tom ribbens

Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder verborgen in ieder mens

Yuval Noah Harari mag op dit moment worden beschouwd als een van de meest vooraanstaande denkers van onze tijd en een van de best gelezen schrijvers. In zijn 2 boeken Homo Sapiens en Homo Deus schetst Harari een beeld van de geschiedenis van de mens, de Homo Sapiens en van zijn toekomst. Een toekomst waarin de Homo Sapiens zich wellicht overbodig maakt. Een van zijn kernpunten is dat wij als mens geen vrije wil hebben, geen ziel of essentie, geen ongedeelde individualiteit. Deze kapstok, waar ons humanistisch liberale denken op is gebaseerd, is volgens Harari een illusie. Met een knipoog naar het Boeddhisme, die immers ook onze ik als een illusie beschouwt, als bron van al ons lijden. Door een combinatie van de biologie volgens Darwin en de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt al het leven, inclusief wijzelf als mens, beschouwd als een verzameling van algoritmes.

Toen ik dit las, kreeg ik een dejavu van zo’n 35 jaar geleden, toen ik begin 20 was en op zoek was naar mezelf. Wie ben ik? Samen met een aantal mannen in het Zeeuws Vlaamse Terneuzen lazen we inspirerende boeken van Osho, Krishnamurti, maar ook Gurdjeff en Ouspensky. Gurdjeff, een Armeense mysticus, leefde in het begin van de vorige eeuw, in de tijd van het kubisme. Niet voor niets schetst ook hij het beeld van de mens als een machine, als een robot. Hij zou het waarschijnlijk prima kunnen vinden in deze moderne computertijd met de ideeën van Harari. Laten we hun denken wat betreft de vrije wil eens naast elkaar leggen. Harari schrijft; De laatste decennia zijn biowetenschappers tot de conclusie gekomen dat het liberale verhaal van de vrije wil pure mythologie is. Het ondeelbare authentieke zelf is net zo echt als de eeuwige ziel, Sinterklaas en de paashaas. Als ik echt diep in mezelf kijk, valt de schijnbare eenheid die ik als vanzelfsprekend beschouw uiteen in een kakafonie van tegenstrijdige stemmen, waarvan er niet eentje mijn ‘ware zelf’ is. Mensen zijn geen individuen. Mensen zijn ‘dividuen’(delen). Einde citaat. Dan Ouspensky, die de leer van Gurdjeff uiteenzet in het boek De Vierde Weg. Als we onszelf gaan bestuderen, stuiten we allereerst op een woord dat we meer dan enig ander gebruiken, en wel het woord ‘ik’. We zeggen ‘ik doe’, ‘ik zit’, ‘ik voel’, ‘ik bemin’, ‘ik heb afkeer van’ enz. Hierin schuilt onze voornaamste illusie, want dè vergissing die we ten opzichte van onszelf begaan, is dat we onszelf als een eenheid zien; we hebben het altijd over onszelf als een ‘ik’, en nemen aan dat we daarmee altijd hetzelfde bedoelen, terwijl we in werkelijkheid verdeeld zijn in honderden verschillende ‘ikken’. Deze ‘ikken’ veranderen voortdurend; het ene onderdrukt het andere, het ene neemt de plaats in van een ander, en deze strijd vormt ons innerlijk leven. Einde citaat.

Ook al zit er een eeuw tussen het denken van Harari en Gurdjeff/Ouspensky, ze komen wat betreft de kwestie van de vrije wil op hetzelfde punt uit. Dat is boeiend. Nog boeiender is de verschillende afslag die ze daarna nemen. Om dit duidelijk te maken gebruik ik als metafoor voor de mens, de rups die transformeert tot een vlinder. Hierbij beschouw ik Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjeff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld. Harari zegt eigenlijk tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. Ja, we kunnen wel vliegen, zegt hij, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen. Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de eendimensionale wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld. Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. Eigenlijk alsof de aarde nog plat is. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (althans een kleine, rijke elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon. Daar begint het denken van Gurdjeff.

Het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, betekent nog niet dat hij er niet is. We hebben er alleen geen contact mee. Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjeff mechanische leven. Gurdjeff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven. Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.

Daar waar Harari het heil zoekt in het scheppen van een machine, een robot, een Internet der dingen buiten onszelf, vindt Gurdjeff de Heilige Graal in onszelf. Harari schetst in zijn boeken de geschiedenis en de toekomst van de mens als collectief. De weg van Gurdjeff is die van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is, maar in zichzelf ook een geestelijke, meerdimensionale werkelijkheid ontdekt. De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjeff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische, dus geen evolutie is. Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.

de liefde die mij kent en liefheeft

Kerstmis herinnert me ieder jaar weer aan de tijd dat ik begin 20 jaar oud was en ik nog in Terneuzen woonde. Ik was behoorlijk de weg kwijt, liep helemaal vast in mijn oude patronen. Werd van school gestuurd, omdat ik te vaak was blijven zitten. Ging in een café werken, waar ik door een oude hippie een pilletje in mijn drank kreeg en een bad trip had. Het zette mijn opgebouwde systeem op zijn kop, kreeg hyperventilatie, was bang en wanhopig. Ik verhuisde van mijn ouderlijk huis naar een eigen flat. Daar las ik het prachtige Johannes-Evangelie en werd diep geraakt door de liefde die daar uit sprak. Het was een liefde die ik niet kende, een liefde die onvoorwaardelijk was. Ik had een glimp opgevangen van wat je zou kunnen noemen het Hoger Bewustzijn, al vind ik dat een veel te onpersoonlijk en abstract woord voor een liefde, die zo persoonlijk is als de Deense journaliste Charlotte Rorth beschrijft in haar boek De dag dat ik Jezus ontmoette.

Welkom, goed je te zien. Hij zegt het zonder dat ik het begrijp, maar mijn bewustzijn bevat het meteen. Hij kent mij. Hij kent iedere gram, iedere seconde, kan door alles heen zien, houdt toch van me, ondanks alle leugens, grote en kleine, mijn boosheid en mijn kleinzieligheid. Hij heeft me mijn zoons horen uitschelden, heeft me dingen horen zeggen die ik zelf vergeten ben; een gewemel van kleine scènes treedt tussen ons op, het gaat zo snel als een film die afgedraaid wordt en het blijft zitten als herkenning, zodat ik niets hoef uit te leggen: hij heeft alles gezien. Er is geen greintje twijfel in me. Die is uitgevaagd, verdwenen in gevoel. Alle mentale verdediging is geërodeerd. Ik registreer dat mijn op intellect gebaseerd verstand verdwenen is ten behoeve van een weten dat gewichtiger is.

En verderop: zijn blik vloeit mijn lichaam in. Van mijn hals over mijn schouders, buik, schoot, benen, voeten. Hij is zozeer man, zo mannelijk, zo verleidelijk en onweerstaanbaar, zijn uitstraling is sterker dan erotiek, hij raakt me dieper vanbinnen dan enig andere man ooit. Zijn glimlach is niet zoals die van een man voor een vrouw in een echt liefhebbende verhandeling over het bereiken van orgasmes of over kinderen. Het is een glimlach die mij me bemind doet voelen met een ander soort liefde dan ik ken. Het is vriendelijkheid. Een rechtstreekse, eenvoudige acceptatie dat het goed is dat ik er ben.

Wow! Ik had dit boekje van Charlotte Rorth voor sinterklaas gekregen en had niet verwacht dat het zo bijzonder zou zijn en zo zou aansluiten op de woorden die ik geef aan mijn eigen ervaren van de onvoorwaardelijke liefde. Al moet ik hier direct aan toevoegen dat mijn kleine ervaring ongeveer 30 jaar geleden, slechts een glimp is van de bliksem die is ingeslagen bij Rorth, die totaal niet bezig was met iets wat je religieus of spiritueel zou kunnen noemen. Zij was en is gewoon een vrouw, een mens zoals jij en ik, opgevoed in de Deense cultuur, waarbij de protestante kerk wel een belangrijke rol speelt, maar toch vooral onze rationeel, wetenschappelijke manier van naar de werkelijkheid kijken. In deze rationeel, zogenaamd wetenschappelijk manier van waarnemen, staat het zichtbare, het materiële centraal. Alles dat maar enigszins ruikt naar geloof, spiritualiteit of geestelijke werkelijkheid wordt afgedaan als kwakzalverij, bijgeloof, niet meer van deze tijd. Zo’n ervaring als die van Charlotte Rorth wordt simpelweg niet serieus genomen, omdat het niet past, niet verklaard kan worden binnen het rationele kader waarmee wordt gekeken en zogenaamd wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. En is het daarom niet waar?

Ook al was mijn ervaring van onvoorwaardelijke liefde maar klein, deze ervaring heeft mij wel aan de hand genomen en mij als lichtpuntjes op weg geholpen naar wie ik nu ben. Ik ben niet in een keer totaal veranderd, nee, mijn verandering, transformatie als je wilt, gaat maar heel langzaam. Mijn harnas, mijn oude persoonlijkheid, waarmee ik me van oudsher bescherm tegen alles dat me pijn wil doen, wordt langzaam gesmolten en omgevormd tot een nieuwe jas, die mijn nieuwe ik het beste past. Een proces dat nu al 30 jaar duurt en waarin ik steeds opnieuw dingen leer, over mezelf, over het leven. Want met deze liefde komt ook het bewustzijn, het nieuwe bewustzijn, dat zo nieuw is als de ontdekking dat de aarde niet plat is, maar rond.

Vandaag, op weg naar mijn moeder, die nog steeds in Terneuzen woont en ik met de auto ophaalde om bij ons Kerstmis te vieren, dacht ik; dat is eigenlijk het enige; dat de liefde een relatie met mij aangaat. Mij waardig acht om een relatie met mij aan te gaan. Mij hervormt en dat doet op een manier die uniek is en precies bij mij past, omdat ik uniek ben. Zoals iedereen uniek is. Het principe is hetzelfde, het liefdesprincipe, maar de uitvoering is steeds weer anders, omdat jij anders bent dan ik. Ik word liefgehad. En die liefde hervormt mij, schept mij, tot ik helemaal mezelf ben.

Het punt is wel dat ik beschikbaar moet zijn. Soms ben ik namelijk zo bezet! Terwijl ik er zo naar verlang om bemind te worden. Ik word bemind door de liefde in mij. Dat toelaten en me aan overgeven. Telkens weer. Dat is alles dat telt.

Er is niets mis met het kerstmis vieren als een collectief feest, waarbij we eten en cadeaus kopen alsof morgen de wereld vergaat. Er is ook niets mis mee met kerstmis als gelegenheid aangrijpen om goed te doen voor mensen die het minder goed hebben als wijzelf of mensen die ziek zijn. Het belangrijkste voor mij van kerstmis is echter wel de herinnering dat ieder van ons wordt gekend tot in al zijn vezels en wordt liefgehad. Werkelijk ieder van ons, zonder uitzondering.

Misschien is dat wel het aller moeilijkste om te geloven. Omdat we stiekem of minder stiekem vinden dat we deze liefde niet waard zijn of niet nodig hebben. Het is een vorm van trots en hooghartigheid die we zelf als muur opwerpen tussen de liefde en onszelf, die zo snakken naar juist deze onvoorwaardelijke liefde. Dus dat is steeds de keuze die we hebben, te kiezen voor deze trots als onze identiteit of de overgave aan deze liefde. Een liefde, die van een andere werkelijkheid komt dan die van ons dagelijks, mechanische functioneren. Het is niet makkelijk deze werelden met elkaar te verbinden, dat vraagt een ander bewustzijn, een andere taal. Een taal die soms niet zo logisch is als ons denken, als onze rationele logica. Een taal die meer poëtisch is, zoals onderstaand lied van Huub Oosterhuis en dat zo prachtig vertolkt wordt door zijn dochter Trijntje.

Ken je mij? Wie ken je dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Ken je mij? Wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?

Ogen die door de zon heen kijken
Zoekend naar de plek waar ik woon
Ben jij beeldspraak voor iemand
die aardig is, of onmetelijk ver,
die niet staat en niet valt
en niet voelt als ik,
niet koud en hooghartig

Hier is de plek waar ik woon
Een stoel op het water,
Een raam waarlangs het opklarend weer
Of het vallende duister voorbij vaart
Heb je geroepen? Hier ben ik

Ik zou een woord willen spreken
Dat waar en van mij is
Dat draagt wie ik ben,
dat het houdt,
Ik zou een woord willen spreken
Dat rechtop staat als mens die mij aankijkt en zegt
Ik ben jouw zuiverste zelf,
Vrees niet, versta mij, ik ben, ik ben

Ben jij de enige voor wiens ogen
Niet is verborgen van mijn naaktheid
Kan jij het hebben,
Als niemand anders,
Dat ik geen licht geef, niet warm ben,
Dat ik niet mooi ben, niet veel
Dat geen bron ontspringt
in mijn diepte
Dat ik alleen dit gezicht heb,
geen ander.
Ben ik door jou, zonder schaamte,
gezien, genomen,
door niemand minder?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?
Zou dat niet veel teveel waar zijn?

de kracht van aanwezigheid en een nieuwe manier van focus

IMG_5015

De twee weken vakantie van mijn werk rond de jaarwisseling betekende nog geen vakantie voor mijn innerlijk werk. Sterker; doordat er even geen uiterlijk werk en afspraken zijn, werd ik juist sterk geconfronteerd met mijn innerlijke proces van groei. Ik merk daarin steeds weer opnieuw dat ik op een kantelpunt sta van het hebben van een basis in de wereld naar de basis in mezelf, in mijn geestelijk deel. Als ik mijn basis zoek buiten mezelf, in de wereld, dan voel ik angst en mijn neiging om mezelf (of de wereld!) te moeten redden. Als ik de basis vind in mezelf, dan ervaar ik vertrouwen. Dan weet ik dat er voor me gezorgd wordt. Vaak zit ik tussen deze twee werelden in. In de ene, uiterlijke wereld voel ik me niet thuis, voel ik me dolend en in de andere ben ik nog niet thuis, hoezeer ik er ook naar verlang. Dat is de geboorte van mijn ziel, de geboorte van mijn bewustzijn, van mijzelf als individu. Dat proces kan ik niet dwingen, niet forceren, dat heeft zijn eigen tempo. Ik kan me er alleen maar aan overgeven.

Met oud en nieuw waren er vrienden uit Zwitserland op bezoek. We keken met z’n allen naar de prachtige documentaire De nieuwe wildernis, over de natuur van de Oostvaardersplassen. De mooie beelden raakte me en ik werd me bewust van de grote en subtiele aanwezigheid in de natuur, zoals ik die ook kan ervaren hier op Landgoed Nieuwkerk of in het bekijken van kunst of beluisteren van muziek. Als ik die aanwezigheid met een grote A ervaar, dan ben ik zelf ook even aanwezig. Zo vaak breng ik mijn dag door in onbewustheid, in het willen beheersen, controleren van mijn leven. En met die grofheid van dat willen beheersen, het leven willen dwingen naar mijn wil, verdrijf ik die subtiele aanwezigheid die alom aanwezig is, die ons in zijn grootsheid omvat. In feite ben ik dan in afgescheidenheid van deze aanwezigheid, afgescheiden van de eenheid van deze aanwezigheid.

Het is eigenlijk vreemd, maar deze afgescheidenheid bestempelen wij in onze samenleving als een groot goed. Dat wat wij vaak ik noemen, is eigenlijk die afgescheidenheid. Wij zien onszelf als een ontwikkeld mens, dat beter, beschaafder is dan de inferieure natuur. Wij zien het als een belangrijke waarde om die natuur te beheersen, te controleren, aan ons te onderwerpen. Deze houding is een belangrijk uitgangspunt in hoe lokale en landelijke overheden werken, maar ook bedrijven. Maar de kern is het afgescheiden zijn van de natuur, van onze oorsprong, van wie we eigenlijk diep van binnen zijn als mens. Het aparte is dat wij echt van mening zijn dat de kracht van deze afgescheidenheid groter is dan de kracht van de subtiele aanwezigheid in de natuur. Het hoopvolle is dat als we er als individu even bij stil staan, we weten dat dit niet zo is. Dan weten we dat de kracht van de natuur, van de aanwezigheid in de natuur, van de aanwezigheid van onze eigen, menselijke natuur en essentie veel en veel groter is, ons omvat, ons draagt.

Toch is het erg moeilijk om me hieraan over te geven en op deze grote kracht te vertrouwen. Deze overgave roept bij mij de grootste angst en onzekerheid op. Angst om mijn controle los te laten, mijn identiteit los te laten die ik heb opgebouwd rond de afgescheidenheid van deze oorsprong, van deze natuur. Soms voelt deze angst als een blokkade die als een grote, zware steen op mijn pad van overgave ligt. Mijn bottleneck zoals ik dat vaak noem, mijn oog van de naald waar ik door heen moet, met mijn rug tegen de muur. Maar hoe vaster ik dan zit in mezelf, van hoe dieper komt dan de overgave als ik de stap durf te zetten om mijn leed, mijn pijn te delen. In de afgelopen kerstvakantie was er zo’n moment dat ik me vanbinnen uit overgaf aan de aanwezigheid om me heen. Ik kreeg het beeld van een ideale, geestelijke moeder, waar ik op schoot kroop. Je hoeft het niet alleen te doen, je hoeft niet sterker te zijn dan je bent, je hoeft niet de wereld op je schouders te dragen. Met die overgave schoot de prop van de blokkade door en stroomde het leven, het vertrouwen weer door mijn aderen.

Vorige week begon mijn werk weer en de afspraken die ik voor mijn werk had. Het kostte me behoorlijk wat moeite om een nieuwe balans te vinden, een kwestie die eigenlijk altijd speelt bij mij in de overgang van werk-vakantie-werk. Tijdens een van de ontmoetingen die ik vorige week had, werd het me duidelijk hoe anders je kunt omgaan met het begrip focus. Zeker als het over werk gaat, hebben we het vaak over focus en eigenlijk heeft focus dan de volgende betekenis.

We maken samen een beeld van de toekomst waar we naartoe willen werken. Dit beeld omvat vaak concrete, feitelijke doelen. Soms is er nog wel een inhoudelijke component, maar niet te veel of te diep, want anders wordt het zweverig. De concrete, feitelijke doelen dat zijn de targets waar we met z’n allen naar toe werken. Vaak gaat dit over geld of over het aantal mensen dat we een bepaalde kant op willen hebben. Bij deze manier van focus komt het zwaartepunt, het doel buiten onszelf te liggen. We gaan aan het werk en het gevolg is dat we al direct het contact met onszelf, met onze inspiratie, met onze creativiteit verliezen. We onderwerpen de werkelijkheid aan de door ons gemaakte en samen afgesproken doelen. Als we hier even bij stil staan, dan ontdekken we dat deze manier van werken en omgaan met focus eigenlijk gebaseerd is op angst en wantrouwen. Eigenlijk zeggen we dat de werkelijkheid zoals die is niet goed is. Deze moet veranderen naar het beeld zoals wij dat hebben gemaakt en afgesproken. Deze manier van focus is gebaseerd op wat ik eerder in dit artikel afgescheidenheid noemde. Het is niet verwonderlijk dat de doelen die vanuit deze manier van focus worden ingezet, vaak niet worden gehaald en tegen een veel duurdere prijs dan die aan het begin is afgesproken. We werken namelijk tegen de werkelijkheid, de natuurlijke werkelijkheid in, in plaats van met deze werkelijkheid mee.

Zelf zit ik maar al te vaak gevangen in deze manier van focus, in deze manier van werken die in ons collectief zo dominant is. Zeker in deze tijd en ik me regelmatig afvraag welke kant het op moet met mij en mijn werk. Steeds heb ik dan de neiging om vanuit de angst voor tekort een doel buiten mezelf te zoeken of te scheppen en daar mensen bij te zoeken om dit doel samen te bereiken. Zo’n groot doel buiten mezelf zou bijvoorbeeld kunnen zijn om te vechten voor een basisinkomen voor alle uitkeringsgerechtigden.

Nu kwam ik erachter dat er ook een hele andere, nieuwe manier van focus mogelijk is. Er zijn wel overeenkomsten met het oude begrip, maar de basis is toch heel anders. Om te beginnen maak je een beeld van de toekomst. Dit doel echter is meer een visueel doel, een beeld van de toekomst waar een bepaald essentieel gevoel in zit. Veel meer dit, dan een doel met allerlei concrete feiten en targets. Dit doel mag heel scherp worden verbeeld, alsof je het je helemaal kunt voorstellen, alsof het er eigenlijk al is. Wat vervolgens kan is dat je aan het verwezenlijken van dit doel een tijd koppelt, een tijd die bij het doel past. Bv. een half jaar, een maand, een jaar. Maar dan laat je het onmiddellijk los en laat je de werkelijkheid zijn werk doen. Wat je onderweg doet is dat je juist je focus in jezelf legt in plaats van bezig bent met het onderwerpen van de werkelijkheid aan jouw doel. In de focus naar binnen ligt het anker voor de weg naar het doel. Waar word ik blij van, waar voel ik me thuis, waar ben ik mezelf. Dat zijn de vragen die ik me telkens weer stel. Ik leg de focus in mezelf, in het moment, in de aanwezigheid van het moment. Hier kwam ik in deze eerste werkweek na de vakantie achter. Het is een subtiel, maar zo’n wezenlijk ander uitgangspunt. Want eigenlijk begin je met het zeggen dat alles wat er is goed is. Ik ben goed, ik hoef niet te veranderen. Het begint met aanvaarding. Deze diepe aanvaarding en aanwezigheid in het moment dat brengt juist de grootste verandering teweeg, hoe paradoxaal dat ook klinkt.

Tijdens de afgelopen vakantie, die op dit moment alweer meer dan een week achter me ligt, ontdekte ik weer eens het boek Het verstoorde leven van Etty Hillesum, een jonge, joodse vrouw die opgroeide in de jaren 30 en 40 van de vorige eeuw. Ik denk dat veel van ons het boek wel eens gelezen hebben, het is echt de moeite waard om het weer eens open te slaan.

Over aanvaarding gesproken, het is deze diepe aanvaarding, deze sterke aanwezigheid in het moment die Etty Hillesum er toe bracht om in de moeilijkste omstandigheden van de Tweede Wereldoorlog haar vijanden, de Duitse soldaten niet te veroordelen. In de afschuwelijke werkelijkheid waar zij getuige van was, bleef zij de kracht en het wonder van het leven ervaren.

19 februari 1942, donderdagmiddag 2 uur. Als ik zou moeten zeggen wat vandaag de meeste indruk op me gemaakt heeft dan zijn het de grote paarse winterhanden van Jan Bool. Er was ook weer iemand doodgemarteld. Die zachtzinnige jongen uit Cultura. Ik herinner me nog dat hij mandoline speelde. Hij had ook een aardig meisje indertijd. Ze is intussen zijn vrouw geworden en er was ook een kind. ‘De beesten,’ zei Jan Bool, in de volle gang van de universiteit. Ze hebben hem kapotgemaakt. En jan Romein en Tielrooy en nog meer van die breekbare oudere proffen. Op dezelfde Veluwe waar ze vroeger hun zomervakanties in een vriendelijk pension doorbrachten, zitten ze nu gevangen in een tochtige barak. Ze mogen zelfs niet een eigen pyjama hebben, niets van zichzelf mogen ze hebben, vertelde Aleide Schot in de koffiekamer. De bedoeling is ze helemaal verwilderen en ze een gevoel van minderwaardigheid bij te brengen. Moreel zijn ze sterk genoeg, de kerels, maar de gezondheid van de meesten is wel zeer broos. Pos zit in een klooster in Haren en schrijft een boek. Dat vertelt men. Het was wel troosteloos op college vanmorgen. En toch was het niet helemaal troosteloos. Er was een lichtpunt. Een kort onverwacht gesprek met Jan Bool door de koude, smalle Langebrugsteeg en bij de tramhalte. Wat is dat toch in de mens om anderen kapot te willen maken? vroeg Jan verbitterd.

Ik zeg: de mensen, ja de mensen, maar bedenk dat je daar zelf ook onder valt. En dat wilde hij onverwachts zomaar toegeven., de bokkige, norse Jan. En die rottigheid van de anderen zit in ons ook, preekte ik door. En ik zie geen andere oplossing, ik zie werkelijk geen andere oplossing, dan in je eigen centrum te keren en daar uit te roeien al die rotheid. Ik geloof er niet meer aan dat we in de buitenwereld iets verbeteren kunnen, wat we niet eerst in onszelf moeten verbeteren. En dat lijkt me de enige les van deze oorlog. Dat we geleerd hebben dat we het alleen in onszelf moeten zoeken en nergens anders.

En Jan, die het zomaar met me eens was, toegankelijk en vragend en niet met keiharde, sociale theorieën zoals vroeger. En die zei: Het is ook zo goedkoop, die wraakgevoelens naar buiten. Alleen maar toeleven naar dat ene moment van wraak. Daar moeten we het toch ook niet van hebben. We stonden daar in de kou te wachten op de tram, Jan met zijn grote, paarse winterhanden en met kiespijn. En het waren toch geen theorieën die we verkondigden. Onze professoren zitten gevangen, er was weer eens een vriend van Jan kapotgemaakt en er is nog te veel om op te noemen en we zeiden tegen elkaar: het is zo goedkoop, die wraakgevoelens. Dat is toch heus een lichtpunt vandaag.

Etty Hillesum, die dit jaar 2014, 100 jaar geleden werd geboren, maakte in haar bijzondere leven duidelijk dat de kracht van aanwezigheid, van eenheid zo veel krachtiger is dan de kracht van afgescheidenheid, hoe dominant en zichtbaar deze ook kan zijn in de werkelijkheid zoals we die ervaren om ons heen.

kerstgedachte 2013

IMG_4063Vanmorgen stond ik onder de douche en werd geraakt door de schoonheid en het wonder van mijn lichaam. Even was ik in het moment, was er bewustzijn, waarneming los van de vanzelfsprekendheid van alle dag. Ik werd geraakt in mijn hart, zoals ik ook geraakt kan worden na het vrijen met Gebi. Geraakt door de nabijheid, de intimiteit van het seksuele contact. Of door de liefde geraakt kan worden in mijn ochtend-meditatie, door de nabijheid van de liefde.

Toen ik als adolescent vastliep in mijn jonge leven in het  havenstadje Terneuzen aan de Westerschelde, werd ik geraakt door het verhaal van Jezus in het poëtische Johannes Evangelie. Ik vroeg om hulp en werd voor het eerst een moment geraakt door een liefde, die ik nog niet kende. Ik houd van je, om wie je bent. Het was de eerste keer dat ik begreep dat alles om liefde draait. Door een negatieve drugservaring kreeg ik last van hyperventilatie en werd een tijdje begeleid door een jonge psycholoog van de GGZ. Ik vroeg hem door mijn ervaring en inzicht over de liefde of hij van me hield. Zijn antwoord was dat hij alleen van zijn vrouw hield. Ik besloot dat hij me niet verder kon helpen en beëindigde deze begeleiding en ging verder op zoek.

Zoals de liefde mij heeft geraakt in mijn persoonlijke leven, zo heeft de liefde ook de aarde geraakt. Daar gaat voor mij kerstmis over. Als een meteoriet is hij ingeslagen en dit heeft zijn uitwerking niet gemist. Er is een proces op gang gekomen, een transformatie, waarbij alles hervormd wordt naar het voorbeeld van deze liefde, ook al lijkt dit onzichtbaar in de wereld van het nieuws op radio, televisie, op internet, in de krant.  Het zijn grote woorden, maar het is een universeel proces, een evolutie, waar de aarde en wij als mens onderdeel van zijn. Een belangrijk en wezenlijk onderdeel, ook al zijn we deze zin en betekenis die we als mens hebben, vergeten. Dat proces is in volle gang. In mij als individu, maar ook in het collectief van ons als mens. Het is alsof er een nieuwe mens geboren wordt en die wordt in eerste plaats geboren in mij. In ieder van ons als individu. Deze nieuwe mens bezit grote geestelijke vermogens, zoals de eerste mens, Jezus, dit heeft laten zien in zijn korte leven op aarde. Ik schreef daar al eerder over. Daar ligt voor mij onze verdere ontwikkeling. Niet in verdere technische ontwikkelingen, waar wij in onze samenleving vaak zo trots op zijn. Dat is slechts een ontwikkeling, hoe knap soms ook, op materieel niveau. Buiten onszelf, waar we ons afhankelijk van maken. Onze geestelijke ontwikkeling maakt ons daarentegen onafhankelijk. Alles wat wij buiten onszelf zoeken, is reeds in ons aanwezig. Vanuit onze neiging om voortdurend gericht te zijn naar buiten, naar het zichtbare en materiële, onderschatten we in hoge mate ons geestelijk vermogen dat als een zaadje in ons ligt te wachten om geboren te worden. Dat zaadje is ruim 2000 jaar geleden gepland en wat mij betreft is kerstmis een moment om daarbij stil te staan.

Hoe ziet dat proces er nu uit van dat geboren worden van dat zaadje van onze geestelijke vermogen als mens? Als ik eerlijk ben, ziet dat er niet uit zoals de prachtige, spirituele beelden, zoals die ons vaak worden aangereikt door tijdschriften zoals de Happinez of Flow. Hoe graag ik dat ook zou willen, mijn innerlijke weg van geboren worden, ziet er anders, ruiger uit en ik kan het niet mooier maken dan het is. Soms voel ik me verscheurd, ontheemd, omdat ik mijn diepste identiteit niet in de wereld vind, maar ook nog niet in het geestelijke. Ik bevind me dan van binnen in een soort van tussengebied, een niemandsland. Verloren, dolend, onveilig. Het lijkt dan alsof ik steeds weer bij een nieuwe bodem uitkom. Deze bodem voelt dan in eerste instantie als een kale vlakte die omgevormd mag worden tot vruchtbaar land. Die transformatie komt tot stand door op dat punt de liefde toe te laten. Door er het licht van mijn bewustzijn, van mijn aanwezigheid toe te laten. Dit is volgens mij een zeer belangrijk en wezenlijk punt. Dat ik in mijn lijden de liefde toelaat. Lijden plus liefde is groei.

Ik wil hier even bij stil staan. Vanuit praktijk Mens&Groei begeleid ik samen met Gebi mensen in hun groei. Hun beperkingen, handicap, hun lijden is vaak voor mij herkenbaar. Ik ben hierin zou je kunnen zeggen ervaringsdeskundig. Het is zoals mijn leraar Jan de Dreu van de Voorde altijd zei; je bent slechts een neuslengte voor. Soms als ik in mijn eigen lijden vastzit, met mijn rug tegen de muur, afgescheiden van de liefde, kom ik mijn overtuigingen tegen die me zeggen dat ik niet normaal ben, gestoord, niet in staat tot welke verantwoordelijkheid in de wereld dan ook. Ik zou zo naar een psychiater kunnen gaan, die me een diagnose geeft, zodat mijn menselijk lijden bestempeld wordt tot probleem, tot stoornis. Waarna ik een behandeling krijg voorgeschreven inclusief medicatie. Dat is de weg, de brede snelweg van het reguliere antwoord op ons menselijk lijden. Het onderdrukt het voelen, het ervaren. Zo anders is het smalle bospad van het toelaten van de liefde op dat punt dat ik kwetsbaar ben. De crack, de breuk in mijn persoonlijkheid, waardoor het licht van de liefde naar binnen kan schijnen en het lijden getransformeerd wordt tot groeikracht. Zoals Rumi, de soefi dichter en leraar,  schreef: in alles zit een barst, zo valt het licht naar binnen.

Het proces van telkens weer sterven aan mijn ego, aan mijn persoonlijkheid die met name gericht is op de buitenkant van het leven, zorgt ervoor dat de liefde in mij geboren wordt en er een hart in mij wordt gevormd. Dat proces is eenmaal in mij in gang gezet en is niet meer tegen te houden. Hoe moeilijk ik dat soms ook vind en ik weg wil van dat gevoel van lijden en afleiding zoek in de buitenwereld. Ik kan me er enkel aan overgeven. Dit proces vindt plaats onder de oppervlakte van mijn dagelijks leven en soms heb ik het zo druk, dat ik enkel ‘s nachts dat gevoel kan toelaten. Vaak in gevoelens van angst, mijn donkere engel, die mij met harde hand weer terugbrengt naar mijn binnenkant. Toch heeft dit proces zeker zijn weerslag op de gebeurtenissen in mijn dagelijkse leven. Plotseling, onverwacht en niet gecontroleerd steekt de liefde zijn kop op, laat zijn licht schijnen, in een ontmoeting bijvoorbeeld, om daarna weer onder de oppervlakte te verdwijnen.

Zoals ik de afgelopen jaren aan het zoeken ben naar de ultieme vorm om mijn talent aan te bieden aan de wereld, dacht ik deze week, dat dit misschien wel mijn belangrijkste taak is. Niet om nu zozeer iets groots en belangrijks neer te moeten zetten in de buitenwereld, maar dat mijn leven zich steeds meer verinnerlijkt. Zodat ik de liefde kan ontvangen in mij en ik instrument kan worden van deze liefde. Daar binnen, waar mijn persoonlijkheid mijn essentie, mijn ziel raakt, dat is wat ik noem mijn Jezus-punt. Het is het kwetsbare deel van mijn persoonlijkheid, mijn crack, mijn bottleneck, waar Jezus mij raakt. Waar mijn lijden wordt getransformeerd tot een levend hart. Die weg, dat spoor naar dat Jezus-punt, is soms bedolven, bedekt met stenen. Het is mijn innerlijk werk om die weg steeds weer schoon en vrij te maken, zodat dit kanaal open blijft. Die kolom van licht, dat soms in mij schijnt. Wit, levend licht. Misschien wel hetzelfde licht waarin Jezus verschijnt aan de emmausgangers, nadat hij is verrezen uit zijn graf. De cirkel is rond. Het zaadje dat met kerst werd geboren is met pasen uitgegroeid tot zijn meest volmaakte vorm.

twee werelden

IMG_4422
Eens zullen er twee werelden zijn
. Een uitspraak van mijn vader 30 jaar geleden. Hij had veel SF-boeken in de kast staan, die ik begon te lezen toen ik op de middelbare school zat. Jack Vance (Durdane) en Frank Herbert (Duin) schiepen werelden die voor mij een mooi tegenwicht boden tegen het sterk op aanpassing gerichte leven in Zeeuws-Vlaanderen. Halverwege de jaren 80 zond de VPRO in de zomer een maand lang op zondagavond een aantal SF-films uit, waaronder Soilent Green, Invasion of the body Snatchers, maar ook THX 1138. Vooral deze laatste maakte grote indruk op me. Het is de eerste film van George Lucas, de regisseur die ook de Star War films maakte.

THX 1138 is de hoofdrolspeler in een futuristische wereld onder de grond waar gevoelens zijn uitgebannen en mensen met pillen onder controle worden gehouden. Als THX wel gevoelens gaat koesteren voor de vrouw waarmee hij samenwoont en hier ook uiting aan geeft, wordt hij opgepakt en in een heropvoedingskamp gestopt. Het einde is prachtig. De man ontsnapt in een snelle auto, achterna gezeten door 3 agenten op motor. Vanuit het controlecentrum wordt voortdurend bijgehouden hoeveel geld het kost om hem terug te halen. Als het budget van zijn achtervolging wordt overschreden,  stoppen de agenten de achtervolging en is THX vrij. Het laatste beeld is dat hij uit een tunnel boven de grond komt, verwelkomt door een grote, oranje zon!

Nu is het 2013 en na de berichten over het op grote schaal mensen afluisteren en drones die op afstand worden bestuurd en mensen, terroristen, uitschaken, zou je kunnen denken dat er inderdaad twee werelden aan het ontstaan zijn. Aan de ene kant is er de wereld van de beheersing en de controle. Bijna iedereen in het Westen, maar ook andere delen van de wereld, zit op facebook en via dit kanaal is ieder individu makkelijk te traceren. Pas was ik bijvoorbeeld aan het chatten met iemand via facebook en ik kon gewoon haar fietstocht waarnemen van en naar het hockey-veld. Ik schreef haar nog; wat doe je daar in Driewegen (een gehucht vlakbij Terneuzen) en ze schreef dat ze op weg was naar de hockey. Voeg daarbij de berichten over de afluisterpraktijken van de geheime dienst van de VS en het gebruik van drones door diezelfde Amerikanen en er zou zo het beeld kunnen ontstaan dat ieder op welk willekeurig moment kan worden getraceerd en indien nodig kan worden uitgeschakeld. Dat is de ene, best beangstigende wereld.

De andere wereld ontmoette ik een aantal weken geleden door een presentatie van een groep HBO-studenten lifestyle studies. Ze waren op bezoek geweest bij Pluk&Plenty en deden een onderzoek naar trends bij jongeren die aansloten bij de visie en waarden van Pluk&Plenty. En eigenlijk had iedere presentatie dezelfde boodschap. Jongeren tussen de 20 en 30, althans in ieder geval een deel van hen, hechten veel minder waarde aan de uitgangspunten van ons huidige, kapitalistische systeem. Zij willen echt iets anders, ze zoeken authenticiteit, passie en hechten minder waarden aan ‘hebben’, maar willen delen. Dat gaf mij een heel hoopvol gevoel.

Het is maar net hoe je naar de werkelijkheid kijkt.

In de wereld van de beheersing en de controle worden producten op een misleidende manier verkocht. De melk in de supermarkt heeft een mooi plaatje van een boerderij met loslopende koeien, terwijl in werkelijkheid de koe die deze melk heeft geproduceerd geen buitenlucht meer ziet en automatisch wordt gemolken en met haar duizend ander koeien in de stal. Er is dus een groot verschil tussen het plaatje en de werkelijkheid. Het is de leugen die wordt verkocht en door miljoenen mensen als zoete koek wordt aangenomen. Kijk maar eens naar de documentaire Food inc. Becel blijft maar hun product verkopen met het beeld dat het gezond is, maar in werkelijkheid is al het leven uit het product verdwenen (Neu!). Zo is dat ook voor het meeste brood dat in de supermarkt wordt verkocht. Het zijn industriele producten die nog maar heel weinig met de natuur te maken hebben, maar ze worden verkocht als beter dan de oorspronkelijke, natuurlijke producten. En heel veel mensen geloven dat.

Over supermarkt gesproken, gisteren was ik  bij de AH in Goirle (ook ik ontkom daar af en toe niet aan). Ik rekende af bij de kassa en het meisje vroeg; spaart u ook mee voor zegeltjes bij Van Beurden? Uuuuh, Van Beurden? Ja, je kunt dan gratis naar de zonnebank en je krijgt korting op andere producten. Nu blijkt Van Beurden een schoonheidssalon te zijn naast de AH. Ik zei dat ik helemaal niet naar de zonnebank wilde, omdat dat volgens mij niet echt goed is voor je gezondheid. Nou, zei de cassiere, zonnebank is gezonder dan de echte zon! Oja, zei ik verbaasd, nou, dat ga ik zo eens opzoeken, ik laat het je nog weten. Het artikel dat ik even later las op internet sprak boekdelen; zonnebank wordt door gezondheidsdeskundigen net zo slecht beoordeeld als bv. roken, in ieder geval net zo kankerverwekkend.

Met andere woorden: er is dus een wereld die het leven, dat wat leeft, als vijand ziet en dat wat de mens maakt in de fabriek als superieur beschouwt. Er lijkt een kunstmatige wereld te ontstaan waarbij al het levende en alle levende principes – dat bv. ziekte en pijn onderdeel zijn van menselijke groei – uitsluiten. Leven is lastig, is niet te beheersen en dient dus buitengesloten te worden. Er komt een grieppil die alle vormen van griep buiten de deur houdt. Voor elke vorm van psychisch leed is een DSM V diagnose met een bijbehorende pil. Ieder ziet er in deze wereld aan de hand van plastisch chirurgie hetzelfde uit naar een ideaal beeld dat wordt geschapen. Men spreekt dezelfde zichzelf overtuigende one-liners, zoals dit vaak op feestjes gebeurd. Men is niet zichzelf, men speelt een rol. Men is het contact met de eigen natuur, met de eigen essentie kwijt. In feite schep je een mens als robot, als mechanisch instrument, dat je naar believen kunt laten functioneren. Elke vorm van kwaad of wat het systeem ziet als kwaad, wordt buitengesloten. Uit het systeem verbannen. En dit lijkt zich te verdichten, te verharden, alsof het contrast groter wordt. Het is alsof je twee verschillende talen spreekt, alsof je echt uit twee werelden komt. De wereld van het hoofd, de beheersing, de ongelijkwaardigheid en de wereld van het hart, de liefde, de verbinding, de gelijkwaardigheid.

Aan de andere kant is er namelijk een groep van mensen die juist weer contact maakt met het leven en de wetmatigheden die het leven heeft. Men maakt op een bewuste manier verbinding met de natuur, met de aarde, maar ook met het geestelijk deel dat onderdeel is van het leven. Men ontdekt de eigen natuur en vindt in zichzelf de basis om te leven, men heeft minder materie nodig, minder opvulling van buitenaf. Het is een eenvoudig, maar krachtig leven, waarbij men allerlei menselijke kwaliteiten en vaardigheden op spiritueel gebied ontdekt. Deze mensen hebben ontdekt wat de zin en betekenis is van hun leven op aarde. Deze groep zal zich gaan afwenden van de andere groep van beheersing en controle, men zal een zelfvoorzienendheid gaan ontwikkelen, waardoor men niet meer afhankelijk is van het systeem. Het is de mens zoals die beschreven wordt bv. in de boeken van Vladimir Megre over Anastasia. Maar ook in het toekomstbeeld van Rob Hopkins, de initiatiefnemer van de Transition Town beweging. Het zijn beelden, vergezichten.

Er is een groep die het leven en het levende principe uitsluit en een groep die dit omarmt. Het zijn echt twee werelden. In mijn fantasie zag ik dat een volgende stap zo maar eens zou kunnen zijn dat deze steriele, kunstmatige wereld zich in de toekomst zal gaan afzonderen, met een groot hek, een schild er omheen. Hierbinnen zal het klimaat kunstmatig op peil worden gehouden etc. etc.. Hoe moet dat dan verder, dacht ik, moet ik nu gaan strijden om te voorkomen dat er zo’n wereld gaat ontstaan? Ik kreeg als antwoord het volgende beeld. Deze dualiteit zal vanzelf oplossen. De groep die het leven uitsluit en daar een hek, een schild, omheen zet, die zal nog een tijdje in de leugen kunnen geloven. De levende werkelijkheid die zij zelf hebben uitgebannen, zal er namelijk voor zorgen dat hun wereld vanzelf opdroogt, uitput. Het zal zijn als een rotte vrucht, die vanzelf opdroogt, uitholt, verschrompelt. Of als een huis waar geen leven, geen bewoners meer heeft, dat vervalt vanzelf. Misschien dat zij de middelen zullen ontwikkelen om de aarde te verlaten, als laatste redmiddel, je weet het niet. De andere groep zal tegelijkertijd in verbinding met diezelfde aarde een eenvoudig, maar bewust leven leiden. Zal in verbinding met die aarde transformeren, de aarde transformeren totdat er van binnenuit een licht, een eenheid, een liefde zal geboren worden die de aarde tot zon transformeert.

Het is maar een toekomstbeeld dat de afgelopen tijd in me opkwam, maar waarvan de kiem aanwezig is in onze huidige werkelijkheid. Misschien hoeft het zover niet te komen dat deze twee werelden zich echt af zullen gaan scheiden. Nu is er gelukkig nog een mix van deze twee werelden. Bovendien is het zo dat het systeem ook in mij zit. Deze twee werelden zitten ook in mij en zijn deel van mij. De twee werelden zijn een afspiegeling van wie wij collectief zijn als mens, een afspiegeling van ons bewustzijn. Onafhankelijk zijn, vrij zijn betekent dat ik van binnen moet sterven aan alle valse beelden en verwachtingen die ik heb opgebouwd en vanuit de grond, vanuit mijn essentie opnieuw geboren word. Ik weet hoe moeilijk dit is! Daar gaat mijn innerlijk werk over en misschien is mijn hoop dat als maar genoeg mensen, individuen dit doen dat er niet zo’n wereld hoeft te ontstaan zoals de wereld onder de grond in de film THX 1138. Daarom tot slot van dit artikel de volgende, levende ervaring die ik een week geleden had.

Zoals elke dag van de week reed ik ‘s ochtends om 7 uur met mijn zoon Bo naar het station in Tilburg. Hij gaat dan met de trein naar zijn middelbare school in Eindhoven. Op de terugweg langs Goirle kwam de zon op en kleurde de lucht paars, rood, oranje, geel. Het was zo’n magisch moment dat mijn hele lichaam zachtjes deed trillen van aanwezigheid. Wow. Een levende ervaring met de wereld, met de natuur om me heen. Zoals ik dat ook kan voelen als er in de schemer over de zandweg waar we wonen een hert oversteekt. Ik word dan even losgemaakt van mijn denken, van mijn beelden, en geraakt door het leven zelf. Vorige week waren we met de donderdaggroep van project Natuurlijk Werken op bezoek bij Rian Michiels. Een vrouw die hier vlakbij in Aarle in een yurt woont. Het was een bijzondere ontmoeting en wat mijzelf raakte was de eenvoud en de stilte waarin zij leeft. Ze vertelde dat ze een keer ‘s nachts in haar bed lag en het licht van de maan door het raam in het dak op haar bed scheen. De roep van een uil klonk door de nacht. Meer heb je toch niet nodig, dacht ze toen. Het is een ervaring die ieder van ons zoekt, volgens mij, maar vaak doen we dat in de verkeerde richting. Buiten onszelf in plaats van in onszelf. Het is eenvoudiger en veel dichter bij dan we denken. Zo’n levende ervaring brengt me bij het diepe verlangen om vrij te zijn, om het leven te leiden waar ik als mens voor bedoeld ben.

lessen op mijn vijftigste verjaardag

IMG_4412

Mijn verjaardag is voorbij (ik kom daar later in dit artikel nog op terug) en het donker van het tweede deel van de herfst is aangebroken. De wintertijd is ingegaan, de dagen worden nu echt korter en ingesloten door het donker van de lange nacht. Dat is misschien de reden dat ik me al een paar weken kwetsbaar voel, uit balans ben. Het begon (trigger!) bij de reactie van een van de klanten van het dagbestedingsproject Natuurlijk Werken die plotseling en onverwacht aangaf dat ze er helemaal niets aan vond aan wat we op een van de dagen aanboden. Dat kwam keihard binnen en ik werd geraakt in een van mijn grootste pijnplekken met de overtuiging; mijn zorg schiet tekort. Ik probeer me dan een aantal dagen krampachtig in balans te houden, maar het is niet te houden. Mijn wond zoekt zijn weg naar de oppervlakte en wil gezien worden. Vraagt om genezing, om liefde. Dit is mijn grondtoon, mijn grondlaag die vaak onder de oppervlakte aanwezig is, maar wel mijn gevoelens, gedachtes en handelen onbewust stuurt.

Het is zeker zo dat ik regelmatig wordt geraakt door de onvoorwaardelijke liefde, maar deze grondlaag, ontstaan in het gezin waar ik ben geboren en groot gebracht, is daardoor niet verdwenen. De bodem van mijn persoonlijkheid is gevormd door de situatie waarin ik als baby, als kind hier op aarde ben ontvangen. Deze situatie was niet perfect, zonder dat ik mijn ouders hiervan de schuld kan geven. Ouders zijn niet volmaakt. Bovendien werd 2 jaar na mijn geboorte mijn zusje geboren, gehandicapt. Zij had veel zorg nodig en ondanks deze zorg overleed zij toen ze 2 jaar oud was. Het lijkt alsof ik hier mijn wond heb opgelopen. Het lijkt alsof met haar overlijden ik de overtuiging heb ontwikkeld dat mijn liefde tekort schiet. Ik heb haar met de liefde die ik voor haar had niet kunnen redden. Deze gebeurtenis heeft zeker iets gedaan in het systeem, het gezinssysteem waar ik onderdeel van was. Een soort verharding vanuit de pijn die hier werd geleden. Ieder kwam op een eilandje terecht, in de afgescheidenheid. Ik doe het wel alleen. Mijn liefde schiet tekort. Een gevoel van minderwaardigheid, van mezelf als slecht zien en van daaruit weer de conclusie, overtuiging ik ben het niet waard om van te houden. Ziedaar het vervormde beeld van de liefde dat ik hier onbewust heb ontwikkeld en dat de grondlaag van mijn persoonlijkheid is geworden. Mijn bottleneck. Mijn bottleneck die tegelijkertijd mijn valkuil is, waar ik telkens weer over struikel. Maar tevens de ingang voor de liefde die mij juist op dit punt wil genezen, helen, bevrijden. En mijn verlangen naar bevrijding is groot, heel groot. Mijn verlangen is groot naar dat mijn binnenkant samenvalt met mijn buitenkant. Dat wat ik aan moois te bieden heb van binnenuit aansluit op de vraag van buiten. En ook al ben ik nu 50 jaar geworden, jawel, die match is nog niet volmaakt. En een van de redenen is de verstoring die veroorzaakt wordt door de grondlaag, zoals ik deze hier beschrijf.

Op de ochtend van mijn verjaardag een paar weken geleden kreeg ik een belangrijke les, waarvan ik later dacht: dit is een belangrijk inzicht voor de komende 50 jaar! ik had het al jaren tegen Gebi gezegd als ik weer een pop in een tuin zag staan met een of ander gedicht; dat is dus wat ik niet wil als ik zelf 50 word! De kinderen waren die ochtend al vroeg beneden, wat ik niet helemaal snapte, want dat hoefde helemaal niet. Na het ontbijt deed ik de achterdeur open en, jawel, daar zat op een stoel een grote Tompop met 50 op zijn borst. Ik schrok me echt een ongeluk en werd hevig geconfronteerd met de negatieve emotie die dit bij me opriep, terwijl Gebi en de kinderen vol verwachting om me heen stonden en mijn reactie afwachtten. Ik kon niet anders dan stamelen dat ik dit niet echt leuk vond, dat ik het wel mooi gemaakt vond, dat wel…..Vooral mijn dochtertje Moon was wel heel teleurgesteld door mijn reactie en in de auto naar Tilburg had ik de ruimte om deze onverwachte ervaring te verwerken. Ik werd heen en weer geslingerd tussen mijn gevoel van negativiteit en mijn spijt dat ik Moon had teleurgesteld. Het proces bracht me bij een belangrijk inzicht. De liefde komt vaak niet in een vorm zoals ik die vanuit de door mijn persoonlijkheid ontwikkelde goed- en afkeuring verwacht of zou willen. Misschien zelfs wel in een vorm waar ik een hekel aan heb! Ik kon de liefde ervaren die Gebi en de kinderen hierin hadden gestopt, ze dachten oprecht dat ik dit leuk zou vinden. Hierdoor kon ik de liefde ontvangen, ook al was de vorm niet zoals ik dat wilde. Ontvang de liefde zoals die zich aandient. Wat er ook gebeurt, ik zal er blij mee zijn. Dat was de les!

Later op de dag, tijdens een meditatie die ik deed, voelde ik de dankbaarheid voor de liefde die me in mijn leven heeft geraakt. Die mij gevonden heeft en met me op wil trekken, al 50 jaar lang. Ik zag een spiraal voor me, die op het moment van mijn geboorte, 2 november 1963, uit de aarde komt en omhoog draaiend naar het licht. De spiraal neemt de vorm aan van een mens, van mijzelf. Het vormt een vat waar het licht in wordt gegoten, het licht vormt mij om tot een mens met een hart van licht en liefde. Een dag later zag ik in mijn meditatie een lichtkolom met wit licht. Een lichtkolom in mezelf waar ik contact mee kan maken. De kolom is van licht, maar tegelijkertijd oersterk, krachtig, onverwoestbaar. Het begin van een nieuwe basis.

Een tijdje terug deden we bij de groep van project Natuurlijk Werken een opdracht. De opdracht was om een collage te maken van jouw droom, het beeld van jouw leven waar je helemaal blij van werd, je je thuis voelde etc. Ik zelf deed ook mee en was verbaasd dat mijn oog telkens viel op een aantal tuinkassen in een blad over tuinieren. Het waren mooie houten kassen met veel glas, waar het licht zo door naar binnen kon schijnen. Ik knipte de kassen uit en even later ook nog de tekst; ik wil dicht bij de bron zijn. Toen ik hierbij stil stond, begreep ik plots de symboliek. Dit gaat over mijn grote verlangen om transparant te zijn, zoals ik hierboven al eerder schreef. Dat mijn binnenkant en mijn buitenkant hetzelfde zijn, zo binnen zo buiten. Misschien is zo’n heftige confrontatie met mijn grondlaag, de grondtoon van mijn persoonlijkheid wel een manier van de liefde om mijn binnenkant weer schoon te maken, het glas van mijn kas te poetsen totdat het weer helemaal doorschijnend is!

tijd en het belang van geschiedenis


IMG_4074

Een tijdje terug kreeg ik op een ochtend tijdens mijn meditatie een beeld van de liefde die in mij werkzaam is. Het beeld was dat de liefde zich in mij schenkt als in een soort vat, een blok met allerlei gangetjes, spleetjes, openingetjes. De liefde zoekt zijn weg in mij zoals een vloeistof zijn weg zoekt naar het laagste punt. Het is mijn persoonlijkheid, mijn onvolmaakte ik met al zijn dagelijkse beperkingen, gevoeligheden, kwetsbaarheden, patronen dat wordt gevuld met liefde. De liefde zoekt zijn weg totdat ik helemaal ben gevuld en alle gangetjes en inhammetjes worden opgelost in die liefde. Dan ben ik een met het geheel, licht en stralend. Het is mijn onvolmaaktheid die in de volmaakte en onvolwaardige liefde wordt opgelost.

Tegelijkertijd werd ik me bewust dat ik onderdeel ben van de tijd. Dat is niet zo gek, want tijdens mijn ochtend meditatie maak ik altijd een beeld van de komende dag en ‘s avonds sluit ik de dag weer af met een terugblik. Ik werd me bewust dat ik niet los sta van deze tijd, maar dat ik daar onderdeel van ben. De tijd is onderdeel van mij, van mijn lichaam. Mijn lichaam is er inclusief de tijd die mijn lichaam ouder doet worden. Al de gebeurtenissen die onderdeel zijn van deze tijd, van mijn tijd, zijn onderdeel van mijn lichaam, dus onderdeel van mij.

Dit is een ander beeld dan de overtuiging die ik onbewust of bewust heb meegekregen vanuit de samenleving waarin ik ben opgegroeid. Ik heb geleerd vanuit onze ‘verlichte’ samenleving dat ik een rationeel, onafhankelijk wezen ben, dat doet wat hij wil en zich op die manier in de wereld en in de tijd beweegt. Alsof hij een vrij, onafhankelijk wezen is. Ik kwam er nu achter dat dit beeld niet klopt. Dat het veeleer zo is dat ik onderdeel ben van de tijd die verbonden is met mijn lichaam, met mijn incarnatie in dit lichaam. Tijd is onderdeel van mijn lichaam en het aardse leven dat met dit lichaam is verbonden. De tijd die mijn lichaam hier op aarde is gegeven. Ik kreeg het beeld van mezelf als bootje dat ronddobbert over deze tijd. Tijd is onderdeel van mij, van wie ik ben. Het is mijn persoonlijke biografie die onlosmakelijk is verbonden met de geschiedenis van het collectief waar ik deel van ben.

Deze week was ik met Gebi een paar dagen in Duitsland. We bezochten de musea Schloss Moyland, dat is ingericht rond de kunstenaar Joseph Beuys en een dag later Insel Hombroich, een prachtige plek waar natuur en kunst worden gecombineerd. ‘s Avonds in een hotel in Neuss zapten we wat rond op de televisie en kwamen uit bij ZDFinfo. Een zender die de hele avond documentaires uitzond die te maken hadden met Hitler, de opkomst van de NSDAP, zijn samenwerking met de architect Speer. De geschiedenis van het collectief, het Duitse collectief werd uiteengezet in een caleidoscoop van beelden, van gesprekken. Het is nog steeds verbazend dat Hitler zijn gedachtegoed en rijk heeft kunnen opbouwen, eerst in het land zelf en later buiten de eigen landsgrenzen. Denk maar aan de Olympische Spelen van 1936, waar hij dit toonde aan de wereld. Niemand reageerde. Alsof ieder, zowel in Duitsland zelf als daarbuiten, werd betoverd door de enorme tentoonspreiding van macht, zoals te zien tijdens de jaarlijkse partijdag van de  NSDAP. Ik heb dat al eerder geschreven; wij hebben de gebeurtenis, die enorme gebeurtenis van de Tweede Wereldoorlog nog helemaal niet verwerkt. Maar Duitsland is nu bezig om deze geschiedenis tot zich door te laten dringen, daar waar het deze heeft onderdrukt na deze oorlog en alle energie heeft gericht op de wederopbouw van het land. Deze Tweede Wereldoorlog ligt ontegenzeggelijk ten grondslag aan het Europa dat nu wordt opgebouwd en waar veel kritiek op is. De reden van de Europese gemeenschap is om te voorkomen dat er ooit nog zo’n oorlog zou kunnen uitbreken. Het motief is zuiver, alleen de uitwerking daar kan over gediscussieerd worden.

Wat ik wil zeggen is dat het kennen van de geschiedenis zo belangrijk is om de ontwikkelingen van het moment te begrijpen. Bovendien is deze collectieve geschiedenis onlosmakelijk verbonden met ieders eigen geschiedenis, met ieders eigen biografie. Mijn vader was 8 jaar toen Nederland deel werd van de Tweede Wereldoorlog. Gebeurtenissen in zijn geboortestad Zierikzee heeft een diep spoor van wantrouwen en angst bij hem achtergelaten, wat zijn weerslag had op de opvoeding van zijn eigen kinderen, van mij als zoon. Mijn moeder werd geboren in de Tweede Wereldoorlog in het West-Brabantse Steenbergen. Haar gezin moest verschillende keren schuilen voor een vuurgevecht tussen de Duitsers en de geallieerden.

Zo heeft iedere oorlog, die collectief wordt gestreden, een persoonlijke impact, een persoonlijke variant. En daar ligt ook precies de bevrijding van de pijn die is geleden. We moeten collectieve pijn op een persoonlijke manier helen, verwerken, bevrijden. Dat is hoe de liefde werkt, die als doel heeft om ieder van ons te helen, te bevrijden, als wij in staat zijn deze liefde toe te laten. Daarvoor is het belangrijk dat we ons harnas, het gezicht van ons ego, ons masker afleggen en kwetsbaar durven zijn. Durven voelen van de pijn die ons is aangedaan. We moeten onze eigen biografie leggen naast de geschiedenis van het collectief. Dan zijn we in staat tot mededogen, tot vergeving. Dan laten we het licht van de liefde toe in het donker van onze pijn, die we in eerste instantie hebben onderdrukt en begraven. Logisch. Toch is daar, in dat donker, het zaad aanwezig voor onze groei als mens, voor onze groei naar de liefde toe die ons wil helen, bevrijden, aanraken, omhelzen. Ik ben er van overtuigd dat we hiermee zelfs, met deze bevrijding, deze persoonlijke heling, de geschiedenis kunnen herschrijven, transformeren. Alsof deze niet is gebeurd, alsof al die pijn, al die ellende, al dat geweld niet is gebeurd. Het is net als met een bevalling. Er wordt een kind geboren op het scherpst van de snede, een gevecht van leven of dood. Veel moeders overlijden in landen waar geen medische begeleiding aanwezig is, tijdens de geboorte van hun kind. In dorpen is vaak een huis aanwezig waar deze moederloze kinderen worden opgevangen en groot gebracht. Als het kind geboren is echter, veel moeders kennen deze ervaring, is de strijd op leven en dood vergeten. Alsof het nooit heeft bestaan. Zo als een kind uit de moeder, wordt op aarde een nieuwe mens geboren, gevormd door het licht van de liefde. Doorheen alle geweld en ellende die iedere dag weer plaatsvindt. Niet om al dat geweld goed te praten, maar om aan te geven welke enorme potentie er aanwezig is in al dat lijden, in al dat geweld dat we elkaar vanuit onze onbewustheid en onwetendheid aandoen.

Het kennen van onze collectieve geschiedenis in combinatie met onze eigen biografie is hierbij wezenlijk. Om bij onze pijn te komen, daar de liefde in toe te laten en van daaruit te vergeven. Dan maken we onze diepste betekenis als mens waar. Ik pleit voor geschiedenis en de eigen biografie als verplicht vak op onze scholen!

in de schaduw van mijn boom

IMG_3791

Gisteren zat ik met Bo voor het station in Tilburg te wachten op Gebi die ons met de auto zou ophalen. Het duurde wat langer dan gepland en zo zagen we in een klein uurtje vele mensen langskomen van en naar het station. Afgezet worden, opgehaald worden, lopend, fietsend. Al een tijdje ben ik mijn eigen begeerte aan het onderzoeken, mijn neiging om te willen hebben. Ik schreef daar eerder over. Nu kwam plots het inzicht in me op dat iedereen in essentie van de liefde is. Dat inzicht raakte me diep. Zo is de liefde met ieder van ons bezig, ook al hebben we het vaak niet in de gaten. De liefde is bezig om ons te veroveren, om bij ieder van ons die plek te vinden waar de liefde thuishoort, daar waar wij ons leeg voelen, eenzaam. Daar waar de wereld ons niet kan vullen. Het is onze eigen wijsheid, onze koppigheid, onze trots, die hardnekkig vol blijft houden dat we het wel alleen kunnen, de liefde niet nodig hebben. Dat we het geluk buiten onszelf, in de zichtbare wereld om ons heen kunnen vinden. Dat is in ieder geval wat ik bij mezelf herken. En daarmee houd ik de liefde buiten de deur. De liefde wacht daar geduldig op mij totdat ik de deur open doe.

Een paar weken terug was er een soort van braderie in de Willem II straat in Tilburg, waar het nieuwe culturele seizoen werd geopend door onder andere Paradox en de Nieuwe Vorst. Zelf waren we aanwezig op uitnodiging van Pleiade, een van de winkels in de straat, met een kraampje van Pluk&Plenty met groentjes en lokale producten van Landgoed Nieuwkerk. Naast ons waren een aantal spirituele helers, die aan voorbijgangers een kort consult gaven. Ook ik werd in een rustig moment uitgenodigd voor een handmassage en het was heel mooi wat daar in een kleine 10 minuten uitkwam. Wow, wat een kracht heb jij. Alles is al aanwezig, maar je denkt nog steeds dat je er hard voor moet werken. Het beeld dat ik krijg van jou is een grote boom waarbij het fijn toeven is in de schaduw. Meer hoef je niet te doen. Ik was verrast door dit heldere beeld dat zo snel werd gezien door deze therapeute. En zeer herkenbaar dat hard blijven werken voor iets dat er eigenlijk al gewoon is. Zo schep ik mijn eigen gevangenis voor de enorme rijkdom die aanwezig is. Op die manier houd ik de liefde die er voor me is en op me wacht buiten de deur.

Toch is het ook zo dat ik telkens opnieuw leer dat de beperking van deze gevangenis het beginpunt is van mijn bevrijding. Het gaat hier over de beperking van mijn persoonlijkheid, die de afgescheidenheid veroorzaakt tussen mij en de liefde om me heen. En toch is die beperking, die handicap, mijn onvolmaaktheid het beginpunt voor de liefde die met mij wil werken. Het toelaten van die liefde begint bij het onder ogen zien en aanvaarden van deze beperking. En het voelen van de pijn daarvan. Vaak wil ik niet stil staan, maar wil ik naar buiten met mijn aandacht. Weg van mezelf, weg van mijn pijn, van mijn beperking. En dus ook weg van de liefde, die juist werkt met deze beperking. Die liefde weet precies wat ik nodig heb. Maar zo vaak ben ik eigenwijs en denk dat ik beter weet wat ik nodig heb en zoek het geluk buiten mezelf. Het is eigenlijk ongelooflijk hoe collectief we vastzitten in die neiging om het heil buiten onszelf te zoeken. Het lijkt wel of die collectieve kracht steeds sterker wordt. Dan heb ik het bijvoorbeeld over internet, over de sociale media, over de Grand Theft Auto 5.0. Escapisme noemt Govert Derix dit in een column in de Volkskrant. Ik heb zelf die neiging ook om telkens maar weer mijn mail te checken, te kijken of iemand reageert op mijn Facebook input, of er nieuws is op de site van de Volkskrant, te kijken naar de voetbaluitslagen.

Dat naar buiten gericht zijn is als een soort lek, waardoor mijn vat leegloopt zou je kunnen zeggen. Het vat dat wordt gevormd door het aanvaarden van mijn beperking, mijn onvolmaaktheid. Als ik dat doe, als ik mezelf in mijn onvolmaaktheid aanvaard, vormt dit het vat, de basis om de liefde in mij te ontvangen. Dan ontstaat er een samenwerking tussen essentie en persoonlijkheid die het doel heeft om de liefde die ik ontvang, door te geven aan de omgeving om mij heen. Mijn eigen leven wordt dan de uitdrukking van de liefde. Als ik maar met mijn aandacht bij mijzelf blijf. Als ik maar in staat ben om mijn eigen leven te lijden, vorm te geven, de waarde te geven die het heeft. De liefde wordt in mij geboren, de liefde vormt in mij een hart van waaruit ik mijn leven vorm geef. Ik word het instrument van die liefde. Dit gebeurt niet automatisch. Daar is veel bewustzijn voor nodig. Veel worsteling, veel twijfel, veel niet weten. Veel standvastigheid ook in het gericht blijven op die liefde. Het toelaten van pijn, het toelaten van lijden. Het vraagt overgave van mij aan deze liefde. Hoe bang ik daarvoor ook ben!

Dit klinkt misschien allemaal heel zweverig, maar spiritualiteit kan ook een hele goede manier zijn om het eigen, beperkte en onvolmaakte leven juist te ontwijken en de pijn daarvan niet te voelen. Het is natuurlijk heel fijn en verleidelijk om op te gaan in een spiritueel, symbiotisch eenheidsgevoel en dat beeld voor jezelf te koesteren. Je houdt je eigen onvolmaakte, donkere kant buiten de deur, waardoor het onvermijdelijk is dat je deze kant van jezelf projecteert op anderen, buiten jezelf. Het kwaad buiten jezelf dat bestreden dient te worden met de spirituele waarheid die jezelf in pacht lijkt te hebben. Maar eigenlijk is het een illusie, een beeld van de werkelijkheid. Het is alsof je denkt dat een boom of een plant gaat groeien zonder dat je het zaadje van je eigen onvolmaaktheid in de aarde hoeft te stoppen. Daar werd ik me opnieuw van bewust tijdens de de latifa-meditatie van afgelopen maandag. Tijdens deze oefening visualiseer ik de groei van een plant als symbool voor de eigen, menselijke groei. En het verwondert me steeds weer dat deze groei begint in het donker, in de schoot van de aarde. Het vrouwelijke dat het mannelijke ontvangt en onlosmakelijk met elkaar verbonden is. Het lijkt soms alsof we in een moment van onwetendheid, van onbewustheid dat licht en donker, dat allebei nodig is voor groei, dat mannelijke en het vrouwelijke, van elkaar zijn gaan scheiden en goed en kwaad zijn gaan noemen. Het donker is nodig voor natuurlijke groei, waar wij als mens onderdeel van zijn. Het kwaad bestrijden is hetzelfde als het donker bestrijden, de aarde bestrijden waar we het zaadje in stoppen om naar het licht te groeien. Het kwaad is misschien wel niets anders dan dat onvolmaakte deel in onszelf dat we niet onder ogen durven zien.

Het eerste half jaar werd ik geconfronteerd met de bezuinigingen op de individuele re-integratietrajecten die ik onder de naam WerkWaardig organiseerde voor klanten van Sociale Zaken. De inkomsten liepen drastisch terug, ik moest bezuinigen op mijn uitgaven en mijn focus verleggen naar nieuwe gebieden, nieuwe mogelijkheden. Het lijkt nu of ik een nieuwe basis gevonden heb om verder te groeien. Met een 10-tal kleine dagbestedingsprojecten zijn we bezig een coöperatie te vormen om met behoud van onze eigenheid toch een groot volume te maken en zichtbaar te maken naar gemeentes toe die vanaf 2015 gaan beslissen over de gelden voor deze dagbestedingsprojecten. Daarnaast ben ik met een werkgroep Transitie aan het kijken of we in Tilburg (en omgeving) een doorstart kunnen gaan maken van Transition Town Tilburg, die zo’n 5 jaar geleden is gestart, maar onlangs is opgehouden te bestaan. Tot slot ondersteun ik met mijn deskundigheid in het opzetten van een moestuin voor dagbesteding het lokale initiatief Stadstuin Theresia waar vanuit buurtbewoners een transitieproject wordt opgestart. In dat project komen zorg, cultuur, duurzaamheid, groen en activering samen. Soms stagneert mijn groei of worden mijn takken gesnoeid om daarna een nieuwe weg te vinden om verder te groeien vanuit nieuwe grond, nieuwe basis. Zo ontstaat er een nieuwe boom, waarvan ik de stroom maar hoef te volgen, waarvan ik mag leren dat ik er niet hard voor hoef te werken, maar deze er gewoon te laten zijn.

Inspiratie

BOEKEN (in willekeurige volgorde)

  • De Alchemist (Paolo Coelho)
  • Een gesprekje met God (Neale Donald Walsch)
  • Het Oneindige Verhaal (Michael Ende)
  • Kruistocht in Spijkerbroek (Thea Beckman)
  • Arthur, koning voor eens en altijd (Terence H. White)
  • Meester van de Zwarte Molen (Olfried Preussler)
  • In de ban van de ring (Tolkien)
  • Demian (Herman Hesse)
  • Op zoek naar het Wonderbaarlijke (Ouspensky)
  • Een daad van Liefde (Maria Hillen)
  • Jezus de zoon des mensen (Kahlil Gibran)
  • Essentie (A.H. Almaas)
  • Het terug gevonden licht (Jacques Lusseyran)
  • Het verstoorde leven (Etty Hillesum)
  • Ontmoetingen met bijzondere mensen (Gurdjeff)
  • Herinneringen dromen gedachten (CG Jung)
  • De spirituele dimensie van het enneagram (Sandra Maitri)
  • De meesters van het verre oosten (Baird T. Spalding)
  • Bezieling en kwaliteit in organisaties (Daniel Ofman)
  • Geest & drift (Hanneke Korteweg-Frankhuisen)
  • Nag Hammadi-geschriften
  • Helen of delen (Hans Korteweg en Jaap Voigt)
  • Bijbel
  • De profeet (Kahlil Gibran)
  • Anastasia (Vladimir Megre)
  • Synchroniciteit (Joseph Jaworsky)
  • Presence (oa. Jaworsky)
  • Een nieuwe aarde (Eckhart Tolle)
  • Je kunt de wereld veranderen (Ervin Laszlo)
  • De laatste resten van het oude zonlicht (Thom Hartmann)
  • Het Veld ( Lynn McTaggart)
  • De helende reis (Brandon Bays)
  • Water weet het antwoord (Masaru Emoto)
  • Negen facetten van eenheid (A.H. Almaas)

 

FILMS

  • As it is in heaven
  • Fountain
  • The green mile
  • Billy Elliot
  • Finding Forrester
  • Les Choristes
  • Powder
  • Into the wild
  • Fly away home
  • Earth
  • Genesis
  • Seven Pounds
  • Patch Adams
  • Dead poets society
  • Fly away home
  • What the bleep do we know
  • Himalaya
  • Whalerider
  • Forrest Gump
  • Das leben der Anderen
  • Happy Feet
  • Departures
  • Avatar
  • Bagdad Cafe
  • Vier minuten
  • Invictus
  • Blind Side
  • Freedom Writers
  • Wall-e

 

MUSEA/Kunstenaars

  •  De Pont – Tilburg
  •  Bill Viola
  •  David Clearbout
  •  Hieronymus Bosch
  •  Howard Hodgkin

 

Huidige vorm

De rivier heeft een kader nodig om te kunnen stromen. De oevers, zo zou je het innerlijk werk kunnen beschouwen, waardoor de energie van het leven kan stromen. Je zou het ook kunnen zien als het opbouwen van je innerlijk vat, waar het geestelijke in kan dalen.
Hoe zien die oevers, de vorm van mijn innerlijk werk er op dit moment uit?

meditatie twee keer per dag
Iedere ochtend en avond ga ik 20 minuten op een vaste plek zitten in mijn huis en als het weer het toelaat, buiten in de grote bostuin onder een grote eik. Het is de basis van mijn dag. Ik beleef kleine eenheidservaringen, krijg kleine inzichten, vind mezelf terug, wordt geraakt. Het zijn allen druppels, die langzaam een grote plas vormen en wie weet op een gegeven moment voldoende zijn om mijn paradigma, mijn manier van kijken, werkelijk en definitief te veranderen. Sinds een jaar heb ik daar een derde moment aan toegevoegd, omdat ik me in de drukte van het dagelijks leven teveel liet meeslepen en mezelf verloor in het functionele. Tussen 17.00 en 18.00 uur ga ik 10 minuten (ik zet daarvoor een wekker) zitten op een stille plek en ga met mijn aandacht naar binnen. Eigenlijk als daad met de betekenis dat het geestelijke, noem het God, mijn essentie, het Hoger Bewustzijn, het belangrijkste voor me is. Ik ben beschikbaar.

schrijven in een dagboek

In 1987 ben ik begonnen met het schrijven in mijn dagboek. Onderwerp is dan niet zozeer de feitelijke omstandigheden of gebeurtenissen, maar wel wat ik daaraan ervaar en mijn ontwikkeling als mens. Zo had ik op een gegeven moment een meter dagboeken. Telkens als ik er een opensloeg, voelde ik me benauwd, alsof ik mezelf terugbracht in het verleden. Met oud en nieuw van 2009-2010 besloot ik een groot deel met een groot kampvuur te verbranden. Bijzonder wat er gebeurde. Ik ervoer de grote liefde die vrijkwam vanuit de intentie waarmee ik de boeken had geschreven. En ik begreep dat het mij gaat om het schrijven en niet om het resultaat dat ik steeds weer moet teruglezen. Door te schrijven bouw ik mijn bewustzijn op. Zoals de artikelen die ik op deze site schrijf.

het geven van de latifa-meditatie

Tijdens de programma’s die ik bij de Voorde heb gevolgd van 2000-2005 werd me de latifa-oefening aangereikt. Het is een oefening die ontwikkeld is door de initiatiefnemer van de Voorde en zijn wortels heeft in de soefi-traditie. De bekende soefi-leraar Almaas beschrijft uitgebreid in een van zijn boeken de latifa. Hij onderscheidt er vijf met verschillende kwaliteiten en verschillende kleuren. De latifa die ik zelf ken, behandelt 7 verschillende en essentiele kwaliteiten; aanvaarding, verlangen, hoop, vertrouwen, overgave, liefde en wil.

Al vele jaren geef ik iedere maandagochtend de latifa-oefening aan een klein groepje mensen, momenteel op de Verdieping, de plek waar mijn kantoor is gevestigd. Als je zin hebt om mee te doen, mail me.

jaarlijkse leervraag en octaaf
Sinds ik deelnam aan de verschillende programma’s van de Voorde leef ik een jaar met een leervraag. Voorbeelden van mij in de afgelopen jaren zijn; spelen, onderzoeken, overgave. Dit thema staat in een duidelijk tijdskader, in dit geval een jaar. Dit is belangrijk, omdat er dan een soort container ontstaat, waarbinnen transformatie plaats kan vinden. Je weet van tevoren nooit waar en hoe dit zal gebeuren. Maar er is zeker een opbrengst, die ik dan ook precies na een jaar vaststel. Het jaar zelf is ook weer in te delen in verschillende fases aan de hand van een octaaf. In een octaaf, net als op de piano, zijn een aantal schokmomenten. Daar waar op de piano de zwarte toetsen ontbreken (tussen de mi en de fa en op het einde tussen de si en de do). Deze vragen extra inspanning of aandacht. Iedere periode duurt in het geval van een jaarperiode twee maanden, behalve de schokmomenten, die duren een maand.

het hebben van een leraar
Misschien heb ik lang gedacht dat ik mijn innerlijk proces wel alleen kon gaan, maar dat is een misverstand. Het hebben van een levende leraar is een belangrijk gegeven in het volgen van mijn geestelijke ontwikkeling. De eerste leraar die ik had was een Benedictijnse pater in Oosterhout; Frans Visser. Het was een voor zijn achtergrond ruimdenkende man en ik heb veel van hem geleerd. Ik ging regelmatig in zijn klooster op retraite. Ik kreeg ook in dit klooster door de bisschop van Breda het vormsel toegediend. Ik was toen 25 jaar oud.

Bijna 10 jaar later leerde ik mijn huidige vrouw kennen Gebi Rodenburg en zij werkte toen op de Voorde. Ik ben toen een aantal programma’s gaan volgen en daar beschouwde ik Jan de Dreu als mijn belangrijkste leraar.

Nadat ik de Voorde los had gelaten, leerde ik via Klooster Nieuwkerk Maria Hillen kennen. Haar spiritualiteit is geworteld in de Christelijke gnosis, maar verbindt deze met de andere religieuze stromingen.

Dit najaar heb ik een training gevolgd bij de Innerlijke Lijn, een organisatie waar ook Gebi mijn vrouw mee verbonden is. Het gedachtengoed van de Innerlijke Lijn vormt een kader, dat me helpt in mijn geestelijke groei. Na het overlijden van de initiatiefneemster van de Innerlijke Lijn, Nel van Beek, viel de Innerlijke Lijn als stichting uit elkaar. Een van de leraressen, Marleine Driessen, is nu een belangrijke lerares, die ik iedere 4 tot 6 weken raadpleeg.

eucharistie
Sinds het begin van mijn geestelijke ontwikkeling is Jezus een belangrijk voorbeeld voor mij. Ik word door hem geraakt, het is een levend voorbeeld. Kahlil Gibran heeft bijvoorbeeld een prachtig boek over Jezus geschreven (Jezus, de zoon des mensen), maar ook de Nag Hammadi-geschriften (waaronder het Thomas-evangelie) zijn voor mij een levende bron. Zo is dat ook de eucharistie voor mij. Ik kan daar echt een ervaring hebben, een geraakt zijn, het terugkomen bij mezelf etc. Af en toe ga ik naar een kleine kapel in de binnenstad van Tilburg, waar dagelijks om 12 uur een eucharistie wordt gevierd. Het is zeer traditioneel en het gaat mij niet zozeer om het kerkelijke ritueel als wel om de intieme ervaring van nabijheid die ik daar kan hebben.

therapeutische hulp als het nodig is
Sinds een aantal jaren heb ik Dorle Lommatzsch leren kennen. Zij is een alternatieve therapeute/astrologe. Als ik vastzit in mezelf, in mijn oude patronen, ga ik vaak naar haar toe. In een sessie is ze precies de goede aanwezigheid voor mij dat het weer gaat stromen. Ik krijg dan weer contact met mijn geestelijk deel en het is vanuit die ontmoeting dat er weer uitzicht komt, hoop, licht. Vaak in beelden, die ik dan later teken en bij mijn meditatieplek leg als herinnering. Margan Arens is wat dat betreft voor mij ook een belangrijke spiritueel therapeute. Ik heb bij haar de helende reis van Brandon Bays gedaan, een bijzondere ervaring.

mijn heilige plek
In het voorjaar van 2010 werd ik in een periode van niet weten en wanhoop, sterk getrokken naar het bos rond het huis waar wij wonen op Landgoed Nieuwkerk. Toen ik al wandelend bij een bepaalde plek aankwam, wist ik dat dit een belangrijke plek voor mij was. Een plek waar ik alleen kon zijn met mezelf, een plek waar ik vrij van de bezetting vanuit mijn dagelijks leven, mezelf kon ervaren. Een heilige plek ook, omdat hier de mogelijkheid aanwezig is om contact te maken met het geestelijke, God, hoe je dat ook benoemt. Stilte, Aanwezigheid.

Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com