angst

Met mijn gezin gisteren samen in de moestuin, wat een genot. Bo, die Gebi meehelpt schoffelen. Moon die in een potje alle kleine insecten verzamelt die ze in de tuin kan vinden. De aardappelen staan in bloei, gisteren aten we de eerste tuinbonen en in de bodembedekker vol met ronde, blauwe bloembolletjes gonst het van de ontelbare bijtjes en hommels. Toch komt voor mij het geluk van dit soort momenten niet alleen. Mijn piekmomenten zijn onlosmakelijk verbonden met mijn momenten van vernauwing, zoals dat aan het begin van dit pinksterweekend het geval was en een gevoel van angst aan mijn deur klopte.

Angst is voor mij misschien wel de moeilijkste emotie. Het duurt even voordat ik begrijp dat het mijn angst is en dat ik het ook zo benoem. Er is altijd wel een aanleiding die mijn angst oproept of mijn angst komt op na een periode dat ik teveel naar buiten gericht ben geweest. Angst helpt me dan weer naar binnen te gaan. Mijn eerste reactie is altijd: dit wil ik niet. Ik probeer hem buiten de deur te houden, want dit gevoel van angst komt altijd ongelegen. Of ik leid mezelf af door van alles te gaan doen. Er is altijd wel iets dat ik te doen heb, is het niet in mijn werk, dan wel rondom het huis in het bos waar we wonen. Doen om maar niet mijn angst te voelen. Tot het moment komt dat ik het zo benauwd krijg, dat ik wel stil moet staan. Als ik het gevoel herken en benoem als angst, dan raakt me dat vanuit de liefde voor mezelf. Dan gaat mijn deur open en laat ik hem binnen. Angst is de nauwe poort, door het oog van de naald. Volgens mij is angst onlosmakelijk verbonden met geestelijke groei. Daar waar ik met open armen mijn ruime bewustzijn verwelkom en de enorme vrijheid die ik soms kan ervaren, zo mag ik net zo goed mijn angst verwelkomen en zijn nauwe poort, die mij schoonmaakt, snoeit. Het is het ritme zoals dat ook in de natuur zichtbaar is. Bloemen komen op, bloeien en bloeien weer uit. Leven en sterven gaan hand in hand.

Ik mag mezelf de houding aanleren zoals die zo mooi geschreven staat in het volgende gedicht van de soefimeester Rumi;
De herberg
Dit mens – zijn is een soort herberg
Elke ochtend weer nieuw bezoek
Een vreugde, een depressie, een benauwdheid
Een flits van inzicht komt
Als een onverwachte gast
Verwelkom ze;
Ontvang ze allemaal gastvrij!
Zelfs als er een menigte verdriet binnenstormt
Die met geweld je hele huisraad kort en klein slaat
Behandel dan toch elke gast met eerbied
Misschien komt hij de boel ontruimen
Om plaats te maken voor extase…
De donkere gedachte, schaamte, het venijn,
Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
En vraag ze om erbij te komen zitten.
Wees blij met iedereen die langskomt.
De hemel heeft ze stuk voor stuk gestuurd
Om jou als raadgever te dienen.
Jalal ad-Din Muhammad Rumi
(1202 – 1273)
(vertaling: Romeck van Zeyl)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Views: 1.005
Gastenboek

Wilt u reageren? Onderaan iedere blog heeft u hiertoe de mogelijkheid.
Daarnaast kunt u een email sturen naar: tomribbens@mac.com