’. Dit is de compensatie voor het niet kunnen voelen van de vernedering, die hem waarschijnlijk als kind is aangedaan.

Zo is het bij iedereen, inclusief ikzelf. We hebben een basisgevoel van verlies aan liefde dat we hebben gemist. Bijna ieder van ons heeft in dat opzicht een trauma. Bij mij is dat gevoel dat ik niet ben om van te houden, bij een ander is dat het gevoel dat er iets niet aan zichzelf klopt, bij weer een ander is het gevoel dat hij of zij slecht is. Dat een slecht mens voelen wordt dan de basis van wat je zou kunnen noemen de valse persoonlijkheid, ons ego. Rond die valse overtuiging van een slecht mens zijn, bouwen zich patronen op als een harnas, die de overtuiging van dat slecht zijn inkapselen, beschermen, omdat dit afschuwelijke gevoel niet gevoeld wil worden. Anders gezegd; er is niet genoeg bewustzijn aanwezig, zeker niet als kind, om dat gevoel toe te kunnen laten. Je kunt in deze wereld de grootste daden verrichten, maar daaronder het gevoel hebben dat er niet van je wordt gehouden, dat je voortdurend vernederd wordt, dat je een slecht mens bent, dat er iets niet aan jou klopt. Je kunt het beeld naar buiten ophouden dat je volmaakt gelukkig bent. Maar daaronder zit een rotte plek, een gat en je doet er alles aan om daar maar niet bij in de buurt te komen. Heel onze structuur is op dit uitgangspunt gebouwd, een structuur die je een valse persoonlijkheid zou kunnen noemen, omdat deze gebouwd is op een leugen. Namelijk de leugen dat je een slecht mens bent, dat je niet bent om van te houden, dat er iets niet aan jou klopt, dat het geluk niet voor jou is weggelegd. Het is dan ook logisch dat we vanuit deze basisstructuur voortdurend zijn gericht om van buitenaf dit vreselijke gat te vullen. Daar is onze economie ook op gebaseerd. We verdienen met z’n allen heel veel geld doordat we onze valse persoonlijkheid in stand houden. Wat wij over het algemeen geluk noemen is het feit dat we ongeveer plus minus een manier hebben gevonden om van buitenaf ons innerlijk gat te vullen. Tijdelijk, nooit volledig, gebrekkig, maar we denken dat het functioneert. En zeggen dat we gelukkig zijn, met ons is niets mis. Dit is mijn leven, dit is de manier waarop ik functioneer. Laat me met rust, kom niet te dichtbij! Anders gaat mijn harnas wankelen, komen er scheurtjes in mijn zorgvuldig opgebouwde structuur. Als we echter kunnen kijken vanuit het nieuwe bewustzijn, dat in ons geboren wordt, dan is juist dat wat we het meeste vermijden en bestrijden, onze redding, de ingang naar werkelijk innerlijk, standvastig geluk. In alles zit een barst, dat is waar het licht naar binnen komt, zei Leonard Cohen.

Het is voor mij echt een groot inzicht om te beseffen dat met de parel ook de modder is gegeven in mijn leven. Dat ik niet het slachtoffer van deze modder ben, niet hoef aan te klagen wie hier allemaal de oorzaak van zijn en ook de ander niet hoef te redden van zijn modder. Zonder modder namelijk geen parel. De parel zit verpakt in de modder. Het enige dat ik hoef te doen is de modder in mijn leven onder ogen zien, beetje bij beetje het gevoel toelaten dat bij deze modder hoort. En als ik dat doe, me open stel en tegelijkertijd vraag naar een innerlijk antwoord, word ik eigenlijk altijd geraakt. Kom ik in contact met wat je mijn parel zou kunnen noemen, mijn essentie. De werkelijkheid die zegt dat ik wel ben om van te houden, dat ik, zoals ieder van ons, het meest geliefde kind ben. Dat ik een goed mens ben. Dat ik in mijn onvolmaaktheid, volmaakt ben, dat alles aan mij klopt. Dit is de plek waar ik van binnenuit kan groeien en de mens kan worden die ik oorspronkelijk ben. Niet in afgescheidenheid, maar in verbinding. Zoals een lotus groeit vanuit de modder en iedere plant begint te groeien vanuit het zaadje in de donkere schoot van de aarde.

Pasen en de zin van lijden

Het is misschien wel het grootste taboe in deze tijd; lijden. Als we kijken naar de beelden die we van onszelf maken op de sociale media, dan is ieders leven volmaakt, is de een nog gelukkiger dan de ander en niemand heeft last van wat toch echt bij ons menselijk leven hoort; namelijk lijden aan de onvolmaaktheid van het leven. We hebben daar de grootste moeite mee, wij als moderne, westerse mens met name. Wij met onze beelden van volmaaktheid, van geluk zonder smetje, waar we elkaar de ogen mee uitsteken. Elkaar gek maken, elkaar opjagen. En als we dan inderdaad door de hoge eisen van een volmaakt leven, opgebrand raken, dan heeft de reguliere psychologie of psychiatrie eigenlijk maar een antwoord; de pil. De pil die ons gevoel van onbehagen, ons lijden onderdrukt. We mogen niet lijden, we mogen niet voelen. Of is het zo dat we de kunst van het lijden hebben afgeleerd? Tijd is geld, we moeten snel door, door met geld verdienen, door met het voldoen aan de steeds hogere eisen van de economie. En als we in die zin niet meer functioneel zijn, geen geld meer opbrengen, dan is ons leven misschien wel voltooid en mogen we daar met behulp van deskundigen een einde aan maken. Of kunnen we die dood overwinnen door wat wij wetenschappelijke vooruitgang noemen, waardoor we instaat zijn om een letterlijk bionische mens te scheppen, half mens, half robot. Een onoverwinnelijk wezen waar het lijden geen vat meer op heeft.

Heel herkenbaar dat heel ons systeem, zowel ons persoonlijke als ons collectieve systeem gericht is op het ontwijken van het gevoel van onbehagen, gevoel van leegte, van lijden. Tegelijkertijd ontkomen we er niet aan. In ieders leven komen momenten voor die ons brengt aan de rand van onze persoonlijkheid. Daar ligt onze kans, daar ligt onze groeimogelijkheid. En wat is er dan dat eigenlijk groeit? Bewustzijn. Bewustzijn is wat groeit op het moment dat we de moed hebben om iets van ons menselijk lijden toe te laten. Te voelen dus. We zijn zo bang om te voelen. En dat is logisch. Omdat ons systeem, onze persoonlijkheid niet in staat is om ons lijden te dragen. Onze persoonlijkheid alleen, ons ego, gaat gebukt onder de last van ons lijden. Eigenlijk is het een stukje sterven. En wie zoekt dat nu vrijwillig op? Het bijzondere, het wonder misschien, is dat in dit stukje sterven, een geboorte verborgen ligt. De geboorte van ons bewustzijn. Dat bewustzijn is geen onderdeel van ons ego, dat is onderdeel van wat je onze essentie zou kunnen noemen. Dus als we in staat zijn om in onszelf een stukje van ons menselijk lijden toe te laten, sterven we een stukje, sterft ons ego een stukje, maar tegelijkertijd wordt ons bewustzijn geboren. En dat bewustzijn is wonderwel in staat om ons lijden te dragen. Op die manier kan er een nieuw mechanisme ontstaan, dat niet langer gericht is op het ontwijken van ons lijden, maar dat gericht is op het stukje bij beetje toelaten van ons lijden om van daaruit ons bewustzijn geboren te laten worden. Lijden wordt dan vreugde, wordt dan geluk, wordt dan liefde.

Dat klinkt misschien allemaal heel mooi en je zou je kunnen afvragen, doe ik dat dan helemaal voor mezelf alleen? Nee, want dat proces van het sterven van ons ego en het geboren worden van ons bewustzijn is niet alleen goed voor onszelf, maar ook voor de wereld. Je zou het zelfs een stap in onze menselijke evolutie kunnen noemen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een van de belangrijkste menselijke patronen om ons menselijk lijden buiten de deur te houden, is het projecteren van wat ons wordt aangedaan, buiten onszelf. De ander is de oorzaak van onze pijn (die we in dit patroon dus niet toelaten). Alles dat een bedreiging vormt voor het systeem dat ons ego heeft opgebouwd, dient bestreden te worden. Te vuur en te zwaard. Zo ontstaan oorlogen, in het groot, in het klein, we zijn elkaars vijanden in de oneindige poging om het innerlijk lijden buiten de deur te houden. Het mag duidelijk zijn dat op het moment dat we in staat zijn, dat we de moed hebben om in onszelf iets van ons lijden toe te laten, dat we dan dit patroon van projectie van de vijand buiten onszelf, doorbreken. Het is een gekke omkering, want ons doel veranderd radicaal van het bestrijden van de vijand buiten ons, naar het bijna dankbaar zijn voor de pijn die de ander ons aandoet. Want dit biedt de kans om iets van ons lijden in onszelf toe te laten en te transformeren naar bewustzijn. Naar vreugde, naar innerlijk geluk, naar liefde. Dat wordt natuurlijk bedoeld met heb je vijanden lief. Maar het is tegelijkertijd het moeilijkste van allemaal, omdat het bewustzijn vraagt, een groot bewustzijn, dat maar langzaam van binnenuit geboren wordt.

Hoe waardevol voor onszelf en voor de wereld dit proces van transformatie ook is, dit is niet bepaald populair in een wereld, waarin werelds succes en geluk de boventoon voert. Het is een stil proces, dat weinig applaus van buitenaf krijgt. Toch is dit de kern van Pasen, dat uit de compost, de afval van vorig jaar, een nieuw plantje groeit. Dat uit het sterven van ons ego, ons bewustzijn, onze essentie wordt geboren. Dat uit de resten van de oude mens, een nieuw mens opstaat. Opstaat uit de dood.

over liefde en de doorlaatbare muur

Vanochtend kreeg ik het innerlijk beeld dat er iedere dag, ieder moment een oneindige hoeveelheid liefde naar me toestroomt. De kunst is nu om door middel van innerlijk werk een bodem in mij te vormen, die deze liefde kan ontvangen. Dit in plaats van de muur die ik om mezelf heen heb gebouwd om deze stroom onvoorwaardelijke liefde tegen te houden. Deze muur is een verzameling van negatieve overtuigingen die ik heb over mezelf; ik ben die liefde niet waard, ik ben niet om van te houden, voor mij is deze liefde niet weggelegd. Deze muur is een verharding die mezelf beschermt tegen weer een teleurstelling, tegen het gekwetst worden, tegen pijn. Die muur zou je mijn ego kunnen noemen, die eigenlijk zegt; die liefde heb ik niet nodig. Ergens zou je ook nog kunnen zeggen dat dit goed bedoeld is van mijn ego, die me beschermt tegen meer pijn. De bedoeling is goed, maar de oplossing is funest, contra productief. Het scheidt mij namelijk van de liefde, van mijn bron. Afgescheiden van mijn noodzakelijk voeding, zonder richting ook. Terwijl ik juist die liefde nodig heb om te helen van de pijn die ik en natuurlijk ieder mens in zijn leven heeft opgelopen.

Gelukkig zijn er scheurtjes, barstjes in die oplossing van mijn ego gekomen, aan de hand van schokken, crisissen die in mijn en in ieders leven plaats vinden. In zo’n crisis ligt altijd de mogelijkheid om ons naar de liefde te keren. Het is een soort kruispunt, waar je kunt kiezen voor een verder verharding van de muur of voor het toelaten van de liefde, die achter die muur op ons wacht. De liefde die trouw is, ons eeuwige trouw heeft beloofd, omdat het onze oorsprong is. In die zin kunnen we nooit definitief afgescheiden raken van deze bron. De liefde neemt ons in de armen als we als een verloren zoon of dochter terugkeren naar huis. Dit ons telkens weer keren naar de liefde in momenten van innerlijke, psychische crisis, veroorzaakt openingen in de muur, die in plaats van ontoelaatbaar, permeabel, doordringbaar wordt. In plaats van het harde ik van ons ego, krijgen we een flexibel ik, dat in staat is om toe te laten wat goed voor ons is en te weren wat niet goed voor ons is. Zoals een semipermeabel membraan in een cel of in onze nieren. Op het moment dus dat we een keer die onvoorwaardelijke liefde in ons hebben toegelaten, wordt onze ik hervormd, omgevormd. We gaan groeien vanuit het zaadje dat de potentie in zich draagt om te worden wie we werkelijk van binnen zijn. Niet vanuit louter aanpassing aan onze omgeving, maar vanuit de individualiteit van ieder mens. Zoals iedere boom weer anders is in het bos waarin ik woon.

Een nieuwe ik, een nieuwe mens wordt geboren. Ben een schepsel, word een schepper, zoals Rumi dit zo mooi zegt. Vanuit de oude mens, gebaseerd op de de muur die ons scheidt van de onvoorwaardelijke liefde, wordt een nieuwe mens geboren, die zich bewust is van de verbondenheid met alles dat leeft. Met mijn nieuwe ik wordt tegelijkertijd een nieuw bewustzijn geboren. De rups wordt een vlinder. Dat is werkelijk een mooie vergelijking, omdat waar we eerst gevangen zaten in ons lichaam, zoals een rups, we nu vanuit de nieuw ontdekte, geestelijke vermogens van de nieuwe ik, kunnen vliegen als een vlinder.

het geschenk de aarde

De feestdagen zijn weer voorbij. Het zijn eerlijk gezegd niet mijn beste dagen. Het collectief, waar ik me maar moeilijk voor kan afsluiten, is sterk, juist met deze dagen. Kerst, oud en nieuw, emoties worden met name collectief ervaren in beelden van geluk. Ik voel me klem zitten, raak afgescheiden van mijn eigen bron van geluk in mij. Misschien ook omdat mijn moeder hier 3 dagen is, langer dan anders en onbewust raak ik verstrikt in een oud patroon met haar, zoals vroeger in het gezin waarin ik ben geboren. Mijn moeder past zich aan, los van de structuur bij haar thuis, waarin iedere dag, ieder uur bijna is uitgetekend. Het zorgt dat ik me verantwoordelijk voel voor haar en mijn eigen ik langzaam kwijt raak. Daarnaast kamp ik ook nog met een hardnekkige verkoudheid en voel me fysiek niet lekker. Met andere woorden; ik glijd uit en kom in mijn bottleneck terecht, de crack, die ieder mens heeft, de crack in everything, waardoorheen het licht naar binnen schijnt.

Het blijft voor mij het meeste waar op de innerlijke weg die ik ga, deze crack die ik nodig heb om bij het licht te komen. Mijn kanaal, innerlijke kanaal, raakt langzaam weer dichtgeslibt met van alles en nog wat in de wereld, ik raak naar buiten gericht. Wordt dan bij dit punt gebracht, waar mijn diepste gemis en pijn zit. Want daar wil de liefde zijn, daar is de liefde. Om mij te ondersteunen, te bemoedigen, te helen, te leren. Ik krijg het blijkbaar niet voor elkaar om dit kanaal waarin ik een ben met God, mijn essentie, open te houden. Misschien is het als met planten, bomen, de fruitbomen in de tuin van Pluk&Plenty, ook die moeten worden gesnoeid, telkens weer. Ik werd me afgelopen week in het bijzonder bewust van de reusachtige bomen in het bos waarin wij wonen. Dat bomen enorme, levende wezens zijn met een enorme kracht, de kracht om hun enorme takken te dragen. Door me dit bewust te zijn, besef ik ook dat deze bomen met ons zijn, ons helpen, ondersteunen. Als we er voor openstaan, het kunnen ontvangen. Dat ontvangen is het punt, ik heb als mens een open kanaal nodig om te kunnen ontvangen en dat kanaal raakt bij mij vaak langzaam weer dichtgeslibt, zodat ik dus weer gesnoeid wordt. Het hoort voor mij bij mijn innerlijk werk. Het snoeien is niet fijn, want ik raak dan het houvast van mijn uiterlijke controle kwijt, de controle van mijn hoofd. Om dan te vertrouwen, dat is de kunst, het is toch een stukje sterven van het ego. En dat telkens weer.

Ja, ik liet me meezuigen in de wereld van een toenemend populisme en mijn ongerustheid daarover. Alsof het deksel van de ketel is en het er niet meer op wil. Ik word absoluut niet blij van leiders als Trump, Wilders, Le Pen, Poetin, Erdogan, Assad. Ben al een paar keer begonnen aan een tekst, een artikel, die mensen moet overtuigen om maar niet op deze mensen te stemmen. Maar ja, hoe kan ik de loop der dingen veranderen, gebaseerd op actie-reactie? De uiterlijke wereld, de wereld van het collectief. Ik vond een heel mooi antwoord bij een boek dat ik lees van Lev Tolstoj, De weg van het leven, een boek vol levenswijsheden. Een daarvan raakte me; zonden, verlokkingen en bijgeloof (leugen), dat is de aarde, die de zaden van de liefde moet bedekken zodat deze kunnen ontkiemen. Zo binnen, zo buiten. Daar waar ik dus vast kom te zitten in het patroon met mijn moeder en mijn eigen ik verlies, besef ik dat dit wel de omgeving is waarin ik ben geboren. Dat dit de bodem is van het zaadje van mijn ziel, mijn ziel die in mij geboren wordt. Zo begrijp ik dat al die onvolmaaktheid aan de buitenkant van de wereld, al die bewegingen rond mensen die aan de macht zijn, die enorme dynamiek van het collectief, noodzakelijk is om individuen tot de liefde te brengen, noodzakelijk is voor het individu om te transformeren. Dat is het doel, liefde is het doel. Net zolang tot er genoeg individuen geraakt en getransformeerd zijn door de liefde en de buitenkant als een schil openbarst en een nieuwe wereld, de hemel op aarde, geboren wordt. Deze werkelijkheid maakt voor mij het plaatje rond, want als ik me alleen richt op de buitenkant, raak ik vast in mijn oordeel. Oordeel over het populisme, over mensen die op dit soort leiders stemmen, ik wil de buitenkant veranderen, omdat ik de onvolmaaktheid onverdraaglijk vind, niet aanvaard. Ik mis de diepere betekenis van het geheel vanuit de afgescheidenheid van mijn eigen ego.

Zoals het zaadje vanuit het donker groeit naar het licht, zo is dat ook met ons als mens, als individu. Het donker, onze donkere, pijnlijke kanten die we het liefst niet willen voelen en een hele wereld omheen bouwen om maar niet te hoeven voelen, dat donker is nodig om te groeien als mens. Zonder donker kan een mens in dit lichaam op deze planeet niet groeien. Het probleem is niet dat er licht en donker is, maar het probleem is dat wij ze van elkaar scheiden. Dat is in mijn ogen de bron van het populisme, dat het donker, het kwaad buiten zichzelf projecteert en bestrijdt in plaats het in zichzelf verbindt. Juist door donker en licht in onszelf te verbinden zien we de betekenis van de mens hier op aarde. Pas liep ik met onze hond hier in het bos en begreep dat alles hier op aarde en de aarde zelf voor ons als mens geschapen is. God heeft dit alles voor ons geschapen. Vanuit zijn onmetelijke liefde voor ons als mens heeft hij de aarde aan ons gegeven als een geschenk aan zijn allerliefste kind. God houdt van al zijn schepsels, maar van ons, de mens, het meest, als een lievelingskind. Vanuit dat bewustzijn mogen wij omgaan met deze aarde, met alles dat leeft. Het is mijn wens voor het komende jaar, dat ik me dat mag herinneren, in plaats vanuit mijn afgescheidenheid van het bewustzijn van dit enorme geschenk dat me gegeven is, als een olifant door de porseleinkast van het leven dender.

 

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com