2012

oud en nieuw

Het nieuwe jaar 2013 nadert snel. Voor mij is het echt een overgangstijd, ik schreef daar al eerder over. De oude geldbronnen die mijn werk financierden zijn opgedroogd en er zijn nog weinig nieuwe. Zo’n 15 jaar lang hoefde ik me niet druk te maken over geld, bouwde zelfs een kleine reserve op. Maar, moet ik toegeven, het gevolg was dat geld verdienen een belangrijke basis werd in mijn leven. En iets dat ik in stand moest houden, iets wat dan in onze samenleving ‘verantwoordelijkheid’ wordt genoemd. Ik haalde daar mijn identiteit en zekerheid uit; ik was de kostwinner, zorgde voor mijn gezin. Nu deze structuur door de crisis lijkt weg te vallen, kom ik in een soort leegte terecht. Even heb ik geen richting. Soms roept dit veel angst op, de angst voor tekort, dat gaat heel diep. Maar soms geeft dit wegvallen van mijn oude structuur ruimte en ben ik nieuwsgierig naar de toekomst. Het lijkt alsof er in mij een verschuiving plaatsvindt van de zekerheid zoeken in het werken voor geld naar een meer innerlijke zekerheid en vertrouwen.

In de uiterlijke zekerheid heb ik de controle over mijn leven, maar wat ik nu ontdek is dat daar de angst voor tekort onder zit. In het nieuwe gevoel van zekerheid en vertrouwen durf ik langzaam te geloven dat er voor mij en voor mijn gezin gezorgd wordt. Dat het leven ons goed gezind is, dat de liefde mij, ons kent en dat de werkelijkheid zich zo ontvouwt dat wij krijgen wat we nodig hebben. Dat vraagt wel overgave, maar ik kan in deze situatie eigenlijk niet anders. Het vraagt ook een andere definitie van het begrip verantwoordelijkheid. In mijn oude begrip had ik het gevoel dat ik het leven op mijn schouders moest nemen. In het nieuwe begrip begin ik te geloven dat ik kan samenwerken met het leven, maar ook met mijn partner Gebi bijvoorbeeld. En het opvallende is dat nu bij mij de geldbronnen terug lopen, er bij Gebi iets begint te stromen. Als psychologe begint zij nu een aantal klanten te krijgen, die vergoed worden via de ziektekostenverzekeraar. Dat geeft mij een heel fijn gevoel, want ik hoef het nu niet meer alleen te doen! Misschien wordt zij wel veel meer de kostwinner de komende periode en krijg ik meer ruimte om te doen wat ik graag wil. Zoals een boek schrijven of een methodiek ontwikkelen voor een nieuw soort leiderschap. En vaker in mijn moestuin werken!Dit is ook precies de periode om oude dingen los te laten en nieuwe dingen, nieuwe wensen uit te spreken. Het is een oefening die we deden de laatste bijeenkomst dit jaar met de groep van project Natuurlijk Werken. Schrijf eerst op een briefje dat wat je achter wilt laten in 2012, dat wat je los wilt laten. We verbrandden deze briefjes in een vuur dat we buiten stookten. Schrijf daarna op een briefje welke wens je hebt voor 2013. Deze plakten we vast aan twee vuurpijlen en deze schoten we de lucht in. Wat ik zelf wil loslaten, achterlaten in 2012 is mijn angst voor de toekomst. Wat ik wens voor 2013 is het vertrouwen dat ik word geleid naar de situatie die het beste bij mij past. Jarenlang kon ik een bepaalde periode, bijvoorbeeld een jaar vooruit kijken met de zekerheid dat ik inkomsten had. Nu is die blik naar voren weg en hoop ik dat we in januari de eindjes aan elkaar kunnen knopen, verder kan ik niet kijken. Het is apart dat ik nu kan ervaren dat die uiterlijke onzekerheid er is, maar tegelijkertijd van binnen een gevoel van vertrouwen, van zekerheid, licht. Het is de verschuiving van de zekerheid buiten mezelf naar de zekerheid in mezelf. Ik ben me bewust dat dit gevoel me nu gegeven wordt, ik geniet daarvan, ben nieuwsgierig. Waar gaat me dit brengen?

Maar ik weet ook dat ik ook in mijn angst gebracht kan worden, dat deze angst me door een vernauwing brengt, me innerlijk laat sterven, snoeit, schoonmaakt. Zo mag ik leren blij te zijn met dat wat me op het moment gegeven wordt, zonder de garantie dat ik dit gevoel kan vasthouden of sturen. Langzaam word ik meer toeschouwer van de emoties die zich in een golfbeweging aandienen. Ik klamp me er minder aan vast, identificeer me minder. Met nadruk schrijf ik minder, want het kan zo maar gebeuren dat ik me in een reflex wel vastklamp, me ermee wil bemoeien, wil sturen, wil controleren.

Het zij zo, ik heb nog veel te leren. Het was een bijzondere dag bij project Natuurlijk Werken, die laatste bijeenkomst van dit jaar, waarbij sommige deelnemers afscheid namen. Ik werd me bewust van de methodiek van WerkWaardig en project Natuurlijk Werken. De begeleiding van WerkWaardig heeft de mens, de persoon als uitgangspunt en diens groei met als doel de voor hem of haar volgende stap. Het lijkt op een boom of een plant die in zijn eigen tempo groeit naar de volgende fase. Het kan dan zijn dat het traject wat langer duurt en dat ook het resultaat niet altijd overeenkomt met wat Sociale Zaken het liefste wil. Namelijk zo snel mogelijke uitstroom uit de uitkering, ongeacht of dit werk passend is voor de klant. Deze eis is dominant en gaat de komende jaren steeds dominanter worden. Ik voelde die middag het voorrecht om mensen te begeleiden in hun groei en daar uiteindelijk het resultaat van te zien. Een van de deelnemers was een professionele muzikant die een aantal jaren geleden burn-out was geraakt door de druk van het hebben van een eigen onderneming en het soms dag en nacht moeten werken in een omgeving met hard geluid. In het traject bij WerkWaardig en het werken in de natuur bij project Natuurlijk Werken kwam hij weer in contact met zichzelf en wat voor hem belangrijk was. Hij kwam op het spoor van de muziek die bij hem past en maakte gedurende het jaar 2012 een CD als product van deze nieuwe muziek. Tijdens deze middag liet hij een aantal nummers horen van deze nieuwe CD en het resultaat was ontroerend. Hij speelde vanuit zijn authenticiteit en de combinatie van tekst en muziek raakte het hart. Hij is hier nog niet mee uit de uitkering, maar hoe waardevol is zijn ontwikkeling en dat wat hij nu vanuit zijn groei in de wereld heeft gezet.

De komende jaarwisseling wordt gekleurd door het optreden van onze zoon Bo bij het nieuwjaarsconcert van het Nederlands Blazers Ensemble. We rijden nu bijna iedere dag naar Amsterdam voor de voorbereidingen van dit concert. Met onze kinderen gaan we niet anders om dan met onszelf en met onze klanten van WerkWaardig of praktijk Mens&Groei, waar Gebi en ik vanaf het komende jaar al onze producten onder gaan brengen. Het is bijzonder om te zien hoe Bo zich als een vis in het water voelt in de omgeving van het NBE, waar muziek en samen muziek maken het uitgangspunt is. Zonder veel uiterlijke schijn of ego praktijken. Ik ben ook wel jaloers dat hij op zo’n jonge leeftijd gevonden heeft wat bij hem past als ik dat vergelijk met mijn eigen geworstel om de meest geschikte vorm te vinden die bij mij past en dat wat ik vanuit mijn talent te bieden heb. Hij raakt mijn eigen verlangen naar het willen uitblinken! Tegelijkertijd voel ik de oprechte trots dat wij als ouders daar aan hebben bijgedragen, de voorwaarden voor hem hebben geschapen. In deze onzekere tijd wat mijn werk betreft, kwam deze week plotseling de gedachte in me op dat het nu misschien wel de tijd is voor mijn kinderen om te excelleren. Dat het misschien veel meer mijn taak is om gewoon geld te verdienen om Bo, maar ook Moon de gelegenheid te geven hun talent vorm te geven. Alsof ik met mijn 50e levensjaar het stokje aan het doorgeven ben aan de volgende generatie. Dat was wel een aparte en bijzondere gedachte eigenlijk!

vrede en het gevoel van welkom zijn

Een mooi moment tijdens de latifa-meditatie die ik iedere maandagochtend doe met een klein groepje mensen. De latifa bestaat uit een geleide visualisatie langs verschillende plekken op het lichaam, die staan voor een aantal kwaliteiten, zoals aanvaarding, verlangen, liefde en wil. Bij deze laatste kwaliteit ‘wil’ aangekomen voelde ik opeens een diepe vrede. Ik ervoer om precies te zijn dat het mogelijk was om aan het einde van het leven een diepe vrede te voelen, ook al was dit leven niet volmaakt. Dat raakte me, omdat het voelt alsof dit punt al in mij aanwezig is. Alsof het een boodschap was van het moment dat ik daadwerkelijk sterf straks in de toekomst. Alsof er even geen tijd en ruimte was.

Het sneeuwt voor het eerst dit najaar in 2012. Dikke vlokken dalen neer uit de hemel op de aarde, die langzaam wit kleurt. De natuur staat stil. Het wandelen in een wereld die helemaal wit is, bedekt met sneeuw heeft hetzelfde bijzondere effect van stilte en vrede.
Vorige week had ik een ontmoeting met een van mijn begeleiders die ik af en toe raadpleeg; Dorle L. Vaak als ik bij haar ben, doen we een visualisatie, maar niet een door haar geleide oefening, maar een die in mijzelf ontstaat vanuit een thema dat ik van tevoren aangeef. Het thema dat ik nu wilde onderzoeken, was een eerdere ervaring die ik die week op mijn werk had. In de onderhandeling met een aantal partijen over de voortgang van een van mijn projecten, voelde ik me door de houding van een van die partijen in de steek gelaten. Dat gevoel was zeer sterk en bracht me behoorlijk uit evenwicht. Ik had er zelfs ‘s nachts last van en ervoer dat onder dit gevoel van in de steek gelaten te worden een diepe onveiligheid zat. Dit gevoel kwam van diep. Van ver uit mijn verleden. Daar wilde ik in deze sessie iets mee doen.

Ten eerste ervoer ik verrassend genoeg dat bij dat diepe gevoel van onveiligheid de liefde nabij was. Ik ging met mijn aandacht naar binnen en ik voelde een sterk verlangen naar die liefde. De onvoorwaardelijke liefde zoals ik die ook ervaar als ik aan Jezus denk. Een soort zuivere, religieuze liefde. Het voelde als een zuil van licht dat mijn lichaam helemaal oprichtte. Tegelijkertijd kreeg ik het beeld van een doosje, een vierkant doosje dat open kon en waar een clowntje uit kwam gesprongen aan een veer. Ik was verrast door deze beelden met als uitgangspunt dat gevoel van onveiligheid. Dorle vroeg of er ook nog iets zat van pijn, donkerte. En jawel, daar waar mijn lichaam aan de voorkant licht en warm voelde, voelde ik in mijn achterhoofd een duidelijke verkramping. Ik ging er met mijn aandacht naar toe en zag een grot voor me met een donkere ingang. Na een korte aarzeling ging ik naar binnen en kwam in een gang terecht met vochtige wanden. Toen veranderde de grot in een baarmoeder met een onvolgroeide embryo erin. Wat er nu gebeurde is dat vanuit het licht aan mijn voorkant energie, liefde begon te stromen naar de embryo in de baarmoeder. Ik voelde de liefde in mezelf voor deze embryo. Plotseling kwam de gedachte in me dat ik zelf een maand te vroeg geboren ben en het besef dat ik zelf die embryo ben. De liefde stroomde als een lichte, gele stroom naar het kindje en omvatte het als een zwachtel. Alsof het werd ingebakerd. Wat er toen gebeurde is dat de embryo veranderde in een jongetje dat rechtop stond, levend, vrolijk. Ik voelde de energie in mijn lichaam als verwondering, als een gevoel van WELKOM. Ik voelde me welkom, dat raakte me diep! Het woord dat tenslotte in me opkwam was rebirthing. Mijn visualisatie was een hergeboorte geweest. Je kunt daar allerlei dure workshops in volgen, maar hier was het spontaan in mezelf ontstaan. Ik moest daar erg om lachen.Later die week had ik een droom. Het ging over een jonge vrouw, die wel 20 kinderen had aangenomen. Ze stonden in een lange rij naast haar opgesteld. Ik omhelsde haar heel intens en voelde veel liefde voor haar. Er kwamen zusters, nonnen naar de rij met kinderen om zich over hen te ontfermen. Dat beeld raakte me diep. Toen werd ik wakker en besefte dat het gevoel dat me raakte hetzelfde was als in de visualisatie bij Dorle; weer dat gevoel van welkom, van thuiskomen.

Deze ervaringen brengen me bij het besef dat het belangrijkste dat ik in mijn leven te leren heb over liefde gaat. Over wat liefde is, over wat onvoorwaardelijke liefde is. Over hoe ik deze liefde kan toelaten in mijn leven. Over hoe ik me kan overgeven aan deze liefde en me kan laten leiden. Over het vertrouwen daarin. Vertrouwen dat ik niet automatische heb meegekregen in mijn eigen jeugd en opvoeding. Basisveiligheid die ik heb gemist, niet omdat mijn ouders me bewust wilde kwetsen, maar uit hun eigen onmacht. Mijn moeder werd precies op die dag 21 toen ik werd geboren, mijn vader was als stuurman nog op zee. Het was een koude winter en mijn moeder legde me beneden bij de kachel, terwijl ze zelf boven op bed lag. Terwijl wat ik nodig had de warmte van het lichamelijk contact met mijn moeder was. Twee jaar later het drama van mijn gehandicapte zusje dat geboren werd en anderhalf jaar later stierf. Dit is de persoonlijke schets van het gemis, het trauma, de schok in mijn leven. Een schok die als herinnering in mijn cellen verborgen zit en wat de basis vormt voor mijn ego, mijn valse persoonlijkheid. Maar juist door dat gemis ben ik gaan zoeken naar de liefde in mezelf, in het onzichtbare, het geestelijke. Weet ik dat die niet te vinden is buiten mezelf, in de zichtbare, materiële aandachtslaag. En de liefde zoekt op zijn beurt naar mij op een heel persoonlijke manier, zoals in de visualisatie bij Dorle.

Het is bijzonder dat die werkzame, levende (in de christelijke traditie genoemde heilige) geest van liefde me brengt bij die diepe onveiligheid, mijn meest kwetsbare plek. Op die plek word ik geheeld, mijn persoonlijkheid gezuiverd om als instrument te dienen voor de liefde in de buitenwereld, hoe dat er ook uitziet. Voor het geloof in overvloed in plaats van in tekort, de basis van mijn ego, van mijn valse persoonlijkheid, mijn afgescheiden persoonlijkheid. Ik word van onderaf afgebroken en opgebouwd, ik sterf en word weer geboren. Telkens weer. Op deze manier wordt het contact met mijn essentie hersteld en kan ik tijdens de latifa-meditatie de essentiele vrede voelen. Komen begin en einde van mijn leven bij elkaar.

Steve Jobs en de gevangenis van het ego

Afgelopen weekend was een vriend van me jarig en ik had de biografie van Steve Jobs voor zijn verjaardag gekocht. Hij had hem al, dus nam ik het boek weer terug mee naar huis en begon er zelf in te lezen. Het boek raakt me. Niet door het succesverhaal van Jobs en dat wat hij in de buitenwereld heeft gepresteerd. Het boek raakt me door de grote worsteling en eenzaamheid die hij heeft gekend gedurende zijn leven en wat helder en eerlijk opgetekend is door de schrijver van het boek; Walter Isaacson. Als ik het bekijk vanuit het kader van mijn innerlijk werk, heeft Jobs zich eigenlijk altijd vastgehouden aan zijn harnas (ego, valse persoonlijkheid). Dat laatste raakt me, merk ik. Dit beeld van iemand, die door de wereld wordt geadoreerd zo gevangen kan zitten in zijn eigen persoonlijkheid (de nummer 8 in het enneagram!) en eigenlijk niet echt de sleutel heeft kunnen vinden naar zijn vrijheid, zijn geluk.Als ik dan kijk naar de klanten van WerkWaardig, die ik bijvoorbeeld vandaag heb ontmoet, mensen die vaak moeten rondkomen van een uitkering en hun eenzaamheid en worsteling zie, dan besef ik dat iedereen hierin gelijkwaardig is. In die zoektocht naar het punt van onvoorwaardelijke liefde, waar volgens mij ieder mens bewust of onbewust naar op zoek is. Of hij nu aan de top van de wereld staat of helemaal onderaan de maatschappelijke ladder.

Zoals ik het pad van mijn zoektocht naar liefde ervaar, is het telkens zo dat ik in mezelf een punt tegenkom waarin ik sterf.
En wat sterft er dan precies? Dat deel in mij dat naar buiten is gericht om daar te halen – geluk, liefde etc. – wat eigenlijk van binnen te vinden is. Mijn valse persoonlijkheid zou je kunnen zeggen. Vals is de gerichtheid naar buiten. Het misverstand dat ik gelukkig word als ik maar van alles heb en van alles ben in de buitenwereld. Vals is ook de overtuiging dat als ik maar dit of dat doe, aan bepaalde verwachtingen voldoe, aan bepaalde voorwaarden, ik dan de liefde krijg die ik nooit gehad heb. Een rol vervul, een masker opzet waarin ik me beter of anders voordoe dan wie ik ben, waarmee ik geld verdien en alles kan kopen wat mijn hartje begeert. Waarmee ik het gat probeer te vullen dat in mij zit, het gat van de liefde die ik als kind gemist heb. Dat ieder mens gemist heeft, omdat het in eerste instantie de liefde bij zijn ouders zoekt, buiten zichzelf dus. Vandaag mocht ik nog een baby vasthouden van een paar weken oud, die net had gedronken aan de borst van haar moeder. In alles is de mens in eerste instantie afhankelijk van zijn of haar ouders. Bij ouders die niet volmaakt zijn. Zonder dat ze dat willen, veroorzaken zij een trauma in het volmaakte beeld van de liefde dat ieder kind heeft. Het is onmogelijk te vermijden dat dit volmaakte beeld kapot valt op de realiteit van onze aardse, onvolmaakte werkelijkheid.

In het geval van Steve Jobs bijvoorbeeld, die door zijn biologische ouders ter adoptie werd aangeboden aan de ouders die hem groot brachten. Dat kapot vallen doet pijn, verschrikkelijk veel pijn. Zoveel pijn dat het net zo onvermijdelijk is dat ik me daartegen bescherm en een harnas opbouw om me tegen deze pijn te verdedigen. Verlaten, verkozen, speciaal. Deze begrippen vormden de basis van het ego, de persoonlijkheid van Steve Jobs. Dit harnas kent allerlei gezichten en in de wisselwerking met de buitenwereld ga ik op een gegeven moment geloven dat ik dat harnas ben. Dat is mijn valse persoonlijkheid. Heel mijn leven zou ik me kunnen bezighouden met dit leven aan de buitenkant.Gelukkig maar dat de buitenwereld mijn tekort en gemis aan liefde niet kan opvullen. Dat de buitenwereld niet volmaakt is, hoe boos en geïrriteerd ik daar vaak ook over ben. Ik mag blij zijn dat de buitenkant mij niet volledig geeft wat ik van binnen nodig heb. Het laat me achter met een gemis en in dat gemis zit mijn verlangen verborgen. Dat tekort, dat gemis van binnen, dat lijden wordt af en toe opgevuld met een antwoord van binnenuit. Het lijden dat mij schoonmaakt, opruimt, leeg maakt om gevuld te worden door een antwoord van binnenuit. Dat is het sterven aan mijn valse persoonlijkheid.

Het innerlijk lijden brengt me bij de liefde die in het lijden verborgen zit. Het lijden is de weg naar binnen naar de bron van die onvoorwaardelijke liefde. Voor ieder mens is het mogelijk om deze weg naar het hart, naar de liefde te gaan. Het is toch een wonder dat deze weg er is! Dat ik uiteindelijk niet vast hoef blijven te zitten in de gevangenis van mijn (valse) persoonlijkheid/ego. Het is de belangrijkste en meest waardevolle ontdekking in mijn leven, dat er een weg is van de gevangenis van mijn (valse) persoonlijkheid terug naar mijn hart, naar mijn essentie. Het is mijn parel. Ik word me daar weer bewust van tijdens het lezen van de biografie van Steve Jobs. Van de gevangenis die iemands persoonlijkheid kan zijn en de mogelijkheid die er is om hieraan te ontsnappen.

De vraag die ik mezelf regelmatig stel; hoe lang moet ik nog sterven en weer opnieuw geboren worden, hoe lang moet ik gevangen raken en weer bevrijd worden totdat dit levende punt, dit transformatiepunt mijn vaste ankerpunt wordt?

de rivier

Onder de oppervlakte van mijn persoonlijkheid met zijn patronen en identificaties met de wereld om zich heen stroomt een rivier. Een rivier die mij brengt langs de schoonheid van de seizoenen. De wind waait langs mijn gezicht. Ik ben alleen, maar voel me gedragen, ondersteunt door de liefde die me omvat. In mij ervaar ik een diepe vrede en aanvaarding. De rivier voert me naar de plek waar ik gevonden word en thuiskom. Het enige dat ik in mijn leven hoef te doen is een zeewaardig bootje bouwen, deze in de rivier te laten zakken, in te stappen en me mee te laten drijven.

Dit beeld dat vanmorgen tijdens mijn meditatie in me opkwam, lijkt op de tekst die ik gisteren las op een poster op het raam van een studentenhuis in de binnenstad van Tilburg; het leven is als op een trein stappen en kijken waar deze je heen brengt.
Het is er tegelijk, de angst en pijn van mijn persoonlijkheid, die zich vastklampt aan de uiterlijke wereld. Die elke verandering in de vorm ziet als een bedreiging. Die alles wat op hem afkomt naar eigen believen goed- of afkeurt, naar zich toetrekt of van hem afstoot. Die bang is om te verliezen wat hij heeft, wat hij denkt te hebben. Gezondheid, geliefden, werk, het leven zelf. Daarnaast is er de dieper liggende, geestelijke werkelijkheid, die meestal volledig wordt overwoekerd met dat wat het dagelijks leven van me vraagt. Als het onkruid in de tuin, dat nu gelukkig door de herfst tijdelijk stopt met groeien. Af en toe geeft de geestelijke, dieper liggende werkelijkheid een signaal, zoals een kaartje dat ik trok een paar weken terug met de tekst; Ik ben me er voortdurend van bewust dat ik veilig ben, God leidt en beschermt me.

De week rond mijn verjaardag op 2 november was wonderlijk. Eerst was er de sessie met een van mijn geestelijk begeleidsters, Marleine Driessen van de Innerlijke Lijn. Ik kwam helemaal bij de kern van het punt waar ik me hardnekkig vastklamp aan de uiterlijke kant van het leven. Aan mijn diepliggende overtuiging dat ik het alleen moet doen. Ik ben verantwoordelijk voor het geheel, ik moet de last van mijn leven dragen. Afgescheiden, los van de liefde die er voor me is. Ik kwam bij het punt dat mijn innerlijk lijden zoals ik dat in mijn vorige artikel beschrijf me uiteindelijk brengt bij de overgave aan de liefde die er voor me is. Bij het ervaren dat er wel ondersteuning en hulp voor me is. Dat ik niet alles alleen hoef te doen. De betekenis die dit lijden voor me heeft, raakte me diep. Dat ik hierin wordt gezien door de liefde.

Een dag later deden we met de groep van project Natuurlijk Werken een oefening rond de dag die vanuit de katholieke kerk Allerzielen wordt genoemd, precies de dag dat ik geboren ben.Bij de inleiding op de oefening vertelde ik de theorie dat ieder mens geboren wordt vanuit de heelheid, de volmaaktheid en terecht komt in de wereld van de dualiteit, de onvolmaaktheid. Deze geboorte geeft voor ieder mens een trauma. Ieder mens heeft hierin zijn eigen, persoonlijke ervaring. De pijn van dit trauma is voor een kind onverdraaglijk en ieder bouwt om deze pijn heen een harnas, een masker. Dit masker zou je kunnen noemen je persoonlijkheid of misschien nog beter je valse persoonlijkheid, omdat je er op een gegeven moment vanuit gaat dat je deze persoonlijkheid bent. Je verliest het contact met de heelheid waar je vandaan komt, het contact met je eigen essentie. Soms gebeurt het dan dat er toch iets van een verlangen in je opkomt. Vaak wordt dit verlangen materieel vertaald, naar het willen hebben van iets. Een groter huis, een nieuwe auto, een verre vakantie. Maar als je goed luistert, kun je het zuivere verlangen verstaan naar de heelheid waar je vandaan komt, naar je essentie. Het kan het begin zijn van een zoektocht naar de parel die je verloren bent. Het mooie is dat er vanuit de andere kant, vanuit de liefde ook naar jou gezocht wordt. Deze twee bewegingen kunnen samenkomen in een punt, in een ervaring van je essentie, van wie je eigenlijk bent. Een essentiele ik-ervaring. Als we het dan hebben over leven en dood, zou het kunnen zijn dat een deel van je sterft op het moment dat je overlijdt. Dat wat van de aarde is, keert terug naar de aarde. Maar die essentiele ik-ervaringen, die vol leven zijn, zijn sterker dan de begrenzing van het materiële, van het lichaam en blijven leven. Er is een wijsheid die zegt dat er niets verloren gaat en alles terugkeert naar zijn oorsprong, daar waar het vandaan komt. Als je nog een stapje verder gaat in deze theorie zou je kunnen zeggen dat van ieder mens die reeds gestorven is, de essentie nog aanwezig is. En dat je deze essentie die nog bestaat in de wereld zonder de begrenzing van tijd en ruimte om hulp zou kunnen vragen.

De oefening bestond hieruit dat we gingen zitten rond een mooi leeg bord en een mandje vol kaarsjes. Ik vroeg iedere deelnemers te denken aan iemand die gestorven was, iemand die indruk op hem of haar had gemaakt. Tegelijkertijd dacht je dan aan de kwaliteit die je van deze bijzondere mens herinnert, de kwaliteit die iemand in essentie had. De persoon werd genoemd met de kwaliteit en een kaarsje werd aangestoken en op het bord gezet. Het was mooi om te zien hoe de gestorven mensen met deze respectvolle aandacht weer tot leven kwamen en er bijna 20 kaarsjes uiteindelijk het bord vulden. Ik schreef alle kwaliteiten op het papieren vel waar ik eerder de theorie van de inleiding op had geschreven. Het was een prachtige verzameling van kwaliteiten, die nog steeds aanwezig zijn in de geestelijke, volmaakte en essentiële werkelijkheid en die we om hulp kunnen vragen in tijden van wanhoop of het niet-weten.

Een dag later vertrokken we met heel het gezin naar Zeeland om de verjaardag van mijn moeder te vieren, die op dezelfde dag als ik jarig is en 70 werd. Ik voelde me niet fijn, zat niet in mijn gevoel, voelde me afgescheiden. Het is een gevoel dat ik meestal heb op de dagen rond mijn verjaardag en waar ik dan mee worstel. Waarom voel ik me niet vreugdevol, niet feestelijk? Toen ik mezelf de vraag stelde wat ik nu precies voelde, was het antwoord confronterend. Mijn vervelende en afgescheiden gevoel was het gevolg van een beweging die ik zelf maakte, namelijk een beweging uit de cirkel van liefde die er voor me is. Ik kreeg het niet voor elkaar om mezelf in het middelpunt van de liefde te zetten en zag nu heel scherp dat ik zelf die beweging maakte. Meestal ben ik boos, teleurgesteld, gekwetst als ik niet de liefde krijg die ik nodig heb van iemand buiten mezelf. Lees; als iemand niet het gat opvult van de liefde die ik als kind gemist heb.

Ik ben dan boos op iets of iemand buiten mezelf, maar nu zag ik dat ik wel word liefgehad, dat er wel liefde voor me is, maar dat ik mezelf buiten de cirkel van liefde plaats. Ik kan daar niet iemand anders de schuld van geven. Confronterend om dit oude patroon te zien, maar er niet direct iets aan te kunnen doen. Het enige wat ik kon doen is aanvaarden zoals het is, aanvaarden zoals ik me voelde.
Pas nu, een week later, kom ik weer bij mezelf. Het is voor mij vaak moeilijk om contact te houden met mezelf en mijn diepere gevoelens als ik in de wereld ben met (veel) mensen om me heen.

Deze zondag had ik de ruimte om alleen te zijn. Dat gaf me de veiligheid om mijn gevoel toe te laten. Het gevoel dat ik van binnen gevonden word, dat dit gevonden worden een diep verlangen is. Van mij, maar volgens mij van iedere mens. Ik ben niet verloren, wat ik regelmatig wel zo voel als ik me beweeg in de wereld om me heen, maar word van binnen gevonden door de liefde die er voor me is. Het is een ervaring die zich regelmatig afwisselt, dan weer verloren om vervolgens gevonden te worden.

Dit zuivere verlangen wordt prachtig opgewekt in de film August Rush, die we afgelopen donderdag met de groep van project Natuurlijk Werken keken. Het is een modern sprookje van Walt Disney. Amerikaans, sentimenteel misschien, maar als je kijkt naar welke zuivere emotie er wordt opgeroepen kan deze film een mooie herinnering zijn aan het menselijk oerverlangen van het gevonden worden.

Zo is tegelijkertijd mijn persoonlijkheid als mijn essentie aanwezig. Soms denk ik dat ik mijn persoonlijkheid moet veranderen om verder te komen op de weg van de liefde. Stiekem kruipt dan mijn criticus tevoorschijn, die misschien wel de waarheid ziet, maar kijkt zonder hart. Het enige dat tot verandering leidt is de liefde van binnenuit. De liefde aanvaardt mijn oude persoonlijkheid en vormt deze om totdat het een bruikbaar instrument wordt voor de liefde. Zoals de boot waarin ik stap om me mee te laten drijven op de rivier die mij brengt naar de plek waar ik gevonden word en thuiskom.

voetstappen in het zand

De herfst toont zijn mooiste kleuren in het bos van Landgoed Nieuwkerk. Het was vakantie en door het wegvallen van mijn structuur en identificatie met mijn werk kwam ik zoals vaker in een vakantie bij mijn pijn. Een lijden dat ik al ken vanaf het moment dat ik op een flat ging wonen in Terneuzen en op mijn eigen benen ging staan.

Die week droomde ik over mijn vader, die bijna 10 jaar geleden gestorven is. Hij stond voor me, heel helder, hij zag er met zijn bijna kale hoofd netjes gekapt en gekleed uit. Hij keek me aan, ik zag een groot verdriet in zijn ogen. Ik dacht: nu breekt de emotie door, maar ik werd wakker.

Misschien is het lijden en de pijn die ik voelde wel een oude familiepijn die ik met me meedraag, maar nog niet helemaal helder is. Het is een punt waar ik telkens weer aan sterf, zoals de bomen en planten in het bos om me heen sterven aan de herfst. Laat ik er nu eens goed naar kijken, dacht ik vorige week. Wat is dat lijden nu precies? Het voelt als een gat, dat niet gevuld kan worden met iets van buiten. Niet met mijn werk, niet met mijn vrouw Gebi, niet met mijn kinderen, niet met de wereld of bevestiging van iemand uit de wereld om me heen. Er is een deel in mij dat zich spiegelt aan de wereld, dat succes wil hebben in de wereld, carriere wil maken.
Maar blijkbaar ben ik in essentie iemand die groeit zonder looprekje in de buitenwereld waar ik me aan vast kan klampen. Ik groei met vallen en opstaan, weer vallen en weer opstaan. En ondertussen word ik van binnenuit opgebouwd en weer afgebroken als de seizoenen, als de lente en de herfst.

Niets van buiten kan mijn gat vullen. En tegelijkertijd voelt het alsof ook de liefde afwezig is die mij draagt. Een soort tussengebied, niemandsland. Alsof ik in deze ervaring word gebracht om van te leren. Het enige wat ik kan doen is dit lijden dragen en af en toe uitspreken aan iemand die ik vertrouw. En wachten tot de verlossing van binnenuit zich aandient.

Het doet me denken aan het bekende gedicht Voetstappen in het zand;
Ik droomde eens en zie ik liep aan ‘t strand bij lage tij.
Ik was daar niet alleen, want ook God liep aan mijn zij.
We liepen samen het leven door en lieten in het zand een spoor van stappen, twee aan twee;
God liep aan mijn hand.
Ik stopte en keek achter mij en zag mijn levensloop in tijden van geluk en vreugd van diepe smart en hoop.
Maar als ik goed het spoor bekeek zag, langs de hele baan daar waar het juist het moeilijkst was, maar één paar stappen staan…
Ik zei toen: “God waarom dan toch? Juist toen ik U nodig had; juist toen ik zelf geen uitkomst zag op het zwaarste deel van mijn pad.”
God keek toen vol liefde mij aan en antwoordde op mijn vragen:
“Mijn lieve kind, toen ‘t moeilijk was, toen heb Ik je gedragen.”

Het valt overigens niet mee om rustig aanwezig te blijven bij het lijden dat zich van binnenuit aandient. In mij word ik dan bestookt met de overtuigingen, stemmetjes en oordelen die onze maatschappij heeft over lijden en pijn. Op de eerste plaats is het een groot taboe. Niemand laat zijn pijn of lijden zien, want met iedereen gaat het zogenaamd goed. En als het dan wordt uitgesproken, krijgt het vaak de naam van depressie of een andere stoornis, waar dan heel snel een pil voor wordt gegeven, zodat het niet gevoeld hoeft te worden en we over kunnen gaan tot de orde van de dag. Pijn en lijden vragen aandacht en dat is een kostbaar goed in onze materialistische samenleving.Vorig weekend tijdens het kijken naar de film Ensemble, c’est tout kwam van binnenuit het antwoord op mijn lijden van de vorige week. Ik voelde liefde voor mezelf die me van binnenuit overstroomde. Het enige, kloppende, volmaakte en helende antwoord. Het is alsof de pijn dan wordt opgebouwd tot het punt dat de liefde van binnenuit de drempel over komt stromen. Ik voel me weer compleet. Compleet in mezelf.

Totdat ik deze week weer begon te werken en geconfronteerd werd met het feit dat de trajecten van mijn huidige klanten aflopen en er voor het eerst in 15 jaar geen nieuwe klanten bij komen. Althans niet vanuit de vormen van werk die ik nu in de wereld heb neergezet. Voor 2013 heb ik nog geen perspectief, dus eigenlijk ook een gat. Toen die realiteit tot me doordrong, vloog de angst me naar de keel, want het einde van het jaar nadert met rasse schreden. Dit lijkt ook wel op een rouwproces, een sterven. Het sterven van mijn huidige vorm van werk. Ik moest denken aan het moment dat je het bericht kunt krijgen dat je kanker hebt, zoals momenteel regelmatig mensen in mijn omgeving. Ik kan me voorstellen dat dan plots ook het toekomstperspectief wegvalt en ik zou waarschijnlijk ook bevangen worden door angst.

Net als in het geval van mijn pijn, mijn lijden, stelde ik mezelf de vraag; wat is nu precies die angst? Ik liep daar een aantal dagen mee rond en plots tijdens de afwas kwam het antwoord. Het is de angst voor het verlies van houvast in de vormenwereld. Ik heb geen houvast aan mijn werk, geen houvast aan mijn relatie – Gebi en mijn kinderen zijn net zo sterfelijk als ik – zelfs geen houvast aan mijn lichaam, want ik ga vast en zeker dood. Misschien morgen wel. Dit is eigenlijk de kern van mijn angst en dat inzicht was bijzonder, want ik voelde daarin een bodem, nog fragiel, maar het was een bodem. De bodem van mijn waarneming. Van mijzelf eigenlijk. Van dat deel in mij dat overblijft, dat deel dat niet sterft, mijn geestelijk deel.  Dat deel dat ik ‘ik’ zou kunnen noemen. Dit ben ik werkelijk.

Dan merk ik wel hoe vaak ik geleid word door angst en me onbewust probeer vast te klampen aan de wereld om me heen. Een wereld die met zijn vormen aan veranderingen onderhevig is, telkens weer. Ik vind het moeilijk om dat te zien, om dat te ervaren. Om aan die veranderingen steeds weer te sterven en opnieuw geboren te worden. En steeds als dat gebeurt groei ik, groeit mijn bewustzijn en word ik steeds meer mezelf. De kunst is om telkens weer door de nauwe poort van mijn angst te gaan om er daarna gelauwerd uit tevoorschijn te komen, fris, nieuw. Mijn angst die ik normaal zo veel mogelijk wil vermijden, niet wil voelen, maar die vaak onbewust mijn gedrag stuurt. Af en toe echter klopt de angst zo hard op de deur van mijn persoonlijkheid, mijn harnas, dat ik er niet meer onderuit kan. Angst is de donkere engel, vertelde Maria Hillen, een van mijn levensleraren. Het lukt mij niet altijd om de engel in de angst te herkennen en worstel ik met het feit dat ik iemand ben die iets moet met deze moeilijke emotie, die altijd onverwacht en ongelegen komt. De liefde gebruikt echter alles dat in mij aanwezig is om mij te zoeken en tegelijkertijd word ik ontvankelijk gemaakt om die onvoorwaardelijke liefde te ontvangen. Een wonderlijke weg.

crisis en het goede nieuws

De eerste herfststorm aan het begin van de week ging bij mij gepaard met een emotionele storm en ik heb het idee dat ik niet de enige was. Een oud traumatisch contact kwam voor mijn voeten. Blijkbaar had ik dit nog niet helemaal losgelaten en ik deed een oprecht initiatief tot verzoening. Het contact reageerde vanuit de oude projectie met ingepakte, onbewuste pijn en negatieve emotie. Het oude conflict werd gekoesterd en bleef gehandhaafd. De deur was nog steeds dicht en ik kwam terecht in dezelfde verwarring, hetzelfde drijfzand als een aantal jaren geleden. Ik kon in mezelf de pijn toelaten van deze mislukte poging en aanvaarden dat dit de tol was voor het feit dat ik het contact verbroken had een paar jaar geleden. Ik was weer los. Na een kleine week van een emotionele draaikolk.

Sommige contacten zijn ingewikkeld. Zeker met de zogenaamde spirituele mens, die graag het licht opzoekt om zich fijn te voelen, maar daarbij vergeet dat de onvoorwaardelijke liefde in eerste instantie het donker zoekt. Zoals het zaadje eerst het donker van de aarde in moet om te kunnen groeien. De spirituele mens die dat vergeet, baadt zich in het licht en projecteert de eigen donkere kant naar buiten toe. Ieder die niet voor mij is, is tegen mij. De spirituele mens die de eigen pijn wil oplossen in het spirituele zoekt het wij zonder dat de essentiële ik eerst geboren wordt. Drijfzand. En alles wat niet tot dit wij behoort, dient bestreden te worden. Donker en licht kennen geen nuance. Af en toe maak ik dan mee dat ik zonder enige twijfel als vijand wordt bestempeld. Dat ik het mikpunt wordt van het gif van de ander dat wordt afgevuurd vanuit het zeker weten van de waarheid, waarin geen enkele vorm van liefde aanwezig is.

Een goede vriendin kwam afgelopen weekend met het boek Destructieve relaties op de schop van Jan Storms. Daar stond duidelijk in beschreven wat de kenmerken zijn van zo’n traumatisch contact. Wat ik de afgelopen week uiteindelijk leerde was dat ik kan gaan staan voor mijn waarneming. Dit is mijn waarneming. En dat is die van jou. Mijn waarneming is niet pas waar als de ander deze zo waarneemt. Meer ik dus. En daarmee was dit een leerzame ervaring, waarmee ik dichter bij mezelf ben gekomen. Dank je wel, oud traumatisch contact, dat je opnieuw de deur dicht deed en niet inging op mijn poging tot verzoening. Nu kan ik je nog beter loslaten en mijn levende energie voor mezelf houden. Gebruiken voor de geboorte van mijn eigen ik bijvoorbeeld. Deze ik maakt zwart en wit genuanceerd. Wat voor verzoening nodig is, is dat ik mijn masker durf los te laten. Het masker dat bestaat uit projecties en beelden die de oude pijn maskeren. Als dat kan, dan is er weer even echt contact, levend contact mogelijk. Om te beginnen met mezelf en met de onvoorwaardelijke liefde die er is. Want dat is wat de liefde uiteindelijk wil; levend contact.

Deze week had ik een mooie ontmoeting met een klant van mij, van WerkWaardig. Deze zit in het moeilijke proces van de overgang van het oude naar het nieuwe. In die overgang werkt het oude niet meer en is het nieuwe nog niet aanwezig. Het moment dat er nog onder de grond wordt gewerkt voordat het huis, het gebouw boven de grond komt. Ze vertelde dat ze veel alleen was en dat ze zich dan erg ongelukkig voelde. Oude contacten waren niet meer bevredigend en de manier van leven die daarbij hoorde. Het oude masker werkte niet meer. Langzaam echter begon er iets te verschuiven. Een verschuiving van identiteit. Op de bodem van het ongeluk en de eenzaamheid kwam er voorzichtig een gevoel van aanvaarding naar boven. Aanvaarding van hoe het is en een klein verlangen naar iets fijns, naar wat zij leuk vindt. In plaats van de gerichtheid op het geluk van de ander en het harde werken. Ze begon te leren luisteren naar wat zij nodig had, te zorgen voor zichzelf. Een leuke film kijken bv. Ze leerde te genieten van het niet hoeven en blij te zijn met iets kleins. De liefde zoekt het diepste punt in de put om daar deze kwaliteit van aanvaarding te laten ervaren. De liefde breekt af en bouwt weer op. Als we ons maar niet verzetten en de liefde de kans geven. Als we maar de moed hebben om ons masker af te zetten, al is het alleen maar in de aanwezigheid van de onvoorwaardelijke liefde.

Zo wordt op de eerste plaats op persoonlijk niveau de overgang gemaakt van het bewustzijn van tekort naar het bewustzijn van overvloed. Eigenlijk door de moed te hebben het tekort, ongeluk, eenzaamheid, angst te ervaren en het niet te maskeren. Zo krijgen we een nieuw zicht, een nieuwe bril aangereikt om vanuit een ander bewustzijn naar dezelfde werkelijkheid te kijken. De maskers gaan niet weg, maar je bent het masker niet meer. De identiteit verschuift daarmee van de ene ik, die zich met het masker identificeert naar een andere ik. Een essentiële ik die levend is, verbonden met het geheel, een ik die aanwezig is. Het bewustzijn vanuit tekort dat onder het masker verborgen zit, is gebaseerd op angst om te verliezen wat het heeft. Vanuit het bewustzijn vanuit overvloed wordt begrepen dat men niets hoeft te bezitten om alles te hebben.

Nog enkele kenmerken van bewustzijn van tekort; gericht zijn op de materie, afgescheiden zijn, gericht zijn op macht, ongelijkwaardigheid. Enkele kenmerken van het bewustzijn van overvloed; het vermogen om te scheppen, dat wat ik wens komt in de vorm, werken vanuit plezier in plaats van voor geld, alles is verbonden/een, geen tijd en ruimte, verleden, heden en toekomst zijn parallel aanwezig, alles is van iedereen, ieder individu dient het geheel, de dood bestaat niet (is zoals zoveel wat wij als werkelijk beschouwen een illusie van het bewustzijn van tekort en afgescheidenheid).

Het kan niet anders dan dat het tot de mogelijkheden behoort dat dit nieuwe bewustzijn werkelijkheid wordt als er maar genoeg individuen de overgang maken van het oude naar het nieuwe bewustzijn. Het geeft me vreugde in te zien dat er een verbinding is tussen het individu en het collectief, dat deze mogelijkheid die in ieder individu als een zaadje verborgen zit ook gevolgen heeft voor het geheel. Het is volgens mij niet de bedoeling dat dit nieuwe bewustzijn er komt los van de oude bewustzijn van het tekort. Het nieuwe wordt vanuit de ervaring van het oude geboren. En het individu ervaart dit oude bewustzijn van tekort door zijn pijn, eenzaamheid, ongeluk, angst. De oude ik vanuit het bewustzijn van tekort en afgescheidenheid is nodig voordat de nieuwe ik tevoorschijn komt. Zo heeft alles zijn plek in het geheel en krijgt de aarde plotseling de betekenis van de geboorteplek van een nieuw bewustzijn, waar wij deel van zijn. Dat is nog eens goed nieuws in deze crisistijd!

 

de economie van de overvloed

Het was een belangrijk moment, dat confronterende gesprek met Sociale Zaken, zoals ik dat in mijn vorige artikel beschreef. Het leek alsof er daarna iets in mij verschoof. Van mijn oude manier van denken en omgaan met werk, dat zegt dat ik eerst moet zorgen dat ik voldoende geld heb, voor nu, maar ook voor later. Naar een keuze voor mijn eigen overtuiging en daar waar ik in geloof. En daar waar mijn overtuiging zit daar ligt mijn hart en ligt mijn overvloed. Het was alsof ik me daarna meer kon overgeven aan mijn levensstroom en daar waar deze stroom mij brengt. Het geloof dat deze stroom van overvloed voor mij zorgt in plaats van dat ik los daarvan zelf hard moet werken voor de zekerheid van het geld.Toen gebeurde er nog iets bijzonders. Ik begreep de link tussen onze economie en de manier van denken, het bewustzijn dat hieraan ten grondslag ligt. Namelijk het denken vanuit tekort en schaarste. Ik ging googlen en vond bij Wikipedia de definitie van economie; economie is een wetenschap die zich bezighoudt met de productie, consumptie en distributie van schaarse goederen en diensten.

Het is een definitie die grote invloed heeft op ons leven en werken. Ik begreep dat deze economie met deze definitie het gevolg is van de staat van ons collectief bewustzijn. Door de link te leggen tussen economie en bewustzijn, kon ik ook de conclusie trekken dat als ik zelf voor de sprong sta om te denken en te leven vanuit overvloed in plaats van tekort, dan staat het collectief ook voor deze sprong. Het maakte plotseling het kader van onze economie relatief. Doordat ik nu snapte dat deze definitie van de economie, die gekoppeld is aan het (beperkte) bewustzijn waarin we momenteel leven, niet absoluut is en dat er een andere manier van kijken mogelijk is naar dezelfde werkelijkheid, voelde ik me verbonden met het geheel. Ik zat er niet meer in gevangen. Ik begreep dat mijn afzetten tegen de maatschappij veroorzaakt werd door het feit dat ik me al heel mijn leven eigenlijk niet thuis voelde in het bewustzijn dat ten grondslag ligt aan onze maatschappij en economie. Doordat het ankerpunt van mijn identiteit zich steeds meer verplaatst en ik me meer thuis begin te voelen in het bewustzijn dat uitgaat van overvloed, voel ik me meer verbonden met het geheel. Ik hoef me minder te verzetten en kan het leven zien als een spel dat ik zonder oordeel kan waarnemen. Het spel waar onze huidige economie met de definitie die hieraan ten grondslag ligt onderdeel van is.

Het is bijna massief, dat denken vanuit tekort en schaarste, de basis van onze economie die ons leven en werken zozeer bepaalt. Een denken dat volgens mij is gebaseerd op de menselijke ervaring van het tekort aan liefde. Een ervaring die ieder mens heeft op het moment dat hij geboren wordt in een onvolmaakte wereld met onvolmaakte ouders en een onvolmaakte omgeving. De onbewuste en ongelukkige conclusie die vervolgens getrokken wordt is dat er geen liefde is voor mij. Vaak is het ervaren van dit tekort aan liefde onverdraaglijk. De pijn en de angst die dit oproept is te groot voor een kind om te kunnen voelen. Dit is de werkelijke schaarste! Daarom bouwt ieder mens om deze wond zijn eigen bescherming in de vorm van afweer mechanismes, patronen. Het model van het enneagram bijvoorbeeld onderscheidt er 9. Met dat masker bevestigen we eigenlijk het tekort, net zoals we met de definitie van onze economie collectief bevestigen dat het leven niet is te vertrouwen, ons uiteindelijk niet genoeg geeft om van te leven. We nemen onbewust het tekort aan liefde dat we als kind ervaren als basis voor de economie die ons leven en werken bepaalt. Het maakt dat we ons afscheiden van de liefde en van de overvloed die er vanuit deze liefde is.

Gelukkig maar dat dit masker uiteindelijk niet past. Gelukkig maar dat er altijd iets blijft wringen, bij de een misschien meer dan bij de ander. Dat knellen, dat breken soms van het masker dat we dragen, maakt ons wakker voor een ander bewustzijn dat in het bewustzijn van het tekort verborgen zit. Het leven biedt ons steeds weer de kans om onszelf te ontmaskeren en het contact met onze essentie, de liefde, te herstellen. Het lijkt alsof er in dit bewustzijn een ander bewustzijn verborgen zit, dat geboren wil worden. Dat geldt voor ieder mens als individu, maar ook voor het collectief. Als er maar genoeg mensen wakker worden in het bewustzijn van de overvloed, dan volgt het collectief van zelf. Het zou toch mooi zijn als dit niet alleen de zin is van mij als mens, als individu, maar ook de zin van de mens als collectief op aarde. En dat als wij als mens transformeren, dat daarmee ook de aarde transformeert als planeet.Toch blijven we als collectief hardnekkig oplossingen zoeken in dit bewustzijn van het tekort. Het is een wetmatigheid dat waar je aandacht aangeeft, dat groeit. Daar waar je overtuiging of je intentie zit, dat schep je. En dat geldt ook voor dit denken vanuit tekort, daarmee schep je namelijk ook een tekort. Daar waar begin vorige eeuw de industriële revolutie, de fabriek, de mechanische arbeid de oplossing leek voor de schaarste aan goederen, zoals de economie de werkelijkheid definieert, zie je in het begin van de 21e eeuw dat het tekort alleen maar toeneemt. Aan goederen, aan water, aan voedsel, grondstoffen, aan werk. We moeten steeds harder werken, moeten steeds meer produceren om dezelfde levensstandaard te behouden. We zien maar niet dat de enige oplossing is dat we kijken vanuit een ander bewustzijn. Dat de problemen waar we als collectief voor staan ons alleen maar uitnodigen om op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken. Als we zien dat het denken vanuit het tekort een gevolg is van een gebrekkig bewustzijn, een onwetendheid, ja, een misverstand, een onwaarheid, dan is datzelfde tekort op te lossen om vanuit een ander bewustzijn naar hetzelfde te kijken.

Het is blijkbaar moeilijk om oude patronen, oude denkpatronen los te laten. Dat geldt voor mij als individu, maar ook voor ons gezamenlijk als collectief. Het is dus mogelijk om de werkelijkheid zoals wij die nu ervaren, de overtuigingen en het bewustzijn dat we nu hebben, radicaal te veranderen. Dat we echt met een andere bril naar hetzelfde kunnen kijken, als individu, maar ook als collectief. Dat het leven wel te vertrouwen is, dat het leven ons wel geeft wat we nodig hebben en dat we daar helemaal niet hard voor hoeven te werken. Vanuit die werkelijkheid van een ander bewustzijn is er ook een hele andere economie mogelijk. De economie van de overvloed. Ik vind het absoluut een uitdaging om daar over na te denken, over hoe deze er dan uit zou zien. Ik vind dat noodzakelijk, omdat we als collectief voor dit punt staan. Niet om oplossingen te gaan zoeken voor het tekort waarin we leven, maar om te leven en te werken vanuit de overvloed waarin we leven. Hoe zou een economie er uitzien, als we uitgaan van overvloed?

We moeten op zoek naar leiders die op individueel niveau deze sprong hebben gemaakt. Die hun ervaring van tekort hebben getransformeerd naar een ervaring van overvloed. We moeten op zoek naar leiders die daarna ook het collectief kunnen leiden naar deze zelfde sprong in bewustzijn. Ik denk dat we daar als collectief een grote behoefte aan hebben. Maar goed, misschien is dat nog een oud beeld van leiderschap dat ik heb en is nieuw leiderschap gewoon dat ik zelf als individu de sprong waag en me overgeef aan het bewustzijn van overvloed in plaats van tekort. En, zoals ik eerder schreef, als genoeg individuen die sprong wagen, dan verandert het collectief vanzelf.

de bevrijding van het systeem zit in mezelf

Een tijdje terug was ik op weg van Tilburg naar Bergen op Zoom en reed ik langs het vliegveld van Gilze-Rijen. Er landde een groot militair vliegtuig en ik werd geraakt door dit beeld van het landende vliegtuig. Het vliegtuig komt thuis, voelde ik en het was dat gevoel van thuiskomen dat me zo raakte. Ik ben op weg om thuis te komen, naar meer veiligheid in mezelf. Daardoor laat een voortdurende kramp in mijn lichaam los en durf ik me steeds meer over te geven. In mezelf, maar ook aan het leven. Het is een langzaam proces, waar ik steeds kleine stapjes in zet. Ik kom hier later op terug in dit artikel.

De eerste weken na mijn vakantie werd ik me opnieuw bewust van de manier waarop ik mensen begeleid. Ik heb dat al eens eerder geschreven, het is precies dezelfde manier zoals ik met de groenteplantjes in de moestuin omga. Ik zoek samen met degene die ik begeleid naar die ingrediënten die nodig zijn voor die ander om uit zichzelf te gaan groeien.

Een belangrijk ingrediënt voor menselijke groei is verlangen. Een paar keer per jaar sta ik stil bij het verlangen van deelnemers aan het dagbestedingsproject Natuurlijk Werken als onderdeel van WerkWaardig arbeidstraject. Het is niet makkelijk om contact te maken met ons eigen verlangen, omdat we in onze maatschappij vaak worden overspoeld met surrogaat verlangens waarvan we dan op een gegeven moment denken dat het ons eigen verlangen is. We doen veel dingen, maar vooral we kopen dingen, omdat we denken dat we dat werkelijk willen. Het belangrijkste doel van het (kapitalistisch) systeem waarin we leven is mensen verleiden spullen of dingen te kopen (die ze niet echt nodig hebben). Daarom zijn en blijven we vaak ontevreden, omdat het verlangen dat dan tijdelijk wordt vervuld niet echt van onszelf is. Als we op het spoor komen van ons eigen verlangen, maakt dat ons onafhankelijk van al die prikkels van buitenaf.

Vorige week donderdag deed ik met de groep van project Natuurlijk Werken de volgende oefening. Ga rustig op een stoel zitten en probeer tegelijk ontspannen, maar toch alert te zitten, het liefst los van de rugleuning. Je voeten plat op de grond en je handen in je schoot of op je benen. Richt je aandacht dan naar binnen. Eerst naar je lichaam en neem dit waar met al je zintuigen. Ben je bewust wat je voelt met je huid, wat je hoort, wat je ruikt. Ga dan met je aandacht naar je ademhaling en volg deze. Volg het ritme van je ademhaling. Dan ga je met je aandacht naar het midden van je borst en noem liefdevol je eigen naam. Dit is jouw centrum, je essentie.Plaats jezelf dan met jouw naam in het landschap van jouw leven op dit moment. Dit landschap zijn de omstandigheden van jouw leven op dit moment. Neem dit gewoon waar, zonder het af- of goed te keuren. Dit is mijn leven op dit moment en het beval alles wat ik nodig heb. Verbeeld je dan onder de grond van dit landschap een klein zaadje. Dit is het zaadje van jouw verlangen. Het zaadje begint langzaam te groeien, uit het zaadje komt een klein stengeltje dat langzaam naar boven groeit. Eerst in het donker onder de grond, maar dan komt het voorzichtig boven de grond. Een klein, lichtgroen puntje dat langzaam groter wordt, dikker, langer. Er komen blaadjes aan, het groeit naar boven, totdat er boven aan de stengel een bloem verschijnt. En in die bloem staat een woord geschreven of een kleine zin. Dat woord of die zin is jouw verlangen op dit moment. Het verlangen dat je vervult wilt zien in de komende periode van 2 of 3 of 6 maanden. Je kunt voor jezelf de tijd bepalen. Sla dit woord dan bewust op en sluit op je eigen manier deze oefening af. Schrijf dit verlangen voor jezelf op met het tijdsbestek dat erbij hoort tot dit verlangen vervuld gaat worden.Dit verlangen, dit persoonlijke verlangen maakt dat ieder van ons uniek is. Niemand groeit op dezelfde manier. Dat zie ik bij de mensen die ik begeleid, dat zie ik bij de plantjes in de groentetuin. De tomaten in mijn kas, geen enkele is hetzelfde, maar iedere tomaat pluk ik met liefde en smaakt heerlijk! De meeste klanten begeleid ik ongeveer een jaar, die komen van ver zou je kunnen zeggen. Maar zo mooi als ik de stevigheid zie die gegroeid is, de eigenheid, de kracht waarmee nu dingen in de vorm komen, keuzes die gemaakt worden. Het vertrouwen en geluk soms dat wordt ervaren. Dat maakt mij blij en is de reden waarom ik het werk doe dat ik doe.

Deze manier waarop ik mensen begeleid, waarbij de klant als uitgangspunt wordt genomen, staat vaak in contrast met de manier waarop door veel organisaties, instellingen, maar ook de lokale overheid wordt gewerkt. Dat merkte ik weer eens deze week toen ik op kwartaalgesprek moest komen met enkele leidinggevende ambtenaren van de gemeente Tilburg. De afgelopen maanden is er een nieuwe wind gaan waaien door de stadskantoren van de gemeente met als doel om zoveel mogelijk geld te besparen. Dit vanwege de grote bezuinigingen die ook de gemeente Tilburg ten deel vallen. De regels die al streng waren, maar nog enigszins ruimhartig werden toegepast, worden nu tot achter de komma uitgevoerd. Er is geen ruimte meer voor de verschillen die er zijn in iemands situatie. Iedereen wordt over dezelfde kam van de strenge regels geschoren. Het hart is verdwenen, het geld staat centraal. Ik ging met een steen in mijn maag weer naar buiten, het was of ik tegen een muur praatte. Niet dat het onaardige mannen waren die ik tegenover me had, maar de beleving, het kader van waaruit werd gekeken was totaal verschillend. Want zoals klanten worden bekeken, zo worden ook mijn trajecten bekeken. Het enige dat telt is de uitstroom, de manier waarop dit wordt bereikt is niet interessant. Op een zo goedkoop mogelijk manier, de snelste weg de uitkering uit.

Omdat ik veel tijd doorbreng in mijn moestuin, kreeg ik onwillekeurig het beeld van de bio-industrie, waar de mens steeds meer controle en beheersing heeft gekregen op het groeiproces van de natuur en wat de natuur aan voedsel voortbrengt. Je kunt het nauwelijks nog leven noemen. Het zijn producten die er allemaal hetzelfde uitzien en in dezelfde tijd en op dezelfde plek (kas) ontwikkeld (voor natuurlijke groei is geen tijd lees geld) worden. Alles wat afwijkt van de door de mens bedachte norm, wordt aan de lopende band verwijderd en weggegooid. Zo ontstaat het door de mens geschapen beeld van een volmaakte tomaat, komkommer, sla, boerenkool waar alle andere exemplaren aan dienen te voldoen willen ze eindigen in het walhalla van de tomaat; de schappen van de supermarkt. We kopen deze groentes en ervaren allemaal hetzelfde; ze hebben geen smaak. Bovendien, zeggen een aantal voedingsboeken zoals de voedselzandloper, hebben deze hedendaagse groente niet de voedingswaarde die nodig is voor onze gezondheid. Logisch, want al wat het levend maakt is tijdens het productieproces verdwenen. Wat Michael Pollan er toe heeft gezet om een zeer boeiend boek te schrijven; een pleidooi voor echt eten. Wie meer wil weten over het productieproces van ons voedsel moet eens kijken naar de documentaire Our daily bread. Vergelijkbaar is de film We feed the world.

We leven in een economie die op een kapitalistische manier is georganiseerd, dat door de enorme schaalvergroting tot gevolg heeft dat we voedsel produceren dat kwaliteitsarm is én tot gevolg heeft dat boeren steeds meer moeten produceren om hetzelfde te verdienen. In de openingsscène van We feed the world vertelt een boer dat hij 6x meer moet produceren om dezelfde levensstandaard te bereiken als zijn vader. In een korte film over een gewas dat maca heet in Peru wordt verteld over de toegenomen vraag naar dit product, dat genezend schijnt te zijn voor verschillende kwalen. Door de toegenomen vraag neemt de prijs af en moet de gemeenschap meer produceren om hetzelfde te verdienen. Een grote zak maca van misschien wel 25 kilo levert de boer 24 cent op. Deze film stond op de site van een product tegen slapeloosheid gemaakt van dit oorspronkelijk en natuurlijk gewas. De prijs; 650 gram voor 18,95 euro.

Zie het contrast tussen het systeem waar de mens, het individu soms wordt klemgezet, geminimaliseerd en een manier van kijken die de mens als uitgangspunt neemt. In iedere mens is de potentie aanwezig is om te groeien van een klein zaadje tot een grote boom met grote takken, waar vogels in kunnen nestelen en die vruchten voortbrengt met zaadjes, waardoor de boom zich voortplant en vermeerdert. Wow, wat een grenzeloze kracht, wat een leven! Als we dan weten dat we zoveel kracht en creativiteit in ons hebben, waarom laten we ons dan vaak vrijwillig leiden door een systeem dat zoveel van deze potentie, deze menselijke potentie onderdrukt? Waarom maken we niet veel meer gebruik van deze kracht van het individu? En waarom gaat er in de meeste gevallen iets mis op het moment dat er geld bij komt kijken, als geld het uitgangspunt wordt in plaats van de mens? Een onderwerp dat me erg boeit op dit moment en waar ik in een later artikel wellicht nog op terugkom.

Maar ben ik dan zelf vrij, ben ik helemaal los van dat systeem, dat ook deel is van mijn leven? Nee, ook ik ben deel van dit collectief, ik heb daar vaker over geschreven. In het gesprek met de gemeente Tilburg deze week werd ik geconfronteerd met de harde, scherpe kanten van dit systeem dat in tijden van bezuinigingen enkel om geld draait. Het bracht me bij mezelf en mijn wens om te werken vanuit mijn overtuiging dat de mens en zijn groei als uitgangspunt nemen het beste is voor de maatschappij. Dat iemand vanuit zijn natuurlijk groei zijn plek vindt en het werk dat bij hem past en daardoor de beste bijdrage levert aan het geheel. Het geld is dan bijzaak, middel geen doel, omdat iemand gelukkig en tevreden is met zijn werk en zijn ontevredenheid omdat hij of zij niet doet wat hij werkelijk wil, niet hoeft te compenseren met producten die worden aangepraat door het systeem.

Misschien is het dat punt waar ik nu voor sta en heeft het gesprek met de gemeente Tilburg me geholpen om dit bewust te worden. Het punt waar ik durf te kiezen voor mijn eigen overtuiging. En als dit niet meer past in het kader waar ik werk, dat ik de zekerheid van een inkomen los durf te laten. Dat ik mijn eigen angst voor tekort, mijn eigen controle en beheersing los laat. Dat gaat over de overgave, waar ik het in het begin van dit artikel over had. Deze keuzemogelijkheid raakt me, het vervult me met vreugde, het maakt me vrij. Dat is mooi ontdekking, want waar ik de neiging heb om de strijd aan te gaan met een systeem dat in mijn ogen onrechtrechtvaardig is, ligt de oplossing in mezelf.

De bevrijding van het systeem zit in mezelf. Het doet me denken aan deze tekst in het Mattheus-evangelie. Daarom zeg ik u: maak u geen zorgen over het eten en drinken dat u nodig hebt om te leven,en over de kleren voor uw lichaam. Is het leven niet belangrijker dan voedsel, en het lichaam niet belangrijker dan kleding? Kijk eens naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet, ze maaien niet en slaan geen voorraden op in schuren. Uw hemelse Vader zorgt dat ze te eten krijgen. En bent u niet veel meer waard dan de vogels? Trouwens, wie van u kan door al zijn zorgen zijn leven ook maar een klein stukje verlengen? En waarom maakt u zich zorgen over kleding? Let eens op hoe de veldbloemen groeien: ze werken niet en spinnen niet. Maar ik zeg u: zelfs Salomo was in zijn staatsiegewaad niet zo mooi gekleed als een van deze bloemen. Zo mooi kleedt God het gras, dat vandaag nog op het veld staat en morgen al in de oven wordt gegooid. Zou God u dan niet nog veel beter kleden? Wat is uw geloof toch klein! Wees niet zo bezorgd, zeg niet: Wat moeten we eten of wat moeten we drinken of waarmee moeten we ons kleden? Want naar dat alles vragen de heidenen! Uw hemelse Vader weet dat u dat allemaal nodig hebt. Zoek eerst Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid, dan krijgt u al het andere erbij. Maak u dus geen zorgen over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Niet toevallig eindigt deze week ook mijn eigen leervraag die een jaar heeft gelopen met het thema eigenwaarde.
Ik krijg gewoon voor mijn voeten wat ik nodig heb. En alles wat voor mijn voeten komt, ik zal er blij mee zijn. Ook al lijkt het in eerste instantie verschrikkelijk, er zit een geschenk in verborgen. Soms is het moeilijk om te zien, om me dat te herinneren, dwars door alle emoties van boosheid, gekwetstheid, teleurstelling, wanhoop die een situatie die voor mijn voeten komt, soms oproept. Het geschenk dat in het gesprek met de gemeente verborgen zit, is dat ik een keuze heb. Dat ik niet mee hoef te gaan met de uitgangspunten van een systeem waar ik niet in geloof en daardoor mezelf verloochen. Als ik durf te kiezen voor mezelf, voor waar ik in geloof, voor mijn eigenwaarde, voor een omgeving die mij wel ziet en ziet wat ik te bieden heb, dan schept dat ruimte. Dan mag ik vertrouwen dat er voor mij wordt gezorgd, dat er op mijn pad komt wat ik nodig heb. Dan opent zich misschien een toekomst die nog beter past bij mij en dat wat ik te bieden heb aan mijn omgeving. Een toekomst die mij nog gelukkiger maakt.

over leven en sterven

De dag was vervullend. Ik plant nog even wat preiplantjes in een bedje. De zon gaat onder, ik zie dit aan het licht dat zich terugtrekt. En tegelijkertijd lijken de bloemen in de tuin het licht dat ze die dag ontvangen hebben, terug te geven. Zo voel ik me nu ook. Vol, vol van de dag geef ik die overvloed weer terug. Als dank. Een gebed bijna. Wat klinkt dit allemaal verheven en verlicht. En als ik alleen maar over dit soort ervaringen zou schrijven, zou men nog het beeld kunnen krijgen dat de schrijver al heel ver gevorderd is op zijn innerlijke weg. Als zo’n moment van geluk dan een ervaring van leven is, dan ben ik zeker de afgelopen week ook een keer gestorven. Zoals ik al vaker gestorven ben aan mezelf.

De overgang van de vakantie naar mijn werkbare leven was heftig. Op de eerste plaats was daar het besluit om mijn laptop niet mee te nemen de 2 weken dat we naar het buitenland gingen. Het hielp me om mijn wereldje klein te houden en de wereld van het nieuws en de sport, maar ook mijn sociale netwerk, buiten te houden. Toen ik weer thuis was, merkte ik hoe ik me met name hierdoor liet afleiden (Olympische Spelen!) en mijn focus zich langzaam weer naar buiten richtte. Het is de voortdurende strijd tussen mijn persoonlijkheid die de aandacht en liefde buiten zichzelf zoekt en mijn essentie die weet dat de ware liefde en aandacht van binnen is te vinden.

Het is misschien wel mijn belangrijkste innerlijk werk om aan de verleiding van mijn persoonlijkheid te kunnen weerstaan en in mijn eigen centrum te blijven. Wat me dus vaak niet lukt, waardoor ik een groot deel van de dag een vaag gevoel van onvrede en irritatie voel. En het belangrijkste; niet aanwezig ben. Want dat is de rekensom van mijn innerlijk werk; leegte, innerlijke ruimte plus het persoonlijke antwoord van de liefde daarop is mijn aanwezigheid. De grote kunst voor mij is om het innerlijk kanaal van mijn essentie open te houden terwijl ik me in de wereld begeef met al zijn verleidingen. Als ik me onthecht door het leven beweeg, wel in de wereld maar niet van de wereld ben, dan is ieder moment nieuw, dan ontvouwt zich de dag vanuit mijn aanwezigheid in het moment. Dan wordt het leven een avontuur dat vol verassingen is! Vaak ben ik in de realiteit echter zowel in de wereld als van de wereld. Geïdentificeerd, bezet. Dan voel ik me onvrij, gevangen, een speelbal van wat mijn persoonlijkheid zogenaamd belangrijk vindt en wil. Dat kan heel dwingend zijn.

Een klein voorbeeldje. Vandaag zag ik via de nieuwsbrief waar ik op geabonneerd ben dat Steve Vai weer in 013 komt. Wow, dacht mijn persoonlijkheid. Daar wil ik naar toe. Ook al heb ik daar op dit moment helemaal het geld niet voor, ik klikte op ‘tickets’ en was bijna zover dat ik 100,70 euro had overgemaakt. Vlak voor de druk op de knop reageerde een ander deel van mij met: ik wil hier helemaal niet naar toe. Ook al was ik vroeger fan van Steve Vai (oud Zappa bandlid!), de muziek is me nu veel te hard. Sta ik daar opeengepakt met een paar honderd mensen in een kleine ruimte en een snoeihard geluid. Ik doe het niet! Net op tijd gered door de bel van mijn essentie zou je kunnen zeggen.

De nacht voordat ik vorige week weer moest gaan werken, bekroop me de angst dat ik niet genoeg zou slapen. Ik voelde me gestrest door de verantwoordelijkheid die de volgende dag op me zou wachten. Een gevoel van verantwoordelijkheid dat ik een paar weken naast me neer had kunnen leggen. En ik voelde me gestrest door de deur die ik weer open deed voor de wereld om me heen. De vragen die op me af zouden komen, de klanten die me nodig hebben. Ik schoot in mijn angst, ik schoot in mijn blokkade. Het nadeel van angst is dat het me blokkeert, het voordeel van angst is tegelijkertijd dat het me bij de kern brengt waar het over gaat. Dat het me schoonmaakt van datgene dat me bezet. En ik werd bezet door een oud patroon dat diep in mijn cellen zit.Tijdens mijn meditatie die ochtend besefte ik het volgende; er was veel lijden in mijn gezin. Lijden dat mijn ouders zelf niet konden dragen en zich naar buiten anders gedroegen dan wat er van binnen speelde. Door mijn gevoeligheid was dit leed voor mij onverdraaglijk en omdat ik van hen hield ging ik hen leed dragen. Offerde ik mijn eigen behoefte en besloot ik; ik moet sterk zijn, ik moet het zelf doen.

Het is de basis van mijn patroon en het eerste dat ik tegenkom op het moment dat ik me na de vakantie weer open voor de wereld om me heen. Ik voelde me onveilig, niet gesteund. Mijn centrum, de ik van mijn essentie, mijn vrije ik, werd volledig bezet door dit patroon, maar ik werd me er ook weer dieper van bewust. Door in mijn meditatie de angst en het gevoel van klem zitten toe te laten, ontstond er ruimte. Ruimte voor de liefde om ernaar te kijken en kwam er een antwoord, een inzicht, een bewustzijn. En zo gaat het telkens.
Vanuit mijn persoonlijkheid en mijn patroon wil ik het leed, het lijden van de ander dragen en oplossen, voel ik me daar verantwoordelijk voor, net zoals vroeger. Het is het antwoord van mijn persoonlijkheid op het gegeven leed of lijden. Het antwoord van mijn essentie is heel anders. Mijn essentie lijdt van binnen mee, maar neemt het niet over. Voelt zich niet verantwoordelijk. Mijn essentie brengt de ander bij het voelen van zijn eigen leed als ingang naar de liefde van binnen. Van binnen zit bij mij het antwoord, maar ook bij de ander. Als ik iemands leed vanuit mijn patroon probeer op te lossen, blijft de ander ook in zijn patroon en blijft het leed zich herhalen.

Maar, vraag ik me af, waarom moet het steeds zo diep gaan? Moet ik telkens weer sterven aan het trauma uit mijn jeugd. Geconfronteerd worden met de pijn van mijn trauma om bij mijn kracht te komen, bij de liefde die mij leven geeft, creativiteit, vitaliteit, ja, alles wat ik wens. Kan dat niet zonder dat stuk, zoals het in al die spirituele boeken staat die vandaag de dag geschreven worden? Ik kan soms moeilijk accepteren dat dit mijn weg is, zeker als ik me weer met mijn werk in de wereld begeef.

Wat me hielp deze week is het woord gevoeligheid of hooggevoeligheid. Nu is dat op een bepaalde manier wel een modewoord, maar door dit woord viel er voor mij toch wel een en ander op zijn plaats. Alsof het voor mij makkelijker was om mezelf te aanvaarden zoals ik ben. Want zo zou ik het dan kunnen verwoorden; door mijn hooggevoeligheid ben ik gevoelig voor het trauma uit mijn verleden (en bv. mijn broer niet), dat ik niet kan onderdrukken. Ik moet daar iets mee en tegelijkertijd is het mijn spoor naar mijn creativiteit, mijn inspiratie, mijn kracht, authenticiteit etc. Het woord hooggevoeligheid helpt me om me te verhouden tot een wereld die niet gevoelig is, die, althans aan de buitenkant, gewoon door kan leven alsof er helemaal geen trauma is. Er komt een moment dat mijn trauma in zijn volheid wordt gezien en geheeld. Dan is de hooggevoeligheid zoals ik die ervaar niet meer een klacht en een belemmering om in deze wereld te functioneren, maar een kracht die me juist helpt om vanuit mijn talent het beste te kunnen geven aan de wereld wat ik in me heb.

de eigen ervaring

IMG_5231

Waar ik tegenwoordig steeds meer last van heb, is als ik spirituele boeken lees die vol staan met wijsheden, inzichten en concepten, dat ik de persoon mis die deze wijsheid heeft opgeschreven. Wie is deze alwetende man of vrouw? Waar haalt hij of zij deze inzichten vandaan, die ook nog vaak als objectief en absoluut worden gepresenteerd? Onwillekeurig ontstaat bij mij dan snel het gevoel van ongelijkwaardigheid door het volmaakte beeld dat ontstaat van de schrijver en ik geconfronteerd wordt met mijn eigen onvolmaaktheid en tekortkomingen. Zo ver ben ik nog lang niet, denk ik dan en voel me minderwaardig.

Waarom ik dus over mijn persoonlijke dingen schrijf, juist over persoonlijke, innerlijke dingen, is dat ik wil laten zien dat ik zelf als mens het materiaal ben waarmee de liefde werkt. De unieke combinatie van mijn onvolmaaktheden en volmaaktheden, mogelijkheden en beperkingen, is het materiaal waarmee de liefde wil werken. En dat geldt volgens mij voor iedereen. Ik zelf ben het uitgangspunt waar de liefde en mijn ervaring met liefde begint. In die zin is er geen andere toetssteen voor de liefde dan mijn eigen ervaring, omdat de liefde bij mij begint. Bij wie anders? En dat geldt ook voor de ander, voor jou. Jouw ervaring is de enige toetssteen voor het kennen van de liefde. Niet die van mij, maar die van jou en jouw eigen unieke combinatie van mogelijkheden en beperkingen op dit moment. Dus toets alles wat ik of andere mensen schrijven aan je eigen ervaring!

Ad Rek heeft een reactie geschreven op mijn vorige artikel. Ik lees daarin zijn, maar tevens ieders worsteling met beelden van liefde, die zowel persoonlijk als cultureel bepaald is. Hij schrijft over de balans overgave aan liefde en het actieve, ondernemende aspect van liefde. Eigenlijk over het mannelijk en het vrouwelijke. Daarna schrijft hij ook nog over het enneagramtype 9. Nu heb ik overigens al vaak geschreven dat ik enneagramtype 2 ben, de helper, met als (valse) overtuiging dat ik pas de liefde waard ben als ik anderen help. Een voorwaardelijke en manipulatieve overtuiging. Vanuit het model van het enneagram zou je kunnen zeggen dat ieder mens start vanuit een van de 9 valkuilen, patronen. Maar dat dit ook de ingang vormt om op een eigen manier de essentie of de liefde te kunnen ervaren. Vanuit zo’n model heb je dus al 9 verschillende manieren om de liefde te ervaren. Of je zou kunnen zeggen dat het enneagram 9 aspecten van de liefde vertegenwoordigt. En dat is nog maar een model. Ieder heeft zijn eigen ervaring van liefde.

Over het mannelijke en vrouwelijke gesproken, vandaag las ik hier een tekst over in het Thomas Evangelie, een onderdeel van de Nag Hammadigeschriften. Simon Petrus zei tegen hem (Jezus): laat Maria (Magdalena) bij hem weggaan, want vrouwen zijn het leven niet waardig. Jezus zei: zie, ik zal haar leiden, opdat ik haar mannelijk maak opdat ook zij een levende geest zal worden gelijk jullie mannen. Want iedere vrouw die zichzelf zal vermannen zal ingaan tot het Koninkrijk der Hemelen (114). Dit is een tekst die snel volledig verkeerd uitgelegd zou kunnen worden. Vanuit mijn eigen ervaring had ik op een gegeven moment het inzicht dat ik op mijn weg met de liefde meer vrouw moet worden. Je zou dus achter deze tekst heel makkelijk kunnen toevoegen; maar dat geldt ook voor jullie mannen. Ik zal jullie vrouwelijk maken opdat ook jullie een levende geest zullen worden gelijk Maria. Want iedere man die zichzelf vrouw maakt zal ingaan tot het Koninkrijk der Hemelen. Maar weer eens een bewijs hoe belangrijk de eigen ervaring is en hoe belangrijk het is om hierin eigenwijs te zijn. Om daar nog de volgende tekst uit het Thomas Evangelie aan toe te voegen; Jezus zei: wie alles kent, maar niet zichzelf, weet niets (67). De vraag is waar dan mijn eigen ervaring met de liefde begint?
Ad schrijft in het gastenboek; Zelf heb ik altijd moeite met liefde. Ik weet er eigenlijk helemaal niets van. Weet niet waar het over gaat. Tenminste niet als het gaat over liefde die een oplossing zou kunnen inhouden tot grote crises. Dat moet toch wat anders zijn dan wat we allemaal wel weten over liefde. Want met wat we weten over liefde zijn we toch in deze crisis terecht gekomen.

Ik denk dat hij gelijk heeft en dat we vaak vast zitten in beelden die we maken over liefde vanuit de cultuur waarin we zijn opgegroeid. Het zijn dualistische beelden die mensen verdelen in goed en kwaad en wij behoren dan (natuurlijk) tot de goede groep en de ander behoort tot de kwade groep die bestreden dient te worden. Een beeld vernauwt dat wat de liefde eigenlijk is, maakt de liefde voorwaardelijk en keurt af wat niet in dat beeld past. Het werkelijk ervaren van liefde doorbreekt dit maken van beelden, omdat de liefde dit overstijgt. Menselijke beelden scheppen dualiteit, de liefde doet dit niet. Daarom is de waarheid van de liefde vaak paradoxaal, omdat het ons denken, ons zwart-wit denken overstijgt. Een ervaring van liefde is vaak verwarrend, omdat ik het met mijn hoofd niet kan bevatten, niet kan begrijpen. Wij maken het beeld van zo’n ervaring, alsof deze gigantisch moet zijn. Ik heb zelf bijvoorbeeld een sterk romantisch beeld van liefde, waarin ik helemaal samensmelt met de ander, verdwijn dus eigenlijk. Heel symbiotisch. Dat is niet zo. Een ervaring met de liefde is in werkelijkheid vaak klein, in het moment, maar wel diep en intensief. Ik kan de liefde maar in kleine stukjes ervaren, afhankelijk van mijn bewustzijn, mijn eigen door innerlijk werk omgeploegde grond die de liefde ontvangt. Zo heeft ieder zijn eigen ervaringen met liefde, maar we noemen dit misschien niet zo, omdat het niet voldoet aan het beeld dat we daarvan hebben. Zo missen we de liefde, die ons vaak rakelings nabij is, maar door onze beeldvorming niet zien.

Heel mijn innerlijk werk gaat over het onderzoeken van mijn eigen ervaring als mens. Een ervaring met liefde kan alles wat ik weet behoorlijk op z’n kop zetten. Bijvoorbeeld over het woord ik. Dat ik zoals wij dat normaal gebruiken suggereert veel wat het in werkelijkheid niet is. Het woord ik schept de illusie dat ik al af ben en uit ontwikkeld ben. Dat ik vrij ben en onafhankelijk. Dat ik, als ik biologisch ben uitgegroeid en me de regels van de maatschappij waarin ik leef heb eigengemaakt, klaar ben. Ik zou zeggen; dan begint het eigenlijk pas. Wat wij collectief waar vinden, kan met een eigen, individuele ervaring en wat van daaruit waar is, opeens heel anders zijn. Wat wij collectief ‘ik’ noemen gaat over de verzameling patronen en verdedigingsmechanismes die we hebben opgebouwd om ons te beschermen tegen pijn, tegen kwetsuren die ons in het verleden is aangedaan.

Onze werkelijke ik en het ervaren daarvan begint met de eigen persoonlijke ervaring dat ik onvoorwaardelijk wordt liefgehad. Dat ik word bemind, gekend en gewaardeerd zoals ik ben. Dat ik herkend en gekend word in wie ik in essentie ben. Het kan zo zijn dat een ander mens je op een gegeven moment deze ervaring geeft, maar het meest krachtig is deze ervaring van binnen. Dit is belangrijk, want als een ander mens je deze ervaring geeft, wat bijvoorbeeld kan gebeuren als je verliefd bent, is het gevaar dat je je van die ander afhankelijk maakt. Het is ook deze afhankelijkheid waar het kapitalisme als systeem gebruik van maakt. Ieder product wordt verkocht met het idee of het gevoel van geluk of onvoorwaardelijke liefde. Het is hier alleen gekoppeld aan een product, wat dit misschien slechts een moment, maar natuurlijk nooit helemaal kan waarmaken, zodat je weer op zoek gaat naar een volgend product etc. etc. Als een verslaving. Het is dus belangrijk om deze ervaring van liefde of geluk te verbinden met jezelf, me je innerlijk. Dat je snapt dat het die ervaring is die je verlangt en zoekt. En die innerlijk ervaring is gratis!

Dat is het nut van mediteren. Ik richt mijn aandacht naar binnen (concentratie) en daardoor schep ik ruimte voor de liefde om mij te naderen. Het is een soort samenspel. Het kost tijd om deze liefde als bondgenoot zou je kunnen zeggen, te leren kennen. Hij maakt contact op een manier die bij mij past, maar tegelijkertijd is hij onbekend vanuit de beelden en overtuigingen die ik steeds weer maak. De liefde is levend en verrassend. Maar het eerste werk is dus om ruimte te scheppen, om de aandacht te verplaatsen van de schil van mijn persoonlijkheid naar de kern van mijn essentie. Want in die kern daar ben ik. De schil van mijn persoonlijkheid zijn al die verzameling ikken die geïdentificeerd zijn met de wereld om me heen. Dat is het verschil tussen mijn persoonlijkheid en mijn essentie. Het is een van de belangrijkste dingen die ik geleerd heb tijdens de trainingen die ik volgde bij de Voorde; het verschil tussen essentie en persoonlijkheid.

De persoonlijkheid is verdeeld (ingewikkeld) en de essentie is eenduidig (eenvoudig). Dus met het mediteren alleen al en het concentreren zoek je al contact met je essentie! Ga je al van buiten naar binnen, verplaats je de aandacht van buiten naar binnen. Hoe moeilijk dat soms ook is, omdat we zo vast zitten aan die identificaties en al die stemmetjes, die ikken die ons bezetten. Waardoor we niet stil zijn, niet leeg zijn om te kunnen luisteren naar wat de liefde als bondgenoot ons wil zeggen. Dat is misschien wel het grootste verschil tussen die ene ik waar we het in onze maatschappij altijd over hebben en die echte, innerlijke ik. Die ik die ons tot werkelijk individu maakt is een relationele ik, omdat die begint bij het ervaren van dat ieder van ons op een unieke manier wordt liefgehad. Die andere ik die ons afschermt tegen de pijn die ons is aangedaan en die de basis vormt voor ons ego en alles waarmee deze zich identificeert, is een geïsoleerde ik, een afgescheiden, afgesloten, gevangen ik. Ons hoofd begrijpt niet dat er een ik is, die juist verbonden is, die deel is van het geheel, zonder dat die verdwijnt of oplost. Ik kan gelijkertijd mezelf als het geheel ervaren. Volgens mij zit de moeilijkste stap in het geloven dat ik onvoorwaardelijk word liefgehad. Want dan verandert ook mijn identificatie met wat ik normaal gesproken ‘ik’ noem. Deze identificatie vanuit afgescheidenheid is defensief, wantrouwend, vijandig tegen alles wat niet in mijn beeld past. Het ervaren dat ik word liefgehad doet deze identificatie smelten, verzachten, zodat ik ook met andere ogen naar de wereld om me heen kijk. Ik voel me veiliger, ga meer vertrouwen, durf me over te geven. Ik zit midden in dat proces, daar gaat mijn innerlijk werk over.

Ik heb de liefde niet in bezit en de waarheid niet in pacht. Ik begin de liefde te leren kennen vanuit de ervaring die ik heb, maar ben ook heel snel weer afgeleid en raak dan verdwaald aan de buitenkant van mijn persoonlijkheid. Af en toe kan ik de liefde ervaren als bondgenoot, die mij zoekt op een heel eigen, persoonlijke manier, maar het is nog geen ankerpunt in mij. Dat is wel mijn grootste wens!

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com