Biografie

Deze biografie van mijn innerlijk werk is opgebouwd uit puzzelstukjes, beelden en herinneringen die samen het geheel van mijn biografie vormen.

Mijn naam is Tom Ribbens en ben op 2 november 1963 in Bergen op Zoom geboren.

Ik ben de oudste zoon uit een gezin met mijn vader, moeder, zus en broer. Mijn zusje overleed al toen ze anderhalf jaar oud was, omdat ze geboren was met een toen nog ongeneeslijke handicap. Dit traumatische overlijden van mijn zusje en de onbewuste reactie van mijn ouders hierop, heeft voor een belangrijk deel mijn persoonlijkheid gevormd. De buitenschil rond mijn innerlijke kern. Pas toen mijn eigen zoontje Bo geboren werd, ben ik mijn ouders gaan doorvragen over mijn zusje, over wat er feitelijk gebeurd is. Eerder werd dit verzwegen, alsof zij niet mocht bestaan. Wellicht vanuit de goede bedoeling om mij als kind daar niet mee te belasten. Met een ritueel, waar mijn moeder, broer, maar ook mijn zoontje Bo bij was, heb ik toen mijn zusje Marion een plek gegeven in het gezin waar ik vandaan kom. Mijn vader was toen inmiddels overleden.

Het credo ‘lucto et emergo’ (ik worstel en kom boven) van Zeeland is voor mij herkenbaar. In verschillende periodes in mijn leven heb ik geworsteld, maar ik ben daar telkens sterker uitgekomen. Mijn essentiele ik is (als een zalm) tegen de stroom in van het algemeen gangbare, gegroeid. Bovendien waren er verschillende ‘schokmomenten’ nodig om mij weer terug te brengen op het spoor van mijn menselijke groei.

Bij Margan Arens heb ik een aantal jaren geleden een helende reis gedaan. Dit is een visualisatie die Brandon Bays heeft ontwikkeld om met name relaties uit het verleden of in het hier en nu te helen, op te lossen. Ik zag mijzelf toen vanuit een helikopterblik bewegen in het gebied van Zeeland en Brabant. Een grensgebied tussen zee en land. Zoals ik nu met mijn vrouw Gebi Rodenburg en twee kinderen woon op de grens van Nederland en Belgie (Landgoed Nieuwkerk).

Een van de belangrijkste dingen die ik van mijn ouders heb meegekregen, was met name de natuurbeleving van de vele vakanties aan zee en de eenheid die ik daarin ervoer.

Een paar jaar geleden vond er een reünie plaats van mijn lagere school (zoals dat toen nog heette); de Meerpaal in Terneuzen. Ik besefte toen hoe alles op die school gericht was op aanpassing, zoals veel voor mij in Terneuzen gericht was op aanpassing. Op de vorming van mijn persoonlijkheid dus. Ik kon maar heel weinig aansluiting vinden met wie ik werkelijk was.

Op de middelbare school begon ik tijdens de lessen die me toen weinig interesseerde boeken lezen van onder andere Jung (Herrinneringen Dromen Gedachten), Hermann Hesse (Demian) en Op zoek naar het Wonderbaarlijke van Ouspensky.

Ik had toen een droom die me altijd is bijgebleven.

Ik zit in de veerboot van Kruiningen naar Perkpolder. De boot vliegt in de lucht en wordt beschoten. De glasscherven vliegen me rond de oren, ik probeer bescherming te vinden onder een tafeltje in de kantine van de boot. De boot stort neer en ik ben vlak bij zee op het strand. Het voelt voor mij onbeschermd en ik zoek de beschutting van lage bosjes verder landinwaarts. In die bosjes kom ik mijn vrouw tegen en we hebben samen een kindje. Het is een pop en we geven hem de naam genius. Met z’n drieen gaan we dan verder, de bosjes worden hoger, ik voel me steeds veiliger. Tot we bij een grot komen waar allemaal kleine mensjes wonen. Het voelt als thuis komen.

Ik spijbelde veel en omdat ik een paar keer achter elkaar bleef zitten, moest ik uiteindelijk van school af. Ik ging toen werken in een alternatief café met de naam Den Engel.

Wat leuk was aan dat werk in het café, dat ik er dingen ging doen die ik als kind al deed, dingen organiseren. Je kunt het zo gek niet noemen; pannenkoeken bakken, tafelvoetbal- en schaaktoernooien, muziekfilms draaien. Als kind deed ik hetzelfde in mijn buurt; barretje, circusje, pontje, douanetje noemde ik dat toen. Later in mijn werk ging ik dat ook doen met stichting Met hart en ziel. Verbinden, noem ik dat nu, de naam van mijn talent. Mensen en activiteiten met elkaar verbinden als voorwaarde, voedingsbodem voor menselijke groei.

Door een onvrijwillige en vervelende drugservaring (iemand stopte een pilletje in mijn drank) in het café waar ik werkte, kwam ik in een crisis terecht en ging daardoor op zoek. Voor het eerst leerde ik mijn angst kennen. Dit was, als ik daar op terugkijk, het begin van mijn innerlijke reis. Lang heb ik gedacht dat deze ervaring een vloek voor mij was, maar ik begin steeds meer de zegen en betekenis ervan te zien. Misschien zit dat ook wel in de naam van dat café; Den Engel. Dat wat een vloek leek (angst is geen makkelijke emotie), bleek een engel en raadgever te zijn die mij vanuit een doodlopende weg meer op mijn eigen pad bracht. En blijkbaar heb ik daar schokmomenten (lessen die het leven mij geeft) voor nodig.

In die tijd ging ik in Terneuzen op mezelf wonen en ik kan me nog herinneren dat ik veel tekeningen maakte over mijn innerlijke leven. Bijvoorbeeld een grote tekening op de muur van een slaapkamer die mijn plaats als mens in het universum uitdrukte. Ik begon het schrijven van een dagboek. En ik kwam in een leesgroepje van mannen terecht, die op z’n minst 10 jaar ouder waren. We lazen samen boeken van oa. Gurdjieff en Krishnamurti.

Wat ik toen eigenlijk (onbewust) zocht, was de ervaring van onvoorwaardelijke liefde. Deze vond ik in het verhaal over Jezus Christus in het Johannes-evangelie. Voor die tijd was ik eerder cynisch over het wereldse beeld van ‘liefde’.

Door deze intense ervaring bezocht ik verschillende kerken en vond mijn heil uiteindelijk in de katholieke kerk, waar ik ook als baby gedoopt was. Ik liet me toen ik 25 jaar was vormen door de bisschop in het klooster van de Bendictijnse paters in Oosterhout waar ik toen regelmatig kwam en mijn eerste leraar had (Pater Frans Visser). Vooral de eucharistie was en is nog steeds een moment waarin ik geraakt kan worden door de essentie van de boodschap van Jezus, namelijk liefde.

Ik woonde toen inmiddels in Breda en had mijn schoolcarrière weer opgepakt. Nu niet omdat het moest van mijn omgeving, maar omdat ik in mezelf de motivatie vond om maatschappelijk werk te studeren. In 1992 studeerde ik af bij de Sociale Academie Markendaal in Breda dus.

De tweede grote crisis (schokmoment) in mijn leven werd veroorzaakt doordat een lange relatie verbroken werd met mijn toenmalige vriendin en mijn beste vriend verliefd op haar werd en daar ook concreet ook iets mee deed. Het was voor mij niet mogelijk contact te houden met deze twee mensen waar ik toen het meeste van hield.

Het belangrijkste wat ik van deze situatie leerde was dat niet iemand anders de ware is maar dat ik zelf de ware ben. Deze ervaring bracht me opnieuw bij mezelf.

Het was de eerste keer dat ik zo met het zorgpatroon van mijn enneagram type (2) werd geconfronteerd, een patroon wat niet een duurzame en gelijkwaardige basis biedt voor een relatie.

Het enneagram beschrijft het moment dat ieder mens afgescheiden raakt van zijn met de eenheid verbonden essentie en in 9 patronen (menstypes) uiteenvalt. Elk ego-patroon zou je kunnen zeggen en de aanvaarding daarvan, is de ingang om weer in verbinding te komen met die eigen essentie. Het ego hoeft niet weg, maar is in feite het negatief van de essentie, bevat informatie om weer terug te keren tot die essentie. Het is het beeld van de draak, die de schat bewaakt. Juist het onder ogen zien van de draak, maakt de weg naar de schat mogelijk. Ik kan zien dat mijn eigen patroon, mijn overleving, is ontstaan in mijn gezin en het drama rond het overlijden van mijn zusje. De onmacht die er toen was bij mijn vader en moeder heb ik als klein kind (onbewust) opgepakt en is in mij verhard tot een zorgpatroon, waar ik me in het bijzonder mee identificeer.

Kort nadat de relaties spaak liepen met mijn beste vriend en vriendin leerde ik mijn huidige vrouw Gebi Rodenburg kennen en ik kreeg met haar een heel andere relatie dan met de vorige vriendin. Het was minder symbiotisch, veel meer twee ikken, die in een relatie kunnen groeien.

De geboorte van mijn twee kinderen waren en zijn voor mij aanleiding om nog meer zelfonderzoek te verrichten, omdat zij mij scherp confronteren met mijn onmacht om onvoorwaardelijk van hen te houden. Mijn onmacht die werd veroorzaakt door mijn conditionering (mijn zorgpatroon en mijn angst bijvoorbeeld dat mijn kinderen iets overkomt).

Door Gebi leerde ik de Voorde kennen; een zingevingcentrum dat bij Zwolle was gevestigd. Ook zette ik in die tijd mijn eigen werk op (Stichting Met hart en ziel) en door de instrumenten die ik bij de Voorde leerde, ging ik een paar jaar later mensen begeleiden onder de naam WerkWaardig.

Een scherpe confrontatie met de initiatiefnemer van de Voorde, deed me besluiten om de Voorde los te laten. Die stap naar meer autonomie bracht me ook weer terug bij mijn eigen, meer Christelijke spiritualiteit. Het bracht mijn vertrouwen terug dat ik een eigen, authentieke spirituele ervaring kan hebben. Ik vond daarbij een nieuwe, meer passende leraar in Mária Hillen, die mij telkens weer wees op mijn autonome, onafhankelijke ervaring.

De aanslag in New York op 11 september 2001 was een nieuw schokmoment voor mij, ik kan me dat nog levend herinneren. Ik had echt het gevoel; nu is het genoeg, nu is het moment voor een wereldwijde bezinning. Deze kwam er echter niet. Bij mij bleef diep de vraag over naar wat onze verantwoordelijkheid als mens is. Een vraag die trouwens ik al eerder stelde in de scriptie die ik schreef voor mijn studie Maatschappelijk Werk; het spanningsveld voor maatschappelijk werkers tussen menselijkheid en zakelijkheid. Ik zag de aanslag in New York niet als een losstaand gegeven, waar een aantal individuen verantwoordelijk voor zijn (de schuldigen, die gewroken dienen te worden). Het zei mij ook iets over de crisis waar onze eigen samenleving in beland is.

De vraag naar de menselijke verantwoordelijkheid bracht me op het spoor van wat ik even noem de nieuwe wetenschap van de ontdekking van het kwantumveld. Ik heb daar toen veel over gelezen, oa. Ervin Laszlo, maar ook Joseph Jaworski (Synchroniciteit, Presence).

Het sloot aan op mijn eigen spirituele ontwikkeling en dat wat ik op dat moment leerde op de Voorde en de Pulsaropleiding die ik deed.

Mijn inzicht was dat ik me als mens kan verbinden met dit veld, dit veld van overvloed. En dat ik vanuit die verbinding vanuit mijn talent zou je kunnen zeggen, een bijdrage lever aan de wereld. Dat het mijn taak is om die verbinding telkens weer te zoeken en mijn afgescheidenheid, mijn tekort kan overstijgen. Vanuit die verbinding ben ik een met alles om mij heen. Daar lag mijn antwoord op de vraag naar de verantwoordelijkheid van de mens. Als nu maar genoeg mensen, individuen deze verbinding maken en dan komen er vanzelf genoeg om het geheel te veranderen, een nieuw uitgangspunt, paradigma te geven. Daarmee ook het belang aangevend van innerlijk werk.

Naast de lerares die ik op dit moment heb, Maria Hillen heb ik een aantal mensen (Dorle Lommatzsch en haar man Kees Peters) ontmoet die aangesloten zijn bij de gemeenschap van Almaas, een soefileraar, die uitgebreid de spirituele dimensie beschrijft van het enneagram. Een fascinerend instrument dat ik vroeger bij Gurdjieff heb leren kennen en als tiener al op het prikbord in mijn slaapkamer tekende. Ik schreef daar al eerder over in het kader van mijn eigen zorgpatroon. De laatste jaren hebben mijn vrouw Gebi en ik verschillende programma’s gevolgd bij de Innerlijke lijn in Zaltbommel. Hier wordt op een gedegen manier de weg geopend om contact te maken wat zij noemen je geestelijk deel. Dat deel dat mij precies geeft wat ik nodig heb, dat mij als mens compleet maakt.

Vanaf 2004 wonen Gebi en ik met onze twee kinderen op het mooie Landgoed Nieuwkerk, ruim 10 kilometer onder Tilburg, op de grens van Nederland en Belgie. Het was een geschenk voor mijn veertigste verjaardag en zo beschouw ik het nog steeds. Het wonen midden in de natuur biedt een prachtige spiegel voor mijn innerlijke groei. Op deze plek geef ik samen met Gebi mijn werk vorm door mensen met een psychische beperking te begeleiden individueel en met dagbesteding.

Ik ben een zoeker. Geen weter, iemand die er al is. Om me heen heb ik mensen verzameld, waarvan ik denk dat ze mijn groei ondersteunen, stimuleren. Groeien doe ik niet alleen, dat doe ik samen. Op de eerste plaats met mijn geestelijk deel, mijn gids, mijn innerlijke leermeester, God, hoe je dit ook wilt noemen. Op de tweede plaats samen met de mensen, die een langere of kortere tijd met me meereizen. Mijn reisgenoten. En misschien maakt dat wel helemaal niet uit of dit nu collega’s zijn, mijn vrouw en mijn kinderen of de klanten van onze praktijk Mens&Groei. Of de mannen die ik sinds 2009 me heen heb verzameld, collega’s, alternatieve therapeuten (naast de eerder genoemde Kees Peters zijn dat Ad Rek en Henk van Hal). We delen onze innerlijke en uiterlijke ontwikkeling (misschien wel een vorm van mannelijke inwijding). Voor mij voelt dat warm, heel warm. De warmte, de aanwezigheid, die voelt als een vader.

Zo kom ik weer terug bij het begin. Mijn eigen vader en moeder als basis voor mijn eigen leven. Ze hebben mij gegeven wat ze konden en dat was genoeg voor mijn fysieke ontwikkeling. Maar in mij was meer, ik wilde groeien, ik wilde geboren worden. Die drang, dat verlangen had een andere bodem nodig. Het is mijn lot dat ik die vruchtbare bodem steeds zelf moeten scheppen.

Mijn reis wordt vervolgd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 3.215
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com