2016

je bent iemand, niet niemand

img_0552

Vorige week zag ik de film Elysium van de Zuidafrikaanse regisseur Neill Blomkamp. Het was zijn 2e film, na District 9, waarin hij hedendaagse maatschappelijk en sociale kwesties projecteert naar de toekomst. Elysium schetst een wereld waarin de rijken en welgestelden naar een plek buiten de dampkring zijn verhuisd om hun eigen luxe leven te kunnen behouden en voortzetten. Op aarde wonen de afvallers, de loosers, de armen, de have-nots. Ze leven in getto’s en de ‘gelukkigen’ hebben een slavenbaantje in een fabriek waar robots worden gemaakt om de wereld van de welgestelden te bewaken en verdedigen. Wat me vooral raakte was dat de welgestelden zichzelf burgers noemen en de achterblijvers op aarde als niet-burgers beschouwen. Minderwaardig. Nobody’s. Ze hebben geen waarde, hoogstens als werkend voor de welgestelden, maar volledig inwisselbaar, als onderdeel van een machine, waarmee naar believen gedaan kan worden. Geen persoon. Iemanden tegenover de niemanden. Je kunt dat woord voelen, als je het tot je door laat dringen. Jij bent niemand, niet iemand.

Stel je zelf maar eens de vraag; wat maakt een mens nu eigenlijk iemand? Wat is de kern van wat een mens iemand maakt? Volgens mij dat hij wordt liefgehad. En dan niet voorwaardelijk, want dan moet je weer aan een verwachting, aan een eis van een ander voldoen, maar onvoorwaardelijk, van binnenuit. Anders geformuleerd, dat ieder mens vanuit een enorme liefde van binnenuit op dit moment (dus niet ooit ergens in het verleden) wordt geschapen. Dat woord is wellicht voor sommigen te ‘bijbels’. Je zou ook kunnen zeggen; vanuit een enorme liefde van binnenuit wordt gevormd als een uitdrukking van essentie. Zoals alles dat leeft vanuit een enorme liefde wordt vorm gegeven, de boom die daar groeit, het gras, die wolken, de wind, de regendruppels, de dampkring met precies de juiste substantie en grootte om het leven zoals wij dat kennen hier op aarde mogelijk te maken.

Hoe moet ik me dat dan voorstellen? Ik kreeg het beeld van iemand die met alle liefde en volledige, onverdeelde aandacht die hij of zij in zich heeft een tekening maakt, een kunstwerk, een schilderij. En wij en alles dat leeft, de aarde, het heelal, onderdeel is van dat levend schilderij, dat kunstwerk. Ik moet denken aan een van mijn lievelingspsalmen, die voor mijn gevoel uitdrukt vanuit welke essentie, welke liefde, welke massief gebundelde aandacht wij en alles dat leeft op dit moment wordt gemanifesteerd, geschapen. U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de schoot van mijn moeder. Ik loof u voor het ontzaglijk wonder van mijn bestaan, wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel. Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim. Uw ogen zagen mijn vormeloos begin, alles werd in uw boekrol opgetekend, aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één (psalm 139).

Maar wat doen wij en ik ken dat maar al te goed, we plaatsen ons buiten dat schilderij. We plaatsen ons buiten die voortdurend voortgaande en groeiende schepping. Omdat ons hart gekwetst is en we denken dat de liefde en aandacht die in het schilderij zit, niet voor ons is weggelegd. Dat we niet zijn om van te houden, dat er iets niet klopt aan ons. We de liefde niet waard zijn. We maken ons vanuit ons ego minder en tegelijkertijd meer door ons buiten die cirkel van liefde te plaatsen. En zonder dat we er bewust van zijn, worden we op die manier van iemand, niemand. Grappig, Tijn Touber bracht me in zijn boekje Het geheim van genialiteit op het spoor van het bekende nummer van The Beatles, geschreven door John Lennon, Nowhere man. Leuk om die tekst te lezen vanuit de achtergrond van wat ik net schreef. He’s a real nowhere man. Sitting in his nowhere land. Making all his nowhere plans for nobody. Doesn’t have a point of view. Knows not where he’s going to. Isn’t he a bit like you and me? Nowhere man please listen. You don’t know what you’re missing. Nowhere man, the world is at your command. He’s bilind as he can be. Just sees what he wants to see. Nowhere man, can you see me at all. Nowhere man don’t worry. Take your time, don’t hurry. Leave it all till somebody else lends you a hand.

Voor mij is dit de grootste uitdaging van deze tijd, weerstand bieden tegen een neoliberaal systeem dat er door een blind geloof in het marktmechanisme voor zorgt dat er een steeds grotere tweedeling ontstaat tussen arm en rijk, have en have-nots, winners en loosers, iemanden en niemanden. Er is geen verbinding tussen deze werelden, zoals Joris Luyendijk (Dit kan niet waar zijn) en Thomas Piketty (Kapitaal in de 21e eeuw) zo goed laten zien. En dat ligt niet alleen aan de leiders die we kiezen, zoals Donald Trump de afgelopen week. Ik denk dat ieder van ons een belangrijke rol kan spelen in het elkaar herinneren dat we iemand zijn en niet niemand. Ik zie jou, zoals ze zeggen in de film Avatar. I see you. We kunnen elk moment die iemand die we zijn bevestigen en waarmaken. Door niet automatisch en gedachteloos onze rol uit te voeren, maar telkens onszelf en de ander te zien als iemand, als iemand die in wezen wordt liefgehad. Door de ander te zien als mens en niet als product binnen een door geld gestuurd systeem. Op die manier maken we verbinding met de ander als onze gelijke. Zo ontstaat er eenheid, maar ook vrede. Vrede is meer dan de afwezigheid van oorlog. Vrede, verbinding, vraagt telkens weer een inspanning om contact te maken met onze eigen essentie en de ander te zien als iemand zoals wijzelf. Eenheid is noodzakelijk om een volgende stap te zetten in onze evolutie als mens. Ga maar naar de nieuwe film Arrival waarin die noodzaak van eenheid op een prachtige en originele manier wordt vormgegeven!

de bloem en de goede koning

img_0259

Vorige week deed ik op maandagochtend met een groepje mensen de latifa-meditatie en bij de plek van het hart, van de kwaliteit liefde,  visualiseerde ik een plant, die zover is uitgegroeid dat er de eerste bloemen in verschijnen. Ik stond in mezelf stil bij die bloem en plots voelde ik dat ik die bloem was. Ik voelde dat wat ik in mijn leven doe en vorm geef met de individuele begeleidingen die ik doe, de dagbesteding, Pluk&Plenty, dat dat mijn bloem is. Dat was bijzonder, want meestal heb ik het idee, de overtuiging dat dit niet genoeg is. Dat ik meer in de wereld moet zetten om iets te kunnen betekenen. Dan vergelijk ik me met anderen, die in mijn ogen meer presteren dan ik. Ik voel me minderwaardig. Nu was het anders. Ik voelde me deze plant met takken en bladeren en bloemen die verschijnen, gewoon vanuit de dingen die ik doe. Het kwam misschien ook door de open dag bij Pluk&Plenty, eind september, waar ik zelf erg van heb genoten. Het was gezellig druk met veel ruimte voor ontmoeting. En ik dacht: dit is echt een plek voor ontmoeting. Wat ik hier doe is voorwaarde scheppen voor ontmoeting en ik zag de waarde hiervan. Dat was dus die bloem. Mijn bloem. Een paar jaar geleden deed ik een consult bij iemand, die mijn hand kon lezen. Deze vrouw kreeg het beeld van mij als een grote boom, waar mensen in de schaduw zitten en elkaar ontmoeten. En nu kon ik dat tijdens deze latifa-meditatie ervaren.

Dat geeft een boel ontspanning, moet ik zeggen. Dat ik met wat ik doe genoeg ben, een bloem ben. Niet nog meer hoef te presteren, neer zetten, omdat de buitenwereld me dan pas ziet, van me houdt. Nee, dit gevoel staat los van de buitenwereld. Onafhankelijk. Het was een gevoel van binnenuit, van waarde, van een bloem die in mij groeit. Dan wordt het weer duidelijk dat pas als ik mezelf die waarde geef, het dan ook van de buitenwereld komt. En niet andersom. De liefde van buiten begint bij de liefde voor mezelf.

Een week later was ik bij de musical van Lion King waar mijn dochter aan mee deed. Er zit veel inhoud in het welbekende verhaal. Tijdens het kijken werd ik geraakt door de situatie waarin Scar de koning is, maar vanuit oneigenlijke macht en er een puinhoop van maakt. Een koning die op oneigenlijke gronden, met leugens en valsspelen op zijn positie zit. Het is wachten op de ware koning, Simba, die recht heeft op deze plek, maar nog moet gaan staan voor zijn waarde, voor zijn positie, zijn ware identiteit. Heel het verhaal werd plots voor mij een metafoor van enerzijds mijn innerlijke situatie, waarin het ego op de verkeerde plek zit, zich de plek van de koning heeft toegeëigend. Maar tegelijkertijd was het ook het beeld van de wereld waarin we leven, die uit balans is en waar we wachten op een leider die ons vanuit het hart, vanuit menselijkheid dient. Het is nu zaak dat de goede koning zijn plek, zijn erfgerechtigde plek gaat innemen. Een koning die niet alleen maar bezig is met zichzelf, zijn macht, maar verbinding heeft met de essentie als bron van liefde en wijsheid. Die zijn macht niet misbruikt, maar slechts inzet als dit nodig is om zijn volk te beschermen.

Zo binnen, zo buiten. De wereld in Nederland houdt zich bezig met twee belangrijke verkiezingen, die in de Verenigde Staten volgende maand en die in Nederland in maart van volgend jaar. We zoeken een goede leider. Is dat Trump? Hillary Clinton? Rutte, Samson, Pechtold, Buma? De goede koning begint voor mij niet bij een leider buiten ons, de goede koning begint in onszelf. We hebben het beeld van onszelf dat we vrij zijn. We leven in een vrije democratie, zeggen we dan, die vrij is om een leider te kiezen die het volk wil, die wij willen. Maar wat is onze uiterlijke vrijheid waard als we van binnen niet vrij zijn?

Als ik naar mezelf kijk, weet ik hoe moeilijk het is om die plek in mezelf, die toekomt aan de rechtmatige eigenaar, de goede koning, vrij te houden. Zo snel laat ik me bezetten door aspecten van de wereld buiten mezelf. Betrap ik mezelf dat ik tijdens een autorit weer luister naar het nieuws van Radio 1 en mijn geest er door laat bezetten. Dat ik weer achter een warme chocolademelk met slagroom zit. Dat ik me weer teveel laat afleiden door een mooie vrouw die daar over straat loopt. Dat ik me weer teveel identificeer met mijn rol om een ander te helpen. Met alles wat moet. Dan ben ik niet aanwezig. Ik ben verdoofd. Bezet. Gehypnotiseerd. Ik moet denken aan het verhaal van Jezus, die zegt tegen Petrus dat hij hem drie keer achter elkaar zou verraden. Petrus geloofde hem niet, maar het gebeurde zoals Jezus had voorspeld. Petrus zei drie keer achter elkaar ‘nee’ op de vraag of hij deze Jezus kende. Dat verhaal gaat natuurlijk over de Jezus, de goede koning, in Petrus zelf, waar hij op dat moment geen contact mee had, die hij als het ware verloochende.

Ik neem het waar, maar voel hoe moeilijk het is om me te verzetten tegen deze oneigenlijke bezetting van de plek die eigenlijk de goede koning toekomt. Mijn essentie, mijn geestelijk deel, God als je wilt. Ja zeggen tegen deze goede koning begint dus eigenlijk met heel vaak ‘nee’ zeggen tegen de verleidingen van buiten. Dat is de kern van innerlijk werk wat mij betreft, het leren ‘nee’ te zeggen tegen de zuigkracht van de buitenwereld en al zijn verleidingen om op een oneigenlijke manier die plek in te nemen van de essentie. Door steeds weer ‘nee’ te zeggen, bouw je een basis, een ik op in jezelf. Deze ik, dat nieuwe centrum, is dan weer een basis voor het toelaten van de goede koning, om het zo maar even te noemen.

Het helpt me dan wel om me een paar keer per dag af te sluiten voor de wereld om me heen en te mediteren. Met mijn aandacht naar binnen te gaan en contact te zoeken met mijn essentie. Soms voel ik me dan vervuld worden van binnenuit. Even neemt de goede koning zijn gerechtigde plek in, de plek die hem toekomt. De aantrekkingskracht van de wereld is dan gelijk een stuk minder. Ik voel vrede in mezelf, vrede met wie ik ben, vrede met mijn omstandigheden. Maar daarmee ben ik er nog niet. Mensen hebben soms de meest prachtige en bijzondere bewustzijnservaringen en denken dan vaak dat ze er zijn. Maar in feite begint het werk dan pas. De kunst is namelijk dat zo’n eenheidservaring deel wordt van jezelf, dat zo’n ervaring jouw nieuwe ik wordt, vlees en bloed wordt. Dat leer je niet met een cursusje hier en een workshopje daar. Dat is een lang proces van integratie, waarbij je vooral delen van jezelf tegenkomt, die pijn doen en moeilijk zijn om onder ogen te zien. Mijn overtuiging is dat ik in dit werk niet alleen sta. Ik kreeg pas het beeld van golven van negativiteit, van al dat slechte nieuws in de media, die ons soms overspoelen. Maar onder die golven wordt de wereld in evenwicht gehouden door het onzichtbare werk van vele mensen die ruimte scheppen voor de goede koning die komt, die van hun essentie een nieuwe basis proberen te maken.

over vertrouwen, liefde en ontspanning

img_0123
Vanmorgen kwam het volgende zinnetje in me op: als ik God op de eerste plaats in mijn leven zet, betekent dat eigenlijk dat ik er op vertrouw dat het leven mij geeft wat ik nodig heb. Ik kan mijn controle en kramp loslaten van dat het leven moet gaan zoals ik dat wil. In die zin zou je kunnen stellen dat God een jaloerse god is, omdat hij wil dat we als mens hem op de eerste plaats zetten. Hij wil onze onverdeelde aandacht. Je zou ook kunnen zeggen dat je trouw bent aan je goddelijke oorsprong. Of aan je essentie of Hoger Bewustzijn. God is een beladen en besmet woord, maar ik heb wel besloten om me het woord God niet af te laten pakken, omdat het in de loop van de eeuwen door mensen is misbruikt, besmet, onzuiver gemaakt. Ik heb het hier niet over die uiterlijke, collectieve God van een godsdienst of religie, maar over de innerlijke God die de bron van mijn essentie is. Het is voor mij zoals Etty Hillesum het uitdrukt; ik kom telkens weer uit bij een en hetzelfde woord God. En dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen.

Zet ik God niet op de eerste plaats in mijn leven, ontstaat er een gat. Ik raak afgescheiden van mijn goddelijke oorsprong. Dat is het gat. Een logische reactie op dat gat is dat ik naar buiten gericht raak en dat gat met allerlei zaken buiten mezelf probeer op te vullen. Dat kan werkelijk van alles zijn; spullen, relaties, ambities. Er ontstaat in feite een valse identiteit, die gebouwd is op dat opvullen van dat gat, wie ik ben in relatie tot wat ik heb, wat ik doe en de rollen die ik speel ten aanzien van mijn relaties. Terwijl wie ik werkelijk ben te maken heeft met mijn verbinding met God, mijn goddelijke oorsprong, mijn essentie, mijn Hoger Bewustzijn. Daar waar ik uit voortkom.

Als ik God, mijn relatie met mijn goddelijke oorsprong, op de eerste plaats zet, verandert dat ook iets ten aanzien van hoe ik naar andere mensen kijk, mijn relatie met andere mensen. Bv. met mijn vrouw Gebi. Vanuit mijn gat, mijn afgescheidenheid, die ik maar al te goed ken, heb ik de overtuiging dat zij mij de liefde moet geven die ik heb gemist. Een eis waaraan zij nooit kan voldoen. En ik ook niet ten aanzien van de ander. Ik kan de ander niet de liefde geven die zij of hij heeft gemist. Ik kan dat gat van de ander niet opvullen. Toch is dat vaak de basis van veel relaties die we hebben. We zitten vaak onbewust vast in wat wel de reddersdriehoek wordt genoemd. We bewegen tussen drie rollen; die van de redder, het slachtoffer en de aanklager. Die rollen wisselen voortdurend, maar hebben als basis het vullen van het gat, dat ontstaat vanuit het afgescheiden zijn van onze goddelijke oorsprong, onze essentie. Op deze manier zetten we een grote druk op de verwachtingen die we hebben van de liefde voor elkaar. Verwachtingen die eigenlijk niemand kan waarmaken en de basis zijn voor de breuk in vele relaties. Waarna we vaak weer een nieuwe relatie beginnen vanuit hetzelfde patroon.

Als we God op de eerste plaats zetten of ons gat laten vullen door de onvoorwaardelijke liefde die er vanuit het Hoger Bewustzijn voor ons is en tegelijkertijd snappen dat er van ieder mens op deze manier wordt gehouden, dan ontslaan we ons van de hoge verwachtingen en eisen die we hebben over de liefde voor elkaar. Als ik weet dat de ander wordt liefgehad van binnenuit, hoef ik die ander die liefde niet te geven. Dan kan ik ontspannen, de ander en mezelf vrij laten en van de ander houden, omdat ik weet dat hij of zij vanuit zijn of haar essentie wordt liefgehad. Khalil Gibran verwoordt dat prachtig. Al zijt gij samen, laat er ruimte tussen u bestaan. En laat de winden van het luchtruim tussen u dansen. Hebt elkander lief, maar maakt de liefde niet tot een verplichting. Laat zij liever een zee zijn die deint tussen de kustlijnen van u beider ziel. Vult elkanders beker, maar drinkt niet uit een en dezelfde bokaal. Geef elkander te eten, maar eet niet van een en hetzelfde brood. Zingt en danst samen, maakt het leven tot een feest, maar laat elkaar vrij, zoals de snaren van een luit op zichzelf staan, al doortrilt hen dezelfde muziek. Geeft uw hart, maar geeft het niet bij elkaar in bewaring, want alleen de hand des levens kan u beider hart bevatten. Sta bij elkander, maar niet te dicht opeen, immers de zuilen van de tempel staan op zichzelf. En de eikenboom en de cipres groeien niet in elkanders schaduw.

Zo is het ook met de mensen die ik begeleid. Als ik weet dat er van die ander wordt gehouden, zoals ook van mij wordt gehouden, er hulp voor die ander is, dan hoef ik met niet verantwoordelijk te voelen voor het wel en wee van de ander. Dan kan ik ontspannen en mezelf ontslaan van de hoge eisen die ik mezelf opleg in het helpen van andere mensen. Dat kan een hele klus zijn, omdat het in mijn systeem zit ingebakken, dat ik me verantwoordelijk voel voor de ander, zoals ik me dat voelde voor mijn ouders vroeger, met name mijn vader, die zeer emotioneel was en wisselend in zijn gemoed. Ik deed dat omdat ik van hem hield, maar het was vanuit onwetendheid. Een hardnekkig patroon, dat ik nu mag leren loslaten, omdat ik nu weet dat er van binnenuit van ieder mens wordt gehouden, zoals er ook van mij wordt gehouden.

de wereld heeft onze onverdeelde aandacht nodig

IMG_1157De discussie van vorige week in de Volkskrant over het nut van godsdienst versus wetenschap gaf me inspiratie voor het schrijven van deze tekst. Gisteren sloeg ik de Bijbel open en kwam toevallig uit bij het verhaal van Judit in het Oude Testament. Judit heeft het over de God van Israel als ze zegt dat hij zijn grote macht toont ten gunste van Israel en tegen de vijanden van Israel. De god waar in het Oude Testament wordt gesproken is met name een collectieve god, die blijkbaar een volk heeft uitverkoren om zich te openbaren. In dat licht kunnen we misschien begrijpen hoe revolutionair de boodschap van Jezus was, die het idee van een collectieve god fundamenteel doorbrak door te verkondigen dat God er is voor ieder mens, ongeacht rang, stand, ras, geaardheid.

Het is logisch dat het woord God veel verzet oproept, omdat dat woord behoorlijk besmet is geraakt. Wij als mensen hebben namelijk de neiging om God voor ons karretje te spannen om daarmee onze eigen machtsdoelen te bereiken met God als reden om ons gedrag te verantwoorden, goed te praten, overtuiging bij te zetten. In naam van God is al veel ellende veroorzaakt. Maar in feite heeft dit helemaal niets met God te maken. Het is een hele kunst om het woord God een zuivere betekenis te geven. Nu leven we in een Westerse samenleving, waarin God wordt gezien als achterhaald, dom, niet wetenschappelijk, naïef, niet meer van deze tijd. Het is een feit dat we in de loop van ons leven afgescheiden raken van onze essentie, onze oorsprong, die we God zouden kunnen noemen. Maar om deze afgescheidenheid als basis voor ons leven te beschouwen is naar mijn idee het gevolg van een beperkte visie. Toch lijken dat de twee hoofdstromingen te zijn in onze wereld van dit moment. Aan de ene kant de God van de godsdiensten, een vaak nog collectieve God, die voor bepaalde mensen, voor een bepaalde groep, die zich aan bepaalde regels houdt, aanwezig is en voor andere groepen of andere mensen niet. Die andere mensen dienen dan bekeerd te worden of zoals we bij de fundamentele Islam zien, met geweld te worden bestreden. Aan de andere kant een stroming die God heeft uitgebannen, die zich rationeel noemt, wetenschappelijk en die de zin van het leven haalt uit wat de mens er zelf van maakt. In het leven zelf zit geen zin, maar de mens geeft daar zelf zin aan. De angst voor de dood is de reden om te leven, zoals in de nieuwste Star Trek film wordt gezegd. Angst als basis voor het leven.

We vinden het normaal om te zeggen dat het leven niet te vertrouwen is, bedreigend, vijandig zelfs. We moeten ons tegen het leven beschermen. De ene doet dit dus met een godsdienst, de ander met een rationeel wetenschappelijk kader. Het is een grote stap om de werkelijkheid niet te zien als onbetrouwbaar en bedreigend, maar als goedaardig, liefdevol, volmaakt, betrouwbaar, ondersteunend. Vanuit onze afgescheidenheid is dat onmogelijk, omdat onze negatieve visie op het leven de projectie is van deze afgescheidenheid. Toch zou je kunnen zeggen dat deze afgescheidenheid zinvol en noodzakelijk is. Op deze afgescheidenheid wordt namelijk onze persoonlijkheid gebouwd die in het eerste deel van ieders leven bezig is om een plek te vinden in de uiterlijke wereld. Leert wat het moet leren om in deze wereld te overleven. In het eerste deel van ons leven identificeren we ons hoofdzakelijk met dit deel. Veel mensen hebben daarbij geen contact met hun innerlijk, zijn zich niet eens bewust van het bestaan er van. Vaak als er iets ergs gebeurt, verlies of crisis, worden we uitgenodigd om met onze aandacht naar binnen te gaan. Er ontstaat een scheur of barst in onze uiterlijke persoonlijkheid en soms is deze tijdelijk van buitenaf te repareren, maar is een werkelijke heling alleen maar mogelijk van binnen uit. Daar is er weer contact mogelijk met onze essentie, die we in eerste instantie hebben losgelaten. Door dit contact met onze essentie gaan we zien dat die uiterlijke persoonlijkheid een schil is, de schil van een ei, waar van binnen iets aan het broeden is. Onze werkelijke, essentiële ik, die verborgen zat en geboren wil worden. Dan krijgt het woord God een gelijkwaardige, persoonlijke en intieme betekenis, in plaats van de collectieve god van de godsdiensten in de uiterlijke wereld. We begrijpen dat we van goddelijke oorsprong zijn als mens, maar ook alles om ons heen dat leeft, waar we onlosmakelijk mee verbonden zijn. Dan is er eenheid, vrede en respect in onze aanwezigheid en geen verdeeldheid, oordeel of scheiding. Het is die aanwezigheid, die slechts door het individu te realiseren is, die onze wereld nodig heeft als antwoord op de polariserende krachten van dit moment. Omdat slechts vanuit deze onverdeelde aanwezigheid een oorspronkelijke, authentieke en creatieve reactie mogelijk is en niet een reactie die komt vanuit onze pijn en net zoveel geweld oproept als dat het wil bestrijden. Maar voor deze onverdeelde aandacht moeten we vaak diep graven, onze pijn niet vanuit woede en verdriet naar buiten afreageren, maar van binnen oplossen. Niet een keer, maar telkens weer opnieuw, zodat deze manier een nieuwe manier van leven wordt, die de wereld werkelijk zou kunnen veranderen.

heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf

IMG_0950
Ik kom altijd weer uit bij een en hetzelfde woord; God, en dat omvat alles en dan hoef ik al het andere niet meer te zeggen (Etty Hillesum).

Deze week begreep ik weer wat beter wat het liefdesgebod van Jezus betekent. Heb God lief boven alles en houd van de ander, zoals van jezelf. Eigenlijk zit hier alles in.

Dit jaar leer ik heel veel van mijn leervraag, die ik ieder jaar van september tot september, inzet. Deze leervraag, dit thema luidt dit jaar; de kracht, die op mezelf gericht is. Ik kwam hierop, omdat ik me vorig jaar voorzichtig bewust werd van een kracht in me, die onvoorwaardelijk in mij aanwezig is en die ik beter wilde leren kennen. En niet zoals ik gewend ben vanuit mijn ego-systeem een naar buitengerichte kracht, die bezig is mijn eigen pijn, mijn eigen gat te vullen met afleidingen, eten, de zorg en verantwoordelijkheid voor anderen. Dat gat vullen is vaak de bezigheid waar ik bewust en onbewust heel vaak mee bezig ben. Bijvoorbeeld, kwam ik laatst achter, dat ik eigenlijk meer succes in de wereld wil, omdat ik dan denk dat mensen meer van me houden. In dat gat, mijn bottleneck zit nl. de overtuiging dat ik niet ben om van te houden. Een conclusie, die ik getrokken heb nav. het gezin waarin ik geboren ben.

Pas gebeurde er iets schokkends. Ik was aan het vergaderen met een 4-tal hulpverleners ten behoeve van een van mijn klanten en in de vergadering gebeurde opeens hetzelfde als in mijn gezin vroeger. Een van de hulpverleners nam, net als mijn vader vroeger, enorm veel ruimte in. Ze profileerde zich op zo’n manier, dat ik me helemaal aan de buitenkant gedrukt voelde. Terwijl de andere het eigenlijk wel prima vonden, want met haar dominantie vulde ze het gat dat de andere lieten liggen. Ze vonden elkaar in een onuitgesproken contract en ik stond daar buiten. Net zoals vroeger, waar mijn vader dominant was en mijn moeder zich aanpaste. Bijzonder pijnlijk, maar als kind kon ik dat niet toelaten en had allerlei manieren ontwikkeld om dit nare gevoel te ontwijken. Ik kon het nu, in tegenstelling tot vroeger, wel voelen en voelde me beklemd, uitgesloten, benauwd, klein, minderwaardig.

Het is de eerste stap in verandering, nl. het gat dat in ieder mens geslagen is, te kunnen voelen, beetje bij beetje, net zoveel als het vat van bewustzijn kan dragen. Ik denk dat het gat nooit verdwijnt, maar wel dat ik het gat niet meer hoef te ontwijken, te vullen met oneigenlijke dingen, maar langzaam toe te laten. Er ik tegen zeg, er verantwoordelijkheid voor neem, toelaat zoals het is en van binnenuit om hulp, om antwoord vraag. Want dat is eigenlijk het wonder, dat van binnen er een antwoord op deze pijn, dit gat, aanwezig is. Dat antwoord was er altijd al, maar doordat mijn bewustzijn groeit, kan ik het nu langzaam, beetje bij beetje toelaten. Zo wordt er van binnenuit iets geheeld en wordt in mij een nieuw bewustzijn geboren.

Dat nieuwe bewustzijn krijgt in mij beetje bij beetje meer ruimte. Bijvoorbeeld met het inzicht een aantal maanden geleden dat ik van goddelijke oorsprong ben. Ik vroeg me namelijk af; waar komt dan dit bewustzijn, dat in mij geboren wordt, vandaan? En het antwoord dat ik van binnen kreeg was: God. Dat raakte me diep en even kon ik ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben. En van daaruit dat alles om me heen van goddelijke oorsprong is. En ik dus één ben met alles om me heen. Deze week werd dit inzicht nog iets groter door het lezen in het boek van Baird Spalding; Meesters uit het verre Oosten. Hij beschrijft hierin vanuit zijn 3 jaar lange ervaring met verlicht volk dat in de Himalaya woont, de relatie tussen God en de mens. En plots kon ik even in mezelf ervaren dat God en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dat God door de mens zichzelf schept. Dus dat wij in feite de manifestatie van God zijn. Misschien had ik dat wel eens eerder gelezen, maar ik had dit nog niet zo sterk ervaren en voelde de onmetelijke liefde die God voor mij als mens, voor ons als mensen heeft. God schept ons mensen, God schept mij vanuit een niet te bevatten grote liefde. En ik kon die liefde nu een stukje toelaten. Wow, dacht ik, wat een fantastisch antwoord op mijn gat, mijn bottleneck, mijn valse overtuiging die ik getrokken heb vanuit de situatie in mijn gezin dat ik niet ben om van te houden.

Wat een wereld kun je toch opbouwen vanuit een verkeerd getrokken conclusie, waar je je hele leven in kunt blijven geloven. Dat doen we individueel, maar ook collectief. Onze hele economie bijvoorbeeld is opgebouwd vanuit de foute, beperkte conclusie van een tekort, dat er in principe een tekort is aan middelen om al onze behoeftes te bevredigen. Dit is echt een grote dwaling. Als we namelijk in contact zijn met onze essentie of goddelijke oorsprong of hoe je dat ook wilt noemen, dan wordt ieder verlangen vervult. Dat is een wetmatigheid. Dan wordt verlangen scheppen. We zijn het geloof daarin wellicht verloren, sterker nog; we zijn gaan geloven dat het tegendeel waar is. We zijn afgescheiden geraakt van onze oorsprong en zijn van daaruit gaan geloven dat er een fundamenteel tekort is. Dat geluk of liefde of wat dan ook voor ons niet is weggelegd. Dat het leven ons niet goed gezind is, niet te vertrouwen is, bedreigend is waartegen we ons dienen te beschermen. We gaan dan zoeken en grijpen naar dingen buiten onszelf, een hele economie is daarop gebaseerd. Door deze verkeerde conclusies worden miljarden verdiend en daarom ook in stand gehouden. Het is een wereld die afgescheiden is van de essentiële werkelijkheid, waarin als we hiermee verbonden zijn geluk en liefde ons erfrecht is, omdat het ons van binnenuit gegeven wordt. Hoe anders zou de wereld, zou onze economie eruit zien, als we dat zouden geloven.

Een beetje meer begin ik te begrijpen dat er maar één werkelijkheid is en dat is God. God is alles. Buiten God is er niets. Je zou ook kunnen zeggen; alles is Heilig, alles wat leeft is heilig. Als God is, ben ik. Ik kan dat vooral ervaren als ik hier in mijn eentje in het bos loop, de hond uitlaat bijvoorbeeld of in de moestuin werk. Dan is het alsof ik woon in God. Ik kan dat bewustzijn dan een stukje toelaten net zo ver als mijn vat dat kan dragen. Want het is een hele grote waarheid die ik maar een beetje kan bevatten, maar alleen dat beetje al maakt me wel heel gelukkig en vervuld. Dan snap ik wat het betekent heb God lief boven alles en de ander zoals jezelf. Want ook door die ander schept God zichzelf.

de rups die wil vliegen

IMG_2982
Het is een steeds terugkerend verschijnsel, dat ik na bijna iedere vakantie, bij het oppakken van mijn verantwoordelijkheden, struikel over wat ik noem mijn bottleneck. De nauwe poort van valse overtuigingen, negatieve overtuigingen, zoals dat ik niet ben om van te houden of er is geen hulp voor mij, dus moet ik sterk zijn en mijn leven alleen dragen. Alles wat ik doe, voelt dan als moeten. Een moeten dat me benauwd, klem zet. En onder de benauwdheid van deze valse overtuigingen (vals omdat ze niet waar zijn), zit een klein, eenzaam jongetje dat liefde heeft gemist. Een jongetje dat bang is, in paniek, hulp en ondersteuning nodig heeft. Liefde, warmte, aandacht. En als ik in mijn functionele moeten zit, laat ik deze liefde voor dat jongetje, voor mezelf los. Dan ben ik alleen nog bezig met de vragen die anderen aan me stellen en waar ik me verantwoordelijk voor voel, wat weer een valse overtuiging is.

Zo ziet mijn persoonlijkheidsstructuur eruit en ik denk dat dit zo is bij de meeste mensen, bij ieder weer in een eigen, persoonlijke variatie. In ons allen is een gat aanwezig, veroorzaakt door een gebrek aan liefde in onze kindertijd, in welke vorm dan ook. Het gat probeert ieder mens in eerste instantie te vullen met iets van buitenaf, door gericht te zijn naar buiten. Deze invulling van buitenaf is niet efficiënt en tijdelijk, niet duurzaam, als een puzzelstukje dat niet past, ook al leven we misschien heel lang in de illusie dat het wel werkt. Totdat we vaak uit wanhoop onze aandacht naar binnen richten en antwoord krijgen vanuit onze essentie. Vanuit een (geestelijke) werkelijkheid waarin geen verdeeldheid of afgescheidenheid heerst, maar eenheid. Dan wordt het gat gevuld met precies datgene wat past. Dan begrijpen we door deze ervaring van essentie dat we zonder dit gat nooit zouden gaan zoeken naar deze werkelijkheid als bodem voor onze diepere en werkelijke identiteit. Dan wordt dat wat we zo vaak proberen te ontwijken, omdat het verdomde pijn doet, een geschenk.

Zolang we vast blijven zitten in de identificatie met ons ego, die de oplossing voor ons gat, ons tekort buiten onszelf zoekt, zijn we als een rups die probeert te vliegen. Misschien hebben we als rups wel gedroomd dat we konden vliegen en proberen we vanuit een oprecht verlangen telkens weer van de aarde los te komen. Hoe groot ons verlangen en doorzettingsvermogen ook is, we zullen er achter moeten komen dat een rups met de instrumenten die het heeft, nooit kan vliegen. We zullen steeds weer te pletter slaan, struikelen over de bottleneck van ons ego. Net zolang totdat we snappen dat de pijn van ons ego de bodem vormt voor het geboren worden van de potentie die in de rups verborgen zit. Niet door de pijn te ontwijken, maar juist door hem toe te laten. De pijn van het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde heeft gemist. Door die pijn innerlijk toe te laten, wordt de weg vrijgemaakt voor een antwoord van binnenuit. En als we dan langzaam dat liefdevolle antwoord leren kennen, leren vertrouwen, kunnen we ons hieraan leren overgeven. Kunnen we onze oude identiteit met valse en negatieve overtuigingen loslaten en gaan inzien wat een prachtig mens we zijn. Dat als we ons meer gaan identificeren met ons geestelijk deel, onze goddelijke oorsprong, dat we tot prachtige dingen in staat zijn. Dan wordt de rups een vlinder, die werkelijk kan vliegen!

compassie is beste antwoord op geweld

IMG_0248

Hoe afschuwelijk de beelden ook waren van de aanslagen in Brussel afgelopen dinsdag, de reacties daarna van met name politici lijken na een zelfde soort gebeurtenissen in Parijs en Turkije (de meeste recente) een herhaling, een ritueel bijna. De woorden, hoe mooi ook, lijken in de meeste gevallen bijna emotieloos, zonder gevoel. Het hart van de democratie is geraakt, het hart van de vrije wereld. Onze gedachtes gaan uit naar de nabestaanden. Alsof onze slachtoffers meer waard zijn dan de slachtoffers die wij maken in de landen waar de terroristen vandaan komen. We zijn in oorlog. Nog zo’n uitspraak vanuit het principe van oog om oog, tand om tand. Geweld als antwoord op geweld, wat de pijn alleen maar groter maakt. Zijn we niet al in oorlog vanaf de jaren 90 van de vorige eeuw, toen we vanuit het Westen het nodig vond Irak binnen te vallen? Wie denkt dat de Islam de oorzaak is van al deze ellende, kijkt niet verder dan zijn neus lang is. Natuurlijk, de Islam wordt gebruikt om een uitweg te vinden voor individuele pijn, voor gevoelens van minderwaardigheid en onderdrukking, maar is niet de oorzaak. Dierbaren sneuvelen aan beide kanten en wat is er erger dan op een wrede manier te verliezen wat je het meest dierbaar is. De pijn is onverdraaglijk en roept woede op, haat. Voor de ene wordt deze pijn de fundamentalistische bodem voor een nieuwe aanslag. Voor de ander de reden om een meters hoge muur te bouwen rond het fort van onze Westerse welvaart, die ten koste van alles overeind moet blijven. Die kapitalistische economie waar we allen zo afhankelijk van zijn, is namelijk onze hedendaagse religie.

Het is dat wat het meest wanhopig maakt, namelijk dat het principe van oog om oog, tand om tand niet werkt, niet de oplossing biedt. We lijken gevangen te zitten in een neerwaartse spiraal van oorzaak en gevolg. Maar wat is nu ten diepste de kern van dit geweld dat wij als mensen elkaar aan doen, nu op dit moment, maar in feite al eeuwen lang. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, dat wij als mensen elkaar uitmoorden? Met wat voor reden? Macht? Of beter: ons idee van macht. En misschien is er wel iets mis met ons idee van macht waarmee we in staat zijn om een ander mens te vermoorden, een ander volk uit te roeien. Het foute aan ons idee van macht is dat wij denken dat we macht kunnen verkrijgen door onszelf los te maken van onze omgeving, het leven, onze medemens. Als we eerlijk zijn en kijken naar ons zelf heeft in ieder van ons het idee post gevat dat we beter zijn dan het leven zelf, beter zijn dan de natuur bv. die in dat zelfde idee barbaars is, gewelddadig. Kijk maar, hoe het ene dier het andere dier opeet, zeggen we dan. Nee, wij als mensen zijn beschaafd, zijn beter, zijn ontwikkeld. Met dat narcistische idee plaatsen we onszelf boven de natuur, boven het leven zelf. Boven de andere mens, die in onze ogen anders is dan wij zelf, die andere gewoontes heeft, anders eet, anders praat, er anders uitziet. En voordat we het weten, is die ander een bedreiging, die dient bestreden te worden. Hoe destructief dus dit verkeerde idee van macht ook is, we laten het niet los. We blijven hardnekkig vasthouden aan dit verkeerde idee, ook al brengt het ons tot de afgrond.

De oplossing ligt niet in het verlengde van dit verkeerde idee van macht, dat de oorzaak is van alle ellende. De oplossing ligt in de potentie die in ieder mens als een zaadje aanwezig is en wacht om tot groei te komen. De potentie namelijk om lief te hebben en niet alleen de mensen die aan onze kant staan, die op ons lijken. Maar ook de mensen die anders zijn, ja, zelfs de mensen die ons de grootste pijn aan doen. Heb je vijanden lief is het tegenovergestelde van oog om oog, tand om tand. Compassie. Het is het moeilijkste wat er is, zeker als je in de pijn bent van onrecht dat je is aangedaan. Maar toch is het de enige oplossing. Compassie namelijk gaat uit van de werkelijkheid dat we allen een zijn, dat wij als mensen een zijn. En niet afgescheiden, de een beter dan de ander. De een rijker dan de ander. De een mooier dan de ander. De een blanker dan de ander. We moeten die compassie in onszelf opgraven, zoals Nelson Mandela, Etty Hillesum. Jezus. Wij geloven echter zo sterk in het beeld van dualiteit, van de afgescheidenheid, dat we bijna niet geloven dat er nog een andere werkelijkheid is. De werkelijkheid van eenheid. Die werkelijkheid begint van binnen, bij het toelaten van de pijn die ieder van ons is aangedaan door een onvermijdelijk moment van liefdeloosheid. Van onwetendheid. Dat is namelijk het wonder, dat als we de pijn in onszelf toelaten en niet weer uitleven vanuit het principe van oog om oog tand om tand, dan komt er een antwoord vanuit die diepere werkelijkheid van eenheid, van liefde. Er is veel ongelijkwaardigheid in deze wereld vanuit ons verkeerde idee van macht. Maar het goede nieuws is dat we dat kunnen doorbreken omdat er een nieuw idee, een nieuwe werkelijkheid verborgen zit in ieder van ons. En die is dichterbij dan we denken!

nieuwe bodem

IMG_0007
Niet voor niets heet deze site ‘De kracht van innerlijk werk’ met teksten over mijn innerlijk proces. Het is werkelijk het allerbelangrijkste in mijn leven. Het is mijn parel. Omdat ik ervaar dat in dit proces, dit transformatieproces, lood in goud wordt veranderd. Zo noemde de oude alchemisten dit proces. In mij wordt een nieuw bewustzijn geboren, een bewustzijn van eenheid, van heelheid. Dat geboren worden gaat met barensweeën gepaard. Alsof ik door een psychische, nauwe poort wordt geperst. Deze nauwe poort, deze bottleneck, heeft te maken met mijn meest kwetsbare plek. De plek waar ik in deze aardse aandachtslaag de liefde het meest gemist heb. Daar waar het dus ook het meeste pijn doet. Blijkbaar kan de geestelijke transformatie niet plaatsvinden zonder dat telkens weer deze kwetsbare plek wordt meegenomen in het liefdesproces van menswording.

En ook al noem ik dit innerlijke proces het belangrijkste in mijn leven, het kost me vaak de grootste moeite om dit proces centraal te stellen in mijn leven. De belangrijkste reden is volgens mij dat mijn systeem gericht is op het ontwijken van pijn. Ik probeer de pijn van mijn meest kwetsbare plek te verdoven. Al heel snel zijn dan andere, wereldse zaken belangrijker dan mijn innerlijk proces. Plan ik mijn agenda vol met vele zaken die ik belangrijker acht en ben ik alleen nog bezig met functionele zaken, met werk, met taken in mijn gezin. Of mijn aandacht vullen met het wereldse nieuws dat ik volg op mijn iPhone. Terwijl mijn innerlijk proces juist ruimte en mijn onverdeelde aandacht nodig heeft. Stilte. Vrij en niet bezet zijn om de liefde, die dit proces leidt, werkzaam te laten zijn. Dus eigenlijk betekent dit heel vaak ‘nee’ zeggen tegen allerlei krachten die mij willen bezetten. Dat nee zeggen vraagt oplettendheid, waakzaamheid, alertheid, wakkerheid. Zelfbewustzijn, dat bij mij met vallen en opstaan groeiende is.

In de laatste maanden van vorig jaar voelde ik me bijzonder in balans. Ik kon de heelheid ervaren op mijn manier, in mijn mate. Ik kon ervaren dat ik van goddelijke oorsprong ben en tegelijkertijd dat al het leven om mij heen dat ook is. Ik beschreef het in mijn dagboek als volgt, toen ik op een ochtend aan de rand van het riviertje de Leij mijn ochtendmeditatie deed. Omdat ik het goddelijke in mezelf herken, herken ik het in alles om me heen. God is mij. God is jou. God is dat water dat hier langs mijn voeten stroomt, de ganzen die daar vliegen door de lucht. Het gras dat groeit, de bomen, de wind, de zee, de zon, de sterren. God is in alles. Het bijzondere is dat in dit bewustzijn het woord God ook vervangen kan worden door ik. Ik ben jou. Ik ben het water dat hier langs mijn voeten stroomt, ik ben de ganzen die daar vliegen in de lucht, de wolken in de lucht etc. Verbondenheid kan ik meestal makkelijker ervaren in de natuur, maar een paar dagen later kon ik zelfs in een moment de liefde voelen voor de stroom mensen die uit het nieuwe centraal station in Tilburg kwamen lopen.

Ik was blij met deze balans en dacht stiekem; misschien is mijn lijden nu voorbij, kan ik altijd in deze balans zijn. Misschien werd ik lui en liet ik mijn discipline wat los, misschien had dit er helemaal niets mee te maken, maar langzaam kwamen er wolken aan de heldere hemel en voelde ik van binnenuit mijn angst, mijn bottleneck omhoog komen. Altijd is er wel een aanleiding, een ontmoeting die niet lekker loopt, iets op tv. dat me raakt. Na de kerstvakantie begon ik weer te werken en ik had mijn agenda veel te vol gepland. Ik was vergeten mezelf centraal te zetten in mijn week, in plaats van mijn werk.  Ik voelde me gestresst en schoot in een oud patroon van me verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen om me heen. Het ruime bewustzijn dat ik een tijdje had maakte plaats voor het me benauwd voelen. Vooral het donker van de nacht, als ik niets moet en de ruimte heb om te voelen, bracht me bij mijn diepste patroon en meest kwetsbare punt. Zoals ieder mens dit onder zijn harnas van controle en beheersing heeft weggestopt. Het kleine jongetje of meisje dat de onvoorwaardelijke liefde zo node heeft gemist in welke vorm dan ook en geen andere oplossing wist dan zich met patronen en valse overtuigingen te beschermen. Zo is voor mij mijn innerlijk proces telkens weer een therapeutisch proces van heling van mijn diepste afgescheidenheid.

Mijn valse overtuigingen zijn een cluster van negatieve emoties die als een kurk mijn geestelijke kanaal kan verstoppen. Als ik dit punt in mijn systeem kan toelaten, bijvoorbeeld als ik de rust en ruimte heb, de moed ook, om dit in mezelf te voelen of kan delen met iemand die ik mijn meest kwetsbare punt toevertrouw, kan de liefde erbij en kan deze wond in mij helen. Dit is het materiaal waar de liefde mee werkt. Ik ben de akker die door mijn lijden vruchtbaar wordt gemaakt om het bewustzijn van eenheid in geboren te laten worden. Blijkbaar moet ik telkens weer wennen aan het idee dat mijn innerlijk proces gepaard gaat met disbalans en dat het doel niet is om te streven naar de eeuwige balans. Een eeuwige balans zonder pijn natuurlijk. Het is al heel wat dat ik balans vind in mijn disbalans. En dat ik bij het avondeten plotseling wordt geraakt door het besef dat in mij iets leeft dat sterker is dan mijn angst voor de dood. Dat deze angst, de angst is van mijn ego om te sterven. En dat ik mag vertrouwen op deze nieuwe bodem, die langzaam in mij geboren wordt.

 

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com