2015

herfst

IMG_9740

Het is een prachtige herfst dit jaar. En hij duurt lang, omdat er nog weinig storm en strenge vorst is geweest, waardoor de blaadjes langzaam aan de bomen kleuren, loslaten en in dikke lagen hier in het bos de aarde bedekken. Maar ook in de stad, zag ik vandaag in Tilburg, waar het blad met een bladblazer wordt bijeen geblazen en in grote karren wordt weggevoerd naar een grote composthoop ergens aan de rand van de stad.

Het is herfst in de tuin rondom ons huis en in de moestuin van Pluk&Plenty. Als ik de hond uitlaat hier in het bos, voelt het alsof we in de herfst wonen. Het is een bijzonder jaargetijde, omdat er alles inzit. De oogsttijd, waarbij de bloemen van de plant vruchten zijn geworden, zoals de pompoen, courgette, tomaten, paprika, komkommer. Daarna vergaan de planten en vormen op die manier weer compost voor de planten van het volgend voorjaar. De vruchten dragen weer zaden in zich, de potentie voor het nieuwe leven. De natuur laat zien dat sterven en geboren worden hand in hand gaan, dat het leven zich in een cyclus ontvouwt. Zo is het in de natuur buiten ons, maar ook in onze binnenwereld.

Jammer dat we dit zo snel vergeten en verstrikt raken in de wereld die de mens als een soort harnas om zich heen heeft gebouwd. Het is de wereld van de zakelijkheid, de rationele benadering, de economie, waarbij winst maken en geld verdienen een doel op zich is geworden. Het is koud, zonder hart. Het is kunstmatig, zonder levengevend principe. Hier is geen sterven, maar ook geen leven. We zijn bang voor de dood, maar ook bang om te leven en passen ons als robots aan binnen het economisch kader, dat al even dominant is als vroeger de kerk, waartegen de generaties voor ons, zich zo hebben afgezet. Als wij zelf in dit kunstmatige, door mensen gefabriceerde systeem verstrikt raken, zijn we het voorbeeld van de natuur kwijt en spiegelen we ons aan een levenloze perfectie waartegen we het altijd afleggen. Zo vormt zich een structureel gevoel van minderwaardigheid, een leegte, een tekort dat volgens diezelfde economie alleen maar gevuld kan worden door te kopen, te consumeren. Zo zijn we zonder het ons bewust te zijn onderdeel geworden van de machine van het marktmechanisme, die in hoge mate ons gedrag bepaalt.

Het organische van de natuur, van het leven zelf, is zo mooi zichtbaar in de herfst, waar we vaak ook onze angsten tegenkomen, onze depressie, onze valse overtuigingen, onze minderwaardigheid, onze destructiviteit. Het is de tijd van aartsengel Michaël, die met zijn zwaard de draak verslaat. De draak die symbool staat voor de angsten, onzekerheden, het kwaad dat we in onszelf tegenkomen. Vaak weten we hier niet mee om te gaan, we hebben niet geleerd om deze gevoelens onderdeel te laten zijn van ons leven. Thich Nath Hanh, de boeddhistische zenleraar beschrijft het heel mooi; als je goed naar een bloem kijkt, naar de frisheid en schoonheid daarvan, zie je ook dat er compost in zit, die van organisch afval is gemaakt. De tuinman heeft dit afval vakkundig weten om te zetten in compost en met deze compost liet hij een bloem groeien. Bloemen en afval zijn allebei organisch van aard. Dus als je goed naar de aard van een bloem kijkt, zie je ook dat er compost en afval aanwezig zijn. De bloem wordt zelf ook weer afval. Maar maak je geen zorgen! Je bent een tuinman en je hebt de macht om afval te transformeren tot bloemen, vruchten of groenten. Je gooit niets weg, omdat je niet bang bent voor afval. Je handen zijn in staat om het om te zetten tot bloemen, sla of komkommers. Hetzelfde geldt voor je geluk en je verdriet. Verdriet, angst en depressie zijn allemaal een soort afval. Deze stukjes afval maken deel uit van het echte leven en we moeten goed kijken naar de aard daarvan. Je kunt leren om deze stukjes afval om te zetten in bloemen. Niet alleen je liefde is organisch, je haat is dat ook. Gooi dus niets weg. Het enige wat je hoeft te doen, is leren hoe je je afval kunt transformeren tot bloemen.

Het eerste wat we daarvoor moeten doen, is ons gevoel toelaten. Het gevoel van angst, van leegte, van depressie, dat we liever uit de weg gaan met al onze manieren die we hebben aangeleerd om dit nare gevoel te vermijden. Dat kan hard werken zijn, carrière maken, spullen kopen, het slechte gevoel weg eten, drinken, ons verliezen in een zoveelste verliefdheid. Totdat we zo met de rug tegen de muur staan, dat we niet anders meer kunnen dan om hulp vragen. Dat kan een vriend zijn, een hulpverlener, maar dat kan ook hulp vragen van binnen.

Ik merk zelf dat als ik mijn innerlijke angsten tegenkom, mijn depressie, dan hebben die te maken met wat ik noem mijn bottleneck, mijn basistrauma uit mijn verleden. Zoals ieder mens zo’n basistrauma heeft, waarin hij steeds vast komt te zitten, net zolang totdat alle kluwen zijn ontrafelt en er licht kan schijnen in de donkerte van de crack in ieder van ons (vrij naar Leonard Cohen). Hoe vaak kom ik deze niet tegen en telkens leer ik weer iets meer over mezelf, over hoe ik me toen als kind voelde in die situatie waar vanuit de buitenwereld, vanuit mijn directe omgeving geen liefde was, verwaarlozing. Niet bewust of expres, maar puur uit onwetendheid. Het is dan wonderlijk, als ik op deze plek in mezelf durf aanwezig te zijn, dat ik merk dat hier juist vanuit hoger hand liefde aanwezig was en nog steeds is. Daar waar mijn nood het grootst is, als ik daar niet hard voor wegloop, maar het toelaat, dan is de redding nabij.

Dat is de plaats en het moment dat ons gevraagd wordt om ons over te geven, onze controle, onze houvast los te laten en een stap te zetten in het onbekende. Het antwoord dat we krijgen is onverwacht, een antwoord precies op maat, wat we niet met ons hoofd kunnen bedenken. We voelen ons bevrijd, maar vallen na een tijdje onvermijdelijk weer terug in ons oude patroon, totdat we weer met de rug tegen dezelfde muur niet anders kunnen dan overgeven, buigen. En weer komt er een antwoord, intiem, persoonlijk, vanuit de liefdevolle werkelijkheid, die blijkt aan onze kant te staan, te vertrouwen is. Dit proces herhaalt zich telkens weer totdat er in onszelf een innerlijk centrum ontstaat, dat onze nieuwe basis wordt. Als land dat stukje bij beetje op de zee wordt veroverd. Een basis van waaruit we leven, maar ook telkens weer sterven, zodat ons afval getransformeerd wordt tot een vruchtbare bodem waar de bloem van onze essentie kan bloeien.

Ik ben zelf begin november jarig en dus echt een kind van de herfst, een kind van het transformeren van afval, de afval van mijn eigen depressie en innerlijke angsten. Deze herfst kom ik er weer opnieuw achter dat deze transformatie, dit menselijk vermogen om lood in goud te veranderen, de kern is van ons menselijk bestaan hier op aarde. Dit is wat wij volgens mij wezenlijk hebben toe te voegen aan het geheel. Het is een verschuiving van de identificatie met onze persoonlijkheid, die van de wereld is naar het identificeren met onszelf als van goddelijke oorsprong. In ieder van ons zit een stukje God en wij zijn de akker waarin God geboren wordt. En met ons lijden, dat ieder op zijn of haar eigen manier ervaart, wordt deze akker omgeploegd, bewerkt om vruchtbare grond te zijn voor de geboorte van dat stukje God. Dat diepe besef maakt me stil van binnen, dankbaar en gezegend. Het geeft mijn leven als mens zin en betekenis, het is de ervaring die mij gelukkig maakt.

welkom in de cirkel van liefde

IMG_64221 juli 2015

Het is een perfecte zomerse dag als we naar Terneuzen rijden door het Zeeuwse landschap. De zwoele wind waait langs mijn huid door het autoraam dat half open staat. Het vlakke land is wijd en de hemel schildert diverse wolkenpartijen die spelen met het zonlicht. Een groepje fietsers rijdt over de dijk. Er is geen enkele reden om niet gelukkig te zijn en toch zit ik gevangen in de klem van mijn ego. Het lijkt of de vakantie en het gebrek aan werkritme juist ruimte geeft aan dit gevoel van benauwdheid, dit lijden aan mijn conditionering dat ik zo goed ken. Het is mijn lot dat ik mijn ego niet als vervullend ervaar, de grens hiervan voel, de afgescheidenheid, maar nog niet de volledige verlossing van mijn essentie kan toelaten. Ik zit op de grens tussen ego en essentie, daar waar mijn ziel geboren wordt.

Door dit lijden, dit niet van de wereld zijn, kan ik niet anders dan mijn aandacht naar binnen richten, de cirkel van liefde binnen gaan. Daar waar ik de wortels van mijn ego mag leren kennen. Het is namelijk steeds dezelfde beklemming, steeds dezelfde bottleneck, die wordt aangereikt om mezelf steeds beter te leren kennen. Te aanvaarden wie ik ben. Ja, zelfs te leren houden van wie ik ben. Ook van mijn minder mooie kanten, mijn onzuivere, mijn lelijke kanten.

Ik moet denken aan een tekenoefening die ik pas deed met de groep van dagbestedingsproject Natuurlijk Werken. De opdracht luidde als volgt. Pak een vel papier en een doos potloden. Zoek iets in de natuur dat je wilt natekenen. Zet je er tegenover en kijk goed naar wat je wilt tekenen. Met andere woorden ga er een relatie mee aan. Vaak kijken we naar iets vanuit het beeld dat we hebben vanuit het verleden, dan kijken we niet echt en we gaan geen relatie aan met dat andere. Ik tekende een mooie, wilde plant na en werd me tijdens het tekenen bewust dat het niet gaat over het natekenen van iets moois, zoals dat plant die ik nu teken. Maar dat dit relatie aangaan ook kan met iets wat lelijk is. Het gaat om het objectief aangaan van de relatie, niet om het subjectieve oordeel of iets mooi is of niet. God gaat een relatie aan met alles dat er is, of het in onze ogen nu mooi is of lelijk. Want dat is mijn moeite, het houden van mijn ego en de kenmerken daarvan die niet zo mooi of zuiver of goedaardig zijn.

27 juli 2015

Het is een mooie plek hier in Maurenne, een gehucht met een klein kerkje, maar zonder winkels. Boodschappen doen we in Hastière aan de rivier de Maas. We lopen dagelijks met de hond door het bos en weiland met paadjes die begroeid zijn met distels (zoals de prachtige kaardebol, die ik ook nog toevallig slik voor de lyme-bacterie die ik aan het bestrijden ben) en wilde kruiden zoals st. Janskruid, oregano en kamille, die we plukken voor in de thee. Ook al is het niet echt stralend zomerweer, toch kan ik elke dag zwemmen in het zwembad in de tuin van het huisje, waar ik erg van geniet. Vanmiddag rijden we langs de Maas naar Dinant.

Ik voel me ver van huis niet helemaal veilig, unheimlich. De kunst is dan om aanwezig te blijven in mijn disbalans. Compensatie van mijn ego helpt niet en de bevrijding is er ook nog niet. Ik mag vertrouwen dat er van binnenuit een antwoord komt, in het nu. In de volledige, onverdeelde aandacht in het nu dient zich de oplossing aan. Op de bodem van de beklemming, van de vernauwing. En ook al heb ik dit al zo vaak meegemaakt, toch is die overgave aan het moment telkens weer nieuw. Zoals nu in de Belgische Ardenne. Ik word met mijn innerlijke aandacht teruggebracht naar het begin van mijn leven, naar de niet stabiele situatie van mijn jonge ouders. Mijn vader moest werk zoeken aan land, na 10 jaar op zee gevaren te hebben, dus verhuisden we van Bergen op Zoom naar Zeeuws Vlaanderen en ik als baby werd meegenomen. Toen werd mijn zusje Marion geboren. Ze was gehandicapt en leefde maar 2 jaar. Dit drama konden mijn ouders maar moeilijk verwerken. Het was alsof we alle drie op een eilandje terecht kwamen. Ik bijvoorbeeld met mijn ego-overtuigingen dat ik sterk moet zijn en geen behoefte mag hebben. Nu voelde ik op de bodem van mijn bottleneck dat vanuit het Hoger Bewustzijn de onvoorwaardelijke liefde aanwezig was. Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn ouders. En het woord dat hierbij past als een soort sleutelbegrip is troost als kwaliteit van deze onvoorwaardelijke liefde. Er was troost, maar we, mijn ouders,  konden het op dat moment niet toelaten. Troost is een hele mooie kwaliteit, want het maakt de feiten niet mooier dan ze zijn en het neemt geen verantwoordelijkheid over. Het is aanwezig als kwetsbaarheid kan worden toegelaten. Iets wat voor het ego niet makkelijk is, want dan moet het buigen.

Na dit antwoord op mijn lijden hier in de Ardenne, dat me van binnenuit wordt aangereikt, kan ik voelen dat alles een geschenk is (en geen eigen verdienste). Mijn conditionering is een geschenk, hoeveel last ik daar ook soms van heb. Mijn lijden aan deze conditionering is een geschenk, hoeveel last ik ook hier soms van heb. De genade en het antwoord van binnen uit op dit lijden is een geschenk. En het op mijn manier en in mijn mate ervaren van het Hoger Bewustzijn is een geschenk, met de zuivere kwaliteiten zoals geluk, vreugde, dankbaarheid, liefde. Dat alles is het gevolg van mijn groei als mens, zoals het voor een plant geen prestatie is of verdienste is om te groeien, maar het gevolg van de vruchtbare voorwaarden van de plek waar hij op dat moment staat. Ik moet hierbij denken aan het verhaal van Jezus over de zaaier en het zaad.

Telkens opnieuw ervaar ik dat mijn menselijk lijden de ingang is naar mijn geestelijk deel, het Hoger Bewustzijn, de onvoorwaardelijke liefde, mijn essentie, God of hoe je dat zelf ook wilt noemen. En toch worstel ik vaak met mijn lijden. Zeker als het vakantie is en het collectieve beeld is dat je toch gelukkig moet zijn op vakantie, zoals de vele foto’s op Facebook laten zien. In dat beeld en in het ego-beeld dat ik van mezelf heb van dat ik sterk moet zijn, vindt mijn lijden maar moeilijk een plaats, mag het er eigenlijk niet zijn. Zoals het lijden er in ons collectief vaak ook niet mag zijn, lastig is. We plakken er een etiketje op, een diagnose en noemen het een stoornis die behandeld dient te worden of onderdrukt moet worden met een pilletje. We mogen ons lijden niet voelen.

Victor Frankl schrijft in zijn boek De zin van het bestaan daar het volgende over: De opvatting dat het streven van de mens naar de zin van het leven, of zelfs zijn twijfel aan die zin, steeds voortkomt uit, of het gevolg is van een geestelijke stoornis, moet ik met grote stelligheid van de hand wijzen. Existentiële frustratie is op zichzelf pathologisch noch pathogenisch van aard. De bezorgdheid van een mens, zijn wanhoop zelfs, over de zinloosheid van zijn leven is een spirituele nood, maar beslist geen geestesziekte. Wanneer een medicus deze eerste gesteldheid van de patiënt interpreteert in termen van de tweede, kan het gebeuren dat hij de existentiële wanhoop van zijn patiënt begraaft onder een berg verdovende middelen. Zijn taak is echter, de patiënt te helpen deze existentiële groei- en ontwikkelingscrisis boven te komen.

14 augustus 2015

Het is half 10 op deze mooie vrijdagavond half augustus als ik nog de hond uitlaat en door de natuur van Landgoed Nieuwkerk van ons huis naar de moestuin van Pluk&Plenty loop. Ik vind dit een van de mooiste momenten van de dag. De zon is al een tijdje onder, zodat de natuur niet langer verlicht wordt door deze lichtbron. Toch is het alsof de bomen, de planten, het riviertje dat hier stroomt licht geeft. Van binnenuit. Alsof de natuur op dit moment het licht teruggeeft, dat het de hele dag heeft ontvangen. Misschien is het aan het einde van mijn leven net zoals aan het einde van de dag. Dat ik van binnenuit het licht van de liefde teruggeef dat ik mijn leven heb ontvangen. Het is mijn grootste wens om de liefde die er voor me is, te kunnen ontvangen, om me niet door de valse overtuigingen van mijn ego uit de cirkel van liefde te laten brengen. Maar te weten dat er onvoorwaardelijk van me wordt gehouden en ik ten alle tijden welkom ben in die cirkel van liefde, die er voor ieder van ons is.

het einde van het ego als chauffeur van de bus

IMG_8882
Zowel individueel als collectief zijn de grenzen van het ego als leidend principe bereikt. Veel mensen verkeren individueel in een crisis, maar ook het collectief van onze samenleving is onvoldoende in staat om antwoorden te vinden op de grote levensvragen die aan ons worden gesteld.

In mijn visie bestaat een mens uit een essentie (binnenkant) en een persoonlijkheid of ego (buitenkant). In de vergelijking van mijn mensbeeld met een bus met een chauffeur en passagiers zijn de passagiers de verschillende delen van het ego en is de chauffeur de essentiële ik die bevoegd is om de regie te voeren over de richting waar de bus naar toe gaat. De essentiële ik is van nature verbonden met de omgeving, met de wereld om zich heen en kiest een richting die in overeenstemming is met die omgeving. In onze huidige samenleving met de machthebbers die wij hebben in de politiek en in het bedrijfsleven, maar ook in ons eigen individuele leven is de situatie vaak zo dat er een opstand in de bus is uitgebroken en een van de passagiers op de stoel van de chauffeur is gaan zitten. Hierbij is het ook nog zo dat deze bezetter sterk de neiging heeft om te luisteren naar het geschreeuw in de bus van de andere passagiers die hem toeroepen welke kant zij op willen. Je kunt je voorstellen hoe zigzaggend deze bus zich als een dronkenman over de weg verplaatst, als hij al over een weg rijdt. De bus is het spoor volledig bijster.

We kunnen de vergelijking met de bus ook toepassen op het huidige neoliberale beleid die sinds de VVD aan de macht is door ons land waait. Normaal zou zijn dat de chauffeur een instantie is met levensbeschouwelijke, humanistische, overstijgende kwaliteiten. Een wijs orgaan dat het menselijke centraal zet en menselijke waarden bewaakt. De passagiers zijn de verschillende deelgebieden waar deze menselijke waarden zich vanuit een doordachte visie in uitdrukt, zoals onderwijs, economie, verkeer en ruimtelijke ordening, gezondheidszorg, milieu, kunst en cultuur etc. Wat vanuit het neoliberalisme echter gebeurt, is dat de economie op de plek van de chauffeur is komen zitten en invloed uitoefent op alle menselijke deelgebieden. Dit geeft een grote disbalans omdat de wetmatigheden binnen de economie (geld en winst maken als doel) niet toepasbaar en toereikend is op vragen uit alle leefgebieden. Net zoals het ego niet de kennis en vaardigheden heeft om antwoorden te geven op menselijke vragen, kan de economie dit ook niet op vragen over gezondheid, onderwijs, milieu, etc. De economie op de plek van de chauffeur van de bus is als een trompet die zonder muzikant muziek probeert te maken. Deze muziek klinkt zo vals zoals we die nu horen en wordt alleen maar gewaardeerd door mensen die profiteren van het neoliberale gedachtegoed. Mensen die aan de macht zijn en er alles aan doen om deze macht te behouden. Hierbij ontstaat een steeds grotere kloof tussen rijk en arm, waarbij solidariteit als menselijke waarde naar de achterbank in de bus wordt verbannen. Dat wat zogenaamd zwak is, niet mee kan met de steeds hogere eisen van het neoliberale systeem, wordt uit de bus gezet, moet het zelf maar uitzoeken.

Als we deze onhoudbare situatie willen doorbreken en willen groeien als mens, ontkomen we er als individu niet aan om onze aandacht naar binnen te richten en het gebied te betreden waar het ego geworteld is. Het ego vindt namelijk zijn wortels in een negatieve ervaring, bijvoorbeeld het afgewezen zijn, het niet geliefd zijn, het verwaarloosd zijn in de jongste jaren als kind. Om het psychologisch te duiden, daar waar de psychologische karakterstructuren vanuit een tekort zijn opgebouwd. Dit is bij iedereen het geval. Als we echter ons leven op deze grond bouwen, is het drijfzand. Willen we onszelf op een gezonde, een stabiele grond opbouwen, op de ervaring dat we zijn om van te houden, dat we liefde waard zijn, dan zullen we dus bewust de pijn moeten toelaten van die negatieve grond van het ego. Het ego is niet slecht, maar ontoereikend om grote levensvragen te beantwoorden. Het ego was het beperkte antwoord op het gemis van liefde in de vroegste jeugd. Alleen: we zijn de verwrongen en beperkte waarheid van ons ego gaan geloven. We zijn gaan geloven dat het leven niet liefdevol is, niet te vertrouwen is. En precies die valse overtuigingen maken ons ongelukkig, vijanden van onszelf en van elkaar. Alsof we voortdurend in oorlog zijn.

In het afgescheiden zijn van onze essentiële ik en in het geloof vanuit ons ego dat we een afgescheiden ik zijn, los van de wereld om ons heen, is het logisch dat dit gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid oproept. Deze gevoelens konden we in onze vroegste jeugd onmogelijk toelaten, dus hebben we dit gecompenseerd met allerlei vormen van gedrag, zoals het streven naar succes, het zorgen voor anderen, het zoeken naar avontuur, etc. Toch is deze compensatie nooit helemaal sluitend, er is altijd een lek, een gat, een disfunctioneren. We raken behoorlijk overspannen van de poging van het ego om de bus te besturen, een taak die hij op zich heeft genomen, maar waar hij niet de competenties voor heeft. En degene die dat wel kan, de essentiële ik, heeft hij van zijn stoel verjaagd en verbannen naar de achterbank in de bus. Het is trouwens opvallend dat we vaak ons geld verdienen met de compensatie van ons ego voor de gevoelens van angst, hulpeloosheid en minderwaardigheid. Deze betaalde baan is een belangrijke reden waarom we gevangen zitten in dit gedrag en het moeilijk is om hier vrijwillig verandering in te brengen.

We zullen dus dit innerlijke gebied van de wortels van het ego moeten betreden, willen we hierin verder komen, ons verder ontwikkelen, verder groeien als mens. Gevoelens van overspanning kunnen een stimulans zijn om dit noodzakelijkerwijze te doen. Het voelt als een smalle poort, een bottleneck waar doorheen wordt gegaan. De verdedigingsmuren van het ego gaan neer en we komen in contact met het geknelde kind, achter in de bus, die zich verwaarloosd, hulpeloos, bang en minderwaardig voelt. Als hier dan met onverdeelde aandacht naar kan worden gekeken, vindt er een wonderlijke transformatie plaats. Dan blijkt dat ogenschijnlijk lelijk eendje, namelijk een prachtige zwaan. Deze rups, een mooie vlinder. De steen die de bouwlieden van het ego hebben afgekeurd, blijkt in de ogen van de essentie de hoeksteen te zijn. De smalle poort blijkt een geboortekanaal, waar doorheen mijn geestelijke, essentiële ik, geboren wordt. Op het moment dat het ego zich zijn ontoereikendheid en kwetsbaarheid beseft, zou het oog kunnen gaan krijgen voor het gepeste kind in de bus, die op de achterbank zit, gekneveld, geblinddoekt. Dat is de essentie die het erfrecht heeft op de chauffeursstoel, maar door de opstand van de passagiers daar terecht is gekomen. Het ego zou kunnen gaan beseffen dat het zelf ook beter functioneert met de essentiële ik als chauffeur. De essentiële ik, die verbonden is met de wereld om zich heen, en het ego kunnen gaan samenwerken, waardoor de bus zijn richting hervindt en geen gevaar meer op de weg betekent. Ze hebben elkaar namelijk nodig. De essentie heeft kennis van immateriële, geestelijke zaken en het ego of de persoonlijkheid van de materiële zaken zoals die geregeld zijn hier op aarde.

Onlangs las ik het boek van Almaas over het enneagram; negen facetten van eenheid. Al in mijn tienerjaren kwam ik in contact met het enneagram door het lezen van boeken van Gurdjeff en Ouspensky en zat ik in een leesgroepje in Terneuzen, waarbij we dit bespraken. Het enneagram is eigenlijk een landkaart, een routekaart voor het betreden van het innerlijk gebied van de wortels van het ego. Het laat de verschillende reacties en overtuigingen zien van het ego, maar ook de mogelijkheid om in contact te komen met onze essentie en de prachtige kwaliteiten van deze essentie zoals waarheid, vrijheid, volmaaktheid, liefde, hoop, vertrouwen, kracht, wijsheid. Toen ik de prachtige beschrijving die Almaas hierover geeft, las, kon ik vanachter de sluiers van mijn ego, een glimp opvangen van deze objectieve werkelijkheid waarvan we zo vaak zijn afgescheiden door de subjectieve beleving van ons ego. Even later lag ik in het zwembad en tijdens het zwemmen voelde ik heel even, een seconde, dat mijn ego losliet en niet ik zwom, maar ik werd gezwommen. Het leek alsof ik zweefde in de totaliteit van het geheel. Die avond had ik dat nog een keer toen ik voelde dat ik werd geademd. Het idee van het ego dat ik mijn leven moet beheersen en controleren vanuit het idee van een afgescheiden ik, is wel mijn grootste obstakel voor de overgave aan mijn essentie. Het is een heerlijk gevoel, een moment van geluk, dat dit een fractie van een seconde wordt losgelaten.

Zoals het voor mij is als individu is het misschien ook voor ons als collectief. Dat we mogen hopen op iemand die van binnen zijn essentiële ik de rechtmatige plek op de stoel van de chauffeur van de bus heeft teruggegeven. Een leider (m/v) die zijn hart heeft teruggevonden en in staat is om te verbinden dat wat door het neoliberale beleid wordt afgebroken en gescheiden van elkaar. En wie weet ziet leiderschap er vanuit de essentiële ik op de rechtmatige plek van de bestuurder van de bus er wel heel anders uit dan het egoleiderschap zoals we dat nu vaak kennen.

 

het nieuwe werken

IMG_8639

Regelmatig wordt er gesproken over het nieuwe werken. Ook ikzelf ben bezig om me weer opnieuw te verhouden tot het werk dat ik doe. Soms heeft dat te maken met WAT ik doe, maar misschien nog wel meer met HOE ik het doe. Begin dit jaar werd ik namelijk geconfronteerd met mijn neiging om heel mijn dag, heel mijn week vol te plannen  met wat ik allemaal MOET doen. Dat wat functioneel is. En dat gaat zowel over mijn werk (dagbesteding, individuele begeleiding, Pluk&Plenty) als over mijn privé. Iedere dag kinderen (het zijn trouwens ondertussen al behoorlijke tieners geworden) vanuit het buitengebied waar we wonen naar en van school brengen en halen, boodschappen tussen mijn werk door doen, kinderen naar toneel, muziekles brengen. Ik ben altijd wel ergens naartoe op weg. Tussendoor probeer ik dan ruimte voor mezelf te maken, maar dat schiet er meestal bij in. Mijn behoefte komt op de laatste plaats.

Dat is ook onderdeel van mijn patroon waarbij op de eerste plaats alles komt wat moet en de vragen van anderen, pas daarna ben ik zelf aan de beurt. Dat patroon zit diep en heeft als wortels een aantal  (valse) overtuigingen, zoals ik ben de liefde niet waard. Daar zit bijvoorbeeld aan vast; ik moet sterk zijn en ik ben verantwoordelijk voor het leed van de ander. Deze oude overtuigingen ontstaan in mijn vroegste jeugd, zorgen ervoor dat ik de liefde voor mezelf loslaat en ik van hot naar her ren in de poging om maar goed voor anderen te zijn, zodat zij van mij gaan houden. Zo is het gelukkig niet altijd. Soms zijn er dagen dat ik de liefde voor mezelf voel en helemaal in balans ben. Dan klopt alles wat ik doe. Soms zijn er dagen dat ik hijgend en puffend de eindstreep haal, dingen doe die helemaal niet kloppen, gaten vul van anderen bv. En al de dagen die er tussen in liggen. Ik sta als het ware met een been in het nieuwe (leven en werken vanuit verbondenheid), maar ook nog met een been in het oude (leven en werken vanuit afgescheidenheid). Nu is daar de afgelopen jaren met veel innerlijke werk al behoorlijk veel in verschoven, maar het blijft voor mij een belangrijk, steeds terugkerend thema!

Vanuit dat diepe patroon van het gericht zijn op de vragen van anderen of het vullen van gaten, kom ik op een gegeven moment klem te zitten, waardoor ik me vooral ‘s nachts volledig overspannen kan voelen, uit balans. Door die disbalans voelde ik het grote verlangen om nu definitief mijn ankerpunt te verleggen van het centraal zetten van anderen of wat ik moet naar het centraal zetten van mezelf en mijn behoefte. Dit werd ook geholpen doordat ik last kreeg van een lyme bacterie en mijn energieniveau en immuunsysteem behoorlijk omlaag waren gegaan. Ik had vermoeidheidsverschijnselen en pijn in mijn spieren na zo’n beetje iedere inspanning. Verlangen en noodzaak tegelijk om mijn patronen te veranderen. Het verlangen voelen is een punt, maar het concreet vorm geven van dit verlangen is het volgende punt, waar ik me soms behoorlijk gehandicapt in voel. Hoe in hemelsnaam zet ik mezelf centraal? Eigenlijk is dat een voortdurende oefening, iedere dag, ieder moment weer. Daar gaat wat mij betreft het nieuwe werken over.

Want los van mijn individuele diepe patroon, is het ook een collectief patroon dat we pas iemand zijn als we iets doen. Wat doe je is bij ons vaak de eerste vraag die wordt gesteld. Ik ben wat ik doe. En in het werk staat vaak ook nog het doel (target), het resultaat centraal. En niet wijzelf als mens. We worden het bezit van ons werk. Het lijkt wel alsof we met het opofferen van onszelf, het geld dat we verdienen kunnen rechtvaardigen. We zijn geïnfecteerd door het rendementsdenken, zou je kunnen zeggen. De acteur Ramsey Nasr schreef hier een erg goed artikel over. Ook ik heb daar regelmatig last van in mijn dagelijks leven, ook al heb ik geen baas boven me.  Als alles af is, alles klaar is, dan is het goed. En vaak lukt me dat ook wel, als ik veel energie heb, als ik in balans ben. Dat lukt ook nog als ik dan mijn innerlijke behoefte negeer, die tijdens deze eenzijdige werkhouding aan de deur begint te kloppen. Maar het lukt niet meer als ik omval van binnen en ik niet anders meer kan dan naar mijn innerlijk en mijn innerlijke behoefte te luisteren. Het gaat hier trouwens niet alleen over mijn behoefte. Het is ook mijn diepe verlangen om naar mijn innerlijke stem, mijn ziel, hoe je dat ook wilt noemen, geestelijk deel te luisteren. En daarvoor helpt het niet om heel de dag van de ene afspraak naar de andere te rennen. Om naar de stem van je ziel te luisteren, van je innerlijk, dien je aanwezig te zijn. Gewoon er te zijn, stil te zijn, zonder ruis van buiten, maar ook zonder de ruis van binnen van wat nog allemaal gedaan moet worden en af moet komen. Trouwens wat geldt voor de ontmoeting met mijn ziel, geldt natuurlijk ook voor een werkelijke ontmoeting met anderen. De tijd nemen om echt iemand te ontmoeten is vaak een zeldzaamheid geworden.

Hoe kan ik nu werken, mijn dingen doen, zonder het contact met mezelf en mijn innerlijk te verliezen? Dat vraagt een heel andere werkhouding. Ik zal een concreet voorbeeld noemen. Deze week zag ik dat het gras gemaaid moest worden. Al een paar dagen. Ik zag daar erg tegenop toen ik dacht aan de grote hoeveelheid die gedaan moest worden, wilde ik het in 1x afmaken. Ik had wel zin in de activiteit zelf, zin in het buiten zijn. Als ik dan luister naar mijn functionele kant die deze klus af wil krijgen, heb ik de neiging om mijn grens te negeren, niet te luisteren naar mijn innerlijk die op een gegeven moment zegt; nu is het genoeg. Ik ben moe, nu stop ik ermee, tijd voor iets anders. Als ik wel naar mijn innerlijk, naar mijn gevoel luister en daardoor helemaal aanwezig ben, gaat het als volgt. Ik begon met maaien en zag dat de notenboom nog wat mest nodig had. Ik zag ook dat het randje van het gras waar ik met de maaier niet bij kon, nodig bij geknipt moest worden. Ik zag nog een paar hoopjes onkruid van gisteren die opgeveegd moesten worden. Als ik dan alleen in mijn functionele kant zou zitten, zou ik dit negeren en hard doorwerken om dat af te maken wat ik van plan was. Nu besloot ik om met veel aandacht een stukje aarde rond de notenboom schoon te maken en met mest te bestrooien. Ik besloot de hoopjes onkruid op te harken en het lange gras aan de rand af te knippen. Het resultaat is dat ik niet af kwam met al het gras dat gemaaid moest worden (morgen is er weer een dag!), maar ik me wel veel completer voelde door de klusjes die op mijn pad kwamen en al maanden waren blijven liggen en waar mijn oog op viel.

Dit voorbeeld heeft voor mij met het nieuwe werken te maken. Ten eerste het helemaal aanwezig zijn in wat je doet. Dat maakt de kwaliteit van werk uit. En niet, zoals tegenwoordig met kwaliteit wordt bedoeld, het invullen van lijstjes en als die lijstjes kloppen dan heb ik mijn werk goed gedaan. Ik ben helemaal aanwezig in mijn werk, inclusief die kant in mij die kwetsbaar is, die gevoelig is, die grenzen heeft, een behoefte heeft. Mijn menselijke kant dus eigenlijk. Waar trouwens ook mijn talent en creativiteit zit. Als ik helemaal aanwezig ben, zie ik ook andere dingen, zoals de notenboom of het grasrandje. Daar waar mijn oog op valt, daar doe ik iets mee, daar neem ik verantwoordelijkheid voor. Ik neem verantwoordelijkheid voor het geheel. Dat kan betekenen dat ik afwijk van het plan dat ik had of in mijn hoofd zou moeten (het maaien van het gras van heel de tuin). Hierdoor voel ik mezelf completer en krijgt alles wat anders blijft liggen aandacht. Dit wordt mijn nieuwe oefening de komende tijd. Wat ik trouwens jarenlang geoefend heb bij de Voorde, tegenwoordig Pulsar geheten. Die manier van werken heette daar helend klimaat. Op bepaalde momenten van de dag, meestal in de ochtend werkten we met z’n allen in of buiten het gebouw. Meestal was er een thema wat we meenamen in het werk, waardoor we verbinding konden houden met onszelf en het werk niet louter functioneel werd. Ook stopten we precies op de afgesproken tijd, of het werk nu af was of niet.

Je zou het werken in verbinding kunnen noemen, in plaats van het functionele werken in afgescheidenheid. Ik schreef al eerder in een artikel over de term hooggevoeligheid. Het is een term waarin ik mezelf herken, maar ik moet nog leren dat veel serieuzer te nemen, de hooggevoeligheid te integreren in mijn leven.  Soms komt deze hooggevoeligheid op en als ik dan in mijn functionele kant zit, met mijn oogkleppen op, is die hooggevoeligheid een lastpost. Maar eigenlijk geeft deze hooggevoeligheid mij de kans om me te verbinden, is het een schat. Het noodzaakt me om me te blijven luisteren naar mezelf, naar mijn behoefte, wat ik voel, naar wie ik ben als mens, naar mijn grens. Die hooggevoeligheid biedt me de kans om helemaal aanwezig te zijn. Ik denk eigenlijk dat dit de nieuwe norm van werken zou moeten zijn. Een nieuwe balans, zoals ik die pas vond toen ik aan het zwemmen was. Ik voelde me gedragen door het water en tegelijkertijd de kracht van mijn eigen beweging om boven te blijven, om niet te zinken. Dat was alles, zonder doel van bijvoorbeeld een aantal baantjes zwemmen in een uur, maar de balans tussen het gedragen worden en mijn eigen inspanning. Dat was een heerlijk gevoel waarin ik helemaal aanwezig was.

In het nieuwe werken is ook gelijk de afgescheidenheid tussen werken en vakantie verdwenen. Eerst werken we ons 50 weken het apelazerus om daarna in 2 weken bij te moeten komen. Alles wat we in het jaar hebben gemist, moeten we dan inhalen. Onmogelijk natuurlijk. De Belgische filosoof Johan Braeckman schreef daar een heel goed artikel over. Vakantie is een ander woord voor zijn. Dat zijn mag onderdeel worden van ons werk zou ik zeggen. In mijn werkhouding mag het iedere dag vakantie zijn. Waar heb ik nu zin in? Waar word ik nu blij van? Ik vind dat een hele klus, ik kan echt volledig gevangen zitten in het moeten, in het functionele en ben ik blij als ik naar bed kan om van die bezetting, die innerlijke bezetting verlost te zijn. Het vraagt van mij een nieuw soort discipline om te luisteren naar mezelf, in plaats van mezelf te negeren en voorbij te lopen. Wil ik echter een heel mens worden, een vrij mens worden, dan zal ik me van deze innerlijke, functionele dwang dienen te bevrijden. Misschien kom ik dan ook meer met mijn beide benen in het nieuwe terecht, zonder het oude te veroordelen overigens. Daar komt nog bij dat mijn individuele transformatie hierin, ook een transformatie is die collectief plaatsvindt. Er vindt op collectief niveau een verandering plaats, die altijd begint bij het individu. Ik had over dit nieuwe dat geboren wordt een mooie droom deze week. Daar wil ik dit artikel mee afsluiten.

Ik ben met mijn ouders op vakantie. Samen met hen loop ik een strand op. Grote golven komen op ons af vanuit de zee. Het is de vraag of we niet overspoeld worden, zo hoog. Maar dan verdwijnen de golven en achter de golven ligt geen zee, maar een landschap, een nieuw landschap. Ik zie de bomen. Vanuit dat landschap komen mensen op ons afgelopen, nieuwe mensen met een andere taal. Ik spreek een vrouw aan, die me apart neemt en zegt dat we moeten mengen. Wij moeten het nieuwe landschap in lopen en zij moeten onze wereld in lopen. Als ik verder loop, raakt me dat diep en denk; eindelijk een gebeurtenis vanuit de andere kant, vanuit gene zijde.

over wat werkelijke vrijheid is

IMG_8459
Sinds een aantal weken volg ik een cursus bij Maria Hillen, de schrijfster van het prachtige boekje over Jezus Een daad van Liefde. De cursus heeft als thema vrijheid. Een thema dat me bijzonder aanspreekt, omdat ik bezig ben om de vrijheid die ik van binnen vind beter te verankeren in mijn dagelijks leven. Zo snel verlies ik mijn innerlijke vrijheid, omdat ik weer naar buiten, naar de wereld gericht raak en denk dat het daar te vinden is wat mij gelukkig maakt.

Gisteren was het Bevrijdingsdag. We vieren dan collectief dat het nu 70 jaar geleden is dat Nederland bevrijd werd van de Duitse bezetters. Maar we staan ook stil bij wat vrijheid betekent, dat dit een groot goed is, dat we dienen te bewaren, te beschermen. Toch is er volgens mij een groot misverstand over wat vrijheid in werkelijkheid is. Als ik naar mezelf kijk en naar mij verlangen om vrij te zijn, zit het volgende idee mijn vrijheid in de weg. Namelijk dat ik denk dat ik een afgescheiden entiteit ben, die in staat is te doen wat hij wil. Ik denk dan; nu ga ik dit of dat doen, nu heb ik zin om dit of dat te doen. Nu moet ik dit of dat doen, maar daar heb ik eigenlijk geen zin in, maar ik moet wel, want anders dit of dat. Eigenlijk maak ik me met dit idee van mezelf los van het geheel, ga er boven staan, alsof de wetmatigheden zoals die er zijn, geen grip op me hebben. Dat wat ik vrijheid noem, wat we met z’n allen vrijheid noemen, is eigenlijk verzet tegen hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Het is een hele vreemde, mentale constructie in mijn hoofd. Want met dit idee van afgescheidenheid als vrijheid, ga ik ook de wereld dragen, waar ik me los van maak. Ik neem de wereld op mijn schouders. Ik moet dan denken aan het beeld van dat ik in een trein sta met een loodzware volle koffer in mijn hand. Ik blijf die koffer maar dragen, terwijl ik hem ook gewoon kan neerzetten, want het is de trein die mij en de koffer draagt.

Gebi nam deze week de serie Touch mee uit de bibliotheek. Wat een ontdekking. Het gaat over een jongetje van 10 die zwaar autistisch is, maar tegelijkertijd de gave heeft om verbonden te zijn met het geheel, het geheel van de werkelijkheid om ons heen. Hij ziet verbanden, die wij als ‘normale’ mensen niet zien. Hij ziet deze in cijfermatige combinaties, telefoonnummers, codes van sloten, huisnummers etc etc. Als bepaalde verbanden tussen mensen verbroken zijn, voelt hij de pijn daarvan en wil hij deze pijn oplossen. Hij leeft met zijn vader, die contact met hem probeert te krijgen, maar dat lukt bijna niet, mede omdat het jongetje nog nooit heeft gesproken. De taak van de vader is om het jongetje te leren begrijpen en hem te volgen in wat hij aan verbroken verbanden tussen mensen wil oplossen. Dit is voor mij precies een beeld van wat vrijheid eigenlijk is. Niet om los van de werkelijkheid in afgescheidenheid te denken dat ik kan doen en laten wat ik wil. Maar juist dat ik me verbind met het geheel van de werkelijkheid en de wetmatigheid die in het leven verborgen zit te leren kennen en te volgen. Overgave dus. Overgave is volgens Maria Hillen een van de belangrijkste voorwaarden om tot vrijheid te komen.

Na de eerste bijeenkomst van de cursus was het de opdracht om thuis met ogen van liefde, van het hart naar jezelf te kijken. Dat is voor mij een confronterende oefening, omdat ik er dan weer achter kom hoe groot mijn overtuiging is dat ik niet ben om van te houden. Dat is de overtuiging van mijn ego, die de afgescheidenheid in stand houdt. Die het idee in stand houdt dat mijn ik vrij is om te doen en laten wat hij wil, alsof er geen wetmatigheden zijn, waarmee de werkelijkheid zich om ons heen ontvouwt. Ik moet diep graven om bij de liefde voor mezelf uit te komen, bij mijn eerste liefde zoals ik dat in mijn vorige artikel noemde. De liefde die zo mooi beschreven staat in een van mijn favoriete psalmen.

U was het die mijn nieren vormden,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijks is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet ëën.
(psalm 139)

Vanmorgen toen ik buiten zat te mediteren onder onze oeroude eik besefte ik dat alles dat wordt gemaakt, alles dat groeit, alles dat beweegt, verandert, draait zoals de aarde om de zon, de zon weer door het melkwegstelsel suist, vanuit liefde gebeurt. Vanuit liefde wordt bewogen. Alles dat leeft, heeft liefde als beginpunt. Inclusief ikzelf. Dat is iets wat ik, wat wij, heel snel vergeten. Ik denk omdat we collectief vastzitten in een heel vreemd, industrieel beeld van de werkelijkheid. Alsof alles zich ontwikkelt vanuit een mechanisme, zoals in een fabriek. Het is de toekomst die we als mens kunnen bedenken, vanuit de afgescheidenheid als uitgangpunt. Een mechaniek, een machine, een robot, een apparaat dat ons leven lichter, rijker zou moeten maken. Als je beseft dat de werkelijkheid zelf zoveel rijker, intelligenter, grootser is dan dat en dat we ons daar alleen maar mee hoeven te verbinden, zoals het jongetje Jack doet in de serie Touch, dan besef je hoe ontzettend dom en armoedig dat toekomstbeeld is dat we als Westerse, industriele, zogenaamd beschaafde mens maken.

Als afgescheidenheid de norm is, dan wordt autisme een probleem, zoals zoveel psychische beperkingen. Een probleem dat behandeld dient te worden, zodat het weer normaal wordt of lijkt op wat normaal is. Het punt is dat we in een overgang zitten van het verleggen van het punt van wat we normaal noemen. Nu vinden we afgescheidenheid normaal, want daar ontlenen we ons beeld van vrijheid aan, maar we zitten in de overgang naar verbondenheid als norm. Het verbonden zijn met het totaal van de werkelijkheid die veel groter, intelligenter, liefdevoller, energieker is dan we ons vanuit onze afgescheidenheid kunnen voorstellen. Dan draait het beeld dat we van de werkelijkheid maken, zich om en wordt dat wat we nu als probleem ervaren, de oplossing. Net als in de filmserie DivergentTris Prior was voor het oude systeem een probleem, maar bleek uiteindelijk de oplossing te zijn. De steen die de bouwers afkeurden, is de hoeksteen geworden.

zwemmen in een leeg zwembad, wachtend op de schil die breekt

IMG_8217
Dit voorjaar had ik een behoorlijke dip. Dat wat bij mij regelmatig voorkomt, maar nu dieper, intenser. Het was alsof dat deel van mij dat zich in de wereld manifesteert, werd afgebroken en ik werd gedwongen met mijn aandacht helemaal naar binnen te gaan. Door een soort van nauwe poort naar het punt in mij dat mijn onverdeelde aandacht vraagt en nodig heeft. Geen enkele prikkel van buitenaf kan verdragen. Het is mijn meest kwetsbare punt, daar waar ik regelmatig word gebroken, wordt gesnoeid, om daarna beter te kunnen doorgroeien. De crack in mij, waar het licht van de liefde naar binnen kan schijnen.

Het is een bijna onoverkomelijk proces dat ik me identificeer met de wereld om me heen, met mijn werk, met wat mensen in mijn omgeving van mij vinden, de rol die ik als man heb in mijn gezin. Dan verlies ik het contact met mijn bron, met mijn kwetsbaarheid, dat wat ik noem de andere kant. Ik lijd aan de identificatie met de wereld, met deze kant, maar compenseer die leegte met van alles en nog wat. Totdat ik vol ben gelopen en de kruik van binnenuit steeds weer opnieuw wordt gebroken, zodat ik bereikbaar word voor de liefde die mij zoekt. Alsof mijn uiterlijke huis omvalt, omdat het op drijfzand is gebouwd, om maar eens een vergelijking uit de bijbel te gebruiken. Net zo lang totdat het me lukt om mijn basis duurzaam van binnen te leggen en niet in de wereld, waar ik me aanpas om maar door die wereld lief gehad te worden. Wat nooit zal gebeuren, omdat de liefde van de wereld voorwaardelijk is. Je zou dat innerlijk punt waar ik word liefgehad, waar ieder van ons word liefgehad, mijn eerste liefde kunnen noemen. Luister en kijk maar eens naar deze lezing van Henri Nouwen, waarbij je wellicht even door het kerkelijke kader heen moet luisteren. In die zin is het logisch dat mijn persoonlijkheid soms helemaal wordt afgebroken om bij dat punt te komen waar ik ben liefgehad door de liefde die er reeds was voordat ik werd geboren en mijn persoonlijkheid werd opgebouwd.

Dit voorjaar, voelde ik dus opnieuw de uitnodiging, de noodzaak om het fundament, het geestelijk fundament in mij beter op te bouwen. Om beter te luisteren naar mezelf, naar wat ik nodig heb en het contact met die andere, geestelijke kant niet te verliezen. Om dit fundament beter op te bouwen heb ik een aantal dingen ingevoerd. Een nieuw meditatiemoment tussen 17.00 uur en 18.00 uur bijvoorbeeld. Het is het moment van de overgang van de middag, waarin ik het vaak nog druk heb, naar het bereiden van het eten en de avond. Ik ga ergens zitten, op mijn meditatieplek, maar soms ook buiten, zet de wekker een kwartier en ga zitten. Ik ga met mijn aandacht naar binnen en ben aanwezig. Dat is het. Daarnaast ga ik 1x per week zwemmen. Niet om nu hard te gaan zwemmen of aan mijn conditie te werken, maar omdat ik er van geniet mijn lichaam te voelen drijven in het water. Me op deze manier bewust te zijn van de zwaartekracht. En ik probeer ik wat vaker in mijn eentje in de moestuin te werken, waar ik ook erg van geniet. Me houden aan deze afspraken vragen van mij een grote discipline, omdat ik van nature naar buiten ben gericht, ben gericht op de vragen die heel de dag op mijn pad komen. Vanuit mijn gezin met opgroeiende kinderen, vanuit mijn werk met de dagbesteding en de veranderende pgb’s die naar de gemeente gaan, het nieuwe seizoen van Pluk&Plenty. Voordat ik het weet vind ik die vragen van buiten weer belangrijker dan wat goed is voor mezelf. Verlies ik me in alles wat ik moet en functioneel is en laat ik de afspraken die ik met mezelf heb gemaakt, versloffen. De computer en GSM is daarbij in deze tijd natuurlijk een grote verleiding, dus probeer ik hier ook bewuster mee om te gaan, door bv. na het eten en in het weekend hier niet meer of in ieder geval minder naar te kijken.

Ik ga meestal zwemmen bij het Van der Valk hotel in Gilze-Rijen. Soms heb je dan een heel zwembad voor jezelf. Het is heerlijk om met de beweging van mijn lichaam het gladde oppervlak te beroeren. Iedere beweging heeft invloed, maakt kringen en golven in het water. Ik dacht, zo is het ook met alles wat ik doe, zeg en denk. Ook dat heeft invloed op het geheel, op die mens aan de andere kant van de wereld, die misschien wel door de negatieve gedachte die ik heb, besluit om iemand te vermoorden. Alles wat leeft is net zo heilig als het gladde, pure wateroppervlak. En alles is verbonden met elkaar. Alles wat we doen, geeft een rimpeling in het energieveld en beïnvloed het geheel, de ander. Zo eenvoudig is het dus niet om een individu te beschuldigen van een misdaad en onszelf hiervan vrij te pleiten. Later in de auto zette ik de radio aan en voelde mijn energie vernauwen toen ik naar het nieuws luisterde. Ik zette hem weer uit en moest weer denken aan het gladde wateroppervlak van het zwembad. Mijn geest vraagt stilte om aandachtig te kunnen zijn, om zo glad te zijn als het onberoerde wateroppervlak. Om zo te kunnen luisteren en te horen wat misschien van binnenuit wordt aangereikt. Ik merk bij mezelf zo sterk de neiging om die geest met lawaai te beïnvloeden, te belasten. Net zolang tot ik me overprikkeld voel, overspannen. Een vreemde, destructieve neiging. Wat nog eens duidelijk maakt hoe belangrijk discipline is om die basis aan de andere, de geestelijke kant vast te kunnen houden. Om land te veroveren op de golven van de zee, die me soms dreigen te overspoelen, zoals ik dat ook beschrijf in de inleiding van deze site.

Wat me helpt om mijn grenzen te voelen en aan te geven aan de buitenwereld, is het begrip hooggevoeligheid. Ik schreef daar al eerder over. Heel gek, maar het begrip hooggevoeligheid maakt voor mij precies duidelijk waarom ik ‘anders’ ben en niet mee kan met de reguliere stroom van de wereld en wat daarin van mij wordt verwacht. Ik ben eerder moe, eerder overprikkeld, heb eerder last van grote groepen, voel me niet thuis in het systeem waarin we leven etc. etc. Hooggevoeligheid helpt me om dit te aanvaarden, zonder me daarbij nu beter of specialer te voelen dan anderen. Het is een handicap en tegelijkertijd een kracht. Maar het vraagt wel de discipline om goed voor mezelf te zorgen, op mijn grenzen te letten en deze aan te geven. Het doet me daarbij goed om met anderen te praten die dezelfde hooggevoeligheid kennen zoals op maandagochtend bij de latifa-meditatie, voor ieder weer in zijn eigen vorm en maat. Als je wilt, ben je van harte welkom. Jaren geleden dacht ik nog dat het mogelijk moest zijn om met deze soortgenoten een gemeenschap te vormen. Ik noem maar als voorbeeld het klooster Nieuwkerk, dat ik met twee vrienden wilde opzetten. Dat mislukte, zoals eerdere pogingen ook mislukten en ik ook om me heen goedbedoelde initiatieven zie mislukken, omdat vaak negatieve aspecten van de persoonlijkheid de gemeenschap, de symbiose uit elkaar doet spatten. Het roept de vraag in me op wat dan toch de rol zou kunnen zijn van de hooggevoelige mens in deze tijd? Daarover gaat het laatste deel van dit artikel, dat misschien te lang is om in 1x helemaal te lezen, dus wat let je om even een kopje thee te pakken of even iets anders te doen.

Het is misschien geen toeval dat ik de afgelopen tijd films heb gezien met hetzelfde thema. Het einde van de wereld of een wereld die door een machthebber volledig wordt gecontroleerd. The Hunger Games, Interstellar, Divergent. Het doet me ook denken aan een van mijn favoriete films toen ik jong was, de eerste van George Lucas, THX 1138. Daarnaast nog de film Lucy, over een jonge vrouw gespeeld door Scarlett Johansson, die door een pas ontwikkelde drug 100% van haar hersencapaciteiten kan gebruiken. Inderdaad, soms moet je bij deze films door behoorlijk wat geweld heen kijken, maar het gaat om de inhoud die tot nadenken stemt.

Natuurlijk is er altijd een link met de realiteit met wat filmmakers in hun films verbeelden. Een realiteit, dacht ik vanmorgen, die ook al in het leven van Jezus speelde, opgetekend in het nieuwe testament van de bijbel. Een onderdrukker, een groep die wordt onderdrukt, mensen die zich verzetten en willen dat Jezus zich aansluit bij hun verzet. Als ik nu nadenk over macht, is het onvermijdelijk, dat als deze macht niet verbonden is met liefde, met bewustzijn, deze macht zich concentreert en er een tweedeling ontstaat. En misschien, denk ik nu, is ook dat onvermijdelijk. Dat we toegaan naar een wereld zoals in de Hunger Games, die geregeerd wordt door het Capitool, dat aanhangers heeft, mensen die het materieel goed hebben. Maar ook tweederangs mensen die worden onderdrukt, die het slecht hebben, in armoede leven, zoals in onze wereld zoveel mensen doen.

Zelf ervaar ik wel dat de samenleving waarin wij leven, met het kapitalisme (geld en materie) als uitgangspunt, de afgelopen 20, 30 jaar is verhard. Daar waar vroeger nog een zeker flexibiliteit aanwezig was, is deze nu vaak afwezig. De eisen waaraan we moeten voldoen om het geld te verdienen dat we nodig hebben om van te leven, worden steeds verder opgeschroefd. De voorwaardelijkheid is groter geworden, de solidariteit en het aanwezig zijn van menselijke waarden minder. Hijgend en puffend probeert ieder voor zich te overleven, aan de goede kant van de streep te blijven. Het systeem verhardt, dient steeds minder de mens, maar eerder het systeem zelf. Is niet gericht op het menselijke, maar op het behouden van de macht. Macht is een doel geworden, geen instrument om het goede, het geheel te dienen.

Ik heb sterk de neiging om mezelf tegen het systeem te verzetten en tegen degenen die dit systeem vertegenwoordigen, om me te identificeren met Katniss Everdeen in The Hunger Games. Met Luke Skywaker in Star Wars etc. etc. Dit thema van goed en kwaad, de structuur van dit thema, wat zo vaak wordt verbeeld in films, is van alle tijden. Misschien dacht ik vanmorgen, is het allemaal goed of misschien beter: neutraal. Zitten we met z’n allen in een schouwspel, waarbij ieder zijn of haar rol heeft. Speelt het kwaad een rol, net zo goed als het verzet ertegen. Actie, reactie. En dient het uiteindelijk allemaal een hoger doel, namelijk het geboren laten worden van bewustzijn. Is de aarde een bewustzijnsfabriek, een broedplaats, waarbij de verharding van het systeem de schil is van het ei. Een schil moet ook hard zijn om te kunnen breken, waardoor het kuiken geboren kan worden.

Misschien is het de rol van de hooggevoelige mens in deze tijd, dat we goed geaard in onszelf hemel en aarde verbinden en wachten. Zoals een moeder die zwanger is. En dan als de nieuwe wereld vanuit een nieuw, ander uitgangspunt dan het huidige wordt geboren in actie komen en onze plek vinden. Dat wachten is misschien wel het moeilijkste dat er is. Het huidige systeem van de wereld niet kunnen redden van zijn ondergang, maar lijden aan de wereld en als een feniks uit onze as herrijzen. Dat wat ik in het klein eigenlijk regelmatig doe, als mijn persoonlijkheid wordt afgebroken en ik van binnenuit wordt geraakt en door de liefde wordt opgebouwd. Zo binnen, zo buiten. Zo boven, zo beneden.

Het verhaal van pasen als spiegel voor de mens die we in wezen zijn

IMG_8274_2
Zondag is het palmzondag. Jezus wordt als een koning in Jeruzalem onthaald. Als een redder, als een verlosser. Werelds succes. Door de wereld gezien worden, toegejuicht worden. Dezelfde mensen die je de ene keer bejubelen, laten je de volgende keer vallen als een baksteen. Voorwaardelijke liefde. De ene keer een held, de volgende keer een loser. Het kan iedereen overkomen. Je maakt een foutje, je voldoet niet meer aan het beeld dat anderen van je hebben en je wordt afgeserveerd.

Toch is het verleidelijk om te gaan voor werelds succes. Dat zit in mij, dat zit in ieder van ons. Te willen voldoen aan het ideale, perfecte beeld dat anderen van je hebben, zonder smetje, zonder foutje. In de hoop dat je dan wordt liefgehad. Krijgt waar je zo naar verlangt. Het is het beeld van de kunstmatig gevormde en gekleurde tomaten die in de supermarkt liggen. Maar smakeloos zijn. Het is het perfecte, onkwetsbare beeld dat geen rimpeltje, geen ouderdom verdraagt. Geen dood, geen eindigheid. Het is de volmaaktheid van de jeugdigheid die ik probeer te grijpen. De schoonheid, de vitaliteit, altijd blij, altijd vreugde, hagelwitte tanden, volle lippen.

We proberen aan de buitenkant te grijpen wat van binnen aanwezig is, maar wat we vergeten zijn, waar we het contact mee kwijt zijn. Als we het ons herinneren, hoeven we niet meer te grijpen. Want met het zoeken naar de volmaaktheid buiten ons, draaien we ons hoofd weg voor de onvolmaaktheid. Wat ziek is, lelijk, oud. We stoppen het weg, buiten ons zicht. In tehuizen of inrichtingen. We hebben er ook steeds minder belastinggeld voor over. Ziekte en ouderdom is een kostenpost geworden, waarop we moeten bezuinigen. Je zou ook kunnen zeggen dat het beeld van volmaaktheid ophouden steeds meer geld kost, zodat er voor de onvolmaaktheid steeds minder geld over is.

Zo binnen zo buiten. Zoals we met anderen omgaan, zo doen we dat ook met onszelf, met de onvolmaaktheid in ons zelf. Dat wat in ons zelf verwaarloosd is, niet gezien, gekwetst, onderdrukt. Dat deel in ons dat soms om hulp roept, aandacht vraagt, gehoord wil worden. Maar willen we er naar kijken, durven we ernaar te kijken? Hoe zorg ik voor een deel in mij, waar nooit voor gezorgd is? Hoe houd ik van een deel van mij, waar nooit van is gehouden? Het maakt me machteloos, onhandig, onwetend, kwetsbaar. En dat is precies wat ik probeer te vermijden, niet past in het volmaakte plaatje dat ik naar buiten toe wil ophouden. Gisteren was ik in de Pont, museum voor moderne kunst in Tilburg. Er hing een serie indrukwekkende schilderijen van Marlene Dumas. Palestijnse mensen die geblinddoekt zijn. Ik probeerde te voelen wat je voelt als je geblinddoekt bent. Machteloos, overgeleverd, in paniek. Zoals dat verwaarloosde deel zich in mij voelt, als er niet naar wordt geluisterd.

Dezelfde mensen die Jezus als een held binnen halen, laten hem een week later als een baksteen vallen. Als het verwaarloosde en in de steek gelaten kind in onszelf, wordt Jezus aan het kruis genageld. Klem gezet, tegen de muur gedrukt, door het oog van de naald. Het is precies hetzelfde als wat ik voel, als ik in disbalans ben. Als ik me door mijn oude patronen tegen de muur voel gedrukt. De grens voel van mijn persoonlijkheid, die zijn wortels heeft in de liefde die ik vroeger heb gemist, de onvermijdelijke onvolmaakte liefde van mijn ouders. Ik heb nu vaak niet meer de energie om dit gapende gat, dit tekort te compenseren. Ik kan niet anders dan dit tekort te voelen, de onmacht, de verwaarlozing. Dit vraagt soms al mijn onverdeelde aandacht, die eenzaamheid vraagt, geen enkele impuls of prikkel van buitenaf verdraagt. Precies zoals Jezus in de tuin van Getsemane of in de laatste momenten voor zijn dood. En daar zit nu precies de ingang.

Het wonder van het hart namelijk is, dat het niet gaat stromen bij het zien van volmaaktheid, maar juist van onvolmaaktheid. There’s a crack in everything, that’s how the ligth gets in, zingt Leonard Cohen. Het hart zoekt het gat, de leegte waar het naartoe kan stromen. Het hart maakt het onvolmaakte volmaakt, heel. Het lijkt alsof Jezus met zijn leven en sterven dit principe, deze wetmatigheid van liefde hier op aarde heeft ingevoerd. Voor ons bereikbaar heeft gemaakt, in ons bewustzijn heeft gebracht. Het is als een handreiking van de andere kant, als een metgezel op de reis van het leven hier op aarde. Ik hoef niet te streven naar volmaaktheid in de overtuiging dat ik dan word liefgehad. Ik hoef alleen maar mijn hoofd te keren naar het verwaarloosde kind in mij, dat om hulp roept. En de liefde toelaten die er op die plek voor me is, altijd is geweest in feite, maar ik als kind niet het bewustzijn had om dit te zien. En om die reden een harnas om me heen heb gebouwd om mezelf te beschermen. Nu dit bewustzijn in mij langzaam begint te groeien, hoef ik me niet langer te beschermen met mijn patronen, mijn valse overtuigingen. Ik kan meer mezelf zijn, ontspannen, de kramp en spanning loslaten, mezelf aanvaarden zoals ik ben. Op dit punt word ik door het wonder van de liefde geheeld. Het wonder wat dus eigenlijk een wetmatigheid is.

Jezus laat ons zien wie we als mens in wezen zijn. De potentie die we als mens hebben. Daarbij is de kruisiging in feite de ingang en het moment dat Jezus opstaat uit zijn graf de uitgang. Met ingang bedoel ik dat we bij het stuk in ons moeten zijn dat verwaarloosd, niet gezien, misbruikt, onderdrukt is om precies daar de liefde te kunnen toelaten die er voor ons is. En met uitgang bedoel ik dat het resultaat hiervan is dat we geheeld worden, getransformeerd worden. Als een licht dat wordt ontstoken, als een vlammetje dat oplaait, als een vuur dat in ons brand. Als een rups die een vlinder wordt. Als een mens die meer is dan alleen een schakeltje in het systeem, dat op dit moment zo aan het verharden is en alleen nog maar om geld lijkt te draaien.

Grote woorden voor de kleine en tegelijk grote mens die ik ben, die ieder van ons is. Ik ben langzaam aan het leren om niet meer weg te lopen voor mijn disbalans, me te beschermen tegen dat deel in mij dat zeer doet, dat verwaarloosd is. Ik durf er meer naar toe te gaan, er niet meer bang voor te zijn. Er naar te verlangen zelfs. Daar wil ik zijn, daar waar het zeer doet, maar waarvan ik weet dat er opvang is, antwoord is van de liefde van binnenuit. Ik word geheeld, ik word genezen in het tempo dat ik aankan. Eigenijk hoef ik niet zoveel te doen, ik mag mijn controle loslaten en me overgeven aan de hulp, de begeleiding die er van binnenuit is. Ik mag daar op vertrouwen, op leren vertrouwen. En dat is heel wat voor iemand die het altijd alleen moest doen, dacht dat hij het altijd alleen moest doen en sterk moest zijn. Dat deel in mij dat de bouwlieden hebben afgekeurd, is langzaam de hoeksteen aan het worden. Dat verdient een anthem!

vertrouwen opbouwen in een nieuwe relatie

IMG_8079
Sinds anderhalf jaar ongeveer heeft de hond Heppie ons gezin aangevuld. Dat ging niet zonder slag of stoot. Heppie heeft veel energie en uit dit soms op een iets te enthousiaste wijze. Reden voor Gebi om zich te gaan verdiepen in allerlei vormen van hondencoaches en hondentrainingen. Zo kwam ze uiteindelijk uit bij hondenopvoedingsinstituut de Roedel van Arjen van Arkel en zijn vrouw Francien. Hun centrum is gelegen in de Ardenne en zo ging ik voor de eerste keer met Gebi mee voor de eerste ontmoeting. Eerlijk gezegd had ik niet heel erg veel zin. Het was toch Gebi’s hond, wat kon een hondentrainer mij nu voor interessants vertellen? Maar gedurende het gesprek over de roedelmethode werd ik steeds enthousiaster. De methodiek die deze wetenschapper heeft ontwikkeld is niet alleen van toepassing op dieren, maar ook op mensen. Ik kon zijn theorie zo verplaatsen naar hoe Gebi en ik mensen begeleiden bijvoorbeeld. Namelijk eerst een relatie opbouwen en op zo’n manier vertrouwen opbouwen, zodat je als begeleider van hond en mens langzamerhand correctierecht krijgt. Dus niet op een autoritaire manier met straffen en belonen, zodat de hond (maar ook de mens, het kind, de scholier) dingen doet uit angst. De hond wil in principe samenwerken en dat is ook het uitgangspunt van de relatie die je opbouwt.

Deze methode vraagt wel een langere adem, maar uiteindelijk heb je dan ook wat. Dat ervaren we met onze hond Heppie en dat is geweldig om te zien hoe hij ons langzaam toelaat. Het is toch een hele stap van de hondenmoeder naar een mensenbaasje of coach. De afgelopen weken heeft Heppie een terugval, hij vertoont dan gedrag zoals hij ook als puppy had toen hij pas bij ons was. Eigenlijk test ze ons dan uit, ben je nog hetzelfde baasje, waar ik op kan vertrouwen? De kunst is dan om niet in paniek te raken, gelijkmatig gedrag te vertonen, net alsof er niets aan de hand is, ook al trekt ze de riem waarmee ze vast zit, zo’n beetje uit je handen.

Ik moet bij Heppie zo denken aan mijn eigen innerlijk proces waar ik nu een aantal weken midden in zit. Het is alsof er een nieuwe fase aanbreekt in het overgeven aan de liefde die als basis, als bron in me zit. Vaak heb ik al geschreven dat ik er sterk naar verlang dat deze liefde de basis is van mijn leven. Het ankerpunt in mezelf, waar ik ontspan, mezelf kan zijn en waar binnen en buiten met elkaar in balans is. Soms ontdek ik dat punt, heb ik er contact mee, maar net zo snel drijf ik daar weer van af, kom ik terecht in mijn onbewuste patronen. Tot ik weer met mijn rug tegen de muur word ik gezet. Waarbij de muur altijd mijn oude trauma is, het trauma dat ik heb opgelopen in het gezin van mijn geboorte. Waar, zonder iemand hiervan de schuld te geven, de liefde niet volmaakt was en waar het tekort van toen de wortels vormen voor mijn harnas, mijn bescherming tegen de wereld om me heen. Waar ik me teveel verantwoordelijk voor anderen ben gaan voelen en mijn eigen behoefte opoffer, niet durf te voelen, niet durf uit te spreken. Ik word er nu midden in gebracht en net als altijd reageer ik met hevige angst en verzet tegen deze disbalans. Als ik er vanuit mijn persoonlijkheid, vanuit de wereld naar kijk, is er van alles mis met me. Maar van binnen is er de crisisopvang van de liefde, die me helpt om de disbalans als een cadeautje te zien die langzaam word uitgepakt tot ik een nieuwe balans vind. Een nieuwe balans waarbij ik word uitgenodigd om mijn dagelijks leven niet op te bouwen vanuit alles wat moet en wat functioneel is, maar vanuit mijn innerlijk proces en dat wat ik nodig heb. Vanuit liefde voor mezelf in plaats van de zware verantwoordelijkheid en zorg voor de ander die ik vaak voel. Er komt weer meer bewustzijn en helderheid in mijn oude patronen en ik kan voelen hoe ik me als kind voelde in mijn oude gezin. Dat gaat diep, dat is pijnlijk, de verwaarlozing, het gemis. Het is apart alsof dan ook alles in de buitenwereld een trigger vormt voor deze oude patronen. Mensen die bij me aankloppen die in crisis zijn, zodat ik in eerste instantie reageer vanuit mijn zware gevoel van verantwoordelijkheid. Als de ander maar niet omvalt, zoals ik mijn behoefte opofferde en emotioneel ging zorgen voor mijn ouders, uit angst dat die zouden omvallen, het leven niet zouden aankunnen. Als ik dan met mijn aandacht naar binnen ga, kan ik de liefde ervaren, alsof de liefde deze oude wonden schoonspoelt. Ik vang een glimp op van nieuwe mogelijkheden en een nieuwe toekomst, zoals het voorjaar als je goed kijkt op dit moment langzaam uitbot in knoppen aan de struikjes en bomen.

Op deze manier groeit er van binnenuit stap voor stap vertrouwen om me over te geven aan mijn essentie. Mijn kern, de bron waaruit ik ben ontstaan. Ik leer me naar binnen te richten, in plaats van naar buiten gericht te zijn, naar de wereld om me heen, waar ik mijn leegte probeer op te vullen. Net als Heppie de hond maak ik de overgang naar een nieuw baasje, zou je kunnen zeggen. De overgang van de materiële wereld en mijn functies, rollen en identificaties daarin, naar de geestelijke wereld die van binnen in mij aanwezig is. Die antwoord geeft op mijn vragen, die antwoord geeft op situaties in mijn leven waar ik geen raad mee weet. En net als bij Heppie gaat het hier over een samenwerking, niet over een klakkeloos en bang volgen van een autoriteit boven of buiten me. Mijn individualiteit wordt juist gerespecteerd, zoals ook mijn grote angst en verzet. Sterker nog; mijn individualiteit wordt juist ontwikkeld, ik word onafhankelijker van het oordeel en de bevestiging buiten mezelf. Meer ik, meer luisteren naar mijn eigen behoeftes en grenzen. Dat betekent dat ik in deze tijd van disbalans en crisis in mezelf soms afspraken moet afzeggen. Meer ruimte voor mezelf nodig heb, vroeger naar bed ga, niet naar feestjes ga omdat ik al die mensen niet trek. Maar wel iedere week 1 of 2 keer ga zwemmen bijvoorbeeld, minder ongezond eet (minder koekjes en suiker tussendoor). Dus de disbalans is een reden om dingen te gaan doen, die ik al lang wilde doen, maar niet aan toekwam. Omdat ik de wensen en vragen van anderen belangrijker vond dan die van mezelf. Als ik dan in zo’n veranderingsproces zit, kijk ik om me heen en zie de mensen om me heen die schijnbaar nergens last van hebben. Ik moet dan denken aan het beeld van het looprekje. De meeste mensen leven met het looprekje van patronen en overtuigingen die hun staande houden. Niets mis mee. Blijkbaar geldt voor mij dat ik met vallen en opstaan leer lopen zonder looprekje. Balans en disbalans gaan daarin hand in hand, waarbij ik leer om de disbalans als een cadeautje te ontvangen dat langzaam uitgepakt mag worden.

oorlog met zwaarden van onkwetsbaarheid

IMG_2367

Vandaag was ik in een chique health & beauty salon. Ik was ziek geworden de afgelopen week en had behoefte aan een massage. Het hielp daarbij wel dat ik een volle kaart had gespaard bij de plaatselijke supermarkt. Nu kon ik voor de helft van de prijs, 30 in plaats van 60 euro, een uur lang een ontspanningsmassage genieten van Ilona. We raakten tijdens de massage aan de praat, zelfs over geloven of niet. Ik geloof wel dat er iets is, maar niet in God of Jezus, zei Ilona, dan geloof ik meer in de evolutie. Ze had pas een theorie gelezen over God, dat het een houvast is vanuit vroeger, toen mensen nog niet wisten waar de bliksem vandaan kwam. Bovendien is geloof, eindigde ze, toch ook de basis voor het meeste geweld, kijk maar naar de Islam.

Dat zette me aan het denken. Het grappige is, dacht ik later, dat mensen die zeggen niet te geloven eigenlijk weer geloven in de wetenschap. In een autoriteit buiten zichzelf, net als vroeger de kerk. De absolute waarheid van de rede, die ons in de ogen van velen in onze samenleving verlicht maakt ten opzichte van het geloof. De evolutie theorie van Darwin is overigens geschreven door een Christen, maar werd met name gebruikt door zijn fanatieke volgers als zwaard ten opzichte van het geloof van de kerk in een God die de aarde schiep in zeven dagen. Prachtig vorm gegeven in de film Creation uit 2009. Wie daarnaast ook nog het boek van Bill Bryson heeft gelezen, Een kleine geschiedenis van bijna alles, verliest al snel zijn onwankelbare geloof in de wetenschap. Hoe meer je je verdiept in de wetenschap, hoe meer je er achterkomt hoeveel we niet weten. Maar niet weten is kwetsbaar, net zo kwetsbaar als het ervaren van liefde.

Aan de frontlinie staan de fanatieke gelovigen of het nu over een godsdienst gaat of over de rede als laatste antwoord op alles wat leeft. Ze strijden te vuur en te zwaard om hun eigen gelijk te verdedigen. De een met het woord, de ander met de kogels uit een geweer. Jouw Islam is fout, is mij een doorn in het oog. Jouw vrije meningsuiting is fout, is mij een doorn in het oog. Pas als jij verandert, als jij dood bent of verdwenen bent achter de muren van een verenigd Europa, dan komt het goed. Zo graag voeden we als mens deze strijd, die als je maar even nadenkt, tot niets kan leiden, in ieder geval tot niets goeds, omdat het een strijd is vanuit onmacht. We vergeten telkens dat de waarheid is dat we kwetsbaar zijn. Onkwetsbaarheid is een illusie die alleen maar meer schade en pijn toebrengt. Misschien is dat wel het hardnekkigste geloof, het geloof in onze onkwetsbaarheid.

De afgelopen dagen was ik ziek en met mijn fysieke klachten komt er vaak ook een psychisch, innerlijk proces op gang. Mijn persoonlijke harnas van onkwetsbaarheid werd afgebroken en ik kwam op het spoor van mijn menselijke kwetsbaarheid. Ik merk dan hoe vaak ik in de wereld dit harnas draag alsof het voortdurend oorlog is. Ik me moet verdedigen, me moet verantwoorden, geen fouten mag maken, perfect moet zijn, perfect eruit moet zien. Ieder spoortje van kwetsbaarheid kan dodelijk zijn. Schaamte is het harnas waarachter de kwetsbaarheid zich verstopt. Schaamte voor wie ik ben, niet volmaakt, imperfect. Niet zo gek, we worden van jongs af aan opgevoed om geen fouten te mogen maken. We vergelijken ons voortdurend met de ideale beelden uit bladen zoals de Linda, die ons een leven voorspiegelt vanuit de datingsite Tinder met elke dag een nieuwe, knappe, partner met steeds betere sex. Hierbij is het trouwens de vraag of de 43 jarige dame van het artikel ook een levensecht iemand is of enkel een fantasiebeeld dat aan de lezeressen wordt opgevoerd. Ik werd bij het lezen alleen maar ongelukkig, omdat ik nooit aan dit best wel onkwetsbare beeld eigenlijk kan voldoen. En dat is best een kwetsbare uitspraak.

Als ik ziek ben, voel ik me kwetsbaar en ga ik voelen. Voelen dat ik bang ben voor mijn kwetsbaarheid bijvoorbeeld. Hoe moeilijk ik het vind om mijn controle los te laten. Maar ik kom ook uit bij de liefde voor mezelf, bij mijn eigenwaarde en mijn verlangen zoals ik eigenlijk wil leven. In een wereld zonder harnas van onkwetsbaarheid, dat me afstompt, gevoelloos maakt, afgescheiden. Leven vanuit kwetsbaarheid is altijd onderweg zijn, het gevoel dat de prachtige film Nebraska bij me oproept. In plaats van steeds ergens in grote haast naar toe moeten, van afspraak naar afspraak, van plek naar plek. Leven vanuit kwetsbaarheid is tijd nemen voor ieder dagelijks contact, van het kassameisje bij de supermarkt tot aan je eigen vrouw en kinderen. Leven vanuit kwetsbaarheid is me bewustzijn van de verbondenheid van het leven, van de verbondenheid tussen mensen. Dit heb ik uit eigen ervaring ontdekt in mijn zoektocht als mens, maar wordt nu op een geweldige manier zelfs wetenschappelijk (jawel) onderbouwd door de onderzoekster Brené Brown in haar boek De kracht van kwetsbaarheid. Eeuwenlang hebben we politieke problemen opgelost met zwaarden van onkwetsbaarheid, misschien kunnen we nu beginnen ze te benaderen vanuit wat we in essentie zijn; kwetsbaar. Hoe ontzettend moeilijk dat ook is.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com